Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.22 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Palts 100 45677 219527 208331 2026-04-05T08:51:06Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 219527 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] ckrjvelgs1hotr1bp03n9pwq1rqah8s 219528 219527 2026-04-05T08:55:03Z Vincent Steenberg 280 +bron 219528 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al26|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 26]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als '''‘den Winter-Coninc’'''). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] p0pqrusl3dq1i7ik6mqo84d8u47qfec 219554 219528 2026-04-05T10:36:04Z Vincent Steenberg 280 +bron 219554 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al26|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 26]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als '''‘den Winter-Coninc’'''). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Coninck feest vanden Palatin, Anno 1621]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 59a1in6tw46vked5fyag0eyf0xkacuu Hoofdportaal:Geschiedenis/België/Historische figuren 100 76807 219537 212617 2026-04-05T09:41:45Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 219537 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van België; Historische figuren | afbeelding = Eight Famous Belgians.jpg | alt = Acht beroemde Belgen | beschrijving = Bronnen bij historische figuren in België. }} == 17e eeuw == ;Arenberg, Filips Karel van (1587-1640) *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art2|‘1620. den 3. Nouember wt Legher van den Marquis Spinola by Creutsenach int Bosch’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6 (vermeld als ‘Duc D’Arschot’). *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al25|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 25]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Beaumont, Albert graaf van, baron van Celles (1620-na 1660) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Sint Truyen den 16 dito|‘Wt Sint Truyen den 16 dito. [= 16 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Baron de Celle’). ;Brouchoven, Jan Baptist van (1619-1681) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Brussel den 30 dito|‘Brussel den 30 dito. [= 30 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Heer Baron van Bergeyck’). ;Croy-Solre, Philippe Emmanuel de (1611-1670) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Antwerpen den 28 dito|‘Antwerpen den 28 dito. [= 28 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Grave van Solre’). ;Enkevort, Adriaan van (1603-1663) *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Weenen den 9 Augusti|‘Weenen den 9 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1]. ;Karel van Bourgondië, graaf van Wakken (ca. 1585-1631) *Anoniem (31 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/31 augustus#art1al3|‘Uerhael van het optrecken van zijn Excellentie den Marquis Spinola, wt dese Nederlanden, ende is ghetrocken met eenen Legher naer Duytslandt, als volcht’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7 (vermeld als ‘mijn Heere van Wackenee’). ;Lannoy, Claude van (1578-1643) *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art5|‘VVt Antwerpen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7 (vermeld als ‘mijn Heere de la Motterie’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen, ende des Marquis Spinola Legher, 24. Octobris. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘Monsieur de La Motterie’). ;Ligne, Claude Lamoral I van (1618-1679) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Palermo den 7 Augusti|‘Palermo den 7 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘onsen Viceroy’). ;Longueval, Karel Bonaventura van (1571-1621) *Anoniem (23 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/23 november/VVt Ceulen, den 17. November|‘VVt Ceulen, den 17. November’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'' (vermeld als als ‘de Grave van Bucquoy’). *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt Prage, den 28. dito|‘VVt Prage, den 28. dito. [= 28 april 1619]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'' (vermeld als ‘De Grave van Bucquoy’). *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art3|‘Wt Weenen den 15. Januarij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5 (vermeld als ‘Den Generael Graef van Bucquoy’). *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art2al2|‘Wt Weenen in Oostenrijck 18. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (vermeld als ‘den Graeff van Bucquoy’). *Anoniem (27 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620#art5|‘Wt den Legher van Duytslandt, met eenen Extraordinaris Courier ghearriveert den xxiij. Februarij 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (als ‘den Grave van Busquoy’). *Anoniem (13 maart 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 maart (2)#art1|‘Verhael vanden slach tegen de Boheemsche met tijdinghe van Weenen den 19. Februarij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (13 maart 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 maart (2)#art3al3|‘Den xix. Febr. wt Weenen 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem ([10] april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/april#art1al12|‘Wt Weenen xj. Meert 1620’, alinea 12-13]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (28 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 april (2)#art1al3|‘Wt Weenen den eersten April 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (28 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 april (2)#art2|‘Wt Weenen in April 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-8. *Anoniem (30 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 april#art3al4|‘Wt Weenen 8. April 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (30 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 april#art7|‘Versche Tijdinghe wt Weenen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/Vytet Keyserl. quartier tot Etsdorp den 14. A.|‘Vytet Keyserl. quartier tot Etsdorp den 14. A.[pril]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Bucquoy’). *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Praghe den 17. April|‘VVt Praghe den 17. April’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘De Grave van Bucquoy’). *Anoniem (8 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 mei (1)#art1al6|‘Gheschreuen wt weenen den viij. April’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (8 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 mei (2)#art1|‘Met seker tydinghe vvt VVeenen in Oosten-rijck, den 17 April 1620. van den grooten slach ende victorie die s’Keysers volck heeft vercreghen teghen de Rebellen van Bohemen den 12. April 1620. onder t’beleyt vanden Generaelen Graeff van Bucquoy’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Aboniem (8 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 mei (3)#art1al2|‘Wt Praghe den 17. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (8 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 mei (3)#art3|‘Wt Weenen den 17. April 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al7|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art1al2|‘Tijdinghe wt weenen, van den 13. Mey 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (1)#art1|‘wt weenen in Oostenrijck. Gheschreven den 12. Junij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (2)#art1|‘Tijdinghe gheschreven wt des Keysers legher tot Langenlois, den 17. Junij 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (2)#art2|‘Wt Keysers legher van Heytersdorff den xvj. Junij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (4 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 augustus#art1al6|‘Wt weenen’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (1)#art1al2|‘Met Brieuen wt weenen van v. Augusti’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (26 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art1al7|‘Met Brieuen wt weenen van x. Augusti’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Weenen den 12 dito|‘VVt Weenen den 12 dito. [= 12 augustus 1620]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘De Grave van Bucquoy’). *Anoniem (12 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/12 september#art1al3|‘Wt Weenen 20. Augusti’, alinea 3]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/12 september#art1al16|16]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Weenen den 2. dito|‘VVt Weenen den 2. dito. [= 2 september 1620]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘Buquoy’). *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt VVeenen den 4. dito|‘VVt VVeenen den 4. dito. [= 4 september 1620]’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Grave van Bucquoy’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘Buquoy’). *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (2)#art1al2|‘Tijdinghe vvt Praghe, van 1. September’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1|‘Wt Weenen den 9. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art3|‘VVt VVeenen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art1al2|‘Wt den Beyerschen Velt-legher vanden xiiij. September Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art6|‘Wt Franckfort vanden 28. ditto. [= 28 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (9 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 oktober (1)#art1|‘UUt weenen den xvij. Septembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3al6|‘Wt Praghe’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Praegh, den 5 dito|‘VVt Praegh, den 5 dito. [= 5 oktober 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Buquoy’). *Anoniem (17 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 oktober#art3al3|‘Wt Praghe den 7. October 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2|‘VVt VVeenen 7. October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (2)#art1al2|‘Tijdinghe wt den Legher voor Budna van date 7. Octobris 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem ([ca. 23] oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 23 oktober#art1|‘Wt Weenen den 7. Octobris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (27 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 oktober#art1al11|‘Tydinge vvt den Legher van zijn Ex. Marquis Spinola, tot Oppenheym den xv. October. 1620’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-13. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Munchem in Beyeren den 24. dito|‘Wt Munchem in Beyeren den 24. dito. [= 24 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Grave van Bucquoy’). *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al24|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 25]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Weenen den 3. Ianuarij|‘Wt Weenen den 3. Ianuarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den Grave van Bucquoy’). *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Weenen den 6. Ianuarij|‘Wt Weenen den 6. Ianuarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den Grave van Bucquoy’). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt VVeenen, den 9. dito|‘VVt VVeenen, den 9. dito. [= 9 januari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘De Grave van Bucquoy’). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 5-6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘die Grave van Bucquoy’). *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Weenen den 9. Ianuarij|‘Wt Weenen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Bucquoy’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Grave van Bucquoy’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 3. dito|‘Wt Weenen den 3. dito [= 3 februari 1621]’, alinea 2 en 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Die Graven van Bucquoy’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt VVeenen, den 7. dito|‘VVt VVeenen, den 7. dito. [= 7 februari 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘De Grave van Bucquoy’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Prage, den 9. dito|‘VVt Prage, den 9. dito. [= 9 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2] (als ‘de Grave van Bucquoy’). *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Brin in Moravien den 1, Februarij|‘Wt Brin in Moravien den 1, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Bucquoy’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Weenen den 24. Februarij|‘Wt Weenen den 24. Februarij’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Weenen den 10. Martij|‘Wt Weenen den 10. Martij’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/Wt VVeenen den 6. Mey|‘Wt VVeenen den 6. Mey’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVt VVeenen den 12. dito|‘VVt VVeenen den 12. dito. [= 12 mei 1621]’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Longueval, Karel Bonaventura van; Slag op de Witte Berg :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/17e eeuw/Slag op de Witte Berg]] ;Melun, Willem III van (1588-1635) *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Oppenheym den 12 dito|‘VVt Oppenheym den 12 dito. [= 12 september 1620]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘den Prince van Espinoy’). *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Vorsten legher den 14. dito|‘VVt het Vorsten legher den 14. dito. [= 14 september 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Marquis Espinoi’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al8|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 8-9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (27 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 november#art1al16|‘VVt den Legher van sijn Exc. Marquis Spinola van 13. Nouember 1620’, alinea 16]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8 (vermeld als ‘den Prince van Espinay’). *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al31|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 31]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Noyelles, Jacques-Louis, graaf van (ca. 1655-1708) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/’s Gravenhage den 28 Iuly|‘’s Gravenhage den 28 Iuly’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Peckius, Petrus (1562-1625) *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Men seght datter eenen Petrus Peckius ghesonden sal worden|‘Men seght datter eenen Petrus Peckius […] ghesonden sal worden, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Serclaes van Tilly, Johan t' (1559-1632) *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Munchem in Beyeren den 24. dito|‘Wt Munchem in Beyeren den 24. dito. [= 24 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Monsieur Tilly’). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als ‘Monsieur Tilly’). *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (2)#art1|‘VVaerachtighe Tydinghe van Duytslant, ende hoe dat den Bethlehem Gabor de Croone van Hongarijen mede ghenomen heeft’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt VVeenen, den 10. April|‘VVt VVeenen, den 10. April’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘Monsieur Tilli’). ;Steenhuys, Willem van (1558-1638) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art4al2|‘VVt Oppenheym den 21. Sept’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art2|‘Wt Oppenheym 7. Octobris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art5|‘VVt Colen den 10. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Tourlant (= Jacob Tourland?) *Anoniem (31 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/31 augustus#art1al3|‘Uerhael van het optrecken van zijn Excellentie den Marquis Spinola, wt dese Nederlanden, ende is ghetrocken met eenen Legher naer Duytslandt, als volcht’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Weert, Jan de *Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Maestricht|‘Wt Maestricht’]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2]. == 18e eeuw == ;Le Louchier, Agnes (ca. 1660-1717) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Gravinne van Arco’). ;Ligne, Charles-Joseph de (1735-1814) *Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Ostende den 20 November|‘Ostende den 20 November’, alinea 3]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mercy-Argenteau, Florimond de (1727-1794) *Anoniem (17 december 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 151/Parys den 10 December|‘Parys den 10 December’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. == 19e eeuw == ;Angillis, Angelus Benedictus Xavierius (1776-1844) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Anspach, Jules (1829-1879) *Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Buitenlandsch overzicht|‘Buitenlandsch overzicht’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;Buls, Karel (1837-1914) *[Lauweriks, J.L.M.] (4 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 36/Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel|‘Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel. 28 Aug.-2 Sept. 1897. Bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan der Société centrale d’architecture de Belgique’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 36, p.&nbsp;165-166. ;Bus de Gisignies, Leonard du (1780-1849) *Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Amsterdam den 29 November|‘Amsterdam den 29 November’, alinea 9]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Claessens Maris, Johan Baptist Joseph (1767-1829) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Coppieters Stochove, Charles (1774-1864) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;D’Aspremont Lynden, Guillaume (1815-1889) *Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Belgie|‘Belgie’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;De Borchgrave d'Altena, Guillaume Georges François (1774-1845) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 11]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;De Bousies, Philippe (1789-1875) *Anoniem (5 februari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 16/Brussel den 31 Januarij|‘Brussel den 31 Januarij’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. ;De Bruyn, Léon (1838-1908) *[Lauweriks, J.L.M.] (4 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 36/Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel|‘Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel. 28 Aug.-2 Sept. 1897. Bij gelegenheid van het 25-jarig bestaan der Société centrale d’architecture de Belgique’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 36, p.&nbsp;165-166 (vermeld als ‘den Minister de bruijn’). ;De Decker, Pieter (1812-1891) *Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Buitenlandsch overzicht|‘Buitenlandsch overzicht’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;De Sauvage, Etienne (1789-1867) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 13]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;De Snellinck, Joseph Louis Hubert Ghislain Theodore (1768-1832) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;De Waepenaert de Termiddelerpen, Karel (1760-1834) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’, alinea 2]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Eloy de Burdinne, Pierre (1776-1855) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 13]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Fallon, Théophile (1791-1872) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’, alinea 3]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Goelens, Wijnand (1768-1855) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’, alinea 2]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Goubau d’Horvorst, Melchior (1757-1836) *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Brussel den 11 September|‘Brussel den 11 September’, alinea 3]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Directeur van den Catholijken Eeredienst’). ;Huyttens Kerremans, Jacob Joseph (1779-1836) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’, alinea 2]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Jacmart, Camille (1821-1894) *Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/België|‘België’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Lefebvre, Marc (1788-1843) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 6]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Nagelmaeckers, Gérard (1777-1859) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 13]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Orban-Rossius, Henri (1779-1846) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 13]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Pycke, Léonard (1781-1842) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Surlet de Chokier, Erasme Louis (1769-1839) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 11]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Van den Hove, Henri (1778-1842) *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Veranneman de Watervliet, Philippe (1787-1844) *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2-3]. == 20e eeuw == ;Deswarte, Alberic (1875-1928) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Hermans, Ward (1897-1992) *Anoniem (19 juli 1929) [[De Indische Courant/Jaargang 8/Nummer 252/De vervalschte documenten|‘De vervalschte documenten’]], ''De Indische Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Van Rijswijck, Jan (1853-1906) *Lauweriks, J.L.M. (18 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 38/Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel|‘Het IVe internationalecongres van architecten te Brussel. 28 aug.-2 sept. 1897. Bij ge­le­gen­heid van het 25-ja­rig be­staan der So­cié­té cen­tra­le d’ar­chi­tec­tu­re de Bel­gique’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 38, p.&nbsp;172-173. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] n2ijl7z75j31kv2n4d89q3h1nw6fcsm Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Alzey 100 79391 219534 217118 2026-04-05T09:26:26Z Vincent Steenberg 280 typo 219534 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Alzey | afbeelding = Alzey Merian Palatinatus Rheni.jpg | alt = Alzey in 1645 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van [[w:Alzey|Alzey]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art2al5|‘1620. den 3. Nouember wt Legher van den Marquis Spinola by Creutsenach int Bosch’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6. ;Inname van Alzey, 10 september 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Alzey/Inname van Alzey]] ;Bezetting van Alzey *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art2al11|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van den 9 December’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (Alzey vermeld als ‘Altzeim’). *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art1|‘Tydinghe vanden Rijnstroom in Decembris, 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3. ;De Protestantse Unie probeert Alzey te heroveren, oktober 1620 *Anoniem (27 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 oktober#art1|‘Tydinge vvt den Legher van zijn Ex. Marquis Spinola, tot Oppenheym den xv. October. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-13 (Alzey vermeld als ‘Altseim’). ;Spinola geeft de lenen van Alzey weg *Anoniem (27 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 november#art1al5|‘VVt den Legher van sijn Exc. Marquis Spinola van 13. Nouember 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] kbqekodmuik3jreeogxjch610t8yvwx Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/328 104 85613 219510 2026-04-04T14:35:40Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219510 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh|310|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>kliertjes van den bodem beter in hare geheele uitgebreidheid kunnen overzien dan die van het midden des bekers, en daardoor den indruk verkrijgen, alsof de eersten grooter waren dan de laatsten. Voor het overige blijft de mogelijkheid bestaan, dat de bodemkliertjes inderdaad meer omvang hebben dan de hooger gelegene. De vraag, of aan het bedauwde of doffe gedeelte des bekers, tusschen de glanzige streek en het deksel gelegen, ook kliertjes waar te nemen zijn, hebben wij op bl. 305 zijdelings reeds in ontkennenden zin beantwoord. Dat antwoord was evenwel slechts in zooverre juist te noemen, als wij daarmede wenschten te kennen te geven, dat de kliertjes der glanzige streek op de doffe worden gemist. Er komen toch, ook op deze laatste, verhevenheden voor, maar van geheel anderen aard en een geheel ander voorkomen dan alle vroeger beschrevene, verhevenheden van een halvemaanswijzen vorm (fig. 10 ''a'') en uit slechts eene enkele cel bestaande. Of echter deze verhevenheden de onmeetbaar kleine korreltjes (''b'') afzonderen, die men in hare nabijheid liggen ziet, en of verder deze ligchaampjes het doffe uiterlijk der bovenste bekerstreek te weeg brengen, dit zijn vragen, waarop ik vooralsnog het antwoord moet schuldig blijven. De verklaring van {{sc|meijen}} (''Phys''., II, 513), dat de geheele binnenste oppervlakte der Nepentheskruikjes met kliertjes bezet is, deel ik dus ten volle; maar met dien schrijver {{image missing}} Fig. 10. Stukje opperhuid van de doffe streek. der binnenzijde van een kruikje van ''N. phyllamphora'', veel vergroot (naar eene teekening van den schrijver); ''a'' halvemaanswijze cellen, ''b'' korrelige stof. stilzwijgend aan te nemen, dat die werktuigjes overal dezelfde waarde hebben, dit kan ik niet. Het mag opmerkelijk heeten, dat de binnenzijde van het deksel der Nepenthesbekers met dezelfde soort van (onbedekte) kliertjes bezaaid is als de bekerbodem (fig. 2 ''d''). Meermalen werd de vraag geopperd, of ook zij een waterachtig vocht zouden afzonderen? Ik kan die vraag<noinclude></noinclude> 92ydpezrl66wem43c4fyn272s37tt8c Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/329 104 85614 219511 2026-04-04T14:40:30Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219511 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude> bevestigend beantwoorden, daar ik meermalen kraaltjes vocht aan die kliertjes kleven zag. Als dus {{sc|meijen}} (l.c.) het tegenovergestelde gevoelen uitspreekt en op grond van zijne waarneming, dat die kliertjes geen vocht uitscheiden, almede zijne stelling tracht te verdedigen, dat de kliertjes aan de binnenzijde der Nepenthesbekers met de afscheiding van vocht in de kruikjes niets te maken hebben; dan moet ik hem op nieuw tegenspreken en de waarde ook van dit argument ten gunste zijner {{SIC|denkbeelden|denkeelden}} aangaande die vochtsecretie ontkennen. Ten opzigte van de hoeveelheid vocht, in de Nepentheskruikjes vervat, deelen wij mede, dat {{sc|korthals}} die kruikjes, onder de keerkringen, nog vóór dat het deksel zich geopend had, tot op de helft gevuld vond. Ik zelf zag in den hortus alhier het vocht in de bekers van ''N. phyllamphora'' en ''laevis'' nooit hooger stijgen dan tot {{smaller|{{frac|1|3}}}}. Verder vond {{sc|korthals}} de afscheiding van water in de N.-bekers altijd aanzienlijker gedurende den dag dan wel gedurende den nacht, eene uitkomst, in strijd met de opgaven van {{sc|rumphius}}, waarin het tegenovergestelde wordt verzekerd. {{sc|Korthals}} is niet wars van het denkbeeld, dat de in tropische gewesten na zonsondergang zoo rijkelijk vallende dauw tot de vulling van de 's nachts door {{sc|rumphius}} waargenomen bekers hebbe bijgedragen, en dat aan den anderen kant de verdamping van vocht uit de bekers over dag door denzelfden schrijver niet naar hare juiste waarde geschat werd. Ook meent hij, dat de afscheiding van water in de bekers onder den invloed van het licht aanzienlijker is dan in de schaduw. Uit het onvolledige dezer opgaven blijkt, dat er aan onze kennis aangaande de periodiciteit van de vochtsecretie in de kruikjes van Nepenthes nog veel kan worden toegevoegd. Scheikundige analysen van het bedoelde vocht hebben geleerd, dat het voornamelijk uit water bestaat en niet meer dan 0.72 tot 0.92 pCt. aan vaste stoffen bevat. In deze laatsten vond men citroen- en appelzuur, chloor, kali, natron, kalk en magnesia. Wij mogen het er voor houden, dat hiermede de belangrijkste eigenschappen der N.-bekers zoowel als die der ranken, waardoor zij gedragen worden, en der groene platen, waarin deze laatsten naar beneden<noinclude></noinclude> edbasop6yaw5y2psuhca05a1mqzkp9b 219512 219511 2026-04-04T14:40:44Z WeeJeeVee 2844 header 219512 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN. |311}}</noinclude> bevestigend beantwoorden, daar ik meermalen kraaltjes vocht aan die kliertjes kleven zag. Als dus {{sc|meijen}} (l.c.) het tegenovergestelde gevoelen uitspreekt en op grond van zijne waarneming, dat die kliertjes geen vocht uitscheiden, almede zijne stelling tracht te verdedigen, dat de kliertjes aan de binnenzijde der Nepenthesbekers met de afscheiding van vocht in de kruikjes niets te maken hebben; dan moet ik hem op nieuw tegenspreken en de waarde ook van dit argument ten gunste zijner {{SIC|denkbeelden|denkeelden}} aangaande die vochtsecretie ontkennen. Ten opzigte van de hoeveelheid vocht, in de Nepentheskruikjes vervat, deelen wij mede, dat {{sc|korthals}} die kruikjes, onder de keerkringen, nog vóór dat het deksel zich geopend had, tot op de helft gevuld vond. Ik zelf zag in den hortus alhier het vocht in de bekers van ''N. phyllamphora'' en ''laevis'' nooit hooger stijgen dan tot {{smaller|{{frac|1|3}}}}. Verder vond {{sc|korthals}} de afscheiding van water in de N.-bekers altijd aanzienlijker gedurende den dag dan wel gedurende den nacht, eene uitkomst, in strijd met de opgaven van {{sc|rumphius}}, waarin het tegenovergestelde wordt verzekerd. {{sc|Korthals}} is niet wars van het denkbeeld, dat de in tropische gewesten na zonsondergang zoo rijkelijk vallende dauw tot de vulling van de 's nachts door {{sc|rumphius}} waargenomen bekers hebbe bijgedragen, en dat aan den anderen kant de verdamping van vocht uit de bekers over dag door denzelfden schrijver niet naar hare juiste waarde geschat werd. Ook meent hij, dat de afscheiding van water in de bekers onder den invloed van het licht aanzienlijker is dan in de schaduw. Uit het onvolledige dezer opgaven blijkt, dat er aan onze kennis aangaande de periodiciteit van de vochtsecretie in de kruikjes van Nepenthes nog veel kan worden toegevoegd. Scheikundige analysen van het bedoelde vocht hebben geleerd, dat het voornamelijk uit water bestaat en niet meer dan 0.72 tot 0.92 pCt. aan vaste stoffen bevat. In deze laatsten vond men citroen- en appelzuur, chloor, kali, natron, kalk en magnesia. Wij mogen het er voor houden, dat hiermede de belangrijkste eigenschappen der N.-bekers zoowel als die der ranken, waardoor zij gedragen worden, en der groene platen, waarin deze laatsten naar beneden<noinclude></noinclude> jc6naket0qv1q398alhi3yoznouc38x Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/330 104 85615 219513 2026-04-04T14:44:24Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219513 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|312|DE BEKERPLANTEN. |}}</noinclude>uitloopen, afgehandeld zijn. De vraag blijft echter nog te beantwoorden over, welke morphologische beteekenis aan genoemde onderdeelen en vooral aan de kruikjes gehecht moet worden. Afgaande op de kennis, dat de bladen van zeer vele planten, zoo als b.v. van de Ranonkels, de schermdragende gewassen (Peterselie, Fenkel, Selderij, enz.) en meer anderen in drie onderdeelen verdeeld kunnen worden, nl. in een eigenlijk gezegd blad of eene bladschijf, een steel, en eene uitbreiding van dezen laatsten of eene zoogenoemde bladscheede, heeft men herhaaldelijk de vraag geopperd, welke betrekking er tusschen deze onderdeelen en die van een N.-blad bestaat, m.a.w. als hoedanig men het kruikje, de rank en de plaat der N.-bladen te beschouwen hebbe? Bij de meeste der nieuwere schrijvers nu vindt men de stelling uitgesproken, dat het eigenlijk gezegde blad of de bladschijf der Nepenthessen door het bekerdeksel vertegenwoordigd wordt; dat de beker ons den hol geworden top van den rankvormigen bladsteel voorstelt; eindelijk, dat datgene, wat de meeste overeenkomst heeft met de bladschijf van andere planten, d.i. de groene plaat, als de verbreede voet des steels of, wat hetzelfde is, als eene bladscheede behoort aangemerkt te worden. Zonder ons nu voor de juistheid van deze stelling of van eenige andere, die door vroegere schrijvers voorgedragen werd, te verklaren, willen wij alleen doen opmerken, dat eene volledige ontwikkelingsgeschiedenis aan geene harer ten grondslag ligt, en dat dus datgene, wat aan de verklaring van de waarde der bedoelde werktuigen klem zou kunnen bijzetten, daarin geheel wordt gemist. {{sc|J. dalton hooker}} nu heeft onlangs getracht deze leemte aan te vullen, door N.-bladen van hun eerste verschijnen — het tijdperk, waarin zij niet grooter waren dan 2 millimeter — tot aan de volkomene scheiding hunner onderdeelen na te gaan, en als de uitkomst van zijn onderzoek vastgesteld, dat de N.-bekers, in vereeniging met hun deksel, hunne rank en hunne groene plaat, het eigenlijk gezegde blad of de bladschijf uitmaken; dat de ranken niet anders zijn dan zamengetrokken plaatsen dezer bladschijf, te vergelijken bij de klawieren, die men bij vele vlinderbloemige planten (Erwten, Lathyrussen, enz.) uit den top der bladen ziet te voorschijn komen; dat de bekers blaasvormig uitgezette<noinclude></noinclude> j4kz36xa67jcl8w9c0j50diy7hxd5fs Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/331 104 85616 219514 2026-04-04T14:51:36Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219514 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN. |313}}</noinclude>klieren zijn, in het weefsel des blads, even onder zijn top, door het zich naar binnen uitzetten van oppervlakkige indrukselen, ontstaan (men vergelijke nevensgaande reeks van figuren, welke ons eenige stadia uit de ontwikkeling der bekers voorstellen); dat het reeds van den aanvang zeer sterk hellende deksel de uitgegroeide {{image missing}} Fig. 11, Ontwikkeling van de stengelkruikjes van ''N. gracilis'' (fig ''a'' - ''e'') en ''Rafflesianus'' (fig ''f'' - ''h''), veel vergroot (naar {{sc|hookes}}); ''b'' is eene verticale sectie van ''a'', en ''d'' van ''c''. — ''k eerste aanleg van het kruikje. voorzijde is van dat gedeelte des bladtops, 't welk boven het klierindruksel gelegen was; dat de spoor aan den voet des deksels ons den waren top, d.i. het uiteinde des blads voorstelt, waar voor en achterzijde zamenkomen; eindelijk, dat de bladachtige platen, waarin de rankvormige insnoeringen naar beneden uitloopen, de bases zijn der bladschijven. In dezelfde verhandeling, waarin {{sc|hooker}} ons met zijne onderzoekingen<noinclude></noinclude> 3i6degxkxl5wkuisnv77a2eg7zcnxtu Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/332 104 85617 219515 2026-04-04T14:55:28Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219515 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|314|DE BEKERPLANTEN. |}}</noinclude>aangaande de gesteelde bekers der Nepenthessen bekend maakt, spreekt hij ook over de ongesteelde, die, zooals wij reeds vroeger deden opmerken, gedurende de kieming het eerst op de zaadlobben volgen (fig. 5 ''a''). Het was hem niet mogelijk die bekers ooit, zelfs niet bij hun eerste verschijnen, in een anderen toestand dan in dien van beker te vinden, en de reeks van ontwikkelingstoestanden en overgangen, zooals hij die bij gesteelde bekers had leeren kennen, ontging hem dus hier ten eenenmale. Hieruit besluit hij, dat de ongesteelde bekers der Nepenthessen uitzettingen zijn van de middennerf aan de onderzijde des blads, en dat de bladachtige kammen, welke aan eene van de zijden dier bekers voorkomen, de laatste overblijfselen der eigenlijk gezegde schijf zijn. Dat het in de bekers der Nepenthessen uitgestorte vocht voor de planten zelven van eenig verder nut zoude zijn, valt zeer te betwijfelen. {{sc|Korthals}} schijnt dit denkbeeld evenwel niet zoo ongerijmd te vinden, en wel op grond daarvan, dat hij 1) de bekers regenwater opnemen en zoodoende de rol van reservoirs vervullen zag; 2) afgesneden Nepenthessen, bij eene vermindering van het vocht in hare kruikjes (ook wanneer hij deze met opzet gevuld had), nog gedurende een geruimen tijd zag voortleven, en eindelijk 3) oplossingen van kwik- en koperzouten, in de kruikjes gegoten, eene vernietigende werking op de planten zag uitoefenen. Het komt mij echter voor, dat de kracht dezer argumenten te wenschen overlaat, en dat zij niet als van overwegenden invloed op de beantwoording der gestelde vraag kunnen beschouwd worden. De inboorlingen van vele eilanden, waarop Nepenthessen voorkomen, koesteren voor die planten een zekeren eerbied, of zijn te haren opzigte met bijgeloovige denkbeelden vervuld. Zoo zag {{sc|korthals}} op een zijner togten op den Merapi zijne geleiders gebeden voor ''Nepenthes Bongso'' uitstorten, en haar als de bewaakster des bergs eene soort van offer brengen. En zoo ook verhalen ons andere reizigers, dat de inboorlingen van de Molukken en Madagascar bepaaldelijk gelooven, dat het uitstorten van de bekers der Nepenthessen het vallen van regen ten gevolge heeft. Dat de Maleijers en Madagaskaren de kruikjes der Nepenthessen voor bloemen aanzien, kan ons<noinclude></noinclude> 3fz019ocea27c6suw6qaketewg9atfi Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/333 104 85618 219516 2026-04-04T15:00:06Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219516 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN. |315}}</noinclude>niet verwonderen, daar menig Europeaan hetzelfde doet. De ware bloemen der Aziatische bekerplanten hebben echter een geheel ander voorkomen en verdienen daarom nog een oogenblik onze aandacht. Alle Nepenthessen zijn tweehuizig, d.w.z. dat alle bloemen van een en hetzelfde individu òf mannelijk òf vrouwelijk, maar nooit, zooals bij de meeste planten, waarmeê wij dagelijks omgaan, tweeslachtig zijn. Men kan dus met recht van mannelijke en vrouwelijke individuën onder de Nepenthessen gewagen. Altijd zijn die bloemen aan de toppen der stengels en takken tot trossen of pluimen vereenigd, nooit komen zij verspreid voor. Vindt men hier of daar een bloemtros van ter zijde vastgehecht, dan kan men verzekerd zijn, dat hij door eene nawassende zijloot verdrongen en genoodzaakt werd een ongewonen stand aan te nemen. In zeer jeugdigen toestand zijn de bloemtrossen meest bruin- of grijsharig, later worden de haren afgeworpen, en komt de veelal vijfhoekige bloemspil bloot te liggen. Door hun kogelronden vorm wijken de mannelijke bloemknoppen van de meer eironde vrouwelijke af. Zijn de bloemknoppen eenmaal geopend, dan onderscheidt men daaraan steeds een vierdeelig hulsel of bloemdek, waarvan de slippen zich weldra naar buiten omkrullen (fig. 12 ''a'' en ''b'', ''x''), en verder, in het midden, de mannelijke of vrouwelijke voortplantingswerktuigen (ibid. ''z'' en ''ij''). Nooit trekt het bloemdek het oog door fraaije kleuren of door zijne uitgebreidheid, integendeel — de groene {{image missing}} Fig. 12 ''a''. Fig. 12 ''b'' Eene mannelijke (a) en vrouwelijke bloem (4) van verschillende Nepenthessen, vergroot (naar {{sc|korthals}});''k'' bloemdek; ''z'' zuil van helmdraden, ''h'' krans van helmknoppen, ''ij'' eijerstok, ''s'' stempels.<noinclude></noinclude> 8qjd0s4jvtw4ni7esgeysxkmgapkgwo Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu 106 85619 219517 2026-04-05T08:19:09Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219517 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} b15fjhwhtrv8ou6awz01k4x5baxu4dh Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/1 104 85620 219518 2026-04-05T08:19:58Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219518 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Ianuarius 1621.}}||7.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|{{xxxx-larger|{{tt|POSTILLIOEN}}}}}} {{c|{{x-larger|{{tt|VVtghesonden}}}}}} {{c|{{xxx-larger|Om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe.}}}} {{c|Eerst ghedruckt den 18. Januarius. 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007 p 1 illustration.jpg|400px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeven, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.{{gap}}Met Gratie ende Privilegie.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> hdpvhoqkhrwh8xfffgsmgdhdvxk66dt Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/2 104 85621 219519 2026-04-05T08:20:08Z Vincent Steenberg 280 /* Zonder tekst */ 219519 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><noinclude></noinclude> k07t5xu51c1kp9mtbmu9ycj6wzmkyfu Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/3 104 85622 219520 2026-04-05T08:20:58Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219520 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-04-17 (circa) p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|{{sp|POSTILLIOEN}}}}}}}} {{c|{{x-larger|{{tt|VVtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe, 1621.}}}}}} {{initiaal|I}}Ck moet alomme gaen loopen soecken<br>In alle canten in alle hoecken:<br>Den Beemschen Coninck, wiens volck voor Praghen,<br>Onlancx deerlijck is verslaghen,<br>Die heeft sonder vele gherucht<br>Ghenomen heymelijck de vlucht,<br>Seght eens hebdy niet ghesien<br>Den verloren Palatin?<noinclude>{{rechts|Ghy}}</noinclude> tvmxh426xbeqx9cy3hyanbldi0m5rlm Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/4 104 85623 219521 2026-04-05T08:21:39Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219521 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude><br>{{gap}}Ghy Soldaeten die ghinckt loopen,<br>Hier, ende daer met groote hoopen,<br>Om t’ontcomen het dangier,<br>Van het Keysers volcks rappier,<br>Ghy light verstopt aen eenen cant<br>Oft zijt ghevloden wt het Lant:<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Hoort ghy Borgers oock van Praghen<br>Antwoort eens op mijnder vraghen<br>Onder t’cryschvolck datmen sach,<br>T’uwaerts vlieghen naer den slach:<br>D’een die spronck hier ouer t’boort,<br>D’ander die is daer versmoort.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Seght oock eens ghy arme boeren,<br>Die u qualijck oock derft roeren,<br>Slaept in Bosschen, in Speloncken,<br>In Cavernen holle troncken:<br>Soud’hy niet zijn comen schuylen,<br>By u inde doncker cuylen.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Bethlem Gabor die in als,<br>Compaignon zijt vanden Pals,<noinclude>{{rechts|Ick}}</noinclude> qjg7o49nm4lglikem4hbdvypa6kzvkq Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/5 104 85624 219522 2026-04-05T08:22:09Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219522 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><br>Ick meyne dat ghy hebt verstaen<br>Hoet met hem is al vergaen:<br>Hebdy van hem niet vernomen,<br>Is hy tot u niet ghecomen.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}En ghy duytsche Protestanten,<br>Die opt hooft hem wilde planten:<br>Die Croone van het Beemsche rijck,<br>Teghen reghel ende practijck,<br>Heeft hy u niet comen claeghen,<br>Hoe hy is ghecrauwt voor Praghen.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Ghylieden om wiens raet,<br>Hy aenveerde dien staet:<br>Meynde dat u Ruyterijen,<br>Hem van alles souden bevrijen,<br>Hebdy noch gheene nieuwe maeren,<br>Waer hy mach ween vervaeren?<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Cooplie die versch comt van Londen,<br>Hebdy hem daer niet ghevonden,<br>Heeft den Coninck gheen verlanghen,<br>Om aldaer weder t’ontfanghen,<noinclude>{{rechts|Onse}}</noinclude> qplwbqoci243rkx88d45u02mq27gdrk Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/6 104 85625 219523 2026-04-05T08:22:43Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219523 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude><br>Onsen nieuwen verloren Sone,<br>Ballinck vande Beemsche Croone.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Alle de gheene die hebt te doen,<br>By den Hertoghe van Bulloen,<br>Oft aldaer zijt ghepasseert,<br>Hebdy niet gherencontreert,<br>Een Jonck man met vrouwe en kint,<br>Die niet seer wel en was ghesint.<br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}Ghy Hans-ende Rijck-steden seydt,<br>Hebdy ghy hem wech gheleydt,<br>Tot dat hy het gheleende gelt,<br>U wederomme heeft ghetelt:<br>Want daer fortuyne is door ghegaen,<br>Daer is die vrientschap al ghedaen.<br>Seght eens hebdy niet ghesien<br>den verloren Palatin?<br>{{gap}}Pelegrims die d’weers door het Lant,<br>Met u Palsters inde hant,<br>Hier en daer compt te verkeeren,<br>Schuylt hy niet onder u cleeren,<br>Hebdy nerghens onderweghen,<br>Eenen compaignon ghecreghen.<noinclude>{{rechts|Seght}}</noinclude> q7iw97ajhklc02u91vdaylgp3l4l0le Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/7 104 85626 219524 2026-04-05T08:23:18Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219524 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude><br>Seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren Palatin?<br>{{gap}}En ghy nieuwe Hooch-duytsche Joden,<br>Is hy by u niet ghevloden,<br>Om te manghelen zijn habijt,<br>Om daer deur te zijn bevrijt,<br>Ende niet te zijn bekent,<br>Van het Crijsch-volck daer ontrent.<br>seght eens hebdy niet ghesien,<br>den verloren Palatin?<br>{{gap}}Ghy Calvinische Predicanten<br>En ghy Heydelberchsche quanten,<br>Houdt ghy hem oock niet verborghen,<br>Om te roepen heden oft morghen,<br>Op derthiendach alsmen singht,<br>Coninck Lappeken die drinckt.<br>seght eens hebdy niet ghesien,<br>den verloren Palatin?<br>{{gap}}Ghy mans, Huysmeesters altemael<br>En Rectoors van het Hospitael,<br>Is tot u niemant ghekomen,<br>Die zijn goet was afghenomen,<br>Hebdy ghy niemant by der hant,<br>Die veriaecht is wt zijn lant.<br>seght eens hebdy niet ghesien,<br>den verloren Palatin?<noinclude>{{rechts|Luyse-}}</noinclude> fwg6nj2gd8g0fkkwz81yfdrub5g4yzy Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu/8 104 85627 219525 2026-04-05T08:23:49Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219525 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude><br>{{gap}}Sergianten ende andere gasten,<br>die veel Vremdelingen aentasten:<br>Hebdy ghy nerghens een ontmoet,<br>die gheen bant hadde om den hoet,<br>Zijne caussen hielen niet met allen,<br>den Caussebant was afghevallen.<br>seght eens hebdy niet ghesien,<br>den verloren Palatin?<br>{{gap}}Ick ben moede van soo te soecken,<br>Hoort ghy al die schuylt in hoecken,<br>Ghy en derft niet comen voor den dach,<br>Seght waer toch hy wesen mach:<br>Condy my hem erghens toonen,<br>Bucquoy salt u rijckelijck loonen.<br>seght eens hebdy niet ghesien,<br>Den verloren palatin. {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{rechts|{{x-larger|{{tt|V.C.D.W.A.}}}}|4em}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> s794x7ofv4vuewkgwo0jb05i9afvi1y Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7 0 85628 219526 2026-04-05T08:24:57Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219526 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 007.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 7, [maandag] 18 januari 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 6|Nummer 6]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Nummer 8]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] its2cp1k6ky7wwgruebt7n3m6xoyacg Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/334 104 85629 219529 2026-04-05T09:04:38Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219529 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh|316|DE BEKERPLANTEN. |}}</noinclude>of geelgroene kleur is daaraan eigen, en zelden overschrijdt het de lengte van 7 millimeters. De mannelijke bloemen (fig. 12 ''a''), die onaangenaam rieken, hebben in haar midden eene rolronde of bijkans vierkante zuil (''z''), die in een rond ligchaampje eindigt, waaraan de 8, 12 of 16 helmknoppen (A) in een krans bevestigd zijn. Bij de vrouwelijke (fig. 12 ''b'') vindt_men op dezelfde plaats een gesteelden of ongesteelden, langwerpigen en vijfzijdigen stamper (''ij''), waaraan men wel een eijerstok (''ij'') en vier stempels (''s''), maar geen stijl onderscheiden kan. Gene is vierhokkig en bevat zeer vele eitjes. Na de bevruchting verandert hij in eene doosvrucht, die met vier kleppen openspringt, (fig. 13), waarvan elke op haar midden eene lijst draagt, die tot aanhechting dient van de uiterst fijne, vliezige en als gevleugelde zaadkorreltjes (fig. 14). Deze laatsten brengen bij de kieming twee zaadlobben voort (fig. 5 ''z z'') De vraag: welke verwantschap er tussehen de Nepenthessen en andere plantengroepen bestaat, is in den laatsten tijd in dien zin beslist, dat men haar (de Nepenthessen), in het natuurlijk stelsel, wél in de onmiddelijke nabijheid der Aristolochieeën of Pijpbloemigen geplaatst, maar toch tot eene afzonderlijke familie vereenigd heeft. {{image missing}} Fig. 13. Opengesprongen zaaddoos eener Nepenthes, vergroot (naar {{sc|korthals}}). {{image missing}} Fig. 14. Zaadkorrel eener Nepenthes, vergroot (naar {{sc|korthals}}). Het aantal.soorten van Nepenthes zal ongeveer 20 bedragen. Zij worden, al naardat hare bloemen tot trossen dan wel tot pluimen vereenigd zijn, en naar mate de hoogere bekers van kammen voorzien zijn of niet, in kleinere groepen verdeeld. De meesten daarvan behooren op Sumatra te huis, een kleiner getal op Banka en Borneo, en een nog kleiner op de andere vroeger genoemde eilanden, Voor zoo ver ik zulks uit de ter mijner beschikking staande werken konde opmaken, leveren Madasgascar, Ceylon en Celebes<noinclude></noinclude> g4e6ccldt2eh1j7t0g9rqat2k0fpg5m Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/335 104 85630 219530 2026-04-05T09:10:03Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219530 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|517}}</noinclude>ieder slechts ééne, hun alleen eigene soort van N. op; terwijl er op Borneo twee en op Sumatra zes verschillende soorten aangetroffen worden, die elders ontbreken. De niet onder deze 11 begrepene soorten komen op twee of meer eilanden te gelijk voor. In botanische tuinen en andere aan planten-kultuur gewijde instellingen vindt men slechts een gering getal soorten vertegenwoordigd, en wel bepaaldelijk: ''N. Rafflesiana, phyllamphora, destillatoria'' en ''laevis'' (''gracilis'' {{sc|kthls}}?). In de laatste jaren is dit viertal nog met eene vijfde vermeerderd, en wel met ''N. villosa''. Deze soort is in alle opzigten prachtig te noemen en laat dan ook, wat de schoonheid en de grootte harer bladen en bekers betreft, de overige soorten verre achter zich. Alleen ''N. Rafflesiana'' kan haar eenigermate worden ter zijde gesteld. In de ''Flore des Serres'' van {{sc|van houte}} vindt men (deel VI, pl. 213, en deel XII, pl. 1804) beide laatstgenoemde soorten in schitterende kleuren afgebeeld. Men vermenigvuldigt de Nepenthessen òf door afleggers òf door zaad. Daar men echter in tuinen van ééne en dezelfde soort meest slechts òf mannelijke òf vrouwelijke exemplaren, zelden echter beide te gelijk bezit, zoo is het duidelijk, dat de vermenigvuldiging door afleggers regel, die door zaad uitzondering is. Versch ingevoerd zaad laat zich echter ook vrij gemakkelijk tot kieming brengen. Gaan wij thans over tot de beschouwing van het geslacht ''Sarracenia''. {{r|{{smaller|(''Wordt vervolgd'').{{gap|6em}}}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> 4l66kvuz0i9p19iuoawmj4biru4gaiv Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/336 104 85631 219531 2026-04-05T09:16:10Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219531 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|BETEL.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Het kaauwen van betel of sirie is in een zeer groot deel van Azie veel algemeener dan bij ons het tabaksrooken. In de belangrijke schetsen. uit de reis van {{sc|herman von schlagintweit}}, op het vasteland van Indie <ref> ''Allg. III. Zeitung'', Oct. 1862.</ref>, komen onder anderen over de betelplant en haar gebruik berigten voor. De betel behoort tot de pepergewassen en levert het blad, hetwelk in Britsch Indie en op de Oost-Indische eilanden dient tot omwikkeling van dunne schijven van de arekanoot<ref>De areka- of betelnoot is de vrucht van een palm (''Areca Catechu'').</ref> met een weinig kalk, dat zoo gekaauwd wordt als eene aromatische en sterk bijtende specerij, waaraan tevens een weinig verdoovende (narkotische) krachten eigen zijn. De betelpeper is een gewas, uitsluitend aan de keerkringslanden eigen, daar zij alleen langs de kusten aldaar gekweekt kan worden en op eenige hoogte ontwijfelbaar zoude mislukken. Ook wordt zij bij hare kweeking tegen den al te sterken gloed der zonnestralen en tegen de nachtelijke koude door aanplanting onder boomen beschut. Men weet, dat ook tusschen de keerkringen de koude 's nachts door de daar zeer sterke uitstraling der warmte uit de aardsche voorwerpen, naar evenredigheid van de hitte des daags, dikwijls zeer gevoelig kan zijn, zoodat bij den mensch vele ziekten daar werkelijk uit gevatte koude ontstaan. In Bengalen, hetwelk men als de noordelijke grens der betelkultuur kan aannemen, wordt zij in eene soort van hutten gepoot en tegen de uitersten van koude en hitte zorgvuldig bewaard. Het uitwendige van zulk eene hut moge ruw en onaanzienlijk zijn, het inwendige is, naar de beschrijving van {{sc|schlagintweit}}, van eene verrassende schoonheid, daar de bevallige vormen der rankende betelstengen en het helder groen der vaak digt bij elkander gegroepeerde bladeren een uitnemend fraai gezigt opleveren, waarvan het genot alleen door de vochtige en benaauwde temperatuur dier ruimten verminderd wordt.<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> rwycc8xk4g5x7erp9ofn5f0uema0t1m 219533 219531 2026-04-05T09:22:56Z WeeJeeVee 2844 nop 219533 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|BETEL.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Het kaauwen van betel of sirie is in een zeer groot deel van Azie veel algemeener dan bij ons het tabaksrooken. In de belangrijke schetsen. uit de reis van {{sc|herman von schlagintweit}}, op het vasteland van Indie <ref> ''Allg. III. Zeitung'', Oct. 1862.</ref>, komen onder anderen over de betelplant en haar gebruik berigten voor. De betel behoort tot de pepergewassen en levert het blad, hetwelk in Britsch Indie en op de Oost-Indische eilanden dient tot omwikkeling van dunne schijven van de arekanoot<ref>De areka- of betelnoot is de vrucht van een palm (''Areca Catechu'').</ref> met een weinig kalk, dat zoo gekaauwd wordt als eene aromatische en sterk bijtende specerij, waaraan tevens een weinig verdoovende (narkotische) krachten eigen zijn. De betelpeper is een gewas, uitsluitend aan de keerkringslanden eigen, daar zij alleen langs de kusten aldaar gekweekt kan worden en op eenige hoogte ontwijfelbaar zoude mislukken. Ook wordt zij bij hare kweeking tegen den al te sterken gloed der zonnestralen en tegen de nachtelijke koude door aanplanting onder boomen beschut. Men weet, dat ook tusschen de keerkringen de koude 's nachts door de daar zeer sterke uitstraling der warmte uit de aardsche voorwerpen, naar evenredigheid van de hitte des daags, dikwijls zeer gevoelig kan zijn, zoodat bij den mensch vele ziekten daar werkelijk uit gevatte koude ontstaan. In Bengalen, hetwelk men als de noordelijke grens der betelkultuur kan aannemen, wordt zij in eene soort van hutten gepoot en tegen de uitersten van koude en hitte zorgvuldig bewaard. Het uitwendige van zulk eene hut moge ruw en onaanzienlijk zijn, het inwendige is, naar de beschrijving van {{sc|schlagintweit}}, van eene verrassende schoonheid, daar de bevallige vormen der rankende betelstengen en het helder groen der vaak digt bij elkander gegroepeerde bladeren een uitnemend fraai gezigt opleveren, waarvan het genot alleen door de vochtige en benaauwde temperatuur dier ruimten verminderd wordt. {{nop}}<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> acwvst6smbi12fbhltspwftfmuciupk Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/337 104 85632 219532 2026-04-05T09:22:27Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219532 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||BETEL.|319}}</noinclude>Volgens {{sc|meijen}}, ''Peize om de aarde'', II, bl. 224 volg., wordt op het eiland Luçon de betel mede gekweekt en te Manilla zeer algemeen gebruikt, nagenoeg op dezelfde wijze, door de arekanoot in kleine langwerpige stukjes te verdeelen, de betelbladen op de binnenzijde te bestrijken met wat ongebluschten kalk, die van koralen en oesterschelpen gebrand is, en in smalle bandvormige strepen zamen te leggen, in welke men vervolgens het stukje arekanoot zeer handig wikkelt. Men noemt dit een ''buyo''. In ieder huisgezin heeft men een klein kistje of een bord, waar de toebereide buyo's voor den dag bewaard worden, en men biedt ze ieder die komt aan, bijna als bij ons een snuifje of een pijp. Zij, die reizen of in de open lucht arbeiden, dragen doozen of zakjes bij zich, in welke zij de buyo's bewaren. Behalve de inboorlingen, hebben vele Spanjaarden en andere Europeanen zich het kaauwen van de betel aangewend en het vertier van dit artikel van weelde is onbeschrijfelijk groot. Op alle markten en straten wordt de buyo verkocht. Op de ''haciendas'' (landhoeven) van het eiland wordt soms aan het volk, als dagelijksch arbeidsloon, eene zekere hoeveelheid rijst en een aantal sigaren en buyo's gegeven. Op de markten ziet men groote korven, die met de fraaije groote en hartvormige bladen der betelpeper dikwijls 3—4 voeten hoog opgevuld zijn en dan bij dozijnen of honderden verkocht worden. Voor den kalk bezigt men daar kalk, afkomstig van de schelpen aan de kust, maar ook dikwerf versteende schelpen, waardoor vaak zeldzame soorten vernietigd worden. Zoo had men op een hoogen berg op het eiland Luçon eene schelp, eene ''Chama'', van meer dan drie voeten lengte gevonden, welke men, ongelukkiger wijze, mede tot deze kalkbranding gebruikt heeft. Het schijnt, dat het gebruik der betel de tanden en het tandvleesch wel kleurt, donkerbruin of bijna zwart maakt, maar overigens voor de gezondheid niet schadelijk is. Ook in China is het betelkaauwen in gebruik, maar niet zoo algemeen als in den Oostindischen archipel en op de Philippijnsche eilanden. {{sc|Ida pfeiffer}} verhaalt in hare tweede reis om de wereld (Amsterdam, 1856, II, bl. 70), dat op Celebes, gedurende hare gansche reis, de meisjes bezig waren met siri te maken, dat hier niet in<noinclude></noinclude> reesmncxcpp3sylos5cif3m5m0sd82i Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/338 104 85633 219535 2026-04-05T09:30:38Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219535 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|320|BETEL.|}}</noinclude><section begin="betel"/>pakjes, maar in den vorm van sigaren vervaardigd wordt. "Zij bestrijken een betelblad met wat kalk uit gebrande schelpen, leggen een stukje arekanoot met wat gambier<ref> ''Gambier'' is eene zamentrekkende stof, die ook wel in de leerlooijerijen dient en verkregen wordt uit de bladen der gambierplant (''Uncaria Gambir'') in water gekookt en dit verkookt tot eene vaste bruine zelfstandigheid.</ref> er op, rollen het ineen en wikkelen er een draad om heen." {{r|[[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]{{gap|6em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} <section end="betel"/> <section begin="bron"/>{{c|{{larger|EENE MERKWAARDIGE BRON.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} Te Wellsville, graafschap Columbiana, Ohio, in Noord-Amerika, werd een put geboord, met het doel om naar steenolie te zoeken. Toen men tot eene diepte van 488 voet geboord had, volgde er eene zoo plotselijke uitbarsting van gas, dat de boorstang, met bovendien 200 voet van ingebragte buizen, als een laadstok uit een geweer uit het boorgat geworpen werd. Met het gas stroomde tevens een stroom zout water naar buiten, van gelijken doormeter als het boorgat, en verhief zich tot eene hoogte van 150 voet Deze uitbarsting duurde reeds zes maanden, toen de eigenaars besloten zoowel het gas als het zoute water te gebruiken, Thans bevindt zich daar eene zoutziederij. Het gas wordt door buizen naar eenen oven geleid, waar het door zijne verbranding de voor de verdamping van het water gevorderde hitte levert. Het gasvuur is daartoe volkomen toereikend en de vlammen verheffen zich, mijlen ver zigtbaar, tot boven den schoorsteen. De bron levert 6 gallons (ongeveer 28 liters) water in de minuut en elk uur een ''barrel'' zout. De drukking van het gas op den vierkanten duim wordt op 126 E. ponden geschat (''Polyt. Journ''., CLXVIII, p. 80). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} <section end="bron"/><noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 6cuj314iodlxm6si2xpqsn97uwdimss Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/339 104 85634 219536 2026-04-05T09:40:19Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219536 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{larger|{{sp|'''MAGI}}E.}}}} {{c|{{smaller|DOOR}} [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|Dr. D. LUBACH}}]]}} {{dhr}} {{rule|5em}} {{dhr}} Mogt iemand bij het lezen van het bovenstaande opschrift zich voorstellen daarin op eene reeks van tooververhalen en wonderbare gebeurtenissen te worden vergast, dan zal hij zich bij het lezen van dit opstel ongetwijfeld te leur gesteld vinden. Maar ook hem, die hier een grondig en wijsgeerig onderzoek der Magie van den ouden en den nieuweren tijd zoude meenen te ontmoeten, wacht dezelfde teleurstelling. Evenmin als het mijn oogmerk wezen kon een voor het Album der Natuur bestemd opstel te vullen met verhalen, alleen geschikt om te voldoen aan die zucht tot het wonderbare, die in meerdere of mindere mate het erfdeel van alle menschenkinderen schijnt te zijn, — even zoo min is het mogelijk om van het boven alle verbeelding rijke onderwerp der Magie in zulk een beperkte ruimte, als daarvoor in dit tijdschrift beschikbaar mag zijn, een eenigzins volledig en grondig overzigt te leveren. Mijn doel is dan ook alleen om op eene zoo veel mogelijk beknopte en eenvoudige wijze te ontwikkelen, wat, naar mijn inzien althans, voor het eigenlijk wezen der Magie moet gehouden worden, en welke de zeer natuurlijke grond voor het geloof aan Magie is, zoodat daaruit tevens kan worden opgemaakt, hoe de Magie met de wetenschap in haren oudsten vorm, en met de natuurwetenschap in het bijzonder, ten naauwste zamenhangt. Voor eene meer in bijzonderheden tredende kennismaking met de Magie en met al wat daartoe betrekking heeft, verwijs ik naar de uitvoerige geschriften daarover van {{sc|salverte, ennemoser}} en<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||21{{gap|2em}}}}</noinclude> ddiir8ezpts442uga8ayzm2gdemhkvt Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/340 104 85635 219538 2026-04-05T09:46:02Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219538 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|322|MAGIE.|}}</noinclude>van anderen, die over dit ook in den nieuwsten tijd zeer de belangstelling wekkende onderwerp geschreven hebben. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Elke behandeling eener zaak dient aan te vangen met eene bepaling, eene definitie van wat die zaak is. Maar reeds hier stuiten wij op eene groote moeijelijkheid. Want wanneer wij nagaan, wat van de oudste tijden, voor zoo ver zij ons bekend zijn, tot nu toe voor Magie gegolden heeft, dan zien wij in dat opzigt een groot verschil. ''Magie'' en ''Tooverkunst'' worden door den een wel, door den ander niet als gelijkbeteekenend beschouwd. En wat nu al, wat niet 't zij tot de Magie, 't zij tot de Tooverkunst, 't zij tot beiden kan gebragt worden, daarover is men het ook op verre na niet eens. Wanneer wij nu echter het verschil tusschen Magie en Tooverkunst vooralsnog daarlaten, en niet al te scherp onderscheiden, dan geloof ik, dat de volgende definitie tamelijk wel aanwijzen zal, wat men in den meest algemeenen zin onder Magie verstaat. Magie is dan eene kunst, die door eene wetenschap, die verborgen en niet te bekomen is voor het gewone gros der menschen, en door middelen, welke die wetenschap alleen aan de hand geven kan en die meestal aan hun uitwerksel niet geëvenredigd zijn, verschijnselen weet voort te brengen, die 't zij geheel boven het bereik van den mensch schijnen te liggen en zelfs soms schijnen te strijden met den gewonen loop der natuur, 't zij ook wel langs meer bekende wegen, maar dan met veel meer toestel, moeite en verbruik van tijd te verkrijgen zijn. De eerste oorsprong der Magie zou, naar men verzekert, bij de Oostersche volken, met name bij de Meden en Perzen, bij de Hindoes, bij de Egyptiërs te zoeken zijn. Deze bewering is in zekeren zin onwaar, in een' anderen waar. Onwaar, voor zoo ver elk volk, gelijk wij later zien zullen, op zekeren trap van ontwikkeling eene magie bezit en bezitten moet; waar, in zoo ver voor ons de magie der Oostersche volken inderdaad, als ik het zoo zeggen mag, de type en het ideaal der magie, en de naam zelf dier wetenschap of kunst van Oosterschen oorsprong is. Want bij alle Westersche volken, van de Grieken af, werd, zoodra er van magie of tooverkunst in haren meest<noinclude></noinclude> cym17ycsg9hxd43kyhobr7ig16y4el7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/341 104 85636 219539 2026-04-05T09:55:22Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219539 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|325}}</noinclude>ontwikkelden en meest edelen vorm sprake was, dadelijk de blik naar het Oosten gewend en, gelijk wij zien zullen, niet ten onregte. En wat den naam van magie aangaat, zoo ontmoeten wij bij de Babyloniërs, de Meden en de Perzen eene orde van priesters, wier leden Magen of Magiërs genoemd werden. Ik zal mij hier in geene taalkundige onderzoekingen inlaten naar de eigenlijke beteekenis van dat woord; ik laat dat over aan anderen, die met de Oostersche talen bekend zijn, 't geen ik niet ben. Alleen merk ik aan, dat reeds {{sc|jeremias}} de Babylonische priesters ''Mag'' noemt, dat de naam van ''Maryot, Magi'' bij de Grieksche en Latijnsche schrijvers veelvuldig voorkomt om daarmede de priesters der Babyloniërs, Chaldeën, Meden en Perzen aan te duiden, dat in de Nieuw-Perzische taal priester ''Mog'' en opperpriester ''Mogbed'' beteekent, en dat de opperpriester der Parsis te Surate den naam van ''Mobed'' draagt. Die priesters nu, die Magen of Magiers, waren in de eerste plaats priesters, vermiddelaars tusschen goden en menschen, die de menschen met den wil der goden bekend maakten en omgekeerd de gebeden der menschen aan de godheid opdroegen. Maar zij waren dit niet alleen, zij waren tevens de wijzen des volks, de mannen der wetenschap, hoedanig die wetenschap dan ook zijn mogt; de geneeskunde, de sterrekunde, al wat men in het algemeen van natuurkennis bezat, bevond zich in hunne handen en werd door hen beoefend. Zij vormden eene afgeslotene, van het overige des volks streng afgescheidene, maar inwendig door algemeene wetten en eene goed georganiseerde hierarchie vast zamenhangende orde, die in hoog aanzien stond en kon gezegd worden eene magt in den Staat te zijn. Dat aanzien en die magt, verhoogd juist door dat afgeslotene en door de over de priesterorde deels al deels niet met opzet verbreide geheimzinnigheid, berustte op den eerbied, dien het algemeen hare leden toedroeg als middelaars tusschen het goddelijke en het aardsche, op het ontzag, dat men voor hen had als voor mannen, die door hunne naauwe betrekking tot het goddelijke en bovenmenschelijke ook eene wijsheid en eene op die wijsheid gegronde magt bezaten, grooter dan ooit door gewone menschen konden worden verkregen. En de Magen wachtten er zich wel voor het algemeen beter in te lichten omtrent het punt waar het eigenlijk op aan kwam,<noinclude></noinclude> clm0kdof3roge166bi2z07np4n41g3y Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/342 104 85637 219540 2026-04-05T09:59:48Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219540 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|324|MAGIE.|}}</noinclude>dit namelijk, dat de meerdere kennis en magt, die inderdaad in het bezit hunner orde was, door ongewone, niet ook voor andere menschen toegankelijke middelen verkregen was. Het waren dan ook zij, die niet alleen in de oudheid bij uitstek als beoefenaars van bovenmenschelijke, ja bovennatuurlijke wetenschap golden, maar wier naam ook in de middeneeuwen tot in onzen tijd in gebruik bleef, als nagenoeg gelijk beteekenend met dien van toovenaars, terwijl hunne veronderstelde wetenschap en kunst tot op den huidigen dag den naam van Magie bleven dragen. Ook bij de Egyptiërs, — om van de Braminen der Hindoe's niet te spreken, — bestond, gelijk bekend is, niet alleen een van het overige des volks geheel onderscheiden en door eene eigene hierarchie bestuurde priesterstand, die tevens de stand der wijzen en geleerden was, maar hij maakte zelfs, wat bij de Magiers niet het geval was, eene volkskaste uit, dat is, hij bestond niet uit individuën, die ook uit ouders van andere standen geboren konden zijn, maar uit priesterlijke geslachten en familiën, die door hunne afkomst tot dien stand behoorden, even als bij de Israëliten al die geslachten, die hunne afkomst van den aartsvader {{sc|levi}} afleidden, van zelf aan de dienst des tempels verbonden waren. Ook zij waren in het bezit van geheime, voor anderen ontoegankelijke wetenschap, waarvan de openbaring naar buiten als bovennatuurlijke kennis en magt gold. De toovenaars, die met {{sc|mozes}} streden, doch tegen hem den strijd niet konden volhouden, behoorden tot die kaste van priesters en wijzen. En het waren die kennis en die magt, wier beginselen, naar men zeide, in overoude tijden door {{sc|thoth}} opgeteekend waren geworden in geheime geschriften, het geloof aan wier bestaan veel later aanleiding gaf tot het zamenstellen van zekere boeken, die men voorgaf afkomstig te zijn van dien {{Sc|thoth}} of {{sc|hermes}}, gewoonlijk {{sc|hermes trismegistus}} genoemd. Ook bij andere Oostersche volken waren de priesters, naar het in zekeren zin wel gegronde oordeel des volks, in het bezit van verborgene wetenschap, en verrigtten daden, die in het oog van dat volk slechts door bovennatuurlijke middelen ten uitvoer konden gebragt worden. Doch wij zullen ons daarbij niet ophouden en spoeden ons tot de Grieken. Ook bij de Grieken bestond van de overoudste tijden af eene magie,<noinclude></noinclude> i0x63j0fuawvjaj3jz4gae6vojenuoi Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/343 104 85638 219541 2026-04-05T10:03:37Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219541 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|325}}</noinclude>en ook bij hen stond zij aanvankelijk en ook nog later in naauw verband met de volksgodsdienst en met de priesters. Niet alleen dat het der Grieksche mythologie aan verhalen van toovenaars, tooverheksen en toovermiddelen niet ontbreekt — ik behoef slechts {{sc|medea}} en {{sc|circe}} te noemen, — maar wij vinden ook in de oude berigten, die ons eenig, hoe zeer dan ook duister, inzigt geven in de allervroegste geschiedenis van het later zoo genaamde Hellas, gesproken van Cureten, Corybanten, Telchinen, Idaeische Dactylen, Argolische Cyclopen, welke alle doorgaans voorgesteld worden als vereenigingen van metaalarbeiders, kunstenaars, priesters en toovenaars, — om niet te spreken van de raadselachtige Kabiren, die zoowel op Samothrace als in Egypte als goden of vergode menschen vereerd zouden zijn geworden. Doch terwijl in het Oosten de magie, in hare uitgestrektste en hoogere beteekenis, het eigendom bleef der priesters, zoo verkreeg onder de Grieken, zoodra deze op de baan der beschaving eenige vorderingen gemaakt hadden, alles een geheel ander aanzien. De reden daarvan was vooral deze, dat er: onder de eigenlijke Hellenen geene van het overige volk strikt afgescheidene, maar onder elkander naauw verbondene priesters, dus geene priesterorde, bestonden. Immers, met uitzondering van de bediening van zeer enkele tempels, wier priesters tot eene bepaalde familie moesten behooren, was het priesterambt toegankelijk voor ieder burger, wiens vader en grootvader ook burgers geweest waren, en, wel verre dat er tusschen die priesters, zelfs van eene en dezelfde op verschillende plaatsen vereerde godheid, een door wetten en door eene hierarchie geknoopte band zou hebben bestaan, heerschten er veeleer tusschen hen een bestendige naijver en wantrouwen. Bestond er nu onder de Hellenen geene eigenlijke priesterorde, zoo kon er ook van geen afgesloten stand van geleerden sprake zijn, en wij zien dan ook al vroeg de Grieksche wijzen, hoezeer zich afgevende met het onderzoek van het goddelijke, geheel op zich zelf staan, en niet, gelijk bij de Oostersche volken, noodzakelijk tot den stand der priesters behooren. Maar ook die oudste wijzen, die eerste onderwijzers en beschavers der Hellenen, gingen over het algemeen door voor in het bezit te zijn van geheimen en bovennatuurlijke kennis, en vertoonden in menigerlei<noinclude></noinclude> p6hpnaymyau7ftxfe4h3kv3pi9o9zxu Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/344 104 85639 219542 2026-04-05T10:07:53Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219542 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|326|MAGIE. |}}</noinclude>opzigt het karakter van toovenaar of magier. De vaders der Grieksche wijsbegeerte, {{sc|thales, anaximander, anaximenes, empedocles}} en anderen, vooral echter en boven allen {{sc|pythagoras}}, gingen onder hunne tijdgenooten en nog veel later door voor bedreven in voor het algemeen ontoegankelijke wetenschap, die zij, gelijk men wilde, voor een deel aan het onderwijs der Egyptische en andere Oostersche wijzen verschuldigd waren, en menige zaak, die van hen berigt wordt, doet denken, dat zij aan dit volksgeloof dikwijls eerder voedsel gaven, dan dat zij getracht zouden hebben het publiek daaromtrent beter in te lichten. De priesters lieten van ''hunne'' zijde niet na om, door zich het aanzien te geven van in het bezit te zijn van bovennatuurlijke magt, het aanzien, dat de door hen bediende godheden en zij zelven genoten, staande te houden. Behalve dat zij van buiten hun toedoen ontstaande natuurverschijnselen en toevallige gebeurtenissen gebruik wisten te maken, door deze eene met de omstandigheden strookende beteekenis te geven, b.v. door, wanneer iemand, die de door hen vereerde godheid beleedigd had, kort daarop stierf, dit als eene 't zij door die godheid 't zij door hen zelven toegevoegde straf te doen beschouwen — gaven zij zich ook af met zoodanige verrigtingen, die het volk van de magt der goden een hoog denkbeeld moesten inboezemen. De orakels in verschillende min of meer beroemde tempels gegeven, het persoonlijk verschijnen der goden in de hun gewijde heiligdommen, b.v. in dat van {{sc|aesculapius}} te Tarsus, de visioenen van hen, die in zekere tempels sliepen, de weenende of zingende standbeelden in andere en wat van dien aard meer is, zijn algemeen bekende zaken, waarover ik niet nader behoef uit te weiden, te meer omdat zij minder tot mijn eigenlijk onderwerp behooren. Zoo waren er dan in Griekenland in vroeger tijd twee klassen van menschen, aan wie het volksgeloof eene meer dan menschelijke, niet door gewone middelen verkregene wetenschap toeschreef, — de priesters en de wijzen. Doch dit kon op den duur zoo niet blijven. Naarmate zich de beschaving ontwikkelde, werd de nevel van geheimzinnigheid, door welken heen het volk hunne oudste wijzen aanschouwde, dunner, en die wijzen zelven bragten er het hunne toe bij om dien geheel te doen opklaren. De Oostersche afgeslotenheid en geheimzinnigheid<noinclude></noinclude> 8oz6fecvha34e5jexx33k6j7wdb72am Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/345 104 85640 219543 2026-04-05T10:11:51Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219543 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|327}}</noinclude>waren in volslagen tweestrijd met den Griekschen geest, die steeds in alles naar vrijheid en openbaarheid streefde en zich niet verdragen kon met geheimzinnige afzondering en stelselmatige achterhoudendheid. Daarom werden de Grieksche wijzen wijsgeeren en geene magiers, zij stichtten scholen en geene orden, en in plaats van hunne wetenschap geheim te houden, predikten zij die op straten en pleinen. De bemoeijingen met, ik zeg niet zoo zeer magische wetenschap, als wel met magische kunsten bleef dus in Griekenland overgelaten aan sommige priesters, die daarvan, doch in zeer beperkten omvang, gebruik maakten ter bereiking van zekere bepaalde doeleinden, en aan enkele personen uit het volk, die enkele van die kunsten uitoefenden uit winstbejag of uit andere nog minder edele beginselen, — en die te vergelijken zijn met onze hedendaagsche waarzeggers, bezweerders en heksen. Wat de priesters aangaat, zoo zeide ik, dat zij die kunsten slechts in zeer beperkten kring uitoefenden. De eene tempel had een orakel; in een ander verscheen de godheid, waaraan hij gewijd was, persoonlijk; in een derden geschiedde bij zekere bepaalde gelegenheden weer iets anders. Maar nergens bij de Grieken vond men priesters, die zich met magie in haren geheelen omvang inlieten en voor eigenlijke toovenaars doorgingen. Bij die priesterlijke verrigtingen, waaronder de voorspellingskunst geene geringe plaats bekleedde, voeg ik de van wege den staat door eigene priesters of door openbare overheidspersonen officieel in 't werk gestelde waarzeggerijen, zoo als de voorspellingen uit de ingewanden der offerdieren, uit de vlugt der vogelen, en wat dies meer zij. Onder alle geheime kunsten was in Griekenland de ''Mantcia'', de wigchelarij of waarzeggerskunst, wel het meest in aanzien en werd het meest beoefend, gelijk bij een levendig en nieuwsgierig volk, gelijk de Grieken waren, wel te verwachten was. Was de voorspelling uit de sterren, de Astrologie, bij hen niet onbekend, deze behoorde toch meer in het Oosten te huis. Maar de droomduiding (''Oneirocritica''), de waarzeggerij uit de vlugt en het gezang der vogelen, en uit de wijze, waarop zij aan hen voorgelegde zaadkorrels oppikken (''Ornithomanteia''), — uit de trekken van het aangezigt (''Metoskopia''), — uit<noinclude></noinclude> 89qnvu4xr83j4rdx9qr5085dtxquo8m Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu 106 85641 219544 2026-04-05T10:20:26Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219544 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Coninck feest vanden Palatin, Anno 1621 |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 54xrx1r5qfn7a19c1hedkser9m8gmq5 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/1 104 85642 219545 2026-04-05T10:21:15Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219545 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Ianuarius 1621.}}||8.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|{{xxxx-larger|{{tt|{{sp|CONINCK}}}}}}}} {{c|{{x-larger|{{tt|{{sp|FEEST}}}}}}}} {{c|{{xxx-larger|Vanden Palatin,}}}} {{c|{{x-larger|{{tt|Anno {{sp|162}}1.}}}}}} {{c|Eerst ghedruckt in Januarius, 1621.}} {{lijn}} {{c|{{tt|Coninck Lap}}}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008 p 1 illustration.jpg|400px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, by Abraham Verhoeven, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.{{gap}}Met Gratie ende Privilegie.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> m0xkmcjglj57qkigyfrf4lsllm3a2b7 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/2 104 85643 219546 2026-04-05T10:21:24Z Vincent Steenberg 280 /* Zonder tekst */ 219546 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><noinclude></noinclude> k07t5xu51c1kp9mtbmu9ycj6wzmkyfu Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/3 104 85644 219547 2026-04-05T10:22:13Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219547 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude>{{dhr}} {{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|{{sp|CONINC}}K-{{sp|FEES}}T<br>Vanden Palatin, 1621}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|{{sp|CONINC}}K.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Palatin''.}}}}}} {{initiaal|C}}Oninck Lappeken van corte rijcken,<br>Ben ick ghevallen in Boheemsche lant,<br>Aen mijnen staet (eylaes) cant claerlijck blijcken,<br>Want men my ras wederom helpt van cant. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|CAMERLINC}}K.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Graef van Thurn.''}}}}}} {{gap}}Ick heb het Conincxken een bed bereyt,<br>Hy heefter qualijck op connen slapen,<br>De pluymen zijn in het velt wt verspreyt,<br>Wie salse by een wederom gaen rapen? {{c|{{larger|{{tt|{{sp|RAETSMA}}N.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Die Protestanten''.}}}}}} {{gap}}Onsen raet was sonder eenich fondament,<br>Wy hadden seecker niet wel ghestudeert:<br>Daerom zijt ghy met recht in dasch ghewent,<br>En in alle costen ghecondemneert.<noinclude>{{RH||{{larger|{{tt|A ij}}}}|{{larger|{{tt|{{sp|HOO}}F-}}}}}}</noinclude> 6q03zwmefftm1kize7wcts41mas5qf6 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/4 104 85645 219548 2026-04-05T10:22:57Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219548 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>{{c|{{larger|{{tt|{{sp|HOO}}F-{{sp|MEESTE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Coninc van Enghelandt.''}}}}}} {{gap}}Ick moet het huys heel reformeren,<br>Want zijn volck (alst blijckt) docht niet met allen,<br>Wy souden hem gheheel ruineren,<br>En iammerlijck doort bedt stroy doen vallen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|VOORSNYDE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''De Grave van Mansfelt.''}}}}}} {{gap}}Ick hadde mijn mes niet wel doen slijpen,<br>Ick maackte veel te groote stucken,<br>Den Coninck en conste niet begrijpen,<br>Hy moester hem wel deerlijck aen verslicken. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|POORTIE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Koninck van Vranckrijck''.}}}}}} {{gap}}Ick wil in tijts de poorten toesluyten,<br>Want die Geusen stellent al opt rooven,<br>Sy ligghen onder malcanderen en muyten,<br>Sy mochten oock eens myn croone berooven. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|SPEE}}L-{{sp|MA}}N.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Hertoch van Beyeren''.}}}}}} {{gap}}Ick heb den Coninck een speelken ghespelt,<br>daer hy quaelijck toe wiste de passen:<noinclude>{{rechts|T’was}}</noinclude> d6xvzfdf3tkn0znahuht739jihb2igd Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/5 104 85646 219549 2026-04-05T10:30:50Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219549 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude><br>T’was doen hy danste voor Praghe int velt,<br>Men sach hoe haest hy daer viel in d’assen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|COC}}K.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Graef Maurus van Naßouwen''.}}}}}} {{gap}}Ick en Bullioen hebbent te heet ghecockt,<br>Den Coninck heefter pijn van in zijn maeghen:<br>Wy hebbent oock al wat te dick ghebrockt,<br>Ghelijck hy aen, en van ons gaet claeghen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|BIEC}}T-{{sp|VADE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Keyser Ferdinandus''.}}}}}} {{gap}}Sijdt ghy teghen v hooft op gheresen,<br>Door vals bedroch om uwen eyghen baet,<br>Knielt, en seght my doch eens u leetwesen,<br>Ick can u vergeven u groot misdaet. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|MEDECY}}N.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Coninc van Spaignien''.}}}}}} {{gap}}Als ick sach, dat u croon pijn was soo sterck,<br>Seyd’ ick wech Galenus, dit’s Paracellus werck,<br>dies gaf ick u goutdranc int Walslant wel verstaelt<br>dat u haest de croonsieckt wt t’hooft heeft ghehaelt. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|SECRETARI}}S.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Venetiaen''.}}}}}}<noinclude>{{rechts|A iij{{gap|6em}}Onse}}</noinclude> 6xpcv7xs2ysfu66vv5h455dm2zjftpe Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/6 104 85647 219550 2026-04-05T10:31:29Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219550 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude>{{gap}}Onse secrete brieven en correspondentie,<br>En heeft den Coninck niet connen bevrijen,<br>Wy moeten soecken een ander inventie,<br>En ons penne subtijlder besnijen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|RENTMEESTE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Die Rijcx Steden''.}}}}}} {{gap}}Wy hebben onse rekeninghe niet wel ghestelt,<br>Als wy ons gelt aen u hebben ghehanghen,<br>Want alsment wel insiet, en overtelt,<br>T’is veel ghegeven, luttel ontfanghen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|SCHENCKE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Marquis Spinola''.}}}}}} {{gap}}Shenckt, drinckt, en wilt u nu vry verheughen,<br>Al quam den Baccherach ons t’ontbreken:<br>Laet daerom niet te drincken groote teughen,<br>Ick sal t’Heydelberchs Wijn-vat wel ontsteken. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|BOD}}E.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Graue van Bucquoy''.}}}}}} {{gap}}Die Beemsche tijdinghe sonder dralen,<br>Droegh ick de Sleesische, en Morauische Heeren,<br>Sy sullen my mijn port naer wil betalen,<br>Eer ick te rugghe sal wederkeeren.<noinclude>{{rechts|{{larger|{{tt|{{sp|SA}}N-}}}}}}</noinclude> 1wt3s3muyantje3967v003yffzh0kr7 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/7 104 85648 219551 2026-04-05T10:32:02Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219551 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>{{c|{{larger|{{tt|{{sp|SANGHE}}R.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Den Hertoch van Saxen''.}}}}}} {{gap}}Met den Speel-man maecke ick goet accoort,<br>Wy moeten t’saemen confereren,<br>Alle quaede noten seynden wy voort,<br>Sy souden ons musicke turberen. {{c|{{larger|{{tt|{{sp|SO}}T.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|''Bethlem Gabor''.}}}}}} {{gap}}Als den Sot zijn marot heeft verloren,<br>Dan is al zijn vreughde seer naer ghedaen:<br>Dan en comender gheen boetsen meer te voren,<br>Maer moet dan weder cot-waerts druypen gaen. {{dhr}} {{lijn}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 9111pvs5phblcem2b1n7s6sclg06cjy Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu/8 104 85649 219552 2026-04-05T10:33:09Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219552 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude>{{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Dit nieuvv Coninck Spel, seer vvel, een yeder competeert}}}}}} {{dhr}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Doch hem best, die int lest, als vvettich Coninc regneert}}}}}} {{dhr}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Maer die tonrecht, met geuecht, naer Coninck staet tracht}}}}}} {{dhr}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|VVort voor Sot, oft sonder Godt, van een yeder geacht.}}}}}} {{rechts|V.C.D.W.A.|4em}} {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{c|{{x-larger|{{tt|Met Gratie ende Priuilegie.}}}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> gss3idc39199m428aphixvenszyj2b2 Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8 0 85650 219553 2026-04-05T10:34:19Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219553 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 008.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 8, januari 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Nummer 7]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9|Nummer 9]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] oju3jblrq4mgvnw34mkc7oclkjm9axe Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/111 104 85651 219555 2026-04-05T11:00:52Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 219555 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> {{gap|5em}}{{sp|De jonghelinc}}. Bi Mamet minen here, Vrouwe, dan<ref>''Dan'' d. i. ''dat en''.</ref> sal ic u weigheren niet. {{sup|630}}Wi moghen mallee anderen ons verdriet Claghen, want ghi sijt ghevaen, Ende groet verdriet es mi ghedaen, Want ic te vondelinghe was gheleit, Ende desen bant in gherechter waerheit {{sup|635}}Daer soe lachic in ghewonden<ref>Dergelijke constructie is in onze spreektaal nog zeer gewoon, b. v. »dat boek, daar begrijp ik niets van."</ref>, Lieve vrouwe, doen ic was vonden, Ende voeren al dus openbaer Op avontnere, oft iement waer Die mi kinnen mochte daer an. {{gap|5em}}{{sp|Sine moeder.}} {{sup|640}}Nu segt mi, wel scoene man, Wetti iet waer ghi vonden waert? {{gap|5em}}{{sp|De jongheline}}. O lieve vrouwe, in enen bogaert Te Damast in ware dine<ref>''In ware dine'' d. i. ''in waarheid''.</ref>, Daer soe vant mi die coninc, 645 Die mi op ghehouden heeft. {{gap|5em}}{{sp|Sine moeder}}. Ay god die alle doeghden gheeft, Die moet sijn ghebenedijt! Van herten benic nu verblijdt, Dat ic gheleeft<ref>''Gheleeft'' d. i. ''beleefd''. Voor ''gheleven'' heeft {{asc|KIL}}. ''pervivere, vita frui''.</ref> hebbe den dach, {{sup|650}}Dat ic mijn kint anescouwen mach. Mijn herte mochte wel van vrouden breken: Ic sie mijn kint ende ic hoert spreken, Daer ic om lide dit swaer tormint. Sijt wille come, wel lieve kint, {{sup|655}}Esmoreit, ic ben u moeder Ende ghi mijn kint, dies sijt vroeder<ref name=Vroeder>''Dies sijt vroeder''. De comparatief ''vroeder'' komt zoo meer voor, b. v.</ref>, </poem><noinclude></noinclude> mtm8timaco7bfnarbfr1qyhfw3mnajp Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/112 104 85652 219556 2026-04-05T11:12:18Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 219556 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><ref follow=Vroeder>''Limb.'' VII va. 1864: ::::»Here, nu ''siits (zijt des) vroeder'';" ''Wal.'' vs. 10943: ::::Ende (ie) make en vroeder; vs. 10003: ::::Hi waende sijns sins werden ''onvroeder;'' het woord ''condre'' (van ''cont'') staat ook vaak voor den positief, b. v. ''Wal''. vs. 9596: ::::In ware van ghere dine houdre ''(eerder) condre'' ::::Dan van hem tween, wetic wel; vs. 11057: ::::Ic wilt ju allen maken ''condre''; verg. de uitgave van {{asc|JONCKBLOET}} II bl. 324.</ref><poem> Want ic maecte metter hant, Esmoreit, selve dien bant: Daer in soe haddie u ghewonden, {{sup|660}} Esmoreit, doen ghi waert vonden Ende ghi mi ghenomen waert. {{gap|5em}}{{sp|De jongheline}}. O lieve moeder, segt mi ter vaert, Hoe heet die vader die mi wan? {{gap|5em}}{{sp|Sine moeder.}} Dats<ref>V{{asc|ERWIJS}} leest hier ''Dates'', zie ''Bloeml.'' III bl. 177. Ik vind geen vrijheid deze aanlokkelijke conjectuur over te nemen, immers eene zonderlinge constructie als hier wordt op verscheidene plaatsen in de ''Abele Spelen'' aangetroffen, verg. ''Glor.'' vs. 66, 278, 444 (alwaar vs. 445 {{asc|HOFFMANN}} heeft ''als haer vader'', doch in het Handschrift staat duidelijk ''es h. v.''), enz. enz.</ref> van Cecilien die hoghe man, {{sup|665}} Es u vader, scoene jongheline, Ende van Hongherien die coninc Es die lieve vader mijn: Ghi en mocht niet hogher gheboren (sijn) Int kerstenrije verre noch bi. {{gap|5em}}{{sp|De jongheline}}. {{sup|670}}O lieve moeder, nu segt mi, Waer omme lighdi al dus ghevaen? {{gap|5em}}{{sp|Sine moeder}}. O lieve kint, dat heeft ghedaen Een verrader valsch ende quaet, </poem><noinclude></noinclude> rozpe3cg0piqvqgmp3pulo79ai8wob3 Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu 106 85653 219557 2026-04-05T11:15:12Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219557 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Tijdinghe van s’Hertogenbos, hoe dat den Gouuerneur mijn Heere Grobbendonck is wt ghetrocken naer Heusden, ende hoe dat den Gouuerneur van Heusden Kessel, is te ghemoet ghecomen mijn Heer van Grobbendonc om te ouercomen datmen de dijcken niet deursteken en soude, waer ouer die van Heusden bescheet hebben ghegheven aen mijn Heere Grobbendonck alles te remedieren ende de dijcken te repareren |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} qxoxn9g0nb272d2vtfhyhoqui38ik02 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/1 104 85654 219558 2026-04-05T11:15:57Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219558 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Ianuarius 1621.}}||9.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|Nieuwe Tijdinghe<br>{{xxx-larger|Van s’Hertogenbos,}}<br>hoe dat den Gouuerneur mijn Heere Grobbendonck is wt ghetrocken naer Heusden, ende hoe dat den Gouuerneur van Heusden Kessel, is te ghemoet ghecomen mijn Heer van Grobbendonc om te ouercomen datmen de dijcken niet deursteken en soude, waer ouer die van Heusden bescheet hebben ghegheven aen mijn Heere Grobbendonck alles te remedieren ende de dijcken te repareren.}} {{c|Eerst Ghedruckt den 20. Januarius 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-06-05 (2) p 1 illustration.jpg|400px]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde Veste, inde gulde Sonne. Met Gratie ende Privilegie.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 0x148yv3fgdyz7yrzkp0hwsu8cvja85 219567 219558 2026-04-05T11:21:57Z Vincent Steenberg 280 opmaak 219567 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Ianuarius 1621.}}||9.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|Nieuwe Tijdinghe<br>{{xxx-larger|Van s’Hertogenbos,}}<br>hoe dat den Gouuerneur mijn Heere Grobbendonck is wt ghetrocken naer Heusden, ende hoe dat den Gouuerneur van Heusden Kessel, is te ghemoet ghecomen mijn Heer van Grobbendonc om te ouercomen datmen de dijcken niet deursteken en soude, waer ouer die van Heusden bescheet hebben ghegheven aen mijn Heere Grobbendonck alles te remedieren ende de dijcken te repareren.}} {{c|Eerst Ghedruckt den 20. Januarius 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-06-05 (2) p 1 illustration.jpg|400px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde Veste, inde gulde Sonne. Met Gratie ende Privilegie.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> p6abj9jc4oscd1lfhgfudzcu97rvskp Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/2 104 85655 219559 2026-04-05T11:16:32Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219559 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|2}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-04 p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Tijdinghe van s’Hertoghenbossche 1620. int lest van December.}}}}}} {{initiaal|W}}Y vermeynden hier op Alder Kinderen dach, datter wat wonders soude aengaen, want den Heere van Grobbendonck selver in persoon met 2. Compagnien peerden, ende 300. voetknechten ende 6. gheladen Pleyten met schuppen, Picken ende Houweelen waeren ghetrocken na Heusden, men vermeynden datse daer den dijc souden door ghesteken hebben, ende Heusden int water soude gheloopen hebben, want oorsake was dat den Gouuerneur van Creueceur een deel aerde heeft laten af graven van eenen Somerdijck, het welcke op het tempels aerde leyt onder het gebiet van hare Doorluchtighe Hoocheden, ende die van de neder zijde<noinclude>{{rechts|hadden}}</noinclude> 0u4pqmo2ivnyh1wiy0byss3jbl7usz3 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/3 104 85656 219560 2026-04-05T11:17:03Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219560 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude>hadden den dijck van aerde soo berooft dat in duysent perijckelen was, oft den dijck soude door gebroken hebben, want het water heel hooch stont, waer mede s’Hertoghenbossche soude merckelijcke schaede moghen lijden hebben, van eenighe dorpen te verdrincken, ende onder te loopen, soo om te revengeren, wildemen den dijck oock door steken om Heusden ende t’Lant te laten verdrincken.<br>{{anker|art1al2}}{{gap}}Men verstaet van s’Hertoghenbossche, dat den Baron van Grobbendoncq Gouuerneur aldaer het soude ghetransporteert hebben den 29. December, 1620. inden Lande van Heusden op de dijcken aldaer met dry hondert mannen te voet, ende twee hondert Ruyteren, om Reuangie te nemen van t’ghene den Gouuerneur van Heusden Kessel, lichtueerdelijck te voren hadde ghedaen, teghen recht, inden Lande van Brabant onder s’Hertoghenbossche. Dan soo daer door grooten schrick inde stadt Heusden ende omligghende dorpen was ghecomen, heeft ten laesten door groot smeecken ende bidden vanden dijck graef ende Heemraden aldaar, die den Gouuerneur van heusden den groot onghelijck gauen, den Baron van Grobbendoncq voorseyt van zijn bestaende werck af ghelaten, ende wederom naer huys ghekeert, na dat hy sekere conditien by gheschrift van haerlieden hadde, die zy ghewillichlijck ende instantelijck presenteerden.<noinclude></noinclude> 38i64ypo68g078smnwbgrfcs1gksriz Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/4 104 85657 219561 2026-04-05T11:17:44Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219561 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude><br>{{anker|art1al3}}{{gap}}Wort hier seer hert ghenomen het onghefondeert bestaen des Gouuerneurs van heusden, ende soo de fame gaet, wort hem oock vande zijne in gansch Hollant groot onghelijck ghegheuen. Wat hier voorts af comen sal leert den tijt.<br>{{anker|art1al4}}{{gap}}Het is te verwonderen dat den Gouuerneur van Heusden, Kessel die Grobendoncqsche soo lange ende by lichten daghe met soo luttel volckx soo naer zijn Gouuernement heeft laten op den dijck nesetelen. Is wel waer, schijnt hy hem seluen ten laetsten seer spade, noch heeft verstout met ses hondert mannen wt te comen, dan dede die al soetkens marcheren als kax om dat zy die Oorden niet breken en souden, ende om niet te moede te zijn, als zy aent vechten souden comen, maer is wel t’imagineren, hy begeerden na den eten ten dans te comen, want wiste wel, hadde hy met grooter diligentie ghemarcheert, soude die Grobendoncqsche daer noch ghevonden hebben, die hy wel wiste hem seer willecom souden hebben gheheeten, ende hem gheleert hebben eene Courante na Heusden dansen, die zy lieden hem met trompetten ende trommelen souden voorghespeelt hebben, ende daerom dede wijsselijck zijn volck dispoost ende versch te houden voor soo langhe reyse etc.<br>{{anker|art1al5}}{{gap}}De Ruyterije van Hollant die met Graef Hendrick van Nassouwen zijn ghetrocken gheweest o-<noinclude>{{rechts|uer}}</noinclude> pe8gzgbqbtnk6yuyqd3u7suj1o5r5yl Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/5 104 85658 219562 2026-04-05T11:18:27Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219562 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude>uer eenighe maenden naer Pfalts Grauen Landt, tot Assistentie van de Protestanten zijn meestendeel wederom t’huys comen, soo tot Berghen op Zoom Breda, Geertruydenberghe, ende andere plaetsen, maer comen al druypende t’huys moede ende mat, heel machteloos, iae meer ghematteert al oftse gheslaghen hadden gheweest.<br>{{anker|art1al6}}{{gap}}Sy zijn ghecomen door het Landt Paderborn, Munster en Westphalen, waer datse aen de boeren veel moetwil hebben bedreuen, iae sommige Ruyteren hebben gherooft de Ornamenten van de Kercken ende Gheestelijcke goederen, ende als sy tot Bergen en Breda en Zeuenberghen zijn comen, hebben sommighe Ruijteren hare peerden behanghen met Casuyvels, Stoolen, ende Gordijnen van de Outaren die zy gherooft hadden d’welck van vele lieden van Importantie en verstande niet wel en wert genomen seijden sijlieden sulcx wel mochten laten, maer sommighe van cleijnen respecte en Gommarus gesinde hielen daer haren geck mede.<br>{{anker|art1al7}}{{gap}}Doorders men hoorde de Ruijteren niet veel couten van de groote victorie die zy in Pfalts Lant gecreghen hadden teghen den Marquis Spinola, oft eenighen buet die zy ghehaelt hadden van het Marquis volck, oft eenighe steden die zij omsedt hebben oft den Marquis af ghenomen, dan ter contrarien,<noinclude>{{rechts|hebben}}</noinclude> 3p0djnjsqqz751naa3wf9qqzifpf27k Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/6 104 85659 219563 2026-04-05T11:19:12Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219563 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude>hebben al ghedient, ende weijnich ghelt ontfangen, hongher en coude gheleden, ende de peerden machteloos ghereden.<br>{{anker|art1al8}}{{gap}}Als de Geusen Ruijters naer Palslant toe trocken, de Gommarische Broeders beroemden haer, het scheen men soude vervaert wesen, als de Hollantsche Ruijteren souden comen, men soude gaen loopen hebben, maer eijlacen, zy en hebben niet eens den tant gheboden, als den Marquis Spinola nae hun toe quam maeckten zij hun aent schuijuen, en dorsten noijt slach leueren, alsoo dat blijckt datse al druijpende t’huijs comen zijn. {{c|{{anker|art2}}{{x-larger|{{tt|Tijdinghe vvt der Slesien in December, 1620.}}}}}} {{initiaal|D}}En 22. december is den Pfalts-graef in der Slesien gheweest, ende die van Slesien hebben hem ontslaghen, ende een somme ghelts ghegheuen, hy is den 23. December vertrocken naer der Marckt oft Brandenburghers Lant.<br>{{anker|art2al2}}{{gap}}Die Gherebelleerde Heeren van Slesien hebben aen zijn Keyserlijcke Majesteyt een Heerlijcke Ambassade ghesonden als datse grootelijcx misdaen heb-<noinclude>{{rechts|heb}}</noinclude> m08v0iru0pk49g1xjun0wzsz1900ymv Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/7 104 85660 219564 2026-04-05T11:19:53Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219564 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>ben teghen zijne Majesteyt, ende dat zijne Keyserlijcke Majesteyt soude belieuen haerlieden in ghenade te nemen, sy wilden voor haer perdoen gheuen eenighe Tonnen gouts. <br>{{anker|art2al3}}{{gap}}Waer op zijne Keyserlijcke Majesteyt voor Antwoorde aen de Ambassadeurs heeft doen geuen, als dat hy gheen ghelt van doen en hadde, ende dat hy de Rebellen wilde straffen, ende de principael Roervincken begheerden.<br>{{anker|art2al4}}{{gap}}Men verstaet den Graef van Anspach na den Turc ghereyst is, oft om de sake is van den Pfalts weder om te helpen en kanmen niet vernemen.<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}Sijn Excellentie den Marquis Spinola heefdt vyant verclaert teghen den Caluinischen Lantgrave van Hessen, waer op den Lant-graue van Hessen allen zijn boeren op de been heeft ontboden om in de wapen te zijn, ende secours versocht aen den Hertoch van Bruynswijck: de welcken hem voor Antwoorde heeft ghegheuen, ende wederomme ghesonden aen zijne Ghesanten, dat hem de saecke niet aen en ginc, ende dat hy niet en wilde op staen oft rebelleren teghen zijne Keyserlijcke Majesteyt, dan alleen zijn een Vassal ende dienaer van den Keyser, ende die te obedieren.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}Zijn Excellentie den Marquis Spinola heeft een partije volcx ghesonden met 15. stucken Gheschuts<noinclude>{{rechts|naer}}</noinclude> 88echfmez5wbgqv39y13x77fisu7xd4 219565 219564 2026-04-05T11:20:06Z Vincent Steenberg 280 219565 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>ben teghen zijne Majesteyt, ende dat zijne Keyserlijcke Majesteyt soude belieuen haerlieden in ghenade te nemen, sy wilden voor haer perdoen gheuen eenighe Tonnen gouts.<br>{{anker|art2al3}}{{gap}}Waer op zijne Keyserlijcke Majesteyt voor Antwoorde aen de Ambassadeurs heeft doen geuen, als dat hy gheen ghelt van doen en hadde, ende dat hy de Rebellen wilde straffen, ende de principael Roervincken begheerden.<br>{{anker|art2al4}}{{gap}}Men verstaet den Graef van Anspach na den Turc ghereyst is, oft om de sake is van den Pfalts weder om te helpen en kanmen niet vernemen.<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}Sijn Excellentie den Marquis Spinola heefdt vyant verclaert teghen den Caluinischen Lantgrave van Hessen, waer op den Lant-graue van Hessen allen zijn boeren op de been heeft ontboden om in de wapen te zijn, ende secours versocht aen den Hertoch van Bruynswijck: de welcken hem voor Antwoorde heeft ghegheuen, ende wederomme ghesonden aen zijne Ghesanten, dat hem de saecke niet aen en ginc, ende dat hy niet en wilde op staen oft rebelleren teghen zijne Keyserlijcke Majesteyt, dan alleen zijn een Vassal ende dienaer van den Keyser, ende die te obedieren.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}Zijn Excellentie den Marquis Spinola heeft een partije volcx ghesonden met 15. stucken Gheschuts<noinclude>{{rechts|naer}}</noinclude> ha5gjkfnou50t9aatz6eleda2gfdatz Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu/8 104 85661 219566 2026-04-05T11:20:40Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219566 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude>naer Marpurg int Lant van Hessen, hoe datter nv mede vergaen sal wilt den tijt leeren.<br>{{anker|art2al7}}{{gap}}Die van der Slesien hebben oock ghesanten ghesonden aen den Cheurvorst Hertoch van Saxen, dat hy voor henlieden aen den Keyser Perdoen wilden versoecken, ende datse met hem oock wilden accorderen ende een vereeringhe schencken, maer wat sy voor antwoorde ghecreghen hebben is noch onbekent. {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{c|{{x-larger|{{tt|Met Gratie ende Priuilegie.}}}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 3ks15o8g3czy2di5zlvvdghznoy1ly4 Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9 0 85662 219568 2026-04-05T11:22:04Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219568 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 009.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 9, [woensdag] 20 januari 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Nummer 8]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10|Nummer 10]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] 8v7braaosynfhbtd7gk1hqu3sm2i4vn