Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.22 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Natuurwetenschappen 100 20979 219599 212162 2026-04-05T17:59:20Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 219599 wikitext text/x-wiki {{Infobox hoofdportaal | afbeelding = P physics violet.png | informatie = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Natuurwetenschap|natuurwetenschappen]]. [[Hoofdportaal:Overzicht van alle hoofdportalen|Overzicht van alle hoofdportalen]]. }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Algemeen|Algemeen]] == Natuurkunde == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Natuurkunde|Natuurkunde]] == Scheikunde == === Algemeen === ==== Geschiedenis der scheikunde - Scheikundigen ==== ;Debye, Peter (1884-1966) *Anoniem (13 november 1936) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 51/Nummer 316/Nieuwe Nobelprijs-winnaars|‘Nieuwe Nobelprijs-winnaars. Eugene O’Neill, Dr. Paul Debeije, Dr. V. F. Hess en Dr. C. D. Anderson’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (18 november 1936) [[De Tijd/Jaargang 92/Nummer 29102/Avondblad/De Nobelprijs|‘De Nobelprijs voor natuur- en scheikunde’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Anoniem (24 december 1936) [[De Sumatra Post/Jaargang 38/Nummer 300/Nobelfeest in Stockholm|‘Nobelfeest in Stockholm’]], ''De Sumatra Post'', derde blad, [p.&nbsp;2]. ;Katz, Johan Rudolf (1880-1938) *Anoniem (13 mei 1938) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 111/Nummer 36383/Avondblad/In memoriam J. R. Katz|‘In memoriam J. R. Katz. Herdenking in het Chemisch Weekblad’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;15. ;Neumann, Elise (....-1902) *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Uit Berlijn wordt gemeld|‘Uit Berlijn wordt gemeld, […]’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Pasteur, Louis *Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Nederland|‘Nederland’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. === Theoretische of algemene chemie (Fysische chemie) === ==== Chemische bindingen ==== *J.T. Westcott (1897) ''Opmerkingen betreffende gecarbureerd watergas'', Gouda: [s.n.].<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 38/Boeken|‘Boeken’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 38, p.&nbsp;174. == Astronomie - Natuurkundige aardrijkskunde - Meteorologie en klimatologie == === Astronomie === *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Astronomie|Astronomie]] === Meteorologie === *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Meteorologie|Meteorologie]] === Klimatologie === *Phillips, John, Hoeven, J. van der (1857) [[Album der Natuur/1857/Klimaatverandering|‘Over de veranderingen in het klimaat des aardbols, door de geologie aangewezen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;337-347. *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Klimaat Krim, van Hasselt|‘Klimaat van de Krim’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;189. == Geologie - Geofysica - Hydrosfeer == === Geschiedenis van de geologie - Geologen === *v.Ht. (1854) [[Album der Natuur/1854/Bezwaren bij geologische nasporingen, van Hasselt|‘Bezwaren bij geologische nasporingen in de heete gewesten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;382. === Geofysica - Geochemie === Hierbij ook: Natuurrampen; algemeen ;Aardverschuivingen *Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Bij Lausanne|‘Bij Lausanne worden twee dorpen bedreigd door eene aardverschuiving. […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p.&nbsp;13. ;Natuurbranden *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Palermo den 7 Augusti|‘Palermo den 7 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De vorige week Donderdag|‘De vorige week Donderdag […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;1]. === Geologie; algemeen === *S. (1857) [[Album der Natuur/1857/Geologische studiën|‘Vereischten bij geologische studiën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;160. === Geologie van Nederland === *Faber, F.J. (1933) ''Geologie van Nederland'', 's-Gravenhage: G. Naeff.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. *Geuns, W.A.J. van (1857) [[Album der Natuur/1857/Riviermonden|‘De monden der rivieren. Een blik op de geschiedenis van den Nederlandschen bodem’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;129-155 en 161-173. === Gesteentekunde === ;Zwerfkeien *Staring, W.C.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Keien der heidevelden|‘De keijen onzer heidevelden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;107-128. ==== Mineralogie ==== *v.Hl. (1854) [[Album der Natuur/1854/Barnsteen, van Hasselt|‘Barnsteen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;383. ==== Edelstenen ==== *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/In de thans loopende Maand|‘In de thans loopende Maand, zal te Londen by de Koninglyke Beurs in publieke veiling worden verkogt, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. === Oppervlaktevormen van de aarde === ==== Algemeen ==== *Oestreich, K. (1933) ''Gedenkboek oestreich. Bundel excursieverslagen 1909-1928, op 16 november 1928 aan Prof. Dr. K. Oestreich door zijn leerlingen bij de herdenking van zijn 20-jarige ambtsvervulling aangeboden'', Groningen: Wolters.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. ==== Gebergten ==== *Hg. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hoogste berg en diepste zee, Harting|‘De hoogste berg en de diepste zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;254. ==== Vulkanen en aardbevingen ==== *Anoniem (1854) [[Album der Natuur/1854/Zwavelmeer Tivoli|‘Het zwavelmeer bij Tivoli in Campanië’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;61-62. ;Aardbevingen *Anoniem (31 augustus 1885) [[De Tijd/1885/Nummer 11590/Op de canarische eilanden|‘Op de canarische eilanden […]’]], ''De Tijd'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Den 14. ’s avonds|‘Den 14. ’s avonds is een sterke schok van aardbeving waargenomen te Grenada en te Arenas de Rey, in Spanje. […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/Ingekomen giften|‘Ingekomen giften’]], ''De Morgenpost'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 juli 1938) [[De Indische Courant/Jaargang 17/Nummer 239/De aardbeving op Celebes|‘De aardbeving op Celebes’]], ''De Indische Courant'', tweede blad, p.&nbsp;I. ;Aardbeving Land van Gulik, juni 1619 *Anoniem ([15 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Aardbeving in Zuid-India *Anoniem (27 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 februari#art2|‘Schrijuen van Lisbona in Portugael’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Vulkanen *Anoniem (10 augustus 1881) [[Het Nieuws van den Dag/1881/Nummer 3515/Naar men uit Solingen bericht|‘Naar men uit Solingen bericht, heeft in den brandenden berg aldaar een uitbarsting plaats gehad […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. ===== Aardbevingen ===== ;Aardbeving in Derby, 6 oktober 1683 *Anoniem (30 oktober 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Zaterdageditie, nummer 44/Londen den 22 October (1)|‘Londen den 22 October’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Aardbeving in Zwitserland, 19 juni 1852 *Anoniem (29 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 52/Van de grenzen, 23 Junij|‘Van de grenzen, 23 Junij’]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Aardbeving in Chili, januari 1939 *Anoniem (26 januari 1939) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36639/Avondblad/15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili|‘15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili. Britsche regeering stelt twee kruisers ter beschikking voor hulpverleening’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 januari 1939) [[Nieuwe Apeldoornsche Courant/Jaargang 36/Nummer 12348/Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili|‘Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili? Een gansche stad ingestort’]], ''Nieuwe Apeldoornsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 januari 1939) [[De Telegraaf/Jaargang 47/Nummer 17405/Ochtendblad/Doodencijfer in Chili blijft stijgen|‘Doodencijfer in Chili blijft stijgen. Bittere ellende in Chillán. V.S. bieden hulp aan’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;3. *Anoniem (31 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili|‘Nieuwe aardschokken in Chili. Autoverkeer wederom bemoeilijkt’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (31 januari 1939) [[Ons Noorden/Jaargang 26/Nummer 9072/Chili beducht op nieuwe ramp|‘Chili beducht op nieuwe ramp. Twee aardbevingen vrij sterk gevoeld’]], ''Ons Noorden'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ===== Vulkanen ===== ;Ferdinandae *Anoniem (22 november 1831) [[Groninger Courant/1831/Nummer 93/Hamburg den 15 November|‘Hamburg den 15 November’, alinea 2]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Llaima *Anoniem (31 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili|‘Nieuwe aardschokken in Chili. Autoverkeer wederom bemoeilijkt’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mauna Loa *Hg. (1854) [[Album der Natuur/1854/Uitbarsting Mauna Loa 1852, Harting|‘De uitbarsting van den Mauna Loa in 1852’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;97-108. ;Tengger-vulkanen, Oost-Java *Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Oost-Indië/Aschregens in het Tenggersche|‘Aschregens in het Tenggersche’]], ''De Nieuwe Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Vesuvius *Bergsma, W.B. (1855) [[Album der Natuur/1855/Journaal, Bergsma|‘Een blaadje uit mijn journaal’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;388-394. ==== Woestijnen, strand en duinen ==== *Winkler, T.C. (1865) ''[[Winkler-Zand en duinen (1865)|Zand en duinen]]'', Dockum: J.J. Hansma. === Hydrosfeer === ==== Zeeën – Getijden – Tsunami’s ==== Hierbij ook: Oceanografische expedities, diepzeeonderzoek *Anoniem (9 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 98/Avondblad/De lucht bij Kaap Hoorn|‘De lucht bij Kaap Hoorn bevat merkwaardig weinig koolzuur. […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. *Burg, P. van der (1852) [[Album der Natuur/1852/De Zee of Oceaan, Pieter van der Burg|‘De zee of oceaan’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;270-282. *Hg. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hoogste berg en diepste zee, Harting|‘De hoogste berg en de diepste zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;254. *Marsilli, Lodewyk Ferdinand graave van (1786) ''Natuurkundige beschryving der zeën'', 's Gravenhage: by de Compagnie.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Natuurkundige beschryving der zeen|‘Natuurkundige beschryving der zeen, door L. F. grave van Marsigli, […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ==== Rivieren - Meren ==== ===== Rivieren ===== *Eijk, J.A. van (1853) [[Album der Natuur/1853/Mississippi-Missouri, van Eyk|‘Een blik op het gebied der Mississippi-Missouri’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;246-253. ;Rijn *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Tiber *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Italie|‘Italie’, alinea 3]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ===== Meren ===== *Anoniem (1854) [[Album der Natuur/1854/Zwavelmeer Tivoli|‘Het zwavelmeer bij Tivoli in Campanië’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;61-62. ;Dode Zee *Reitsma, A.T. (1857) [[Album der Natuur/1857/Doode Zee|‘Over de Doode Zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;47-64 en 97-116. ;Takht-e Soleyman, Iran *Reitsma, A.T. (1856) [[Album der Natuur/1856/Takht-i-Soleiman|‘Over het meer Takht-i-Soleiman en den heuvel Zindan-i-Soleiman, in het noordelijk gedeelte van Medie’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;84-94. ==== Holen en grotten ==== *Ekama, C. (1854) [[Album der Natuur/1854/Baumansgrot en Bielsgrot, Ekama|‘De Baumannsgrot en de Bielsgrot in het Harzgebergte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;254-257. *Verster, Willy ([1927]) ''De Zuid-Limburgsche grottenwereld'', Valkenburg: Joseph Crolla.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ==== IJs - Gletsjers - Sneeuw - Lawines ==== ===== IJs ===== ;Algemeen *Hazeu, W.A. (1855) [[Album der Natuur/1855/IJs, Hazeu|‘Het ijs en de ijsvorming’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;147-160. ;Drijfijs *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Manheim, 27 Dec.|‘{{SIC|Manheim|Mannheim}}, 27 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (31 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 217-218/De vaart op de kanalen van Maastricht op 's-Hertogenbosch en Luik|‘De vaart op de kanalen van Maastricht op ’s-Hertogenbosch en Luik [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Zee-ijs *Anoniem (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/Zee-ijs|‘Zee-ijs’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. ===== Gletsjers ===== *Burg, P. van der (1856) [[Album der Natuur/1856/Gletschers|‘De Gletschers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;154-193. ===== Sneeuw ===== *Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/De Sneeuw|‘De Sneeuw’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ===== Lawines ===== *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Frankfort, den 26sten Februarij|‘Frankfort, den 26sten Februarij’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Ernstig Alpen-ongeluk|‘Ernstig Alpen-ongeluk’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. == Biologie == === Algemeen === ==== Tijdschriften en seriewerken - Verzamelde opstellen ==== *''Buiten. Geïllustreerd weekblad aan het buitenleven gewijd'' (1907-1936).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Weekbladen|‘Weekbladen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. ==== Natuurreservaten en -monumenten; Nederland==== ;Kaapse bossen *Anoniem (19 mei 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14255/Avondblad/Aankoop Kaapsche bosschen door Doorn|‘Aankoop Kaapsche bosschen door Doorn?’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (20 juni 1952) [[De Telegraaf/Jaargang 55/Nummer 20167/Gemeente Doorn koopt de Kaapse bossen|‘Gemeente Doorn koopt de Kaapse bossen’]], ''De Telegraaf'', p.&nbsp;3. ==== Natuurreservaten en -monumenten; overige landen==== *Vries, Hugo de (augustus 1904) ''[[Het Yellowstone-Park]]'', Amsterdam: G. Schreuder. ==== Biologische verzamelingen; algemeen – Musea ==== ;Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, Leiden *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Nog erger den een pakhuis|‘Nog erger den een pakhuis’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;1]. === Geschiedenis der biologie - Biologen === ==== Biologen ==== ;Oken, Lorenz (1779-1851) *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Francfort den 6 September|‘Francfort den 6 September’, alinea 3]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Shipley, Arthur (1861-1927) *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Sir Arthur E. Shipley|‘Sir Arthur E. Shipley †’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Weber, Max Wilhelm Carl (1852-1937) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De hoogleeraar dr. Max Weber|‘De hoogleeraar dr. Max Weber […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Went, Friedrich (1863-1935) *Anoniem (1 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35436/Avondblad/Prof. Went herdacht|‘Prof. Went herdacht. De rede van prof. Van der Hoeven in de Kon. Akademie van Wetenschappen’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;14. ;White, Gilbert (1720-1793) *D.L. (1856) [[Album der Natuur/1856/Gilbert White|‘Gilbert White’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;571. === Theoretische biologie - Biochemie === ==== Leven en dood ==== *Harting, P. (1854) [[Album der Natuur/1854/Sluimerend Leven, Harting|‘Het sluimerende leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;147-178. *H.W. (1852) [[Album der Natuur/1852/Levend en levenloos|‘Levend en levenloos’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;283-286. *Lubach, D. (1857) [[Album der Natuur/1857/De dood|‘De dood, physiologisch beschouwd’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;225-243 en 257-274. === Evolutieleer === *Anoniem (6 januari 1904) [[Haagsche Courant/Nummer 6393/Den Haag, 5 Januari/Voor de vereeniging „Geloof en Vrijheid“ zal dezen winter als spreker optreden prof. Chantepie de la Saussaye|‘Voor de vereeniging „Geloof en Vrijheid“ zal dezen winter als spreker optreden prof. Chantepie de la Saussaye, […]’]], ''Haagsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Darwin, Charles (1860) ''[[Darwin - Het ontstaan der soorten (1860)|Het ontstaan der soorten van dieren en planten door middel van natuurkeus]]'', Haarlem: A.C. Kruseman. === Paleontologie === Hierbij ook: Paleobotanie, paleozoölogie, dinosaurussen. ;Algemeen *Smit Sibinga, G.L. (1948) ''De geschiedenis van het leven op aarde'', Amsterdam: Scheltema & Holkema.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 december 1948) [[Leeuwarder Courant/Jaargang 197/Nummer 294/Zo juist verschenen....|‘Zo juist verschenen....’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;6]. ;Paleobotanie *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Hooge ouderdom van Voorwereldlijke Boomen, van Hasselt|‘Hooge ouderdom van voorwereldlijke boomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;96. *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Fossiele planten Breslau, van Hasselt|‘Verzameling fossiele planten te Breslau’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;222-224. *Vriese, W.H. de (1853) [[Album der Natuur/1853/Plantengroei der Voorwereld, de Vriese|‘De plantengroei der voorwereld’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;65-96. ;Paleozoölogie *Anoniem (18 juli 1807) [[Koninklijke Courant/Jaargang 1807/Nummer 173/Versteende oesters|‘Versteende oesters’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Keulen, den 3den Maart|‘Keulen, den 3den Maart’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. === Plant- en dierkunde; algemeen === ==== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==== ==== De levende natuur in woord en beeld ==== ==== Flora en fauna van Nederland; algemeen ==== *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1895) ''[[Heimans&Thijsse(1895) - In sloot en plas (1e dr.)|In sloot en plas]]'', Amsterdam: W. Versluys. *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1907) ''[[Heimans&Thijsse(1907) - Van Vlinders, Bloemen en Vogels (3e dr.)|Van Vlinders, Bloemen en Vogels]]'', Amsterdam: W. Versluys. ==== Flora en fauna van overige landen en streken; algemeen ==== ==== Overige onderwerpen ==== ;Mimicry *Ver Huell, Q.M.R. (1855) [[Album der Natuur/1855/Planten- en dierenrijk, Ver Huell|‘Iets aangaande den harmonischen overgang van het planten- tot het dierenrijk’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;289-295. === Flora en fauna van bijzondere levensgebieden === ==== Waterflora en -fauna ==== *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1895) ''[[Heimans&Thijsse(1895) - In sloot en plas (1e dr.)|In sloot en plas]]'', Amsterdam: W. Versluys. ==== Tropenflora en -fauna ==== *Hall, H.C. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Keerkringslanden|‘Waarin staan de keerkringslanden achter bij de gematigde luchtstreken?’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;139-151. *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Zuid en Noord|‘Zuid en Noord’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;401-402. === Microbiologie === *Harting, P. (1854) [[Album der Natuur/1854/Waterdroppels, Harting|‘Waterdroppels, schetsen naar het leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;1-15. *L. (1852) [[Album der Natuur/1852/Zonderling eten, Lubach|‘Zonderlinge wijzen van eten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;123-128. ;Pasteur, Louis *Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Nederland|‘Nederland’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Plantkunde == === Algemeen === ==== Plantenterminologie en -nomenclatuur ==== *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Arabische plantennamen, van Hasselt|‘Arabische plantennamen, in het Nederlandsch overgebleven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;64. === Geschiedenis van de plantkunde === *Lubach, D. (1854) [[Album der Natuur/1854/Planten van Pompeji, Lubach|‘De planten van Pompeji’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;16-21. === Plantkunde; algemeen === ==== Hand- en leerboeken ==== *Vries, Hugo de (1878) ''[[De ademhaling der planten (1878)|De ademhaling der planten]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. *Vries, Hugo de (1886) ''[[De voeding der planten (1886)|De voeding der planten]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. *Vries, Hugo de (1900) ''[[Het leven der bloem (1900)|Het leven der bloem]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon. ==== Overige onderwerpen ==== ;Parasitaire planten *Eeden, F.W. van (1854) [[Album der Natuur/1854/Woekerplanten, van Eeden|‘De Woekerplanten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;291-312. === Algemene plantkunde === Hierbij o.a.: Cel- en weefselleer, morfologie, anatomie, fysiologie, chemie *Eeden, F.W. van (1855) [[Album der Natuur/1855/Melodie der planten, van Eeden|‘De melodie der planten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;267-288. *Paczkowski (1933) ''Zuivering en verversching van het bloed door planten en kruiden : eene bijdrage tot de behandeling van ziekten door middel van het dieet'', Amsterdam: H.A. van Bottenburg N.V.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. *Vriese, W.H. de (1852) [[Album der Natuur/1852/Blikken in het Plantenleven, de Vriese|‘Blikken in het planten-leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;33-58. ;Maagdelijke voortplanting *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Parthenogenesis bij planten|‘Parthenogenesis bij planten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;3-5. === Plantengeografie === ==== Flora van Nederland; algemeen ==== *Eeden, F.W. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Dryaden van Holland|‘De dryaden van Holland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;267-293. *Uildriks, F.J. van, Vitus Bruinsma (1898) ''[[Plantenschat|Plantenschat. Inleiding tot de kennis der flora van Nederland]]'', Groningen: P. Noordhoff. ==== Flora van overige landen en streken; algemeen ==== ===== Kaapverdië ===== *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Porcelein, waterkers|‘Porselein, Waterkers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;153. ===== Spanje ===== *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Palmen in Spanje|‘De palmen in Spanje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;69-70. *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Eetbare zaden|‘Eetbare eikels en pijnzaden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;288. === Vegetatietypen === ==== Bos- en heideflora ==== ==== Bergflora ==== ==== Strand- en duinflora ==== ==== Water- en moerasflora ==== *Vriese, W.H. de (1852) [[Album der Natuur/1852/Waterleliën, de Vriese|‘Waterleliën (Lotus-planten)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;289-319. ==== Overige vegetatietype ==== ;Grasland *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Steppen, van Hasselt|‘Steppen, savannes, prairien enz.’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;296-298. ;Tropenflora *Harting, P. (1852) [[Album der Natuur/1852/Plantengroei Keerkringsgewesten, Harting|‘De Plantengroei in de Keerkringsgewesten. Een tafereel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;1-21. *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Plantengroei Panama, van Hasselt|‘Plantengroei aan de landengte van Panama’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;30-31. *v. H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Vruchten bij Lima en Veragua|‘Vruchten, noordelijke en zuidelijke plantenvormen bij Lima en Veragua’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;95-96. ;Vorstbestendige flora *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Bloemen onder de Sneeuw, van Hasselt|‘Bloemen onder de sneeuw’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;94-95. === Sporenplanten === ==== Wieren (Algen) ==== *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#De ware aard der zoogenaamde bloedvlekken|‘De ware aard der zoogenaamde bloedvlekken’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;7-8. ==== Zwammen - Paddestoelen ==== *F.A.W.M. (1853) [[Album der Natuur/1853/Truffels, Miquel|‘De truffels’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;187-190. === Zaadplanten === ==== Bomen, struiken en heesters ==== ;Algemeen *Eeden, F.W. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Dryaden van Holland|‘De dryaden van Holland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;267-293. *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Oude en groote boomen in Duitsland, van Hasselt|‘Oude en groote boomen in Duitschland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;192. ;Groeiwijze van bomen *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Kniehout Reuzengebergte, van Hasselt|‘Het kniehout in het Reuzengebergte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;63-64. ;Palmenfamilie *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Palmen in Spanje|‘De palmen in Spanje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;69-70. ;Heesters *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Azalea Pontica en Rhododendron Ponticum, van Hasselt|‘Azalea pontica en Rhododendron ponticum’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;128. ;Abrikoos *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Groote Abrikozenboom, van Hasselt|‘Groote abrikozenboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;384. ;Antiaris *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Zakboom, Harting|‘De Zakboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;128. ;Baobab *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Baobab, van Hasselt|‘De Baobab’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;95-96. ;Boompioen (struik) *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Boompioen|‘De Boom-pioen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;298. ;Griekse aardbeiboom *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Aardbezieboom|‘De aardbezieboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;134-135. ;Kurkeik *Harting, P. (1855) [[Album der Natuur/1855/Kurk en Kurkvorming, Harting|‘Kurk en kurkvorming’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;13-29. ;Linde *Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/De beroemde linde|‘De beroemde linde bij Dortmund in Westfalen, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. *Harting, P. (1853) [[Album der Natuur/1853/Wonderboom Haarlemmerhout, Harting|‘De wonderboom in den Haarlemmerhout’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;145-160. ;Manzanillaboom *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Manzinellenboom|‘De Manzinellenboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;156-158. ;Parasolwaaierpalm *Anoniem (4 juni 1904) [[De Courant/Jaargang 11/Nummer 4361/Een knallende plant|‘Een knallende plant’]], ''De Courant'', Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Sinaasappelboom *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Zevenhonderdjarige oranjeboomen|‘Zevenhonderdjarige oranjeboomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;298. ==== Overige zaadplanten; afzonderlijk ==== ;Anastatica *Hall, H.C. van (1854) [[Album der Natuur/1854/Roos van Jericho, van Hall|‘Roos van Jericho’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;385-386. ;Bamboe *Burg, v.d. (1852) [[Album der Natuur/1852/Bamboes, Van der Burg|‘Buitengewone groeikracht van het bamboes’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;159-160. ;Esparto *Rossmässler, E.A. (1856) [[Album der Natuur/1856/Espartogras|‘Het esparto-gras’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;129-133. ;Orchideeënfamilie *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Aankweken Orchideën, van Hasselt|‘Iets over het aankweeken van Orchideën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;194. ;Saffraankrokus *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Saffraan|‘De saffraan’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;392. ;Waterkers *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Porcelein, waterkers|‘Porselein, Waterkers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;153. == Dierkunde == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Dierkunde|Dierkunde]] {{hoofdportalen}} [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] 35mfk3e57ode7pxkh7k5xu6quc57umg 219604 219599 2026-04-05T18:29:25Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 219604 wikitext text/x-wiki {{Infobox hoofdportaal | afbeelding = P physics violet.png | informatie = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Natuurwetenschap|natuurwetenschappen]]. [[Hoofdportaal:Overzicht van alle hoofdportalen|Overzicht van alle hoofdportalen]]. }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Algemeen|Algemeen]] == Natuurkunde == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Natuurkunde|Natuurkunde]] == Scheikunde == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Scheikunde|Scheikunde]] == Astronomie - Natuurkundige aardrijkskunde - Meteorologie en klimatologie == === Astronomie === *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Astronomie|Astronomie]] === Meteorologie === *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Meteorologie|Meteorologie]] === Klimatologie === *Phillips, John, Hoeven, J. van der (1857) [[Album der Natuur/1857/Klimaatverandering|‘Over de veranderingen in het klimaat des aardbols, door de geologie aangewezen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;337-347. *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Klimaat Krim, van Hasselt|‘Klimaat van de Krim’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;189. == Geologie - Geofysica - Hydrosfeer == === Geschiedenis van de geologie - Geologen === *v.Ht. (1854) [[Album der Natuur/1854/Bezwaren bij geologische nasporingen, van Hasselt|‘Bezwaren bij geologische nasporingen in de heete gewesten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;382. === Geofysica - Geochemie === Hierbij ook: Natuurrampen; algemeen ;Aardverschuivingen *Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Bij Lausanne|‘Bij Lausanne worden twee dorpen bedreigd door eene aardverschuiving. […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p.&nbsp;13. ;Natuurbranden *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Palermo den 7 Augusti|‘Palermo den 7 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De vorige week Donderdag|‘De vorige week Donderdag […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;1]. === Geologie; algemeen === *S. (1857) [[Album der Natuur/1857/Geologische studiën|‘Vereischten bij geologische studiën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;160. === Geologie van Nederland === *Faber, F.J. (1933) ''Geologie van Nederland'', 's-Gravenhage: G. Naeff.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. *Geuns, W.A.J. van (1857) [[Album der Natuur/1857/Riviermonden|‘De monden der rivieren. Een blik op de geschiedenis van den Nederlandschen bodem’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;129-155 en 161-173. === Gesteentekunde === ;Zwerfkeien *Staring, W.C.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Keien der heidevelden|‘De keijen onzer heidevelden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;107-128. ==== Mineralogie ==== *v.Hl. (1854) [[Album der Natuur/1854/Barnsteen, van Hasselt|‘Barnsteen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;383. ==== Edelstenen ==== *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/In de thans loopende Maand|‘In de thans loopende Maand, zal te Londen by de Koninglyke Beurs in publieke veiling worden verkogt, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. === Oppervlaktevormen van de aarde === ==== Algemeen ==== *Oestreich, K. (1933) ''Gedenkboek oestreich. Bundel excursieverslagen 1909-1928, op 16 november 1928 aan Prof. Dr. K. Oestreich door zijn leerlingen bij de herdenking van zijn 20-jarige ambtsvervulling aangeboden'', Groningen: Wolters.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. ==== Gebergten ==== *Hg. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hoogste berg en diepste zee, Harting|‘De hoogste berg en de diepste zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;254. ==== Vulkanen en aardbevingen ==== *Anoniem (1854) [[Album der Natuur/1854/Zwavelmeer Tivoli|‘Het zwavelmeer bij Tivoli in Campanië’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;61-62. ;Aardbevingen *Anoniem (31 augustus 1885) [[De Tijd/1885/Nummer 11590/Op de canarische eilanden|‘Op de canarische eilanden […]’]], ''De Tijd'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Den 14. ’s avonds|‘Den 14. ’s avonds is een sterke schok van aardbeving waargenomen te Grenada en te Arenas de Rey, in Spanje. […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/Ingekomen giften|‘Ingekomen giften’]], ''De Morgenpost'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 juli 1938) [[De Indische Courant/Jaargang 17/Nummer 239/De aardbeving op Celebes|‘De aardbeving op Celebes’]], ''De Indische Courant'', tweede blad, p.&nbsp;I. ;Aardbeving Land van Gulik, juni 1619 *Anoniem ([15 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Aardbeving in Zuid-India *Anoniem (27 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 februari#art2|‘Schrijuen van Lisbona in Portugael’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Vulkanen *Anoniem (10 augustus 1881) [[Het Nieuws van den Dag/1881/Nummer 3515/Naar men uit Solingen bericht|‘Naar men uit Solingen bericht, heeft in den brandenden berg aldaar een uitbarsting plaats gehad […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. ===== Aardbevingen ===== ;Aardbeving in Derby, 6 oktober 1683 *Anoniem (30 oktober 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Zaterdageditie, nummer 44/Londen den 22 October (1)|‘Londen den 22 October’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Aardbeving in Zwitserland, 19 juni 1852 *Anoniem (29 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 52/Van de grenzen, 23 Junij|‘Van de grenzen, 23 Junij’]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Aardbeving in Chili, januari 1939 *Anoniem (26 januari 1939) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36639/Avondblad/15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili|‘15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili. Britsche regeering stelt twee kruisers ter beschikking voor hulpverleening’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 januari 1939) [[Nieuwe Apeldoornsche Courant/Jaargang 36/Nummer 12348/Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili|‘Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili? Een gansche stad ingestort’]], ''Nieuwe Apeldoornsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 januari 1939) [[De Telegraaf/Jaargang 47/Nummer 17405/Ochtendblad/Doodencijfer in Chili blijft stijgen|‘Doodencijfer in Chili blijft stijgen. Bittere ellende in Chillán. V.S. bieden hulp aan’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;3. *Anoniem (31 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili|‘Nieuwe aardschokken in Chili. Autoverkeer wederom bemoeilijkt’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (31 januari 1939) [[Ons Noorden/Jaargang 26/Nummer 9072/Chili beducht op nieuwe ramp|‘Chili beducht op nieuwe ramp. Twee aardbevingen vrij sterk gevoeld’]], ''Ons Noorden'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (31 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Een jongen, die het hoofd koel hield|‘Een jongen, die het hoofd koel hield... Kordaat optreden bij aardbeving’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ===== Vulkanen ===== ;Ferdinandae *Anoniem (22 november 1831) [[Groninger Courant/1831/Nummer 93/Hamburg den 15 November|‘Hamburg den 15 November’, alinea 2]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Llaima *Anoniem (31 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili|‘Nieuwe aardschokken in Chili. Autoverkeer wederom bemoeilijkt’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mauna Loa *Hg. (1854) [[Album der Natuur/1854/Uitbarsting Mauna Loa 1852, Harting|‘De uitbarsting van den Mauna Loa in 1852’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;97-108. ;Tengger-vulkanen, Oost-Java *Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Oost-Indië/Aschregens in het Tenggersche|‘Aschregens in het Tenggersche’]], ''De Nieuwe Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Vesuvius *Bergsma, W.B. (1855) [[Album der Natuur/1855/Journaal, Bergsma|‘Een blaadje uit mijn journaal’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;388-394. ==== Woestijnen, strand en duinen ==== *Winkler, T.C. (1865) ''[[Winkler-Zand en duinen (1865)|Zand en duinen]]'', Dockum: J.J. Hansma. === Hydrosfeer === ==== Zeeën – Getijden – Tsunami’s ==== Hierbij ook: Oceanografische expedities, diepzeeonderzoek *Anoniem (9 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 98/Avondblad/De lucht bij Kaap Hoorn|‘De lucht bij Kaap Hoorn bevat merkwaardig weinig koolzuur. […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. *Burg, P. van der (1852) [[Album der Natuur/1852/De Zee of Oceaan, Pieter van der Burg|‘De zee of oceaan’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;270-282. *Hg. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hoogste berg en diepste zee, Harting|‘De hoogste berg en de diepste zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;254. *Marsilli, Lodewyk Ferdinand graave van (1786) ''Natuurkundige beschryving der zeën'', 's Gravenhage: by de Compagnie.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Natuurkundige beschryving der zeen|‘Natuurkundige beschryving der zeen, door L. F. grave van Marsigli, […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ==== Rivieren - Meren ==== ===== Rivieren ===== *Eijk, J.A. van (1853) [[Album der Natuur/1853/Mississippi-Missouri, van Eyk|‘Een blik op het gebied der Mississippi-Missouri’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;246-253. ;Rijn *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Tiber *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Italie|‘Italie’, alinea 3]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ===== Meren ===== *Anoniem (1854) [[Album der Natuur/1854/Zwavelmeer Tivoli|‘Het zwavelmeer bij Tivoli in Campanië’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;61-62. ;Dode Zee *Reitsma, A.T. (1857) [[Album der Natuur/1857/Doode Zee|‘Over de Doode Zee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;47-64 en 97-116. ;Takht-e Soleyman, Iran *Reitsma, A.T. (1856) [[Album der Natuur/1856/Takht-i-Soleiman|‘Over het meer Takht-i-Soleiman en den heuvel Zindan-i-Soleiman, in het noordelijk gedeelte van Medie’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;84-94. ==== Holen en grotten ==== *Ekama, C. (1854) [[Album der Natuur/1854/Baumansgrot en Bielsgrot, Ekama|‘De Baumannsgrot en de Bielsgrot in het Harzgebergte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;254-257. *Verster, Willy ([1927]) ''De Zuid-Limburgsche grottenwereld'', Valkenburg: Joseph Crolla.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ==== IJs - Gletsjers - Sneeuw - Lawines ==== ===== IJs ===== ;Algemeen *Hazeu, W.A. (1855) [[Album der Natuur/1855/IJs, Hazeu|‘Het ijs en de ijsvorming’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;147-160. ;Drijfijs *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Manheim, 27 Dec.|‘{{SIC|Manheim|Mannheim}}, 27 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (31 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 217-218/De vaart op de kanalen van Maastricht op 's-Hertogenbosch en Luik|‘De vaart op de kanalen van Maastricht op ’s-Hertogenbosch en Luik [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Zee-ijs *Anoniem (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/Zee-ijs|‘Zee-ijs’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. ===== Gletsjers ===== *Burg, P. van der (1856) [[Album der Natuur/1856/Gletschers|‘De Gletschers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;154-193. ===== Sneeuw ===== *Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/De Sneeuw|‘De Sneeuw’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ===== Lawines ===== *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Frankfort, den 26sten Februarij|‘Frankfort, den 26sten Februarij’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Ernstig Alpen-ongeluk|‘Ernstig Alpen-ongeluk’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. == Biologie == === Algemeen === ==== Tijdschriften en seriewerken - Verzamelde opstellen ==== *''Buiten. Geïllustreerd weekblad aan het buitenleven gewijd'' (1907-1936).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Weekbladen|‘Weekbladen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. ==== Natuurreservaten en -monumenten; Nederland==== ;Kaapse bossen *Anoniem (19 mei 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14255/Avondblad/Aankoop Kaapsche bosschen door Doorn|‘Aankoop Kaapsche bosschen door Doorn?’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (20 juni 1952) [[De Telegraaf/Jaargang 55/Nummer 20167/Gemeente Doorn koopt de Kaapse bossen|‘Gemeente Doorn koopt de Kaapse bossen’]], ''De Telegraaf'', p.&nbsp;3. ==== Natuurreservaten en -monumenten; overige landen==== *Vries, Hugo de (augustus 1904) ''[[Het Yellowstone-Park]]'', Amsterdam: G. Schreuder. ==== Biologische verzamelingen; algemeen – Musea ==== ;Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, Leiden *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Nog erger den een pakhuis|‘Nog erger den een pakhuis’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;1]. === Geschiedenis der biologie - Biologen === ==== Biologen ==== ;Oken, Lorenz (1779-1851) *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Francfort den 6 September|‘Francfort den 6 September’, alinea 3]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Shipley, Arthur (1861-1927) *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Sir Arthur E. Shipley|‘Sir Arthur E. Shipley †’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Weber, Max Wilhelm Carl (1852-1937) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De hoogleeraar dr. Max Weber|‘De hoogleeraar dr. Max Weber […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Went, Friedrich (1863-1935) *Anoniem (1 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35436/Avondblad/Prof. Went herdacht|‘Prof. Went herdacht. De rede van prof. Van der Hoeven in de Kon. Akademie van Wetenschappen’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;14. ;White, Gilbert (1720-1793) *D.L. (1856) [[Album der Natuur/1856/Gilbert White|‘Gilbert White’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;571. === Theoretische biologie - Biochemie === ==== Leven en dood ==== *Harting, P. (1854) [[Album der Natuur/1854/Sluimerend Leven, Harting|‘Het sluimerende leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;147-178. *H.W. (1852) [[Album der Natuur/1852/Levend en levenloos|‘Levend en levenloos’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;283-286. *Lubach, D. (1857) [[Album der Natuur/1857/De dood|‘De dood, physiologisch beschouwd’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;225-243 en 257-274. === Evolutieleer === *Anoniem (6 januari 1904) [[Haagsche Courant/Nummer 6393/Den Haag, 5 Januari/Voor de vereeniging „Geloof en Vrijheid“ zal dezen winter als spreker optreden prof. Chantepie de la Saussaye|‘Voor de vereeniging „Geloof en Vrijheid“ zal dezen winter als spreker optreden prof. Chantepie de la Saussaye, […]’]], ''Haagsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Darwin, Charles (1860) ''[[Darwin - Het ontstaan der soorten (1860)|Het ontstaan der soorten van dieren en planten door middel van natuurkeus]]'', Haarlem: A.C. Kruseman. === Paleontologie === Hierbij ook: Paleobotanie, paleozoölogie, dinosaurussen. ;Algemeen *Smit Sibinga, G.L. (1948) ''De geschiedenis van het leven op aarde'', Amsterdam: Scheltema & Holkema.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 december 1948) [[Leeuwarder Courant/Jaargang 197/Nummer 294/Zo juist verschenen....|‘Zo juist verschenen....’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;6]. ;Paleobotanie *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Hooge ouderdom van Voorwereldlijke Boomen, van Hasselt|‘Hooge ouderdom van voorwereldlijke boomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;96. *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Fossiele planten Breslau, van Hasselt|‘Verzameling fossiele planten te Breslau’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;222-224. *Vriese, W.H. de (1853) [[Album der Natuur/1853/Plantengroei der Voorwereld, de Vriese|‘De plantengroei der voorwereld’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;65-96. ;Paleozoölogie *Anoniem (18 juli 1807) [[Koninklijke Courant/Jaargang 1807/Nummer 173/Versteende oesters|‘Versteende oesters’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Keulen, den 3den Maart|‘Keulen, den 3den Maart’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. === Plant- en dierkunde; algemeen === ==== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==== ==== De levende natuur in woord en beeld ==== ==== Flora en fauna van Nederland; algemeen ==== *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1895) ''[[Heimans&Thijsse(1895) - In sloot en plas (1e dr.)|In sloot en plas]]'', Amsterdam: W. Versluys. *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1907) ''[[Heimans&Thijsse(1907) - Van Vlinders, Bloemen en Vogels (3e dr.)|Van Vlinders, Bloemen en Vogels]]'', Amsterdam: W. Versluys. ==== Flora en fauna van overige landen en streken; algemeen ==== ==== Overige onderwerpen ==== ;Mimicry *Ver Huell, Q.M.R. (1855) [[Album der Natuur/1855/Planten- en dierenrijk, Ver Huell|‘Iets aangaande den harmonischen overgang van het planten- tot het dierenrijk’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;289-295. === Flora en fauna van bijzondere levensgebieden === ==== Waterflora en -fauna ==== *E. Heimans, Jac.P. Thijsse (1895) ''[[Heimans&Thijsse(1895) - In sloot en plas (1e dr.)|In sloot en plas]]'', Amsterdam: W. Versluys. ==== Tropenflora en -fauna ==== *Hall, H.C. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Keerkringslanden|‘Waarin staan de keerkringslanden achter bij de gematigde luchtstreken?’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;139-151. *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Zuid en Noord|‘Zuid en Noord’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;401-402. === Microbiologie === *Harting, P. (1854) [[Album der Natuur/1854/Waterdroppels, Harting|‘Waterdroppels, schetsen naar het leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;1-15. *L. (1852) [[Album der Natuur/1852/Zonderling eten, Lubach|‘Zonderlinge wijzen van eten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;123-128. ;Pasteur, Louis *Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Nederland|‘Nederland’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Plantkunde == === Algemeen === ==== Plantenterminologie en -nomenclatuur ==== *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Arabische plantennamen, van Hasselt|‘Arabische plantennamen, in het Nederlandsch overgebleven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;64. === Geschiedenis van de plantkunde === *Lubach, D. (1854) [[Album der Natuur/1854/Planten van Pompeji, Lubach|‘De planten van Pompeji’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;16-21. === Plantkunde; algemeen === ==== Hand- en leerboeken ==== *Vries, Hugo de (1878) ''[[De ademhaling der planten (1878)|De ademhaling der planten]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. *Vries, Hugo de (1886) ''[[De voeding der planten (1886)|De voeding der planten]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink. *Vries, Hugo de (1900) ''[[Het leven der bloem (1900)|Het leven der bloem]]'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon. ==== Overige onderwerpen ==== ;Parasitaire planten *Eeden, F.W. van (1854) [[Album der Natuur/1854/Woekerplanten, van Eeden|‘De Woekerplanten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;291-312. === Algemene plantkunde === Hierbij o.a.: Cel- en weefselleer, morfologie, anatomie, fysiologie, chemie *Eeden, F.W. van (1855) [[Album der Natuur/1855/Melodie der planten, van Eeden|‘De melodie der planten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;267-288. *Paczkowski (1933) ''Zuivering en verversching van het bloed door planten en kruiden : eene bijdrage tot de behandeling van ziekten door middel van het dieet'', Amsterdam: H.A. van Bottenburg N.V.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 juli 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34649/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. *Vriese, W.H. de (1852) [[Album der Natuur/1852/Blikken in het Plantenleven, de Vriese|‘Blikken in het planten-leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;33-58. ;Maagdelijke voortplanting *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Parthenogenesis bij planten|‘Parthenogenesis bij planten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;3-5. === Plantengeografie === ==== Flora van Nederland; algemeen ==== *Eeden, F.W. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Dryaden van Holland|‘De dryaden van Holland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;267-293. *Uildriks, F.J. van, Vitus Bruinsma (1898) ''[[Plantenschat|Plantenschat. Inleiding tot de kennis der flora van Nederland]]'', Groningen: P. Noordhoff. ==== Flora van overige landen en streken; algemeen ==== ===== Kaapverdië ===== *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Porcelein, waterkers|‘Porselein, Waterkers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;153. ===== Spanje ===== *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Palmen in Spanje|‘De palmen in Spanje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;69-70. *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Eetbare zaden|‘Eetbare eikels en pijnzaden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;288. === Vegetatietypen === ==== Bos- en heideflora ==== ==== Bergflora ==== ==== Strand- en duinflora ==== ==== Water- en moerasflora ==== *Vriese, W.H. de (1852) [[Album der Natuur/1852/Waterleliën, de Vriese|‘Waterleliën (Lotus-planten)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;289-319. ==== Overige vegetatietype ==== ;Grasland *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Steppen, van Hasselt|‘Steppen, savannes, prairien enz.’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;296-298. ;Tropenflora *Harting, P. (1852) [[Album der Natuur/1852/Plantengroei Keerkringsgewesten, Harting|‘De Plantengroei in de Keerkringsgewesten. Een tafereel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;1-21. *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Plantengroei Panama, van Hasselt|‘Plantengroei aan de landengte van Panama’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;30-31. *v. H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Vruchten bij Lima en Veragua|‘Vruchten, noordelijke en zuidelijke plantenvormen bij Lima en Veragua’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;95-96. ;Vorstbestendige flora *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Bloemen onder de Sneeuw, van Hasselt|‘Bloemen onder de sneeuw’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;94-95. === Sporenplanten === ==== Wieren (Algen) ==== *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#De ware aard der zoogenaamde bloedvlekken|‘De ware aard der zoogenaamde bloedvlekken’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;7-8. ==== Zwammen - Paddestoelen ==== *F.A.W.M. (1853) [[Album der Natuur/1853/Truffels, Miquel|‘De truffels’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;187-190. === Zaadplanten === ==== Bomen, struiken en heesters ==== ;Algemeen *Eeden, F.W. van (1856) [[Album der Natuur/1856/Dryaden van Holland|‘De dryaden van Holland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;267-293. *v.H. (1852) [[Album der Natuur/1852/Oude en groote boomen in Duitsland, van Hasselt|‘Oude en groote boomen in Duitschland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;192. ;Groeiwijze van bomen *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Kniehout Reuzengebergte, van Hasselt|‘Het kniehout in het Reuzengebergte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;63-64. ;Palmenfamilie *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Palmen in Spanje|‘De palmen in Spanje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;69-70. ;Heesters *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Azalea Pontica en Rhododendron Ponticum, van Hasselt|‘Azalea pontica en Rhododendron ponticum’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;128. ;Abrikoos *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Groote Abrikozenboom, van Hasselt|‘Groote abrikozenboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;384. ;Antiaris *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Zakboom, Harting|‘De Zakboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;128. ;Baobab *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Baobab, van Hasselt|‘De Baobab’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;95-96. ;Boompioen (struik) *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Boompioen|‘De Boom-pioen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;298. ;Griekse aardbeiboom *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Aardbezieboom|‘De aardbezieboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;134-135. ;Kurkeik *Harting, P. (1855) [[Album der Natuur/1855/Kurk en Kurkvorming, Harting|‘Kurk en kurkvorming’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;13-29. ;Linde *Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/De beroemde linde|‘De beroemde linde bij Dortmund in Westfalen, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. *Harting, P. (1853) [[Album der Natuur/1853/Wonderboom Haarlemmerhout, Harting|‘De wonderboom in den Haarlemmerhout’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;145-160. ;Manzanillaboom *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Manzinellenboom|‘De Manzinellenboom’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;156-158. ;Parasolwaaierpalm *Anoniem (4 juni 1904) [[De Courant/Jaargang 11/Nummer 4361/Een knallende plant|‘Een knallende plant’]], ''De Courant'', Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Sinaasappelboom *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Zevenhonderdjarige oranjeboomen|‘Zevenhonderdjarige oranjeboomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;298. ==== Overige zaadplanten; afzonderlijk ==== ;Anastatica *Hall, H.C. van (1854) [[Album der Natuur/1854/Roos van Jericho, van Hall|‘Roos van Jericho’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;385-386. ;Bamboe *Burg, v.d. (1852) [[Album der Natuur/1852/Bamboes, Van der Burg|‘Buitengewone groeikracht van het bamboes’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;159-160. ;Esparto *Rossmässler, E.A. (1856) [[Album der Natuur/1856/Espartogras|‘Het esparto-gras’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;129-133. ;Orchideeënfamilie *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Aankweken Orchideën, van Hasselt|‘Iets over het aankweeken van Orchideën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;194. ;Saffraankrokus *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Saffraan|‘De saffraan’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;392. ;Waterkers *v.H. (1856) [[Album der Natuur/1856/Porcelein, waterkers|‘Porselein, Waterkers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;153. == Dierkunde == *[[Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Dierkunde|Dierkunde]] {{hoofdportalen}} [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] bu9qyyusyqx0nmgpup3niemxkvteue2 Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Palts 100 45677 219572 219554 2026-04-05T12:30:50Z Vincent Steenberg 280 +bron 219572 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al26|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 26]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als '''‘den Winter-Coninc’'''). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art2|‘Tijdinghe vvt der Slesien in December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Coninck feest vanden Palatin, Anno 1621]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] pzsmdzratm9sq2wtf43ygy8g4lbjp94 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/479 104 51308 219617 166275 2026-04-06T07:50:17Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219617 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Grenzen van den plantengroei op gebergten.''' — {{sc|Robert v. schlagintweit}} deelt hierover in het tweede deel zijner reisbeschrijving en in de ''Sitzungsber. d. Münchn. Akad''., 1861, Dec., het volgende mede: "In de Himalaya komen boomen zeer algemeen nog op 11.800 voet voor, en iets lager bestaan nog uitgestrekte bosschen. In westelijk Tibet hebben wij nergens een eigenlijk bosch aangetroffen. Aprikoosboomen, wilgen en populieren worden dikwijls in groot aantal gekweekt; zelfs nog in Mágnang (op 13.457 v) zagen wij groote populieren; zij worden echter door de Lama's met groote zorg behandeld en algemeen als voorwerpen van bijzondere vereering beschouwd. In Kuenlúen vonden wij boomen aan de noordzijde van de gebergteketen slechts tot op 9100 v.; aan de zuidzijde ontbraken zij geheel, daar de hoogten, zelfs die der diepste dalen, te aanzienlijk waren. In het Andesgebergte is de grens van den boomgroei op 12.130 v., in de Alpen gemiddeld op 6400 v., bij uitzondering op 7000 v. De ''graanbouw'' valt in het algemeen met de hoogste bestendig bewoonde plaatsen zamen, doch de hoogste grens daarvan is toch iets lager. In het Himalaya-gebergte bereikt de graanbouw geene grootere hoogte dan 11.800 v.; in Tibet is zijne grens op 14.700 v.; in de Andes bereikt hij de hoogte van 11.800 v.; in de Alpen gemiddeld van 5000 v. Als uiterste hoogte kan de kweeking van granen bij Findeler op 6630 v. genoemd worden. De gemiddelde grens van den grasgroei is in de Himalaya op 15.400 v.; in Tibet, waar deze met de hoogste weideplaatsen zamenvalt, op 16.500 v. De groote droogte van het klimaat schijnt het afzonderlijk groeijen van grassen op nog grootere hoogten te beperken. In Kuenlúen vindt men nog grasgroei op 14.800 v. ''Struiken'' worden in de Himalaya nog aangetroffen op 15,200 v., in Tibet op 17,000 v., — als uiterste grens bij Gunsbankár zelfs op 17,313 v., — op de tafellanden ten noorden van Karakorúm op 16,900 v. Vooral opmerkelijk is het dat te Karakorúm houtvormende gewassen veelvuldig op plaatsen groeijen, die boven de grens van den grasgroei gelegen zijn, hetgeen echter meer het gevolg is van de voor dezen ongunstige drooge geaardheid des bodems. In<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1862.}}||{{smaller|10}}{{gap}}}}</noinclude> bw2r1ze2rh7jzo6w2nilngafa83k5qa Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/487 104 51309 219635 166320 2026-04-06T08:26:03Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219635 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Nevelvlekken.'''—In eenen brief aan {{sc|quetelet}} berigt {{sc|j. herschel}}, dat hij zich onledig houdt met het zamenstellen van eenen catalogus van alle bekende nevelvlekken. Daarin maakt hij ook gewag van het verdwijnen van nevelvlekken en voegt bj het reeds bekende voorbeeld een tweede, namelijk dat van eene der door zijnen vader in 1784 en 1787 waargenomen nevelvlekken, die thans onzigtbaar is geworden. Ook vermeldt hij het verschijnen van eene schitterende ster, zonder eene deze verzellende nevelvlek op de plaats van eene der door {{sc|messier}} opgetelde nevelvlekken, waargenomen door {{sc|pogson}} en {{sc|auwers}}. Een en ander wijst op veranderingen, die in deze ver afgelegene streken van het hemelruim schijnen plaats te grijpen. (''L' Institut'', 1862, p. 264). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Meteoorsteenen.'''—Den 28 Februarij 1857, omstreeks den middag, vielen bij het dorp Parnallee, in zuidelijk Hindostan, met eenen tusschentijd van een paar seconden en op omstreeks drie kwartier afstands van elkander, twee groote meteoorsteenen, waarvan de kleinste 37 E. ponden woog, terwijl de grootste nog drie- of viermaal zwaarder was. Zij maakten bij hunnen doorgang der lucht een geraas, dat tot op vijf of zes uren ver van de plaats, waar zij vielen, gehoord werd. Opmerkelijk bij dien val was, dat, gelijk bleek uit de rigting van het gat, dat zij in den grond geslagen hadden, de kleinste bijna loodregt viel, terwijl daarentegen de andere onder eenen hoek van 15° met de loodlijn den grond trof. Dit verklaart ook, waarom de eerste, ofschoon minder zwaar, tot op eene diepte van twee voet en acht duim, de tweede slechts twee voet vijf duim in den trouwens op dit punt bovendien harderen grond is gedrongen. Eene analyse van den kleineren steen is gedaan door {{sc|taylor}}, waarbij bleek, dat deze ook merkwaardig is door zijn buitengewoon groot gehalte aan nikkel, dat niet minder dan 17 proc. bedraagt, terwijl er slechts 3 proc. ijzer in voorkomt. (''L' Institut'', 1862, p. 276). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1862.}}||{{smaller|11}}{{gap}}}}</noinclude> s67sk1fquk2o5m0o9xahqe0nnpewyo8 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/495 104 51310 219660 166678 2026-04-06T10:06:55Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219660 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Zevenvoudige regenboog.''' — Den 28sten Junij van het vorige jaar zag {{sc|von littrow}}, die zich toen te Ober-Meidling bij Schönbrunn bevond, het ongewone schouwspel van eenen zevenvoudigen regenboog. Boven den hoofdboog bevond zich de gewone nevenboog, maar binnen den hoofdboog vertoonden zich nog vijf anderen, die allen op gelijke afstanden van elkander verwijderd en slechts op weinige punten afgebroken waren. Alle zeven bogen waren buitengewoon helder en scherp. De kleuren waren in elken boog volledig ontwikkeld; bij den binnenste inzonderheid het rood. Het verschijnsel duurde drie minuten in zijn volle pracht en verdween toen allengs van onderen naar boven toe. (''Sitzungsber. der k. Akad. d. Wiss''., XLIV, H. II, 2te Abth., S. 133.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Een sneeuwberg in Afrika.''' — Het bestaan van eenen met sneeuw bedekten berg, Kilimanjano genaamd, in Oostelijk Afrika, nagenoeg onder den evenaar, was reeds voor lang door de berigten van vroegere reizigers, inzonderheid zendelingen, {{sc|rebmann}} en {{sc|krapf}}, bekend geworden. Tot hiertoe had niemand echter dien berg beklommen, en hetgeen men er van wist was voornamelijk ontleend aan de verhalen van inlanders, die zeiden: "dat de zilverachtige stof, welke den top bedekte, naar beneden gebragt zijnde, bleek niet anders dan water te zijn." Deze berg is thans beklommen door de {{sc|H. H. r thornton}}, als geoloog toegevoegd aan de expeditie van {{sc|livingstone}}, en baron {{sc|carl von der decken}}. Het gelukte hun echter niet den top te bereiken van den berg, waarvan zij de hoogte door eenige metingen op omstreeks 20,000 voet bepaalden. (''Proc. of the Lond. Geogr. Soc''., 1862, No. 2.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nieuwe bereidingswijze van phosphorus.''' — Reeds sedert lang was het bekend, dat, bij groote hitte, phosphorzure kalk, vermengd met kool, door chloorwaterstofzuur ontleed wordt. {{sc|cari-montraud}} heeft daarop eene bereidingswijze van phosphorus gegrond, die, naar het schijnt, de voorkeur boven de oude handelwijze verdient. {{nop}}<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1862.}}||{{smaller|12}}{{gap}}}}</noinclude> 0x7cna7nctxem70ol4fyfns0ute9q1u Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/478 104 51425 219616 166230 2026-04-06T07:49:47Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219616 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|72|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>voortwerkenden hoogleeraar van dien naam te Gend, zou eens eene hoeveelheid zeepoplossing wegwerpen, die zijnen vader tot onderzoekingen over de vorming van dunne platen gediend had. Hij trachtte bij dit wegwerpen, door eene snelle en zwaaijende beweging van den schotel, waarin dit vocht bevat was, het in eene dunne laag in de lucht zich te doen uitbreiden. Dit gelukte, maar die laag boog zich van alle kanten en vormde spoedig eene holle "zeepbel" van acht à negen centimeters middellijn, die langzaam ter aarde viel. Met gewoon zeepwater (eene oplossing van een deel Marseillaansche zeep in veertig deelen water) herhaald, gelukte die proef even goed. Slechts vormden er zich nu, in plaats van een, veelal een aantal bellen, soms tot vijftien toe. {{sc|Plateau}} houdt dit voor een feit, belangrijk als men het in verband beschouwt met den blaasvormigen toestand van het water in wolken en nevels. Het blijkt daaruit, dat de deeltjes van den waterdamp, zoodra zij zich bij de verkoeling tot dunne platen hebben vereenigd, door hunne eigene aantrekking blaasjes kunnen vormen. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''In de maag van eenen struisvogel''', die bij ongeluk gedood werd in den plantentuin te Lyon, hebben de heeren {{sc|chauveau}} en {{sc|preseux}} gevonden: Twee Ned. ponden keisteenen, drie aarden tabakspijpen, die groen geworden, maar volkomen van vorm waren gebleven, een mes met koperen heft van 20 duimen lang, vijfentwintig koperen uniformknoopen, alle meer of min afgesleten; een halffrank stuk, tweeëndertig koperen "sous" of "centimes," alle zeer aangegrepen, verschillende andere kleine metalen voorwerpen, zes groote nooten, nog ongebroken, een stuk ijzerdraad van een palm lang,dat reeds bijna geheel door het maagsap was opgelost. De gezondheid van den vogel, die al deze voorwerpen achtereenvolgens en zeker bij groote tusschenpoozen had binnengeslokt, had daardoor volstrekt niet geleden. (''Cosmos'', 21 J., pag. 3.) {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> mfz9c9fe3s4qxw317ah30y0ud8l5zi9 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/486 104 51428 219633 166454 2026-04-06T08:21:19Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219633 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|80|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>werkje, getiteld ''Metamorphoses de l'homme et des animaux'' (Paris 1862), zijnde een op de hoogte des tijds gebragte herdruk van eenige in 1855 en 1856 in de ''Revue des Deux Mondes'' geplaatste artikelen over dat onderwerp, roert {{sc|de quatrefages}} ook de nog altijd in discussie verkeerende kwestie der ''generatio spontanea'' aan. Alle dieren ondergaan gedaanteveranderingen. Deze zijn: 1° ''transformatiën'', welke in het ei voorvallen; het embryo der dieren is nooit maar eenvoudig een miniatuur van het ter wereld gekomene; 2° eigenlijke ''metamorphosen'', die na de geboorte onder onze oogen voorvallen en waarvan de gedaanteverwisseling van de rups in een vlinder de meest populaire type is; 3° ''geneagenesis'' (voortbrenging van generatiën), waartoe {{sc|de quatrefages}} de reproductie zonder bevruchting der bladluizen, de voortplanting door stekken en knoppen bij polypen, hydren, zamengestelde ascidiën enz., en de afwisselende generatie of ''metagenesis'' brengt. Hij heeft al deze verschijnselen met elkander in verband gebragt, en ten aanzien vooral van de geneagenetische zegt hij in de ''Réflexions générales'', waarmede hij zijn boek besluit, o.a. dit volgende: "Wij weten thans, dat al die geslachtelooze individuën (cercariën, cysticerken enz), die zich zonder sexen voortplanten en wier vermenigvuldiging zoo lang eene verborgenheid was, de equivalenten zijn van eenvoudige knoppen; wij hebben aangetoond, dat de knop en zelfs het ei, wanneer dit niet bevrucht is, slechts individuën of ten hoogste slechts een klein getal generatiën kan voortbrengen; eindelijk hebben wij bewezen, dat alleen op het bevruchte ei de taak rust om de voortduring der soort te verzekeren. Dit algemeene feit nu vereischt altijd eene moeder om het ei af te scheiden, een vader om het te bevruchten. Middellijk of onmiddellijk klimt elk dier dus op tot een vader en eene moeder (welke namen wij ook toepassen op bloote ''toestellen'', wanneer deze in één enkel individu aanwezig zijn). En hetgeen wij hier van de dieren zeggen, past, wij zagen het, evenzeer op de planten. ''Bij gevolg ondermijnen de ontdekkingen aangaande de geneagenesis de leer der spontane generatiën tot in hare laatste grondslagen."'' {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> t53hplbf6k61tucgosucjdml6mprmsx 219634 219633 2026-04-06T08:22:45Z DoekeHellema 16849 219634 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|80|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>werkje, getiteld ''Metamorphoses de l'homme et des animaux'' (Paris 1862), zijnde een op de hoogte des tijds gebragte herdruk van eenige in 1855 en 1856 in de ''Revue des Deux Mondes'' geplaatste artikelen over dat onderwerp, roert {{sc|de quatrefages}} ook de nog altijd in discussie verkeerende kwestie der ''generatio spontanea'' aan. Alle dieren ondergaan gedaanteveranderingen. Deze zijn: 1° ''transformatiën'', welke in het ei voorvallen; het embryo der dieren is nooit maar eenvoudig een miniatuur van het ter wereld gekomene; 2° eigenlijke ''metamorphosen'', die na de geboorte onder onze oogen voorvallen en waarvan de gedaanteverwisseling van de rups in een vlinder de meest populaire type is; 3° ''geneagenesis'' (voortbrenging van generatiën), waartoe {{sc|de quatrefages}} de reproductie zonder bevruchting der bladluizen, de voortplanting door stekken en knoppen bij polypen, hydren, zamengestelde ascidiën enz., en de afwisselende generatie of ''metagenesis'' brengt. Hij heeft al deze verschijnselen met elkander in verband gebragt, en ten aanzien vooral van de geneagenetische zegt hij in de ''Réflexions générales'', waarmede hij zijn boek besluit, o.a. dit volgende: "Wij weten thans, dat al die geslachtelooze individuën (cercariën, cysticerken enz.), die zich zonder sexen voortplanten en wier vermenigvuldiging zoo lang eene verborgenheid was, de equivalenten zijn van eenvoudige knoppen; wij hebben aangetoond, dat de knop en zelfs het ei, wanneer dit niet bevrucht is, slechts individuën of ten hoogste slechts een klein getal generatiën kan voortbrengen; eindelijk hebben wij bewezen, dat alleen op het bevruchte ei de taak rust om de voortduring der soort te verzekeren. Dit algemeene feit nu vereischt altijd eene moeder om het ei af te scheiden, een vader om het te bevruchten. Middellijk of onmiddellijk klimt elk dier dus op tot een vader en eene moeder (welke namen wij ook toepassen op bloote ''toestellen'', wanneer deze in één enkel individu aanwezig zijn). En hetgeen wij hier van de dieren zeggen, past, wij zagen het, evenzeer op de planten. ''Bij gevolg ondermijnen de ontdekkingen aangaande de geneagenesis de leer der spontane generatiën tot in hare laatste grondslagen."'' {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 40h0hga04dgcls4tzav8dyb4rvkq04s Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/502 104 51429 219663 166455 2026-04-06T10:45:28Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219663 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|96|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>resultaat zijner onderzoekingen is het volgende. Nadat de zenuw van het ligchaam is afgescheiden, ''neemt'' het maximum van prikkeling onmiddellijk toe met eene weldra afnemende snelheid, die spoedig hare uiterste grens bereikt, om plaats te maken voor eene ''afneming'', welke eerst met eene toenemende snelheid voortgaat, maar weldra al langzamer en langzamer wordt, naarmate de prikkelvatbaarheid der zenuw vermindert en tot 0 nadert. In het begin hebben de verschillende punten der zenuw allen hetzelfde maximum. Na eenigen tijd vermindert het in het centraal-eind der zenuw, en wel des te meer, naarmate de onderzochte punten nader liggen aan de doorsneê-vlakte, terwijl het in het peripherisch uiteinde op dezelfde hoogte blijft. Deze wijziging plant zich nu van gedeelte tot gedeelte naar het peripherisch uiteinde voort. leeft dit verschil tusschen de onderscheiden punten der zenuw zich eens geopenbaard, dan neemt het snel toe, en wel des te sneller naarmate het verschil zich eerder vertoonde. — M. houdt het er voor, dat hier twee oorzaken werkzaam zijn. De eerste werkt ''gelijkelijk'' op al de punten der zenuw van het oogenblik der doorsnijding af; de andere begint ''achtereenvolgend'' op de verschillende punten der zenuw te werken, en des te later en tevens des te zwakker, naarmate die punten verder van het doorsneê-vlak der zenuw verwijderd zijn. Deze tweede oorzaak is het, die het maximum van prikkeling doet verminderen ''in omgekeerde reden van den afstand van de doorsneê-vlakte''. De eerste oorzaak daarentegen bewerkt de eerst toenemende en dan afnemende vermindering van het prikkelingsmaximum. Daaruit volgt, dat bij eene niet doorgesneden zenuw, waar dus alleen de eerste oorzaak werkt, het prikkelingsmaximum, op elk oogenblik van toe- en afneming, in alle punten der zenuw even groot zijn moet; en dit meent M. dan ook waargenomen te hebben bij proeven op den nog aan het ruggemerg vastzittenden ''nervus ischiadicus'' bij kikvorschen. Die identiteit echter duurt niet voort, en weldra openbaart zich een verschil, dat M. toeschrijft aan twee niet anatomisch te bepalen punten, die, elke in tegengestelden zin, eene aan die der doorsneê-vlakte analoge werking zouden oefenen. Ref. bekent dit niet regt te begrijpen en hoopt, dat latere mededeelingen van M. het hem duidelijker zullen maken. Hij verwijst overigens hier naar de door hem in dit ''Bijblad'' (1861, bladz. 12) medegedeelde opmerkingen van {{sc|budge}}. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> sch0h8t1ykzhld3jpsnk19xzau4x0rs Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/494 104 51430 219659 166444 2026-04-06T10:04:54Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219659 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|88|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>beschrijving doen toekomen van eenige proefnemingen hierover. Zij betroffen ten eerste de vraag, of het al of niet voordeelig is om de metaalmassa's van een gebouw met den afleider in geleidend verband te brengen. Om deze vraag te beantwoorden plaatste P. op eenigen afstand van eene metaalplaat, die eene geladen wolk voorstelde, en daarmede evenwijdig, eene tweede metaalplaat, die al of niet in verbinding kon worden gebragt met een metalen stang, welke den afleider voorstelde en zoo geplaatst was, dat, als de electriseermachine in werking gebragt werd, het boveneind van dien stang van tijd tot tijd door eene vonk van de bovenste plaat werd getroffen. Was nu de onderste plaat met dien stang in verbinding, dan kon men van deze plaat, telkens als eene vonk op den afleider oversprong, eene vonk en een schok verkrijgen als men de hand daar digtbij bragt. Was die verbinding verbroken, dan waren vonk en schok bijna onmerkbaar. {{sc|Perrot}} schijnt hieruit opgemaakt te willen hebben, dat het beter zou zijn om ''niet'', zoo als gewoonlijk geschiedt, de metaalmassa's van dak- en gootbekleeding met den afleider in verband te brengen. Naar ons inzien is eene algemeene beantwoording dezer vraag onmogelijk en moet zij geheel van plaatselijke gesteldheid en andere omstandigheden afhangen. {{sc|Perrot}} zegt verder, dat deze uitkomsten hem toeschijnen een nieuw bewijs op te leveren voor het gevaar, gelegen in het getroffen worden van eenen, zelfs goed ingerigten bliksemafleider door eenen bliksemstraal en van de noodzakelijkheid om dezen daartegen te beveiligen. Blijkens een brief van {{sc|gavaret}}, dien hij ook mededeelde, heeft {{sc|P}}. gevonden, dat een afleider met één punt eene zwak geladen flesch ontlaadde met een vonk op den zelfden afstand, waarop die zelfde flesch, als zij zoo sterk mogelijk geladen was, door dien zelfden afleider, maar nu met eene kroon van punten voorzien, stil en zonder vonk ontladen werd. Ook zijdelings geplaatste spitsen werkten voordeelig op de ontlading van ter zijde geplaatste geëlektriseerde ligchamen. De juistheid dezer proefnemingen mag nu aan geenen redelijken twijfel onderhevig zijn, toch zou het onzes inziens moeijelijk zijn vol te houden, dat men daaruit ten opzigte van afleiders met zekerheid eenig besluit zou kunnen opmaken. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> hziqn2p8xwezeiziqfgwjrxuzhugrxa Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/476 104 51518 219612 166227 2026-04-06T07:34:19Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219612 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|70|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>of ''Dinornis'', even als de Dodo, door menschen zou zijn uitgeroeid. (''The Natural History Review''. July 1862, p. 343). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Oogen van mumiën.''' — In het Bijblad voor 1857, bl. 88, is melding gemaakt van oogen van Peruviaansche mumiën uit een heuvel bij Arica, door kapitein {{sc|trébuchet}} aangeboden aan de ''Académie des Sciences'', en welke oogen bleken kunstproducten te zijn. Op verzoek der ''Académie'' is in 1860 deze zaak op de plaats zelve nader onderzocht door eene commissie uit het geneeskundig genootschap te Lima. De heer {{sc|baldon}}, lid dezer commissie, heeft het resultaat van dat onderzoek schriftelijk medegedeeld aan de ''Académie''. Hij heeft, na bij Arica een mumiënhoofd te hebben doen opgraven, met zorg den geheelen inhoud der oogholten daaruit genomen en bevonden, dat die inhoud bestond uit den verdroogden ooghol met alle daaraan gehechte deelen, het uiteinde van den ''nervus opticus'' tot aan het ''foramen opticum'' ingesloten. Deze ongeschonden oogbol heeft niets gemeens met de halfkogelvormige ligchamen, vroeger door {{sc|payen}} onderzocht. — Bij deze mededeeling van {{sc|baldon}} werd een door hem daarbij overgezonden oogbol tegelijk met een der door kapitein {{sc|trébuchet}} aangebodene en door {{sc|payen}} onderzochte door kunst vervaardigde voorwerpen ter tafel gebragt. (''Compt. rend., Tom. LIV, p. 1197) {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het thallium.''' — In de zitting der ''Fransche Académie des sciences'' van 23 Julij l.l. heeft prof. {{sc|lamy}} van Rijssel eene mededeeling gedaan over dit nieuwe metaal, 't welk hij met behulp der spectraal-analyse het eerst ontdekt had in een stukje selenium, dat was bereid uit het slijk in de looden kamers van eene zwavelzuur-fabrijk, en dat hij later regtstreeks uit ditzelfde slijk in den metaalstaat had afgescheiden. Reeds vroeger had de Engelsche scheikundige {{sc|crooker}} onder gelijksoortige omstandigheden de voor het thallium kenmerkende prachtig groene streep in het spectrum gezien en aan het element, dat haar voortbrengt, dien naam gegeven. Het thallium is een metaal, dat door zijne kleur, wit met blaauwgrijze tint, door zijn soortelijk gewigt, 1,9, en door zijne weekheid — het kan met den nagel gekrast worden — veel op lood gelijkt. Het smelt bij 290° C. en is bij de gloeihitte vlugtig. Het neemt gemakkelijk den kristalvorm aan, want een staafje daarvan kraakt bij het buigen, even als tin. Aan de lucht blootgesteld bedekt het zich spoedig met een laagje oxyd, dat geelachtig van kleur schijnt te zijn, ''in water oplosbaar is en dan duidelijk alkalisch'' reageert. Met zuiver water in aanraking gebragt, ontleedt het dit niet, wel zoodra<noinclude></noinclude> d24w8ut7hm8ippx38etqpbkzybspbgm 219613 219612 2026-04-06T07:34:38Z DoekeHellema 16849 219613 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|70|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>of ''Dinornis'', even als de Dodo, door menschen zou zijn uitgeroeid. (''The Natural History Review'', July 1862, p. 343). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Oogen van mumiën.''' — In het Bijblad voor 1857, bl. 88, is melding gemaakt van oogen van Peruviaansche mumiën uit een heuvel bij Arica, door kapitein {{sc|trébuchet}} aangeboden aan de ''Académie des Sciences'', en welke oogen bleken kunstproducten te zijn. Op verzoek der ''Académie'' is in 1860 deze zaak op de plaats zelve nader onderzocht door eene commissie uit het geneeskundig genootschap te Lima. De heer {{sc|baldon}}, lid dezer commissie, heeft het resultaat van dat onderzoek schriftelijk medegedeeld aan de ''Académie''. Hij heeft, na bij Arica een mumiënhoofd te hebben doen opgraven, met zorg den geheelen inhoud der oogholten daaruit genomen en bevonden, dat die inhoud bestond uit den verdroogden ooghol met alle daaraan gehechte deelen, het uiteinde van den ''nervus opticus'' tot aan het ''foramen opticum'' ingesloten. Deze ongeschonden oogbol heeft niets gemeens met de halfkogelvormige ligchamen, vroeger door {{sc|payen}} onderzocht. — Bij deze mededeeling van {{sc|baldon}} werd een door hem daarbij overgezonden oogbol tegelijk met een der door kapitein {{sc|trébuchet}} aangebodene en door {{sc|payen}} onderzochte door kunst vervaardigde voorwerpen ter tafel gebragt. (''Compt. rend., Tom. LIV, p. 1197) {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het thallium.''' — In de zitting der ''Fransche Académie des sciences'' van 23 Julij l.l. heeft prof. {{sc|lamy}} van Rijssel eene mededeeling gedaan over dit nieuwe metaal, 't welk hij met behulp der spectraal-analyse het eerst ontdekt had in een stukje selenium, dat was bereid uit het slijk in de looden kamers van eene zwavelzuur-fabrijk, en dat hij later regtstreeks uit ditzelfde slijk in den metaalstaat had afgescheiden. Reeds vroeger had de Engelsche scheikundige {{sc|crooker}} onder gelijksoortige omstandigheden de voor het thallium kenmerkende prachtig groene streep in het spectrum gezien en aan het element, dat haar voortbrengt, dien naam gegeven. Het thallium is een metaal, dat door zijne kleur, wit met blaauwgrijze tint, door zijn soortelijk gewigt, 1,9, en door zijne weekheid — het kan met den nagel gekrast worden — veel op lood gelijkt. Het smelt bij 290° C. en is bij de gloeihitte vlugtig. Het neemt gemakkelijk den kristalvorm aan, want een staafje daarvan kraakt bij het buigen, even als tin. Aan de lucht blootgesteld bedekt het zich spoedig met een laagje oxyd, dat geelachtig van kleur schijnt te zijn, ''in water oplosbaar is en dan duidelijk alkalisch'' reageert. Met zuiver water in aanraking gebragt, ontleedt het dit niet, wel zoodra<noinclude></noinclude> 0kvct7o6vsvfobss8oag8cogo845xta 219614 219613 2026-04-06T07:37:05Z DoekeHellema 16849 219614 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|70|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>of ''Dinornis'', even als de Dodo, door menschen zou zijn uitgeroeid. (''The Natural History Review'', July 1862, p. 343). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Oogen van mumiën.''' — In het Bijblad voor 1857, bl. 88, is melding gemaakt van oogen van Peruviaansche mumiën uit een heuvel bij Arica, door kapitein {{sc|trébuchet}} aangeboden aan de ''Académie des Sciences'', en welke oogen bleken kunstproducten te zijn. Op verzoek der ''Académie'' is in 1860 deze zaak op de plaats zelve nader onderzocht door eene commissie uit het geneeskundig genootschap te Lima. De heer {{sc|baldon}}, lid dezer commissie, heeft het resultaat van dat onderzoek schriftelijk medegedeeld aan de ''Académie''. Hij heeft, na bij Arica een mumiënhoofd te hebben doen opgraven, met zorg den geheelen inhoud der oogholten daaruit genomen en bevonden, dat die inhoud bestond uit den verdroogden ooghol met alle daaraan gehechte deelen, het uiteinde van den ''nervus opticus'' tot aan het ''foramen opticum'' ingesloten. Deze ongeschonden oogbol heeft niets gemeens met de halfkogelvormige ligchamen, vroeger door {{sc|payen}} onderzocht. — Bij deze mededeeling van {{sc|baldon}} werd een door hem daarbij overgezonden oogbol tegelijk met een der door kapitein {{sc|trébuchet}} aangebodene en door {{sc|payen}} onderzochte door kunst vervaardigde voorwerpen ter tafel gebragt. (''Compt. rend., Tom. LIV, p. 1197) {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het thallium.''' — In de zitting der ''Fransche Académie des sciences'' van 23 Julij l.l. heeft prof. {{sc|lamy}} van Rijssel eene mededeeling gedaan over dit nieuwe metaal, 't welk hij met behulp der spectraal-analyse het eerst ontdekt had in een stukje selenium, dat was bereid uit het slijk in de looden kamers van eene zwavelzuur-fabrijk, en dat hij later regtstreeks uit ditzelfde slijk in den metaalstaat had afgescheiden. Reeds vroeger had de Engelsche scheikundige {{sc|crooker}} onder gelijksoortige omstandigheden de voor het thallium kenmerkende prachtig groene streep in het spectrum gezien en aan het element, dat haar voortbrengt, dien naam gegeven. Het thallium is een metaal, dat door zijne kleur, wit met blaauwgrijze tint, door zijn soortelijk gewigt, 1,9, en door zijne weekheid — het kan met den nagel gekrast worden — veel op lood gelijkt. Het smelt bij 290° C. en is bij de gloeihitte vlugtig. Het neemt gemakkelijk den kristalvorm aan, want een staafje daarvan kraakt bij het buigen, even als tin. Aan de lucht blootgesteld bedekt het zich spoedig met een laagje oxyd, dat geelachtig van kleur schijnt te zijn, ''in water oplosbaar is'' en dan ''duidelijk alkalisch'' reageert. Met zuiver water in aanraking gebragt, ontleedt het dit niet, wel zoodra<noinclude></noinclude> n4inht44evge5edrvyzj4495cl1c6l9 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/484 104 51558 219630 166316 2026-04-06T08:12:59Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219630 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|78|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>Worden de interferentiën objectief of subjectief waargenomen, dat is, ontstaat er wezenlijk, zoo als men het gewoonlijk aanneemt, stilstand in de luchtgolvingen bij het interfereren van twee toonen, of wordt die stilstand misschien alleen in onze waarneming voortgebragt? Kunnen wij twee weinig van elkaar verschillende toonen, die wij afzonderlijk waarnemen, als interferent opvatten? {{sc|Dove}} beantwoordt deze laatste vraag en dus ook de tweede helft van de eerste ontkennend, door gelijktijdig twee stemvorken, die, als men ze gezamenlijk hoort, duidelijk stoten, aangeslagen elk digt voor een der beide ooren te houden. Men hoort dan geene stoten; eerst als men langzamerhand de beide vorken van de ooren verwijdert, worden de stoten al meer en meer hoorbaar. Men behoeft, zoo als bekend is, geen zeer geoefend oor te bezitten om van eene toongevende snaar de zoogenaamde harmonische toonen te hooren. Van eene aangeslagen stemvork zijn die toonen veel minder hoorbaar; sterker worden zij door dezelfde vork voortgebragt, wanneer men die op de beide kanten en op eenigen afstand van het uiteinde aanstrijkt met een gewonen strijkstok. Zelfs dan nog evenwel zijn ze alleen op niet te grooten afstand en bij groote oplettendheid bemerkbaar. Om ze voor een geheel auditorium en ontwijfelbaar hoorbaar te maken, gebruikt {{sc|dove}} een tweede stemvork, waarvan de grondtoon met die der eerste slechts weinig verschilt. Strijkt men nu de eerste aan op de boven beschrevene wijze en de tweede zoo, dat zij zooveel mogelijk alleen den grondtoon geeft, dan hoort men bij elken stoot der beide grondtoonen de harmonische toonen, althans de eerste daarvan (de octaaf van de quint des grondtoons) volkomen duidelijk. De beide stemvorken behooren hierbij op een geschikt klankbodempje te staan. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Begrafenisakte van Salomon de Caus.''' — In de zitting van den 21 Julij l.l. der ''Académie des Sciènces'' te Parijs, heeft de heer {{sc|charles raybaud}} een afschrift overgelegd van deze akte, waaruit blijkt, dat {{sc|de caus}} begraven is op Zaturdag den laatsten Februarij 1726 en: dat hij een hugenoot was. Het verhaal, volgens hetwelk de markies {{sc|van worcester}} hem in 1741 te Bicêtre als een razende waanzinnige zou hebben opgesloten gezien, is dus volkomen uit de lucht gegrepen. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Heeft de mannelijke giraffe drie horens?''' — De beroemde reiziger dr. {{sc|eduard rüppell}} heeft in zijne in 1828 uitgegevene ''Reise im Nordlichen Afrika'' aangemerkt, dat het mannetje van de giraffe (behalve de twee aan beide geslachten gemeene, door eenen naad met de voorhoofds- en wandbeenderen vereenigde horens) nog een derden horen bezit, geplaatst op het midden der ''sutura fron-''<noinclude></noinclude> 0s1vwi3r2gsus3rtrk4nz82ooyylucp Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/482 104 51559 219622 166278 2026-04-06T08:00:46Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219622 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|76|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>in het werk gesteld, den schrijver niet bekend, onderzoek reeds laat afleiden, — de planten geen vocht door hare aan de lucht blootgestelde oppervlakte opnemen. De invloed van den dauw is derhalve niet regtstreeksch, maar middellijk. Vooreerst wordt daardoor de verdamping aan de oppervlakte der bladeren in den met vocht verzadigden dampkring belet, en ten tweede verdigt zich de waterdamp tot vocht, dat, als droppels van de bladeren afvloeijende, in den grond dringt en dan denzelfden invloed als de regen heeft, zoodat het in den grond gedrongen vocht door de wortelvezelen kan worden opgenomen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Absorptie en secretie der wortels.''' — Bekend is het, dat sommige plantenphysiologen, inzonderheid op grond der proeven van {{sc|macaire}} en van {{sc|chatin}}, meenden te moeten aannemen, dat de wortelvezelen het vermogen tot secretie van stoffen, die voor het plantenleven schadelijk zijn, bezitten. Deze, trouwens reeds van meer dan eene zijde wederlegde meening, is op nieuw gebleken onjuist te zijn door proefnemingen van {{sc|cauvet}} (''Ann. d. sc. nat. Bot''., 4e ser. T. XV, p. 320). Hij bevond dat, zoolang de wortelvezelen gaaf zijn, de plant geene der eenmaal opgenomen giftige of andere stoffen wederom door de wortels uitscheidt. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Bepaling van het soortelijk gewigt van zeer kleine voorwerpen.''' — {{sc|Schafgotsch}} te Berlijn heeft ({{sc|poggendorff's}} ''Annalen'', CXVI. S. 279 ''u.f.'') het middel, dat onder anderen ook door {{sc|dufour}} (zie boven, bl. 64) aangewend is, op nieuw beproefd en aanbevolen, nu om het soortelijk gewigt te bepalen van zeer kleine of in zeer geringe hoeveelheid voorhandene ligchamen. Dit middel bestaat, gelijk men weet, in het indompelen van het aan de proefneming onderworpen ligchaam in eene vloeistof, wier soortelijk gewigt men binnen zekere grenzen willekeurig kan veranderen. Doet men dit, totdat het ingedompelde ligchaam in die vloeistof op elke hoogte zweven blijft, m.a.w, totdat het soortelijk gewigt van beiden juist gelijk is, dan behoeft men slechts dat der vloeistof te bepalen om het van het vaste ligchaam evenzeer te kennen. Voor stoffen, die ligter zijn dan water, kan men een mengsel van water en alkohol (of ook naar {{sc|dufour}} een van steenolie en chloroforme) bezigen, en voor zwaardere ligchamen eene oplossing van zuur salpeterzuur kwikoxyde, welke men bereidt door een deel kwikzilver in 2,7 deelen salpeterzuur koud op te lossen. Deze oplossing heeft een soortelijk gewigt van 1.6, dat men door verdamping tot 3,3 a 3,4 brengen kan, zonder dat de oplossing, althans bij gewone kamerwarmte, begint te kristallisen. Eene sterke verdunning kan niet door water geschieden: men moet salpeterzuur daartoe bezigen, omdat eene groote hoeveelheid water een<noinclude></noinclude> 75olisj2myvlfjl33vait6o5sj9lrz1 219623 219622 2026-04-06T08:02:04Z DoekeHellema 16849 219623 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|76|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>in het werk gesteld, den schrijver niet bekend, onderzoek reeds laat afleiden, — de planten geen vocht door hare aan de lucht blootgestelde oppervlakte opnemen. De invloed van den dauw is derhalve niet regtstreeksch, maar middellijk. Vooreerst wordt daardoor de verdamping aan de oppervlakte der bladeren in den met vocht verzadigden dampkring belet, en ten tweede verdigt zich de waterdamp tot vocht, dat, als droppels van de bladeren afvloeijende, in den grond dringt en dan denzelfden invloed als de regen heeft, zoodat het in den grond gedrongen vocht door de wortelvezelen kan worden opgenomen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Absorptie en secretie der wortels.''' — Bekend is het, dat sommige plantenphysiologen, inzonderheid op grond der proeven van {{sc|macaire}} en van {{sc|chatin}}, meenden te moeten aannemen, dat de wortelvezelen het vermogen tot secretie van stoffen, die voor het plantenleven schadelijk zijn, bezitten. Deze, trouwens reeds van meer dan eene zijde wederlegde meening, is op nieuw gebleken onjuist te zijn door proefnemingen van {{sc|cauvet}} (''Ann. d. sc. nat. Bot''., 4e ser., T. XV, p. 320). Hij bevond dat, zoolang de wortelvezelen gaaf zijn, de plant geene der eenmaal opgenomen giftige of andere stoffen wederom door de wortels uitscheidt. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Bepaling van het soortelijk gewigt van zeer kleine voorwerpen.''' — {{sc|Schafgotsch}} te Berlijn heeft ({{sc|poggendorff's}} ''Annalen'', CXVI. S. 279 ''u.f.'') het middel, dat onder anderen ook door {{sc|dufour}} (zie boven, bl. 64) aangewend is, op nieuw beproefd en aanbevolen, nu om het soortelijk gewigt te bepalen van zeer kleine of in zeer geringe hoeveelheid voorhandene ligchamen. Dit middel bestaat, gelijk men weet, in het indompelen van het aan de proefneming onderworpen ligchaam in eene vloeistof, wier soortelijk gewigt men binnen zekere grenzen willekeurig kan veranderen. Doet men dit, totdat het ingedompelde ligchaam in die vloeistof op elke hoogte zweven blijft, m.a.w, totdat het soortelijk gewigt van beiden juist gelijk is, dan behoeft men slechts dat der vloeistof te bepalen om het van het vaste ligchaam evenzeer te kennen. Voor stoffen, die ligter zijn dan water, kan men een mengsel van water en alkohol (of ook naar {{sc|dufour}} een van steenolie en chloroforme) bezigen, en voor zwaardere ligchamen eene oplossing van zuur salpeterzuur kwikoxyde, welke men bereidt door een deel kwikzilver in 2,7 deelen salpeterzuur koud op te lossen. Deze oplossing heeft een soortelijk gewigt van 1.6, dat men door verdamping tot 3,3 a 3,4 brengen kan, zonder dat de oplossing, althans bij gewone kamerwarmte, begint te kristallisen. Eene sterke verdunning kan niet door water geschieden: men moet salpeterzuur daartoe bezigen, omdat eene groote hoeveelheid water een<noinclude></noinclude> kfei6x620hmkvdlwdiz7j8et9vxcvb3 219624 219623 2026-04-06T08:03:56Z DoekeHellema 16849 219624 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|76|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>in het werk gesteld, den schrijver niet bekend, onderzoek reeds laat afleiden, — de planten geen vocht door hare aan de lucht blootgestelde oppervlakte opnemen. De invloed van den dauw is derhalve niet regtstreeksch, maar middellijk. Vooreerst wordt daardoor de verdamping aan de oppervlakte der bladeren in den met vocht verzadigden dampkring belet, en ten tweede verdigt zich de waterdamp tot vocht, dat, als droppels van de bladeren afvloeijende, in den grond dringt en dan denzelfden invloed als de regen heeft, zoodat het in den grond gedrongen vocht door de wortelvezelen kan worden opgenomen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Absorptie en secretie der wortels.''' — Bekend is het, dat sommige plantenphysiologen, inzonderheid op grond der proeven van {{sc|macaire}} en van {{sc|chatin}}, meenden te moeten aannemen, dat de wortelvezelen het vermogen tot secretie van stoffen, die voor het plantenleven schadelijk zijn, bezitten. Deze, trouwens reeds van meer dan eene zijde wederlegde meening, is op nieuw gebleken onjuist te zijn door proefnemingen van {{sc|cauvet}} (''Ann. d. sc. nat. Bot''., 4e ser., T. XV, p. 320). Hij bevond dat, zoolang de wortelvezelen gaaf zijn, de plant geene der eenmaal opgenomen giftige of andere stoffen wederom door de wortels uitscheidt. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Bepaling van het soortelijk gewigt van zeer kleine voorwerpen.''' — {{sc|Schafgotsch}} te Berlijn heeft ({{sc|poggendorff's}} ''Annalen'', CXVI, S. 279 ''u.f.'') het middel, dat onder anderen ook door {{sc|dufour}} (zie boven, bl. 64) aangewend is, op nieuw beproefd en aanbevolen, nu om het soortelijk gewigt te bepalen van zeer kleine of in zeer geringe hoeveelheid voorhandene ligchamen. Dit middel bestaat, gelijk men weet, in het indompelen van het aan de proefneming onderworpen ligchaam in eene vloeistof, wier soortelijk gewigt men binnen zekere grenzen willekeurig kan veranderen. Doet men dit, totdat het ingedompelde ligchaam in die vloeistof op elke hoogte zweven blijft, m.a.w, totdat het soortelijk gewigt van beiden juist gelijk is, dan behoeft men slechts dat der vloeistof te bepalen om het van het vaste ligchaam evenzeer te kennen. Voor stoffen, die ligter zijn dan water, kan men een mengsel van water en alkohol (of ook naar {{sc|dufour}} een van steenolie en chloroforme) bezigen, en voor zwaardere ligchamen eene oplossing van zuur salpeterzuur kwikoxyde, welke men bereidt door een deel kwikzilver in 2,7 deelen salpeterzuur koud op te lossen. Deze oplossing heeft een soortelijk gewigt van 1.6, dat men door verdamping tot 3,3 a 3,4 brengen kan, zonder dat de oplossing, althans bij gewone kamerwarmte, begint te kristallisen. Eene sterke verdunning kan niet door water geschieden: men moet salpeterzuur daartoe bezigen, omdat eene groote hoeveelheid water een<noinclude></noinclude> ho9qb5hejk08tzav9pyl3juy2tmvid0 219625 219624 2026-04-06T08:04:42Z DoekeHellema 16849 219625 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|76|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>in het werk gesteld, den schrijver niet bekend, onderzoek reeds laat afleiden, — de planten geen vocht door hare aan de lucht blootgestelde oppervlakte opnemen. De invloed van den dauw is derhalve niet regtstreeksch, maar middellijk. Vooreerst wordt daardoor de verdamping aan de oppervlakte der bladeren in den met vocht verzadigden dampkring belet, en ten tweede verdigt zich de waterdamp tot vocht, dat, als droppels van de bladeren afvloeijende, in den grond dringt en dan denzelfden invloed als de regen heeft, zoodat het in den grond gedrongen vocht door de wortelvezelen kan worden opgenomen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Absorptie en secretie der wortels.''' — Bekend is het, dat sommige plantenphysiologen, inzonderheid op grond der proeven van {{sc|macaire}} en van {{sc|chatin}}, meenden te moeten aannemen, dat de wortelvezelen het vermogen tot secretie van stoffen, die voor het plantenleven schadelijk zijn, bezitten. Deze, trouwens reeds van meer dan eene zijde wederlegde meening, is op nieuw gebleken onjuist te zijn door proefnemingen van {{sc|cauvet}} (''Ann. d. sc. nat. Bot''., 4e ser., T. XV, p. 320). Hij bevond dat, zoolang de wortelvezelen gaaf zijn, de plant geene der eenmaal opgenomen giftige of andere stoffen wederom door de wortels uitscheidt. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Bepaling van het soortelijk gewigt van zeer kleine voorwerpen.''' — {{sc|Schafgotsch}} te Berlijn heeft ({{sc|poggendorff's}} ''Annalen'', CXVI, S. 279 ''u.f.'') het middel, dat onder anderen ook door {{sc|dufour}} (zie boven, bl. 64) aangewend is, op nieuw beproefd en aanbevolen, nu om het soortelijk gewigt te bepalen van zeer kleine of in zeer geringe hoeveelheid voorhandene ligchamen. Dit middel bestaat, gelijk men weet, in het indompelen van het aan de proefneming onderworpen ligchaam in eene vloeistof, wier soortelijk gewigt men binnen zekere grenzen willekeurig kan veranderen. Doet men dit, totdat het ingedompelde ligchaam in die vloeistof op elke hoogte zweven blijft, m.a.w. totdat het soortelijk gewigt van beiden juist gelijk is, dan behoeft men slechts dat der vloeistof te bepalen om het van het vaste ligchaam evenzeer te kennen. Voor stoffen, die ligter zijn dan water, kan men een mengsel van water en alkohol (of ook naar {{sc|dufour}} een van steenolie en chloroforme) bezigen, en voor zwaardere ligchamen eene oplossing van zuur salpeterzuur kwikoxyde, welke men bereidt door een deel kwikzilver in 2,7 deelen salpeterzuur koud op te lossen. Deze oplossing heeft een soortelijk gewigt van 1.6, dat men door verdamping tot 3,3 a 3,4 brengen kan, zonder dat de oplossing, althans bij gewone kamerwarmte, begint te kristallisen. Eene sterke verdunning kan niet door water geschieden: men moet salpeterzuur daartoe bezigen, omdat eene groote hoeveelheid water een<noinclude></noinclude> eendb0rpgm959ug1km06i2f9k9smga3 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/480 104 51560 219618 166276 2026-04-06T07:53:42Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219618 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|74|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>Kuenlúen gaan struiken op de zuidzijde tot 14,000 v., op de noordzijde slechts tot 11.500. Zij blijven hier ver beneden de grens van den grasgroei. In de Andes vond men nog struiken op 13.420 v.; in de Alpen is hare bovenste grens 8100 v., ofschoon zij hier en daar afzonderlijk nog veel hooger voorkomen, zooals b.v. aan den Lyskam, op 11.164 v. De uiterste grens van den ''groei van phanerogame planten'' vonden wij in Tibet, aan de noord-westelijke helling van den Ibi Gámin-pas, op eene hoogte van 19.809 v., iets lager, op 19.237 v., aan den Gunshankür. In de Himalaya groeiden eenige planten in de nabijheid van den Janti-pas op 17.500 v. In de Andes heeft {{sc|hall}} de hoogste phanerogame planten in den omtrek van den Chimborazo op 15.769 v. gevonden. In de Alpen hadden wij de laatste phanerogamen aangetroffen aan de helling van de Vincent-pyramide op 12.540 v." {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Engelsche mikroskopen op de wereld-tentoonstelling te Londen.''' — Hierover wordt verslag gegeven in het laatst verschenen nommer van het ''Quart. Journ. of micros. science''. June, p. 197. Daaruit blijkt, dat men in den loop der laatste jaren in Engeland wederom vorderingen in de vervaardiging van mikroskopen heeft gemaakt. Zoo b.v. heeft {{sc|powell}} e. {{sc|lealand}} een objectiefstelsel tentoongesteld, hetwelk {{smaller|{{frac|1|25}}}} E. duim brandpuntsafstand heeft, en dat bewonderingswaardig genoemd wordt zoowel in definiërend als in doordringend vermogen, terwijl de ondervlakte, in weerwil van den verbazend korten brandpuntsafstand, nog ver genoeg van het voorwerp en het dekplaatje verwijderd blijft om dit stelsel met gemak te gebruiken. Onder de tentoongestelde mikroskopen zijn er ook verscheidene, die wegens de werktuigelijke inrigting geroemd worden. {{sc|Smith}} en {{sc|beck}} hebben zich verdienstelijk gemaakt door de vervaardiging van mikroskopen, die deugdzaamheid met goedkoopheid vereenigen; zij hebben echter ook een werktuig tentoongesteld, dat zij een Museum-mikroskoop noemen, maar hetwelk teregt den naam van een monster mikroskoop zoude verdienen. Het bestaat uit een wijden geelkoperen cylinder, met een mikroskoop-ligchaam daarboven, en binnen in den wijden cylinder bevinden zich acht andere, waarop, in het geheel, 504 voorwerpen bevestigd zijn, elke cylinder dienende voor eene bijzondere klasse van voorwerpen. Door te draaijen aan eenen knop aan het eene einde van den buitensten cylinder, wordt elk der voorwerpen in de reeks waartoe het behoort achtereenvolgens in het gezigtsveld gebragt, terwijl op hetzelfde oogenblik zijn naam op een klein strookje verschijnt. Door zeer eenvoudige middelen kan de plaatsing der inwendige cylinders worden veranderd, en zoo het eene voorwerp na het andere ter beschouwing worden aangeboden. Het doel, bij de vervaardiging van dit<noinclude></noinclude> mjq69dzj52wn5x5qcs1dge8xmofehxk Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/488 104 51561 219636 193108 2026-04-06T08:26:52Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219636 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|82|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''De golfstroom.''' — Door de Zweedsche expeditie naar Spitsbergen, die in den loop van het vorige jaar plaats greep, zijn vele belangrijke waarnemingen gedaan, die licht zullen verspreiden over verscheidene wetenschappelijke vraagstukken. Aan een kort berigt daaromtrent, onlangs opgenomen in {{sc|petermann's}} ''Geographische Mittheilungen'', 1862, p. 193, ontleenen wij hier het feit, dat de golfstroom zich uitstrekt tot aan noordelijk Spitsbergen. Dit bleek onder anderen uit het vinden eener Westindische peulvrucht (van ''Entada gigalobium'') op het strand van Shoal point, op eene breedte van meer dan 80°, {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het verstrooijingsvermogen van iodium-damp.''' — {{sc|Legrand}} heeft de ontdekking gedaan, dat iodium damp het licht in tegenovergestelde rigting van alle tot hiertoe onderzochte stoffen verstrooit, d.i. een prisma, gevuld met iodiumdamp, breekt de roode stralen sterker dan de blaauwe stralen. Door wijzigingen van de methode van onderzoek is hem gebleken, dat deze abnormale breking niet kan toegeschreven worden aan den toestel, waarvan men zich bedient, maar hare oorzaak heeft in de werking, die de iodium-damp zelf op het licht dat er doorgaat uitoefent. Door een glas-prisma, dat eene nagenoeg gelijke afwijking (11' ongeveer) als het prisma van iodium-damp te weeg bragt, gelukte het hem dan ook het beeld merkelijk te achromatiseren, hetgeen bewijst, dat de verstrooijing van den iodium damp juist in tegengestelden zin als die van het glas geschiedt. Wanneer men achtereenvolgens rood en blaauw licht door de spleet laat vallen, ziet men het roode en het blaauwe beeld op onderscheidene plaatsen ontstaan. Dit bewijst, dat de breekbaarheid van de roode straal in iodium-damp werkelijk grooter is dan die van de blaauwe, en dat het verschijnsel dus niet kan verklaard worden door eene verandering van breekbaarheid der stralen zelve. (''Compt. rendus'', 1862. LV, p. 126). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Waterstof in vulkaan-gas.''' — {{sc|Sainte-claire deville}}, {{sc|le blanc}} en {{sc|fougée}} hebben het gas geanalyseerd, hetwelk tijdens de uitbarsting van 8 Dec. 1861 uit lava-spleten van den Vesuvius opsteeg. Het is daarbij gebleken, dat er behalve koolwaterstof (C{{sup|2}} H{{sup|2}}) ook vrije waterstof in bevat was, en wel in eene hoeveelheid, welke die van eerstgenoemd gas twee tot driemalen overtrof. (''Compt. rendus''. LV, p. 73). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Chloorammonium in damptoestand onbestaanbaar.''' — Reeds hadden eenige scheikundigen het vermoeden uitgesproken, dat chloorammonium zich, evenals andere ligchamen, bij verhitting in zijne bestanddeelen zoude scheiden, zoodat der-<noinclude></noinclude> myynihehvaporn8nrg4jnfxopqgiafj 219637 219636 2026-04-06T08:27:11Z DoekeHellema 16849 219637 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|82|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''De golfstroom.''' — Door de Zweedsche expeditie naar Spitsbergen, die in den loop van het vorige jaar plaats greep, zijn vele belangrijke waarnemingen gedaan, die licht zullen verspreiden over verscheidene wetenschappelijke vraagstukken. Aan een kort berigt daaromtrent, onlangs opgenomen in {{sc|petermann's}} ''Geographische Mittheilungen'', 1862, p. 193, ontleenen wij hier het feit, dat de golfstroom zich uitstrekt tot aan noordelijk Spitsbergen. Dit bleek onder anderen uit het vinden eener Westindische peulvrucht (van ''Entada gigalobium'') op het strand van Shoal point, op eene breedte van meer dan 80°. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het verstrooijingsvermogen van iodium-damp.''' — {{sc|Legrand}} heeft de ontdekking gedaan, dat iodium damp het licht in tegenovergestelde rigting van alle tot hiertoe onderzochte stoffen verstrooit, d.i. een prisma, gevuld met iodiumdamp, breekt de roode stralen sterker dan de blaauwe stralen. Door wijzigingen van de methode van onderzoek is hem gebleken, dat deze abnormale breking niet kan toegeschreven worden aan den toestel, waarvan men zich bedient, maar hare oorzaak heeft in de werking, die de iodium-damp zelf op het licht dat er doorgaat uitoefent. Door een glas-prisma, dat eene nagenoeg gelijke afwijking (11' ongeveer) als het prisma van iodium-damp te weeg bragt, gelukte het hem dan ook het beeld merkelijk te achromatiseren, hetgeen bewijst, dat de verstrooijing van den iodium damp juist in tegengestelden zin als die van het glas geschiedt. Wanneer men achtereenvolgens rood en blaauw licht door de spleet laat vallen, ziet men het roode en het blaauwe beeld op onderscheidene plaatsen ontstaan. Dit bewijst, dat de breekbaarheid van de roode straal in iodium-damp werkelijk grooter is dan die van de blaauwe, en dat het verschijnsel dus niet kan verklaard worden door eene verandering van breekbaarheid der stralen zelve. (''Compt. rendus'', 1862. LV, p. 126). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Waterstof in vulkaan-gas.''' — {{sc|Sainte-claire deville}}, {{sc|le blanc}} en {{sc|fougée}} hebben het gas geanalyseerd, hetwelk tijdens de uitbarsting van 8 Dec. 1861 uit lava-spleten van den Vesuvius opsteeg. Het is daarbij gebleken, dat er behalve koolwaterstof (C{{sup|2}} H{{sup|2}}) ook vrije waterstof in bevat was, en wel in eene hoeveelheid, welke die van eerstgenoemd gas twee tot driemalen overtrof. (''Compt. rendus''. LV, p. 73). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Chloorammonium in damptoestand onbestaanbaar.''' — Reeds hadden eenige scheikundigen het vermoeden uitgesproken, dat chloorammonium zich, evenals andere ligchamen, bij verhitting in zijne bestanddeelen zoude scheiden, zoodat der-<noinclude></noinclude> ep2c0cor8ns6ovoanoy6vmtbo14iyfn 219638 219637 2026-04-06T08:28:24Z DoekeHellema 16849 219638 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|82|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''De golfstroom.''' — Door de Zweedsche expeditie naar Spitsbergen, die in den loop van het vorige jaar plaats greep, zijn vele belangrijke waarnemingen gedaan, die licht zullen verspreiden over verscheidene wetenschappelijke vraagstukken. Aan een kort berigt daaromtrent, onlangs opgenomen in {{sc|petermann's}} ''Geographische Mittheilungen'', 1862, p. 193, ontleenen wij hier het feit, dat de golfstroom zich uitstrekt tot aan noordelijk Spitsbergen. Dit bleek onder anderen uit het vinden eener Westindische peulvrucht (van ''Entada gigalobium'') op het strand van Shoal point, op eene breedte van meer dan 80°. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het verstrooijingsvermogen van iodium-damp.''' — {{sc|Legrand}} heeft de ontdekking gedaan, dat iodium damp het licht in tegenovergestelde rigting van alle tot hiertoe onderzochte stoffen verstrooit, d.i. een prisma, gevuld met iodiumdamp, breekt de roode stralen sterker dan de blaauwe stralen. Door wijzigingen van de methode van onderzoek is hem gebleken, dat deze abnormale breking niet kan toegeschreven worden aan den toestel, waarvan men zich bedient, maar hare oorzaak heeft in de werking, die de iodium-damp zelf op het licht dat er doorgaat uitoefent. Door een glas-prisma, dat eene nagenoeg gelijke afwijking (11' ongeveer) als het prisma van iodium-damp te weeg bragt, gelukte het hem dan ook het beeld merkelijk te achromatiseren, hetgeen bewijst, dat de verstrooijing van den iodium damp juist in tegengestelden zin als die van het glas geschiedt. Wanneer men achtereenvolgens rood en blaauw licht door de spleet laat vallen, ziet men het roode en het blaauwe beeld op onderscheidene plaatsen ontstaan. Dit bewijst, dat de breekbaarheid van de roode straal in iodium-damp werkelijk grooter is dan die van de blaauwe, en dat het verschijnsel dus niet kan verklaard worden door eene verandering van breekbaarheid der stralen zelve. (''Compt. rendus'', 1862, LV, p. 126). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Waterstof in vulkaan-gas.''' — {{sc|Sainte-claire deville}}, {{sc|le blanc}} en {{sc|fougée}} hebben het gas geanalyseerd, hetwelk tijdens de uitbarsting van 8 Dec. 1861 uit lava-spleten van den Vesuvius opsteeg. Het is daarbij gebleken, dat er behalve koolwaterstof (C{{sup|2}} H{{sup|2}}) ook vrije waterstof in bevat was, en wel in eene hoeveelheid, welke die van eerstgenoemd gas twee tot driemalen overtrof. (''Compt. rendus''. LV, p. 73). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Chloorammonium in damptoestand onbestaanbaar.''' — Reeds hadden eenige scheikundigen het vermoeden uitgesproken, dat chloorammonium zich, evenals andere ligchamen, bij verhitting in zijne bestanddeelen zoude scheiden, zoodat der-<noinclude></noinclude> jij84y005y7rl51qn5dxn2lzqy55z9e 219639 219638 2026-04-06T08:28:57Z DoekeHellema 16849 219639 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|82|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''De golfstroom.''' — Door de Zweedsche expeditie naar Spitsbergen, die in den loop van het vorige jaar plaats greep, zijn vele belangrijke waarnemingen gedaan, die licht zullen verspreiden over verscheidene wetenschappelijke vraagstukken. Aan een kort berigt daaromtrent, onlangs opgenomen in {{sc|petermann's}} ''Geographische Mittheilungen'', 1862, p. 193, ontleenen wij hier het feit, dat de golfstroom zich uitstrekt tot aan noordelijk Spitsbergen. Dit bleek onder anderen uit het vinden eener Westindische peulvrucht (van ''Entada gigalobium'') op het strand van Shoal point, op eene breedte van meer dan 80°. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het verstrooijingsvermogen van iodium-damp.''' — {{sc|Legrand}} heeft de ontdekking gedaan, dat iodium damp het licht in tegenovergestelde rigting van alle tot hiertoe onderzochte stoffen verstrooit, d.i. een prisma, gevuld met iodiumdamp, breekt de roode stralen sterker dan de blaauwe stralen. Door wijzigingen van de methode van onderzoek is hem gebleken, dat deze abnormale breking niet kan toegeschreven worden aan den toestel, waarvan men zich bedient, maar hare oorzaak heeft in de werking, die de iodium-damp zelf op het licht dat er doorgaat uitoefent. Door een glas-prisma, dat eene nagenoeg gelijke afwijking (11' ongeveer) als het prisma van iodium-damp te weeg bragt, gelukte het hem dan ook het beeld merkelijk te achromatiseren, hetgeen bewijst, dat de verstrooijing van den iodium damp juist in tegengestelden zin als die van het glas geschiedt. Wanneer men achtereenvolgens rood en blaauw licht door de spleet laat vallen, ziet men het roode en het blaauwe beeld op onderscheidene plaatsen ontstaan. Dit bewijst, dat de breekbaarheid van de roode straal in iodium-damp werkelijk grooter is dan die van de blaauwe, en dat het verschijnsel dus niet kan verklaard worden door eene verandering van breekbaarheid der stralen zelve. (''Compt. rendus'', 1862, LV, p. 126). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Waterstof in vulkaan-gas.''' — {{sc|Sainte-claire deville}}, {{sc|le blanc}} en {{sc|fouqée}} hebben het gas geanalyseerd, hetwelk tijdens de uitbarsting van 8 Dec. 1861 uit lava-spleten van den Vesuvius opsteeg. Het is daarbij gebleken, dat er behalve koolwaterstof (C{{sup|2}} H{{sup|2}}) ook vrije waterstof in bevat was, en wel in eene hoeveelheid, welke die van eerstgenoemd gas twee tot driemalen overtrof. (''Compt. rendus''. LV, p. 73). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Chloorammonium in damptoestand onbestaanbaar.''' — Reeds hadden eenige scheikundigen het vermoeden uitgesproken, dat chloorammonium zich, evenals andere ligchamen, bij verhitting in zijne bestanddeelen zoude scheiden, zoodat der-<noinclude></noinclude> bsg9lja2xndr3mv7mdpnej44fgm7jjz Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/490 104 51562 219641 166430 2026-04-06T08:40:52Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219641 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|84|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>schiefer van Solenhofen zijn de overblijfselen van een zonderling dier gevonden, dat in sommige opzigten met de vogels, in andere met de langstaartige Pterodactylen (''Rhamphorhynchus'') overeenkomt. Schedel, hals en beide handen ontbreken, maar de voeten hebben, gelijk die van vogels, eenen tarsus met drie uitsteeksels, beantwoordende aan even zoo vele teenen. De meest in het oog loopende overeenkomst met een vogel is echter het bezit van vederen, waarvan de goed bewaarde afdrukken in den steen zoowel aan de voorste ledematen als aan den staart zigtbaar zijn. Aan laatstgenoemden staan zij ter weerszijden langs de as. Deze plaatsing en de groote lengte van den staart, die uit niet minder dan 20 wervels naar het uiteinde toe in grootte afnemende bestaat, stellen echter reeds een verschil met alle levende vogels daar. Bovendien is het maaksel van de wervelkolom geheel verschillend van dat bij dezen. De lenden- en heiligbeenswervels zijn vrij, zonder van boven overdekt te zijn, en de zijdelingsche beenderen van het bekken zijn slechts weinig ontwikkeld. Naar de meening van {{sc|a. wagner}}, zich grondende op de door den heer {{sc|witte}} hem toegezonden beschrijving van het fossiel, zoude het derhalve veeleer als een reptiel dan als een vogel moeten worden beschouwd. Hij geeft er den naam aan van'' Griphosaurus''. (''Sitzungsber. d. Münchn. Akad''., 1861, p. 146). Wij herinneren hierbij aan het voor eenigen tijd medegedeelde feit (zie ''Bijblad'', bl. 32), dat een vogelveder in denzelfden schiefer gevonden is, bij welke gelegenheid tevens melding is gemaakt van het zonderlinge fossiel, dat toen echter nog niet beschreven was. Ook mogen wij hier herinneren aan de voetafdruksels in den rooden zandsteen van Connecticut, door {{sc|hitchkock}} beschreven, en waaronder er zijn, waarin deze meende eene mengeling van karakters aan vogels en reptilien eigen te ontdekken. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Twee nieuwe Labyrinthodonten uit het steenkolen-tijdperk.''' — In lagen, behoorende tot het Edinburgsche steenkolenbekken, zijn de overblijfselen ontdekt van twee nieuwe vormen uit de merkwaardige groep der Labyrinthodonten. De eerste, door {{sc|huxley}}, ''Pholidogaster pisciformis'' genoemd, is volgens hem verwant aan ''Archegosaurus'', maar verschilt er van door de gedaante van den kop, de verdere verbeening van de wervelkolom en eenige bijzonderheden van het huidpantser. Het dier was ongeveer 44 E. duimen lang. — De tweede soort, waaraan {{sc|huxley}}, wegens de scherpheid der oogkassen, den geslachtsnaam ''Loxomma'' (''L. Allmanni'') gegeven heeft, was merkelijk grooter en zoude eene lengte van 6 tot 7 voeten bereikt hebben. (''Phil. Magaz''., Julij 1862, p. 75). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''De landflora van de Devonische periode in Noord-Oostelijk Amerika.''' — Reeds<noinclude></noinclude> clymcufnh4kbgx4twl4formdigfef2c Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/492 104 51571 219645 166437 2026-04-06T09:01:06Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219645 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|86|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>op de goede gevolgen van het koppelen ''in and in'' van renpaarden, runderen, schapen en varkens bij de Engelschen. De heer {{sc|beaudouin}} voert tot dat zelfde einde aan eene kudde mérinoschapen, die gedurende twee en twintig jaren zonder tusschenkomst van vreemde schapen in den best mogelijken toestand is en blijft, — ofschoon hij de stelling van {{sc|sanson}}: "dat de bewering van de schadelijkheid der familie-huwelijken ongegrond is," niet onvoorwaardelijk onderschrijft. — Daarentegen heeft de heer {{sc|gourdon}} zeer juist opgemerkt,dat de uitdrukking "verbetering" of "veredeling" eene geheel andere beteekenis heeft, wanneer zij op den mensch, dan wanneer zij op het vee wordt toegepast, en heeft daarbij gewezen op minder gunstige gevolgen van de ''breeding in and in'', die door de voorstanders dezer methode zelven erkend worden: neiging tot cachexie en verzwakking van het voortplantingsvermogen, — welke ook {{sc|sanson}} en {{sc|beaudouin}} niet kunnen verbloemen. Hij besluit, dat de bloedverwantschap bij het voortbrengen en voortplanten van dierenrassen op zich zelf eene ongunstige omstandigheid is, doch dat men om economische reden genoodzaakt is er zijne toevlugt toe te nemen, zonder er evenwel eene algemeen geldende methode van reproductie van te mogen maken. (''Compt. rend.'', Tom. LV, pag. 121, 128, 236, 269). — Dat men niet inziet, dat de resultaten van de ''breeding in and in'' der Engelschen niet ''tegen'', maar juist ''vóór'' de schadelijkheid der familie-huwelijken pleiten, is allervreemdst. De voorstanders dier methode erkennen zelven, dat er bij de aldus voortgebragte rassen groote neiging tot onvruchtbaarheid ontstaat. En de producten dier methode zelve: paarden, die tot niets (dan de wedren) bruikbaar zijn, ossen en varkens, die zich wegens de tegennatuurlijke ophooping van vet bijna niet kunnen bewegen, schapen met ziekelijk veranderde (schoon daardoor juist kostbare) wol, — zijn niets dan ''pathologische producten!'' — Overigens vindt de schadelijkheid der familie-huwelijken in het feit der erflijkheid hare allezins natuurlijke verklaring en tevens, als ik het zoo noemen mag, haar bewijs ''a priori'', gelijk ik heb uiteengezet in de ''Schat der Gezondheid'', 1862, bladz. 156 vgg. Maar daarom is het dan ook onzin die schadelijkheid te ontkennen, familie-huwelijken met alle andere op gelijke lijn te stellen, en dan ten slotte (b.v. {{sc|dally}} in de ''Gazette hebdomadaire de méd. et de chir.'', Tom. IX, no. 33, 34) de gevallen van erflijkheid uit te zonderen. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het zigtbaar maken der buiken en knoopen van trillende luchtkolommen.''' — De reeds zeer gunstig bekende instrumentmaker {{sc|r. koenig}} te Parijs heeft, blijkens een berigt, voorkomende in ''Cosmos''. XXI, pag. 147, onder andere belangrijke zaken te Londen tentoongesteld een door hem uitgedacht toestelletje tot bovengenoemd doel. Reeds vroeger, zegt hij, was dit doel bereikt,<noinclude></noinclude> ez4do83ymrbr8t3fnsykgfnyub4um3k 219650 219645 2026-04-06T09:13:49Z DoekeHellema 16849 219650 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|86|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>op de goede gevolgen van het koppelen ''in and in'' van renpaarden, runderen, schapen en varkens bij de Engelschen. De heer {{sc|beaudouin}} voert tot dat zelfde einde aan eene kudde mérinoschapen, die gedurende twee en twintig jaren zonder tusschenkomst van vreemde schapen in den best mogelijken toestand is en blijft, — ofschoon hij de stelling van {{sc|sanson}}: "dat de bewering van de schadelijkheid der familie-huwelijken ongegrond is," niet onvoorwaardelijk onderschrijft. — Daarentegen heeft de heer {{sc|gourdon}} zeer juist opgemerkt,dat de uitdrukking "verbetering" of "veredeling" eene geheel andere beteekenis heeft, wanneer zij op den mensch, dan wanneer zij op het vee wordt toegepast, en heeft daarbij gewezen op minder gunstige gevolgen van de ''breeding in and in'', die door de voorstanders dezer methode zelven erkend worden: neiging tot cachexie en verzwakking van het voortplantingsvermogen, — welke ook {{sc|sanson}} en {{sc|beaudouin}} niet kunnen verbloemen. Hij besluit, dat de bloedverwantschap bij het voortbrengen en voortplanten van dierenrassen op zich zelf eene ongunstige omstandigheid is, doch dat men om economische reden genoodzaakt is er zijne toevlugt toe te nemen, zonder er evenwel eene algemeen geldende methode van reproductie van te mogen maken. (''Compt. rend.'', Tom. LV, pag. 121, 128, 236, 269). — Dat men niet inziet, dat de resultaten van de ''breeding in and in'' der Engelschen niet ''tegen'', maar juist ''vóór'' de schadelijkheid der familie-huwelijken pleiten, is allervreemdst. De voorstanders dier methode erkennen zelven, dat er bij de aldus voortgebragte rassen groote neiging tot onvruchtbaarheid ontstaat. En de producten dier methode zelve: paarden, die tot niets (dan de wedren) bruikbaar zijn, ossen en varkens, die zich wegens de tegennatuurlijke ophooping van vet bijna niet kunnen bewegen, schapen met ziekelijk veranderde (schoon daardoor juist kostbare) wol, — zijn niets dan ''pathologische producten!'' — Overigens vindt de schadelijkheid der familie-huwelijken in het feit der erflijkheid hare allezins natuurlijke verklaring en tevens, als ik het zoo noemen mag, haar bewijs ''a priori'', gelijk ik heb uiteengezet in de ''Schat der Gezondheid'', 1862, bladz. 156 vgg. Maar daarom is het dan ook onzin die schadelijkheid te ontkennen, familie-huwelijken met alle andere op gelijke lijn te stellen, en dan ten slotte (b.v. {{sc|dally}} in de ''Gazette hebdomadaire de méd. et de chir.'', Tom. IX, no. 33, 34) de gevallen van erflijkheid uit te zonderen. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het zigtbaar maken der buiken en knoopen van trillende luchtkolommen.''' — De reeds zeer gunstig bekende instrumentmaker {{sc|r. koenig}} te Parijs heeft, blijkens een berigt, voorkomende in ''Cosmos'', XXI, pag. 147, onder andere belangrijke zaken te Londen tentoongesteld een door hem uitgedacht toestelletje tot bovengenoemd doel. Reeds vroeger, zegt hij, was dit doel bereikt,<noinclude></noinclude> 4fsymtfl1m64c50hyln2njck3dvdm7d Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/500 104 51572 219665 166683 2026-04-06T10:52:05Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219665 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|94|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>lading van den positiven rheophoor plaats te maken en deze werd gloeijend, terwijl de negative met gloeijen ophield. Eene sterke gasontwikkeling in de batterij toonde, hoeveel sterker de stroom nu was geworden. Een stroommeter werd hierbij ongelukkiglijk niet gebezigd. {{sc|Gassiot}} schijnt de oorzaak van deze verandering in lichtverschijnsel en stroomsterkte in de batterij te zoeken: hij spreekt herhaaldelijk van: ''as the action of the battery improves''. De volgende feiten evenwel, die hij mede opteekent, geven onzes inziens gereedelijk aanleiding tot eene andere verklaring. Noch met zijne waterbatterij van 4000 elementen, noch ook met een magtig inductie-werktuig kon in dezelfde buizen ooit iets anders dan het eerst vermelde verschijnsel worden verkregen. Op behoorlijke wijze (waarschijnlijk, hoewel dit niet opzettelijk vermeld wordt, met een draaijend spiegeltje) onderzocht, vertoonde zich dit lichtverschijnsel, ook als het bij het begin door de 400 Grove-elementen werd voortgebragt, duidelijk intermittent. De andere ontlading was steeds aanhoudend. Zoolang het eerste verschijnsel duurt, blijven de goudblaadjes van twee elektroskopen, die elk met een der polen van de batterij in aanraking zijn gebragt, uiteenwijken. Op het oogenblik dat het verandert vallen zij geheel zamen. In dien eersten tijd worden metaaldeeltjes door den stroom losgemaakt en ter zijde tegen de huis geworpen, maar nu enkel van den ''negativen rheophoor''. De voornaamste oorzaak der verandering schijnt dus wel de warmte te zijn. De negative rheophoor wordt dadelijk gloeijend door de intermittente ontlading. De middenstof, waarin deze geschiedt, wordt daardoor en door mededeeling van het gloeijende ligchaam zelf verhit en wanneer deze verhitting eene zekere grens heeft bereikt, dan wordt die middenstof, waardoor de elektriciteit zich tot nog toe als 't ware met moeite en slechts door haar te doorboren eenen weg baande, zelve tot geleider. Metingen alleen, met rheometer en thermometer bij allerlei veranderingen in de omstandigheden, waaronder het verschijnsel plaats grijpt, zullen hier licht kunnen geven. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Generatio spontanea.''' — De discussiën voor en tegen de generatio spontanea of heterogenesis hebben in Frankrijk nog niet opgehouden. De voorstanders er van komen herhaaldelijk met nieuwe proefnemingen voor den dag, die ten bewijze moeten dienen, dat inderdaad ontwikkeling van organische, levende wezens zonder ouders mogelijk is niet alleen, maar aanhoudend plaats vindt. De heeren {{sc|n. joly}} en {{sc|ch. musset}} onder anderen hebben dergelijke proefnemingen aan de ''Académie des Sciences'' medegedeeld. De eerste reeks dier proef-<noinclude></noinclude> mbogstcifmeza41wzkf0x3vo4bkramo Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/496 104 51587 219661 166679 2026-04-06T10:09:06Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219661 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|90|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>De tot een fijn poeder gebragte, gecalcineerde beenderen worden met eene genoegzame hoeveelheid houtskool vermengd om al de zuurstof van den phosphorzuren kalk in kooloxyd om te zetten. Het mengsel wordt gebragt in buizen van vuurvaste klei, deze worden vervolgens gegloeid en door een der uiteinden er chloorwaterstofzuur door geleid. Er vormen zich daarbij chloorcalcium, kooloxyd, waterstof en vrije phosphorus, welke laatste op de gewone wijze onder water wordt opgevangen, na eerst door een koeltoestel te zijn gegaan. (''Journ. de Pharm/ et de Chem.'', 1862, p. 493.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Eigene warmte der slakken.''' — {{sc|J. b. schmetzler}} heeft een groot aantal waarnemingen gedaan over de temperatuur van het ligchaam van ''Helix pomatia'', vergeleken met de gelijktijdige temperatuur der lucht. Hij bragt daartoe een kwikzilver-thermometer met eenen kleinen bol in de ademhalingsholte der slak. In het algemeen heeft hij bevonden, dat, hoewel de ligchaamstemperatuur van het dier met de luchttemperatuur rees en daalde, de eerste toch in den regel 1° C., in enkele gevallen zelfs 2° of 3°, hooger was, zoodat ''Helix pomatia'' derhalve eene zekere mate van eigene warmte heeft. Aan eene koude van —2° blootgesteld, bleef het dier leven, doch eene koude van —8° doodde het. (''Biblioth. univ. Arch. gén''., 1862, p. 293.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Generatio spontanea.''' — De bekende en ook in dit ''Bijblad'' (1861, bl. 19) vermelde proeven van {{sc|pasteur}} schenen aan den ouden twist over het al of niet ontstaan van organische wezens, zonder vooraf bestaande georganiseerde kiemen, voor goed een einde gemaakt te hebben. Desniettegenstaande zijn de uitkomsten der proefnemingen en de daaruit afgeleide gevolgtrekkingen bestreden, niet alleen reeds vroeger door {{sc|pouchet}}, maar ook door {{sc|schaafhausen}} (zie ''Bijblad'' van dit jaar, bl. 61) en door {{sc|jeffries wijman}}, hoogleeraar in de anatomie aan Harvard College te Cambridge in Noord-Amerika (''Amer. Journ. of Sc. a. Arts''., 1862. Julij, 79). {{sc|Wijman}} heeft zevenendertig proeven genomen, ten deele op dezelfde wijze als {{sc|pasteur}}, maar naar het schijnt met nog grootere voorzorgsmaatregelen. Omtrent de door hem gevolgde methoden naar het oorspronkelijke verwijzende, zij het voldoende hier aan te slippen, dat hij in vochten, waarin verschillende organische stoffen bevat waren en die van 19 minuten tot twee uren gekookt hadden, niet altijd maar toch in de meeste gevallen, een vliesje zag ontstaan, dat uit verschillende lagere organismen, vibriones, monaden, bacterium's, spirillums of gistcellen, bestond, in weerwil dat de koking òf in eenen vooraf gesloten toestel, bij hoogere drukking had plaats gehad, en dus geenerlei buitenlucht was toegetreden, òf dat de toegetreden lucht eerst gefiltreerd was door een langen bundel gloeijende ijzerdraden. {{nop}}<noinclude></noinclude> rqna92gxbgjlx3k7poywk6jgdlzooi0 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/498 104 51588 219669 166685 2026-04-06T10:59:29Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219669 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|92|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>dienen, daar het de eigenlijke zitplaats der urine-secretie zoude zijn. Tegen den tijd der verpopping en gedurende den poptoestand zelven hoopt zich in de cellen die het zamenstellen ''acidum uricum'' op. Bij het volkomen insekt gaat de afscheiding nog voort, maar het product wordt gestadig afgevoerd. De zoogenaamde Malpigische vaten zouden de rol van afvoerende buizen vervullen, maar tevens als galvormende organen te beschouwen zijn, zooals men vroeger meende. Nog voegt {{sc|fabre}} er bij, dat bij de larven van vlinders en ook bij eenige volkomen insekten uit de orde der ''Orthoptera'' een gedeelte van het acidum uricum uit het zoogenaamde vetweefsel in de huid geraakt en zoo medewerkt tot voortbrenging der gele of roode vlekken, die zich aan de oppervlakte vertoonen (''Compt. rendus'', LV p. 280). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Werking van fijn gestooten ijs op het koken van water in glazen vaten.''' — De bekende proefneming, waarbij men om het koken heftiger te maken, ijzervijlsel werpt in water, dat in een glazen vat langzaam kookt, kan, zegt prof. {{sc|chadbourne}} te Boston in {{sc|sillimans}} ''American Journal of Science'', op eene andere, zeer leerrijke wijze worden gedaan, als men namelijk in plaats van ijzervijlsel fijngestooten ijs in dit water werpt. Dit ijs moet in een verkoelend mengsel volkomen droog gehouden worden. Een lepelvol daarvan, geworpen in een bijna geheel met zacht kokend water gevuld digereerglas, doet dit koken plotseling in een heftig opbruischen overgaan, zoodat een deel van het water uit het glas wordt geworpen. De ijsdeeltjes werken dus, eer zij tijd hebben om te smelten, als metaal of zandkorrels en stellen den damp in vrijheid ({{sc|Poggendorff's}} ''Annal''. CXVI, bl. 644). {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Mikroskopisch schrift.''' — De bekende mikrographien van {{sc|froment}} te Parijs worden thans nog verre overtroffen door die, welke {{sc|webb}} op de groote tentoonstelling te Londen vertoont met den toestel, die dient om ze voort te brengen. Die toestel is eene soort van hoogst naauwkeurig vervaardigde pantograaph, die de karakters of de teekening waar langs men de eene stift leidt met de andere door een diamant, zeer verkleind, in glas graveert. 4137 letters zijn daardoor geschreven geworden op een vlak van nog geen duizendste van een vierkante Engelsche duim of omstreeks zes tiende deelen van een vierkante millimeter oppervlakte! Met denzelfden toestel kunnen streepgroepen als die in de Nobertsche proefplaatjes verkregen worden ten getale van 4000 in één millimeter. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nog eens Salomon de Caus.''' — In de mededeeling aangaande de begrafenisakte<noinclude></noinclude> hde08zx73bcb5rluwakxh0owjv9kqyo Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/475 104 52293 219610 166226 2026-04-06T07:31:32Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219610 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|69}}</noinclude>welijk ligchaam, behalve dat de zonnemaand en het zonnejaar hier vervangen worden door de maanmaand en het maanjaar. — {{sc|Liharzik}} verdeelt het ligchaam des menschen in zes deelen, waarvan bij den man, de volgende de typische afmetingen zijn. Lengte van het hoofd, van de kruin tot de kin, 24 centim.; lengte van den hals, van het einde der kin tot den bovenrand van het borstbeen, 9 cent.; lengte van het borstbeen, van den bovenrand tot de punt van het zwaardsgewijs uitsteeksel, 22 cent.; afstand van het laatst genoemde punt tot den rand der schaambeensvereeniging, welke afstand door den navel in twee gelijke deelen verdeeld wordt, 26 cent.; lengte van het geheele been (dij en scheen) van de schaambeensvereeniging tot het middenpunt van den binnenenkel 85 cent.; hoogte van den voet, van het middenpunt des binnenenkels tot de voetzool, 9 cent. Geheele lengte van den "man-type", van de kruin tot de voetzool, 1{{smaller|<sup>m</sup>}} 75, — Bij de typische vrouw zijn de lengten van de genoemde afmetingen 24, 9, 21, 26, 84, 9, de geheele lengte 1{{smaller|<sup>m</sup>}} 73, dus slechts 2 centim, kleiner dan bij den man. — Bij den typischen pasgeborene zijn de afmetingen der zes ligchaamsafdeelingen deze: voor het mannelijk kind 12, 1, 7, 10, 18, 2, totaal 50 centimeters; voor het vrouwelijk 12, 1, 6, 10, 17, 2, totaal 48 centimeters. — De laatste conclusie van {{sc|liharzik}} is, dat het menschelijk ligchaam een essentieel mathematisch werkstuk is, waarin alles bepaald is door onveranderlijke getallen, wier onderlinge verhoudingen uitgedrukt worden door de getallen 2, 3, 5. (''Compt. rend''., Tom. LIV, pag. 1270. ''Cosmos'', 27 Juin, pag. 730). — Het is onmogelijk om uit eene zoo summaire en uit den aard oppervlakkige mededeeling als deze eenig besluit te trekken aangaande de waarschijnlijke waarde van de onderzoekingen van {{sc|liharzik}}. Vooralsnog schroomt ref. die waarde zeer hoog aan te slaan. Vooral in de bepaling der afmetingen vindt hij veel willekeurigs, en de slotsom, dat de statuur van den typischen man slechts 2 centimeters langer zou zijn dan die der typische vrouw, doet hem zeer twijfelen aan de juistheid van {{sc|liharzik}}'s waarnemingen. Het kan echter zijn, dat de lezing van het boek zelf de ongegrondheid van deze en andere bedenkingen tegen {{sc|L}}'S stellingen zal aantoonen. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Gelijktijdig bestaan van den mensch en van Dinornis op Nieuw-Zeeland.''' — {{sc|W. mantell}} en {{sc|cormack}} hebben beenderen van ''Dinornis elephantopus, crassus'' en ''gracilis'' gevonden bij oude vuurplaatsen en gedeeltelijk vermengd tusschen beenderen van andere vogels en visschen, die blijkbaar tot voedsel voor vroegere bewoners van Nieuw-Zeeland hadden gediend, alles overdekt met eenige voeten zand. Hieruit zou het besluit kunnen worden opgemaakt, dat de Moa<noinclude></noinclude> pxtor72ny27p7taaxsqgtahc8lzidaw 219611 219610 2026-04-06T07:33:29Z DoekeHellema 16849 219611 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|69}}</noinclude>welijk ligchaam, behalve dat de zonnemaand en het zonnejaar hier vervangen worden door de maanmaand en het maanjaar. — {{sc|Liharzik}} verdeelt het ligchaam des menschen in zes deelen, waarvan bij den man, de volgende de typische afmetingen zijn. Lengte van het hoofd, van de kruin tot de kin, 24 centim.; lengte van den hals, van het einde der kin tot den bovenrand van het borstbeen, 9 cent.; lengte van het borstbeen, van den bovenrand tot de punt van het zwaardsgewijs uitsteeksel, 22 cent.; afstand van het laatst genoemde punt tot den rand der schaambeensvereeniging, welke afstand door den navel in twee gelijke deelen verdeeld wordt, 26 cent.; lengte van het geheele been (dij en scheen) van de schaambeensvereeniging tot het middenpunt van den binnenenkel 85 cent.; hoogte van den voet, van het middenpunt des binnenenkels tot de voetzool, 9 cent. Geheele lengte van den "man-type", van de kruin tot de voetzool, 1{{smaller|<sup>m</sup>}} 75, — Bij de typische vrouw zijn de lengten van de genoemde afmetingen 24, 9, 21, 26, 84, 9, de geheele lengte 1{{smaller|<sup>m</sup>}} 73, dus slechts 2 centim, kleiner dan bij den man. — Bij den typischen pasgeborene zijn de afmetingen der zes ligchaamsafdeelingen deze: voor het mannelijk kind 12, 1, 7, 10, 18, 2, totaal 50 centimeters; voor het vrouwelijk 12, 1, 6, 10, 17, 2, totaal 48 centimeters. — De laatste conclusie van {{sc|liharzik}} is, dat het menschelijk ligchaam een essentieel mathematisch werkstuk is, waarin alles bepaald is door onveranderlijke getallen, wier onderlinge verhoudingen uitgedrukt worden door de getallen 2, 3, 5. (''Compt. rend''., Tom. LIV, pag. 1270. ''Cosmos'', 27 Juin, pag. 730). — Het is onmogelijk om uit eene zoo summaire en uit den aard oppervlakkige mededeeling als deze eenig besluit te trekken aangaande de waarschijnlijke waarde van de onderzoekingen van {{sc|liharzik}}. Vooralsnog schroomt ref. die waarde zeer hoog aan te slaan. Vooral in de bepaling der afmetingen vindt hij veel willekeurigs, en de slotsom, dat de statuur van den typischen man slechts 2 centimeters langer zou zijn dan die der typische vrouw, doet hem zeer twijfelen aan de juistheid van {{sc|liharzik}}'s waarnemingen. Het kan echter zijn, dat de lezing van het boek zelf de ongegrondheid van deze en andere bedenkingen tegen {{sc|L.}}'S stellingen zal aantoonen. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Gelijktijdig bestaan van den mensch en van Dinornis op Nieuw-Zeeland.''' — {{sc|W. mantell}} en {{sc|cormack}} hebben beenderen van ''Dinornis elephantopus, crassus'' en ''gracilis'' gevonden bij oude vuurplaatsen en gedeeltelijk vermengd tusschen beenderen van andere vogels en visschen, die blijkbaar tot voedsel voor vroegere bewoners van Nieuw-Zeeland hadden gediend, alles overdekt met eenige voeten zand. Hieruit zou het besluit kunnen worden opgemaakt, dat de Moa<noinclude></noinclude> i8mt0zsrqimecxzwtfam2bf91e66fuq Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/477 104 52295 219615 166228 2026-04-06T07:41:50Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219615 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|71}}</noinclude>hiermede eenig zuur vermengd is, en dan als gewoonlijk onder ontwikkeling van waterstof. In de zwavelzuur-fabriek, die aan L. het materiaal leverde, waaruit hij dit metaal afscheidde, wordt dit zuur niet uit zwavel maar uit pyriten bereid. Die pyriten (niet alle evenwel) bevatten het metaal in zeer geringe hoeveelheid, misschien een honderdduizendste. In het slijk der looden kamers hoopt het zich echter op, zoodat dit eenige duizendsten van zijn gewigt daarvan bevat. Een vijftig millioenste deel van een grein of een eenzevenhonderd vijftigduizendste deel van een milligram thallium kan in het spectraal-apparaat nog duidelijk onderkend worden. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Invloed van de warmte op den brekingsaanwijzer der ligchamen.''' — In dezelfde zitting der ''Académie des sciences'' heeft {{sc|fizeau}} het ''résumé'' gegeven van zijne onderzoekingen over dit onderwerp. De beschrijving daarvan zal in haar geheel opgenomen worden in de ''Annales de chimie et de physique''. Wanneer men de Newtonsche ringen voortbrengt met behulp van het gele licht eener monochromatische lamp, dan kan men de beide glasoppervlakten, waartusschen deze ontstaan, tot op bijna 15 millimeters van elkaar verwijderen, zonder dat het verschijnsel ophoudt zigtbaar te zijn, dat men op deze wijze ook waarnemen kan met glasplaten, die door evenwijdige vlakken begrensd zijn, zelfs als deze platen eene dikte van 10 m. m. bezitten. Verwarmt men nu het glas, dan bemerkt men, dat de interferentie-strepen zich daarbij verplaatsen. Deze verplaatsing is gedeeltelijk te wijten aan de uitzetting van het glas door de verwarming; maar dit deel laat zich naauwkeurig berekenen, en het overblijvende kan aan niets anders dan aan eene verandering in den brekingsaanwijzer van het glas te wijten zijn, welke verandering zich dan hieruit berekenen laat. Op deze wijze heeft {{sc|fizeau}} haar voor een aantal ligchamen onderzocht en gevonden, dat die aanwijzer door verwarming ''grooter'' wordt in gewoon glas (zeer langzaam), in flintglas (duidelijker) en in het Faradaysche zware flintglas (zeer sterk). In Crownglas is geene zulke uitwerking der verwarming te bespeuren en in het vloeispaat wordt de brekingsaanwijzer door verwarming ''kleiner'', even als in alle drup- en luchtvormige vloeistoffen. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Holle blazen van eene vloeistof op merkwaardige wijze zich vormend.''' — {{sc|Felix plateau}}, de zoon van den niettegenstaande zijne blindheid nog steeds ijverig<noinclude></noinclude> 1xdbl5tahpldumfqdywzlj5wlfi1iec Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/483 104 52315 219626 166315 2026-04-06T08:06:18Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219626 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|77}}</noinclude>basisch zout afscheidt. Wanneer het niet op de uiterste naauwkeurigheid aankomt, kan men het soort. gewigt der vloeistof, waarin het ligchaam zweeft, met behulp van eenen geschikten aräometer bepalen; voor naauwkeuriger proefnemingen gebruikt S. eene pipet, waarvan hij eens vooral naauwkeurig bepaald heeft, hoeveel water zij, tot aan een merk op den hals gevuld, bevatten kan, en die hij bij iedere proefneming met de te onderzoeken vloeistof vult tot op dezelfde hoogte, en dan, na afveging met vloeipapier, in eene reageerbuis plaatst en zoo weegt. Om de naauwkeurigheid te beproeven, die men door deze handelwijze kan bereiken, heeft S. van eenige zelfstandigheden, waarvan hij over grootere stukken beschikken kon, op de gewone wijze het soortelijk gewigt bepaald en daarna naar zijne methode ditzelfde gedaan van kleine, altijd beneden een decigram, soms slechts een paar milligram wegende stukjes, die hij daarvan had afgesneden of afgeslagen. Zijne uitkomsten vindt men in het volgende tafeltje, waarin onder ''a'' die op de gewone wijze aan grootere stukken verkregen en onder ''b'' die volgens de nieuwe methode zijn opgeteekend, de {{block center| {{gap|10em}}''a''{{gap|4em}}''b''. </br> Paraffine {{gap|5em}} 0,900.{{gap|3em}}0,900. </br> Caoutschouc {{gap|3em}} 0924.{{gap|3em}}0,922.</br> Gutta Percha {{gap|3em}}0,962. {{gap|3em}}0,969. </br> Barnsteen {{gap|4em}} 1,080. {{gap|3em}}1,085. </br> Agaat {{gap|6em}} 1,175.{{gap|3em}}1,177. </br> Zegellak{{gap|5em}} 1,770.{{gap|3em}}1,768. </br> Zwavel{{gap|6em}} 2,004.{{gap|3em}}2,005. </br> Hyaliet {{gap|6em}}2,169.{{gap|3em}}2,167. </br> Glas {{gap|7em}}2,477.{{gap|3em}}2,479. </br> Kwartz {{gap|6em}} 2,655. {{gap|3em}}2,651. </br> Beryll{{gap|7em}} 2,698.{{gap|3em}}2,691. </br> Phenakiet {{gap|5em}} 2,969. {{gap|3em}}2,961. </br> Vloeispaat{{gap|5em}} 3,167.{{gap|3em}}3,165. </br> Chrysoliet{{gap|5em}} 3,542.{{gap|3em}}3,343. </br> Diamant {{gap|6em}} 3,521. {{gap|3em}} 3,555. </br>}} Men ziet, dat op deze wijze uitkomsten van genoegzame naauwkeurigheid te verkrijgen zijn. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Interferentie-verschijnselen naar {{sc|dove}}.''' — Toen ik, nu weinige dagen geleden, een bezoek bragt aan prof. {{sc|dove}} te Berlijn, had deze de goedheid mij een aantal proefnemingen te beschrijven en te doen zien, waarvan twee geschikt zijn om hier kortelijk te worden vermeld. {{nop}}<noinclude></noinclude> iiufuma84do14zewvlcls4nbg4lhs42 219627 219626 2026-04-06T08:07:47Z DoekeHellema 16849 219627 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|77}}</noinclude>basisch zout afscheidt. Wanneer het niet op de uiterste naauwkeurigheid aankomt, kan men het soort. gewigt der vloeistof, waarin het ligchaam zweeft, met behulp van eenen geschikten aräometer bepalen; voor naauwkeuriger proefnemingen gebruikt S. eene pipet, waarvan hij eens vooral naauwkeurig bepaald heeft, hoeveel water zij, tot aan een merk op den hals gevuld, bevatten kan, en die hij bij iedere proefneming met de te onderzoeken vloeistof vult tot op dezelfde hoogte, en dan, na afveging met vloeipapier, in eene reageerbuis plaatst en zoo weegt. Om de naauwkeurigheid te beproeven, die men door deze handelwijze kan bereiken, heeft S. van eenige zelfstandigheden, waarvan hij over grootere stukken beschikken kon, op de gewone wijze het soortelijk gewigt bepaald en daarna naar zijne methode ditzelfde gedaan van kleine, altijd beneden een decigram, soms slechts een paar milligram wegende stukjes, die hij daarvan had afgesneden of afgeslagen. Zijne uitkomsten vindt men in het volgende tafeltje, waarin onder ''a'' die op de gewone wijze aan grootere stukken verkregen en onder ''b'' die volgens de nieuwe methode zijn opgeteekend, de {{block center| {{gap|10em}}''a''{{gap|4em}}''b''. </br> Paraffine {{gap|5em}} 0,900.{{gap|3em}}0,900. </br> Caoutschouc {{gap|3em}} 0924.{{gap|3em}}0,922.</br> Gutta Percha {{gap|3em}}0,962. {{gap|3em}}0,969. </br> Barnsteen {{gap|4em}} 1,080. {{gap|3em}}1,085. </br> Agaat {{gap|6em}} 1,175.{{gap|3em}}1,177. </br> Zegellak{{gap|5em}} 1,770.{{gap|3em}}1,768. </br> Zwavel{{gap|6em}} 2,004.{{gap|3em}}2,003. </br> Hyaliet {{gap|6em}}2,169.{{gap|3em}}2,167. </br> Glas {{gap|7em}}2,477.{{gap|3em}}2,479. </br> Kwartz {{gap|6em}} 2,655. {{gap|3em}}2,651. </br> Beryll{{gap|7em}} 2,698.{{gap|3em}}2,691. </br> Phenakiet {{gap|5em}} 2,969. {{gap|3em}}2,961. </br> Vloeispaat{{gap|5em}} 3,167.{{gap|3em}}3,165. </br> Chrysoliet{{gap|5em}} 3,542.{{gap|3em}}3,343. </br> Diamant {{gap|6em}} 3,521. {{gap|3em}} 3,555. </br>}} Men ziet, dat op deze wijze uitkomsten van genoegzame naauwkeurigheid te verkrijgen zijn. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Interferentie-verschijnselen naar {{sc|dove}}.''' — Toen ik, nu weinige dagen geleden, een bezoek bragt aan prof. {{sc|dove}} te Berlijn, had deze de goedheid mij een aantal proefnemingen te beschrijven en te doen zien, waarvan twee geschikt zijn om hier kortelijk te worden vermeld. {{nop}}<noinclude></noinclude> 25v85gn7og61zu4irdig96nbh32r4x9 219628 219627 2026-04-06T08:08:41Z DoekeHellema 16849 219628 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|77}}</noinclude>basisch zout afscheidt. Wanneer het niet op de uiterste naauwkeurigheid aankomt, kan men het soort. gewigt der vloeistof, waarin het ligchaam zweeft, met behulp van eenen geschikten aräometer bepalen; voor naauwkeuriger proefnemingen gebruikt S. eene pipet, waarvan hij eens vooral naauwkeurig bepaald heeft, hoeveel water zij, tot aan een merk op den hals gevuld, bevatten kan, en die hij bij iedere proefneming met de te onderzoeken vloeistof vult tot op dezelfde hoogte, en dan, na afveging met vloeipapier, in eene reageerbuis plaatst en zoo weegt. Om de naauwkeurigheid te beproeven, die men door deze handelwijze kan bereiken, heeft S. van eenige zelfstandigheden, waarvan hij over grootere stukken beschikken kon, op de gewone wijze het soortelijk gewigt bepaald en daarna naar zijne methode ditzelfde gedaan van kleine, altijd beneden een decigram, soms slechts een paar milligram wegende stukjes, die hij daarvan had afgesneden of afgeslagen. Zijne uitkomsten vindt men in het volgende tafeltje, waarin onder ''a'' die op de gewone wijze aan grootere stukken verkregen en onder ''b'' die volgens de nieuwe methode zijn opgeteekend, de {{block center| {{gap|10em}}''a''{{gap|4em}}''b''. </br> Paraffine {{gap|5em}} 0,900.{{gap|3em}}0,900. </br> Caoutschouc {{gap|3em}} 0924.{{gap|3em}}0,922.</br> Gutta Percha {{gap|3em}}0,962. {{gap|3em}}0,969. </br> Barnsteen {{gap|4em}} 1,080. {{gap|3em}}1,085. </br> Agaat {{gap|6em}} 1,175.{{gap|3em}}1,177. </br> Zegellak{{gap|5em}} 1,770.{{gap|3em}}1,768. </br> Zwavel{{gap|6em}} 2,004.{{gap|3em}}2,003. </br> Hyaliet {{gap|6em}}2,169.{{gap|3em}}2,167. </br> Glas {{gap|7em}}2,477.{{gap|3em}}2,479. </br> Kwartz {{gap|6em}} 2,655. {{gap|3em}}2,651. </br> Beryll{{gap|7em}} 2,698.{{gap|3em}}2,691. </br> Phenakiet {{gap|5em}} 2,969. {{gap|3em}}2,961. </br> Vloeispaat{{gap|5em}} 3,167.{{gap|3em}}3,165. </br> Chrysoliet{{gap|5em}} 3,542.{{gap|3em}}3,343. </br> Diamant {{gap|6em}} 3,521. {{gap|3em}} 3,535. </br>}} Men ziet, dat op deze wijze uitkomsten van genoegzame naauwkeurigheid te verkrijgen zijn. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Interferentie-verschijnselen naar {{sc|dove}}.''' — Toen ik, nu weinige dagen geleden, een bezoek bragt aan prof. {{sc|dove}} te Berlijn, had deze de goedheid mij een aantal proefnemingen te beschrijven en te doen zien, waarvan twee geschikt zijn om hier kortelijk te worden vermeld. {{nop}}<noinclude></noinclude> klp9wp1eimkmnwe02uuyij7e3m0cmdf 219629 219628 2026-04-06T08:10:03Z DoekeHellema 16849 219629 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|77}}</noinclude>basisch zout afscheidt. Wanneer het niet op de uiterste naauwkeurigheid aankomt, kan men het soort. gewigt der vloeistof, waarin het ligchaam zweeft, met behulp van eenen geschikten aräometer bepalen; voor naauwkeuriger proefnemingen gebruikt S. eene pipet, waarvan hij eens vooral naauwkeurig bepaald heeft, hoeveel water zij, tot aan een merk op den hals gevuld, bevatten kan, en die hij bij iedere proefneming met de te onderzoeken vloeistof vult tot op dezelfde hoogte, en dan, na afveging met vloeipapier, in eene reageerbuis plaatst en zoo weegt. Om de naauwkeurigheid te beproeven, die men door deze handelwijze kan bereiken, heeft S. van eenige zelfstandigheden, waarvan hij over grootere stukken beschikken kon, op de gewone wijze het soortelijk gewigt bepaald en daarna naar zijne methode ditzelfde gedaan van kleine, altijd beneden een decigram, soms slechts een paar milligram wegende stukjes, die hij daarvan had afgesneden of afgeslagen. Zijne uitkomsten vindt men in het volgende tafeltje, waarin onder ''a'' die op de gewone wijze aan grootere stukken verkregen en onder ''b'' die volgens de nieuwe methode zijn opgeteekend, de {{block center| {{gap|10em}}''a''{{gap|4em}}''b''. </br> Paraffine {{gap|5em}} 0,900.{{gap|3em}}0,900. </br> Caoutschouc {{gap|3em}} 0924.{{gap|3em}}0,922.</br> Gutta Percha {{gap|3em}}0,962. {{gap|3em}}0,969. </br> Barnsteen {{gap|4em}} 1,080. {{gap|3em}}1,085. </br> Agaat {{gap|6em}} 1,175.{{gap|3em}}1,177. </br> Zegellak{{gap|5em}} 1,770.{{gap|3em}}1,768. </br> Zwavel{{gap|6em}} 2,004.{{gap|3em}}2,003. </br> Hyaliet {{gap|6em}}2,169.{{gap|3em}}2,167. </br> Glas {{gap|7em}}2,477.{{gap|3em}}2,479. </br> Kwartz {{gap|6em}} 2,655. {{gap|3em}}2,651. </br> Beryll{{gap|7em}} 2,698.{{gap|3em}}2,691. </br> Phenakiet {{gap|5em}} 2,969. {{gap|3em}}2,961. </br> Vloeispaat{{gap|5em}} 3,167.{{gap|3em}}3,165. </br> Chrysoliet{{gap|5em}} 3,542.{{gap|3em}}3,343. </br> Diamant {{gap|6em}} 3,521. {{gap|3em}} 3,535. </br>}} Men ziet, dat op deze wijze uitkomsten van genoegzame naauwkeurigheid te verkrijgen zijn. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Interferentie-verschijnselen naar '''{{sc|dove}}. — Toen ik, nu weinige dagen geleden, een bezoek bragt aan prof. {{sc|dove}} te Berlijn, had deze de goedheid mij een aantal proefnemingen te beschrijven en te doen zien, waarvan twee geschikt zijn om hier kortelijk te worden vermeld. {{nop}}<noinclude></noinclude> 8an4lnhye2i1it74hraya2nkat53rlf Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/485 104 52316 219631 166317 2026-04-06T08:17:06Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219631 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|79}}</noinclude>''talis''. Deze stelling is later door {{sc|owen}} bestreden. Na in het tweede deel der ''Zoölogical Society's Transactions'' de beide horens van den giraffe, wier bases door eene verbeende synchondrosi's aan de voorhoofds- en wandbeenderen verbonden en dus eerder epiphysen dan apophysen zijn, beschreven te hebben, voegt hij er bij, "dat eene breede, stompe, beenige uitpuiling op het midden van het voorhoofd beschreven is als een derde horen, op dezelfde wijze met het voorhoofdsbeen vereenigd, althans bij den mannelijken Nubischen giraffe, en als zijnde het eenige voorbeeld bij de zoogdieren van een horen, ontwikkeld op de mediaanlijn en op een naad van den schedel." {{sc|Owen}} houdt die uitpuiling eenvoudig voor eene verdikking der voorste uiteinden der voorhoofdsbeenderen en van de daaraan rakende uiteinden der neusbeenderen, en ontkent op grond zijner waarnemingen het bestaan van een naad aan den voet van die uitpuiling. — Tegen deze bewering van {{sc|owen}} is dr. {{sc|t. spencer cobbold}} opgekomen. Hij heeft een vrij groot aantal van schedels van mannelijke giraffes van ''verschillenden ouderdom'' (Kaapsche en Nubische) naauwkeurig onderzocht en bevonden, dat bij zeer jonge dieren (tot de 5 maanden toe) onmiddellijk op de middenste uitpuiling van het voorhoofdsbeen de vezelige weefsels onder de huid in meerdere of mindere mate verdikt zijn; dat op lateren leeftijd (van 18 maanden b.v.) die verdikking eene fibro-cartilagineuze massa vormt, welke zonder moeite van het onderliggende been afgeprepareerd kan worden; dat zich nog later in die massa beenige noduli ontwikkelen, waarna zij geheel verbeent, doch zoo, dat zij nog steeds door vezelig kraakbeen aan den schedel gehecht blijft en gemakkelijk, zelfs door eenvoudige maceratie, daarvan afgescheiden kan worden. Eerst op geheel rijpen ouderdom verbeent deze synchondrosis en hecht den horen — want dit is het — vast aan den schedel, waarbij men evenwel, bij naauwkeurig onderzoek, de sporen van de vroegere scheidingslijn nog altijd bespeuren kan. (''The Intellectual Observer''. Aug. 1862, pag. 12). — De door {{sc|spencer cobbold}} aangevoerde waarnemingen schijnen beslissend. Voor Ref. heeft echter het bestaan van een ongepaarden horen op de ''linea mediana'' en op een naad iets vreemds, waarom hij dan ook altijd van gedachte is geweest, dat, zoo ooit de ''Uricornu'' der Ouden bleek geen fabelachtig dier, — of geen rhinoceros, — te zijn, men dan vinden zou, dat dit dier eene soort van antilope was, met ''twee'' aan de basis digt bijeen staande en in hunne geheele lengte met elkander vergroeide of om elkander gewondene horens. De vraag zou nu zijn, of de derde horen van den giraffe — althans in nog niet geheel verbeenden toestand, — ook de sporen opleverde van te bestaan uit twee zijdelingsche helften? {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nog iets betrekkelijk generatio spontanea.''' — In een uiterst lezenswaardig<noinclude></noinclude> tv69y0ux1foxsa0fsr7yg0nw26oroua 219632 219631 2026-04-06T08:17:28Z DoekeHellema 16849 219632 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|79}}</noinclude>''talis''. Deze stelling is later door {{sc|owen}} bestreden. Na in het tweede deel der ''Zoölogical Society's Transactions'' de beide horens van den giraffe, wier bases door eene verbeende synchondrosis aan de voorhoofds- en wandbeenderen verbonden en dus eerder epiphysen dan apophysen zijn, beschreven te hebben, voegt hij er bij, "dat eene breede, stompe, beenige uitpuiling op het midden van het voorhoofd beschreven is als een derde horen, op dezelfde wijze met het voorhoofdsbeen vereenigd, althans bij den mannelijken Nubischen giraffe, en als zijnde het eenige voorbeeld bij de zoogdieren van een horen, ontwikkeld op de mediaanlijn en op een naad van den schedel." {{sc|Owen}} houdt die uitpuiling eenvoudig voor eene verdikking der voorste uiteinden der voorhoofdsbeenderen en van de daaraan rakende uiteinden der neusbeenderen, en ontkent op grond zijner waarnemingen het bestaan van een naad aan den voet van die uitpuiling. — Tegen deze bewering van {{sc|owen}} is dr. {{sc|t. spencer cobbold}} opgekomen. Hij heeft een vrij groot aantal van schedels van mannelijke giraffes van ''verschillenden ouderdom'' (Kaapsche en Nubische) naauwkeurig onderzocht en bevonden, dat bij zeer jonge dieren (tot de 5 maanden toe) onmiddellijk op de middenste uitpuiling van het voorhoofdsbeen de vezelige weefsels onder de huid in meerdere of mindere mate verdikt zijn; dat op lateren leeftijd (van 18 maanden b.v.) die verdikking eene fibro-cartilagineuze massa vormt, welke zonder moeite van het onderliggende been afgeprepareerd kan worden; dat zich nog later in die massa beenige noduli ontwikkelen, waarna zij geheel verbeent, doch zoo, dat zij nog steeds door vezelig kraakbeen aan den schedel gehecht blijft en gemakkelijk, zelfs door eenvoudige maceratie, daarvan afgescheiden kan worden. Eerst op geheel rijpen ouderdom verbeent deze synchondrosis en hecht den horen — want dit is het — vast aan den schedel, waarbij men evenwel, bij naauwkeurig onderzoek, de sporen van de vroegere scheidingslijn nog altijd bespeuren kan. (''The Intellectual Observer''. Aug. 1862, pag. 12). — De door {{sc|spencer cobbold}} aangevoerde waarnemingen schijnen beslissend. Voor Ref. heeft echter het bestaan van een ongepaarden horen op de ''linea mediana'' en op een naad iets vreemds, waarom hij dan ook altijd van gedachte is geweest, dat, zoo ooit de ''Uricornu'' der Ouden bleek geen fabelachtig dier, — of geen rhinoceros, — te zijn, men dan vinden zou, dat dit dier eene soort van antilope was, met ''twee'' aan de basis digt bijeen staande en in hunne geheele lengte met elkander vergroeide of om elkander gewondene horens. De vraag zou nu zijn, of de derde horen van den giraffe — althans in nog niet geheel verbeenden toestand, — ook de sporen opleverde van te bestaan uit twee zijdelingsche helften? {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nog iets betrekkelijk generatio spontanea.''' — In een uiterst lezenswaardig<noinclude></noinclude> l63ngqbe1pvtstg3hxbt1lk20pkx5ax Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/489 104 52317 219640 166428 2026-04-06T08:31:08Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219640 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|83}}</noinclude>halve salammoniak-damp eigenlijk een mengsel van ammoniak en chloorwaterstof zoude zijn. {{sc|Peball}} heeft dit vermoeden op eene vernuftige wijze bevestigd. Hij heeft daarbij het beginsel toegepast, dat ammoniak en chloorwaterstof elk hun eigen diffusievermogen hebben. Is salammoniak-damp nu een mengsel dier beide gassen, dan moeten beide zich scheiden bij eene diffusie in een stroom van waterstofgas en, bij behoorlijk ingerigten toestel, zal men het vrije chloorwaterstofzuur herkennen aan het rood kleuren van blaauw lakmoespapier en het ammoniak aan het blaauw kleuren van vooraf, rood gemaakt lakmoespapier. Inderdaad gelukte de proef volkomen. Voor eene beschrijving van den toestel verwijzen wij naar het oorspronkelijke. (''Ann. d. Chemie u. Pharm.'', CXXIII, p. 201). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Eigene warmte bij insekten.''' — {{sc|Lecoq}} heeft waarnemingen gedaan over de ontwikkeling van warmte bij vlinders. Zijne waarnemingen betreffen vooral ''Sphinx ligustri''. Gedurende den dag, wanneer deze vlinder in volstrekte rust verkeert, heeft zijn ligchaam dezelfde temperatuur als de omgevende lucht. Maar zoodra hij des avonds begint te vliegen en zich boven de bloemen houdt door eene zeer snelle beweging zijner vleugels, om met zijn roltong den honig op te zuigen, begint zijne ligchaamstemperatuur te klimmen. Deze overtreft weldra die der zoogdieren en eindelijk bereikt zij zelfs ten minste die van het bloed van vogels. (''Compt. rendus'', LV, p. 191). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''In kalksteen besloten menschelijke overblijfselen.''' — In de ''Bonplandia'', 1862, p. 21, vindt men een berigt uit Jena, inhoudende, dat in de nabijheid van het stadje Greussen in eene laag zoetwaterkalk, op 4 — 5 voeten onder de bouwbare aarde, een door den kalk geheel ingesloten menschenschedel gevonden is. Ook zijn daarin de beenderen van verscheidene dieren gevonden. Op nog grootere diepte, mede in de kalklaag, werden eenige door menschenhanden uit been vervaardigde voorwerpen aangetroffen. Hetzelfde tijdschrift (p. 216) bevat de mededeeling, dat men in den loop van dezen zomer te Londen ook een versteenden oorspronkelijken bewoner van Nieuw-Holland verwacht. Het voorwerp is gevonden door den heer {{sc|j. craig}} in eene druipsteengrot. Eerst nadere onderzoekingen, door deskundigen in het werk gesteld, zullen echter kunnen beslissen, in hoe verre deze vondsten van wezenlijk belang zijn te achten voor eene juistere kennis van de oudere bewoners van onze planeet. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Een middelvorm tusschen vogels en reptilien.''' — In den lithographischen<noinclude></noinclude> gzhmis5jwshwrbiaqhgc78n37lcpyzd Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/481 104 52346 219619 166277 2026-04-06T07:57:04Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219619 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|75}}</noinclude>werktuig beoogd, is om op eene gemakkelijke wijze aan vele personen mikroskopische voorwerpen te toonen; en het is zoo stevig gemaakt en zoo gemakkelijk in zijn gebruik, dat het geen gevaar loopt van beschadigd te worden door een ongeoefend waarnemer, zooals een gewoon mikroskoop. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Scheikundige verwantschap door drukking opgeheven.''' — {{sc|Joule}} heeft eene reeks van proeven gedaan, ten einde te onderzoeken, in hoeverre amalgamen aan drukking weerstand bieden. Hij bereidde een amalgama van ''ijzer'' langs den electrolytischen weg. De verbinding is echter zoo zwak, dat het amalgama zich in rust reeds van zelf ontleedt en dadelijk wanneer men het schudt. Eene drukking van vijftig tonnen op de vierkante duim verwijdert daaruit eene zoo groote hoeveelheid kwikzilver, dat er slechts 30 proc. van de oorspronkelijke hoeveelheid overblijft. Het elektrolytisch bereide amalgama van ''koper'' is kristallinisch en bestaat uit gelijke equivalenten van beide metalen. Door drukking kan daaruit ook een gedeelte van het kwikzilver verwijderd worden. Hij heeft dergelijke proeven ook genomen met de amalgamen van zilver, platina, lood en tin. Bij dat van laatstgenoemd metaal bevond hij, dat door eene lang onderhouden drukking nagenoeg al het kwikzilver uit de verbinding kon verdreven worden. (''l'Institut''., 1862, p. 236.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nitrificatie.''' — In eenen brief van {{sc|schönbein}} aan {{sc|faraday}}, opgenomen in het ''Philos. Magazine'', 1862. June, p. 466, geeft de eerste berigt van de merkwaardige ontdekking dat, bij elke verdamping van water aan de lucht, ''nitris ammoniae'' wordt gevormd. Hij heeft dit op verschillende wijzen aangetoond, waaromtrent wij naar het oorspronkelijke verwijzen. Het is duidelijk, dat daardoor de theorie van de nitrificatie zeer vereenvoudigd wordt, terwijl het tevens daaruit volgt, dat, alleen door de verdamping aan de oppervlakte der bladeren, zich de planten zelve eene voedingsstof bereiden, die later, wanneer zij met den regen in den grond gedrongen is, door de wortels kan worden opgenomen, hetzij als zoodanig of na vooraf in nitras potassae omgezet te zijn. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Invloed van den dauw en van mist op den plantengroei.''' — {{sc|Duchartre}} heeft hierover uitvoerige onderzoekingen in het werk gesteld en daarvan verslag gegeven in de ''Ann. d. sc. nat.''. Bot., 4e ser.. T. XV, p. 109. Het algemeene resultaat daarvan is, dat — zooals zich trouwens uit een vroeger door {{sc|unger}}<noinclude></noinclude> 3d0oj20wbm2786lxld3qgd28ogq017u 219620 219619 2026-04-06T07:59:33Z DoekeHellema 16849 219620 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|75}}</noinclude>werktuig beoogd, is om op eene gemakkelijke wijze aan vele personen mikroskopische voorwerpen te toonen; en het is zoo stevig gemaakt en zoo gemakkelijk in zijn gebruik, dat het geen gevaar loopt van beschadigd te worden door een ongeoefend waarnemer, zooals een gewoon mikroskoop. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Scheikundige verwantschap door drukking opgeheven.''' — {{sc|Joule}} heeft eene reeks van proeven gedaan, ten einde te onderzoeken, in hoeverre amalgamen aan drukking weerstand bieden. Hij bereidde een amalgama van ''ijzer'' langs den electrolytischen weg. De verbinding is echter zoo zwak, dat het amalgama zich in rust reeds van zelf ontleedt en dadelijk wanneer men het schudt. Eene drukking van vijftig tonnen op de vierkante duim verwijdert daaruit eene zoo groote hoeveelheid kwikzilver, dat er slechts 30 proc. van de oorspronkelijke hoeveelheid overblijft. Het elektrolytisch bereide amalgama van ''koper'' is kristallinisch en bestaat uit gelijke equivalenten van beide metalen. Door drukking kan daaruit ook een gedeelte van het kwikzilver verwijderd worden. Hij heeft dergelijke proeven ook genomen met de amalgamen van zilver, platina, lood en tin. Bij dat van laatstgenoemd metaal bevond hij, dat door eene lang onderhouden drukking nagenoeg al het kwikzilver uit de verbinding kon verdreven worden. (''l'Institut''., 1862, p. 236.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nitrificatie.''' — In eenen brief van {{sc|schönbein}} aan {{sc|faraday}}, opgenomen in het ''Philos. Magazine'', 1862. June, p. 466, geeft de eerste berigt van de merkwaardige ontdekking dat, bij elke verdamping van water aan de lucht, ''nitris ammoniae'' wordt gevormd. Hij heeft dit op verschillende wijzen aangetoond, waaromtrent wij naar het oorspronkelijke verwijzen. Het is duidelijk, dat daardoor de theorie van de nitrificatie zeer vereenvoudigd wordt, terwijl het tevens daaruit volgt, dat, alleen door de verdamping aan de oppervlakte der bladeren, zich de planten zelve eene voedingsstof bereiden, die later, wanneer zij met den regen in den grond gedrongen is, door de wortels kan worden opgenomen, hetzij als zoodanig of na vooraf in nitras potassae omgezet te zijn. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Invloed van den dauw en van mist op den plantengroei.''' — {{sc|Duchartre}} heeft hierover uitvoerige onderzoekingen in het werk gesteld en daarvan verslag gegeven in de ''Ann. d. sc. nat.'', Bot., 4e ser.. T. XV, p. 109. Het algemeene resultaat daarvan is, dat — zooals zich trouwens uit een vroeger door {{sc|unger}}<noinclude></noinclude> 3s0obsdmgy9a2clbegrgu7f3hxhczrz 219621 219620 2026-04-06T08:00:00Z DoekeHellema 16849 219621 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|75}}</noinclude>werktuig beoogd, is om op eene gemakkelijke wijze aan vele personen mikroskopische voorwerpen te toonen; en het is zoo stevig gemaakt en zoo gemakkelijk in zijn gebruik, dat het geen gevaar loopt van beschadigd te worden door een ongeoefend waarnemer, zooals een gewoon mikroskoop. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Scheikundige verwantschap door drukking opgeheven.''' — {{sc|Joule}} heeft eene reeks van proeven gedaan, ten einde te onderzoeken, in hoeverre amalgamen aan drukking weerstand bieden. Hij bereidde een amalgama van ''ijzer'' langs den electrolytischen weg. De verbinding is echter zoo zwak, dat het amalgama zich in rust reeds van zelf ontleedt en dadelijk wanneer men het schudt. Eene drukking van vijftig tonnen op de vierkante duim verwijdert daaruit eene zoo groote hoeveelheid kwikzilver, dat er slechts 30 proc. van de oorspronkelijke hoeveelheid overblijft. Het elektrolytisch bereide amalgama van ''koper'' is kristallinisch en bestaat uit gelijke equivalenten van beide metalen. Door drukking kan daaruit ook een gedeelte van het kwikzilver verwijderd worden. Hij heeft dergelijke proeven ook genomen met de amalgamen van zilver, platina, lood en tin. Bij dat van laatstgenoemd metaal bevond hij, dat door eene lang onderhouden drukking nagenoeg al het kwikzilver uit de verbinding kon verdreven worden. (''l'Institut''., 1862, p. 236.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nitrificatie.''' — In eenen brief van {{sc|schönbein}} aan {{sc|faraday}}, opgenomen in het ''Philos. Magazine'', 1862. June, p. 466, geeft de eerste berigt van de merkwaardige ontdekking dat, bij elke verdamping van water aan de lucht, ''nitris ammoniae'' wordt gevormd. Hij heeft dit op verschillende wijzen aangetoond, waaromtrent wij naar het oorspronkelijke verwijzen. Het is duidelijk, dat daardoor de theorie van de nitrificatie zeer vereenvoudigd wordt, terwijl het tevens daaruit volgt, dat, alleen door de verdamping aan de oppervlakte der bladeren, zich de planten zelve eene voedingsstof bereiden, die later, wanneer zij met den regen in den grond gedrongen is, door de wortels kan worden opgenomen, hetzij als zoodanig of na vooraf in nitras potassae omgezet te zijn. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Invloed van den dauw en van mist op den plantengroei.''' — {{sc|Duchartre}} heeft hierover uitvoerige onderzoekingen in het werk gesteld en daarvan verslag gegeven in de ''Ann. d. sc. nat.'', Bot., 4e ser., T. XV, p. 109. Het algemeene resultaat daarvan is, dat — zooals zich trouwens uit een vroeger door {{sc|unger}}<noinclude></noinclude> td3kg1q1wan1bda9qkuxjznu28zw5sz Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/491 104 52347 219642 166432 2026-04-06T08:47:25Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219642 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|85}}</noinclude>zijn, vooral door de onderzoekingen van {{sc|göppert}}, een aantal landplanten, die in Europa gedurende het devonische tijdperk bestonden, bekend. Ook de Noord-Amerikaansche geologen hebben aangetoond, dat in hetzelfde tijdperk Amerika desgelijks eene landflora bezat. Inzonderheid is het {{Sc|dawson}}, die zich daaromtrent heeft verdienstelijk gemaakt. In een door hem (''Canadian Naturalist''. VI, 1861, uittreksel in ''Philos. Magaz''., Julij 1862, p. 75) gegeven overzigt, telt hij 70 soorten op, behoorende tot 32 geslachten, van planten voorkomende in de boven-devonische lagen van Pensylvania, Nieuw-Brunswijk, Maine, Nieuw-York en Gaspé, in de middel-devonische lagen van Nieuw-York en Gaspé, en in de oudste devonische lagen van Gaspé. Van deze 70 soorten komen er 2 (''Psilophyton princeps'' en ''Cordaïtes angustifolius'') ook voor in de boven-silurische lagen van Gaspé, en 10 anderen zijn blijven voortbestaan tot in het steenkolentijdperk. Met de flora van dit tijdperk had trouwens de geheele devonische flora groote overeenkomst. In de oudere devonische reeks zijn de schiefers gevuld met rhizomata van ''Psilophyton'', in de bovenste devonische lagen met ''Sigillariae'' en ''Calamites''. De devonische flora is minder volkomen bewaard gebleven dan de steenkolen-flora en is waarschijnlijk nog slechts zeer onvolkomen bekend; zij biedt meer gelijkenis aan met de flora's van de mesozoische periode en van de hedendaagsche Zuidzee-eilanden dan de koolplanten doen. In het algemeen heeft de devonische flora van Amerika veel overeenkomst met die van Europa gedurende hetzelfde tijdperk. Onder de door {{sc|dawson}} opgetelde planten behoort ook ééne soort, ''Syringoxylon mirabile'' door hem genoemd, welke, naar zijne meening, op grond van het maaksel van het hout, onder de angiosperme dicotyledonen zoude moeten gerangschikt worden. Dit zoude het eerste voorbeeld van dien aard in lagen van zoo hoogen ouderdom zijn. Alvorens dit feit als volkomen uitgemaakt te beschouwen, zal men echter wel doen eene nadere bevestiging af te wachten. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Familie-huwelijken.''' — Het vraagstuk aangaande het al of niet schadelijke van huwelijken tusschen bloedverwanten, — dat tegelijk een physiologisch, ethnologisch en hygiènisch vraagstuk is, — heeft in de vorige maanden het onderwerp uitgemaakt van verscheidene in de ''Académie des Sciences'' voorgelezen stukken. De heer {{sc|isidor}}, hoofdrabbijn te Parijs, is in een brief aan den secretaris der Akademie opgekomen tegen de bewering van {{sc|boudin}}, dat de veelvuldigheid van familiehuwelijken bij de Israëliten aanleiding gaf tot de vele gevallen van doofstomheid onder hen. {{sc|Boudin}} heeft daarop zijne beweringen, bepaaldelijk zijne statistieken, verdedigd. {{sc|Sanson}} heeft de stelling van {{sc|boudin}}, aangaande het schadelijke der familie-huwelijken, getracht te wederleggen door te wijzen<noinclude></noinclude> ghfspxhsred1apb4as4od1s23v3vhn8 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/499 104 52465 219666 166682 2026-04-06T10:54:07Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219666 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|93}}</noinclude>van dezen uitvinder, hiervoor, bl. 78, zijn twee onjuistheden te verbeteren. De mededeeler van deze akte heet {{sc|chs. read}} en niet {{sc|raybaud}}, en de datum is die van den laatsten Februarij 1626 en niet 1726. Beide fouten zijn afkomstig uit het verslag der zittingen van de ''Fransche Académie des Sciences'' in het tijdschrift ''le Cosmos''. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ongelijke verwarming der rheophoren<ref>Rheophoren of elektroden. Men weet, dat het laatste woord door {{sc|faraday}} in gebruik is gebragt om de uiteinden aan te duiden der geleiders van metaal of van eenige andere goed geleidende stof, waardoor de el, stroom wordt geleid in vloeistoffen of andere minder goede geleiders. Het eerste woord, door de Fransche natuurkundigen voorgeslagen om hetzelfde aan te duiden, heeft onzes inziens eene meer bepaalde beteekenis dan het laatste en verdient dus algemeen in gebruik te komen.</ref> bij de elektrische ontlading.''' — In eene mededeeling aan de ''Royal Society'' te Londen van 20 Julij l.l. (''Philosophical magazine''. Sept. 1862, pag. 225) geeft {{sc|gassiot}} verslag van de proefnemingen, door hem gedaan om het vreemde verschijnsel te verklaren, dat bij de ontlading eener sterke galvanische batterij door verdunde of onverdunde lucht, bij den gewonen galvanischen lichtboog dus, steeds de positive rheophoor sterk verhit, soms gloeiend wordt en de negative betrekkelijk koud blijft, terwijl bij de ontlading van eene batterij van, groote elektromotorische kracht of van een inductiewerktuig in verdunde gassen omgekeerd juist de negative rheophoor het meest wordt verhit. Hij heeft bevonden, dat het geheel van de stroomsterkte afhangt, of het eene dan wel het andere verschijnsel ontstaan zal, en wel zoo dat het eerste eene groote stroomintensiteit, het tweede eene veel kleinere tot zijn ontstaan vereischt of, wat op het zelfde nederkomt, dat dezelfde batterij bij eenen aanmerkelijken uitwendigen wederstand het laatste en bij eenen minderen het eerste verschijnsel voortbrengen kan. Het best heeft {{sc|gassiot}} dit gezien bij de ontlading zijner batterij van 400 Grove-elementen, die elk geisoleerd waren geplaatst, door eene glazen buis met hoogst verdund koolzuur gevuld en waarin de rheophoren, roodkoperen bolletjes van omstreeks 5 strepen middellijn, op ongeveer 26 millimeters afstand van elkaar waren geplaatst. Toen deze met de polen der batterij verbonden werden, zag men in het eerst den gewonen lichtglans rondom den negativen (met de zinkpool verbonden) rheophoor, somtijds met eene flaauwlichtende, gestratifieerde ontlading van den positiven, en de negative werd in korten tijd gloeijend. Maar na eenige seconden, gedurende welke de lichtglans aan de negative pool zeer in omvang was toegenomen, verkreeg het lichtverschijnsel plotseling eene andere gedaante: de negative lichtglans verdween om voor eene prachtig lichtende, breed gestratifieerde ont-<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> ggq9k8cgrm68skfoocfzai72vvfwzk2 219667 219666 2026-04-06T10:54:32Z DoekeHellema 16849 219667 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|93}}</noinclude>van dezen uitvinder, hiervoor, bl. 78, zijn twee onjuistheden te verbeteren. De mededeeler van deze akte heet {{sc|chs. read}} en niet {{sc|raybaud}}, en de datum is die van den laatsten Februarij 1626 en niet 1726. Beide fouten zijn afkomstig uit het verslag der zittingen van de Fransche ''Académie des Sciences'' in het tijdschrift ''le Cosmos''. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ongelijke verwarming der rheophoren<ref>Rheophoren of elektroden. Men weet, dat het laatste woord door {{sc|faraday}} in gebruik is gebragt om de uiteinden aan te duiden der geleiders van metaal of van eenige andere goed geleidende stof, waardoor de el, stroom wordt geleid in vloeistoffen of andere minder goede geleiders. Het eerste woord, door de Fransche natuurkundigen voorgeslagen om hetzelfde aan te duiden, heeft onzes inziens eene meer bepaalde beteekenis dan het laatste en verdient dus algemeen in gebruik te komen.</ref> bij de elektrische ontlading.''' — In eene mededeeling aan de ''Royal Society'' te Londen van 20 Julij l.l. (''Philosophical magazine''. Sept. 1862, pag. 225) geeft {{sc|gassiot}} verslag van de proefnemingen, door hem gedaan om het vreemde verschijnsel te verklaren, dat bij de ontlading eener sterke galvanische batterij door verdunde of onverdunde lucht, bij den gewonen galvanischen lichtboog dus, steeds de positive rheophoor sterk verhit, soms gloeiend wordt en de negative betrekkelijk koud blijft, terwijl bij de ontlading van eene batterij van, groote elektromotorische kracht of van een inductiewerktuig in verdunde gassen omgekeerd juist de negative rheophoor het meest wordt verhit. Hij heeft bevonden, dat het geheel van de stroomsterkte afhangt, of het eene dan wel het andere verschijnsel ontstaan zal, en wel zoo dat het eerste eene groote stroomintensiteit, het tweede eene veel kleinere tot zijn ontstaan vereischt of, wat op het zelfde nederkomt, dat dezelfde batterij bij eenen aanmerkelijken uitwendigen wederstand het laatste en bij eenen minderen het eerste verschijnsel voortbrengen kan. Het best heeft {{sc|gassiot}} dit gezien bij de ontlading zijner batterij van 400 Grove-elementen, die elk geisoleerd waren geplaatst, door eene glazen buis met hoogst verdund koolzuur gevuld en waarin de rheophoren, roodkoperen bolletjes van omstreeks 5 strepen middellijn, op ongeveer 26 millimeters afstand van elkaar waren geplaatst. Toen deze met de polen der batterij verbonden werden, zag men in het eerst den gewonen lichtglans rondom den negativen (met de zinkpool verbonden) rheophoor, somtijds met eene flaauwlichtende, gestratifieerde ontlading van den positiven, en de negative werd in korten tijd gloeijend. Maar na eenige seconden, gedurende welke de lichtglans aan de negative pool zeer in omvang was toegenomen, verkreeg het lichtverschijnsel plotseling eene andere gedaante: de negative lichtglans verdween om voor eene prachtig lichtende, breed gestratifieerde ont-<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> fipdn4edyn3ty7523cwv7wh1o5moy20 219668 219667 2026-04-06T10:55:44Z DoekeHellema 16849 219668 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|93}}</noinclude>van dezen uitvinder, hiervoor, bl. 78, zijn twee onjuistheden te verbeteren. De mededeeler van deze akte heet {{sc|chs. read}} en niet {{sc|raybaud}}, en de datum is die van den laatsten Februarij 1626 en niet 1726. Beide fouten zijn afkomstig uit het verslag der zittingen van de Fransche ''Académie des Sciences'' in het tijdschrift ''le Cosmos''. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ongelijke verwarming der rheophoren<ref>Rheophoren of elektroden. Men weet, dat het laatste woord door {{sc|faraday}} in gebruik is gebragt om de uiteinden aan te duiden der geleiders van metaal of van eenige andere goed geleidende stof, waardoor de el. stroom wordt geleid in vloeistoffen of andere minder goede geleiders. Het eerste woord, door de Fransche natuurkundigen voorgeslagen om hetzelfde aan te duiden, heeft onzes inziens eene meer bepaalde beteekenis dan het laatste en verdient dus algemeen in gebruik te komen.</ref> bij de elektrische ontlading.''' — In eene mededeeling aan de ''Royal Society'' te Londen van 20 Julij l.l. (''Philosophical magazine''. Sept. 1862, pag. 225) geeft {{sc|gassiot}} verslag van de proefnemingen, door hem gedaan om het vreemde verschijnsel te verklaren, dat bij de ontlading eener sterke galvanische batterij door verdunde of onverdunde lucht, bij den gewonen galvanischen lichtboog dus, steeds de positive rheophoor sterk verhit, soms gloeiend wordt en de negative betrekkelijk koud blijft, terwijl bij de ontlading van eene batterij van, groote elektromotorische kracht of van een inductiewerktuig in verdunde gassen omgekeerd juist de negative rheophoor het meest wordt verhit. Hij heeft bevonden, dat het geheel van de stroomsterkte afhangt, of het eene dan wel het andere verschijnsel ontstaan zal, en wel zoo dat het eerste eene groote stroomintensiteit, het tweede eene veel kleinere tot zijn ontstaan vereischt of, wat op het zelfde nederkomt, dat dezelfde batterij bij eenen aanmerkelijken uitwendigen wederstand het laatste en bij eenen minderen het eerste verschijnsel voortbrengen kan. Het best heeft {{sc|gassiot}} dit gezien bij de ontlading zijner batterij van 400 Grove-elementen, die elk geisoleerd waren geplaatst, door eene glazen buis met hoogst verdund koolzuur gevuld en waarin de rheophoren, roodkoperen bolletjes van omstreeks 5 strepen middellijn, op ongeveer 26 millimeters afstand van elkaar waren geplaatst. Toen deze met de polen der batterij verbonden werden, zag men in het eerst den gewonen lichtglans rondom den negativen (met de zinkpool verbonden) rheophoor, somtijds met eene flaauwlichtende, gestratifieerde ontlading van den positiven, en de negative werd in korten tijd gloeijend. Maar na eenige seconden, gedurende welke de lichtglans aan de negative pool zeer in omvang was toegenomen, verkreeg het lichtverschijnsel plotseling eene andere gedaante: de negative lichtglans verdween om voor eene prachtig lichtende, breed gestratifieerde ont-<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 1ht8o3opbpazvvqykuz4p44rwh0tfr6 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/497 104 52468 219662 166680 2026-04-06T10:42:17Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219662 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|91}}</noinclude>De eenige twijfel, welke deze proeven schijnen over te laten, is, of de hoeveelheid van het kokende vocht niet te klein was, in verhouding tot den omvang der gebezigde kolven, zoodat de wanden van deze, voor zoo ver zij niet door het vocht onmiddellijk bespoeld werden, misschien niet zoo sterk verwarmd werden, dat de daaraan hangende organische kiemen gedood zijn. Overigens beroept zich de schrijver op het getuigenis van {{sc|asa gray}}, die tegenwoordig was bij de opening der kolven en de aanwezigheid van levende organismen in het zich daarin bevindende vocht constateerde. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Een reptiel uit de steenkolenformatie.''' — Voor eenigen tijd (zie ''Wetenschappelijk Bijblad'' bl. 35) maakten wij gewag van twee wervels, gevonden door den heer {{sc|o. c. marsh}} in de steenkolenformatie van Nova Scotia, en waarvan {{sc|agassiz}} gezegd had, dat hij daarin eene vereeniging der kenmerken van visschen en van reptiliën had gevonden. Thans zijn deze wervels naauwkeurig onderzocht, afgebeeld en uitvoerig beschreven door den heer {{sc|marsh}} zelven (''Americ. Journ. of Sc. a. arts'' 1862 Julij p. 1). Uit eene zorgvuldige vergelijking van hun maaksel met dat van wervels van andere dieren, zoowel reptiliën als visschen, is hem gebleken, dat zij aan een waar reptiel hebben behoord, en dat de eigendommelijke insnijding (''notch''), die {{sc|agassiz}} verleid had om daarin een vischkarakter te zien ‚ daaraan niet oorspronkelijk eigen, maar door eene toevallige omstandigheid ontstaan was. Zij komen in alle opzigten zeer na overeen met die van het geslacht ''Ichthyosaurus'', en verschillen er voornamelijk van: door de aanzienlijke concaviteit der beide uiteinden, door de afwezigheid van geledingsvlakten aan de rudimentaire dwarse uitsteeksels voor de aanhechting van ribben, — hetgeen ten deele zoude kunnen verklaard worden, doordat de beide wervels staartwervels kunnen zijn geweest, — en door de gedaante en grootte van den neuraal-boog, nog herkenbaar aan de geledingsvlakken, ofschoon geene neurapophysen gevonden zijn. Uit de overeenkomsten en verschillen besluit {{sc|marsh}}, dat deze wervels derhalve hebben toebehoord aan een reptiel van aanzienlijke grootte uit dezelfde groep der zeehagedissen (''Enaliosauria''), waartoe ook de Ichthyosauren behoord hebben. Het merkwaardige der ontdekking bestaat derhalve vooral daarin, dat zij aantoont, dat dieren dezer groep, welke men tot dusverre meende dat het eerst in het trias-tijdperk waren te voorschijn getreden, reeds tijdens de steenkolenformatie geleefd hebben. {{sc|Marsh}} heeft de soort, waarvan de weinige overblijfselen, die tot deze gevolgtrekking leiden, afkomstig zijn, ''Eosaurus Acadianus'' genoemd. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Het zoogenaamde vetweefsel der insekten.''' — Volgens de onderzoekingen van {{sc|fabre}} zoude dit weefsel veeleer den naam van "uroplastisch weefsel" ver-<noinclude></noinclude> f4gwajwoiyhg4yvqtrnh6jxbnghs9ts Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/493 104 52470 219658 166440 2026-04-06T10:03:22Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219658 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|87}}</noinclude>maar steeds door middelen, welke op den toon, dien men verkreeg, een zeer merkbaren invloed uitoefenden, b.v. door het zeer dun maken en met fijn zand bestrooijen van een gedeelte der wanden van de buis, waarin de trillende luchtkolom besloten was. Het zoogenaamde dansen van een gasvlammetje, onder den invloed van eene veranderende drukking op een gedeelte van den wand der gastoeleidingsbuis, is het herkenningsmiddel, dat {{sc|koenig}} bezigt. Op de plaats namelijk van de buis, die de trillende luchtkolom omsluit, der orgelpijp b.v., waar men den toestand van rust of beweging dier lucht wil onderzoeken, wordt in den wand dier buis eene opening gemaakt en deze gesloten met een koperen kapje, dat van onderen een veerkrachtig vliesje draagt. In dit kapje vloeit het gas door eene toeleidingshuis en daaruit naar eenen kleinen brander. Wordt het daar aangestoken, dan zal de vlam door eene, slechts een oogenblik aanhoudende, drukking van onderen tegen het vlies als 't ware naar buiten gestooten, langer worden en, volgen eenige zulke stooten snel op elkaar, dan zal door het aanhouden der lichtindrukken in het oog die verlenging eene blijvende schijnen. Zijn drie zulke gasvlammanometers (zoo als K. ze noemt) aangebragt in een der zijwanden van een houten orgelpijp, een op een vierde, een op de helft en een op drie vierde ongeveer der lengte en geeft deze haren grondtoon, dan toont de middenvlam op die plaats een "buik"<ref>Er schijnt in eenige leerboeken der natuurkunde nog al eenige verwarring te heerschen in het gebruik der woorden "knoop" en "buik". Ik merk dus hier aan, dat ik door het eerste de plaats waar het trillende ligchaam in rust blijft versta en door het tweede die waar de trillingwijdte het grootst is.</ref> der trillende luchtkolom aan door eene zeer duidelijke verlenging, terwijl de beide andere veel minder aangedaan worden. Doet men dien toon nu door een der bekende middelen een octaaf hooger worden, dan blijft daarentegen het vlammetje in het midden volkomen in rust, terwijl de beide andere zeer verlengd worden. Zijn de vlammetjes zeer klein, dan worden ze na den eersten stoot uitgedoofd. Met deze kan men dus van de drie naar willekeur òf het middenste òf de beide andere doen uitgaan, al naar den toon, dien men de buis doet geven. Als onderzoekingsmiddel — indien onderzoekingen hierover na die van {{sc|savart, hopkis}} en anderen nog waarde kunnen hebben — is {{sc|koenig's}} uitvinding misschien van niet zeer groote waarde; als demonstratiemiddel evenwel kan het oordeel daarover ongetwijfeld gunstiger zijn. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Meest gunstige inrigting der bliksemafleiders.''' — {{sc|Perrot}} te Rouen heeft aan de ''Fransche Académie des Sciences'', in hare zitting van 25 Augustus l.l., eene<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> hlo8mf01eoz7k13w5aj5816dqscmvd5 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/501 104 52471 219664 166684 2026-04-06T10:50:16Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219664 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|95}}</noinclude>nemingen bestaat in eene herhaling van de bekende proeven van {{sc|pasteur}}, vroeger in dit ''Bijblad'' opgenomen, en welke, gelijk men zich herinneren zal, bestaan in het laten inwerken van al of niet met het stof der lucht bedeeld schietkatoen of amianth op eene van alle levende kiemen beroofde organische oplossing. De uitslag was juist tegenovergesteld aan de uitkomsten van {{sc|pasteur}}. De tweemalen gekookte oplossing, in aanraking met gecalcineerde lucht, leverde Bacteriën en schimmels op, ook dan wanneer er volkomen zuiver schietkatoen, ja zelfs wanneer er in 't geheel niets bij gedaan was. De tweede reeks van proeven zijn, gelijk J. en M. het uitdrukken, meer physiologisch, minder chemisch dan die van {{sc|pasteur}}; zij bedoelen daarmede, dat zij, zonder voorafgaande verhitting der lucht enz., in de vrije lucht genomen zijn. — Sneeuwwater en gedestilleerd water kunnen zeer lang aan de lucht blootgesteld blijven, zonder dat er zich eenig spoor van bewerktuiging in vertoont. Toch kunnen de infusoria in zulke wateren verscheidene dagen blijven leven. Bragt dus de lucht hunne kiemen aan, dan moesten deze zich in zulke wateren ontwikkelen. Gedestilleerd water nu, in aanraking met van luchtstof voorzien schietkatoen of amianth, geeft aan zeer weinig organische wezens, vaak zelfs aan geen enkel het aanzijn. Gedestilleerd water, waar men ''veel'' stof bij doet, vertoont spoedig leven, — doch slechts Bacteriën en Monaden, de eenvoudigste organismen. Laat men er eenige zorgvuldig afgewasschen Asterbladen in weeken, dan komen er binnen weinig dagen niet enkel Bacteriën en Monaden, maar ook van trilharen voorziene infusorien (Kolpoden. Parameciums enz.) te voorschijn. Gedestilleerd water, dat gediend had om de kwik van een zeer stoffige pneumatische kuip te wasschen, bleef onvruchtbaar. — Hetzelfde gefiltreerd aftreksel van gehakt hooi werd in grooter hoeveelheid gedaan in een groot vat A, en in zeer kleine hoeveelheid in een klein vat B, dat in het eerste dreef. In A verkreeg men van trilharen voorziene infusorien, in B slechts Bacteriën en Monaden. Zoo de kiemen der trilhaar-infusorien zich in de lucht bevinden, waarom ontstaan er dan geene zulke infusorien in het kleine vat, terwijl het groote er van wemelt? (''Compt. rend''., Tom LV, pag. 488). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Geleiding der irritatie in de zenuwen.''' — {{sc|H. munk}} heeft in een voorleden jaar in het ''Archiv. f. Anatomie und Physiologie'' geplaatst opstel aangetoond, dat de overbrenging van prikkeling in eene zenuwlengte A C, die het dubbele bedraagt van B C, ''meer dan den dubbelen tijd'' vereischt, die noodig is voor de overbrenging in B C. — Thans heeft dezelfde de maxima van prikkeling (''Erregungs-maxima'') in gansch van het organisme afgescheiden zenuwen, en de wijzigingen, welke deze maxima met den tijd ondergaan, bestudeerd. Het<noinclude></noinclude> p6pwpccdqbdc26zumrs46mjtmeiucyp Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/85 104 53892 219670 195867 2026-04-06T11:48:10Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219670 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{xx-larger|HET ZILVER;}} {{smaller|DOOR}} {{larger|{{sc|G. F. van LIMBORCH van der MEERSCH,}}}} ''Kapitein-Ingenieur''. {{smaller|(''Vervolg en slot van bladz. 53.'')}}}} {{dhr|2}} {{rule|5em}} {{dhr}} Wij willen nu overgaan tot een niet minder belangrijk gedeelte der geschiedenis van het zilver. Wij hebben het nu (bij manier van spreken) zoo als het uit de smelterijen komt; laat ons nu nagaan, hoe het voor ons gebruik geschikt gemaakt wordt en hoe men zich overtuigt, dat men bij den koop van zilveren voorwerpen goede waar voor zijn geld bekomt, en hoe, dat het geld zelf goed is. Vroeger zagen wij reeds, dat het zuiver zilver te zacht is om als zoodanig voor huisraad, sieraden of munten te kunnen dienen; het zou te spoedig afslijten, vervormd worden en zijne scherpe randen en hoeken verliezen. Het wordt dan daarom ook altijd met eenig koper gealliëerd, waardoor het meer hardheid verkrijgt. Deze alliages kunnen zeer verschillend zijn, en de hoeveelheid zilver daarin voorhanden wordt ''gehalte'' genaamd. Naar mate een alliage meer zilver bevat, is het van beter of hooger gehalte. Eene staaf bij voorbeeld, die op 1000 deelen 900 deelen zilver bevat, wordt gezegd een gehalte van {{smaller|{{frac|900|1000}}}} te hebben. Het koper, wanneer het met zilver geällieerd is, heeft invloed op de kleur van dit laatste, welke niet zoo geheel wit is, als die van het zuiver zilver. Gewoonlijk geeft men aan voorwerpen van weelde de kleur van het zuiver zilver terug, door eene bewerking, welke men de witmaking noemt. Hiertoe wordt het voorwerp donkerrood gloeijend gemaakt, waardoor het koper aan de oppervlakte geoxydeerd wordt, dompelt men dan het voorwerp in verdund salpeterzuur of in<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1862.||5{{gap|2em}}}}</noinclude> tbiapk7a6es9hy7c8xx7lwv9iih3xy1 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/86 104 53893 219671 195868 2026-04-06T11:53:09Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219671 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|66|HET ZILVER.|}}</noinclude>zwavelzuur, dan wordt het koperoxyde opgelost, en de oppervlakte blijft zuiver zilver, dat nu wel is waar mat is, daar de zilverdeeltjes als het ware van elkander gescheiden zijn, door het koper dat ze verloren hebben, doch door polijsten gemakkelijk zijn glans terug bekomt. Het zilver wordt gesoldeerd met een alliage van 667 deelen zilver, 233 deelen koper en 100 deelen zink. Men vervaardigt ook voorwerpen van bladen koper, die geheel met zilver overdekt worden; men noemt dit ''pleet''. Dit pleet wordt op de volgende manier gemaakt. De bladen koper worden goed schoon gemaakt door ze met een scherp werktuig af te krabben, waarna men ze in eene sterke oplossing van salpeterzuur zilveroxyde dompelt, waardoor ze met eene dunne laag van metallisch zilver overdekt worden. Men legt nu op elk blad koper eene plaat zilver, welke {{smaller|{{frac|1|20}}}} of minder van het gewigt van het koper heeft, en brengt koper en zilver tusschen pletrollen, totdat het tot de begeerde dikte gebragt is, het zilver heeft zich dan zóó vast op het koper gehecht, dat men het er niet werktuigelijk van scheiden kan. Echter wordt tegenwoordig het pleet al meer en meer verdrongen door koperen of bronzen voorwerpen, die langs den galvanischen weg verzilverd zijn. Ten einde de koopers voor een mogelijk bedrog te vrijwaren, heeft de regering den waarborg der goud- en zilver-werken ingesteld. Elk stuk wordt, vóór het in den handel mag gebragt worden, van regeringswege onderzocht en, nadat het gehalte voldoende bevonden is, gestempeld. Stukken, welke meer koper bevatten dan bij de wet is toegestaan, worden stuk geslagen, opdat ze niet ter verkoop zouden aangeboden worden. Het gehalte voor de zilverwerken moet bedragen: voor de eerste keur {{smaller|{{frac|934|1000}}}} en voor de tweede keur {{smaller|{{frac|833|1000}}}}. Daar het zeer moeijelijk is om het zilver en koper in zulke juiste verhoudingen te alliëren, is er eene speling toegestaan voor deze beide keuren van {{smaller|{{frac|5|1000}}}}, zoodat voor de eerste keur zilver van {{smaller|{{frac|929|1000}}}}, en voor de tweede keur van {{smaller|{{frac|925|1000}}}} nog wordt goedgekeurd; men noemt deze speling ''het remedie''. Bij de zilverwerken is het hooger gehalte geoorloofd; dit is echter bij de munten niet het geval. Indien daarbij het gehalte te hoog was,<noinclude></noinclude> 8lk6v9nibh10nijtacaf4o4dqberhq9 219672 219671 2026-04-06T11:55:28Z DoekeHellema 16849 219672 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|66|HET ZILVER.|}}</noinclude>zwavelzuur, dan wordt het koperoxyde opgelost, en de oppervlakte blijft zuiver zilver, dat nu wel is waar mat is, daar de zilverdeeltjes als het ware van elkander gescheiden zijn, door het koper dat ze verloren hebben, doch door polijsten gemakkelijk zijn glans terug bekomt. Het zilver wordt gesoldeerd met een alliage van 667 deelen zilver, 233 deelen koper en 100 deelen zink. Men vervaardigt ook voorwerpen van bladen koper, die geheel met zilver overdekt worden; men noemt dit ''pleet''. Dit pleet wordt op de volgende manier gemaakt. De bladen koper worden goed schoon gemaakt door ze met een scherp werktuig af te krabben, waarna men ze in eene sterke oplossing van salpeterzuur zilveroxyde dompelt, waardoor ze met eene dunne laag van metallisch zilver overdekt worden. Men legt nu op elk blad koper eene plaat zilver, welke {{smaller|{{frac|1|20}}}} of minder van het gewigt van het koper heeft, en brengt koper en zilver tusschen pletrollen, totdat het tot de begeerde dikte gebragt is, het zilver heeft zich dan zóó vast op het koper gehecht, dat men het er niet werktuigelijk van scheiden kan. Echter wordt tegenwoordig het pleet al meer en meer verdrongen door koperen of bronzen voorwerpen, die langs den galvanischen weg verzilverd zijn. Ten einde de koopers voor een mogelijk bedrog te vrijwaren, heeft de regering den waarborg der goud- en zilver-werken ingesteld. Elk stuk wordt, vóór het in den handel mag gebragt worden, van regeringswege onderzocht en, nadat het gehalte voldoende bevonden is, gestempeld. Stukken, welke meer koper bevatten dan bij de wet is toegestaan, worden stuk geslagen, opdat ze niet ter verkoop zouden aangeboden worden. Het gehalte voor de zilverwerken moet bedragen: voor de eerste keur {{smaller|{{frac|934|1000}}}} en voor de tweede keur {{smaller|{{frac|833|1000}}}}. Daar het zeer moeijelijk is om het zilver en koper in zulke juiste verhoudingen te alliëren, is er eene speling toegestaan voor deze beide keuren van {{smaller|{{frac|5|1000}}}}, zoodat voor de eerste keur zilver van {{smaller|{{frac|929|1000}}}}, en voor de tweede keur van {{smaller|{{frac|825|1000}}}} nog wordt goedgekeurd; men noemt deze speling ''het remedie''. Bij de zilverwerken is het hooger gehalte geoorloofd; dit is echter bij de munten niet het geval. Indien daarbij het gehalte te hoog was,<noinclude></noinclude> p6lwycf77r6idto7ke5d6ko7szcytbg Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Vorstendom Ansbach 100 65219 219573 210928 2026-04-05T12:33:53Z Vincent Steenberg 280 +bron 219573 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het vor&shy;sten&shy;dom Ansbach | afbeelding = Vorstendom-Ansbach 1791.png | alt = Het vorstendom Ansbach in 1791 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:nl:Vorstendom Ansbach|vorstendom Ansbach]]. }} == Vorsten en leden van vorstenhuizen == ;George Frederik II van Brandenburg-Ansbach (1678-1703) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Joachim Ernst van Brandenburg-Ansbach (1583-1625) *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art2al6|‘Wt Weenen in Oostenrijck 18. Januarij 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (20 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 juni#art3|‘Wt Vlm 2. Junij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (1)#art2|‘Wt Vlm vanden veerthienden ditto. [= 14 juni 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (1)#art4al2|‘Wt Ceulen van 21. ditto. [= 21 juni 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (24 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/24 juli#art1|‘Met Tijdinghe wt Vlm vanden 7. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (14 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 augustus#art3al4|‘Wt Praghe vanden xxvij. Julij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al6|‘Wt Ceulen’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Francfoort, den 23 dito|‘VVt Francfoort, den 23 dito. [= 23 augustus 1620]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘de Marcgrave van Ansbach’). *Anoniem (4 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2al6|‘Wt den Elsz van 24. Augusti’, alinea 6]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2al10|10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al4|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 4]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al8|8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art2al4|‘Tijdinghe vvt der Slesien in December, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Den Marck-Grave van Ansbach|‘Den Marck-Grave van Ansbach, heeft eene Apologia laeten uytgaen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Marckgrave van Ansbach’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Iochumsdal den 13. Februarij 1621|‘Wt Iochumsdal den 13. Februarij 1621’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den Marckgrave van Ansbach’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wtte Paltz den 19. dito|‘Wtte Paltz den 19. dito. [= 19 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Die Marck Grave van Ansbach’). *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Francfoort den 14. April|‘VVt Francfoort den 14. April’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘de Heere Marcgraef van Anspach’). [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] icqw8ghqqlzp9yoc352vjtbqvihyqwa Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Delen van Nederland 100 65714 219570 219010 2026-04-05T12:26:31Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 219570 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van delen van Nederland | afbeelding = Fragment van de Nederlandse vlag, NG-312 cropped.jpg | alt = Fragment van de Nederlandse vlag uit omstreeks 1840 met de wapens van de zeven provinciën | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van delen van Nederland en [[w:Provincies van Nederland|provincies]] }} == Friesland == *Anoniem (2 juli 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 79/Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden|‘Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden aan zyn Vriend te Amsterdam, in dato 24 Juny’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Hallema, A. (25 augustus 1917) ‘De historiografie in onze Friesche kloosters’, ''Leeuwarder Courant'', tweede blad, [p. 1]. ;Heringa Cats, Pieter (1823-1880) *Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Te Oranjewoud|‘Te Oranjewoud is overleden […]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Reeling Brouwer, Nicolaas *Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Provinciale Staten|‘Provinciale Staten’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p.&nbsp;1]. == Gelderland == ;Hasselt, Jan Hendrik van (1739-1817) *Anoniem (31 mei 1781) [[Hollandsche Historische Courant/1781/Nummer 65/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 20]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Patriottentijd *Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/Zutphen den 17 September|‘Zutphen den 17 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Groningen == *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Groningen, den 1sten Maart|‘Groningen, den 1sten Maart’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *T. (14 december 1935) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 48/Nummer 295/Menso Alting hield hier de eerste openbare Hervormde Predicatie 27 Juli 1594|‘Menso Alting hield hier de eerste openbare Hervormde Predicatie 27 Juli 1594’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', p. 29. ;Iddekinge, Jean François van (1765-1948) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Groningen, den 22 Julij|‘Groningen, den 22 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. == Heerlijkheid Lexmond, Lakerveld en Achthoven == *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Overijssel == *''Overijssels Jaarboek voor cultuur en historie'', 1949, Zwolle: Erven J.J. Tijl.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 december 1948) [[Leeuwarder Courant/Jaargang 197/Nummer 294/Zo juist verschenen....|‘Zo juist verschenen....’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;6]. ;Voorst tot Voorst, Joan Maria van (1851-1939) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. == Twente == *Anoniem (6 november 1938) [[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30310/In de schaduw van den St. Plechelmustoren|‘In de schaduw van den St. Plechelmustoren. Twente in 1608’]], ''De Tijd'', Ochtendblad, [p.&nbsp;7]. == Pruisisch Opper-Gelre == *Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Berlyn den 23 September|‘Berlyn den 23 September’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. == Utrecht == *Anoniem (10 oktober 1899) [[De Tijd/Nummer 15860/Huis ter Haar|‘Huis ter Haar’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Patriottentijd *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Utrecht den 3 April|‘Utrecht den 3 April’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Weede van Dijkveld, Everhard van (1834-1893) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. == Texel == *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Wt Texel heeft men|‘Wt Texel heeft men, […]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2]. == Zeeland == *Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. == Overige provincies en regio's == * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Holland|Holland]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Limburg|Limburg]] == Plaatsen; afzonderlijk == ;Ameide; Heerlijkheid Ameide *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Appelscha *Anoniem (12 april 1889) [[De Tijd/1889/Nummer 2688/De politie is uit Appelscha vertrokken|‘De politie is uit Appelscha vertrokken. […]’]], ''De Tijd'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Arcen *Haas, Nico de (januari 1941) ‘Sint Sebastiaan. In het land der hagelkruisen’, ''Hamer'', jrg. 1, nr. 4, p. 11-13. ;Asselt *A. (14 juli 1928) [[De Tijd/Jaargang 84/Nummer 24749/Asselt|‘Asselt’]], ''De Tijd'', vierde blad, [p.&nbsp;3-5]. *Anoniem (24 mei 1930) [[De Tijd/Jaargang 85/Nummer 25444/Avondblad/Het kerkje van Asselt in gevaar|‘Het kerkje van Asselt in gevaar’]], ''De Tijd'', Avondblad, p.&nbsp;5. *Felix Rutten en G.K. (2 juni 1932) ‘Geschiedenis van Asselt’, ''Limburger Koerier'', derde blad, [p. 1]. *Felix Rutten en G.K. (11 juni 1932) ‘Geschiedenis van Asselt’, ''Limburger Koerier'', zesde blad, [p. 1]. ;Beesel *Anoniem (19 januari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 3/Bij koninklijk besluit van 12 dezer|‘Bij koninklijk besluit van 12 dezer [...]’]], ''De Roermondenaar'', [p.&nbsp;1]. *Kr., Ger. (17 april 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 92/Nummer 90/Beesel's historische rijkdom|‘Beesel's historische rijkdom’]], ''Limburger Koerier'', derde blad, [p. 1]. ;Bergen-op-Zoom *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Blerick *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bolsward *Anoniem (23 augustus 1939) [[Leeuwarder Nieuwsblad/Nummer 9418/De Marnezijl|‘De Marnezijl’]], ''Leeuwarder Nieuwsblad'', [p.&nbsp;2]. ;Borger *Anoniem (23 augustus 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1696/Avond-editie/Te Borger|‘Te Borger is overleden de heer H. Berents, […]’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [p.&nbsp;6]. ;Born *Anoniem (10 november 1956) ‘Aloude devotie rond St Hubertus te Born’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 2. ;Breda *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Brielle *Anoniem ([23 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/23 november/VVt 'sGravenhaghe, den 22. dito|‘VVt ’sGravenhaghe, den 22. dito. [= 22 november 1618]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Buurmalsen; David Cornelis van Lennep (1842-1919) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij Kon. besluit|‘Bij Kon. besluit van 3 Maart is benoemd […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Cuijk *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Delft *Anoniem (1729) ''Beschryving der stadt Delft, behelzende een zeer naaukeurige en uitvoerige verhandeling van deszelfs eerste oorsprong, benaming, bevolking, aanwas, gelegenheid, prachtige en kunstige gedenkstukken en zeltzaamheden. Nevens derzelver voorregten, handvesten, previlegien, en regeeringsvormen'', Te Delft: by Reinier Boitet.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/Te Delft|‘Te Delft by Reynier Boitet is gedrukt, en in de Steeden by de Boekverkopers te bekomen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Doesburg *Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/’s Gravenhage den 23 November|‘’s Gravenhage den 23 November’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Deventer; E.R.J. Fijn van Dront *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Dinsdagmorgen werd te Deventer|‘Dinsdagmorgen werd te Deventer […] ter aarde besteld […]’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;1]. ;Dongen *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Uit Breda wordt gemeld|‘Uit Breda wordt gemeld: […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Druten *Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Tijdens de kermis|‘Tijdens de kermis te Druten […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p.&nbsp;3. ;Echt *Anoniem (3 december 1940) [[Limburger Koerier/Jaargang 95/Nummer 278/Zal de Pepinusbrug herrijzen?|‘Zal de Pepinusbrug herrijzen?’]], ''Limburger Koerier'', Tweede blad, [p. 1]. ;Edam *W.[weissman], A.W. (7 mei 1898) [[De Opmerker/Jaargang 33/Nummer 19/Edam's museum|‘Edam's museum’]], ''De Opmerker'', jaargang 33, nr. 19, p. 147-148. ;Enschede *Anoniem (9 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 98/Avondblad/Men meldt ons uit Enschede|‘Men meldt ons uit Enschede: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. ;Gorinchem *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/NB|‘Ofschoon de […] inhoud van twee naamlooze Brieven, geschreeven te Amsterdam […] geadresseerd aan Heeren Burgemeesteren en Raaden in de Vroedschap te Gorinchem; --- wel niet verdiend, om als een object van serieuee deliberatie, by Hun Ed. Gr. Achtb. beschouwd te worden, […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Grave *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Nimwegen den 7 September|‘Nimwegen den 7 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Grave; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Groenlo *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Die van Wesel|‘Die van Wesel zijn met eenich krijchs-volck noch versterckt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Groningen *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Groningen, den 22 Julij|‘Groningen, den 22 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/Bij de Tweede Kamer is ingekomen|‘Bij de Tweede Kamer is ingekomen een wetsontwerp […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p.&nbsp;38. *Visscher, Guus (12 april 1990) ‘Eerherstel voor Sint Otger... Boek ‘Groningen 1040’ kegelt zekerheden omver’, ''Nieuwsblad van het Noorden'', p. 19. ;Groot-Ammers *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Haarlem *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Haarlem den 4 April|‘Haarlem den 4 April’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Haarzuilens *Anoniem en C. Koppenol (1896) [[Woord en Beeld/Jaargang 1/Het Huis "De Haar"|‘Het Huis „De Haar”’]], jrg. 1, p.&nbsp;48-51. *Stuijt, Jan (26 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 26/Haarlem|‘Haarlem’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 26, p.&nbsp;122-125. ;Haelen *Schreurs, P. (15 september 1928) [[De Nieuwe Koerier/Jaargang 41/Nummer 218/Historische kroniek van Haelen en omstreken|‘Historische kroniek van Haelen en omstreken’]], ''De Nieuwe Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;1]. ;Hagestein *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Utrecht den 31 January|‘Utrecht den 31 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Hantum *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Heel *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. *Kr., Gerh. (18 maart 1933) [[Limburger Koerier/Jaargang 88/Nummer 66/Het Huis Millen op Nieuwstadt|‘Limburg. Het land van oude monumenten. Het Huis Millen op Nieuwstadt’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;13] (Heel vermeld als ‘Hethele’). ;Hei- en Boeicop; Heerlijkheid Heikoop en Boeikoop *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Helden *Kr., Gerh. (18 maart 1933) [[Limburger Koerier/Jaargang 88/Nummer 66/Het Huis Millen op Nieuwstadt|‘Limburg. Het land van oude monumenten. Het Huis Millen op Nieuwstadt’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;13]. ;Hellevoetsluis *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Aanbestedingen|‘Aanbestedingen’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Herpen; Johan van Zuijlen (1807-1890) *Anoniem (8 augustus 1867) [[De Noordbrabanter/Jaargang 39/Nummer 93/Te Herpen|‘Te Herpen bij Ravenstein […]’]], ''De Noordbrabanter'', [p.&nbsp;3]. ;Herten *Kr., Gerh. (23 mei 1931) [[Limburger Koerier/Jaargang 86/Nummer 120/Limburg, het land van oude boerderijen|‘Limburg, het land van oude boerderijen. Hoeve „Offerkamp” te Herten’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p. 1]. ;'s-Hertogenbosch *Anoniem (10 oktober 1911) [[De Tijd/Nummer 19490/Wetenschappen|‘Wetenschappen’]], ''De Tijd'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. ;'s-Hertogenbosch; Herman van Beugel (1668-1741) *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/’s Gravenhage den 16 Maert|‘’s Gravenhage den 16 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Heukelum *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/De vorige week|‘De vorige week Vrijdag avond […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ;Heusden *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art1|‘Tijdinghe van s’Hertoghenbossche 1620. int lest van December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-6. ;Hoorn *Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/Hoorn den 21 September|‘Hoorn den 21 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Hulst *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Wttet Legher van sijn Hoogheydt van Oragnien voor Hulst, den 2 November|‘Wttet Legher van sijn Hoogheydt van Oragnien voor Hulst, den 2 November’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Een ander uyt het Leger van den 3 dito|‘Een ander uyt het Leger van den 3 dito. [= 3 november 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. ;IJsselmonde; Cornelis Arie Molenaar (1826-1911) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij Kon. besluit|‘Bij Kon. besluit van 3 Maart is benoemd […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Kampen *Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 10]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Kessel (Limburg) - Engelbert Jozef Willem Stox (1851-1917) *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/De rechtbank te Roermond|‘De rechtbank te Roermond’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Langerak (Zuid-Holland) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Leeuwarden *Anoniem (2 juli 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 79/Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden|‘Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden aan zyn Vriend te Amsterdam, in dato 24 Juny’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Leeuwarden, den 25 Julij|‘Leeuwarden, den 25 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Redactie (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Ter gedachtenisse|‘Ter gedachtenisse aan de jongstverloopene feestdagen’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Lierop *Brouns, P.N. (3 februari 1917) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 51/Nummer 18/Lierop|‘Lierop’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 51, nr. 18, p.&nbsp;246-252. ;Linne *A. (21 oktober 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 95/Suletheim, Ascalon en Curnelo|‘Suletheim, Ascalon en Curnelo’]], ''De Maasgouw'', 2e jaargang, nr. 95, p. 369. *Anoniem (2 september 1939) [[Limburger Koerier/Jaargang 94/Nummer 206/Linne, een oude parochie|‘Linne, een oude parochie’]], ''Limburger Koerier'', [p. 6]. ;Maasbree *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Gisteren morgen|‘Gisteren morgen omstreeks 3 ure […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ;Maasland; J.B. Nederveen *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De heer J. B. Nederveen|‘De heer J. B. Nederveen, […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Meerkerk; Heerlijkheid Meerkerk *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Midwoud *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (2)#art1al10|‘Hollandsche nieuwe Tijdinghen, te weten, hoemen in Hollandt de strenge Placcaten, die tegen de Arminianen ghemaeckt sijn, soeckt in ’t werck te stellen, ende te executeren, met hun het prediken te beletten, ende de Predikanten te vanghen’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Mill; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Mill; Hermanus Verstraaten (1825-1898) *Anoniem (16 januari 1892) [[De Tijd/1892/Nummer 13520/Besluiten en benoemingen|‘Besluiten en benoemingen’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Montfort (Limburg) *Kempkens, J. (1969) ‘Van een klein stadje in de schaduw van een groot kasteel’, ''roerstreek ’69'', pp. 43-47. ;Neeritter *Kr., Gerh. (7 januari 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 5/Limburg, het land van oude monumenten|‘Limburg, het land van oude monumenten’]], ''Limbirger Koerier'', derde blad, p. 6. ;Oldenzaal *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Die van Wesel|‘Die van Wesel zijn met eenich krijchs-volck noch versterckt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (17 december 1910) [[Het Centrum/Nummer 8047/Dr. Schaepman|‘Dr. Schaepman’]], Derde Blad, [p. 2]. *Anoniem (16 juli 1955) ‘Beeltenis van H. Plechelmus door mgr. Alfrink onthuld’, ''De Tijd'', p. 5. ;Oss *S.O. (3 februari 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 29/De opgravingen te Osch|‘De opgravingen te Osch’]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;3]. ;Paarlo *Kr.[ekelberg], Gerh. (31 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 257/Het Huis "Paerloo" (Midden-Limburg)|‘Het Huis „Paerloo” (Midden-Limburg)’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;11. ;Pey *Anoniem (6 juni 1981) ‘Pey, Pepijn van Herstal en de zeven voetvallen’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 17. ;Purmerend *Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Purmerende den 1 May|‘Purmerende den 1 May’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Reek; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Rijt (Veldhoven) *Anoniem (8 augustus 1867) [[De Noordbrabanter/Jaargang 39/Nummer 93/Men schrijft ons uit Oerle|‘Men schrijft ons uit Oerle, 1 Augustus: […]’]], ''De Noordbrabanter'', [p.&nbsp;3]. ;Roosteren *Anoniem (19 januari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 3/Bij koninklijk besluit van 12 dezer|‘Bij koninklijk besluit van 12 dezer [...]’]], ''De Roermondenaar'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (7 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 132/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren’]], ''De Maasgouw'', jaargang 3, nr. 132, p. 517-519. *Anoniem (14 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 133/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren. II’]], ''De Maasgouw'', 3e jaargang, nummer 133, pp. 521-522. *J., M. (21 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 134/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren’]], ''De Maasgouw'', jrg. 3, nr. 134, p. 525-526. ;Scheveningen *Anoniem (7 augustus 1908) [[Land en Volk/Jaargang 4/Nummer 185/Muziek/Programma's der Muziekuitvoeringen|‘Programma's der Muziekuitvoeringen’]], ''Land en Volk'', Blad A, [p.&nbsp;2]. ;Schiedam *Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Te Schiedam|‘Te Schiedam zijn in de vorige week 3 nieuwe tyfusgevallen aangegeven; […]’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Schoonhoven *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Gouda den 31 January|‘Gouda den 31 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Schoterland *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Schoterland, 20 Februari|‘Schoterland, 20 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Sint Odiliënberg *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Sint Odiliënberg]] ;Sittard *Anoniem (23 juli 1928) [[Limburger Koerier/Jaargang 83/Nummer 172/Wijlen pastoor Ruyten|‘Wijlen pastoor Ruyten’]], ''Limburger Koerier'', p. 5. *Dunckel, Aug. (31 augustus 1897) [[De Maasgouw/jaargang 19/nummer 16/Chroniek van Sittard|‘Chroniek van Sittard’]], ''De Maasgouw'', 19e jaargang, nummer 16, pp. 62-64. *Krekelberh, Ger. (28 mei 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 123/Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard|‘Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard’]], tweede blad, p. 4. *Krekelberg, Ger. (4 juni 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 129/Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard|‘Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard. II (Slot)’]], vierde Blad, p. 1. ;Slenaken *Anoniem (juli 1910) [[De Maasgouw/Jaargang 32/Nummer 7/Het klooster van Hoog-Cruts|‘Het klooster van Hoog-Cruts’]], ''De Maasgouw'', jaargang 32, nr. 7, p. 51-53. ;Sluis *Anoniem (21 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/21 april/Men verhoort dat uyt de Stadt Sluys daghelijcx gheschoten wordt|‘Men verhoort dat uyt de Stadt Sluys daghelijcx gheschoten wordt […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Susteren *Anoniem (4 maart 1930) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 13/Nummer 52/Geschiedenis v.d. voormalige stad Susteren en van de adellijke abdij St. Salvator aldaar|‘Geschiedenis v.d. voormalige stad Susteren en van de adellijke abdij St. Salvator aldaar’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p. 1]. *Anoniem (25 mei 1951) ‘Varia over Susteren’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 5. ;Stevensweert *Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Maestricht|‘Wt Maestricht’, alinea 2]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2]. *[Jansen, M.J.] (29 juli 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 83/De vestinggronden van Stevensweert|‘De vestinggronden van Stevensweert [2]’]], ''De Maasgouw'', jrg. 2, nr. 83, p.&nbsp;325-326. ;Tegelen *Pesch (28 augustus 1931) ‘Tegelen voorheen en thans’, ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1]. ;Terwisscha *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Te Oud-Appelscha|‘Te Oud-Appelscha is gister een oude zilveren munt […] gevonden. […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Uden *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Een wethouder|‘Een wethouder uit de gemeente Uden […]’]], ''Het Vaderland'' tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Velp (Noord-Braband); kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Vlaardingen *Anoniem (29 juli 1914) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 242/Nummer 174/De Internationale havenquaestie|‘De Internationale havenquaestie’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Vlissingen *Anoniem (8 augustus 1839) [[De Noordbrabanter/1839/Nummer 95/Men is thans druk bezig|‘’s Hertogenbosch, den 7den Augustus. Men is thans druk bezig […]’]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Vlodrop *A. (21 oktober 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 95/Suletheim, Ascalon en Curnelo|‘Suletheim, Ascalon en Curnelo’]], ''De Maasgouw'', jaargang 2, nr. 95, p. 369. *Kr., Gerh. (30 januari 1924) [[Limburger Koerier/Jaargang 79/Nummer 25/Uit Midden Limburg|‘Uit Midden Limburg. Bijdragen tot de geschiedenis van Vlodrop en omgeving. IX’]], ''Limburger Koerier'', p. 4. ;Vught; Aloisius Maria Josephus Theodorus van Rijckevorsel (1851-1925) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De nieuwe burgemeester van Vught|‘De nieuwe burgemeester van Vught, […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Waddinxveen *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (2)#art1al2|‘Hollandsche nieuwe Tijdinghen, te weten, hoemen in Hollandt de strenge Placcaten, die tegen de Arminianen ghemaeckt sijn, soeckt in ’t werck te stellen, ende te executeren, met hun het prediken te beletten, ende de Predikanten te vanghen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Wognum *Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De Tijd meldt|‘De Tijd meldt, dat binnen een paar dagen tijds door 107 „Katholieke huisvaders van Wognum” een adres aan de Tweede Kamer is gericht […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;1]. ;Zuidland *Anoniem (26 juni 1918) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 75/Nummer 175/Avondblad/Grafsteenen|‘Grafsteenen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. ;Zuilen *Anoniem (2 april 1932) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 136/Nummer 77/Ochtendblad/Collecte Crisis-comité te Zuilen|‘Collecte Crisis-comité te Zuilen’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [1e blad], [p.&nbsp;3]. ;Zutphen *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt 's Gravenhage, den 18. dito|‘VVt ’s Gravenhage, den 18. dito. [= 18 juni 1619]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.''. ;Zwolle *Anoniem (3 augustus 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 62/Zwolle den 27 Julij|‘Zwolle den 27 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Overige plaatsen * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Amsterdam|Amsterdam]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Den Haag|Den Haag]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Gouda|Gouda]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Leiden|Leiden]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Maastricht|Maastricht]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Nijmegen|Nijmegen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Roermond|Roermond]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Rotterdam|Rotterdam]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Utrecht (stad)|Utrecht]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Venlo|Venlo]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] [[Categorie:Geschiedenis van Nederland| ]] pwt9bcow5wur34j4nabhjmlsq47ety4 Hoofdportaal:Geschiedenis/Nieuwe geschiedenis/Tocht van Maurits naar Wezel tegen Spinola 100 79178 219571 217117 2026-04-05T12:28:53Z Vincent Steenberg 280 +bron 219571 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola | afbeelding = Het Staatse leger onder Maurits gelegerd bij Wesel, 1620 Afbeeldinghe der gelegenheit, van de stercke en vermaerde Stadt Wesel, ende haer omliggende plaetsen, mitsgaders hoe den Doorluchtigen Prince van Orangen, sijn Le, RP-P-OB-80.925.jpg | alt = et Staatse leger onder Maurits gelegerd bij Wesel, 1620 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:nl:Tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola|tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola]]. }} ;Het Staatse leger marcheert naar Wezel, augustus 1620 *Anoniem (5 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 september#art1al9|‘Verhael hoe dat zijn Excellentie Marquis Spinola is over den Rhijn ghemarcheert, ende ghetrocken naer Franckfort’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Legerkamp van prins Maurits bij Wezel, augustus-november 1620 *Anoniem (1620) [[Beschrivinge der 3 legers te weten pr. Mavri. marq. Spino. ende der vnierde vorst.|''Beschrivinge der 3 legers te weten pr. Mavri. marq. Spino. ende der vnierde vorst.'' [nieuwsprent]]], Amstelredam: Pieter vanden Keere. *Anoniem ([augustus 1620]) ''[[Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien|Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien. Midtsgaders de Afbeeldinghe der Stadt Weesel, ende de om leggende plaetsen, daer hem onse partyen houden]]'' [nieuwsprent], Leyden: Niclaes Geelkerck. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt VVesel den 24. Augustus. 1620|‘VVt VVesel den 24. Augustus. 1620’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art2al2|‘Wt Ceulen’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2al5|‘Tijdinghe vvt Ceulen’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Tocht van Frederik Hendrik van Oranje van het legerkamp bij Wezel naar het leger van de Protestantse Unie, 9 september 1620 *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Vorsten legher den 14. dito|‘VVt het Vorsten legher den 14. dito. [= 14 september 1620]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2|‘Tijdinghe vvt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al12|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 20. dito|‘VVt Franckfoort den 20. dito. [= 20 september 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art1al2|‘Wt Amsterdam ix. Oct.’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. *Anoniem (27 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 november#art1#al9|‘VVt den Legher van sijn Exc. Marquis Spinola van 13. Nouember 1620’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art2|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van den 9 December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art1|‘Tydinghe vanden Rijnstroom in Decembris, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3. *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art1al5|‘Tijdinghe van s’Hertoghenbossche 1620. int lest van December’, alinea 5-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-6. ;Schans Papenmuts bij Bonn, oktober 1620-na 1629 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Genres/Forten/Schans Papenmuts]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] f24kd6ddd9eo90ujs76alylgej50e4w 219584 219571 2026-04-05T13:50:40Z Vincent Steenberg 280 +bron 219584 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola | afbeelding = Het Staatse leger onder Maurits gelegerd bij Wesel, 1620 Afbeeldinghe der gelegenheit, van de stercke en vermaerde Stadt Wesel, ende haer omliggende plaetsen, mitsgaders hoe den Doorluchtigen Prince van Orangen, sijn Le, RP-P-OB-80.925.jpg | alt = et Staatse leger onder Maurits gelegerd bij Wesel, 1620 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:nl:Tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola|tocht van Maurits naar Wesel tegen Spinola]]. }} ;Het Staatse leger marcheert naar Wezel, augustus 1620 *Anoniem (5 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 september#art1al9|‘Verhael hoe dat zijn Excellentie Marquis Spinola is over den Rhijn ghemarcheert, ende ghetrocken naer Franckfort’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Legerkamp van prins Maurits bij Wezel, augustus-november 1620 *Anoniem (1620) [[Beschrivinge der 3 legers te weten pr. Mavri. marq. Spino. ende der vnierde vorst.|''Beschrivinge der 3 legers te weten pr. Mavri. marq. Spino. ende der vnierde vorst.'' [nieuwsprent]]], Amstelredam: Pieter vanden Keere. *Anoniem ([augustus 1620]) ''[[Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien|Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien. Midtsgaders de Afbeeldinghe der Stadt Weesel, ende de om leggende plaetsen, daer hem onse partyen houden]]'' [nieuwsprent], Leyden: Niclaes Geelkerck. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt VVesel den 24. Augustus. 1620|‘VVt VVesel den 24. Augustus. 1620’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art2al2|‘Wt Ceulen’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2al5|‘Tijdinghe vvt Ceulen’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Tocht van Frederik Hendrik van Oranje van het legerkamp bij Wezel naar het leger van de Protestantse Unie, 9 september 1620 *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Vorsten legher den 14. dito|‘VVt het Vorsten legher den 14. dito. [= 14 september 1620]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2|‘Tijdinghe vvt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al12|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 20. dito|‘VVt Franckfoort den 20. dito. [= 20 september 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art1al2|‘Wt Amsterdam ix. Oct.’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. *Anoniem (27 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 november#art1#al9|‘VVt den Legher van sijn Exc. Marquis Spinola van 13. Nouember 1620’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art2|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van den 9 December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art1|‘Tydinghe vanden Rijnstroom in Decembris, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3. *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art1al5|‘Tijdinghe van s’Hertoghenbossche 1620. int lest van December’, alinea 5-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-6. ;Tocht van Frederik Hendrik van Oranje; hekeldicht *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10#art1|‘Aenslaghen vanden Prince Hendrick Frederic van Orangien inden Vnions Krijch’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-4. ;Schans Papenmuts bij Bonn, oktober 1620-na 1629 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Genres/Forten/Schans Papenmuts]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] g774d86p6xugvd2nm06etw39wbaji0l Index:Album der Natuur 1863.djvu 106 84297 219643 218839 2026-04-06T08:59:32Z WeeJeeVee 2844 lijst aangevuld 219643 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=[[Album der Natuur]], [[Album der Natuur/1863|12e jaargang, 1863]] en het [[Album der Natuur/1863/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk Bijblad van 1863]] |Ondertitel= |Deel= |Auteur=various |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1863 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding= |Voortgang=C |Delen=[[Index:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu|1852/3]], [[Index:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu|1854/5]], [[Index:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu|1856/7]], [[Index:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu|1858/9]], [[Index:Album der Natuur 1860.djvu|1860]], [[Index:Album der Natuur 1861.djvu|1861]], [[Index:Album der Natuur 1862.djvu|1862]], [[Index:Album der Natuur 1863.djvu|1863]], |Pagina's=;{{x-larger|11e jaargang, 1863}} Voorwerk 1863<br /><pagelist from=7 to=18 7="Fr.t." 8="-" 9="T1863" 10="dr." 11to18="Inh" /> Hg - Vergelijkende maatschappijkunde </br><pagelist from=19 to=39 19="1"/> v. Hall - Zandgronden </br><pagelist from=40 to=50 40="22"/> Bierens de Haan - Airy's lezing </br><pagelist from=51 to=71 51="33"/> Warren de la Rue - Bijlage zonverduistering </br><pagelist from=72 to=76 72="54"/> van der Hoeven - Euler's brieven </br><pagelist from=77 to=82 77="59"/> Kappler - Fransche expeditie in Guyana </br><pagelist from=83 to=98 83="65"/> R. - Burke's reis in Australie </br><pagelist from=99 to=107 99="81"/> R. - Mieren buiten Europa </br><pagelist from=108 to=112 108="90"/> Hg. - Voorbeeld tot navolging</br><pagelist from=113 to=113 113="95"/> Hg. - Humboldt's lof</br><pagelist from=114 to=114 114="96"/> Kappler - Fransche expeditie in Guyana </br><pagelist from=115 to=133 115="97"/> L - Diepte der zee </br><pagelist from=134 to=142 134="116"/> R - Sneeuwbergen </br><pagelist from=143 to=146 143="125"/> v.H. - Fuchias </br><pagelist from=146 to=146 146="128"/> Reitsma - Natuurlijke gesteldheid der ligchamen van ons zonnestelsel </br><pagelist from=147 to=171 147="129"/> D. L. - Land van de Gorilla </br><pagelist from=172 to=173 172="154"/> D. L. - Oorzaak overstroming der Nijl </br><pagelist from=174 to=176 174="156"/> S.F.K. - Salomon de Caus </br><pagelist from=177 to=178 177="159"/> Rauwenhoff - Wortels der planten </br><pagelist from=179 to=209 179="161"/> D. L. - Alpaca's in Australië </br><pagelist from=210 to=210 210="192"/> Rauwenhoff - Wortels der planten </br><pagelist from=211 to=226 211="193"/> Krecke - Vuurbollen </br><pagelist from=227 to=242 227="209"/> van Lissa - Water </br><pagelist from=243 to=274 243="225"/> Abeleven - Plantenleven </br><pagelist from=275 to=302 275="257"/> v. H. - Truffels </br><pagelist from=303 to=305 303="285"/> v. H. - Meikevers</br><pagelist from=306 to=306 306="288"/> Oudenmans - Bekerplanten </br><pagelist from=307 to=335 307="289"/> v. H. - Betel </br><pagelist from=336 to=338 336="318"/> Hg. - Merkwaardige bron </br><pagelist from=338 to=338 338="320"/> Lubach. - Magie </br><pagelist from=339 to=364 339="321"/> R. - Stormen </br><pagelist from=365 to=368 365="347"/> Hg. - Toon-telegraaf </br><pagelist from=369 to=392 369="351"/> Betsij Perk - Bloemenkoningin </br><pagelist from=393 to=400 393="375"/> Hg. - Nog iets over de vuurbol </br><pagelist from=401 to=404 401="383"/> ; {{larger|Wetenschappelijk Bijblad}} <pagelist from=405 to=500 405="1" /> <pagelist from=501 to=506 501="-" 502="-" 503="-" 504="-" 505="-" 506="-" /> |Opmerkingen={{c|{{xxx-larger|'''[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/11|Inhoud 1863]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1500px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/11}} {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/12}} </div> {{dhr|3}} {{c|{{xx-larger|'''[[Album der Natuur/1863/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk bijblad 1863]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1200px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/15}} {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/16}} {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/17}} {{Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/18}} |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} geby9dg3mku4h2s05p6wag0gdepngp4 Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Leiden 100 85663 219569 2026-04-05T12:25:05Z Vincent Steenberg 280 begin 219569 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Leiden | afbeelding = LeidenBlaeu.jpg | alt = Plattegrond van Leiden, 1649 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Leiden|geschiedenis van Leiden]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Orlers, Jan Jansz. (1781) ''Beschryving der stad Leyden behelzende Het Begin, den Voortgang en Aanwas van die Stad; de Stichting der Kerken, Kloosters, Gasthuizen, gelijk ook de oprechting van de Hooge Schole'', Leyden: C. Heyligert.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (31 mei 1781) [[Hollandsche Historische Courant/1781/Nummer 65/Volgens een bericht|‘Volgens een Bericht […] wordt afgeleeverd een nieuwe verbeterde Uitgaave van de Beschryving der stad Leyden, […; advertentie]’]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;2]. == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 19e eeuw === *Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/Door tot dusver onbekende oorzaak|‘Door tot dusver onbekende oorzaak brak hedennacht te 2 uren te Leiden een felle brand uit […]’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Historische figuren == ;Alphen, Nicolaas van (1716-1784) *Anoniem (17 januari 1784) [[Hollandsche Historische Courant/1784/Nummer 8/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 5]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Hoogteijling, Nanne (....-1881) *Anoniem (10 augustus 1881) [[Het Nieuws van den Dag/1881/Nummer 3515/Het Leidsch Dagblad|‘Het Leidsch Dagblad wijdt eenige deelnemende regelen aan de nagedachtenis van den koetsier Nanne Hoogteijling, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 2rjvkpnpu48xmpvaf7eelndok2qq0jg Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu 106 85664 219574 2026-04-05T13:20:04Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219574 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Aenslagen canden Prince Hendric Frederic van Orangien inden Vnions Krijch. Met Tijdinghe wt Vranckrijck van de Hughenotten |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} k0aehu3wkl0v0zpjtxe34po6ojo9iya Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/1 104 85665 219575 2026-04-05T13:20:37Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219575 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Ianuarius 1621.}}||10.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|{{xxxx-larger|{{tt|{{sp|AENSLAGEN}}}}}}<br>Vanden Prince<br>{{xxx-larger|Hendric Frederic van Orangien}}<br>inden Vnions Krijch.<br>Met Tijdinghe wt Vranckrijck van de Hughenotten.<br>Overgeset wt de Hoochduytsche sprake in onse Nederlantsche Tale. Eerst ghedruckt in Januarius. 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-08-08 p 1 illustration.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeven, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.{{gap}}Met Gratie ende Priuilegie.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> r9ysorc313hkdt3tg6c6eb3i1rfq9ml Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/2 104 85666 219576 2026-04-05T13:21:23Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219576 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|2}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-03-13 (1) vignet.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{alinea|2em|-2em|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Aenslaghen vanden Prince Hendrick Frederic van Orangien inden Vnions Krijch.}}}}}} {{initiaal|W}}T Hollandt ick gheschickt bin,<br>{{gap}}Om inden Pals te hebben groot gewin<br>Maer en bevinde niet datmen de saecke recht heeft ghewoghen,<br>{{gap}}Alsoo is Hollandt ende ick bedroghen,<br>Dan in die Contreyen zijnder Heeren veel,<br>{{gap}}Een yeghelijck wilt hem berijcken heel,<br>Daer is veel gheclaps ende luttel raedt,<br>{{gap}}Grooten aenslach ende luttel daet,<br>Om dies wille dat zy niet en verstaen de saecke<br>{{gap}}Soo ouer compt den Pals alderley ongemaecke<br>Wat dattet voor den Slach te triumpheren,<br>{{gap}}Ende daer naer te doen het Landt verteren,<br>Die Vorsten alle int ghemijn,<br>{{gap}}Om te commanderen niet nut en zijn,<noinclude>{{rechts|die}}</noinclude> n40e8w2af0hfksfprgpj3tcixo451hz Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/3 104 85667 219577 2026-04-05T13:22:00Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219577 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude><br>Die hen verstaen het commanderen,<br>{{gap}}Die selven en kan het niet ghebeuren,<br>die Grauen latent zijnen swanck,<br>{{gap}}Mits zy daer van betaelt worden te danck,<br>die Edellieden houden veel Peerden sonder versuymen<br>{{gap}}d’welck hen alreede de borse wel heeft doen ruymen<br>de Rijcx-steden souden wel Geldt geven,<br>{{gap}}den en weten niet waer zy by sullen leven,<br>die boeren zijn qualijck ghemoet,<br>{{gap}}Om dat zy verliesen haue ende goet,<br>Al wat ervaren Soldaten zijn,<br>{{gap}}Worden onwillich al int ghemeijn,<br>Mits dien zy niet en worden betaelt,<br>{{gap}}Soo en willen zy oock niet zijn aen ghehaelt,<br>Krijch willen zy voeren sonder geldt,<br>{{gap}}d’welck my teenemael maeckt ontstelt,<br>Alsmen veel Soldaten soude houden willen,<br>{{gap}}Soo moetmen hen met geldt dan stillen,<br>In somma naer dat ick sien ende kan smaken,<br>{{gap}}Ten sal tot gheen victorie connen gheraken,<br>Om t’onder te brenghen die Spaensche macht,<br>{{gap}}Sijn wy alles te seer lichtveerdigh bedacht,<br>Om te haspelen hebben zy garen ghenoech,<br>{{gap}}diet hen spint is ons veel te cloeck,<br>Watmen daer van voor Lijnwaet sal weven,<br>{{gap}}Sal de Rebellen en Hollant doen beven,<noinclude>{{rechts|A ij{{gap|6em}}Ick}}</noinclude> jr0r6tv47vy5j5toebjtv8qxmpiu1gg Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/4 104 85668 219578 2026-04-05T13:22:43Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219578 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude><br>Ick laet de Vorsten Godt bevolen,<br>{{gap}}Sy moghen haer saken naer hen beste doen sonder dolen,<br>Ende trecken naer Hollandt met lust,<br>{{gap}}daer is het nu oock ongherust. {{lijn}} {{c|{{anker|art2}}{{x-larger|{{tt|Tijdinghe wt Vranckrijck, in Parijs.}}}}}} {{initiaal|A}}Lsoo zijne Conincklijcke Majesteyt van Vranckrijc alles in Bearne ordre heeft ghestelt, ende de Catholijcke Apostelijcke Roomsche Religie aldaer heeft in gestelt, soo is zijn Majesteyt wederom tot Parijs ghecomen, wel ghesont ende wel te passe, Godt lof, soo heeft den Coninck van Vranck-rijck op den 2. dach deser maent december 1620. wesende den Feestdach vanden Salighen Francisco Xaverio Jesuit: is ghecomen smorghens in hunne kercke al waer heeft ghebicht ende ghecommuniceerdt als van ghelijcke hebben ghedaen den Hertoghe van Luynes met zijne broeders.<br>{{anker|art2al2}}{{gap}}Ende Pater Arnout Biechtvader ende Predicant van zijne Majesteyt heeft ghedaen aldaer een Sermoon.<noinclude>{{rechts|Ende}}</noinclude> 64pbvw84t4dwcas0qmyxgrd1jaalst6 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/5 104 85669 219579 2026-04-05T13:23:32Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219579 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude><br>{{anker|art2al3}}{{gap}}Ende alsoo de Hughenotten in Vranckrijck hun niet gherust en willen houden, sedert den Coninc van Vranckrijck in Bearne eenighe Gouverneurs van de Religie heeft afghesedt, ende Catholijcke Gouverneurs in plaetse ghestelt tot meerder versekeringhe van de Catholijcken aldaer.<br>{{anker|art2al4}}{{gap}}Soo hebben de Hughenotten in Linguedocce gaen volck aennemen, ende hebben op gheworpen oft gekosen vier Coronellen, te weten:<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}Monsieur de Chattillion: daer van den Admirael Gasparo Coligny was zijn Grootvader.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}Monsieur de Boessa: die Gouverneur gheweest is van het Casteel van Borgo in Bressa.<br>{{anker|art2al7}}{{gap}}Monsieur Dorval vant Huys van d’Albret, ende eenen anderen vroomen Cappiteyn.<br>{{anker|art2al8}}{{gap}}Ende zijn soo stout gheweest datse door bravace hebben aen den Coninck ontbaden datse begheeren dat Bearne wederom in zijne oude maniere ghestelt wordt mits wtnemende het Garnisoen.<br>{{anker|art2al9}}{{gap}}De Catholijcken in Linguadoc seedtmen datse aen den Coninck presenteren 11000. Soldaeten op hunne costen te onderhouden met 12. stucken Gheschuts, d’welck zylieden inde state Generael van hunne Provintie gheraempt hebben present zijnde 22. soo Eerts-Bisschoppen als Bisschoppen ende Prelaten.<noinclude>{{rechts|A iij{{gap|6em}}A Pont}}</noinclude> qozlwrjnmdi31we7tezlvr83lfnzsbp Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/6 104 85670 219580 2026-04-05T13:24:16Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219580 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude><br>{{anker|art2al10}}{{gap}}A Pont Charanton 2. mijlen van Parijs wesende de kercke vande Hughenotten hebben gheordineert teghen een Sondaghe wesende den 13. deser maent eenen generaelen Vastendach.<br>{{anker|art2al11}}{{gap}}Men seet dat die van Rochelle zijn met groote vreese ende achterdencken door oorsaecke daer binnen zijn dry diversche partijen, als te weten Catholijcken, Hughenotten, ende Wtlanders: welcke Wtlanders hebben wt ghesonden door suspicie van hunne Religie: Ende gaven biletten aen de Catholijcken, om oock te vertrecken, presenterende hunne vaste goederen contant te betalen.<br>{{anker|art2al12}}{{gap}}Tot Nimes in Languedocce houden de Hughenotten een nieuwe vergaderinghe, alwaer hem is vindende Monsieur du Molin Minister van Scialanton die by den Coninck ontboden is, dan men ghelooft dat hy niet comen en sal.<br>{{anker|art2al13}}{{gap}}De Hughenotten hebben ghemeynt met eenighe Intelligentie te supprenderen de stadt van Cahors, int Landt van Quersij, maer is gefailleert om welcke oorsaecke zijnder 3. op ghehangen als verraders.<br>{{anker|art2al14}}{{gap}}Men seet dat den Coninck int eynde vande toecomende weecke sal vertrecken naer Tours om te sien wat de Hughenotten willen bedrijven. Daerentusschen sullen de twee Coninginnen alhier tot Parijs blijven met den Cancellier Bisschop van Lusson,<noinclude>{{rechts|ende}}</noinclude> a1iw96q2s3uko7jl9k523aljr6t9isl Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/7 104 85671 219581 2026-04-05T13:25:00Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219581 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>ende andere Raedts-heeren, om zijn absentie alhier te commanderen.<br>{{anker|art2al15}}{{gap}}Den Coninck van Vranckrijck heeft een Heerlijcke Ambassade ghesonden aen den Coninck van Enghelant te weten Monsieur de Cadinet met een suitte van over de 250. Edelmans, waer onder zijn 4. Chevaliers de S. Esprit, 4. Raedts-heeren ende andere Noblesse van Qualiteyt, waer onder oock zijn 8. Graven, wat dat hun verrichten is, salmen met den eersten vernemen.<br>{{anker|art2al16}}{{gap}}Die Hughenotten van La Rochelle, Ville Capitale du pays de Xainctonge en laten niet af de stadt te fortificeren, ende volck by de wercke te hebben, hebben aldaer eenighe vergaederinghe onder malcanderen ghehouden, waer over zijn Conincklijcke Majesteyt van Vranckrijck hun sulcx niet en heeft willen ghedooghen, zijn al even wel voorts ghevaren.<br>{{anker|art2al17}}{{gap}}Sijne Majesteyt heeft haer ontboden datse hun gherust ende vredelijck souden houden, ende de Catholijcken int minste niet en souden molesteren dan vredelijck met malcanderen over een comen, hy wilde haer in hare Religie laten blijven, ende haer beschermen als eenen goeden Vader zijn Kinderen wilt beschermen ende behoeden, maer de Hughenotten nieuwers naer hoorende van haren cop willen volghen, ende verherden in hun quaet voornemen, soo<noinclude>{{rechts|en}}</noinclude> q6a0uim4jsumy77d0t3wb11r4qyikqs Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu/8 104 85672 219582 2026-04-05T13:26:43Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219582 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude>en weetmen niet wat hier van comen sal, dan het schijnt dat apparent is hier in Vranck-rijck datter wel een Oorloghe soude moghen naer volghen, want de Hughenotten nieuvers toe en willen verstaen, Godt wille ons peys ende vrede verleenen, ende den Coninck bewaeren, Amen. Watter nu naer volghen sal, salmen met den eerste vernemen. {{rechts|{{sp|FINI}}S.{{gap}}<br>{{tt|V.C.D.W.A.}}|3em}} {{dhr}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-05-08 (3) p 7 ornament.jpg|400px|center]] {{dhr}}<noinclude></noinclude> 0et8edi0m6l6bebl85htfhe48qnu8x4 Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10 0 85673 219583 2026-04-05T13:30:40Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219583 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 010.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 10, januari 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9|Nummer 9]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 11|Nummer 11]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] f7vcbkifj7z58nylvxuomniriquo61o Index:De Telegraaf vol 047 no 17405 Ochtendblad DOODENCIJFER IN CHILI BLIJFT STIJGEN.djvu 106 85674 219585 2026-04-05T15:23:38Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219585 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=De Telegraaf |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1="tweede blad, 3" /> |Opmerkingen=[[De Telegraaf/Jaargang 47/Nummer 17405/Ochtendblad/Doodencijfer in Chili blijft stijgen]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 6j1j1ctrx9ssnp27g4jcgdgvivi6h91 Pagina:De Telegraaf vol 047 no 17405 Ochtendblad DOODENCIJFER IN CHILI BLIJFT STIJGEN.djvu/1 104 85675 219586 2026-04-05T15:24:16Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219586 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{xx-larger|DOODENCIJFER IN CHILI BLIJFT STIJGEN.}}}} {{lijn|4em}} {{c|{{x-larger|Bittere ellende in Chillán.}}}} {{lijn|3em}} {{c|{{x-larger|V.S. BIEDEN HULP AAN.}}}} {{links|{{larger|{{gap}}'''SANTIAGO, 26 Jan. – Met haast eentonige regelmaat komen de berichten, volgens welke het aantal dooden by de aardbevingsramp weer enkele duizenden meer bedraagt dan bij de voorgaande opgave. Thans wordt gemeld, dat er alleen in de vier steden Concepcion, Chillan, Talcahuana en Cauquenes 20.000 slachtoffers zijn; in laatstgenoemde plaats, gelegen in de provincie Maule, alleen al 5.000 van de 12.000 inwoners.'''}}|2em}} {{gap}}Nog steeds komen berichten binnen, dat welvarende plaatsen letterlijk weggevaagd zijn, duizenden menschen gedood en gewond zijn of vermist worden en honderdduizenden door ziekte en hongersnood bedreigd worden. <br>{{gap}}Volgens een schatting der autoriteiten is Parral half verwoest en zijn er 150 dooden en 200 gewonden; voor Sancarlos zijn deze getallen 50 en 100. Het ergst zijn wel Chillan en Cauquenes geteisterd; beide plaatsen zijn tot puinhoopen geworden en van Chillan is het aantal slachtoffers nog steeds niet met zekerheid bekend. <br>{{gap}}Te Concepcion zag de verslaggever van United Press het centrum der stad bezaaid met lijken. De overlevenden verklaarden, dat de slachtoffers nog veel talrijker geweest zouden zijn, als de aardbeving zich niet met enkele lichte schokken aangekondigd had. Thans waren velen in staat tijdig de wijk te nemen, alvorens huizen en gebouwen met luid gekraak en in wolken van stof instortten. In het „Athene van Chili”, zooals Concepcion wel genoemd wordt, kon men vreemde tegenstellingen waarnemen. Een heel huizenblok was bijvoorbeeld weggevaagd, zoodat van de muren zelfs vrijwel geen spoor over was, maar een vlaggestok stond nog onbeschadigd overeind. {{larger|'''Tragische boodschappen.'''}} {{initiaal|D}}E vlootcommandant Julio Santibanez, die toevallig te Chillán vertoefde, ontsnapte ternauwernood uit Hotel Central, dat vol gasten was. Hij vertelde, dat hij juist bij de deur stond, toen de aardbeving begon. <br>{{gap}}Onmiddellijk rende hij met nog iemand naar buiten; alle andere menschen, die in het hotel vertoefden, vonden den dood. Twee dokters hadden reeds veertig operaties verricht zonder verdooving en andere hulpmiddelen. Zij verzochten den verslaggever dringend, te Santiago mede te deelen, dat zij aan alles behoefte hadden. Velen gaven boodschappen mee voor de hoofdstad; in hun simpelheid waren zij vaak vol tragiek: „Carlos en zijn vrouw zijn dood,” „De kleine meid is gewond, vader verlamd”. <br>{{gap}}Met man en macht wordt aan de hulpverleening gewerkt. Levensmiddelen en verbandstoffen worden door de regeering, maar ook door particulieren, vereenigingen, bedrijven en buitenlandsche kolonies verzonden. De bevolking verleent groote medewerking bij de leniging van den nood. <br>{{gap}}President Roosevelt heeft het Chileensche staatshoofd telegrafisch hulp aangeboden. Hij seinde, dat de regeering der V.S., voor het geval Chili levensmiddelen van elders noodig mocht hebben, alle krachten zou inspannen om daarvoor te zorgen. Men meent, dat eventueel Amerikaansche vliegtuigen verbandmiddelen en medicijnen zouden aanvoeren.<noinclude></noinclude> ft2mp8giem77h2f43eh5u7gshu9j761 De Telegraaf/Jaargang 47/Nummer 17405/Ochtendblad/Doodencijfer in Chili blijft stijgen 0 85676 219587 2026-04-05T15:27:09Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219587 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Doodencijfer in Chili blijft stijgen. Bittere ellende in Chillán. V.S. bieden hulp aan’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit ''De Telegraaf'', vrijdag 27 januari 1939, Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;3. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="De Telegraaf vol 047 no 17405 Ochtendblad DOODENCIJFER IN CHILI BLIJFT STIJGEN.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:De Telegraaf, Jaargang 047]] toylcalccgn4m1jwxfpm9pe46rw0lof Categorie:De Telegraaf, Jaargang 047 14 85677 219588 2026-04-05T15:27:26Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219588 wikitext text/x-wiki [[Categorie:De Telegraaf]] efpsre8n16odyi72ymvbbpfsglbailb Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/346 104 85678 219589 2026-04-05T15:28:19Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219589 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|328|MAGIE.|}}</noinclude>de lijnen des handpalms en de vlekken der nagels (''Cheiromanteia''), — uit de bewegingen van eene op een spits voorwerp in evenwigt gestelde of aan eene koord hangende zeef (''Coscinomanteia''), het waarzeggen met dobbelsteenen, witte en zwarte boonen, kleine met letters beschrevene of half afgeschilde stukjes hout, — uit hetgeen men in een spiegel zag, — uit de eerst opgeslagen plaats van een dichter, waartoe bij de Romeinen later {{sc|virgilius}} veel gebruikt werd, — al deze soorten van waarzeggerij en nog meer andere waren bij de Grieken veelvuldig in zwang. Aan deze waarzeggerij sluit zich de voorspelling van de veranderingen in het weder en van andere natuurverschijnselen, waarin eenige der oudste Grieksche wijzen, {{sc|pherecydes, anaximander}} en anderen, gezegd werden zeer bedreven geweest te zijn. Maar men ging verder. De raadselachtige {{sc|abarts}} had niet alleen wind weten te voorspellen, maar ook de magt gehad om winden naar verkiezing te doen opsteken. {{sc|Phythagoras, epimenides}} en {{sc|empedocles}} hadden niet slechts aardbevingen voorspeld, maar ook bewerkt. Nog onder {{sc|constantinus}} den Grooten werd de wijsgeer {{sc|sopater}} ter dood gebragt, omdat hij de winden aan banden gelegd en daardoor een hongersnood veroorzaakt had. Nog anderen riepen bliksem, donder en hagel te voorschijn; wederom anderen, — en dit was eene kunst, waarin vooral de heksen bedreven waren, — konden door bezweringen de sterren verduisteren en zelfs de maan van den hemel aftrekken. Zich onzigtbaar te maken of zich op eene onbegrijpelijke wijze plotseling op eene plaats te vertoonen, ver verwijderd van die, waar men een oogenblik te voren was, — deze kunsten behoorden ook tot de in Griekenland aan sommige personen toegeschrevene vermogens. {{sc|abarts}}, wiens naam ik zoo even noemde, en {{sc|apollonius}} van Tyana vermogten, zeide men, het laatste. Geestenbezweringen, vooral ter ondervraging van afgestorven personen over dingen, die men dacht dat zij alleen weten konden, waren veel in zwang. Reeds zeer vroeg had men zich, zoo beweerde men, daarmede opgehouden; {{sc|orpheus}} riep door bezweringen zijne gemalin {{sc|eurydice}} uit de onderwereld op, en bij {{sc|homerus}} bezweert {{sc|odusseus}} de schimmen der voor Troje gevallen helden. De grammaticus {{sc|apion}}<noinclude></noinclude> gwvdkmtqai5bgww54kr2yr27l3zcpas Index:Nieuwe Apeldoornsche Courant vol 036 no 12348 Vijftienduizend dooden bij aardbeving Chili.djvu 106 85679 219590 2026-04-05T16:04:07Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219590 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Apeldoornsche Courant |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1="eerste blad, 1" /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Apeldoornsche Courant/Jaargang 36/Nummer 12348/Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} h1c7utlwgsbqbtnj2wj62xq04ojbvoh Pagina:Nieuwe Apeldoornsche Courant vol 036 no 12348 Vijftienduizend dooden bij aardbeving Chili.djvu/1 104 85680 219591 2026-04-05T16:07:14Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219591 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili?}}}} {{lijn|3em}} {{c|{{larger|Een gansche stad ingestort.}}}} {{lijn|3em}} {{gap}}'''NEW YORK, 26 Jan. (Reuter-ANP.) Er komen hier slechts onvolledige berichten binnen over aardschokken in een groot gebied van Midden- en Zuid-Chili, waarbij naar men gelooft, 15.000 personen zijn omgekomen, van wie 10.000 te Chilian, een stad op 65 K.M. ten Oosten van Concepción, waar, naar gemeld wordt, de gebouwen, met inbegrip van een theater, dat tijdens de avondvoorstelling instortte, waarbij alle bezoekers het leven verloren, vrijwel alle zijn verwoest.''' {{block center|width=90%|{{gap}}De dooden worden snel ter aarde besteld. Er bevinden zich veel gewonden op straat. Er is een algemeene trek naar de open velden.<br>{{gap}}De Britsche ambassade heeft de Chileensche regeering de diensten aangeboden der kruisers „Exeter” en „Ajax”.}} {{lijn|6em}}<noinclude></noinclude> kqgwh86gu4ctkw1lft61bwddk8clpyc Nieuwe Apeldoornsche Courant/Jaargang 36/Nummer 12348/Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili 0 85681 219592 2026-04-05T16:07:30Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219592 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Vijftienduizend dooden bij aardbeving in Chili? Een gansche stad ingestort’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nieuwe Apeldoornsche Courant'', donderdag 26 januari 1939, eerste blad, [p.&nbsp;1]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuwe Apeldoornsche Courant vol 036 no 12348 Vijftienduizend dooden bij aardbeving Chili.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Nieuwe Apeldoornsche Courant]] 7o10uonesrxdvxpron3bj356eb7kc0r Index:Algemeen Handelsblad vol 112 no 36639 Avondblad 15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili.djvu 106 85682 219593 2026-04-05T16:35:46Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219593 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Algemeen Handelsblad |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36639/Avondblad/15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} lwm434ej9pvwsyuj94kwgomnb21pre4 Pagina:Algemeen Handelsblad vol 112 no 36639 Avondblad 15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili.djvu/1 104 85683 219594 2026-04-05T16:36:22Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219594 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili}}}} {{c|{{larger|Britsche regeering stelt twee kruisers ter beschikking voor hulpverleening.}}}} {{block center|width=90%|{{gap}}'''SANTIAGO, DE CHILI, 26 Januari. ({{sp|Hava}}s.) Officieuze schattingen doen vreezen, dat bij de aardbeving in Chili meer dan 15.000 slachtoffers te betreuren zijn.<br>{{gap}}De Britsche ambassade heeft de Chileensche regeering de diensten van de kruisers „Exeter” en „Ajax” aangeboden voor hulpverleening.<br>{{gap}}Vooral de stad Chillán in de provincie Nuble is door de ramp zwaar getroffen.'''}} {{gap}}In Concepción zijn vrijwel alle huizen verwoest, o.m. de schouwburg, waar juist een voorstelling werd gegeven, toen de beving begon. Alle aanwezigen, zoowel publiek als acteurs, kwamen om. <br>{{gap}}Daar overal ontzettende verwoestingen zijn aangericht, gaat het opruimingswerk met groote moeilijkheden gepaard. De dooden worden onmiddellijk ter aarde besteld; honderden gewonden zijn voorloopig tusschen het puin op de straten gelegd. De overlevenden kampeeren op open terrein in de buurt van het verwoeste gebied. {{lijn|4em}}<noinclude></noinclude> jnv0kn35f9z4688oxmp35ad0vylmbtk Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36639/Avondblad/15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili 0 85684 219595 2026-04-05T16:38:33Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219595 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili. Britsche regeering stelt twee kruisers ter beschikking voor hulpverleening’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', donderdag 26 januari 1939, [p.&nbsp;1]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Algemeen Handelsblad vol 112 no 36639 Avondblad 15.000 slachtoffers bij aardbevingsramp in Chili.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaarganf 112]] n9tplkqbxhkg50nu3boc5otevon72dm Index:Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Nieuwe aardschokken in Chili.djvu 106 85685 219596 2026-04-05T17:34:27Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219596 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Utrechtsche Courant |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 1bi4angftifcydi83ah9sd4kvmr148x Pagina:Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Nieuwe aardschokken in Chili.djvu/1 104 85686 219597 2026-04-05T17:34:54Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219597 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|Nieuwe aardschokken in Chili}}}} {{c|{{larger|Autoverkeer wederom bemoeilijkt}}}} {{gap}}Uit het geteisterde Zuid-Chili worden nieuwe aardschokken gemeld, terwijl het ministerie van binnenlandsche zaken tegelijkertijd bekend maakt, dat men verwacht, dat het totale aantal dooden de 50.000 zal bereiken. <br>{{gap}}Uit Concepcion wordt officieel bevestigd, dat om 22.45 uur gister een aardbeving alle huizen en gebouwen van het stadje Coronel, waar kolenmijnen zijn, heeft verwoest, terwijl de bodem bij Chillan eveneens trilde. <br>{{gap}}De eerste berichten maken geen melding van slachtoffers. Echter weet men, dat de aardbeving niet onbelangrijk was en men vreest ten zeerste, dat er nog meer onheil in de toch reeds zoo moeilijk te bereiken streken is aangericht. Groote spleten in de wegen maken het autoverkeer zeer moeilijk, terwijl de spoorwegverbindingen nog steeds verbroken zijn. Bovendien is het plotseling — hoewel het het droge seizoen is — hevig gaan regenen. <br>{{gap}}Verder wordt bericht, dat de groote Llaima vulkaan onheilspellend rommelt. '''Inzameling voor de slachtoffers''' {{gap}}Er heeft zich hier te lande een comite gevormd, waarvan de namen der leden nader bekend zullen worden gemaakt, tot het inzamelen van gelden voor de slachtoffers van de aardbevingsramp in Chili. <br>{{gap}}Bijdragen kunnen worden gestort op girorekening 1844 van de firma Heldering en Pierson te Den Haag. {{lijn|5em}}<noinclude></noinclude> f9iyblyxjbyijy01m0tfxa7q45f9hro Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Nieuwe aardschokken in Chili 0 85687 219598 2026-04-05T17:36:44Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219598 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Nieuwe aardschokken in Chili. Autoverkeer wederom bemoeilijkt’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', dinsdag 31 januari 1939, [p.&nbsp;1]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Nieuwe aardschokken in Chili.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Nieuwe Utrechtsche Courant]] gnmx4ox7g3oqwyqc2jqqtv2hxsfo8es Index:Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Een jongen, die het hoofd koel hield.djvu 106 85688 219600 2026-04-05T18:16:42Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219600 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Utrechtsche Courant |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=2 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Een jongen, die het hoofd koel hield]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} o11as20yje61uxa6hco24wgfm84sb8w Pagina:Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Een jongen, die het hoofd koel hield.djvu/1 104 85689 219601 2026-04-05T18:17:13Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219601 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{x-larger|Een jongen, die het hoofd koel hield {{sp|....}}}} '''Kordaat optreden bij aardbeving''' {{gap}}De „New-York Times” verhaalt van een treffend staal van heldenmoed, aan den dag gelegd door een vijftienjarigen jongen bij de aardbeving in Chili en waardoor nog grooter ellende voorkomen werd. <br>{{gap}}De jongen had tot taak ’s nachts de wacht te houden in de electrische centrale van de stad Chillán, die totaal verwoest is. Zoodra de eerste schokken zich deden gevoelen, snelde hij de schakelzaal binnen en sloot den stroom af, waardoor vele branden ten gevolge van kortsluiting voorkomen werden. Toen een reddingsploeg de verwoeste centrale betrad, vond men den knaap dood, met de handle van den hoofdschakelaar nog in de hand. {{lijn|4em}}<noinclude></noinclude> 8vg7r3ovyu0unarqc4y2ts9puuhz0ia Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3529/Een jongen, die het hoofd koel hield 0 85690 219602 2026-04-05T18:18:44Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219602 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Een jongen, die het hoofd koel hield... Kordaat optreden bij aardbeving’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', dinsdag 31 januari 1939, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Een jongen, die het hoofd koel hield.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Nieuwe Utrechtsche Courant]] iqj3q7p3lbejbb3xntz53ozqfrphd0x 219605 219602 2026-04-05T18:39:21Z Vincent Steenberg 280 +overige vindplaats 219605 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Een jongen, die het hoofd koel hield... Kordaat optreden bij aardbeving’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', dinsdag 31 januari 1939, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuwe Utrechtsche Courant vol 011 no 3529 Een jongen, die het hoofd koel hield.djvu" from=1 to=1/> == Overige vindplaatsen == *Anoniem (2 februari 1939) ‘Heldhaftige jongen redde vele menschenlevens’, ''Utrechtsche Courant'', p.&nbsp;3. [[Categorie:Nieuwe Utrechtsche Courant]] rtmp4uj2b405bv531l9qxh714gls1zf Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Scheikunde 100 85691 219603 2026-04-05T18:29:13Z Vincent Steenberg 280 begin 219603 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Scheikunde | afbeelding = Analytical chemistry 7&6.png | alt = instrumenten voor analytische chemie | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Scheikunde|scheikunde]]. }} == Algemeen == === Geschiedenis der scheikunde - Scheikundigen === ;Debye, Peter (1884-1966) *Anoniem (13 november 1936) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 51/Nummer 316/Nieuwe Nobelprijs-winnaars|‘Nieuwe Nobelprijs-winnaars. Eugene O’Neill, Dr. Paul Debeije, Dr. V. F. Hess en Dr. C. D. Anderson’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (18 november 1936) [[De Tijd/Jaargang 92/Nummer 29102/Avondblad/De Nobelprijs|‘De Nobelprijs voor natuur- en scheikunde’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Anoniem (24 december 1936) [[De Sumatra Post/Jaargang 38/Nummer 300/Nobelfeest in Stockholm|‘Nobelfeest in Stockholm’]], ''De Sumatra Post'', derde blad, [p.&nbsp;2]. ;Katz, Johan Rudolf (1880-1938) *Anoniem (13 mei 1938) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 111/Nummer 36383/Avondblad/In memoriam J. R. Katz|‘In memoriam J. R. Katz. Herdenking in het Chemisch Weekblad’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;15. ;Neumann, Elise (....-1902) *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Uit Berlijn wordt gemeld|‘Uit Berlijn wordt gemeld, […]’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Pasteur, Louis *Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Nederland|‘Nederland’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Theoretische of algemene chemie (Fysische chemie) == === Chemische bindingen === *J.T. Westcott (1897) ''Opmerkingen betreffende gecarbureerd watergas'', Gouda: [s.n.].<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 38/Boeken|‘Boeken’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 38, p.&nbsp;174. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] h04b8mvgnjp6zs9t70e2jzva4776nf2 Index:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf 106 85692 219606 2026-04-05T19:55:36Z Havang(nl) 4330 Nieuwe pagina aangemaakt met '' 219606 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=De Romans van Boudewijn van Seborch |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=pdf |Afbeelding= |Voortgang=X |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=ft 2=- 3="Titel Repro" 4=- 5="Titel I" 6=- 7to22=roman 7=1 23=1 407="Titel II" 408=- 409to415=roman 409=1 416=- 417=1 865=- 866=TDM /> |Opmerkingen= |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} q9mcypm6aiqoimrbqa305phxjbuku8y 219646 219606 2026-04-06T09:01:41Z Havang(nl) 4330 219646 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=De Romans van Boudewijn van Seborch |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=pdf |Afbeelding=3 |Voortgang=C |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=ft 2=- 3="Titel Repro" 4=- 5="Titel I" 6=- 7to22=roman 7=1 23=1 407="Titel II" 408=- 409to415=roman 409=1 416=- 417=1 865=- 866=Inh. /> |Opmerkingen={{Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/866}} |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} fd9lia1c3ogelmxwuka1moh60r5r3ba Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/23 104 85693 219607 2026-04-05T20:13:01Z Havang(nl) 4330 testpagina 219607 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{Larger|'''De ROMANS}}<br>{{asc|VAN}}<br>{{larger|BOUDEWIJN VAN SEBORGH'''}}}} {{smaller|''(Eerst vertaald met AI DeepL en vervolgens nader bewerkt.)''}} {{lijn|3em}} {{c|GEZANG I}} <poem> HEER, sluit nu vrede, ter wille van de almachtige God. Moge Jezus Christus, ere zij hem, die in Bethlehem uit de Maagd geboren zal worden, om ons te beschermen tegen de vijanden in de hel en hun stinkende verblijf, u allen willen behoeden; komt daar niet terecht. Luistert nu naar het verhaal en het lied, mooi opgesteld; het zijn prettige verzen: het gaat over wapens en liefdes, en dappere strijders, en komt voort uit de heldendaden van de goede koning Euriant. U hebt vast wel eens gehoord, in een ander verhaal,10 Over de vrouw van die koning die, toen hij nog leefde, zes zonen en een dochter in éen keer baarde; Waarvan elk eene zilveren ketting droeg, Daarmee deed Matabrune een zo zwaar kwaad. Zij nam hen de kettingen af; waardoor de zes kinderen, door Gods wil, veranderden in zwanen. Elyas bleef achter, die zo machtig was dat alle kettingen daarna weer terugkwamen; waardoor alle kinderen hun uiterlijk terugkregen, en hertog en graaf werden, een koningskroon droegen.20 Nu was er een meisje, dat een mooi lijf had, Rose heette de dame met het bewuste lijf, En ja, ze was getrouwd met een dappere prins: Dat is Ernous van Biauvais, die zo geprezen werd. Hij was broer was Bauduin van Biauvais, de machtige, </poem><noinclude></noinclude> fk3tm0f1n3n9ngsgsclydwdhip86ky7 219608 219607 2026-04-06T06:34:53Z Havang(nl) 4330 219608 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{Larger|'''De ROMANS}}<br>{{asc|VAN}}<br>{{larger|BOUDEWIJN VAN SEBORGH'''}}}} {{smaller|''(Eerst vertaald met AI DeepL en vervolgens nader bewerkt.)''}} {{lijn|3em}} {{c|GEZANG I}} <poem> HEER, sluit nu vrede, ter wille van de almachtige God. Moge Jezus Christus, ere zij hem, die in Bethlehem uit de Maagd geboren zal worden, om ons te beschermen tegen de vijanden in de hel en hun stinkende verblijf, u allen willen behoeden; komt daar niet terecht. Luistert nu naar het verhaal en het lied, mooi opgesteld; het zijn prettige verzen: het gaat over wapens en liefdes, en dappere strijders, en komt voort uit de heldendaden van de goede koning Euriant. U hebt vast wel eens gehoord, in een ander verhaal,10 Over de vrouw van die koning die, toen hij nog leefde, zes zonen en een dochter in éen keer baarde; Waarvan elk eene zilveren ketting droeg, Daarvan maakt Matabrune een zo zwaar misbruik. Zij nam hen de kettingen af; waardoor de zes kinderen, door Gods wil, veranderden in zwanen. Elyas bleef achter, die zo machtig was dat alle kettingen daarna weer terugkwamen; waardoor alle kinderen hun uiterlijk terugkregen, en hertog en graaf werden, een koningskroon droegen.20 Nu was er een meisje, dat een mooi lijf had, Rose heette de dame met het bewuste lijf, En ja, ze was getrouwd met een dappere prins: Dat is Ernous van Biauvais, die zo geprezen werd. Hij was broer van Bauduin van Biauvais, de machtige, </poem><noinclude>{{iwpage|fr}}</noinclude> iosbtzfeut4dpyw48ojggzakctcoe6x 219609 219608 2026-04-06T06:48:07Z Havang(nl) 4330 219609 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{Larger|'''De ROMANS}}<br>{{asc|VAN}}<br>{{larger|BOUDEWIJN VAN SEBORGH'''}}}} {{smaller|''(Eerst vertaald met AI DeepL en vervolgens nader bewerkt.)''}} {{lijn|3em}} {{c|GEZANG I}} <poem> HEER, sluit nu vrede, ter wille van de almachtige God. Moge Jezus Christus, ere zij hem, die in Bethlehem uit de Maagd geboren zal worden, om ons te beschermen tegen de vijanden in de hel en hun stinkende verblijf, u allen willen behoeden; komt daar niet terecht. Luistert nu naar het verhaal en het lied, mooi opgesteld; het zijn prettige verzen: het gaat over wapens en liefdes, en dappere strijders, en komt voort uit de heldendaden van de goede koning Euriant. U hebt vast wel eens gehoord, in een ander verhaal,10 Over de vrouw van die koning die, toen hij nog leefde, zes zonen en een dochter in éen keer baarde; Waarvan elk eene zilveren ketting droeg, Daarvan maakt Matabrune een zo zwaar misbruik. Zij nam hen de kettingen af; waardoor de zes kinderen, door Gods wil, veranderden in zwanen. Elyas bleef achter, die zoveel kon doen dat alle kettingen daarna weer terugkwamen; waardoor alle kinderen hun uiterlijk terugkregen, en hertog en graaf, kroondragende koning werden.20 Welnu, hij had een dochter, die een mooi lichaam had, Rose werd de dame met het wetende lichaam genoemd, En ja, ze was getrouwd met een dappere prins: Dat is Ernous van Biauvais, die zo geprezen werd. Hij was broer van Bauduin van Biauvais, de machtige, </poem><noinclude>{{iwpage|fr}}</noinclude> 8utpuoi2aqdntjc9dzuypcvlvvvxz91 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/866 104 85694 219644 2026-04-06T08:59:40Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{{c|{{x-larger|INHOUD}}<br>{{smaller|''maakt geen deel uit van het oorswpronkelijke werk)''}}}} {{c|EERSTE DEEL.<br> De ROMAN VAN BOUDEWIJN VAN SEBORGH.}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ Vooraf|Informatie vooraf]]|{{pli|1|6}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG I|GEZANG I]]|{{pli|1|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG II|GEZANG II]]|{{pli|33|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG III|GEZANG III… 219644 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{x-larger|INHOUD}}<br>{{smaller|''maakt geen deel uit van het oorswpronkelijke werk)''}}}} {{c|EERSTE DEEL.<br> De ROMAN VAN BOUDEWIJN VAN SEBORGH.}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ Vooraf|Informatie vooraf]]|{{pli|1|6}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG I|GEZANG I]]|{{pli|1|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG II|GEZANG II]]|{{pli|33|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG III|GEZANG III]]|{{pli|63|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG IV|GEZANG IV]]|{{pli|99|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG V|GEZANG V]]|{{pli|123|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG VI|GEZANG VI]]|{{pli|151|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG VII|GEZANG VII]]|{{pli|177|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG VIII|GEZANG VIII]]|{{pli|203|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG IX|GEZANG IX]]|{{pli|239|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG X|GEZANG X]]|{{pli|267|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XI|GEZANG XI]]|{{pli|305|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XII|GEZANG XII]]|{{pli|329|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XIII|GEZANG XIII]]|{{pli|357|22}}}} {{c|TWEEDE DEEL.<br>HET VERVOLG VAN BOUDEWIJN VAN SEBORGH. of<br>DE ROMAN VAN DE BASTAARD VAN BOUILLON.}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XIV|GEZANG XIV]]|{{pli|1|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XV|GEZANG XV]]|{{pli|45|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XVI|GEZANG XVI]]|{{pli|89|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XVII|GEZANG XVII]]|{{pli|125|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XVIII|GEZANG XVIII]]|{{pli|157|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XIX|GEZANG XIX]]|{{pli|185|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XX|GEZANG XX]]|{{pli|221|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXI|GEZANG XXI]]|{{pli|251|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXII|GEZANG XXII]]|{{pli|275|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXIII|GEZANG XXIII]]|{{pli|311|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXIV|GEZANG XXIV]]|{{pli|341|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXV|GEZANG XXV]]|{{pli|393|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/GEZANG XXVI|GEZANG XXVI]]|{{pli|447|416}}}}<noinclude></noinclude> blyykkyxzo9885aimkob12qyb9d8hnw Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/347 104 85695 219647 2026-04-06T09:03:27Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219647 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|529}}</noinclude>riep de schim van {{sc|homerus}}, {{sc|apollonius}} van Tyana dien van {{sc|achilles}} op, ja de Lacedaemoniers lieten door Thessalische doodenbezweerders de schim van {{sc|pausanius}} oproepen. Zelfs waren er reeds van ouds bepaalde doodenorakels, b.v, in Epirus aan het meer Aornos, waar {{sc|orpheus}} zijne reeds genoemde bezwering had verrigt, te Heraklea in Pontus, te Phigalia in Arkadie, en aan het meer Avernus in GrootGriekenland. Eene soort van geestenbezwering was die, waardoor men de ziel eens pas afgestorvenen weder in het ligchaam kon doen terugkeeren voor zóó lang als men ter zijner ondervraging noodig oordeelde. Het was echter alleen door groote kracht van bezweringen dat dit geschieden kon en de geest gedwongen kon worden om, ofschoon noode en met tegenzin, op de gedane vragen te antwoorden. Deze wijze van waarzeggen, die vrij algemeen zeer verfoeid werd, schijnt zeer bepaald van Oosterschen oorsprong te zijn en in verband te staan met die andere Oostersche, waarbij men een gebalsemd menschenhoofd tot spreken noodzaakte. Sommigen beweren, opdat ik dit hier in het voorbijgaan aanmerke, dat de Pheraphim der Hebreën zoodanige gebalsemde kinderhoofden waren. De voorspellende hoofden of androïden, waarvan wij lezen dat zij in eenige Grieksche tempels voorhanden waren, waren van hout of metaal. Van zeer enkelen, b.v. van {{sc|asclepiades, empedocles}}, {{sc|apollonius}} van Tyana, werd verhaald, dat zij in den eigenlijken zin dooden hadden opgewekt. Zoo iets behoorde echter tot de zeldzaamheden. Om niet te gewagen van amuletten en andere bijgeloovige voorbehoedmiddelen, zoo waren genezingen door toovermiddelen onder de Grieken aan de orde van den dag. De populaire geneeskunde en die der kwakzalvers onder de artsen was rijk aan allerlei bijgeloovige praktijken. Daartoe behoorden eene menigte van zoodanige middelen, die in latere eeuwen sympathetische genaamd werden, van ceremonien, en vooral van bezweringen, vergezeld van oplegging der handen en bestrijkingen van het zieke deel. Die bezweringen bestonden vaak slechts in het prevelen van niets beteekenende of althans ook voor den bezweerder onverstaanbare woorden; een voorbeeld van een echt Grieksch bezweringsformulier kan ik niet geven, en vergenoeg mij dus eene bezwering mede te deelen, die volgens den Romein {{sc|cato}} zeer<noinclude></noinclude> d8hshmp72bqctxyurcn4wgei6mu0l6d Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/348 104 85696 219648 2026-04-06T09:08:50Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219648 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|330|MAGIE.|}}</noinclude>dienstig is ter verdere genezing van eene gereponeerde ontwrichting. Zij luidt: ''huat, hanat, huat, ista pista sista domicabo damnaustra''. Gedurende de repositie moet men zingen: ''mota volta daries dardaries astataries dissunapiter''. Het omgekeerde van genezen is ziek maken, en de middelen, die den gestoorden welstand des ligchaams kunnen herstellen, kunnen, op eene andere wijze aangewend, eene tegenovergestelde uitwerking te weeg brengen. De toovenaars, maar vooral de heksen, werden dan ook niet zelden beschuldigd van, zoo door hunne tooverformulieren als op andere wijzen, degenen, aan wie zij vijandig waren of tegen wie zij door anderen in het werk werden gesteld, ziek of krankzinnig te maken of zelfs van het leven te berooven. Hier komen wij op het wijde veld der toover-, liefde- en giftdranken. Hoe men zich de bezweringen voorstelde, die iemand tot liefde jegens een ander konden dwingen, kan men uit eene idylle van {{sc|theocrytus}} en eene van {{sc|virgilius}} leeren. De Thessalische heksen — Thessalie was in de oudheid bij uitstek het land der tooverij, — waren in het bereiden van allerlei toover- en giftdranken zeer bedreven en kenden er zelfs, waardoor zij, even als in den ouden tijd {{sc|circe}}, menschen in dieren konden veranderen. Zekere heksen in Italie verstonden, volgens den kerkvader {{sc|augustinus}}, dit kunstje ook. Maar genoeg van die magische kunsten, wier optelling vervelend worden zou. Het gezegde is voldoende om een denkbeeld te geven van den aard der verrigtingen, die tot de Magie werden gerekend te behooren, en wel niet alleen bij de Grieken, maar ook bij andere volken en in latere tijden. Wat de Romeinen aangaat, zoo kan ik dan ook volstaan met te zeggen, dat over het algemeen de magie zich bij hen nagenoeg in denzelfden toestand bevond als bij de Grieken. Ook bij hen waren de priesters geene eigenlijke magiers, ofschoon ook zij zich niet zelden met kunsten inlieten, die het geloof aan de magt der goden bij het groote publiek moesten versterken. Van staatswege bestond, gelijk bekend is, bij de Romeinen het aanzienlijk collegie der ''augurs'' of vogel-wigchelaars, en de ''haruspices'' of waarzeggers uit de ingewanden der geslagte offerdieren maakten wel geen eigenlijk Romeinsch priestercollegie<noinclude></noinclude> 85ha86qsjm8g8dp2zy5s1oezqimlqsh Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/349 104 85697 219649 2026-04-06T09:12:50Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219649 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|331}}</noinclude>uit, daar zij leden waren eener soort van broederschap, die eigenlijk in Etrurie te huis behoorde, maar werden toch bij gewigtige gelegenheden geraadpleegd. Eigenlijke toovenaars waren er bij de Romeinen niet dan vreemdelingen, vooral in de latere tijden, en menschen uit de mindere volksklasse, al is het ook dat meer aanzienlijke personen zich ook bij deze en gene gelegenheid met bezweringen en wat dies meer zij afgaven, gelijk o.a. met den pas genoemden {{sc|cato}} het geval was. Over het algemeen was het er dan ook verre van daan, dat bij de Grieken en Romeinen zoodanige menschen, die voor bedreven in tooverij en zich daarmede bezig houdende doorgingen, met dat eerbiedig ontzag werden bejegend, dat aan de Oostersche magiers ten deel viel. Ik spreek hier natuurlijk niet van de priesters, ofschoon ook deze in Griekenland niet met dien eerbied werden beschouwd, dien zij in het Oosten genoten, noch van zeer enkele andere personen, die het ontzag, dat men hun om hunne groote wetenschap en hunne persoonlijke hoedanigheden toedroeg, nog wisten te verhoogen door zich te omgeven met een nimbus van geheimzinnige en bovenmenschelijke magt. Maar over het algemeen zien wij de magie bij de Grieken en Romeinen in hun besten tijd veelal vertegenwoordigd door een troep van waarzeggers, geestenbezweerders, goochelaars, kwakzalvers en giftmengers, deels op zijn hoogst vindingrijke en slimme avonturiers, deels behoorende tot de laagste heffe des volks. Wat den Staat aangaat, zoo liet deze over het algemeen de toovenaars en heksen ongemoeid, voor zoover deze geen dadelijk kwaad stichtten, en wanneer wij lezen, dat te Athene eene heks verbrand werd, en {{sc|demosthenes}} berigt, dat aan de Lemnische heks {{sc|theoris}} hetzelfde lot te beurt viel, terwijl wij bij {{sc|plinius}} van eene aanklagt wegens tooverij lezen, dan moet men hier niet denken aan iets, dat overeen kwam met de vervolgingen, die toovenaars en heksen in de middeneeuwen bij de Germaansche volken ondergingen. Het waren het vernielen door toovermiddelen van eens anders eigendom, het verplaatsen van eens anders oogst op eigenen akker, het ziek- of krankzinnig maken of dooden door betooveringen, in één woord, misdaden, die ook op andere wijze bedreven strafbaar geweest zouden zijn, die<noinclude></noinclude> p1wknm8ka72m9vtx92za866rlw9yv35 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/350 104 85698 219651 2026-04-06T09:20:29Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219651 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|332|MAGIE.|}}</noinclude>men strafte. Of iemand omgang had met goede of met kwade geesten en van dezen zaken leerde, die anderen niet wisten, dit mogt hem gevreesd, welligt gehaat maken, — zoo hij zich slechts van zijne Kennis niet bediende tot nadeel van anderen, liet men hem stil begaan. De ''lex Cornelia de sicariis ct venefcíís'', die wel eens aangehaald is ten bewijze, dat tooverij als zoodanig bij de Romeinen strafbaar werd gerekend, doet hier niets af, daar zij alleen op moord of beschadiging door gifmengerij ziet. Wat de wijze aangaat, waarop toovenaars en heksen tot de kennis, kwamen, die hen van gewone menschen onderscheidde, daarvan vormde men zich evenmin een helder begrip, als ons publiek er zich een vormt van de wijze, waarop kwakzalvers en wonderdocters aan hunne veronderstelde wetenschap moeten zijn gekomen. Men nam echter, wanneer men er verder op doordacht, twee hoofdbronnen van magische wetenschap aan. De eerste was eene op de overleveringen der wijzen uit den ouden tijd steunende en door eigen onverdroten arbeid verkregen kennis van de diepste geheimen der natuur, de andere de gemeenschap met goden, of wel — en die zienswijze was vooral algemeen — met daemonen. Men verstond dan onder daemonen geene goden, ook niet de zielen van afgestorven menschen — welke beteekenissen overigens het woord daemon ook bezat, — maar zekere niet goddelijke en ook niet menschelijke, zich tusschen hemel en aarde ophoudende wezens, wier natuur overigens op verschillende wijze werd opgevat. Zij waren er van onderscheidene soorten; er waren er, — en deze behoorden tot de lagere klassen, — die, hoezeer ook in een enkel opzigt met groote magt begaafd, nogtans van rede verstoken waren en dus ver beneden den mensch stonden. De mensch nu kon met die daemonen in gemeenschap treden en zich door hen laten onderwijzen en helpen, — ja wat meer is, hij kon ze ook aan zich onderwerpen en dwingen tot onbepaalde gehoorzaamheid. Men behoefde evenwel niet altijd zelf uit een dier beide oorspronkelijke bronnen te putten; — men kon haar ook verkrijgen door het onderwijs van anderen, die "t zij zich de moeite en gevaren der eigene navorsching getroost hadden, of almede hunne wetenschap langs een afgeleiden weg hadden verkregen.{{nop}}<noinclude></noinclude> 9jdwa9khuq7apu4sduc6ia372ujg8mt Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/351 104 85699 219652 2026-04-06T09:25:03Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219652 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|533}}</noinclude>Ik moet hier eene opmerking bijvoegen. Bij de ouden was van hetgeen wij gewoon zijn bovennatuurlijke wetenschap te noemen, geene sprake. Boven de natuur kenden zij niets. De leer der daemonen, ja zelfs de leer van het goddelijk beginsel was even goed als wat wij physica, natuurlijke historie, sterrekunde en wat dies meer zij gewoon zijn te noemen, wijsbegeerte, de wetenschap van de natuur en der oorzaken van het bestaande. Die daemonen, waarvan ik sprak, waren wezens, die evenzoo eene schakel in de schepping uitmaakten, als de mensch, — wezens van een anderen aard zeker, maar toch wezens, die, even als de mensch, 't zij door den wil der godheid zóó en niet anders geschapen waren, of waarvan men den oorsprong uit even zulke natuurlijke oorzaken afleidde als die waren, welke aan den mensch het aanzijn hadden gegeven. De verschijnselen voorts, die men teekens of prodigien noemde, diegene, die men met den naam van wonderwerken of mirakelen betitelde, waren bij hen geene omkeeringen of opheffingen van de wetten der natuur, maar, om teven of men ze aan goden of daemonen of toovenaars toeschreef, eenvoudig verschijnselen, die den gewonen loop der natuur te buiten gingen. Daaruit volgt, dat het wonder bij hen een wonder bleef, al kwam men er toe om het te verklaren. Het was eerst in lateren tijd dat men van boven — dus niet én — de natuur bestaande zaken begon te spreken, dat men als kenmerk van het wonder aannam, dat het tegen de wetten der natuur moest strijden, en dat elke poging tot natuurlijke verklaring van een wonder met eene ontkenning van het wonder als zoodanig werd gelijk gesteld. Konden de Grieken zich op den duur aan den invloed van Oostersche denkbeelden aangaande de magie niet onttrekken, en nam de beoefening der eigenlijke Oostersche magie vooral onder de Aziatische Grieken na {{sc|alexander}} den Groote zeer toe, te Rome bereikten onder de keizers het geloof aan en het gebruik maken van tooverij eene ontzettende hoogte. In die hoofdstad der toen bekende wereld, het middenpunt waarheen vreemdelingen uit alle provinciën des rijks en avonturiers van allerlei aard zich heen getrokken gevoelden, waar de meest verfijnde weelde en ten top gedreven losbandigheid gestadig nieuwe prikkels voor de afgestompte zinnelijkheid vroegen, en waar,<noinclude></noinclude> 2qe7n8c4atib4kpu5wd9vgjiy4s35ff Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/352 104 85700 219653 2026-04-06T09:28:49Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219653 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|534|MAGIE.|}}</noinclude>met het verval van het oudvaderlijk geloof, de geest, tegen wil en dank tot het onzienlijke heengetrokken, zich tot elke soort van bijgeloof wendde om vergoeding te zoeken voor het verlorene, vonden allerlei soort van toovenaars, geestenbezweerders, wigchelaars en kwakzalvers een ruim veld ter exploitatie. Daartegen gingen vele en krachtige stemmen op, even als het strengste stoïcisme juist toen het sterkst predikte tegen het verstokt egoïsme en de liederlijke zedeen beginselloosheid der eeuw, en even als het Christendom juist toen zijne meeste bekeerlingen maakte. Maar niets van dat alles, zelfs het Christendom niet, kon die wereld herscheppen en verbeteren; zij was veroordeeld ten ondergang. Onder de lichtpunten, welke die tijden van verval opleverden, behoorde evenwel, behalve de toeneming der materiële ontwikkeling, zigtbaar in de volmaking van veel wat aan de behoeften en het gemak des levens dienstbaar was, vooral de voortdurende ijverige beoefening der wetenschappen. Vooral was Alexandrië, waar de door {{sc|ptolomeus, lagus, soter}} en {{sc|euergetes}} gestichte grootsche wetenschappelijke en letterkundige inrigtingen steeds den ouden Griekschen geest levendig trachtten te houden, een brandpunt van ontwikkeling, dat hare stralen overal door de beschaafde wereld heen verspreidde, Dit duurde gedurende den Romeinschen tijd voort. Maar op den duur kon het niet anders, of de ligging van Alexandrië, in de onmiddellijke nabijheid zoowel der Oostersche als der Grieksch-Romeinsche wereld, moest een eigenaardigen invloed op de wijsgeerige studiën uitoefenen. Reeds {{sc|philo}}, de Hellenistische jood, had in zijne philosophischtheologische boeken de philosophie van {{sc|plato}} met de Mozaiïsche godsdienstleer in verband gebragt, en die Platonische philosophie, rijk aan dichterlijke voorstellingen en allegoriën, en die daardoor 't best van alle wijsbegeerten met het Oostersch mysticisme vereenigbaar scheen, werd weldra door de Alexandrijnen op eene zeer eigenaardige wijze omgevormd en ontwikkeld. Zij werd verklaard door en gemengd met denkbeelden, getrokken uit de Kabbalah of wijsbegeerte der Joden, uit de aloude leer van {{sc|zoroaster}}, uit hetgeen men van de tempelleer der oude Egyptische priesters wist of meende te weten. En ook het Christendom, dat van alle philosophiën 't minst van die van {{sc|plato}}<noinclude></noinclude> dh71hjecv7uh1i4y2vhtkvgb0yr42ff Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/353 104 85701 219654 2026-04-06T09:32:28Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219654 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|535}}</noinclude>afkeerig was, en dat zich toen niet meer ignoreren liet, oefende op dat wijsgeerig streven zijn invloed uit. En zoo stichtte omstreeks 190 na Christus {{sc|ammonius sakas}} de in meer beperkten zin dus genaamde Alexandrijnsche of Nieuw-Platonische wijsbegeerte, die, achtereenvolgens door {{sc|plotinus}} en {{sc|porphyrius}} meer ontwikkeld, bij {{sc|jamblichus}} een volslagen Oostersch mysticisme werd. Dat nieuw-platonisme moest noodzakelijk op de magie der Grieken en Romeinen een krachtigen invloed uitoefenen, door het in velerlei opzigt te veredelen, of er ten minste een schijn van wetenschappelijkheid aan te geven. Daarvandaan dat van toen af de magie, meer en meer verbonden met de zich om dien tijd meer dan vroeger ontwikkelende alchemie, ook onder de waarlijk hooger beschaafden en voor de wetenschap goed gezinden warme aanhangers vond,.... en daarbij de groote hoop zijn bijgeloof door de verhevene en hoog speculative leer der neo-platonisten geregtvaardigd achtte. Zoo was het in het geduchte overgangstijdperk tusschen den ouden tijd en de middeneeuwen, Daar overstroomden benden op benden van onbeschaafde, maar krachtige en krijgshaftige barbaren van alle zijden het ten ondergang voorbestemde Romeinsche rijk. Tegelijk ging de heerschappij, die de Romeinen in hun goeden tijd in eenige streken van het land dierzelfde barbaren hadden gegrondvest, verloren. Het tijdperk van de ontwikkeling en het overwigt van den Germaanschen stam was begonnen. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Ook bij de Germanen heerschte oorspronkelijk, even als bij elk volk onder de zon, het geloof aan waarzeggerij, aan geestenbezweringen, aan toovermiddelen, in één woord, aan magie. In hoever dit alles zamenhing met de aloude denkbeelden daaromtrent der Zendvolken, der Meden en Perzen, van wie de Germaansche volken bloedverwanten schijnen te zijn, zal ik hier niet onderzoeken, ofschoon het niet moeijelijk zou zijn in de godsdienstige denkbeelden der oude Germanen treffende punten van overeenkomst met die der genoemde Zend-volken te doen opmerken, vooral wat betreft de leer van een<noinclude></noinclude> 1wwzc2mcipo42azs0skw219u26e1ft4 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/354 104 85702 219655 2026-04-06T09:35:59Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219655 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /> {{rh|536|MAGIE.|}}</noinclude>goed en kwaad beginsel. Wat echter de magie meer in het bijzonder aangaat, zoo kan ik niet nalaten te wijzen op eene overeenkomst tusschen de Germanen en de Grieken in het mythisch tijdvak hunner geschiedenis. Gelijk de oudste Grieksche overleveringen spreken van Corybanten, Telchinen, Daktylen als kunstenaars en metaalwerkers, begaafd met bovenmenschelijke kennis en magt, en niet zelden, bijzonder de Telchinen, geneigd om kwaad te stichten, en men deze wezens, mijns inziens, beschouwen moet als niet-Grieksche, welligt autochthone stammen, die de van het noord-oosten voortdringende, toen nog barbaarsche Grieken op Creta, Rhodus en elders vonden, zoo verhalen de Scandinavische sagen, de oudste Germaansche geschiedverhalen, die wij, ofschoon in later gewijzigden vorm, bezitten, van reuzen en dwergen, die, vooral de laatste, bekwame kunstenaars en metaalwerkers, maar daarbij toovenaars waren, en hunne tooverkunst vaak tot nadeel der menschen uitoefenden. Die reuzen en dwergen nu zijn wederom geene anderen dan de door de van vader op zoon mondeling overgegane overlevering misvormde oorspronkelijke inwoners, die de uit Midden-Azië afkomstige Germanen in noordelijk Europa aantroffen en moesten bekampen, en waarvan eensdeels de Lappen, anderdeels de Finnen, — een stam, zoo ik meen, der oude Seythen, — de overblijfselen zijn. Beide volken, Lappen en Finnen, worden nog tot op dezen tijd door de Zweedsche en Noorweegsche boeren beschuldigd van zich met tooverij af te geven. Zeer opmerkelijk is het ook, dat, even als de Grieken een kunstig werkmeester van hun eigen stam, {{sc|daedalus}}, tevens als toovenaar beschouwden, er zoo ook in de Scandinavische sagen van een noordschen {{sc|daedalus}}, den kunstrijken {{sc|weland}} of {{sc|voland}}, gewaagd wordt, dien men later zelfs met den duivel identifieerde. Verder ontbrak het onder de Germanen niet aan personen, die zich met den een of anderen tak der magie afgaven. Deze waren meest vrouwen, en men had er van tweeërlei aard. Er waren er, die zich als wijze vrouwen onderscheidden door zekere hoogere wetenschap, die haar vooral in de toekomst een helderen blik deed slaan, of ook wel in staat stelde dingen te verrigten, die voor een ander onmogelijk waren. Daartoe behooren die Alrunas, die bij de Germanen algemeen geëerd en dikwijls in<noinclude></noinclude> lztxb43jws6ltq2e6y6ly1yao07jvlw Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/355 104 85703 219656 2026-04-06T09:39:45Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219656 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|337}}</noinclude>moeijelijke omstandigheden geraadpleegd worden, en waarvan de Bruktersche {{sc|voleda}}, in de geschiedenis van den Bataafschen opstand bij {{sc|tacitus}} vermeld, als voorbeeld kan worden genoemd. Maar er waren er ook, die van eene zekere meerdere kennis, die zij, op welke wijze dan ook, hadden weten te verkrijgen, gebruik maakten, 't zij alleen in haar eigen belang 't zij tot nadeel van anderen; deze waren de heksen en tooverkollen, van wie men dacht, dat zij de hulp van booze geesten, waartoe men later ook de oude dwergen of Trolden telde, gebruikten tot bereiking van booze oogmerken. Zoo geacht en geëerd de Alrunas waren, zoo gevreesd en gehaat waren de heksen. Wij zullen ons overigens in de oorspronkelijke tooverij der Germanen, waarvan trouwens niet veel met zekerheid bekend is, niet verdiepen, en liever zien wat de invoering van het Christendom te dien aanzien bij hen uitwerkte. De eerste invoerders van het Christendom bij de Germanen maakten veel gebruik van een welligt zeer politieken, maar overigens niet in alle opzigten te verdedigen maatregel, dezen namelijk, dat zij, er voor schroomende hunne bekeerlingen ronduit het niet-bestaan van hunne tot dusver vereerde goden te prediken, dat bestaan aannamen en erkenden, maar tevens leerden, dat die wezens geene goden, maar daemonen, kwade geesten, duivels waren, die van ouds af de menschen verleid, van de dienst des eenigen waren Gods afgetrokken en zich zelven onder een schoonschijnend aanzien als goden hadden doen eerbiedigen en vereeren. Dit rijmde volkomen met de leer der kerk, die het bestaan en de groote magt aannam van eenen aartsvijand van God, een gevallen engel, een duivel, omringd van heirscharen van andere gevallen engelen, die steeds er op uit waren om de menschen te verleiden tot afval van God en om zich van hunne zielen meester te maken, ten einde daardoor het verlossingswerk des Zaligmakers zoo veel mogelijk te doen mislukken en zoo vele zielen als zij maar konden hun eeuwig rampzalig lot te doen deelen. Te verwonderen is het niet, dat zoo het daemonisme, de leer van het booze beginsel en van zijne magt over den mensch, in de Germaansche christelijke wereld—en daartoe behoorde op den duur meer dan binnen de grenzen van het eigenlijke Germanie lag, eene verbazende uitbreiding<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||22{{gap|2em}}}} {{smallrefs}}</noinclude> 56iu471yms60zf9ee5shfmejgku9rqe Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/356 104 85704 219657 2026-04-06T09:43:15Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219657 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|338|MAGIE.|}}</noinclude>erlangde, en het geloof aan den duivel en zijn invloed een vast staand geloofsartikel werd, dat nog heden ten dage bij velen als zoodanig geldt. Het was ook gedeeltelijk ten gevolge daarvan, dat het geloof aan tooverij en heksen bij de Germanen eene eigenaardige kleur aannam, die overigens, niet minder dan door het geloof aan den duivel, bepaald werd door het volkskarakter en andere omstandigheden. Over het geheel was het bijgeloof der Germanen, al vertoonden er zich van tijd tot tijd de meer bevallige en liefelijke figuren van elfen en nixen, donker en somber, — en terwijl bij de Grieken, ofschoon ook hun bijgeloof soms aan leelijke en afschuwelijke gedrogten het leven gaf, toch doorgaans het aangeboren gevoel voor het schoone zich gelden deed, zoo stelden de Germanen in 't bijzonder alles wat tot tooverij betrekking had zich als leelijk en afschuwelijk voor. De Germaansche heksen geleken weinig op {{sc|circe}} en {{sc|medea}} en hare navolgsters; het ideaal eener heks was bij hen een leepoogig, uitgemergeld, morsig oud wijf. De daemonen der Grieken, de tusschenwezens tusschen Goden en menschen, werden bij de Germanen vervangen door den duivel, — niet den gevallen engel, wiens sombere schoonheid nog de sporen draagt van zijne oorspronkelijk verheven natuur, — maar eene soort van monster, dat, ook bij de meest gematigde opvatting, toch het satersgelaat en de paardenof bokkenpooten niet ontberen kon, waar velen dan nog horens en een staart bijvoegden. Tooverij berustte, volgens de Christelijk-Germaansche denkbeelden, op een verbond met den duivel, aangegaan op zijn best ter bevrediging van een hoogmoed, die er zich op wilde verheffen meer te weten en te kunnen dan anderen, maar meestal bedoelende de voldoening van grove zinnelijke lusten en de bevrediging van eene, waardoor dan ook, ontstane en steeds gevoede kwaadwilligheid jegens de menschen in het algemeen. Kwaad te stichten, anderen op allerlei wijze te benadeelen, overal dood, ziekte en ellende te verspreiden was, naar men dacht, steeds het oogmerk en de bezigheid der heks. Ook de toovenaar werkte vaak tot hetzelfde doel, ofschoon doorgaans deze een minder afschuwelijk uiterlijk bezat, meestal meer door hoogmoed en zucht tot voor den gewonen mensch onverkrijgbare wetenschap en magt gedreven werd, en hij, waar hij het toelegde op het verderf van<noinclude></noinclude> irxnac4fpk9wzd3fwhgna3y1xx2uwfr