Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.23 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo 100 34760 219775 219709 2026-04-07T18:30:30Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 219775 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == === Tentoonstellingen === ;1933 *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;1935 *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;13. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. == Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo == *Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.] == Bijzondere onderwerpen == ;Aelst, Willem van (1627-1683) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Anthonisz., Aert *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Arentsz. genaamd Cabel, Arent *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Asch, Pieter van *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;235-236. ;Avercamp, Hendrick (1585-1634) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Ban, Gerbrand *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Beck, David (1621-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;83-87. ;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Beerstraaten, Anthonie *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Ter afwisseling van de vorige verzameling|‘Ter afwisseling van de vorige verzameling is thans op het Prentenkabinet van het Friesch Museum tentoongesteld […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p.&nbsp;1]. *Anoniem (8 mei 1985) ‘Tip voor Sneek’, ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;17]. *Anoniem (22 mei 1985) ‘Beerstraatens stadsgezicht niet naar Sneek’, ''Leeuwarder Courant'', p.&nbsp;15. *''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p.&nbsp;6. ;Beerstraaten, Jan Abrahamsz. [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] [[Bestand:Algemeen Handelsblad vol 1872 no 12851 advertisement Belangrijke kunstveilingen in de Brakke Grond.jpg|thumb|Advertentie uit het ''Algemeen Handelsblad'', 24 september 1872]] *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. *''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p.&nbsp;6. ;Beest, Sybrand van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Beest. (S... van)|“Beest. (S... van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;68. ;Begeyn, Abraham *Anoniem (3 oktober 1876) [[Algemeen Handelsblad/Nummer 14295/De heer de Stuers, schrijver van de uitmuntende Notice van het Mauritshuis|‘De heer de Stuers, schrijver van de uitmuntende ''Notice'' van het Mauritshuis, [...]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;2]. *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bega. (Abraham)|“Bega. (Abraham)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;68-69. ;Bemmel, Jacob Gerritsz. van *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;73. ;Bemmel, Willem van (1630-1708) *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;72-73. ;Berckheyde, Job (1630-1693) *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Job en Gerard Berkheyden|“Job en Gerard Berkheyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p.&nbsp;189-198. ;Bergen, Dirck van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Bergh, Matthijs van den (1618-1687) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15-16. ;Bloemaert, Hendrick [[Bestand:Opregte Haerlemsche Courant vol 1832 no 027 ad L. van Es en S. de Grebber.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Opregte Haerlemsche Courant'', 3 maart 1832.]] *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Abraham Bloemaart|"Abraham Bloemaart"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;44. ;Borssom, Anthonie van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Brakenburgh, Richard (1650-1702) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Bramer, Leonaert (1596-1674) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Bray, Jan de *''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Breenbergh, Bartholomeus *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Broeck, Elias van den (ca. 1650-1708) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624) *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Carrée, Michiel (1657-1727) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Claesz., Pieter (1597/1598-1661) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Codde, Pieter *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Compe, Jan ten *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Cuylenborch, Abraham van (I) *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;56-57. ;Diepraam, Arent (1622-1670) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Does, Jacob van der (I) (1623-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;105-108. ;Donker, Jan *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Donker, Pieter (ca. 1635-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Doomer, Lambert (1624-1700) *''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p.&nbsp;2]. ;Drielenburg, Willem van (1632-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147-153. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Droochsloot, Cornelis *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627) *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60-61. ;Dubbels, Hendrick Jacobsz. *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p.&nbsp;6. ;Duck, Jacob *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Duif, Jan Ariens (1617-1649) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Dullaert, Heyman *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Duynen, Isaac van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;100-101. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Esselens, Jacob (1626-1687) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Everdingen, Allaert van (1617-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95-96. ;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;94-95. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95. ;Fabritius, Barent *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Feddes van Harlingen, Pieter *Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Ter afwisseling van de vorige verzameling|‘Ter afwisseling van de vorige verzameling is thans op het Prentenkabinet van het Friesch Museum tentoongesteld […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p.&nbsp;1]. ;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693) *Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Gael, Barent (1630/1635-1698) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Gaesbeeck, Adriaen van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Gelder, Arent de *''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Giselaer, Nicolaes de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Gool, Jan van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Grasdorp, Willem *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Anthonie Claesz. de *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Groot, Jan de (1650-1726) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;58. ;Hackaert, Jan *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Hals, Dirck (1591-1656) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Hals, Frans (II) (1618-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hals, Harmen *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Hannot, Johannes *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;7-8. ;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;8. ;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Helmbreker, Dirck (1633-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;108-109. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Heusch, Willem de *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Heyden, Jan van der (1637-1712) *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124-125. ;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;255. ;Hondecoeter, Melchior d’ *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170, met name 168-170. ;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170. ;Houbraken, Arnold *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Huijsum, Jan van (1682-1749) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;49-50. ;Jardin, Karel du *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Jongh, Ludolph de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;32-34. ;Jonson van Ceulen, Cornelis (I) *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;28-30. ;Keirincx, Alexander (1600-1652) *Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;130. ;Klomp, Albert Jansz. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Knijff, Wouter (1605/1607-1694) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Koninck, Philips (1619-1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53-55. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Koninck, Salomon (1609-1656) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Kraanevelt, N. (....-voor 1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Laer, Roeland van (1598-1635/1640) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124. ;Lastman, Pieter (1583-1633) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Latombe, Abraham (1597-na 1628) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27-28. ;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Lely, Peter *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Leveck, Jacobus (1634-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;153-155. ;Lisse, Dirck van der *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Lundens, Gerrit (1622-1686) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Luttichuys, Isaack (1616-1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Man, Cornelis de (1621-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;99-100. ;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654) *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Martens de Jonge, Jan *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;91-92. ;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689) *Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Menton, Frans (ca. 1545-1615) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15. ;Metsu, Gabriel *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Mieris, Frans van (I) (1635-1681) *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Mieris, Willem van [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Molenaer, Klaes *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Moor, Carel de (II) (1655-1738) *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102. ;Naiveu, Matthijs (1647-1726) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27. ;Neer, Eglon van der *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Netscher, Caspar (1639-1684) *Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p.&nbsp;2. ;Netscher, Constantijn *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;42-43. ;Oosterwijck, Maria van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;170-171. ;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Pardanus, Abraham (1673-1744) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;55-56. ;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;96-99. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Poorter, Willem de (1608-na 1648) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Post, Frans *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. ;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Puytlinck, Christoffel *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657) [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Roestraeten, Pieter Gerritsz. van (1630-1700) *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Romeyn, Willem *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666) *Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;11-12. ;Ruysch, Rachel *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Saftleven, Cornelis *Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;Saenredam, Pieter *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. ;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Santvoort, Dirck Dircksz. *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Savoyen, Carel van (1618-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53. ;Schagen, Gillis (1616-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;30-32. ;Seghers, Hercules *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;136-137. *''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;6. ;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;89-90. *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Stap, Jan Woutersz. genaamd *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Staveren, Jan Adriaensz. van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Streek, Juriaan van (1632-1687) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Stoop, Dirk *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. ;Storck, Abraham [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Storck, Jacobus *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Swart, Pieter *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Tempel, Abraham van den *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Troost, Cornelis *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Tulden, Theodoor van *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vaillant, Andries (1655-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Bernard (1632-1698) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Jacques (1643-1691) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Wallerant (1623-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Valkenburg, Dirk *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Velde, Jan van de (III) (1620-1662) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Velde, Willem van de (II) (1633-1707) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Venne, Pieter van de *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;57-58. ;Verkolje, Nicolaas (1673-1746) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Verschuring, Hendrick (1627-1690 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122-123. ;Verwilt, François *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Victors, Jan *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702) *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675) *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Vois, Ary de *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;Voort, Cornelis van der *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vrel, Jacob *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;10-11. ;Waes, Aert van (ca. 1620-1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Waterloo, Anthonie (1609-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;51. ;Wieringa, Harmen Willems *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748) *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Willaerts, Adam (1577-1664) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Willaerts, Cornelis *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Wit, Jacob de *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Wittel, Caspar van (1653-1736) *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Worst, Jan (....-na 1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147. ;Wouwerman, Jan (1629-1666) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;69-76, met name 76. ;Wtewael, Joachim (1566-1638) *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. **Engelman, Jan (25 augustus 1934) ‘Italianiseerende schilders in Nederland’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *''Tentoonstelling van schilderijen der Utrechtsche School'', Centraal Museum, Utrecht, 21 juni 1941–1 oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 juni 1941) [[Het Volk, Socialistisch Dagblad/Jaargang 4/Nummer 833/Utrechtse schildersschool|‘Utrechtse schildersschool’]], ''Het Volk'' (''Socialistisch Dagblad''), p.&nbsp;5. ;Wyck, Jan (1652-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;16-18. ;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644) *Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;6. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]] [[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]] 0d64ltv5qiwp5wf6lb9rxtt8ry6tal5 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo 100 65780 219800 218066 2026-04-07T19:29:21Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 219800 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Belgische schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Peter Paul Rubens - The Rape of the Daughters of Leucippus.jpg | alt = De schaking van Leucippus' dochters door Rubens | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Belgische schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. }} == Algemeen == ;Tentoonstellingen *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. == Bijzondere onderwerpen == ;Adriaenssen, Alexander (1587-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Bloemen, Norbert van (1670-1746) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Boel, Pieter (1626-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|“Peter Boel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141. ;Bol, Hans *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Borcht, Pieter van der (II) (1591-1662) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Bout, Pieter *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Bredael, Alexander van (1663-1720) *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Brouwer, Adriaen (ca. 1604-1638) *''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Brueghel, Jan (II) (1601-1678) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Brueghel, Pieter (II) *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. *Anoniem (13 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35448/Archief en museum van Utrecht|‘Archief en museum van Utrecht. Jaarverslag 1934’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum. Interessante aanwinsten’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Claesz., Pieter (1597/1598-1661) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Clerck, Hendrik de *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Hendrik de Klerk|“Hendrik de Klerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Coninck, David de *Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Jacob van Walree|‘Jacob van Walree, Makelaar, zal op Donderdag den 18 May, 's morgens ten 9 en 's namiddags ten 3 uuren, t'Amsterd. [...] verkopen, [...]’]], ''Amsterdamse Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p.&nbsp;3. *Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. *Hs. R.(1 december 1953) ‘Omvangrijke veiling bij Frederik Muller’, ''Algemeen Handelsblad'', p.&nbsp;5. ;Coques, Gonzales (1614/1618-1684) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gonzalo Coques|“Gonzalo Coques”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;40-41. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Deynum, Guilliam van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Deynum, Jan Baptist van (1620-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|“Jan Baptist van Duinen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;57. ;Egmont, Justus van (1602-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Eyck, Casper van (1613-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Eyck, Nicolaas van (1617-1679) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Franchoys, Lucas (I) (1574-1643) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lucas Francoois|“Lucas Francoois”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;55. ;Franchoys, Lucas (II) (1616-1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|“Lucas Francois de Jonge”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;14-15. ;Fruytiers, Philip (1610-1666) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|“Philippus Fruytiers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Gabron, Guiliam (II) (1619-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Gijsels, Peeter *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Goubau, Anton (1616-1698) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Grimmer, Jacob *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Hecke, Jan van den (1620-1684) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Hoecke, Robert van den (1622-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|“Robert van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;50. ;Hoefnagel, Jacob (1573-1632/1633) *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. ;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hoochstadt, Geeraert van (1591-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|“Gerrit van Hoochstadt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Jordaens, Hans III (1590-1643) *Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Henricus Jacobus Doorschodt|‘Henricus Jacobus Doorschodt, Vendumeester van ’s Gravenhage, zal op Maandag den 5 December 1785 en volgende dagen, ten zynen Huize, verkoopen, allerhande Meubilen en Huiscieraden, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Keirincx, Alexander (1600-1652) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|“Alexander Kierings”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;130. ;Kessel, Jan van (I) (1626-1679) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|“Johannes van Kessel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;139-140. *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Lairesse, Gerard de *Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Lamen, Christoffel van der *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Lamen, Jacob van der *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Loyer, Nicholas (1625-na 1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Luyckx, Frans (1604-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;170-171 (vermeld als ‘Luix’). ;Mahu, Guilliam *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Meert, Pieter (1618-1669) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|“Peeter Meert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;50. ;Miel, Jan (1599-1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Momper, Frans de *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Momper, Joost (II) *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Neefs, Pieter (I) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Neefs|“Pieter Neefs”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Neve, Franciscus de (I) (1606-1681/1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Peeters, Bonaventura (I) (1614-1652) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|“Bonaventuur Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;12-13. ;Peeters, Jan (I) (1624-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|“Johannes Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;140-141. ;Rijckaert, David (III) (1612-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|“David Rykaert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;14. ;Rubens, Peter Paul *Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Jacob van Walree|‘Jacob van Walree, Makelaar, zal op Donderdag den 18 May, 's morgens ten 9 en 's namiddags ten 3 uuren, t'Amsterd. [...] verkopen, [...]’]], ''Amsterdamse Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Sallaert, Antoon *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Savery, Roelant *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Roelant Savry|“Roelant Savry”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;56-60. *Anoniem (16 november 1929) [[De Maasbode/Jaargang 62/Nummer 22785/Avondblad/De nieuwe Scorel in het Centraal Museum te Utrecht|‘De nieuwe Scorel in het Centraal Museum te Utrecht’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;6. ;Savoyen, Carel van (1618-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53. ;Seghers, Daniël *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Sibrechts, Jan (1627-1703) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Sion, Peeter *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Snayers, Peter (1592-1667) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Snellinck, Jan (1548-1638) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Johannes Snellinks|“Johannes Snellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;35-36. ;Snijders, Frans (1579-1657) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Son, Joris van (1623-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|“Joris van Son”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;101-102. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Teniers, David (I) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Thielen, Anna Maria van (1642-na 1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Francisca Catharina van (1645-na 1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Jan Philip van (1618-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Maria Theresia van (1640-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thijs, Gijsbrecht (I) (1617-1662) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Thijs, Peter (1624-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|“Peeter Tysens”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;143. ;Thulden, Theodoor van *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Utrecht, Adriaen van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Vadder, Lodewijk de (1605-1655) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Vaillant, Wallerant *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Voort, Cornelis van der *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vrancx, Sebastiaen (1573-1647) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Sebastiaan Franks|“Sebastiaan Franks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;51-52. *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Witte, Peter de (III) (1617-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Wolffort, Artus (1581-1640/1641) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Wouters, Frans (1612-1659) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|“Franciscus Wouters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;13-14. ;Ykens, Frans (1601-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Ykens, Johannes (1613-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Jan Brueghel (I)|Jan Brueghel (I)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Anthony van Dyck|Anthony van Dyck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jan Fijt|Jan Fijt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jacob Jordaens|Jacob Jordaens]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II)|David Teniers (II)]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] btysrwag2x6e3q7iq4pynp1xwiooj7v Pagina:Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant 1927 no 129 Het Narreschip van Hieronymus Bosch.pdf/1 104 70145 219797 190814 2026-04-07T19:18:56Z Vincent Steenberg 280 typo 219797 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><noinclude>{{c|{{x-larger|'''PROVINCIALE NOORDBRABANTSCHE'''}}<br>{{x-larger|’s-Hertogenbossche Courant}}}} {{lijn|height=4px}}{{lijn}} {{RH|{{larger|DERDE BLAD}}||{{larger|No. 129}}}} {{c|{{larger|Zaterdag 4 Juni 1927}}}} {{lijn|height=4px}}{{lijn}} </noinclude>{{c|{{larger|'''HET NARRESCHIP VAN HIERONYMUS BOSCH'''}}<br>{{larger|door HUIB LUNS.}}}} {{gap}}Het precieuze werk hangt in het Rijksmuseum achter glas, en op het smaakvolle eenvoudige lijstje dat het omsluit, staat op ’n koper plaatje: In bruikleen van het Louvre Museum. <br>{{gap}}Dat is iets nieuws en iets héél bijzonders. Dat is een groot succes voor den directeur van het Rijksmuseum, die voorloopig voor drie jaren, in een leemte in ’s Rijks verzameling heeft weten te voorzien. <br>{{gap}}De nu, met zooveel kennis en smaak, geordende kabinetten der z.g. primitieven zijn door de toevoeging van het kleine maar zéér fraaie schilderij van Hieronymus Bosch in hun chronologisch aspect zeer verrijkt. <br>{{gap}}Het Rijksmuseum bezat een fragment, in waarheid een zeer klein fragment, van een zijluik eener triptiek van den z.g. „Maître d’Aix”. En het gelukte den heer Schmidt-Degener den directeur van het Louvre bij zijn bezoek aan het Rijksmuseum, in verband met de prachtige tentoonstelling van Fransche kunst, die het vorige jaar werd ingericht, bijzonder warm te maken voor genoemd fragment. Het fragment van den „Maître d’Aix” was een stilleven en de fransche kunsthistorici, die er erg op gesteld zijn hun grooten 18e eeuwschen stilleven-schilder Chardin van voorvaderen te voorzien, konden niet anders dan de grootste belangstelling aan den dag leggen voor dit 15e eeuwsche stilleven, dat naar hun opinie kon gelden als een „Chardin du XVe siècle”. <br>{{gap}}Een paar boeken, gesloten en geopend, een kokertje voor schrijfgarnituur, ’n houten doos met schuifdeksel, zooals wij die nog voor dominosteenen gebruiken op ’n ronde spanen doos, waar de „camembertkaas” in verkocht wordt, die was echter toen in het begin der 15e eeuw nog niet uitgevonden. (Men vierde dezer dagen het eeuwfeest van die kostelijke ontdekking door in een normandisch plaatsje een gedenkzuil te plaatsen voor de uitvindster.) <br>{{gap}}Wij kunnen ons goed voorstellen hoe ’t gegaan is. „Dat moesten wij in Parijs hebben, dat werk van den franschen meester der Verkondiging te Aix” (zooals de volledige naam luidt van den in het midden der 15e eeuw arbeidenden schilder). <br>{{gap}}„Ja, maar er is in het Louvre Museum zooveel dat wij in Amsterdam zouden moeten hebben!” <br>{{gap}}Enfin, het gelukte den heer Schmidt-Degener voor drie jaar een ruil te doen met zijn Parijschen collega, natuurlijk alles met goedvinden van de beide Ministers van schoone kunsten. <br>{{gap}}En, ’n maand geleden toog de directeur van het Rijks-Museum met het stilleventje van den Franschen Primitief naar Parijs om het in te ruilen tegen het „Narreschip” van Hieronymus Bosch, want hierop was zijn keuze gevallen. Nu, ’t Louvre kon ’t wel missen, want daar waren drie werken van dien tijdgenoot van den Meester van Aix, waaronder ook de fraaie ontwerpteekening van Bosch voor de schilderij. <br>{{gap}}Op ’n banket in Parijs dankte in een tafeldronk de heer Schmidt-Degener voor de goede ruil. <br>{{gap}}„Wij brengen U een rustig stilleven, dat zal in uw zenuwgespannen wereldstad wat kalmte brengen, U geeft ons het Narreschip dat op onze, wel zeer rustige, wateren kalm zal varen, maar er ook wat fantasie en luimige drukte zal brengen......” [[Bestand:Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant 1927 no 129 Fragment van een drieluik van den Meester der Verkondiging te Aix.jpg|500px|center]] {{c|{{larger|Fragment van een drieluik van den Meester der Verkondiging te Aix ± 1440,}} ''eigendom van het Rijks Museum, thans voor drie jaren in bruikleen in het Louvre-Museum te Parijs''.}} {{dhr|2}} {{gap}}En zoo kwam dit wel zèèr Bossche werk in het Rijks-Museum... voor drie jaar... en dan zullen wij weer verder zien. <br>{{gap}}Monseigneur van Heukelom, de knappe en geestige stichter (kunnen wij wel zeggen) van het Aartsbisschoppelijke Museum te Utrecht, placht in zijn verzameling menig werk aan te wijzen met het woord „gewend”. Waarmede hij zeggen wilde, dat hij het indertijd van ’n goeden Pastoor of van vriendelijke nonnen in bruikleen kreeg en dat het werk sindsdien niet meer naar huis toe wou, omdat het „gewend” was. <br>{{gap}}Wij moeten het die Hieronymus Bosch in het Rijks-Museum maar recht gezellig maken, zoodat het schilderijtje er „den aard krijgt”, niet meer weg wil, — omdat het er „gewend” is! <br>{{gap}}En, het een schilderij gezellig maken beteekent er dikwijls naar komen zien, en het lang bekijken. {{c|<nowiki>* * *</nowiki>}} {{gap}}Wij zouden willen zeggen geen Bosschenaar mag naar Amsterdam komen zonder naar het Narreschip te komen zien. En de Bosschenaren „in de verstrooiing” moeten er zeker heen gaan, want zoo ooit, dan worden zij door dit schilderij herinnerd aan Den Bosch en zijn Carnaval. <br>{{gap}}Het „Narreschip” behoort tot de „duvelrijen”, tot de boertige genrebeelden, tot de „droleries”. Maar ’t staat héél dicht bij de natuur. Er behoort niet veel fantasie voor om te zien waar Hieronymus Bosch het motief voor zijn narreschip van daan haalde. Met eenige verbeeldingskracht immers zien wij het narreschip van wielen voorzien en door paarden getrokken. Wij zien dan het schip niet op het water, maar boven de menschenzee uitkomen als praalwagen in den Carnavalsoptocht te ’s-Hertogenbosch. <br>{{gap}}Dáár moet Hieronymus het motief van zijn scheepsken met zotten hebben opgedaan, dát is wel zeker. Maar onmogelijk is het niet dat hij, de Piet Slager of de Herman Moerkerk van de 15de eeuw, zelf den praalwagen voor den satirieken stoet had ontworpen. <br>{{gap}}In ieder geval moet die wagen groot succes gehad hebben. Wij zien hem al boven de menigte uitwaggelen. De zot met de Marotte, zijn schepter in de hand, zit op den bok en ment de paarden. Groene takken hebben ze aan de mast gebonden, een hééle boom boven in bevestigd. <br>{{gap}}’t Is ’n heidensche wimpel, want wat is er heidenscher voor den middeneeuwer, dan de halve maan, daar hoog in het schip. ’n Zestal mannen en twee vrouwen zitten in het karretje, dat tot een scheepje werd omgebouwd. Ze hebben meer drinken dan eten aan boord. Want behalve het bordje met radijzen, daar zullen ze het gedurende de vasten mee moeten doen, hangt er alleen een koek aan een touwtje. Ze mogen er niet aankomen, maar wel naar happen. Maar als een ’t lekkers bijna te pakken heeft, dan slaat er een ander tegen het touwtje... en voort is de koek. <br>{{gap}}Drinken genoeg aan boord, een is er op de voorplecht al ziek van, de nar op z’n bok neemt nog een slokje, aan den achtersteven is ’n slimmerik bezig de koekhappers te verschalken, maar ’n vrouw heeft hem in de gaten... ’t lijkt ’n hardhandige tante! Zoo is alles bezig in het schip van den Nar en nu tracht de tiende man hiervan te profiteeren. Want in den mast hangt de kapoen, ’n vette, met kastanjes gevuld, gereed om gebraden te worden. En dat „panklaar” gevogelte hangt daar aan de praalwagen hoog in den mast; dat is geen eten voor de vasten, ’t vischje aan de boegspriet dát wordt voorloopig het maal. Maar een is er, die ze vechten laat om de koek, om stiekum de kip af te snijden. <br>{{gap}}Is het niet heel waarschijnlijk, dat zoo’n praalwgaen als ’n echt feestnummer in den Carnavalsoptocht heeft meegereden? <br>{{gap}}Maar de Pater dan? <br>{{gap}}Dat zou je nu niet moeten probeeren! <br>{{gap}}Natuurlijk niet, ’t zou onzinnig en smakeloos en.... verboden zijn. <br>{{gap}}Maar we zijn in de 15e eeuw, en het met spot geeselen van een uitgemergelden smulpaap was toen zeker niet onzinnig. Wij weten langzamerhand wel allemaal, dat in die dagen een deel der geestelijkheid ’t er niet naar gemaakt had, zich er niet naar gedroeg, om van spot verschoond te blijven. <br>{{gap}}Trouwens in dien tijd kon men van alle zijden tegen een stootje en zeker tegen een grap en met Carnaval was veel geoorloofd en niets verboden. <br>{{gap}}Wij twijfelen er geen oogenblik aan of Hieronymus Bosch heeft het Narreschip gezien, niet in zijn verbeelding, maar met zijn eigen oogen. <br>{{gap}}Vu, de ces propres yeux, vu! — Want om zóó schoon een verbeelding te schilderen moet men ze gezien hebben. Bosch heeft het grijs van de pij, ’t gebroken wit en ’t zwart van de kap, ’t heele gamma van het paars en het rood van de kleedij gezien. Hij heeft de verhitte tronies van de pretmakers goed opgenomen. Maar hij zag ook het hout van de plank, de roode radijzen, met de afgeknipte staartjes, op het wit aarden bord en de tinnen kroes. <br>{{gap}}Dit en veel meer had hij gezien, toen al die werkelijkheden op vleugelen der verbeelding werden gedragen tot een zoo schoon herinneringsbeeld, dat de beschouwer na zooveel eeuwen het dagen lang niet meer kwijt raakt. <br>{{gap}}Hij nam het scheepje mee op de zwarte wateren der vergetelheid. Op den voorgrond is het als een poel, op den achtergrond lost het zich op als een meer in een wonderlijk groenblauwe klaarte, waar de roze wimpel sprookjesschoon in wappert. <br>{{gap}}Vreemde figuren komen als duivelsverlokking uit het inktzwarte water op den voorgrond. Zij zijn angstig echt van beweging en type, maar vooral van kleur, die uitgekleede kerels met hun rood verweerde gezichten. Eén heft er zwemmend, angstig den kop boven water houdend, een coupe, ’t moet kostbaar zijn ’t vocht in dat tooverglas, want de zwemmer is doodsbenauwd er een druppel van te morsen. <br>{{gap}}Werkelijkheid en sprooke, natuur en verbeelding{{grijs|[.]}} Toen Bosch de nar schilderde in zijn grijszijden pak, zag hij in het gekromde kereltje een insect, de linten aan zijn rokje worden als voelhoorns, de plooien in het buis als het schildharnas van een gedierte, de kromming van den rug als van een wesp. Toen hij in kleuren van brons en olijven den boom schilderde in den mast, zag hij er een uil op z’n nest bij, en toen hij het hoen penseelde dacht hij aan tijm en peterselie en de boschbessen die er bij gegeten moeten worden en zij kwamen op het paneeltje. <br>{{gap}}Maar met welke onzegbare pracht is dat alles geschilderd? ’t Felste karakter in de figuren is in uiterste verfijning van kleur en toon en met groote kracht in de penseelvoering uitgedrukt. Geen photo geeft van de coloristische beteekenis van het werk ook maar ’n flauw beeld, misschien is echter op eene reproductie wel te zien hoe de kleine koppen breed en groot gemodelleerd zijn. Op neus, jukbeen en voorhoofd zitten van die typische „empatementen” die de kenner overal als het kenmerk van Bosch’ techniek zou herkennen. <br>{{gap}}Wij hebben reeds geschreven<ref>''In ’t Paaschnummer van deze courant''.</ref> dat de naam van „Hieronymus van Aken gezegd Bosch” o.i. niet èèn oeuvre dekt en er zeer veel Bosch’en zijn, die met meester Hieronymus niets te maken hebben. <br>{{gap}}’t Narreschip is niet alleen hèèl zeker van den grooten 15de eeuwschen {{sp|realis}}t, maar ’t is een zeer sterke staal van zijn werk en ik geloof niet, dat wij een ander werk liever in ’s Rijks Museum zouden wenschen. Zelfs niet zijn meesterstuk: de triptiek der „drie Koningen Aanbidding” in het Prado Museum te Madrid. <br>{{gap}}Het is de Bossche praalwagen uit den Carnavals-optocht, die hem hier bij de {{sp|werkelijkheid}} hield. Hij is hier niet „Un eccentrico”<ref>''Zoo karakteriseert hem Edoardo Mottini aan het hoofd van zijn hoofdstuk over Bosch in zijn „Pittori Fiamminghi e olandesi” Milaan 1924''.</ref> maar de scherpe waarnemer, de schepper van het genre-beeld, dat over Breughel en Brouwer de 17de eeuwsche Hollandsche „petit-maîtres” bereikt. <br>{{gap}}Dengenen, die met aandacht vorigen zomer de groote tentoonstelling van Jan Steen, de schilderende Molière, bezien hebben, zal het Narreschip nog een openbaring zijn. Bijna twee eeuwen vóór den Leienaar werd in de Nederlanden op moraliseerde wijze, maar {{sp|héél scherp naar de natuur gezie}}n, was de hollander een weergaloos teekenaar van beweeglijke figuren en was zijn netvlies verfijnd tot het opnemen van kleur en schakeering, en gevoelig voor harmonieën van de edelste, maar ook van de krachtigste soort. [[Bestand:Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant vol 159 no 139 Het Narreschip.jpg|500px|center]] {{center|{{larger|Het Narreschip van Hieronymus Bosch,}}}} {{c|''eigendom van het Louvre-Museum, thans voor drie jaren in bruikleen in het Rijks-Museum te Amsterdam''.}} {{dhr|2}} {{gap}}Want het is niet in afgezwakte en vergrauwde nuance, maar in waarachtige kleur, dat Bosch de wereld ziet. Wij behoeven in het Rijks-Museum maar naar de Vlaamsche zaal te gaan om dit nog eens duidelijk gewaar te worden. Daar hangt een prachtig klein werkje van Brouwer en een uitstekende Teniers. David Teniers, die in zijn onwezenlijke kermissen zoo flauw is, en in zijn leege herbergen zoo vervelend kan zijn, is in bedoelde „Bekoring van den H. Antonius” vol fijnheid en distinctie, máár het is bijna een grisaille. Vergeleken met Brouwer, maar vooral met het Narreschip, is het schilderijtje van Teniers echter een „vlucht in het grijze” en demonstreert overduidelijk de vermoeienis van het Vlaamsche land na den ondergang van den blonden kleur- en lichtgod Rubens. <br>{{gap}}Het Narreschip werpt niet slechts scherp en nieuw licht in het Amsterdamsche Museum op onze 15de eeuwsche sterke schilderkunst, maar er hangt in het zelfde kabinet een stuk uit de school, of een oude kopie naar Bosch, die wij nu met andere oogen bezien. Want tot het meest treffende in „la nef des fous” behoort de atmosfeer-schildering, waardoor alle andere werken in het zaaltje hard en decoratief worden, ook de oude kopie. Ontneemt men de atmosfeer-schildering aan een werk van onzen meester dan heeft men de bloem er aan ontnomen, den parfum er van weggenomen. <br>{{gap}}Reeds in de 15e eeuw zag Hieronymus Bosch door onze waterrijke luchten het licht gefilterd tot iets zéér kostbaars. De zuiderlingen hadden altijd te veel licht, voor hen was het kopergeld geworden. Maar bij ons in het Noorden, waar ook midden in den zomer de zon ons zoo voorzichtig bedeelt, komt het {{sp|licht}} door onze zware regenluchten tot ons als een {{sp|gouden kostbaarhei}}d. <br>{{gap}}Onze schilders gingen dan ook, en blijkens het „Narreschip” niet alleen in onze 17de eeuw, met deze edele stof om als alchimisten, trotsch op dat goud, dat zij op hun palet de natuur wisten té ontwringen. {{rechts|HUIB LUNS.|2em}} {{lijn|6em|align=left}} {{references}}<noinclude> {{c|{{x-larger|Van recht en onrecht.}} (Nadruk verboden.) '''Onverschuldigde betaling door een schijnlasthebber.'''}} {{gap}}Naar het voorbeeld van vroegere wetgevingen spreekt onze wet de verplichting uit om hetgeen onverschuldigd betaald is, terug te geven. Wie mocht meenen, dat dit een tamelijk overbodig voorschrift is, omdat de meeste menschen wel zóó goed op hun tellen passen, dat zij niet tot betaling zullen overgaan, als het niet strikt noodig is, heeft het toch niet bij het rechte eind. Dat bewijst reeds de ouderdom van de bepaling; dat bewijzen ook de veelvuldige rechterlijke uitspraken over dit onderwerp geveld. Een nieuw arrest van den Hoogen Raad komt deze met een vermeerderen. <br>{{gap}}Men kan zich de mogelijkheid van onverschuldigde betaling op verschillende manieren voorstellen. Het waarschijnlijkste is nog, dat iemand, die iets schuldig is, betaalt aan een ander dan zijn schuldeischer. Maar ook kan het zijn, dat de schuldeischer een ander dan den werkelijken schuldenaar aansprekende, van den verkeerde betaling ontvangt. Eindelijk is het denkbaar dat tusschen den werkelijke schuldeischer en schuldenaar iets anders betaald wordt dan het verschuldigde. Betalen beteekent namelijk in het spraakgebruik der juristen niet alleen het voldoen van geldschuld, maar alle nakomen van een verplichting noemen zij aldus. Meestal is er wel vergissing in het spel, maar toch is het ook mogelijk, dat iemand tot betaling aangesproken, niet dadelijk de bewijzen kan overleggen, dat hij reeds voldaan heeft en nu maar opnieuw over de brug komt. Later kan hij dan met een beroep op de bewijzen het onverschuldigd bedrag terug vorderen. <br>{{gap}}In al deze gevallen ontvangt iemand iets, dat hem niet toekomt en het is dan</noinclude><noinclude></noinclude> 2pthgzo6ez8wy1npip8832n2bxtc6er Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/322 104 71203 219757 209671 2026-04-07T17:02:25Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219757 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|300|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>bewegen. Men gaf ze daarom ook eigene namen. De sterrekundige {{sc|tarde}} noemde ze ''Lunas Borbonicas'' en {{sc|maupertius}} ''Sidera Austriaca''. {{sc|Galilei}} hield ze voor wolken, die in den zonnedampkring ronddrijven. Nog anderen meenden, dat de lichtzee, die de zon omgeeft, aan eb en vloed onderhevig was, waardoor somtijds de grond zelf werd blootgelegd. De beroemde {{sc|lalande}}, in het laatst der vorige eeuw, beschouwde die vlekken als de kruinen van ontzettende hooge bergen. Daalde nu de gloeijende dampkring, die de zon omgaf, tot beneden den top van zulk een berg, dan moest zich in die vuurzee eene donkere vlek vertoonen. Op de plaats, waar die lichtzee met de bergen in aanraking komt, moet dan natuurlijk de lichtsterkte aanzienlijk minder zijn; vandaar de graauwe randen, die de zonnevlekken omgeven. Maar deze hypothesen verklaarden op verre na niet alle verschijnsels, die men op de oppervlakte van de zon had opgemerkt. In 1774 sloeg daarom {{sc|wilson}}, een vernuftig sterrekundige van Glasgow, een anderen weg in. Hij hield de zon voor een vast, donker ligchaam, dat van zich zelf geen licht gaf, maar met een lichtgevenden dampkring omgeven was. Werd nu die dampkring door elastische vloeistoffen, die uit de zon oprezen, vaneen gescheurd, dan werd het donkere zonneligchaam zigtbaar, en er vertoonden zich zonnevlekken. {{sc|Bode}} bragt twee jaren later aanmerkelijke wijzigingen in deze theorie. Volgens hem was ook de zon een donker ligchaam, deels uit vasten bodem bestaande, deels met zeeën bedekt en omgeven met een dampkring, waarboven zich een lichtende sfeer uitbreidde. Door de scheuren in die omhulsels zien wij de vaste kern min of meer donker, al naar dat het bloot gelegde deel van het zonneligchaam een breeden zeespiegel, eene besloten vallei of eene uitgebreide vlakte vertoont. De zonnefakkels schreef hij toe aan de onregelmatige gedaante van het lichtomhulsel. Het was vooral {{sc|william herschell}}, die deze theorie op eene geniale wijze ontwikkeld en voor haar vrij algemeenen ingang bij de latere sterrekundigen heeft gewonnen. Ook hij gaat uit van de vooronderstelling, dat het zonneligchaam een vaste en donkere bol is, die met een dubbel omkleedsel is omgeven. Het buitenste omkleedsel is de lichtzee of photospheer, die den geheelen bol omgeeft en die eigenlijk<noinclude></noinclude> 4o5yhdtp9j4bwa3720zbza3l03vruqd Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/321 104 71212 219756 209670 2026-04-07T17:01:08Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219756 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|299}}</noinclude>Reeds van het jaar 1610 af aan zijn zonnevlekken waargenomen en beschreven. Het eerste werk, dat daarover uitkwam, was van den Frieschen sterrekundige {{sc|johannes fabricius}}, den vriend van {{sc|johan kepler}}. In een werk in 1611 te Wittenberg uitgekomen<ref>{{sc|Joh. fabricii phrysii}} ''de Maculis in Sole observatis et apparente carum cum Sole conversione Narratio, et Dubitatio de modo eductionis specierum visibilium.'' Wittebergae, 1611.</ref>, verhaalt hij, dat hij op zekeren morgen eene donkere, op de eene zijde graauwe plek, die hij in het eerst voor eene wolk hield, aan de zon bespeurde. Spoedig kwam hij tot het inzigt, dat het geene wolk kon zijn. Toen hij die vlek aan den westelijken zonnerand zag verdwijnen, maar ook weder na ongeveer veertien dagen aan den oostenlijken rand zag te voorschijn komen, maakte hij daaruit terstond de gevolgtrekking op, dat de zon zich, even als de aarde, rondom hare as moest wentelen. Bijna terzelfder tijd hielden de Engelsche sterrekundige {{sc|harriot}}, de jesuit {{sc|scheiner}}, te Ingolstadt, en de beroemde {{sc|galilei}} zich met de waarneming van zonnevlekken bezig. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Maar wat zijn nu die zonnevlekken en zonnefakkels? Welke opheldering kunnen zij ons aangaande de natuurlijke gesteldheid van het zonneligchaam geven? Daar zij de meest in het oog loopende verschijnsels zijn, die wij, op een afstand van meer dan 20 millioen mijlen van de zon verwijderd, aan haar ligchaam tot hiertoe hebben waargenomen, zoo is het niet te verwonderen, dat men van het oogenblik af, dat men zonnevlekken ontdekte, ook is begonnen te vragen, wat deze verschijnsels wel mogten zijn. Maar dit vraagstuk behoort tot de moeijelijkste, die de sterrekundige wetenschap zich ter beantwoording stelt, en tot welker oplossing de meest verschillende hypothesen zijn aangewend. En nog blijft het op den huidigen dag zeer onzeker, of nog wel het ware antwoord op die vraag gevonden is. In het eerst hielden sommigen ze voor uitwerpsels van zonnevulkanen. Anderen, zoo als {{sc|scheiner}}, beschouwden ze als donkere planeten of satellieten, die zich op geringen afstand rondom de zon<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> hcia75erxsrj4rzts3r65qnfqg9ey12 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/323 104 71213 219758 209672 2026-04-07T17:03:44Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219758 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|301}}</noinclude>het kleed is, onder hetwelk de zon zich aan ons voordoet. De grenzen van dit lichtomhulsel vormen dus den voor ons zigtbaren omtrek der zon. Beneden deze photospheer bevindt zich een doorschijnende, maar niet lichtgevende dampkring of atmospheer, door welke de lichtzee gedragen en op eene groote hoogte boven de oppervlakte der zon wordt gehouden. In dezen dampkring bevindt zich eene ondoorzigtige, zamenhangende wolkenlaag, die den geheelen dampkring omgeeft. De lichtzee is aan de hevigste beroeringen en schommelingen blootgesteld. Hierdoor ontstaan nu en dan scheuren of trechtervormige openingen in het lichtomhulsel. Geschiedt dit, dan wordt de wolkenlaag voor ons zigtbaar. Door de openingen in het lichtomhulsel dringen nu de stralen van de aan weêrszijde opgehoopte lichtzee en werpen het licht, dat door de luchtlaag dringt, op de zich daarin bevindende wolkenlaag. Daardoor ontstaan de graauwe vlekken, die men op de zonneschijf gewaar wordt. Maar als de beweging in de zonneomhulsels nog heviger wordt, scheurt ook dikwijls de wolkenlaag vaneen. Door die scheuren of spleten wordt nu de zonnekern voor ons oog opengelegd en vertoont zich aan ons gezigt als eene donkere plek. Door die scheuren wordt het ons dus alleen mogelijk een blik op het eigenlijk ligchaam der zon te vestigen. {{sc|Herschell}} heeft ook getracht de oorzaken te verklaren, waardoor die verschijnselen in de zonneomhulsels worden bewerkt. Hij vooronderstelt, dat er onafgebroken eene elastische vloeistof van eene ons geheel onbekende natuur op de oppervlakte van het donkere zonneligchaam wordt gevormd. Wegens hare geringe zwaarte stijgt deze stof omhoog naar de bovenste deelen van den dampkring. Is dit gas niet overvloedig, dan vormt het in de bovenste lagen der lichtgevende wolken kleine openingen, die zich als graauwe stippen of poriën aan ons voordoen. Is die omhoog stijgende gasstroom buitengemeen sterk, dan ontstaan er breede scheuren, die over eene groote oppervlakte in de eerste plaats de wolkenlaag en vervolgens ook het lichtomhulsel vaneen scheiden. Door de toestrooming van dit gas wordt dan in de nabijheid der openingen de lichtstof opgehoopt. Daardoor zouden dan de lichtfakkels ontstaan, die doorgaans in de nabijheid der zonnevlekken worden waargenomen. {{nop}}<noinclude></noinclude> oar5b6ru68xshzdwh7oxqhp12xetnog Pagina:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858).pdf/89 104 78963 219770 207640 2026-04-07T18:28:16Z Vincent Steenberg 280 typo 219770 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />{{RunningHeader|{{Wit|71}}|{{Sc|pieter de hooge}}.|71}}</noinclude>tret in zwarte lijst. Door het geopende venster, achter in het kamertje ziet men op de straat. De verlichting is eenvoudig als bij gewoon daglicht. {| | valign="top" | {{smaller|{{Idt}}Gemerkt:}} | [[Bestand:Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam (1858) p 071 monogram Pieter de Hooch.jpg|1000x100px]] |} {{smaller|{{Idt}}Verkooping uit het kabinet van {{Sc|Isaak Walraven}}, bij {{Sc|J. J. de Bruin}}, 1765}} ƒ '''450'''. <br>{{smaller|{{Idt}}{{Wit|Verk}}„{{Wit|oping}} {{Sc|P. de Smeth}}, 1810, Amsterdam}} ƒ '''3025'''. <br>{{smaller|{{Idt}}{{Wit|Verk}}„{{Wit|oping}} Mevrouw {{Sc|Hogguer}}, 28 Aug. 1817, Amsterdam}} ƒ '''4010'''. {{lijn|10em}} {{c|'''JOHAN VAN HUGTENBURG<ref>{{Sc|Immerzeel}}.</ref>.''' Geboren te Haarlem 1646—1733 overleden te Amsterdam. Leerling van {{Sc|thomas wijk}}, {{Sc|jacob hugtenburg}} en {{Sc|van der meulen}}. {{RunningHeader|'''N°. 152.'''|'''Een Ruitergevecht.'''|{{Wit|'''N°. 152.'''}}}} {{smaller|H. 57. B. 73. D. F. te p. 7.}}}} {{gap}}In een heuvelachtig landschap wordt een hevig ruitergevecht geleverd. Op den voorgrond liggen vele dooden en gekwetsten. Bijna in het midden rent de Veldheer, bevelen gevende. Regts, waar het gevecht zeer hevig is, ziet men vele springende en slaande paarden. {{lijn|10em}} {{c|'''JAN VAN HUIJSUM.''' Geboren te Amsterdam 1682—1749 overleden te Amsterdam. Leerling van zijnen vader {{Sc|justus van huijsum}}. {{RunningHeader|'''N°. 153.'''|'''Een Arkadisch Landschap.'''|{{Wit|'''N°. 153.'''}}}} {{smaller|H. 56. B. 67. K. {{Sc|Fh}}. 5.}}}} {{Idt}}Landschap, met de bouwvallen van tempels 6en monumenten, tusschen rotsbrokken en boomen; op den derden grond, aan den voet van begroeide heuvels, ligt eene stad, met poorten, tempels, torens en gebouwen, alles in Romeinschen stijl. Op den voorgrond in de schaduw rusten twee landlieden, achter deze, links, ziet men in het zonnelicht eenen herder met zijne kudde, onder hooge boomen, regts, aan eenen vijver, drie visschers, en eene vrouw met<noinclude></noinclude> 4q074dxh9252gqmymeforb70biuota7 Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/200 104 83175 219763 215261 2026-04-07T17:59:59Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219763 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|171}}</noinclude><section begin="s1"/>wat hy door zyn penceel vermocht weet ik niet) aldus: ''Hier komt een donderend gerucht en nieuwe tyding. Men bootschapt my de komst van Duitslants grootsten Schilder Sandrart, die (zoo men zeit) by den Keizer eer en glorie zoekt, en den Kamermaler van zyn Majesteit Luix zoekt de Kroon van ’t hoofd te steken, en zig zelf ten Hoof in te wortelen'' enz. <section end="s1"/> <section begin="s2"/>{{gap}}''Verandering van spys'' (zeit het oude spreekwoort) ''maakt nieuwen eetlust''. Even dus willen wy den Lezer thans met het opdisschen van een tusschenreden tot nieuwen leeslust opwakkeren.<br>{{gap}}Gelyk de enkele woorden door het byvoegsel bepaalt worden tot hun zeker beduidzel, als by voorbeeld: ''Myter'' beteekent een Biskops muts, of hoed, en door bepaling van ’t bywoord ''Kaas'', ’t bederf in de zelve. ''Ezel'' beteekent het bekende langoorig Dier, en door ’t bywoord ''Schilders'', hun gereedschap dat de Tafereelen draagt. ''Maant'' beteekent een der 12 deelen van ’t jaar, en zoo ’er van ''Gelt'' by gemelt wort, ymant over schult aanspreken. ''Nagel'' is het schilt van ’t voorste onzer vingeren, maar St. Josephs Gildebroeders verstaan een ''Spyker'' door dit woord: gelyk ook ''Duimen, Boomen, Veeren, Pannen, Schyven, Zwaluwstaarten'', en dergelyke benamingen meer, by hen in een andere beteekenis worden opgevat, dan by ’t gemeen, en dus door het byvoegsel moeten bepaalt, en onderkent werden. Even zoo geven ook de byvoegselen, bekleedingen, en eigen wezenstrekken, met den eersten opslag van ’t oog de verbeelding der Tafereelen te kennen, daar men anders na zou moeten raden. Dus hebben van oude tyden af de vermaardste Konstschilders de voor-<section end="s2"/><noinclude>{{rechts|naam-}}</noinclude> c7rssqzu88tx1kqv2ckxctol8u7ipc5 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/7 104 84456 219793 217572 2026-04-07T19:14:14Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219793 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|5}} {{c|{{x-larger|ALBUM DER NATUUR.}}}} {{dhr|5}}<noinclude></noinclude> i1x54wyuibuzvlzkuuszubk2pxr6rqo Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/9 104 84464 219794 217580 2026-04-07T19:14:40Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219794 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{C|{{xxx-larger|'''ALBUM DER NATUUR'''.}} {{rule|5em}} EEN WERK {{x-larger|TER VERSPREIDING VAN NATUURKENNIS}} {{smaller|ONDER BESCHAAFDE LEZERS}} {{x-larger|{{sp|VAN ALLERLEI STAND.}}}} {{x-smaller|ONDER REDACTIE VAN}} {{larger|{{sc|P. HARTING, D. LUBACH}} {{x-smaller|EN}} {{sc|W. M. LOGEMAN.}}}} {{rule|5em}} {{larger|'''NIEUWE REEKS.'''}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{x-larger|1863.}} {{dhr|2}} {{c|[[File:Het leve der bloem(1900) Paginadeco.png|120px]]}} {{dhr|2}} GRONINGEN ,</br> {{larger|{{x-smaller|DE}}{{sc| ERVEN C. M.}}{{x-smaller| VAN }}{{sc| BOLHUIS HOITSEMA.}}}} </br> 1863.}}<noinclude></noinclude> p8h0y44l3pp3zkt2igl36osl968039k Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/10 104 84465 219795 217582 2026-04-07T19:14:56Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219795 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|6}} {{rule|16em}} {{c|''Sneldrukpers van de Erven C. M. van Bolhuis Hoitsema.''}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> ictwk9jgx3gtibzsw78o40ljl3hd872 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/11 104 84466 219796 217925 2026-04-07T19:18:55Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219796 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{larger|[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/11|INHOUD]].}}}} {{dhr|2}} {{rule|5em}} {{dhr|2}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/ Vergelijkende maatschappijkunde,|Iets over vergelijkende maatschappijkunde,]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|P. Harting.}}]]|Blz.{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/19|1]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Zandgronden|Zandgronden en zandverstuivingen in Nederland]], door [[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. C. van Hall}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/40|22]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Zonsverduistering|{{sc|G. B. Airy’s}} lezing over de zonsverduistering van 18 Julij 1860,]], door [[Auteur:David Bierens de Haan|{{sc|D. Bierens de Haan}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/51|33]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Bijlage|Bijlage. {{sc|Warren de la Rue}}, over photographiën der zonsverduistering]], |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/72|54]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/L. Euler's brieven|{{sc|L. Euler's}} brieven aan eene Duitsche prinses]], door [[Auteur:Jan van der Hoeven|{{sc|J. van der Hoeven}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/77|59]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Expeditie Guyana|Nederlandsch-Fransche expeditie door de binnenlanden van Guyana, in September tot November 1861]], door {{sc|A. Kappler}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/83|65]] en [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/115|97]] }} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Burke's reis| {{sc|Burke's}} reis door het binnenland van Australië]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/99|81]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Mieren|De mieren buiten Europa]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/108|90]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Voorbeeld tot navolging|Een voorbeeld tot navolging]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/113|95]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Humboldt’s lof|Hoe {{sc|Humboldt}}’s lof door Brahminen wordt verkondigd]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/114|96]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Diepte der zee lof|Leven in de diepte der zee]], door [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|L}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/134|116]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Twee sneeuwbergen|Twee sneeuwbergen in het hart van Afrika]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/143|125]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Fuchsia|Fuchsia]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/146|128]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Gesteldheid der ligchamen|Over de natuurlijke gesteldheid der ligchamen, tot ons zonnestelsel behoorende]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|A. T. Reitsma}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/147|129]] en [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/371|353]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Land van den Gorilla|Uit het land van den Gorilla]], door [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D. L}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/172|154]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Overstrooming des Nijls|Over de oorzaak van de jaarlijksche overstrooming des Nijls]], door [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D. L}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/174|156]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Salomon de Caus|{{sc|Salomon de Caus}}]], door {{sc|S. F. K.}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/177|159]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Wortels der planten|De wortels der planten]], door [[Auteur:Nicolaas Willem Pieter Rauwenhoff|{{sc|N.W.P. Rauwenhoff}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/179|161]] en [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/211|193]].}}<noinclude></noinclude> k9ezdwwo3vtix1m1ng6tg1vrfxxhj1h Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/12 104 84467 219798 217584 2026-04-07T19:20:29Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219798 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|VI|__|}}</noinclude>{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Alpacas in Australië|Acclimatisatie van alpacas in Australië]], door [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D. L}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/210|192]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Vuurbollen|Iets over vuurbollen in het algemeen en dien van den 4 Maart in het bijzonder]], door [[Auteur:Frederik Wilhelm Christiaan Krecke|{{sc|F. W. C. Krecke}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/227|209]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Iets over het water|Iets over het water. Wat het is, waar het is en wat het doet]], door {{sc|M. van Lissa}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/243|225]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/PLantenleven|Het plantenleven in den winter, de lente, den zomer en den herfst]], door [[Auteur:Theodorus Hendrik Arnoldus Jacobus Abeleven|Th. H. A. J. Abeleven]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/275|257]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Truffels|De truffels]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/303|285]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Meikevers|Meikevers]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/306|288]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Bekerplanten|De bekerplanten]], door [[Auteur:Corneille Antoine Jean Abram Oudemans|{{sc|C. A. J. A. Oudemans}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/307|289]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Betel|Betel]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/336|318]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Merkwaardige bron|Een merkwaardige bron]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/338|320]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Magie|Magie]], door [[Auteur:Douwe Lubach|Dr. {{sc|D. Lubach}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/339|321]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Stormen|De stormen op den Noord-Atlantischen oceaan]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/365|347]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Toon-telegraaf|Een toon-telegraaf]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/369|351]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Bloemenkoningin|De oudheid der bloemenkoningin]], door {{sc|Betsij Perk}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/393|375]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1863/Vuurbol|Nog iets over den vuurbol van 4 Maart j.l.]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/401|383]].}} {{dhr|3}}{{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 1ekaa0odb5s09ta33q1a3f8czn4048c Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/13 104 84468 219802 217586 2026-04-08T06:18:49Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219802 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|LIJST DER AFBEELDINGEN.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{c|'''STEENDRUKPLAAT.'''}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kaart voorstellende de baan van den vuurbol van 4 Maart jl|Blz.{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/401|383]].}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{c|'''HOUTSNEDEN.'''}} {{dhr}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het rendiermos (''Cladonia rangiferina'')|Blz.{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/43|25]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verschillende mossoorten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/44|26]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een grove den, waarvan het zand 8 voeten diep onder de kroon van den wortel is weggewaaid en die toch nog in leven gebleven is|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/47|29]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Voorstelling van eene zonsverduistering|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/53|35]], [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/54|36]], [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/55|37]], [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/56|38]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verhevenheden der corona van de zon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/66|48]], [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/67|49]], [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/68|50]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verschillende standen van de planeet Mercurius ten opzigte van de aarde|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/153|135]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Schijnbare grootte der planeet Venus in hare verschillende standen ten opzigte van de aarde|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/161|143]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vlekken van de planeet Venus, volgens de afbeelding van {{sc|Bianchini}}|,,{{gap|2em}} [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/164|146]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Afbeelding hoe de aarde zich op de planeet Venus vertoont|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/168|150]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Jonge raapplant|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/182|164]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||''Triticum repens'' (kweek- of puingras)|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/182|164]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Gekiemde eikel|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/186|168]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Wortelstok van Iris|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/187|169]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ronde en handvormige knol van Orchis|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/188|170]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bol van ''Colchicum autumnale'' (herfst-tijdelooze) overlangs doorgesneden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/189|171]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bollen van een Hyacinth|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/190|172]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Stengel en luchtwortels van eene vaniljeplant in eene kas|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/194|176]].}}<noinclude></noinclude> le6lg3pe6286mxvy557u1v55bmxhhkt Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/14 104 84469 219803 217588 2026-04-08T06:22:13Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219803 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|VIII|__|}}</noinclude>{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ficus ''religiosa'' met luchtwortels|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/196|178]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Palmyra-palm door een Ficus omgeven|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/197|179]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Tak van klimop met zuigwortels|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/200|182]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Wortelspits van ''Dracaena Draco''|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/202|184]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Dwarse doorsneden van een luchtwortel van ''Rodriguezia Barkerii''|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/203|185]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Overlangsche doorsnede der wortelspits van eene Aroïdee|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/208|190]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Schematische voorstelling eener doorsnede van de aardkorst|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/248|230]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Graphische voorstelling van eene fontein|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/249|231]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Schematische voorstelling van de theorie der Artesische bronnen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/250|232]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Schematische voorstelling eener tusschenpoozende bron|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/251|233]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Waterrad in zijn eenvoudigsten vorm|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/269|251]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Hydraulische of Bramah-pers|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/271|253]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bovenste gedeelte eener plant van ''Nepenthes Rafflesiana'', verkleind|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/312|294]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kannetjes van bovengenoemde plant|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/316|298]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vertikale doorsnede van een kannetje van ''N. phyllamphora'' |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/319|301]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kiemende plant eener ''Nepenthes'' van Borneo vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/322|304]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een in het zakje der opperhuid verscholen kliertje van ''N. phyllamphora''|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/323|305]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vertikale doorsnede door een jeugdig kliertje en klierzakje van ''N. Rafflesiana'' veel vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/325|307]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vertikale doorsnede door een volwassen kliertje en het daartoe behoorend zakje van ''N. Rafflesiana'', veel vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/325|307]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vertikale doorsnede door een afgeleefd kliertje en het daartoe behoorend zakje van ''N. Rafflesiana'', veel vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/327|309]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Stukje opperhuid van de doffe streek der binnenzijde van een kruikje van ''N. phyllamphora'', veel vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/328|310]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ontwikkeling van de stengelkruikjes van ''N. gracilis'' en ''Rafflesiana'', veel vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/331|313]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Eene mannelijke en vrouwelijke bloem van verschillende Nepenthessen, vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/333|315]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Opengesprongen zaaddoos en zaadkorrel eener Nepenthes, vergroot|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/334|316]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Voorstelling van de berekening van de hoogte der bergen op de maan|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/376|358]] en [[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/377|359]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Afbeelding van de betrekkelijk schijnbare grootte der planeet Mars|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/381|363]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kaart der planeet Mars naar de waarnemingen van {{sc|Beer}} en {{sc|Maedler}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/384|366]].}} {{dhr|2}} {{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 3shdgsvrkrrgj9bbn19et6n0hcnfg0s Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/15 104 84470 219804 217930 2026-04-08T06:25:06Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219804 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{larger|[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/15|INHOUD]]}} {{x-smaller|VAN HET}} WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD VAN HET ALBUM DER NATUUR.}} {{dhr}} {{rule|5em}} {{dhr|2}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Meting van de snelheid des lichts en van de parallaxis der zon|Blz{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/405|1]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verband tusschen den warmtetoestand van een vast ligchaam en den daardoor verrigten arbeid|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/405|1]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Rood lood|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/406|2]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ademshalingsproeven|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/406|2]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Voetsporen van voorwereldlijke dieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/407|3]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Terugkeer der hybriden tot de oorspronkelijke typen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/408|4]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Eene opstijging in een lucht-ballon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/408|4]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Werking der haschish|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/409|5]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Misvormde schedels|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/410|6]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Mikroskopisch schrift in druk gebragt|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/410|6]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Cadmium-amalgama|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/410|6]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Meting van de snelheid des geluids door proefnemingen op kleine afstanden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/411|7]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nieuwe maximum- en minimum thermometer |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/412|8]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ouderdom der Egyptische pyramiden op astronomische gronden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/413|9]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Snelheid der voortplanting van aardschuddingen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/414|10]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vormingswijze der koraaleilanden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/415|11]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Groei der dicotyledone boomen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/415|11]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nymphaea grandiflora|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/416|12]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Voetafdruksels van Iguanodon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/416|12]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Rijzing van Schotland|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/416|12]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verre geographische verbreiding van wieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/417|13]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Algemeene physiologische werking der emetine|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/417|13]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Hersenen van apen en mikrocephalen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/418|14]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De fijnere anatomie der nieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/418|14]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Glaishers luchtvaarten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/419|15]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nog eens de snelheid des geluids|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/420|16]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Zwavel-waterstofgas en bromium|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/420|16]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De planeet Mars|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/420|17]].}}<noinclude></noinclude> h4ypeu1y794c8h6f8ypop03kqxd3nfi Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/16 104 84471 219805 217590 2026-04-08T06:27:54Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219805 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|X|_|}}</noinclude>{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Zoutgehalte van de zee|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/420|17]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Snelheid van een kanonskogel |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/422|19]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Periodiciteit der vulkanische uitbarstingen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/422|19]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ozon-uitademing der planten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/422|19]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bloedzuigers in warme bronnen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/423|20]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ontwikkeling der Pycnogoniden of zeespinnen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/423|20]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De Radiolariën|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/424|21]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Over de hoeveelheid lucht, die een slapende behoeft|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/425|22]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Eigenschappen, die de zwavel verkrijgt door bijvoeging van eene zeer kleine hoeveelheid iodium |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/426|23]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Scheiding van wol en zijde in weefsels, van elkaar en van plantenvezelen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/426|23]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Schaal van bakbarometers|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/427|24]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Afplatting van Mars|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/427|24]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ligchamen nabij de zon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/428|25]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Regenhoeveelheid op Java|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/428|25]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Generatio spontanea|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/429|26]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Oogen van Pholaden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/430|27]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Genealogische tarwe|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/431|28]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het Thallium|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/431|28]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Malapterurus electricus, stroomrigting bij zijne ontladingen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/432|29]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Snelheid der beweging van vloeistoffen door naauwe buizen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/433|30]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Endosmose van gassen en ontbinding van water|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/433|30]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Werking op het hart van den nervus vagus en den nervus sympathicus|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/434|31]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verandering van den brekingsindex door menging van zoutoplossingen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/436|33]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Invloed van drukking op de oplosbaarheid van stoffen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/436|33]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Herstellingsvermogen bij dieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/437|34]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Beweging van deeltjes in plantencellen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/438|35]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Koperkleurig lood|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/438|35]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Overbrenging van brieven en kleine pakjes door den elektrischen stroom|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/439|36]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Catalogus van wetenschappelijke verhandelingen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/440|37]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nog eens ontbinding van het water|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/441|38]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Oudste atmospheer der aarde|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/441|38]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Hoeveelheid lucht, noodig voor de ademhaling gedurende den slaap|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/442|39]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Invloed van den betrekkelijken leeftijd der ouders op het geslacht van het kroost|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/443|40]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Satellieten van Sirius|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/444|41]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Oorzaak der stratificatie van het elektrisch licht|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/444|41]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Temperatuur van de Middellandsche zee|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/444|41]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Omzetting van cinchonine in eene met chinine isomerische basis|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/445|42]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ontwikkeling van het organische leven in Australië|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/445|42]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nog iets over Archaeopteryx|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/446|43]].}}<noinclude></noinclude> kwnkg3ymfgcep0sid0yjogs16p7joix Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/17 104 84490 219806 217615 2026-04-08T06:30:40Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219806 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||__|XI}}</noinclude>{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een nieuwe Chlamydophorus|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/448|44]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Opslorping van zuurstof door kool|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/449|45]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een nieuwe en zeer gevoelige differentiaal-thermometer|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/449|45]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Spectraal-analyse bij de staalbereiding|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/450|46]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Iets over eene nieuwe methode ter bepaling van den schedelvorm van menschen en zoogdieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/450|46]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Proeven over het gescheiden zijn van gevoel en opwekbaarheid in de verschillende deelen van het zenuwstelsel der insekten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/452|48]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Overblijfselen van een mensch gevonden in het diluvium|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/453|49]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Flora van Spitsbergen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/454|50]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kurkvorming|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/455|51]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Marmer door smelting verkregen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/455|51]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Zamenstelling der schelp en des deksels van Helix pomatia|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/456|52]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nieuwe phase in de geschiedenis van het ozon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/456|52]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Photographische doorschijnendheid van verschillende ligchamen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/457|53]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Perspomp zonder hennippakking|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/459|55]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Uitsterven van inboorlingen in Europesche koloniën|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/459|55]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Oprigting van een anthropologisch genootschap te Londen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/460|56]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kleine menschelijke hersenen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/460|56]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Welwitschia|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/461|57]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Afwisselend verschijnen van verschillende soorten van Fungi|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/462|58]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Hybriden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/462|58]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De neutra onder de mieren|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/462|58]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een nieuwe Indri|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/463|59]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De voortleiding der elektriciteit in zeer verdunde gassen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/463|59]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Poreusheid van platina|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/465|61]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Afstamming der zoogenaamde Heidens|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/466|62]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||De fossile onderkaak van Moulin-Quignon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/466|62]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Oudheid van het menschelijk geslacht|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/467|63]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verrigting der vaten in de planten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/467|63]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Sporen van het bestaan van menschen in het pliocene tijdvak|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/469|65]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Stikstof-kringloop in het dierlijk organisme|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/469|65]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Eene vermoedelijke phosphorescentie|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/470|66]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Koolstof en koolwaterstof in een aërolith|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/470|66]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verandering der toonhoogte door geleiding|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/471|67]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bestijging van het Cameron-gebergte in westelijk Afrika|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/471|67]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nog iets over de fossile onderkaak van Moulin-Quignon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/472|68]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vaten der planten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/472|68]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Fossile bijlen en beenderen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/473|69]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Telegraafkabels onder zee|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/473|69]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het kookpunt van luchtvrij water|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/474|70]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Brillen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/475|71]].}}<noinclude></noinclude> 24bsc0dpets57959knm98013lq4m3mx Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/18 104 84491 219807 217634 2026-04-08T06:33:41Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219807 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|XII|__|}}</noinclude>{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Jaarlijksche parallaxis der dubbelster ''p'' uit het sterrebeeld Ophiuchus|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/477|73]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Invloed van aardbevingen op het water van artesische putten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/477|73]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Voetsporen in den lithographischen schiefer van Solenhofen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/477|73]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vroeger bestaan van den Afrikaanschen olifant op Sicilië|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/478|74]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Scharniergewrichten aan den rug en aan het borstbeen bij Glyptodon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/478|74]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Hebben de peereboomen één of meer stamsoorten?|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/478|74]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nitriten en nitraten in planten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/479|75]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Over het oponthoud van den mensch in zamengeperste lucht|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/480|76]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vegetatie der schimmels|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/481|77]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Kookpunt en vriespunt van vloeistoffen in den spheroïdaalstaat|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/482|78]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het stormglas|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/482|78]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Petroleum|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/483|79]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Drukking op den bodem van diepe zeeën|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/484|80]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Spectra der planeten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/485|81]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Opmerkelijke hagelwolk|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/485|81]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Scheikundige zamenstelling van het vleeschvocht van visschen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/486|82]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Middel tot bewaring van vleesch|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/486|82]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Lucht, bevat in de zwemblaas der visschen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/486|82]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Ademhaling der schildpadden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/486|82]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Verschil in den dragttijd bij schapen van verschillend ras|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/488|84]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Opslorping door de huid|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/488|84]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Vergiftige eigenschappen van het thallium|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/490|86]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Bombyx Yama-Maï|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/490|86]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Een opmerkelijk voorbeeld van elektrolytische werking|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/491|87]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Natuurlijke magneten|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/491|87]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Nieuwe bron van phosphorus|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/492|88]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het verkrijgen van standvastige warmtegraden|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/492|88]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Parallaxis der zon|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/493|89]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Grondijs in zee|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/494|90]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Cellulose in de huid van slangen|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/494|90]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Chlorophyl-vorming door warmte|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/495|91]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||''Entoniscus Porcellanae'', eene parasitische isopode |,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/495|91]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Aard van den suiker in honig|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/496|92]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Spheroidaalstaat van vloeistoffen zonder verwarming|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/496|92]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Het elektrisch licht in leigroeven en voor kustlicht|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/497|93]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Iodiumdamp als herkenningsmiddel voor vervalsching van geschriften|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/498|94]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Gevolgen van huwelijken tusschen bloedverwanten, enz|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/499|95]].}} {{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||Invloed der ademhalingsbewegingen op die der iris|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/500|96]].}}<noinclude></noinclude> 48u1wfdj9xkiuez1vsu5widgkm6e0rz Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/409 104 84600 219824 217781 2026-04-08T11:58:06Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219824 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|5}}</noinclude>tot spreken en zich te bewegen keerde terug. De temperatuur was nog beneden 0, de barometer op 11,53 duim; het was toen 2 uur 7 min. {{sc|Coxwell}} had het in den ring zeer koud gehad; om den hals van den ballon was alles ijzel; toen hij den ring wilde verlaten, kon hij zijne handen niet gebruiken en moest zijne armen op den ring plaatsen om er zich van af te laten zakken; zijne handen waren genoegzaam zwart. Hij begon toen ook dergelijke verschijnselen als G. te ondervinden, werd ongerust, wilde de klep openen, doch, zijne handen niet kunnende gebruiken, moest hij het koord tusschen zijne tanden nemen; op deze wijze opende hij de klep twee of drie malen, totdat de ballon duidelijk naar beneden daalde. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Werking der haschish.''' — {{sc|De luca}} heeft een verslag geleverd van eene op zijn eigen persoon genomen proefneming met haschish, het extract, gelijk men weet, van de toppen der bloeijende ''Cannabis indica''. Van het eigenlijk extract maakt men nog andere bereidingen, pastilles, eene tinctuur enz. {{sc|De luca}} nam op een morgen te 9 uur 2 of 3 gram. van eene bereiding in den vorm van een gesuikerd deeg, dat hij uit het oosten ontvangen had. Wat hij er achtereenvolgens van ondervond, kwam nagenoeg op het volgende neêr. Na ¼ uurs ontwaarde hij eene zekere onbeschrijfbare beweging aan de uiteinden des ligchaams, als of iets in de vingertoppen drong en zich van daar naar de hersenen begaf; voorts onvermogen om zijn werk (hij werkte toen in het chemisch laboratorium van het College de France) voort te zetten, omdat hij zijne handen niet geheel stil houden of juiste bewegingen er mede uitvoeren kon. Hij besloot dus naar huis te gaan. Op straat gekomen zag hij de huizen en personen zich van hem verwijderen, en de stemmen dezer laatsten kwamen als uit de verte tot hem. Het kwam hem voor, alsof hij van den bodem opgeligt in de lucht wandelde, terwijl de andere menschen op den grond bleven loopen. Alle afstanden schenen al grooter en grooter te worden en 't scheen alsof hij nooit te huis zou kunnen komen. Evenwel te huis gekomen, vond hij er twee brieven, maar kon ze niet open krijgen; hij wierp ze verachtelijk op den grond en ging te bed liggen. Het scheen hem toe alsof de deken zich op een afstand van zijn ligchaam bevond, en hij bevond zich in een eigenaardigen dampkring van tevredenheid en genoegen. De denkbeelden, klaar en scherp, volgden elkander zoo snel op, dat hij ze niet vast kon houden en elk op zich zelf overwegen. Vele hadden betrekking op zijn vorig leven en vervulden hem met groote zelfvoldoening. Gedurende dezen tijd bleven de zenuwachtige bewegingen bestaan, maar tevens bleef zijn geest volkomen helder, zoo dat hij een oogenblikkelijken inval: dat alles welligt illusie en hij zelf in het laboratorium zijn kon, — op de meest juiste wijze wegredeneerde.<noinclude></noinclude> qry5yw0bdhqb6izqatk9hxeybhrb0k0 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/408 104 84601 219823 217782 2026-04-08T11:55:18Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219823 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|4|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''Terugkeer der hybriden tot de oorspronkelijke typen.''' — In 1854 bevruchtte {{sc|naudin}} ''Datura tatula'' en ''Datura stramonium'', de eene door de andere. De uit de zaden ontstane bastaardvorm was in vele opzigten juist intermediair tusschen de beide oorspronkelijke planten, doch veel grooter dan een van beiden en bragt merkelijk later bloemen en vruchten voort, en wel eerst op een tijdstip, toen de beide eerste reeds lang uitgebloeid hadden. Dit laatste was gunstig voor de proef, dewijl hierdoor geene bevruchting der bastaardplanten door pollen van eene der beide andere kon plaats grijpen. In 1861 zaaide {{sc|naudin}} de van den hybriden vorm, ''Datura stramonio-tatula'', verkregen zaden op nieuw. Het resultaat was, dat de zich ontwikkelende planten in allen deele de kenmerken der eerste hybriden vertoonden. Doch toen hij de daarvan geoogste zaden in 1862 wederom uitzaaide, was het resultaat anders. Van de 22 planten stemden 5 geheel met ''D. stramonium'', 9 geheel met ''D. tatula'' overeen. Alleen de 8 overige hadden nog eenige kenmerken van beide soorten gemeen, doch in veel geringere mate dan de eerst gevormde bastaarden. (''Compt. rend''., IV, p. 321). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Eene opstijging in een lucht-ballon.''' — In de tweeendertigste jaarlijksche bijeenkomst der ''British Association for the advancement of Science'', dit jaar te Cambridge gehouden, werd o.a. een verslag van den heer {{sc|glaisher}} over zijne luchtreizen gelezen. Het berigt aangaande zijne bij die gelegenheden gedane waarnemingen, die van geen bijzonder belang zijn (welligt met uitzondering van de op zijne eerste reis, van den 17 Julij, ondervondene vermeerdering der temperatuur met de hoogte, tot welke men steeg), ter zijde latende, bepaal ik mij tot eene verkorte mededeeling van de physiologische inwerkingen van de koude en de luchtverdunning, die door {{sc|glaisher}} en zijn medgezel {{sc|coxwell}} op hunne reis van den 5 September werden ondervonden. Zij rezen 's namiddags te 1 uur 3 min. van Wolverhampton op. Te 1 uur 49 min. waren zij vijf mijlen gerezen en de temperatuur was —2°. {{sc|Coxwell}}, die 't meeste werk te doen had, begon voor dien tijd reeds moeijelijkheid bij het ademhalen te ondervinden, {{sc|glaisher}} nog niet. C. klom in den ring der ballon; G. begon verduistering van het gezigt en belemmering in zijne bewegingen te ontwaren en kon den stand der barometers (9¾ duim; hoogte 29000 voet) niet opschrijven. Meer en meer het vermogen om zich te bewegen beginnende te verliezen, trachtte hij C. te roepen, doch kon niet meer spreken; het werd hem duister voor de oogen en hij viel als in slaap. Tot zich zelven gekomen, hoorde hij C. spreken, doch kon niet antwoorden, noch zien, noch zich bewegen. Na eenige oogenblikken begon hij weêr, schoon duister te zien; zijn gezigt klaarde weldra op en het vermogen<noinclude></noinclude> ttdkpni9oid3ij3wsi2c4cupof3w2fx Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/407 104 84602 219822 217783 2026-04-08T11:51:36Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219822 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|3}}</noinclude>blijkt, dat deze den roep, die er reeds van was uitgegaan, ten volle regtvaardigt. Koning {{sc|max II}} van Beijeren had uit eigene middelen eene som van 7000 gulden tot de vervaardiging daarvan toegestaan. Ten einde eenig denkbeeld te geven van de schaal, waarop deze toestel is ingerigt, is het voldoende te vermelden, dat de ruimte, waarin de mensch of het dier, dat aan de proef wordt onderworpen, opgesloten wordt, eene kamer is, zamengesteld uit ijzerplaten en glas. Deze kamer heeft eene kubische gedaante, en elk der zijden is 8 voeten lang, zoodat de geheele inhoud 512 kubiekvoeten of 12,7 kubiek-ellen bedraagt. In deze kamer wordt de lucht gestadig vernieuwd, door middel van zuigpompen, die door een uurwerk bewogen worden en waarmede men den luchttoevoer volkomen regelen kan, terwijl de hoeveelheid daarvan door gasuurwerken (gazometers) gemeten wordt. De lucht wordt geanalyseerd vóór de intreding in en na het uittreden uit de kamer. Hiervoor zijn een aantal zeer vernuftige neventoestellen aangebragt, voor welker beschrijving, alsmede voor die der analytische methoden, wij echter naar het oorspronkelijke moeten verwijzen. Dat bij zulk eene inrigting ook alle andere uitscheidingen, die gedurende het verblijf in de kamer plaats grijpen, naauwkeurig kunnen bepaald en aan een analytisch onderzoek onderworpen worden, is duidelijk. En zoo levert deze toestel een middel om met de grootste naauwkeurigheid al de veranderingen na te sporen, die, gedurende een zeker tijdsverloop, in de stofwisseling en in de daarvan afhankelijke verschillende uitscheidingen ontstaan, en hunne hoegrootheid met juistheid te bepalen. Reeds zijn door {{sc|pettenkofer}} in vereeniging met {{sc|voit}} een aantal onderzoekingen met dezen toestel gedaan, waaruit gebleken is, dat deze geheel aan zijn oogmerk voldoet. De nu reeds verkregen uitkomsten, welke echter minder vatbaar zijn voor eene korte mededeeling ter dezer plaatse, wettigen de hoop, dat voortgezet onderzoek daarmede veel licht zal verspreiden over verscheidene gewigtige physiologische vraagstukken. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Voetsporen van voorwereldlijke dieren.''' — In eene vergadering der ''Schles. Gesells. f. Vaterl. Cultur'' deelde {{sc|göppert}} mede, dat zijne onderzoekingen over de Permische flora zoover gevorderd zijn, dat hij voornemens is deze in het licht te geven. Bij die gelegenheid maakte hij ook gewag van eene ontdekking van voetsporen in dezelfde formatie door Dr. {{sc|beinert}}. Deze voetsporen schijnen afkomstig te zijn van reptilien. Men herkent daarin minstens 6 soorten. Eene soort, uit de permische formatie van Boheme, is reeds door Professor {{sc|geinitz}} onder den naam van ''Saurichoites lacertoides'' beschreven geworden. (''Bonplandia'' 1862, p. 258.) {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 51m1n3aj8z7j326j6wiq30a6j8pqxk7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/406 104 84603 219815 217784 2026-04-08T09:23:09Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219815 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|2|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>2°. Wanneer het metaal zijn oorspronkelijk volume herneemt en bij de zamentrekking eenen arbeid verrigt gelijk aan dien, welke noodig is geweest om het te doen uitzetten, dan ontstaat eene verwarming, die gelijk is aan de door de uitzetting te weeg gebragte verkoeling. Deze verwarming is dus ook evenredig aan de kracht, die het metaal zich heeft doen uitzetten. 3°. Wanneer het metaal zijn oorspronkelijk volume herneemt, zonder arbeid te verrigten, is de verwarming grooter dan in het eerste geval. Het verschil tusschen de ontwikkelde warmtehoeveelheden is evenredig aan den in het eerste geval verrigten arbeid. 4°. Hieruit blijkt, dat, wanneer een metaal van volume verandert, zonder dat de grenzen zijner veerkracht overschreden worden, de wijziging in zijn warmtetoestand, welke er het gevolg van is, niet enkel afhangt van het volume bij het begin en van dat bij het einde, maar ook van de omstandigheden, waaronder de verandering heeft plaats gegrepen. 5°. Uit eenige proeven leidt ook E. het besluit af, dat, indien bij de uitzetting van een metaaldraad de grenzen zijner veerkracht overschreden zijn, eene verwarming in plaats van eene verkoeling wordt voortgebragt. (''l' Institut'', 1862, p. 324). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Rood lood.''' — {{sc|Wöhler}} deelt mede, dat, indien men eenen elektrischen stroom door eene oplossing van salpeterzuur loodoxyd laat gaan, de kristalplaatjes, die zich aan de negatieve pool vormen, na eenige uren eene roode kleur aannemen, die hen volkomen op metallisch koper doen gelijken. Het gelukt echter nimmer bij al de kristalplaatjes deze verandering te voorschijn te roepen. De roode plaatjes, van de overige afgescheiden, veranderen in verdund zoutzuur en salpeterzuur niet. In laatstgenoemd zuur lossen zij zich bij verwarming op, maar blijven tot het laatst toe koperrood. In alkaliën zijn zij onveranderlijk. In luchtvrij waterstofgas verhit, blijven zij onveranderd tot op omstreeks 200°; daarop smelten zij tot bolletjes van gewoon lood. Met ijzerchlorid overgoten, verdwijnt de roode Kleur dadelijk om voor de gewone loodkleur plaats te maken. W. vermoedt, dat dit roode lood een allotropische toestand of eene verbinding van waterstof met lood is. (''Ann. d. Chem. u. Pharm., Supplem''., II, S. 135). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ademhalings-proeven.''' —- Reeds sedert eenigen tijd was het bekend geworden, dat door {{sc|pettenkofer}} een toestel, op reusachtige schaal, werd ingerigt, die dienen moest tot het doen van proeven over de ademhaling van menschen en dieren. Thans is in de ''Ann. d. Chemie u. Pharmacie, Supplementbd''., II, p. 1, eene uitvoerige beschrijving van dien toestel verschenen, waaruit inderdaad<noinclude></noinclude> jj42nk6rhe98wmz9a5thypv5lxljtdr Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/405 104 84604 219814 217785 2026-04-08T09:19:37Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219814 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Meting van de snelheid des lichts en van de parallaxis der zon.''' — {{sc|Leon foucault}}, die vroeger op eene zinrijke wijze de verschillende snelheid des lichts in middenstoffen van onderscheiden digtheid bepaalde, heeft thans den toestel, die hem tot deze bepaling diende, zoo doen inrigten, dat hij daarmede de werkelijke snelheid des lichts meten kan. Uit eene reeks van waarnemingen besluit hij, dat, terwijl men vroeger aannam, dat die snelheid 508 millioenen meters per seconde zoude bedragen, zij in werkelijkheid 298 millioenen bedraagt. Volgens hem is deze bepaling zeker naauwkeurig tot op ± 500.000 meters na. Is het genoemde cijfer juist, en brengt men het in verband met de constante der aberratie 20',45, om er de parallaxis der zon uit af te leiden, dan verkrijgt men daarvoor 8',86, in plaats van 8',57, gelijk tot dusverre is aangenomen, en zoude derhalve de gemiddelde afstand van de aarde tot de zon {{smaller|{{frac|1|30}}}} minder bedragen dan die, welke is afgeleid uit de waarnemingen tijdens de overgangen van Venus over de zon. Het is duidelijk, dat dan ook alle andere numerische waarden, waardoor grootten en afstanden in ons zonnestelsel worden uitgedrukt, eene evenredige verandering zouden moeten ondergaan. (''Compt. rendus'', 1862, LV, p. 501). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Verband tusschen den warmtetoestand van een vast ligchaam en den daardoor verrigten arbeid.''' — De heer {{sc|edlund}}, een Zweedsch natuurkundige, heeft eene reeks van proeven genomen, ten einde te onderzoeken, welken invloed de door een veerkrachtig ligchaam verrigte arbeid op den warmtetoestand van dit ligchaam heeft. Hij koos daartoe loodregt gespannen metaaldraden. Zijne hoofduitkomsten zijn de volgende: 1°. Wanneer een metaal wordt uitgezet, zonder de grenzen van zijne veerkracht te overschrijden, verkoelt het zich. De verkoeling is evenredig aan de mechanische kracht, die de uitzetting te weeg brengt. {{nop}}<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1863.}}||{{smaller|1}}{{gap}}}}</noinclude> qk504cxhlt7af4ai29ubshskqbyltre Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/77 104 84783 219808 218051 2026-04-08T06:37:52Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219808 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude> {{dhr|2}} {{c|{{xx-larger|L. EULER'S BRIEVEN AAN EENE DUITSCHE PRINSES;}} {{smaller|DOOR}} {{larger|[[Auteur:Jan van der Hoeven|{{sc|J. van der HOEVEN.}}]]}}}} {{dhr|2}} {{rule|5em}} {{dhr}} In onze eeuw, en vooral in de laatste jaren, is het aantal van boeken, waarin men poogt de kennis der natuur op eene algemeen bevatteliike wijze voor te dragen, op eene verbazende wijze aangegroeid. Het is misschien geoorloofd te betwijfelen, of met dit aantal populaire geschriften ook de kennis der natuur in dezelfde evenredigheid onder het algemeen toegenomen is. Wanneer men overigens ook al geneigd moge zijn om de aangewende pogingen, wat hare strekking betreft, goed te keuren, zou het echter mogelijk zijn, dat de wijze, waarop die pogingen veelal werden in het werk gesteld, minder bijval verdiende. Het is althans niet te ontkennen, dat vele schrijvers, die de taak op zich nemen van wetenschappelijke onderwerpen zóó te behandelen, dat de oningewijde lezer nuttig onderrigt in hunne werken vinden kan, niet genoegzaam schijnen te hebben nagedacht over de pligten, die deze taak hun oplegt, en over de eischen, waaraan zij moeten voldoen. — Het eerste, 'tgeen men met regt van elk verwacht, die anderen begeert te onderrigten, is dat hijzelf de wetenschap zich eigen gemaakt heeft, waarover hij spreken of schrijven wil. Het is noodeloos de waarheid hiervan met vele woorden te betoogen, en het schijnt bijkans overtollig dezen eisch te vermelden. Maar hetgeen wij dikwerf zien gebeuren, is nogtans met deze eenvoudige opmerking volkomen strijdig. De populaire boeken over natuurkundige onderwerpen worden voor een groot gedeelte geschreven door de zoodanigen, die slechts eene zeer sobere mate van kennis bezitten en aan wien het beter voegen zou nog onderrigt te ontvangen dan als onderwijzers van anderen op te treden. Het is niet genoeg dat een schrijver met twee of drie boeken, uit welke hij<noinclude></noinclude> egkuzvtsk3oxxz30m01l4oemxn0p3b4 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/78 104 84977 219809 218390 2026-04-08T06:40:11Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219809 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|60|L. EULER’S BRIEVEN|}}</noinclude>uittreksels maakt, een boek zamenstelt, dat hij voor populair wil doen doorgaan, alleen misschien omdat hij zorgvuldig vermeden heeft er in op te nemen, wat hem zelven onverstaanbaar bleef. Bij deze eerste, onverbiddelijke voorwaarde van een goed populair boek, dat het door iemand geschreven zij, die zijne stof meester is, moet men evenwel nog eenige andere vereischten voegen. Onder deze eischen noem ik in de eerste plaats een' beschaafden stijl. Duidelijkheid, levendige voorstelling en beknoptheid zijn, zoo ik mij niet bedrieg, de voornaamste eigenschappen, waardoor zich de schrijftrant van een populair boek onderscheiden moet, zal het in waarheid aanspraak kunnen maken op den naam van een populair boek. Over de laatstgenoemde eigenschap stel ik mij voor, dat niet elk zoo onbepaald dezelfde meening hebben zal. Nemen wij sommige populaire boeken in handen, dan zouden wij bijkans vermoeden, dat de schrijvers dier boeken, wel verre van zich op beknoptheid te hebben toegelegd, getracht hadden door veelheid van woorden de bevattelijkheid hunner voorstelling te bevorderen. Er is niets, dat de aandacht meer afmat, dan eene noodelooze breedvoerigheid. Wat met weinige, wel gekozen woorden gezegd kan worden, zal verduisterd worden door vele woorden, die noodwendig min gepast en minder juist zijn. Het gedachteloos lezen, waartoe zoo vele voortbrengsels der roman-litteratuur al aanleiding genoeg geven, zal van dergelijke woordenrijke schrijfwijze het gevolg zijn, en van dat gedachteloos lezen kan geen nut worden verwacht. Wij rekenen het in een populair boek geenszins tot een gebrek, dat de lezer somtijds gedwongen wordt het gelezene nog eens te herlezen. Zoo de lezer niet tot nadenken wordt opgewekt, is het veelal daaraan te wijten, dat de schrijver zelf weinig heeft gedacht. De waarlijk populaire schrijver moet dat nadenken te gemoet komen, door gepaste rustpunten, en door nu en dan in korte trekken een overzigt te geven van 'tgeen vroeger door hem ontwikkeld en betoogd werd. Behalve deze beknoptheid, die naar mijne meening eene hoofdvoorwaarde is van een goeden schrijftrant in het algemeen, geloof ik, dat ook de levendige voorstelling eene voorname plaats inneemt onder de eigenschappen, die den stijl van hem moeten kenmerken, welke als populair schrijver nuttig wezen wil. Die levendigheid wordt door niets<noinclude></noinclude> 7e2oml4a98d4086dkpeq38rnedvt5ck Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/80 104 84978 219811 218391 2026-04-08T07:07:17Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219811 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|62|L. EULER’S BRIEVEN|}}</noinclude>of daar schuilen mogt, te voorschijn halen. Maar het genoegen, dat ons de lezing van het oorspronkelijke onlangs gaf, spoorde ons aan om er onze landgenooten in te doen deelen, door er hunne aandacht op te bepalen. En wij konden dat nergens beter doen, dan in een tijdschrift, hetwelk, aan verspreiding van natuurkennis toegewijd en daaraan nu reeds eene reeks van jaren dienstbaar, door een groot aantal van lezers in handen wordt genomen. Misschien zal de titel van het boek eenigen twijfel doen ontstaan, of het door ons wel teregt tot de populaire boeken wordt gebragt. Zekerlijk kan men het geen volksboek noemen in den eigenlijken zin des woords, daar het toch wel niemand in de gedachten komen zal eene Duitsche Prinses tot het volk te rekenen. Maar men zou zich vergissen, als men meende, dat de schrijftrant dezer brieven zich door hoofsche taal zou kenschetsen. Behalve het opschrift en de letters V.A. (''votre Altesse''), die dikwerf voorkomen, zijn deze brieven volstrekt niet onderscheiden in trant van zoodanigen, die men aan eene beschaafde vrouw rigten zou. Ik weet niet, of {{sc|euler}} ze werkelijk voor eene of andere vorstin geschreven heeft, 'tgeen niet onmogelijk is; waarschijnlijker nogtans is het, dat dit opschrift slechts eene fictie is. Door deze fictie was het echter voor {{sc|euler}} niet mogelijk, tot die smakelooze en somtijds ongepaste vrijheden en dubbelzinnigheden te vervallen, welke een later schrijver, {{sc|louise-aimé martin}}, zich veroorloofd heeft in zijne ''Lettres & Sophie sur la Physique, la Chimie et l'Histoire naturelle''<ref>Van dit boek, dat in 't begin dezer eeuw ook hier te lande veel bijval vond, verscheen in 1811 eene tweede uitgaaf, in welker voorrede wij lezen: ''"Ces lettres, adressées dans l'origine a une demoiselle charmante, renfermaient quelques galanteries qui ne pouvaient intéresser le public; j'ai senti, avec un critique distingué, qu'il était nécessaire d' en diminuer le nombre, et je les ai remplacées par des pièces qui naissaient du sujet."'' Intusschen had {{sc|martin}} het voorbeeld van {{sc|demoustier}} ter zijner verontschuldiging, die in zijne algemeen bekende ''Lettres à Emilie sur la Mythologie'' nog veel verder gegaan was, en de oude fabelleer onder een veelverwig kleed van Fransche galanterie en frivoliteit bijkans geheel gemoderniseerd had. {{sc|Martin}} volgde dat voorbeeld meer dan dat van {{sc|euler}}, dat hem echter bekend was, en waarvan hij nu en dan gebruik maakt, in die plaatsen van zijn werk, welke onder de beste gedeelten behooren.</ref>. Nog meer evenwel werd {{sc|euler}} van deze verkeerdheid teruggehouden door den ernst van zijn wetenschappelijk karakter. Doch er is eene andere bedenking, die misschien zou kunnen oprijzen, of het werk van {{sc|euler}} wel aanspraak kon maken om als model<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> jvaviigr72q3sz590lnciqkijnzb2u9 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/79 104 84979 219810 218392 2026-04-08T06:42:56Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219810 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||AAN EENE DUITSCHE PRINSES.|61}}</noinclude>meer bevorderd, dan door de ingenomenheid met het onderwerp, 'tgeen den schrijver bezig houdt. En die ingenomenheid is niet denkbaar, tenzij de schrijver vooraf zijn onderwerp behoorlijk nagespoord, door gezet nadenken ontleed en vervolgens duidelijk overzien heeft. Waar dit het geval is, zullen hem gepaste woorden van zelf toevloeijen, en, naarmate zijn geest meer geoefend, zijn smaak door de lezing van goede schrijvers meer beschaafd is, zal zijn geheugen hem van zelf voorbeelden ter opheldering aanbieden, die aan zijne voorstelling eene bevallige verscheidenheid geven. In het algemeen is het ontegenzeggelijk de pligt van hem, die voor het publiek schrijft, zich in verband met dat publiek te stellen, maar hij moet zich dat publiek niet al te laag denken, hij moet er achting voor hebben en, wanneer hij er toe afdaalt, het moet zijn om het tot zich op te trekken. Platheid is geen vereischte van duidelijkheid; triviaal te schrijven is geenszins hetzelfde als populair te schrijven. Die anderen beschaven wil, moet zelf beschaafd zijn. Wat is het, dat ons in de gesprekken van werkelijk beschaafde menschen zoo onweérstaanbaar bekoort, zoo het niet juist die betamelijkheid, dat welvoegelijke, dat welluidende is, 'tgeen in hun spreken en handelen doorstraalt? Slechts die onbeschaafden worden er door teruggestooten, die in hunne onbeschaafdheid hunne eer stellen; en zulke onbeschaafden zullen ook niet ligt populaire boeken over wetenschappelijke onderwerpen in handen nemen. Deze denkbeelden kwamen bij mij op, toen ik voor eenigen tijd het boek van {{sc|euler}} weder in handen nam, 'tgeen voor meer dan 90 jaren het licht zag: ''Lettres & une Princesse d' Allemagne sur divers sujets de Physique et de Philosophie''. Hoezeer {{sc|euler}} in Basel geboren en zijne moedertaal het hoogduitsch was, heeft hij dit werk echter in het Fransch opgesteld, 'tgeen nogtans later in 't Hoogduitsch vertaald is geworden. Ook bestaat daarvan eene Nederduitsche vertaling, waarin ik mij herinner als kind gelezen te hebben, hoezeer ik daarvan weinig onthouden en waarschijnlijk ook destijds weinig begrepen heb. Het is overigens niet te ontkennen, dat de stijl der Nederduitsche vertalingen, althans van die, welke in de vorige eeuw in het licht kwamen, voor den goeden smaak niet altijd zeer bevredigend is. Wij willen dus die oude vertaling van {{sc|euler's}} brieven niet uit het stof der boekerijen, waarin zij nog hier<noinclude></noinclude> jixs62p725nps0t0yb30x2x9w7vj4oh Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/81 104 84980 219812 218393 2026-04-08T09:12:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219812 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||AAN EENE DUITSCHE PRINSES.|63}}</noinclude>van een werk te dienen, dat zich het bevattelijk maken van natuurkennis ten doel stelt. Wanneer wij het bekende ''Conversations-Lexicon'' op den naam van {{sc|l. euler}} naslaan, dan vinden wij daar van zijne ''Lettres à une Princesse d' Allemagne'' vermeld, - dat de schrijver het stelsel van {{sc|leibnitz}} over de Monaden en de vooraf bepaalde harmonie daarin bestreden heeft, en dat dit het veld niet was, waarop hij schitteren kon (tiende uitgave, 1852, V, bl. 668). Uit deze uitspraak zou men al ligt vermoeden, terwijl overigens niets over den inhoud van dit boek gezegd is, dat deze wijsgeerige strijd het grootste gedeelte van deze brieven uitmaakte. De uitspraken evenwel van een woordenboek, al werd het ook bij duizende exemplaren verspreid, zijn daarom nog niet onfeilbaar, en dat zij het althans hier niet zijn, zou kunnen blijken, wanneer wij de bladzijden tellen wilden, die aan dezen wijsgeerigen strijd zijn toegewijd. Of overigens dit het veld niet was, waarop {{sc|euler}} schitteren kon, willen wij onbeslist laten; om te schitteren was het {{sc|euler}} noch hier noch in de overige gedeelten van zijne Brieven te doen; maar zoo men onpartijdig en onbevooroordeeld de bladzijden leest, die op deze onderwerpen betrekking hebben, zal men er eene bewonderingswaardige helderheid en vooral eene groote mate van gezond verstand in opmerken; misschien geene eigenschappen om, in de schatting van sommigen, op het veld der bespiegelende wijsbegeerte eene goede vertooning te maken. Moge al de Wolfiaansche wijsbegeerte (want van {{sc|wolf}}, die de stellingen van {{sc|leibnitz}} aannam, spreekt {{sc|euler}} meer dan van {{sc|leibnitz}} zelven) thans door andere wijsgeerige stelsels vervangen zijn, de monaden heeft men ook nog in onze eeuw onder eenen anderen vorm weder zien te voorschijn komen, en de, met de vooraf bepaalde harmonie zoo eng verbonden, vraag over de vrijheid van den mensch is in onze dagen wel eene oude, maar geene verouderde vraag te noemen. Misschien konden ook de tegenwoordige strijders op het gebied der wijsbegeerte nog veel leeren van hem, wiens bestemming het niet was op dat gebied te schitteren. {{sc|Leonard euler}} was vooral een wiskundig man. Zijne verdiensten als zoodanig zijn algemeen bekend en erkend, maar het ligt buiten den kring mijner studiën, mij daarover zelf eenig oordeel aan te matigen. {{sc|Arago}} zegt van hem: "{{sc|euler}}'' calculait sans effort apparent, comme les''<noinclude></noinclude> jcsma71ku7qxnp0s7mbbw4tmzd6f2o7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/82 104 84981 219813 218394 2026-04-08T09:16:27Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219813 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|64|L. EULERS BRIEVEN AAN EENE DUITSCHE PRINSES.|}}</noinclude>''hommes respirent, comme les aigles se soutiennent en l'air"''. Gevormd door {{sc|jean bernouilli}}, werd hij reeds vroeg naar Petersburg geroepen om daar in de Akademie der Wetenschappen de plaats van {{sc|daniel bernouilli}} te vervangen. In 1741 werd hij naar Berlijn beroepen, doch keerde echter in 1756 naar Petersburg terug, waar hij in 1782 overleed. Het is gedurende zijn verblijf te Berlijn, dat {{sc|euler}} deze brieven opstelde. Zij behandelen vooral het licht, het geluid, de destijds bekende verschijnsels van magnetismus zoowel als van elektriciteit en eindelijk eenige onderwerpen van physische geographie. Zij zijn bijzonder kort (de drie deelen bevatten niet minder dan tweehonderd vierendertig brieven), en zij bieden daardoor den lezer vele rustpunten aan. Vele onderwerpen zijn naar den tegenwoordigen toestand der wetenschap geheel onvolledig behandeld. Maar het is minder om er natuurkunde uit te leeren, dan wel om er de methode van eene ware populaire behandeling van physische onderwerpen uit te ontleenen, dat wij gelooven deze brieven ook thans nog als modellen te moeten aanprijzen. Zij kunnen tevens tot weêrlegging strekken van de meening, dat grondige kennis voor eene populaire voorstelling schadelijk is en dat een wis- of natuuurkundige minder goed en aangenaam schrijven moet, dan een oppervlakkig dilettant, die zich gevormd heeft door de lezing van de vlugtige voortbrengsels der hedendaagsche letterkunde. {{sc|Euler}} had, zoo als zijne levensberigten luiden, in zijne jeugd de Ouden bestudeerd, en men verhaalt zelfs, dat hij de ''Aeneis'' van {{sc|vergilius}} van buiten kende. Deze liefde voor het latijnsche heldendicht deelde {{sc|euler}} met den beroemden ontdekker van den bloedsomloop, wit{{sc|liam harvey}}, die de ''Aeneis'' op reis altijd met zich droeg. Wij hopen, dat deze regels eenig nut mogen doen. Oude boeken ongelezen te laten, is thans niet ongewoon; zij bevatten echter somtijds eenen rijken schat van zaken; die niet te kennen en niet te gebruiken, strekt ons waarlijk niet tot eer. Ik voeg hier nog alleen deze opmerking bij, dat {{sc|condorcet}} de ''Brieven aan eene Duitsche Prinses'' met eenige bijvoegsels op nieuw in 't licht heeft gegeven, ''"en y retranchant'' (zegt een Fransch schrijver) ''les passages favorables a la religion chrétienne."'' Ik heb deze uitgave van {{sc|condorcet}} niet gezien en wil niet hopen, dat de aangehaalde woorden daaraan tot aanbeveling zullen verstrekken. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> q37bybng6jrf1f3adumecjtphnr0x37 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/113 104 85119 219787 218608 2026-04-07T19:00:32Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219787 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE MIEREN BUITEN EUROPA.|95}}</noinclude><section begin="mieren"/>Daarentegen verdelgen zij ook vele lastige diertjes. Wil men te bed gaan, dan moet men ze eerst daaruit wegjagen, waarop zij zich dan ook, zoo lang men te bed ligt, verwijderd houden. Worden zij iemand lastig, zoo giet men kokend water in haar gebouw; wil men ze met het sap van suiker, waarmede eenig rattekruid gemengd is, dooden, zoo roeren zij deze spijs niet aan." (Uit {{sc|petermans's}} ''Mittheilungen über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie'', 1862, 2es Hft., bl. 58 en v.). {{r|[[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="mieren"/> <section begin="voorbeeld"/>{{c|{{larger|EEN VOORBEELD TOT NAVOLGING.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} In het begin van dit jaar stierf te Weenen de bankier {{sc|i. lieben}}. Bij uiterste wilsbeschikking bestemde hij eene aanzienlijke som tot werken van algemeen nut, en daaronder f 6000 om de renten te doen strekken tot eenen driejaarlijkschen prijs, toe te wijzen door de Keizerlijke Akademie van wetenschappen. Beurtelings zal deze prijs toegekend worden aan de beste verhandeling over een onderwerp uit het gebied der natuurkunde, met inbegrip van de physische physiologie, en aan eene over een scheikundig onderwerp of eene toepassing der scheikunde op de physiologie. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="voorbeeld"/><noinclude></noinclude> 5rrflv5qsn8dncbn8kwllgjnfptkt7n Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/112 104 85120 219792 218609 2026-04-07T19:13:46Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219792 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|94|DE MIEREN BUITEN EUROPA.|}}</noinclude>en verteren alle groote en kleine insekten en de menschen moeten, zoolang het bezoek duurt, hunne woningen verlaten." {{sc|Homberg}} zegt, "dat men in Parimaribo, als zij aanrukken, kisten en kasten opent, opdat zij er in kunnen komen, en dat zij ook ratten, muizen en andere in de huizen schadelijke dieren verdelgen." — {{sc|Hermann burmeister}} merkte op, dat de door de visite-mieren afgebeten en in het nest gedragen bladstukken, wanneer zij tot verrotting overgaan, tot voeding der larven dienen, en dat ook de bladeren van boomwol en maniok zeer gaarne door haar tot dit doel gebruikt worden. "De Peruaansche trekmier," zoo verhaalt {{sc|eduard pöppig}}, "vormt optogten, van uren lang, wier breede kolonne digt gedrongen marscheert, en zich, zonder zich om eenige hindernissen te bekommeren, voorwaarts beweegt. Naderen zij een huis, zoo opent de bewoner haar gaarne alle vensters; want wat zich van schadelijk gewormte, insekten en larven mag ingenesteld hebben, dat alles brengen zij aan het licht of dwingen het tot eene haastige vlugt. De verborgenste hoek der hutten ontgaat hare navorschingen niet, en het dier, dat hare aankomst afwacht, is reddeloos verloren. Volgens het berigt der inboorlingen overweldigen zij zelfs groote slangen, terwijl zij ze op duizenderlei wijze overvallen, en hoe ook het gewonde dier zich moge wenden, zoo is toch binnen weinige uren slechts nog het goed gereinigde geraamte over. Des nachts rust het leger uit, terwijl het zich tot bollen van de grootte van een pompoen zamenbalt. Nadert de morgen, zoo lossen deze verzamelingen zich op en de togt gaat weder voorwaarts. Gewoonlijk geven deze mieren aan gebaande wegen de voorkeur boven het hooge gras, en de wandelaar, die ze ontmoet, ziet zich gedwongen om of terug te wijken of met groote sprongen over het leger heen te ijlen, waarbij hij echter niet zonder beten doorkomt. Blijft hij staan, dan is hij spoedig tot aan de knie met mieren overdekt, die zich met hare groote tangen vastbijten, doch slechts eene spoedig weder verdwijnende pijn veroorzaken. — Eene andere mier, de roode Peruaansche geheeten, woont gewoonlijk in de huizen, waar alles van haar wemelt en eetwaren en huisdieren ter naauwernood tegen haar te beschermen zijn. {{nop}}<noinclude></noinclude> 7ojux2ir19qyuib8mpmpez6fxs7sclb Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/111 104 85121 219791 218610 2026-04-07T19:11:31Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219791 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE MIEREN BUITEN EUROPA.|93}}</noinclude>verteerd werd. Zij aten ook negerkinderen op, die door hunne ouders met melk, honig en siroop gevoed en dan alleen gelaten waren. De door de mieren verwoeste suikervelden werden afgebrand en zoo voor eenigen tijd gereinigd. — Van de schade, welke de suikermieren op de West-Indische eilanden en het naburige vasteland aanrigtten, geeft {{sc|robert schomburgk}} in zijne ''History of Barbados'' een overzigt. {{sc|Oviedo}} en {{sc|herrera}} voeren aan, dat in de jaren 1518, 1519 en 1520 het eiland Hispaniola zoo door mieren verwoest werd, dat alle planten volkomen weggevreten werden. Het gevolg daarvan was, dat er een algemeene hongersnood en eene bijna geheele ontvolking ontstond. Op Jamaica werd in het begin van de 16de eeuw de stad Sevilla Nueva door mieren, die de oogsten vernietigden, ontvolkt. In het jaar 1760 verwoesteden zij Barbados, in 1763 Martinique, in 1770 Grenada. Het liefst nestelden zij zich onder het suikerriet en de oranjeboomen. Alle kleine dieren, ook jonge hoenders, kalveren en zwijnen werden door haar aangevallen; bedlegerige menschen moesten zorgvuldig tegen haar beschermd worden. Legde men gloeijende kolen op de plaats, waar zij huisden, dan stortten zij met geheele massa's daarop en stierven. In weerwil van de belooning van 20,000 pond sterling, die de regering voor een algemeen verdelgingsmiddel uitloofde, werd zulk een middel niet gevonden. Na een geweldigen storm, die in het jaar 1780 plaats had, waren zij bijna geheel verdwenen. In het jaar 1814 kwamen zij weder als landplaag te voorschijn, maar niet op zulk eene schrikbarende wijze, als vroeger. — De visite-mieren (''Formica cephalotes'', {{sc|L}}.) zijn bijna zoo groot als wespen, bewonen Zuid-Amerika, "kunnen in één nacht," gelijk {{sc|merian}} waarnam, "geheele boomen zoo ontbladeren, dat zij er als bezemrijs uitzien, en slepen de stukgebeten bladeren in hare dikwijls acht voet hooge nesten. Willen zij van den eenen boom tot den anderen overgaan of over een smal water trekken, dan bijt één zich vast; andere hangen zich als een keten daaraan; de keten laat zich door den wind naar het verlangde doel heendrijven en de overige marcheren er over heen als over een brug. Zij dringen in Suriname jaarlijks eenmaal met ontelbare menigten in de huizen, loopen door alle kamers, dooden<noinclude></noinclude> nhbf3adaqpyj3otejrx4lzilt2ay5la Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/110 104 85122 219790 218611 2026-04-07T19:08:33Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219790 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|92|DE MIEREN BUITEN EUROPA.|}}</noinclude>doorschijnende granaten gevuld was, uit welke, zoo als hij zeide, in eene streek van Nieuw-Mexiko de mierenhoopen bestaan. In Nieuw-Grenada zag {{sc|fröbel}} eene zeer kleine mierensoort, van welke eene schaar een grooten, dooden schorpioen bemagtigde en zich zoo regelmatig rondom hem verdeelde en zoo geregeld arbeidde, dat het haar gelukte het dier bij een witten muur op te brengen, vervolgens langs de benedenzijde van een zolderbalk heen en daar in een gat van dien balk te bezorgen. Hij zag daar ook eenmaal den optogt van eene mierenkolonie, die in digt gedrongen rijen uit een gat in den muur over de veranda heen in een ander trok. Het trok daarbij zijne aandacht, dat de schaar uit mieren van zeer verschillende gestalte en grootte bestond en dat eenige kleine kevers mede marcheerden. — Graaf {{sc|c. von görtz}} nam in Britsch-Guyana eene schaar kleine mieren waar, die in zijne kamer verscheen, nadat daar toevallig een kruipend dier van een duim lang dood getrapt was. Eenige van deze diertjes grepen den eenen voet van het doodgetrapte dier als een disselboom, gingen daarmede vooruit en gaven de rigting aan den togt; anderen trokken mede, anderen schoven op en zoo ging het voertuig naar den muur en daartegen op. — {{sc|Castles}} berigtte in het jaar 1790, dat de suikermier in Nieuw-Grenada groote verwoestingen in de suikerplantaadjes aanrigtte, waartegen niets te doen viel, hoewel de regering een prijs van 20,000 pond sterling voor een zeker tegenmiddel uitloofde. Deze mier is donkerrood en van middelbare grootte en bedekte destijds de wegen somtijds uren lang. Zij at van de boven den grond staande deelen van het suikerriet niet het geringste, ondermijnde slechts zijne wortelen en leefde alleen van doode en levende dieren, doode ratten, jong gevogelte enz. Zij ondermijnde ook de oranjeboomen en bragt deze tot sterven. {{sc|Barboteau}}, regeringsraad op Martinique, beschreef in 1776 de verwoestingen, welke kleine suikermieren daar op gelijke wijze in het suikerriet aanrigtten. Zij leefden het liefst van de bladluizen van het suikerriet, maar vermeerderden zoo ontzaggelijk, dat zij uit de suikervelden te voorschijn braken, de hoenders in de hokken doodbeten en opaten, het weidende vee overvielen en bedekten, mond, neus en luchtpijp vulden, totdat het dood nederstortte en van haar<noinclude></noinclude> h3ueeyiu0qh8osu4ogdcavc7erqcv1y Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/108 104 85123 219788 218613 2026-04-07T19:03:05Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219788 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|DE MIEREN BUITEN EUROPA.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Wie, die onze inlandsche mieren kent en in haar werkzaam leven heeft gadegeslagen, zal ooit op de gedachte kunnen komen, dat deze diertjes tot de groote verwoesters behooren, voor wie menschen en dieren met ontzag en vrees terugdeinzen? En toch is dit werkelijk zoo. In de warme klimaten vormen zij eene magt, die in de huishouding der natuur groote daden verrigt. Prof. {{sc|h. lenz}} heeft zeer belangrijke berigten betreffende de mieren, die in de heete gewesten van onzen aardbol wonen, bijeengezameld. Wij meenen de lezers van het Album der Natuur geen ondienst te doen, wanneer wij hun het een en ander daaruit mededeelen. Op Banka vond dr. {{sc|f. epp}} mieren van 1½ duim lengte. — Toen {{sc|julius kögel}} op Amboina woonde, stelde hij zijne met eetwaren gevulde potten in groote watervaten; maar de mieren gingen in groote scharen aan de zoldering van de kamer en lieten zich van daar op de potten nedervallen, wier inhoud zij dan verteerden. Als {{sc|kögel's}} hoenders broeiden, drongen zij in de eijeren, welke de kiekens, die wilden uitkruipen, van binnen begonnen te openen, en aten spoedig de kiekentjes op. — Op Ceylon zag {{sc|knox}} groote roode mieren, welke hare nesten aan boomtakken bouwen en zoo vreeselijk bijten, als men ze stoort, dat men de vruchten van zulke boomen niet kan oogsten. — In Australië moet men, gelijk een van {{sc|lenz's}} vrienden, die daar tien jaren lang geweest is, verhaalt, de bijenkorven op schragen zetten, wier beenen van water omgeven zijn, omdat zij anders door de mieren van honig beroofd worden. — In de Abyssinische provincie Samen kwamen mieren van één duim lang in {{sc|bruce's}} tent, beten een deel van de tent, de tapijten en borstels aan stukken en staken pijnlijker dan schorpioenen. — In oostelijk Midden-Afrika heeft {{sc|richard burton}} mieren van één duim lang gevonden, wier beet even als de steek van een rood gloeijende<noinclude></noinclude> 3bz5jzt3zilejoijjb94pfo9tt8onzl Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/109 104 85124 219789 218614 2026-04-07T19:05:56Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219789 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE MIEREN BUITEN EUROPA.|91}}</noinclude>naald brandt, en die, waar zij inbreken, met gemak ratten, muizen, slangen en hagedissen verdelgen. — In Guinea zag pater {{sc|carly}} massa's, die zich als stroomen voortwentelden, zich in de huizen, waar zij eenigen voorraad vonden, in weinige oogenblikken tot de hoogte van een halve voet ophoopten en geheele doode ossen in een enkelen nacht verteerden. — In Zuidoost-Afrika leerde {{sc|livingston}} te Tala Mungongo en Cassange eene roode mier kennen, die in ontzaggelijke scharen termieten, andere insekten, ratten, muizen, hagedissen en slangen overvalt en doodt. Deze reiziger gelooft, dat de termieten Zuid-Afrika overal zouden verwoesten, wanneer de mieren hun geen groote afbreuk deden. Daarin munten vooral graauw-zwarte, ongeveer een halve duim lange mieren uit, wier rooftogten hij op den weg van Marmita naar Kamka waarnam. De dieren gaan op eene lange rij, drie of vier nevens elkander; vooraan eenige door grootte uitstekende aanvoerders, die nooit iets dragen, terwijl de overige bij den terugkeer ieder eene halfdood gestokene termiet slepen. Stoort men den optogt, dan geven de dieren een sissend geluid van zich. Zij schijnen den weg, dien zij gegaan zijn, bij den terugkeer door den reuk weder te vinden; want als {{sc|livingston}} eens, toen eene schaar juist voorbij getrokken was, op haren weg water goot, kwamen de dieren, als zij op den terugweg die plek bereikten, in groote verlegenheid, trokken niet verder en liepen wel een half uur lang zoekend heen en weer, totdat eindelijk een van de aanvoerders een grooten omweg om de natte plek maakte en de voortzetting van den weg wedervond. Werd een handvol aarde midden in een troep geworpen, dan geraakten de mieren, die zich nog daar achter bevonden, in grooten nood, wisten niet hoe ze verder zouden komen, bleven staan, klouterden meermalen op den kleinen aardheuvel, maar gingen er niet over, ofschoon hij maar een vierde duim hoog was. Eindelijk maakte dan eene mier den weg er om heen, vond het regte spoor, en dan ging de togt verder. — In Californië nam {{sc|julius fröbel}} in de nabijheid van den mond der Rio Colorado mieren waar, die hare mierenhoopen uit steentjes van eene bepaalde soort, b.v. uit louter kwarts of veldspaath bouwen; ook toonde men hem een kleinen zak, die met louter kleine,<noinclude></noinclude> s09ofg1orydrszjt10su3nvsmxna3rd Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/211 104 85158 219765 218687 2026-04-07T18:14:48Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219765 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{x-larger|DE WORTELS DER PLANTEN;}} {{x-smaller|DOOR}} {{larger|[[Auteur:Nicolaas Willem Pieter Rauwenhoff|{{sc|N.W.P. RAUWENHOFF.}}]]}} {{smaller|(''Vervolg en slot van bladz.'' 191).}}}} {{dhr|2}} {{rule|5em}} {{dhr}} {{c|DE RIGTING VAN DEN WORTEL.}} In het eerste gedeelte van dit opstel is reeds opgemerkt, dat bij de kieming van het zaad zich terstond een groei in twee rigtingen openbaart, die gewoonlijk polair aan elkander tegenovergesteld zijn. De stengel groeit naar boven, de wortel naar onderen. Aan het punt vanwaar die groei schijnt uit te gaan, den overgang tusschen stengel en wortel, schreef men vroeger een bijzonder gewigt toe en men noemde dit levensknoop; later echter heeft men ingezien, dat hierin ten onregte de eerste oorzaak dier verschillende rigtingen gezocht werd. Daarna heeft men zich veel moeite gegeven om te ontdekken, door welke oorzaak dan toch de wortel steeds benedenwaarts gedreven werd, en een tal van proeven is hierover genomen, waarbij men nu eens onderstelde, dat de zwaartekracht, dan eens dat het licht hierbij als hoofdoorzaak werkzaam was. Die proeven, zeer vernuftig uitgedacht, hebben soms belangrijke bijzonderheden doen kennen, en ik acht het daarom niet ondienstig ook hierbij een oogenblik stil te staan. In het algemeen gaat, overal waar een penwortel aanwezig is, deze loodregt naar beneden, en wanneer er hindernissen op dien weg zijn, dan tracht de wortel die te overwinnen of, zoo dit niet mogelijk is, gaat hij daarom heen, om dan vervolgens de oude rigting weder aan te nemen, Men ziet dit duidelijk bij jonge wortels in een steenachtigen zandgrond, en evenzoo bij planten in potten geplaatst, alwaar de<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||13{{gap|2em}}}}</noinclude> fpoxdgq742mrg2two9v58qhnfhiu8wa Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/212 104 85208 219766 218764 2026-04-07T18:17:37Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219766 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|194|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>wortels langs den bodem loopen naar de opening onder in den pot, en door deze verder naar beneden doordringen. Vooral springt deze neiging om benedenwaarts te groeijen sterk in het oog bij den jongen wortel van het kiemende zaad. Wanneer dit, zoo als menigvuldig geschiedt, niet met de wortelpunt naar onderen is geplaatst, dan buigt zich deze al groeijende weldra zoodanig om, dat hij met de spits loodregt naar beneden gaat. Brengt men daarna het zaad in eene andere rigting, dan heeft er weder eene kromming plaats, totdat de oude neiging bevredigd is. Door telkens na eenigen tijd het zaad anders te plaatsen, heeft {{sc|decandolle}} aldus vijftien maal den wortel van een kiemenden eikel eene andere rigting doen aannemen. Wordt het zaad zoodanig bevestigd, dat de wortelspits zuiver loodregt naar boven is gerigt, dan groeit deze, gelijk {{sc|wigand}} opmerkte, eerst in die rigting voort en buigt zich dan eensklaps naar onder, zoodra het labiel evenwigt (gelijk hij het uitdrukt) verbroken is. Welke is nu de oorzaak van deze bepaalde neiging der wortels? Aanvankelijk schreef men dit toe aan het grooter specifiek gewigt der wortels, die, meer geconcentreerd voedingssap bevattende, aldus naar beneden zouden getrokken worden. Om dit te bewijzen, heeft {{sc|knight}} een vernuftigen toestel uitgedacht. Wanneer, zoo redeneerde hij, de zwaartekracht de hoofdoorzaak is, die den wortel naar beneden drijft, dan moet ook de rigting van dezen eene andere worden, wanneer men de aantrekkingskracht der aarde verhindert in hare gewone rigting te werken. Dan moet bepaaldelijk ook de middelpuntvliedende kracht hier dezelfde werking hebben als bij de ligchamen in het algemeen, zooals men dit ziet in de welbekende proef, waarbij, onder het snel ronddraaijen eener schijf, de zwaardere hagelkorrels zich boven het water plaatsen. Ten einde nu dit proefondervindelijk uit te maken, gebruikte hij de volgende inrigting: Aan den omtrek van een rad van 11 duim middellijn, dat zich vertikaal in het water van eene snelvlietende beek bewoog en 150 omwentelingen in de minuut maakte, bevestigde hij zaden in verschillende rigtingen en bespeurde nu, dat bij het kiemen deze allen hunne worteltjes naar buiten en de stengeltjes naar het middelpunt van het rad rigtten. Wanneer hij nu het rad in horizontale rigting liet ronddraaijen, dan verlengden zich ook stam en wortel in horizontale<noinclude></noinclude> ls51gzjpnpfgh5d6f1j44sw73qqcyka Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/213 104 85209 219767 218765 2026-04-07T18:20:18Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219767 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|195}}</noinclude>rigting, maar het worteltje boog zich met een hoek van 10° naar onder en het stengeltje even zoo veel naar boven. Deze proeven zijn in later tijd door {{sc|wigand}} (''Botan. Unters''.) herhaald en uitgebreid, met nagenoeg dezelfde uitkomst. Het worteltje gedraagt zich als een paslood en wijkt bij genoegzaam snelle omdraaijingen even als dit van de loodlijn af. Hiermede zou dan schijnen de zaak bewezen te zijn, en {{sc|knight}} was werkelijk ook overtuigd, dat de zwaartekracht eene hoofdrol speelt bij de bepaling van de rigting van den wortel. De schrandere onderzoeker begreep echter wel het bezwaar, dat reeds meermalen tegen de duiding dezer proeven is aangevoerd, dit namelijk: dat van zuiver mechanische werking der zwaartekracht hier geen sprake kan zijn, daar deze slechts werkt in evenredigheid der massa, en het worteltje in verhouding tot het zaad geenszins genoeg massa heeft om daaruit die neiging te kunnen verklaren. Daarom grondt {{sc|knight}} zijne voorstelling tevens op het anatomisch zamenstel van den wortel. Deze groeit alleen aan de spits, de stengel daarentegen over eene grootere uitgestrektheid. Door de zwaartekracht wordt bij een liggenden wortel het voedingssap der jongste cellen in meer innige aanraking met den beneden- dan met den bovenwand gebragt. De eerste wordt daardoor meer gevoed, groeit sterker uit en zoo doende komt in het weeke weefsel allengs eene buiging naar onderen, Het zou ons te ver afleiden, hier deze zaken nader te ontwikkelen, die trouwens op verre na niet algemeen aangenomen worden. Alleen moet ik opmerken, dat men uit de proeven van {{sc|knight}} en van {{sc|wigand}} de gegeven verklaring niet met regt kan opmaken, omdat het plantensap, natuurlijk ook aan de werking der middelpuntvliedende kracht gehoorzaamt en daardoor in geheel abnormale omstandigheden gebragt wordt. Bovendien mag men bij een opzoeken der oorzaken, die de rigting der plantendeelen bepalen, ook andere oorzaken van werking, bepaaldelijk het licht, niet vergeten. {{sc|Johnson}} heeft reeds (''Edinb. n. phil. Journ''., 1828) zaden in eene dunne aardlaag op een draadnet, of aan de onderzijde van eene vochtige spons doen kiemen en gezien, dat zij horizontaal en ten deele zelfs benedenwaarts groeiden; en evenzoo heeft men mostaardzaden in vochtig mos, door een spiegel van<noinclude></noinclude> 0exgfzbor0zufn4ducuprh7fvsuuee3 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/214 104 85210 219768 218766 2026-04-07T18:24:30Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219768 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|196|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>onderen verlicht, zien kiemen, met het worteltje naar boven, het stengeltje naar beneden gekeerd (''Arch. de Botan''., II, 451). {{sc|treviranus}} haalt van dergelijke proeven met hare verklaringen nog meer aan (''Physiologie'', II, 598). Hiermede strijden weder de proeven van {{sc|wigand}}, die vond, dat de rigting van den wortel gewijzigd wordt, noch {{sp|door den aard van den kiembode}}m, hetzij die uit bouwaarde, zuiver zand, papier, water of kwikzilver bestond; noch {{sp|door de vochtighei}}d, want de wortels dringen in droog kwik, terwijl vochtige lucht daarboven is; noch {{sp|door de duisternis van den kiembode}}m, want zaden, opgehangen aan de oppervlakte van het water in een van boven donker gemaakt glas, kiemden en zonden hunne wortels in het verlichte, onderste gedeelte van het glas; noch eindelijk bepaalt de bodem als donker en vochtig aanhechtingspunt de rigting van den wortel, want de zaden kiemen zonder bodem, en aan een vertikalen bodem gehecht, waarvan de eene zijde licht, de andere duister is, gaan zij toch loodregt naar beneden, enz. Tegen deze proeven van {{sc|wigand}} zou echter vrij wat in te brengen zijn, en zij zijn op verre na niet met die voorzorgen genomen, welke wij reeds bij {{sc|senebier, de saussure}} en andere oudere physiologen vinden. Vooreerst toch strijdt daarmede de algemeen bekende ervaring, dat de wortels der planten bij voorkeur daar doordringen, waar een vruchtbare en vooral een vochtige bodem aanwezig is. Iedereen weet dit van boomen, die aan een waterkant staan; dientengevolge wijken de wortels aanzienlijk af van de loodlijn. Men denke hierbij ook aan de luchtwortels der Aroïdeën, die nagenoeg onvertakt verscheidene voeten in de lucht voortgroeijen, maar in den grond gekomen, alras een tal van zijwortels maken. Hetzelfde geschiedt bij sommige Ficussoorten. Ten anderen kan niet toegegeven worden, dat het licht zonder invloed is, en {{sc|wigand}} zelf spreekt zich hierin tegen, aangezien hij bij een van onderen verlichten bodem de wortelspits zich naar boven zag ombuigen. Trouwens dit was uit oudere proeven wel bekend. Eindelijk moet hierbij ook aan het anatomisch maaksel van den<noinclude></noinclude> cyrtc5i50znkp7by5qvxvijwfclvk7m Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/215 104 85211 219769 218767 2026-04-07T18:27:44Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219769 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|197}}</noinclude>wortel gedacht worden, en al zijn noch de verklaring van {{sc|knight}}, noch die van {{sc|dutrochet}}, noch die van {{sc|wigand}} toereikend, zoo kan toch niet geloochend worden, dat de wijze van celgroei en van celvermenigvuldiging ook op de rigting van den wortel een belangrijken invloed moet uitoefenen. Voor weinige maanden is dit onderwerp weder ter sprake gebragt door een der beroemdste Duitsche kruidkundigen, door {{sc|w. hofmeister}}, die niet slechts aan de zoo evengenoemde punten behoorlijk de aandacht heeft geschonken, maar gedeeltelijk daarin ook eene oorzaak van het verschijnsel heeft aangewezen, die vroeger nagenoeg geheel over het hoofd was gezien. Hij merkt op, dat bij de asorganen de onderscheiden weefsels onder eene verschillende mate van spanning staan. Reeds in den jongsten toestand, zoodra het orgaan uit den knop te voorschijn treedt, scheiden zich de weefsels in de zoodanigen, die eene neiging bezitten om zich in alle rigtingen uit te breiden, en in dezulken, die door de genoemde neiging passief worden uitgerekt en daarmede evenwigt houden, doch geïsoleerd eene kleinere ruimte zouden innemen dan in het levende, ongeschonden orgaan. Tot de eerste soort van weefsels behoort het saprijke parenchym van schors, merg, bladvlakte enz.; de passief uitgerekte weefsels zijn de buitenvlakte der opperhuid en de bundels vaat- en houtcellen. Men ziet dit verschijnsel duidelijk bij jeugdige stengelorganen, wanneer men daarvan doorsneden maakt, die zoo dun zijn, dat de dikte daarvan minder bedraagt dan de middellijn eener cel in de rigting loodregt op de snijvlakte. Eene dergelijke snede, die alleen opperhuid en schorsparenchym bevat, kromt zich met de holle zijde aan den kant der opperhuid; de snede, die van het merg tot het hout reikt, wordt hol aan de houtzijde, en de snede, door de van opperhuid beroofde schors tot aan den bast of tot aan het hout gaande, wordt hol aan de binnenzijde. Niet altijd zijn bij stengelorganen dergelijke sneden gemakkelijk te maken, maar zeer ligt zijn die krommingen te zien, wanneer men van de saprijke bladeren van eenlobbige gewassen, b.v. knoflook, Hyacinthen of Narcissen, de opperhuid voorzigtig aftrekt. Men verkrijgt dan aan de randen der afgetrokken stukken gewoonlijk gedeelten, die alleen uit den buitenwand der opperhuidcellen bestaan. Deze<noinclude></noinclude> dmrg89s9atsrb0att6uima60weefbwv Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/216 104 85212 219773 218768 2026-04-07T18:29:54Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219773 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|198|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>stukken nu, zonder celholte noch inhoud, krommen zich naar buiten hol; in water rollen zij zich zelfs op, terwijl zij in geconcentreerde suikeroplossing zich weder ontrollen. Deze kromming is geheel onafhankelijk van de spanning door vochtwisseling tusschen aangrenzende cellen. De verschillende buiging van overlangs gespleten stengel- en wortelorganen, die {{sc|dutrochet}} meende op te merken en waaruit hij ten onregte de verschillende rigting van beide geloofde te kunnen verklaren, behoort dus niet hier. Die bedoelde kromming heeft, volgens {{sc|hofmeister}}, zelfs plaats bij eencellige planten (b.v. bij Nitella), tengevolge van de spanningsverschillen der onderscheiden lagen van den celwand. Van deze verschillen nu gaat {{sc|hofmeister}} uit om de rigting te verklaren, waarin stengel- en wortelorganen groeijen. Die verschillende spanning bewerkt eene neiging om naar boven te groeijen bij al die plantendeelen, welke nog voor zoodanige kromming vatbaar zijn. Wanneer men den stengel van een jong kiemplantje van turksche tarwe (''Zea Mays'') of van erwten (''Pisum sativum'') met was bevestigt aan de ondervlakte van eene horizontale, ondoordringbare plaat, zoodanig dat de stengel over zijne geheele lengte tegen de plaat aanligt, en men brengt nu dezen toestel in eene digt gesloten, blikken kast, waarvan de wanden nat gehouden worden (dus in eene vochtige, volledig donkere ruimte) dan ziet men binnen 10 tot 24 uren den stengel gebogen in een naar onderen bollen, naar boven geopenden boog, wiens kromming bij ''Zea'' tot 110°, bij ''Pisum'' tot 180° klimmen kan. Bij deze buiging heeft, gelijk opzettelijke metingen {{sc|hofmeister}} geleerd hebben, verlenging plaats van beide helften van den stengel. Door de vasthechting met was is echter de kromming een weinig tegengehouden, zoodat, wanneer men na de genoemde tijdsruimte het was losmaakt, de kromming nog iets sterker wordt door zamentrekking aan de holle en door verlenging aan de bolle of onderzijde. De beschreven buiging of kromming nu ontstaat niet door vermeerderde neiging om zich uit te zetten van het parenchym der onderste helft, maar door vermindering der elasticiteit, of zoo men wil, door toeneming der uitrekbaarheid van de naar onderen gekeerde opperhuid. Deze wijziging wordt bij allerlei planten te weeg gebragt, wanneer<noinclude></noinclude> el86ybyrcrabmxv9qcynrh4e4mfkw79 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/217 104 85213 219776 218769 2026-04-07T18:32:06Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219776 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|199}}</noinclude>men de organen buigt, en men kan de uitkomst der proef dus algemeen aldus uitdrukken: Alle uit hunne natuurlijke stelling gebragte organen zullen zich opwaarts krommen, omdat er spanningsverschillen tusschen de onderscheiden weefsels zijn, en omdat in de onderste lengte-helft van het orgaan de uitrekbaarheid toeneemt van die celwanden, welke de uitzetting verhinderen van de hiertoe neiging hebbende weefsels. Dit geldt zelfs van de wortels, die in het oudere gedeelte de merkwaardige eigenschap bezitten (welke steeds geheel over het hoofd is gezien) zich opwaarts te krommen, zoodra zij uit de normale rigting gebragt worden. Tegenovergesteld aan deze actieve, opwaartsche kromming is echter de naar beneden gerigte buiging der jonge wortels. Wanneer men een kiemend zaad of een uitloopenden bol of knol op eene horizontale, ondoordringbare onderlaag zoodanig bevestigt, dat een ontstaande wortel terstond de onderlaag treft, dan ontwikkelt zich deze wortel tegen die onderlaag aan, zonder zich ooit van deze te verwijderen door eene naar onderen holle kromming van den uitgegroeiden wortel. Het verschijnsel wordt iets gewijzigd, wanneer men, in plaats van het zaad van den aanvang der kieming af op de onderlaag te plaatsen, de reeds loodregt naar beneden ontwikkelde wortels op de horizontale, gladde plaat legt en het plantje aan deze onwrikbaar bevestigt. Men bespeurt dan eerst de boven vermelde opheffing van het oudere deel van den wortel, waarin spanningsverschillen tusschen de onderscheidene weefsels voorkomen. Is hierdoor het uiteinde van den wortel een weinig van de plaat opgeligt, dan wendt zich, terwijl de wortel zich verlengt, het nieuw gevormde deel naar beneden, totdat zijn uiteinde onder een scherpen hoek de plaat raakt. Van nu aan blijft de wortel digt tegen de plaat aangroeijen, en de vroeger gemaakte bogt blijft onveranderd, In dit verschil ligt het fundamentele onderscheid tusschen beide soorten van krommingen, tusschen de opwaartsche en die, welke het middelpunt der aarde zoekt en door {{sc|hofmeister}} geocentrische kromming genoemd is. Het blijkt uit deze proef, dat de geocentrische kromming alleen in het uiterste deel van den wortel plaats vindt. Herinneren wij ons nu, wat straks aangaande het anatomisch maaksel en den groei van den<noinclude></noinclude> 8rr8tgqp4tlmaa7nkw5rt3yx0qu5vc2 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/218 104 85214 219777 218770 2026-04-07T18:34:05Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219777 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|200|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>wortel gezegd is, dan weten wij, dat de top bedekt wordt door een wortelmuts, die van buiten afsterft en van binnen aangroeit, en dat onmiddellijk hieronder en innig hiermede vereenigd het jongste deel van den wortel gevonden wordt, waar krachtige celvermeerdering plaats heeft. Een weinig hooger op heeft deze opgehouden, maar de cellen verlengen zich nog in lengte-rigting, terwijl de weefsels meer en meer elk hun bijzonder karakter aannemen. De geocentrische kromming nu heeft plaats in het wortelstuk, dat zich nog verlengt, zooals men gemakkelijk kan aantoonen, door op het geheele jongste deel van den wortel puntjes op gelijken afstand van elkander te plaatsen en de wijzigingen in deze afstanden van tijd tot tijd te meten. Het blijkt dan, dat het vermogen der geocentrische kromming zich niet uitstrekt over het geheele wortelstuk, dat nog in de lengte groeit. Het oudste stuk, waar de grootste strekking der gevormde cellen plaats heeft, is daarvoor niet meer vatbaar, maar omgekeerd beperkt zich die kromming ook niet tot het slechts {{smaller|{{frac|1|20}}}} van een Ned. streep dikke laagje, waar celvermeerdering geschiedt. Er is alzoo een klein schijfje, van 0,5 tot hoogstens 1 Ned. streep dikte, waar die kromming ten gevolge der zwaartekracht kan plaats hebben, en dat, onder den invloed van deze, eenigzins beschouwd kan worden als een droppel van eene taaije vloeistof. In dit gedeelte wordt geen spanningsverschil tusschen de weefsels gevonden, want waar dit voorkomt, bestaat het vermogen om zich benedenwaarts te krommen niet meer. Naarmate eindelijk de wortelmuts een grooter of kleiner deel van den wortel bedekt, en naarmate de strekking in de lengterigting meer of minder aanzienlijk is, zal het voor de benedenwaartsche kromming vatbare schijfje dikker of dunner zijn. Zoo ziet men b.v. bij de luchtwortels der Orchideen, die weinig in de lengte groeijen, eene plotselinge en scherpe buiging van de spits van den groeijenden wortel, zoodra deze uit den natuurlijken stand gebragt is. Bij de sterk in de lengte zich ontwikkelende hoofdwortels van vlinder- en kruisbloemige gewassen is daarentegen het voor kromming vatbare gedeelte zeer klein. Op deze wijze tracht {{sc|hofmeister}} het merkwaardige verschijnsel van de eigen rigting, waarin stengel en wortel groeijen, te verklaren, Hoewel wij niet ontveinzen mogen, dat hiermede nog niet alles toegelicht<noinclude></noinclude> 5jcswqjeejf3qd174v9j1vg5iks6rup Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/219 104 85215 219778 218771 2026-04-07T18:35:54Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219778 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|201}}</noinclude>is, zoodat nader onderzoek geenszins overbodig is, zoo moeten wij echter erkennen, dat door hem eene nieuwe, vroeger geheel onbekende of althans niet behoorlijk opgevatte oorzaak ter verklaring is aangevoerd en door juiste proeven verdedigd, zoodat het vraagstuk eene schrede nader tot zijne oplossing is gebragt. {{dhr}} {{c|VERRIGTINGEN VAN DEN WORTEL.}} {{dhr}} Er blijft ons over, na te gaan, welke de verrigtingen zijn van den wortel in het plantenleven. Dat die verrigtingen van belang moeten heeten, heb ik reeds gezegd in den aanvang van dit opstel, toen ik op de overdragtelijke beteekenis van het woord "wortel" opmerkzaam maakte. Steun en voedsel, ziedaar wat de wortel aan de plant verschaft, het laatste alleen, waar de wortels evenals de geheele plant drijvende zijn in het water. Op welke wijze nu deze verrigtingen, bepaaldelijk die der voeding, vervuld worden en welk deel van den wortel daarbij de hoofdrol speelt, dit is nog niet in alle opzigten bekend. Maar het ware niet moeijelijk, met de beschrijving der proeven over dit onderwerp genomen, en met het oog op de betrekking van den wortel tot den bodem en het overige der plant, een gansch boekdeel te vullen. Ik zal dus, om van de aandacht mijner lezers en lezeressen geen misbruik te maken, hierover slechts zeer kort zijn en alleen eenige hoofdpunten aanstippen. Dat de wortel der plant een steun geeft in den grond, is iedereen bekend en behoeft geene nadere toelichting. De penwortel, die diep in den grond boort en de talrijke zijwortels, die herhaaldelijk zich vertakken en wijd en zijd zich verspreiden, vormen zoo vele steunpunten, waardoor der plant een stevige stand verzekerd is en waardoor zij zelfs tamelijk hevige stormen kan doorstaan. Waar de wortels in een gedeelte ontbreken of vergaan zijn, of waar de aard van den bodem eene diepe beworteling belet, daar staat de boom eerder aan omwaaijen bloot, gelijk de Pinksterstorm van het jaar 1860 dit nog op vele plaatsen van ons vaderland en bepaaldelijk in het Haagsche bosch geleerd heeft. Bij vele uitheemsche planten, zoo als sommige Palmen en de meeste<noinclude></noinclude> 2nno1lt4kgtjs4g8p655ukdr9szwnh6 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/220 104 85216 219779 218772 2026-04-07T18:38:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219779 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|202|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>Pandaneën, moeten bovendien de talrijke luchtwortels, die uit verschillende hoogten van den stam benedenwaarts gaan, den noodigen steun verschaffen, Welke verrigtingen de luchtwortels der Orchideën, die nimmer den grond bereiken, te vervullen hebben, is nog niet in alle opzigten bekend. Belangrijker, maar ook moeijelijker toe te lichten is de hoofdverrigting der wortels, om aan de plant uit den bodem voedsel toe te voeren. Dat dit geschiedt, dat de plant uit den grond allerlei stoffen opneemt, en dat zij aldus op een vruchtbaren bouwgrond veel beter gedijt dan op een schralen bodem, is wederom iedereen bekend, maar omtrent de wijze, waarop dit geschiedt, en omtrent de oorzaken van dit vermogen is onze kennis nog onvolledig. In de eerste plaats moeten wij vragen, in welken vorm neemt de wortel voedingsstoffen op? Wanneer men niet geheel vreemdeling is op het gebied der plantenkunde, wanneer men weet, dat de wortel, zoo als elk ander plantendeel, uit een aantal cellen en vaten van onderscheiden vorm bestaat en nergens ware openingen van buiten vertoont, dan schijnt het niet twijfelachtig, welk antwoord op die vraag te geven. Integendeel, het mag vreemd schijnen, dat in den tegenwoordigen tijd die vraag nog gedaan wordt, aangezien de voedingsstoffen toch niet anders dan in oplossing door de celwanden heen in den wortel kunnen komen. Immers verschillende proeven met kleurstoffen, in uiterst fijn verdeelden staat in water verspreid aan gezonde wortels aangeboden, hebben geleerd, dat al hetgeen niet volkomen in oplossing verkeerde, niet werd opgenomen. Doch in den laatsten tijd heeft {{sc|liebig}}, naar aanleiding van de belangrijke proeven van {{sc|way}}, de stelling opgebouwd, dat de plantenwortels hun voedsel wel is waar in oplossing bekomen, maar zelve een eigen werking op den bodem uitoefenen. Deze proeven van {{sc|way}}leerden, dat de bouwgrond van daarin gebragte opgeloste stoffen sommigen vastlegt en anderen in oplossing brengt. De drainwateren zijn dien ten gevolge zeer arm aan vaste bestanddeelen, en {{sc|liebig}}, hieruit verkeerdelijk besluitende tot hetgeen in den bodem werkelijk in oplosbaren toestand voorkomt (daar hij de vlakte-aantrekking geheel over het hoofd ziet) meent, dat de plantenwortels een eigen oplossend vermogen<noinclude></noinclude> eaijanio5pbxqxmn4rviy1ppkwlgrrs Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/221 104 85217 219780 218773 2026-04-07T18:40:32Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219780 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|203}}</noinclude>op den grond moeten hebben, daar zij anders de noodige anorganische stoffen niet kunnen bekomen. Deze besluiten, met den naam van {{sc|liebig}} en met zijne levendige voorstelling verkondigd, hebben velen verleid om de gewone zienswijze te laten varen en zich in den wortel eene functie te denken, waartoe overigens niet de minste grond bestaat. De onjuistheid der uitspraken van {{sc|liebig}} is in {{sc|mulder}}'s jongste werk: "De scheikunde der bouwbare aarde" overtuigend en uitvoerig aangetoond, zoodat ik den belangstellende daarheen mag verwijzen. Juist het gebondene in den grond is voor de planten noodig en geeft ons de verklaring van het raadsel, waarom de eerste stortregen niet al de opgeloste stoffen des bodems wegspoelt. De hoofdoorzaken, waardoor het vocht in de wortels intreedt en verder gevoerd wordt, zijn, voor zoo verre wij die kennen, osmose, capillariteit en vlakte-aantrekking, en voor de bebladerde planten bovendien de verdamping van vocht door de bladeren. Zien wij dit een weinig nader voor de land- en waterplanten. Vooreerst wat de laatsten betreft, deze hebben hare wortels in het water en dus van alle zijden van vloeistof omgeven. In dat vocht zijn eenige stoffen opgelost, maar die oplossing is op verre na niet zoo geconcentreerd, als die van eiwit- en zetmeelachtige stoffen in de jeugdige celletjes. Er moet dus, volgens de bekende wetten der osmose, van de omringende vloeistof in de cellen treden, die hierdoor een meer verdunden inhoud verkrijgen en weder met meer inwendig gelegen cellen eene wisseling van vocht veroorzaken. Dit gestoorde evenwigt wordt bij den groei der plant voortdurend onderhouden, omdat, bij de vorming van nieuwe cellen en de vergrooting en wandverdikking der bestaande, aanhoudend nieuwe toestanden geboren worden. Dit geldt voor alle waterplanten, waarbij dan nog komt, dat diegenen, welke hare bladeren in de lucht verheffen, door de voortdurende verdamping van water, een aanhoudenden toevoer hiervan door de wortels noodzakelijk maken. Maar uit het gezegde volgt niet, dat allerlei planten uit hetzelfde vocht daarom juist altijd dezelfde stoffen in dezelfde betrekkelijke hoeveelheid moeten opnemen. {{sc|Trinchinetti}} heeft integendeel proefondervindelijk bewezen, dat dit niet plaats heeft. Uit een mengsel van salpeter en keukenzout (twee zouten, die elkander<noinclude></noinclude> n3elop4u8tz05wn34isnj3cmo7q25ln Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/222 104 85218 219781 218774 2026-04-07T18:42:58Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219781 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|204|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>niet ontleden) namen b.v. ''Mercurialis annua'' en ''Chenopodium viride'' veel salpeter en weinig keukenzout, omgekeerd ''Satureja hortensis'' en ''Solanum Lycopersicum'' veel keukenzout en weinig salpeter op. Wij zien dus hieruit, dat van het omringende vocht niet alle opgeloste stoffen in gelijke hoeveelheid worden opgenomen door de plantenwortels. Dit wordt trouwens nog bevestigd door eene bekende proef van den grooten {{sc|de saussure}}. Deze bragt een aantal exemplaren van ''Polygonum Persicaria'' elk in een verschillend vocht en liet nu overal de helft van de omringende vloeistof door de plant opzuigen. Men zou dus, wanneer alle stoffen gelijkelijk met het water waren opgenomen, van elk 50 deelen in de plant moeten vinden. Doch de uitkomst leerde, dat de planten hadden opgenomen van: {| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |Chloorkalium {{gap|5em}}||14,7 ||deelen. |- |Keukenzout||13 ||{{ditto|deelen}} |- |Salpeterzuren kalk||4 ||{{ditto|deelen}} |- |Zwavelzuren kalk||14,4|| {{ditto|deelen}} |- |Chloorammonium||12 ||{{ditto|deelen}} |- |Azijnzuren kalk||8|| {{ditto|deelen}} |- |Zwavelzuur koperoxyde||47 ||{{ditto|deelen}} |- |Gom||9 ||{{ditto|deelen}} |- |Suiker||29|| {{ditto|deelen}} |- |Veenaftreksel||5 ||{{ditto|deelen}} |- |} Alzoo hadden 50 deelen water zeer verschillende hoeveelheden van de onderscheiden stoffen in de wortels ingevoerd. Hieruit verklaart zich dan ook, dat men bij in hetzelfde water groeijende planten geheel afwijkende betrekkelijke hoeveelheden anorganische stoffen aantreft. De wortelharen, welke hier het vocht opnemen, zijn anders zamengesteld, bevatten zelve verschillende stoffen, en daardoor zal de door osmose daarin tredende hoeveelheid van stoffen ook verschillend zijn. Wat nu de landplanten betreft, hier zijn de wortels in andere toestanden geplaatst. Al blijven osmose, capillariteit, verdamping ook geldig, de omgeving der wortels is een geheel andere. Hier komt eene nieuwe belangrijke oorzaak, de vlakte-aantrekking in het spel. Iedereen weet, dat de wortels der landplanten verrotten, in plaats van hunne verrigtingen goed te vervullen, wanneer zij in een aanhoudend natten bodem<noinclude></noinclude> t85ulzbgkzc6q0ed089zm882qvy96zc Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/223 104 85219 219782 218775 2026-04-07T18:46:55Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219782 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|205}}</noinclude>geplaatst worden; en wanneer men nagaat, wat er in de natuur geschiedt, dan vindt men, dat de planten het best gedijen, of dat de wortels het best hunne functien verrigten, wanneer de bodem afwisselend vochtig en droog is, en zelfs dan, wanneer de grond schijnbaar geheel is uitgedroogd, weten de wortelharen nog vocht daaruit op te nemen. Evenzoo wanneer men planten kweekt in glazen met aarde, dan ziet men in de talrijke tusschenruimten van den bodem, die door zijne donkere kleur den vochtigen toestand aanwijst, nergens water. De fijne wortelvezelen loopen overal daartusschen door en zijn niet eens overal met den grond in aanraking. Met het oog hierop, schijnt het raadselachtig, op welke wijze de wortels het noodige vocht bekomen, want vloeibaar water is er niet in den grond; deze bevat niet anders dan hygroskopisch water, dat op de oppervlakte der gronddeeltjes kleeft, maar voor het oog onzigtbaar is, Aanvankelijk zou men het eerst denken, dat de wortelharen het vermogen hadden om waterdamp, waarmede de holten in den grond toch opgevuld zijn, te verdigten, maar opzettelijke proeven van {{sc|sachs}} dienaangaande leeren het tegendeel. Jonge komkommerplanten met de ongeschonden wortels gebragt in een glas, waarin water op den bodem en dus de lucht met waterdamp verzadigd was, namen daarvan niet op, maar verdroogden. Ja zelfs onder die omstandigheden had er, zooals eene andere proef met Camellia-plantjes leerde, nog verdamping plaats uit den wortel, behalve de verdamping door de bladeren. Eene andere voorstelling van de werking der wortels in den bodem, door {{sc|sachs}} en anderen in den jongsten tijd ontwikkeld, komt mij veel waarschijnlijker voor. Men kan zich voorstellen, dat, in een met water verzadigden of half uitgedroogden bodem, elk deeltje van alle zijden met een dun waterlaagje omgeven is, zoodat deze waterdeeltjes te zamen eene soort van hollen kogel of spheer uitmaken, in het midden waarvan het gronddeeltje geplaatst is. Nu zullen die waterdeeltjes, welke het naast aan het bodemgedeelte gelegen zijn, met veel grooter kracht worden vastgehouden dan de meer naar den omtrek der spheer gelegen waterdeeltjes, omdat de aantrekking in dubbele reden vermindert, naar mate de afstand van het<noinclude></noinclude> 504wkc5mvfw2c04ev5l4f4z6kiho9oj Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/224 104 85220 219783 218776 2026-04-07T18:49:34Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219783 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|206|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>middelpunt van aantrekking toeneemt. Denken wij ons nu elke spheer in een aantal dunne concentrische lagen verdeeld, dan zal elke laag sterker worden vastgehouden, naar mate zij digter bij het centrum gelegen is. Uit een dergelijken bodem kunnen dus de wortelharen slechts dan vocht opnemen, wanneer de vlakte-aantrekking van het vlies op het water grooter is dan de aantrekking of adhaesie van water en grond. Noemen wij de eerste ''a'', en de krachten, waarmede die waterlaagjes teruggehouden worden, van buiten af gerekend ''b, c, d, e'',.... ''n'', dan moet men hebben ''b'' < ''c'', ''c'' < ''d'', ''d'' < ''e'', ''e'' <.....''n'', en eerst dan kan de wortel vocht opnemen als ''a'' > ''b'' is. Stellen wij ''a'' > ''e'', dan wordt het bodemdeeltje van zijne waterlaagjes tot ''e'' toe beroofd. Dit bodemdeeltje staat echter niet alleen. Het is in aanraking met andere bodemdeeltjes, evenzoo met waterspheertjes omgeven, en deze spheren staan met elkander in evenwigt. Noemen wij die bodemdeeltjes A, B, C, D....N, en hunne waterlaagjes W<sub>1</sub>, W<sub>2</sub>, W<sub>3</sub>, W<sub>4</sub>.... W<sub>n</sub>,; dan volgt hieruit, dat, zoo het wortelhaartje aan W<sub>1</sub> de buitenste lagen ontneemt, het hygroscopisch evenwigt verbroken zal zijn, en om dit te herstellen zal er eene beweging van water plaats hebben, waarbij een deel naar W<sub>1</sub>, gaat. In het volgende oogenblik is de hygroscopische evenwigtstoestand een andere, maar toch analoog aan de beschrevene. Ook deze toestand wordt door het wortelhaartje verstoord, en dit gaat voort, zoo lang ''a'' grooter dan de buitenste waterlaag is. Aanvankelijk schijnen ''b'', ''c'', ''d'',''e'', enz. zeer klein, ten opzigte van ''a'' te zijn, maar hunne grootte neemt bij het gronddeeltje met eene hooge magt toe; zoodat daarna plotseling eene aanzienlijke vermindering in de wateropneming der wortels plaats heeft. Op deze wijze verklaart zich, hoe uit den vochtigen, maar niet natten bodem, de wortels vocht opnemen, en hoe zij dit eindelijk niet meer vermogen, niettegenstaande er nog vocht in den bodem is. Dit vermogen is afhankelijk van de waarde van ''a'', van die van ''b'', ''c'', ''d'', ''e''—''n'', van de temperatuur, en van de oppervlakte der wortelharen. Hieruit volgt tevens, dat, zoo het vermogen der wortelharen om waterdamp te condenseren, even groot is als dat om hygroskopisch vocht op te nemen, de wortelharen om in waterdamp dezelfde hoeveelheid vocht aan de plant aan te bieden, eene meer dan 1000 maal<noinclude></noinclude> 9imvw27gmqkemvwbqvnqfugt5mc7vyw Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/225 104 85221 219784 218777 2026-04-07T18:55:47Z WeeJeeVee 2844 219784 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|207}}</noinclude>grootere oppervlakte zouden moeten hebben. Eindelijk volgt hieruit ook, dat een wortelhaartje de stoffen ontvangt, niet slechts van het onmiddellijk aangrenzend bodemdeeltje, maar van een aantal andere tevens, want de hygroscopische beweging, door de vlakte-aantrekking veroorzaakt, heeft ook eene beweging der opgeloste en gebonden stoffen ten gevolge. Voor deze opneming schijnen de plantenwortels anders gebouwd te zijn dan de in water levende. Althans {{sc|sachs}} vond, dat, wanneer men in aarde gegroeide wortels in water plaatst of omgekeerd, zij zich vooraf voor den nieuwen toestand (zie ook boven, bl. 169) moeten accommoderen, alvorens hunne normale verrigtingen te kunnen voortzetten. Zij kwijnen eerst, maar weldra vallen de oude wortelharen af en er verschijnen nieuwe, die de opneming dan met kracht doen plaats hebben. De wortels zijn in hunne verrigting ook afhankelijk van de overige deelen der plant. Zoo b.v., wanneer men in den winter een tak van eenen wijnstok in eene warme kas leidt, beginnen de wortels, niettegenstaande het koude saizoen, te werken. Evenzoo hebben de tuinlieden, bij het verplanten van heesters, de gewoonte om de takken in te korten of de bladeren weg te nemen, ten einde de verdamping in harmonie te brengen met den toestand der wortels. Welke veranderingen nu het opgenomen vocht in den wortel ondergaat en hoe het verder door de plant gaat, zullen wij thans niet onderzoeken. Dit ligt buiten ons onderwerp. Alleen wil ik ten besluite nog wijzen op de vraag, welk deel van den wortel het is, dat vocht opneemt. Deze vraag is verschillend opgevat geworden. {{sc|Decandolle}} en {{sc|treviranus}} meenden, dat het bodemvocht door de punt der wortelvezelen intreedt en aldus het spoedigst in den vaatbundel komt. Doch teregt heeft {{sc|ohlert}} aangetoond, dat de wortelspits van buiten een afstervend weefsel vertoont, uit de oudste cellen der wortelmuts bestaande en ongeschikt om vocht op te nemen. Eerst op een afstand van eenige strepen van de punt vangt, volgens hem, dit vermogen aan. {{sc|Senebier}} heeft jeugdige peenwortels in water geplaatst, de eene met de punt, de andere met den geheelen wortel in het vocht, en zag beide even goed groeijen; voorts plaatste hij den wortel van eene<noinclude></noinclude> jf14m1h46gm7tfx4dz3whptqxztqzw7 219785 219784 2026-04-07T18:55:54Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219785 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE WORTELS DER PLANTEN.|207}}</noinclude>grootere oppervlakte zouden moeten hebben. Eindelijk volgt hieruit ook, dat een wortelhaartje de stoffen ontvangt, niet slechts van het onmiddellijk aangrenzend bodemdeeltje, maar van een aantal andere tevens, want de hygroscopische beweging, door de vlakte-aantrekking veroorzaakt, heeft ook eene beweging der opgeloste en gebonden stoffen ten gevolge. Voor deze opneming schijnen de plantenwortels anders gebouwd te zijn dan de in water levende. Althans {{sc|sachs}} vond, dat, wanneer men in aarde gegroeide wortels in water plaatst of omgekeerd, zij zich vooraf voor den nieuwen toestand (zie ook boven, bl. 169) moeten accommoderen, alvorens hunne normale verrigtingen te kunnen voortzetten. Zij kwijnen eerst, maar weldra vallen de oude wortelharen af en er verschijnen nieuwe, die de opneming dan met kracht doen plaats hebben. De wortels zijn in hunne verrigting ook afhankelijk van de overige deelen der plant. Zoo b.v., wanneer men in den winter een tak van eenen wijnstok in eene warme kas leidt, beginnen de wortels, niettegenstaande het koude saizoen, te werken. Evenzoo hebben de tuinlieden, bij het verplanten van heesters, de gewoonte om de takken in te korten of de bladeren weg te nemen, ten einde de verdamping in harmonie te brengen met den toestand der wortels. Welke veranderingen nu het opgenomen vocht in den wortel ondergaat en hoe het verder door de plant gaat, zullen wij thans niet onderzoeken. Dit ligt buiten ons onderwerp. Alleen wil ik ten besluite nog wijzen op de vraag, welk deel van den wortel het is, dat vocht opneemt. Deze vraag is verschillend opgevat geworden. {{sc|Decandolle}} en {{sc|treviranus}} meenden, dat het bodemvocht door de punt der wortelvezelen intreedt en aldus het spoedigst in den vaatbundel komt. Doch teregt heeft {{sc|ohlert}} aangetoond, dat de wortelspits van buiten een afstervend weefsel vertoont, uit de oudste cellen der wortelmuts bestaande en ongeschikt om vocht op te nemen. Eerst op een afstand van eenige strepen van de punt vangt, volgens hem, dit vermogen aan. {{sc|Senebier}} heeft jeugdige peenwortels in water geplaatst, de eene met de punt, de andere met den geheelen wortel in het vocht, en zag beide even goed groeijen; voorts plaatste hij den wortel van eene<noinclude></noinclude> hknrnpwmvyoh7m5kai6gj5ivxheb2hp Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/226 104 85222 219786 218778 2026-04-07T18:57:51Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219786 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|208|DE WORTELS DER PLANTEN.|}}</noinclude>jeugdige plant in water, maar boog de punt om tot buiten het water, en de plant verwelkte. Eene tegengestelde uitkomst verkreeg {{sc|ohlert}}. Jonge plantjes van ''Pisum sativum, Lupinus luteus'' en ''Calendula officinalis'', met de punt van den wortel in water gezet, verdroogden. Werd het overige deel van den wortel in eene vochtige atmospheer gebragt, dan evenzoo. Daarentegen wanneer hij de planten zoo in water bragt, dat de wortelspits uitstak, groeiden zij allen voortreffelijk; evenzoo als hij de spits afsneed en toelakte, dan maakten zij weldra een tal van nevenwortels. Uit deze proeven besluit hij, dat niet de punt, maar de geheele wortel het vocht opneemt. Tegen deze proeven is echter het een en ander in te brengen. Vooreerst als hij alleen de wortelmuts in water bragt, dan moet volgens aller getuigenis de wortel te gronde gaan. Dat ook de anderen niet terstond groeiden, vindt zijne verklaring in de boven vermelde uitkomst van {{sc|sachs}}, dat de wortels zich accommoderen moeten, als zij in eene andere middenstof gebragt worden. Over het algemeen neemt men, zich ook steunende op het anatomisch onderzoek, thans aan, dat de wortel vocht opneemt over de geheele jeugdige oppervlakte, die gewoonlijk met haren bezet en nog niet verkurkt is. Alleen de wortelmuts zelve neemt hieraan geen deel. De ''spongiolae'' van {{sc|decandolle}} en anderen behooren tot de geschiedenis. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} In het bovenstaande is de tegenwoordige staat onzer kennis van den plantenwortel beknoptelijk medegedeeld. Er ligt ook hier voor den natuuronderzoeker nog een ruim veld ter bearbeiding, hoewel reeds een tal van belangrijke zaken, vooral in de laatste tijden, aan het licht zijn gekomen. Moge dit opstel bij de lezers van het Album de kennis van dit plantendeel vermeerderd, en de behandeling van het onderwerp den naam van ''scientia amabilis'', ook op dit gebied toepasselijk, niet geheel gelogenstraft hebben! {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> 3gs79qildp3yigldoze91whr36rusk9 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/23 104 85693 219772 219609 2026-04-07T18:28:53Z Havang(nl) 4330 219772 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{Larger|'''De ROMANS}}<br>{{asc|VAN}}<br>{{larger|BOUDEWIJN VAN SEBORGH'''}}}} {{smaller|''(Eerst vertaald met AI DeepL en vervolgens nader bewerkt.)''}} {{lijn|3em}} {{c|GEZANG I}} <poem> HEER, sluit nu vrede, ter wille van de almachtige God. Moge Jezus Christus, ere zij hem, die in Bethlehem uit de Maagd geboren zal worden, om ons te beschermen tegen de vijanden in de hel en hun stinkende verblijf, u allen willen behoeden; komt daar niet terecht. Luistert nu naar het verhaal en het lied, mooi opgesteld; het zijn prettige verzen: het gaat over wapens en liefdes, en dappere strijders, en komt voort uit de heldendaden van de goede koning Euriant. U hebt vast wel eens gehoord, in een ander verhaal,10 Over de vrouw van die koning die, toen hij nog leefde, zes zonen en een dochter in éen keer baarde; Waarvan elk eene zilveren ketting droeg, Daarvan maakt Matabrune een zo zwaar misbruik. Zij nam hen de kettingen af; waardoor de zes kinderen, door Gods wil, veranderden in zwanen. Elyas bleef achter, die zoveel kon doen dat alle kettingen daarna weer terugkwamen; waardoor alle kinderen hun uiterlijk terugkregen, en hertog en graaf, kroondragende koning werden.20 Welnu, hij had een dochter, die een mooi lichaam had, Rose werd de dame met het wetende lichaam genoemd, En ja, ze was getrouwd met een dappere prins: Dat is Ernous van Biauvais, die zo geprezen werd. Hij was broer van Bauduin van Biauvais, de machtige, </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> c97h0awvduel9sfogvs3kuos7vl587l 219819 219772 2026-04-08T10:25:54Z Havang(nl) 4330 219819 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{Larger|'''De ROMANS}}<br>{{asc|VAN}}<br>{{larger|BOUDEWIJN VAN SEBORGH'''}}}} {{smaller|''(Eerst vertaald met AI DeepL en vervolgens nader bewerkt.)''}} {{lijn|3em}} {{c|GEZANG I}} <poem> HEER, sluit nu vrede, ter wille van de almachtige God. Moge Jezus Christus, ere zij hem, die in Bethlehem uit de Maagd geboren zal worden, om ons te beschermen tegen de vijanden in de hel en hun stinkende verblijf, u allen willen behoeden; komt daar niet terecht. Luistert nu naar het verhaal en het lied, mooi opgesteld; het zijn prettige verzen: het gaat over wapens en liefdes, en dappere strijders, en komt voort uit de heldendaden van de goede koning Euriant. U hebt vast wel eens gehoord, in een ander verhaal,{{FLR|10}} Over de vrouw van die koning die, toen hij nog leefde, zes zonen en een dochter in éen keer baarde; Waarvan elk eene zilveren ketting droeg, Daarvan maakt Matabrune een zo zwaar misbruik. Zij nam hen de kettingen af; waardoor de zes kinderen, door Gods wil, veranderden in zwanen. Elyas bleef achter, die zoveel kon doen dat alle kettingen daarna weer terugkwamen; waardoor alle kinderen hun uiterlijk terugkregen, en hertog en graaf, kroondragende koning werden.{{FLR|20}} Welnu, hij had een dochter, die een mooi lichaam had, Rose werd de dame met het wetende lichaam genoemd, En ja, ze was getrouwd met een dappere prins: Dat is Ernous van Biauvais, die zo geprezen werd. Hij was broer van Bauduin van Biauvais, de machtige, </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> pszz07342bkwjl3puy9u6g39mkq7351 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/368 104 85720 219738 2026-04-07T12:55:28Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219738 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|350|DE STORMEN OP DEN NOORD-ATLANTISCHEN OCEAAN|}}</noinclude>waargenomen. De Bremer poststoomboot ''Hansa'', die den 16den Februarij New-York verliet, had gedurende de geheele reis ruw en veranderlijk weder. Op den 2östen, toen zij zich reeds op Europeesch gebied bevond, brak een hevige storm uit het O. over haar los. De Oldenburger schoenerbrik Minna, die den 19den Januarij Porto Plata verliet om naar het kanaal te zeilen, werd, na reeds lange aanhoudende stormen te hebben doorgestaan, den 18den Februarij door een hevigen orkaan uit het Z.W, en W.Z.W., die later tot in het N.W. oversprong, overvallen, terwijl zij zich aan de zuidzijde van den golfstroom bevond. Door schifting en zamenstelling der verschillende berigten is het mogelijk een duidelijk en klaar overzigt te krijgen over de geduchte waterbeweging, die op dien tijd een groot gedeelte van den Atlantischen oceaan beroerde. Het is niet onbelangrijk op te merken, dat omstreeks dienzelfden tijd groote ijsmassas zijn waargenomen aan den rand der New-Foundlandsche banken en in het zuidelijk gedeelte van Straat Davis. Uit de ingekomen berigten kan men nu reeds opmaken, dat in de eerste maanden van het jaar 1862 in het geheel 136 groote schepen verongelukt zijn, waarbij 400 menschen het leven hebben verloren. Wanneer wij nu hierbij in aanmerking nemen, dat van een groot aantal schepen volstrekt geen berigten zijn ingekomen, dan mag men veilig veronderstellen, dat het werkelijk verlies van schepen tweemaal zoo groot is geweest, als tot hiertoe is bekend geworden. Als men de gevaren in acht neemt, waaraan zeelieden, vooral op den Atlantischen oceaan, zijn blootgesteld, dan mogen reeders en kooplieden zich wel doordringen met de overtuiging, dat het den door hen aangestelde scheepskapiteins niet te wijten is, als zij, bukkende voor de geweldige natuurkrachten, door geleden averij hunne speculatiën soms te leur stellen, of zelfs naakt en slechts met verlies van schip en lading huiswaarts keeren, (Uit {{sc|petermann}}'s ''Mittheilungen über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie'', 1862, VI, bl. 229.) {{r|[[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> lexxudxrstdd0skox13l3ayw1r9uqwg Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/369 104 85721 219739 2026-04-07T12:58:21Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219739 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude> {{dhr}}{{c|{{larger|EEN TOON-TELEGRAAF.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr} De telegrafie door zigtbare teekens heeft in den loop van weinige jaren eene volkomenheid bereikt, die men vroeger ter naauwernood voor mogelijk zoude hebben gehouden. Thans is de eerste schrede op den weg gezet om zelfs toonen, welligt eenmaal de werkelijke spraak, over groote afstanden voort te leiden met behulp der elektriciteit. De heer {{sc|ph. reis}}, onderwijzer in de natuurkundige wetenschappen te Friedrichsdorf, nabij Frankfort a. M., is het, die daarop het uitzigt heeft geopend. Reeds den 26sten October 1861 stelde hij de leden van het natuurkundig genootschap aldaar in staat, in de gehoorzaal de toonen te hooren, die in een 300 voet van daar verwijderd gebouw werden voortgebragt. De wijze, hoe zulks toen geschieddde, is nu beschreven in {{sc|böttger}}'s ''Polyt. Notizblatt'', 1863, no. 6. In de hoofdzaak bestond de toestel uit de volgende deelen. Een klein vierkant kastje heeft twee openingen, de eene, grootere, is bestemd om er de toonen in te zingen; de andere, kleinere, aan de eerste tegenovergesteld, is bekleed met een zeer dun, strak gespannen vlies (een varkensdarm). Een vederend platina-strookje, ter zijde op het hout bevestigd, raakt in het midden dit vlies aan. Een tweede platinastrookje, mede aan het hout bevestigd, is aan zijn ander uiteinde voorzien van een stiftje, dat het eerste platina-strookje, daar waar het tegen het vlies aanligt, aanraakt. Beide deze platina-strookjes vormen nu de polen eener elektrische batterij, daaraan verbonden door lange draden. Een daarvan is spiraalsgewijs gewonden ter plaatse waar de toon moet worden overgebragt en in deze draadspiraal bevindt zich een dun ijzerdraad, dat met zijne beide, daarbuiten uitstekende uiteinden op twee steunsels op een zangbodem rust. Wordt nu een toon gezongen in de voorste opening van het kastje, dan geraakt het vlies daartegenover in trilling; deze trilling deelt zich mede aan het daarmede in aanraking zijnde platinastrookje. Daardoor ontstaan<noinclude></noinclude> pre65kvjuc5sxtfvp1ewcwi6wid72p1 219740 219739 2026-04-07T12:58:46Z WeeJeeVee 2844 typo 219740 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude> {{dhr}}{{c|{{larger|EEN TOON-TELEGRAAF.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} De telegrafie door zigtbare teekens heeft in den loop van weinige jaren eene volkomenheid bereikt, die men vroeger ter naauwernood voor mogelijk zoude hebben gehouden. Thans is de eerste schrede op den weg gezet om zelfs toonen, welligt eenmaal de werkelijke spraak, over groote afstanden voort te leiden met behulp der elektriciteit. De heer {{sc|ph. reis}}, onderwijzer in de natuurkundige wetenschappen te Friedrichsdorf, nabij Frankfort a. M., is het, die daarop het uitzigt heeft geopend. Reeds den 26sten October 1861 stelde hij de leden van het natuurkundig genootschap aldaar in staat, in de gehoorzaal de toonen te hooren, die in een 300 voet van daar verwijderd gebouw werden voortgebragt. De wijze, hoe zulks toen geschieddde, is nu beschreven in {{sc|böttger}}'s ''Polyt. Notizblatt'', 1863, no. 6. In de hoofdzaak bestond de toestel uit de volgende deelen. Een klein vierkant kastje heeft twee openingen, de eene, grootere, is bestemd om er de toonen in te zingen; de andere, kleinere, aan de eerste tegenovergesteld, is bekleed met een zeer dun, strak gespannen vlies (een varkensdarm). Een vederend platina-strookje, ter zijde op het hout bevestigd, raakt in het midden dit vlies aan. Een tweede platinastrookje, mede aan het hout bevestigd, is aan zijn ander uiteinde voorzien van een stiftje, dat het eerste platina-strookje, daar waar het tegen het vlies aanligt, aanraakt. Beide deze platina-strookjes vormen nu de polen eener elektrische batterij, daaraan verbonden door lange draden. Een daarvan is spiraalsgewijs gewonden ter plaatse waar de toon moet worden overgebragt en in deze draadspiraal bevindt zich een dun ijzerdraad, dat met zijne beide, daarbuiten uitstekende uiteinden op twee steunsels op een zangbodem rust. Wordt nu een toon gezongen in de voorste opening van het kastje, dan geraakt het vlies daartegenover in trilling; deze trilling deelt zich mede aan het daarmede in aanraking zijnde platinastrookje. Daardoor ontstaan<noinclude></noinclude> qt60f7cugs0ckxrmsdgyx5utzvgoc6r Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/370 104 85722 219741 2026-04-07T13:02:47Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219741 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|352|EEN TOON-TELEGRAAF.|}}</noinclude>echter tijdelijke afbrekingen van den stroom, en deze hebben op hare beurt het gevolg, dat de ijzerdraad, die in de draadspiraal bevat is, in trilling geraakt, welke zich mededeelt aan den zangbodem, zoodat de toon waarneembaar wordt. De op die wijze voortgebragte toonen waren wel is waar iets zwakker dan de oorspronkelijke, maar het getal der trillingen en gevolgelijk de toonhoogte dezelfde. Sedert dien tijd is de inrigting nog verbeterd. In {{sc|dingler}}'s ''Polyt. Journal'', Bd. CLIX, p. 23, vindt men de beschrijving en af beelding van eenen dergelijken, doch eenigzins gewijzigden toestel door {{sc|v. legat}}, inspecteur der telegrafen in Kassel, Hij getuigt, dat daarmede niet alleen melodiën, maar ook accoorden en zelfs duidelijk de vragende, uitroepende, verwonderende en oproepende toon worden overgebragt. De uitvinder zelf heeft ook verbeteringen aangebragt, gelijk blijkt uit een berigt in {{sc|bött}}. ''Polyt. Notizbl''., no. 15, overgenomen in {{sc|dingl}}. ''Journal'', CLIX, p. 399. Hij zegt, dat met zijnen verbeterden toestel woorden, mits de toon der stem bekend zij, verstaanbaar overgebragt werden. Ziedaar dus een kind, dat op weg is een reus te worden. De uitvinder heeft het dan ook reeds gedoopt met den passenden naam van ''Telephon''. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> e29xf3keoo2cfoehk4ifara0kxazrx1 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/371 104 85723 219742 2026-04-07T13:08:52Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219742 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude> {{dhr}} {{c|{{larger|'''OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN, TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE;'''}} {{smaller|DOOR}} [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|A. T. REITSMA.]]}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} {{c|{{larger|DE MAAN.}}}} {{dhr}} Van alle hemelligchamen is er zeker geen, hetwelk ons zulk eene goede gelegenheid aanbiedt om met zijne natuurlijke gesteldheid bekend te worden, als de maan, de trouwe satelliet, die onze aarde op hare baan rondom de zon vergezelt. Men mag het er met regt voor houden, dat5zij in onze onmiddellijke nabijheid is geplaatst. Op haren versten afstand toch is zij slechts 55,000 mijlen van onze aarde verwijderd, terwijl zij in haren naasten stand haar zelfs tot op 48,000 mijlen nadert. Haar gemiddelde afstand bedraagt 51,800 mijlen, ongeveer 30 malen de middellijn onzer aarde. En wat is een afstand van 50,000 mijlen bij de ontzaggelijke afstanden, die de sterrekunde ons doet kennen? Bovendien vertoont zij zich aan den hemel als een vrij groote schijf met eene middellijn van 32 minuten. Reeds met het bloote oog kunnen wij haar gelaat naauwkeuriger opnemen, dan bij andere planeten met de sterkste kijkers kan geschieden. Wij hebben dus het regt te verwachten, dat wij van haar een vollediger kennis kunnen verkrijgen, dan van eenig ander ligchaam aan den hemel. De afstand, waarop zij van de aarde is verwijderd, verdwijnt bijna, als wij dien vergelijken met den afstand der zon, die 400 malen verder van ons staat. Wij mogen derhalve onze maan met opzigt tot het lieht en de warmte, die zij van de zon ontvangt, in gelijken toestand geplaatst achten, als onze aarde. Dat zij nu eens 50,000 mijlen nader<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||25{{gap|2em}}}}</noinclude> 6q1mcf9s29srdzn34qmyjhggymyiyy7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/372 104 85724 219743 2026-04-07T13:31:40Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219743 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|354|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>aan de zon, dan weder 50,000 mijlen verder van har af staat, dan onze planeet, kan in den licht- en warmtetoestand op haar, vergeleken met dien op onze aarde, geen aanmerkelijk verschil maken. Maar in de wijze, waarop het licht en de warmte der zon door haar worden opgevangen, heeft daarentegen een in het oog loopend verschil plaats. De maan toch keert aan de aarde altijd dezelfde zijde toe; zij schijnt dus met opzigt tot onze aarde zich niet om hare as te wentelen,—en toch doet zij dit. In denzelfden tijd, waarin zij haren weg rondom de aarde aflegt, heeft ook haar ligchaam eene omwenteling rondom haar eigen as volbragt. Zij gaat bestendig aan den geheelen hemel rond en na 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 2,9 sekonden is zij weder in denzelfden stand tot de zon gekomen, waarop zij bij den aanvang van die periode stond. In 29 dagen en bijna 13 uren volbrengt zij dus haren loop rondom de aarde en tevens ééne rondwenteling om hare as. Hieruit vloeit eene geheel andere tijdsverdeeling voort, dan bij ons plaats heeft. De aarde wentelt in 24 uren om hare as en keert in dien tijd alle punten van haren aequator achtereenvolgend aan de zon toe. Wij noemen dat tijdsverloop éénen dag. Maar op de maan zal het ruim 29½ dagen duren, eer elk gedeelte van haren aequator aan de zon zal zijn toegekeerd. Een maan-dag zal derhalve 29½ van onze aarde-dagen duren. Als voor eene plaats op de maan de zon boven den horizon opgaat, zal zij ruim 7 dagen aan den hemel rijzen, voor zij hare middaghoogte bereikt, en dan weder ruim 7 dagen dalen, eer zij ondergaat. Een nacht van nagenoeg 14{{smaller|{{frac|3|4}}}} van onze dagen zal dan moeten verloopen, eer de zon weder boven den horizon komt. Daar zij met de aarde en als aan haar gebonden haren jaarlijkschen omloop rondom de zon volbrengt, heeft het jaar voor haar dezelfde lengte als voor onze aarde. Maar terwijl de aarde gedurende dien omloop bijna 365¼ malen om hare as wentelt, volbrengt de maan slechts ruim 12{{smaller|{{frac|1|3}}}} omwentelingen. Het aarde-jaar bestaat dus uit 365¼ aarde-dagen van 24 uren; het maan-jaar uit 12{{smaller|{{frac|1|3}}}} maan-dagen, elk van 29½ aarde-dagen. Dat derhalve de tijdmeting en tijdsverdeeling op de maan eene geheel andere moet zijn dan op de aarde, vloeit daaruit van zelf voort.{{nop}}<noinclude></noinclude> a0wc52zmgwc95dv91dsst01pnladwh8 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/373 104 85725 219744 2026-04-07T13:36:25Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219744 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|355}}</noinclude>Ook nog in een ander opzigt bestaat er een aanmerkelijk verschil tusschen de aarde en hare maan. Hare omwentelings-as staat bijna loodregt op de loopbaan, die zij elk jaar met de aarde rondom de zon aflegt. Hen gevolg hiervan is, dat er op de maan geene merkbare afwisseling van jaargetijden plaats heeft. Hare dagen en nachten zijn overal en altijd nagenoeg even lang. Aan de polen loopt de zon geregeld aan den horizon langs. In de streken, onder haren aequator gelegen, loopt de zon het geheele jaar door altijd door het toppunt des hemels. Merkbare verlenging en verkorting der dagen wordt op geene plaats van de maan waargenomen. Daar de maan in volume nagenoeg 49 malen kleiner dan de aarde is en hare massa slechts het 88<sup>ste</sup> deel van de massa der aarde bedraagt, zoo volgt daaruit, dat de stof, waaruit zij bestaat, iets meer dan de helft van de digtheid bezit onzer aarde, of naauwkeuriger uitgedrukt, zoo wij de digtheid der aarde = 1 stellen, dan is die der maan = 0.619. De kracht, waarmede een ligchaam naar haar middenpunt getrokken wordt, met andere woorden de zwaarte, waarmede een ligchaam op hare oppervlakte drukt, bedraagt slechts 0.16 van die op onze aarde. De kracht, die men op aarde noodig zoude hebben om een gewigt van 16 ponden van den grond op te ligten, zou dus op de maan toereikende zijn om een gewigt van 100 ponden op te heffen. Uit dit alles valt gemakkelijk het gevolg af te leiden, dat de natuurlijke gesteldheid der maan zeer veel verschillen moet van die, welke wij op onze aarde waarnemen. Er is onder de sterrekundigen veel getwist, of de maan al of niet van een dampkring omringd is. Bij de volkomene optische hulpmiddelen, die den astronoom thans te dienste staan, lijdt het geen twijfel, dat, zoo er een dampkring rondom de maan bestond, hij moest waargenomen worden, al ware hij ook duizendmaal ijler dan die, welke onze aarde omgeeft. Om dit duidelijk te maken weten wij niets beter, dan de woorden van onzen beroemden Leidschen astronoom {{sc|kaiser}} over te nemen<ref>{{sc|Kaiser}}, ''de Sterrenhemel'', 1e dl, bl. 160.</ref> . "In hare beweging aan den hemel, zal de maan nu en dan eene ster bedekken. Men kent de beweging der maan aan<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 4c2h8f0xlspm685ibhf8gh6rxigok06 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/374 104 85726 219745 2026-04-07T13:39:03Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219745 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|356|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>den hemel en ook hare schijnbare grootte, zoodat men zeer naauwkeurig berekenen kan, gedurende hoeveel tijds de ster achter de schijf der maan verborgen zal blijven. Bezit de maan eenen dampkring, hoezeer wij dien met onze kijkers niet bemerken, zoo moet hij aan dat tijdsverloop eene zekere wijziging toebrengen, want het licht der ster, langs den rand der maan strijkende, zoude eene buiging in haren dampkring moeten ondergaan, waardoor de ster ons nog eenigen tijd zigtbaar zoude blijven, nadat zij zich reeds werkelijk achter de maan bevindt, en waardoor zij, voor ons oog, weder te voorschijn zoude treden, voordat de maan haar werkelijk verlaten heeft. De ster zoude dan minder tijd gebruiken om achter de maan te verwijlen, dan dien zij daartoe, naar de grootte en de beweging van dat ligchaam, gebruiken moest. Het verschil tusschen waarneming en berekening kan dus het al of niet bestaan van eenen dampkring om de maan beslissen; maar dat verschil is onmerkbaar, en het zoude zelfs dan reeds merkbaar zijn, indien de maan eenen dampkring bezat, wiens digtheid door die van onzen dampkring duizend malen overtroffen werd. Zoo dus de maan eenen dampkring heeft, zoude die uit eene luchtsoort moeten bestaan van grootere dunheid of ligtheid, dan die, waartoe wij de lucht van onzen dampkring door de volkomenste luchtpompen kunnen brengen. Zoodanig een dampkring zoude in alle opzigten onmerkbaar wezen en het is zeker, dat de maan althans geenen digteren bezit." De sterrekundige {{sc|schröter}} meende echter de flaauwe sporen van eene zeer zwakke schemering, voornamelijk omstreeks den tijd der nieuwe maan, aan de bovenpunten van dat ligchaam bespeurd te hebben. Hieruit maakte hij op, dat de maan met een dampkring omgeven moet zijn, die zich tot eene hoogte van 452 Ned. ellen boven de oppervlakte van de maan zou verheffen. Doch latere waarnemingen hebben deze opmerking niet bevestigd, zoodat men het wel als uitgemaakt zeker mag beschouwen, dat de maan òf in het geheel geen dampkring bezit, òf dat, zoo zij er een heeft, deze zoo uiterst gering moet zijn, dat hij aan de naauwkeurigste waarneming ontsnapt. De beroemde sterrekundige re verrier heeft dan ook bij de zoneklips van 18 Julij 1860, die hij in Spanje heeft waargenomen, geen spoor van refractie der<noinclude></noinclude> pkxon65rny3xsafcnzxq8si25jk2bi3 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/375 104 85727 219746 2026-04-07T13:43:34Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219746 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|357}}</noinclude>zonnestralen, welke digt langs de maanschijf heengingen, opgemerkt. Maar heeft de maan geen dampkring, dan kan er ook geen water bestaan: want zoo het bestond, zoude het terstond in het luchtledige verdampen en de maan met eene damplaag omgeven. Maar zelfs met de volkomenste kijkers heeft men geen spoor van wolken op het ligehaam der maan kunnen ontdekken. Er bestaat dus ook geen water in dampvormigen toestand. Als men de maan met het bloote oog beschouwt, dan reeds bemerkt men, dat het zonnelicht door haar niet evenredig wordt teruggekaatst. Men bemerkt op het gelaat, dat zij ons toekeert, lichte en donkere vlekken. Beschouwt men haar door een goeden kijker, dan toont zij ons eene oppervlakte, die veel gelijkheid heeft met een kwalijk geslaagd gipsafgietsel, met eene menigte uitstekende bobbels, rimpels en gaatjes bezet. Men kan daaruit reeds op het eerste gezigt het gevolg afleiden, dat de oppervlakte van het maanligchaam zeer oneffen moet zijn. {{sc|Galilei}} was de eerste, die in het begin der 17{{smaller|<sup>de</sup>}} eeuw tot het besluit kwam, dat de maan met bergen en dalen moet zijn bedekt. Volgens hem zouden de hoogste toppen der gebergten zich tot 8800 Ned. ellen boven de vlakte verheffen, omdat hij sommige punten verlicht zag, die nog een twintigste gedeelte van de middellijn der maan verwijderd waren van de lijn, die de dag- en nachtzijde scheidt. Andere sterrekundigen, zoo als {{sc|hevelius}} en {{Sc|herschel}}, hebben deze hoogten eenigzins anders aangegeven. Wij volgen de opgaven, die {{sc|beer}} en {{sc|maedler}} na langdurige studie op het maanligchaam ons gegeven hebben. Volgens deze sterrekundigen zijn er zes bergtoppen, die hooger zijn dan 5800 Ned. ellen, en tweeëntwintig, die eene meerdere hoogte dan 4800 ellen hebben. Vergelijken wij deze hoogten met die van de hoogste bergtoppen op onze aarde, dan zien wij, dat er zich op onze planeet hoogere bergen bevinden dan op de maan. De hoogste bergtop, die {{sc|beer}} en {{sc|maedler}} ons doen kennen, is de Doerfel, die aan de zuidpool van de maan zich tot 7603 Ned. ellen boven de vlakte verheft, terwijl de Kintschindjinga in het Himalaya gebergte, meer bekend onder den naam van Mount Everest, eene hoogte van 8592 Ned. ellen bezit. De 22 bergen, die eene meerdere<noinclude></noinclude> 1no78g2nm7b6z82lkzlwbx0b3bn5h6e Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/376 104 85728 219747 2026-04-07T13:48:37Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219747 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh|358|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>hoogte dan 4800 Ned. ellen hebben, gaan dus slechts een weinig den Mont Blanc te boven, die 4813 Ned. ellen hoog is. Vergelijkt men echter deze hoogten met de ligchamen, waarop zij zich bevinden, dan zijn die op de maan veel aanzienlijker te achten. Want terwijl de hoogste hoogte der bergen op de aarde slechts het 1481{{smaller|<sup>ste</sup>}} gedeelte van hare middellijn bedraagt, is die op de maan het 454{{smaller|<sup>ste</sup>}} gedeelte. Welligt verwondert zich iemand daarover, dat de sterrekundigen ons niet alleen het bestaan der bergen op de maan verzekeren, maar ook zelfs hunne hoogte aangeven. De wijze, waarop dit plaats heeft, is echter zoo moeielijk niet te verklaren. Men ontdekt dikwijls in de nabijheid van de scheidlijn tusschen de dag- en nachtzijde der maan op het donkere gedeelte enkele lichte punten, die gedurig grooter worden en meer naar de dagzijde naderen, totdat zij eindelijk geheel in het licht zijn gekomen. Dit verschijnsel laat zich zeer gemakkelijk verklaren. De zonnestralen worden in hun loop eerst opgevangen en teruggekaatst door bergtoppen, wier voet nog niet door de zon beschenen wordt, die zich dus nog aan de nachtzijde bevindt. Als men nu den afstand tusschen deze lichtpunten en de lichtzijde of de dag- en nachtgrens der maan naauwkeurig meet, dan valt het gemakkelijk daaruit de hoogte van zulk een bergtop te berekenen. Stellen wij ons voor, dat in nevensgaande figuur A C E F {{image missing}}<noinclude></noinclude> b5y2x3ebkw058rqp420t3y1sqihdcoy Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/377 104 85729 219748 2026-04-07T13:51:05Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219748 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|359}}</noinclude>het door de zon beschenen gedeelte van het maanligchaam aanduidt, dat de maan derhalve in een harer kwartieren is. De zonnestralen raken dan het maanligchaam tot in A. Maar indien zich nu op dat zelfde tijdstip in B een verlicht punt op het donkere gedeelte der maan vertoont, dan hebben wij slechts den afstand van dat punt B tot den verlichten maanrand in A te meten. Daar A C de halve middellijn der maan voorstelt, hebben wij derhalve een regthoek B A C, waarvan twee zijden A B en A C bekende grootheden zijn. Daar nu de vierkanten op de regthoekzijden gelijk zijn aan het vierkant op de hypothenuse of schuinsche zijde van den regthoek, valt het gemakkelijk de lengte van BC te vinden. Nu behoeven wij van BC slechts de ons bekende halve middellijn der maan DC af te trekken, dan wijst het overblijvende ons juist de hoogte van den bergspits BD aan. Men kan zich tot hetzelfde oogmerk ook nog van een ander hulpmiddel bedienen. Men meet namelijk de lengte van de schaduw, die een bergtop aan zijne aan de zon tegenovergestelde zijde op de maanvlakte werpt, en daar men de rigting, waarin de zonnestralen op de maan vallen, uit den stand der zon naauwkeurig weet, zoo valt het gemakkelijk daaruit de hoogte van een bergspits te berekenen. Gesteld, dat de zonnestralen in onderstaande figuur in de rigting ZC een berg {{image missing}}<noinclude></noinclude> nvouuwuaik4248jpeg8h0peabrb08qq Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/378 104 85730 219749 2026-04-07T13:57:12Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219749 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|360|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>spits B raken, dan zal deze eene schaduw werpen, die zich over de lijn AC uitstrekt. Wij hebben nu wederom een regthoek ABC, en daar nu de hoogte der zon, dat is de hoek BCA, bekend en de lengte der schaduw AC gemeten wordt, kan daaruit de hoogte van den bergtop AB gemakkelijk worden afgeleid. De vorm der maangebergten verschilt zeer veel van dien der bergen op onze aarde. Zij dragen over 't algemeen het karakter van die gedeelten van onzen aardbol, die van eene in het oogvallende vulkanische formatie zijn. De meeste maanbergen hebben min of meer den zelfden grondvorm. Meestal bestaan zij uit diepe kraters, die met een hoogen steilen ringwal omgeven zijn. Somtijds verheft zich in de diepe vlakte, die door den ringwal omsloten is, een hooge en steile bergtop, die dikwijls eene zeer onregelmatige gedaante heeft en zich zelden tot de hoogte van den ringwal verheft. Veel zeldzamer dan op de aarde zijn de maanbergen tot bergketenen zamengevoegd. Sommige plekken op de maan vertoonen een bergachtig landschap met ontelbare hoogten en laagten van allerlei onregelmatige gedaanten. De groote graauwe vlekken op de maan, die men vroeger ten onregte voor zeeën heeft gehouden en die ook nog met dien naam op de maankaart worden aangeduid, zoo als Oceanus procellarum, Mare serenitatis, Lacus somniorum enz., zijn plaatsen, die wel veel effener zijn dan de gewone oppervlakte, maar in welke men echter eene ontelbare menigte oneffenheden en glooiingen opmerkt. Zij worden dikwijls doorkruist door lange smalle hoogten, die als aderen over het maanligchaam loopen. Men heeft behalve deze formatiën nog een aanzienlijk getal andere ontdekt, die van de vorige in aard geheel verschillen. Het zijn namelijk diepe groeven of voren, die meestal in eene regte lijn door vlakten en bergen heenloopen. Bij volle maan vertoonen zij zich als lichte strepen, omdat zij dan loodregt door de zon worden beschenen. Als daarentegen de zonnestralen bij wassende of afnemende maan schuins in deze groeven vallen, vertoonen zij zich als donkere strepen, omdat de schaduw der randen er dan op valt. Het kunnen zeker niet de drooge beddingen van vroeger bestaande rivieren zijn, gelijk men vroeger wel eens dacht; maar wat zij zijn, is nog zeer twijfelachtig. Hier en daar vindt men ook op de maan lichtstrepen, die meestal<noinclude></noinclude> 8q9fowoowl1rqr7gsik4nu5p47nli8h Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/379 104 85731 219750 2026-04-07T14:01:26Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219750 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /> {{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|361}}</noinclude>in menigte van groote ringgebergten uitstralen. Het zijn noch hoogten, noch diepten, zoo als de groeven, die de maanoppervlakte doorsnijden. Van daar dat vele sterrekundigen van oordeel zijn, dat de grond op die plaatsen door vroegere vulkanische werkingen, door verglazing of verkalking, de eigenschap heeft gekregen om meer licht dan op andere plaatsen der maan terug te kaatsen. Wij kunnen ons hier onmogelijk inlaten met eene meer uitvoerige beschrijving van de verschillende walvlakten, ringgebergten, kraters, diepten, bergaderen, landruggen, groeven en lichtstrepen, die op de maan gevonden worden. De totaal-indruk, dien het aanschouwen en bestuderen van de naauwkeurige maankaart van {{sc|beer}} en {{sc|maedler}} op ons maakt, leidt ons tot de overtuiging, dat de maan eenmaal het tooneel geweest moet zijn van ontzaggelijke vulkanische werkingen. {{sc|schröter}} heeft uit den omvang der kraters en der wallen, waarmede zij omringd zijn, het gevolg afgeleid, dat de kraters zich gevormd hebben, door bij eene enkele uitbarsting hun stof uit te werpen, die den omringenden wal gevormd heeft. Maar wat moet men denken van eene vulkanische werking, waarbij een ringgebergte wordt opgeworpen, hetwelk, zoo als bij het gebergte Copernicus, een krater omsluit, die meer dan 7 mijlen doorsnede heeft bij eene diepte van 18000 voeten? Als men echter in aanmerking neemt, dat de zwaarte op de oppervlakte der maan 6¼ maal minder is dan op onze aarde, dan zal men zich daardoor beter de mogelijkheid kunnen denken van vulkanische werkingen, die alles, wat wij op aarde zien, verre overtreffen. Want dezelfde kracht, die hier een ligchaam tot op een zekeren afstand werpt, zou ze op de maan 6¼ maal verder dragen. Maar al neemt men aan, dat de oppervlakte der maan door vulkanische werking is gevormd, dan volgt daaruit nog niet, dat deze werking door vuur is voortgebragt. Op de maan toch ontbreken de omstandigheden, die bij elke verbranding noodzakelijk zijn. {{sc|Maedler}} houdt het daarom voor meer waarschijnlijk, dat er gas-ontploffingen zonder vuur hebben plaats gehad. Toen de oppervlakte der maan reeds door afkoeling vast was geworden, werden de ingewanden van de maan, die nog sterk verhit waren, zoo geweldig zamengeperst,<noinclude></noinclude> otgbpnacuam07c6zm9evb13zul6twb7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/380 104 85732 219751 2026-04-07T16:36:54Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219751 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|362|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCGHAMEN , |}}</noinclude>dat de inwendig ontstaande gassen zich een uitweg moesten banen door de maanschors heen. In den aanvang hadden deze uitbarstingen plaats op groote schaal over de geheele oppervlakte der maan. Later, toen de verstijving der maanschors verder gevorderd was, vertoonden zij zich alleen op enkele plaatsen, waar de maanschors minder tegenstand bood. In een nog later tijdvak hadden er geene eigenlijke uitbarstingen meer plaats, maar werd de weerstandbiedende maanschors opgestuwd en opgeheven. In den tegenwoordigen tijd schijnt deze vulkanische werking geheel opgehouden en de vorming van de oppervlakte van het maanligchaam voleindigd te zijn. — Op deze wijze meent {{sc|maedler}} zich het best het ontstaan van de verschillende vormingen op de oppervlakte van dit hemelligchaam te kunnen verklaren. Maar is de geschiedenis van onze maan reeds afgeloopen? Ondergaat zij nog veranderingen, of is zij eene geheel afgewerkte en voltooide wereld, het eindprodukt van vroegere natuurwerkingen, die van nu af in haren tegenwoordigen toestand onveranderd blijft volharden? Het heeft niet ontbroken aan sterrekundigen, die gemeend hebben veranderingen op de oppervlakte der maan te bespeuren. {{sc|Herschel}} verhaalt, dat hij den 19 April 1787 op de donkere zijde der maan deze vulkanen in volle werking gezien heeft. De werkelijke middel lijn van het vulkanisch licht werd door hem geschat op 5000 Ned. ellen. {{sc|HeveLius}} geloofde, dat de vlek Aristarchus een nog brandende vulkaan was, om de meerdere lichtsterkte, die van dat punt afstraalt. {{sc|Schröter}} vond in 1788 een krater bij de vlek Hevelius, die volgens zijne overtuiging slechts sedert korten tijd op die plaats ontstaan: was. Op eene andere plaats meende hij een bergtop opgemerkt te hebben, die gedurende zijne waarnemingen kennelijk van gedaante veranderde. Maar daartegenover staat, dat {{sc|beer}} en {{sc|maedler}}, die acht jaren lang de oppervlakte der maan met de meeste volharding en naauwkeurigheid en, met de beste kijkers voorzien, onderzocht hebben, verklaren, dat zij nooit eenig spoor van verandering op de oppervlakte der maan ontdekt en ook niets gezien hebben, wat aan nog in werking zijnde vulkanen, aan bliksemstralen, noorderlicht of schemering kan doen denken. {{nop}}<noinclude></noinclude> bh8ort116iqa2yy4eghh7q0602xj1uk 219752 219751 2026-04-07T16:37:18Z WeeJeeVee 2844 typo 219752 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|362|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCGHAMEN, |}}</noinclude>dat de inwendig ontstaande gassen zich een uitweg moesten banen door de maanschors heen. In den aanvang hadden deze uitbarstingen plaats op groote schaal over de geheele oppervlakte der maan. Later, toen de verstijving der maanschors verder gevorderd was, vertoonden zij zich alleen op enkele plaatsen, waar de maanschors minder tegenstand bood. In een nog later tijdvak hadden er geene eigenlijke uitbarstingen meer plaats, maar werd de weerstandbiedende maanschors opgestuwd en opgeheven. In den tegenwoordigen tijd schijnt deze vulkanische werking geheel opgehouden en de vorming van de oppervlakte van het maanligchaam voleindigd te zijn. — Op deze wijze meent {{sc|maedler}} zich het best het ontstaan van de verschillende vormingen op de oppervlakte van dit hemelligchaam te kunnen verklaren. Maar is de geschiedenis van onze maan reeds afgeloopen? Ondergaat zij nog veranderingen, of is zij eene geheel afgewerkte en voltooide wereld, het eindprodukt van vroegere natuurwerkingen, die van nu af in haren tegenwoordigen toestand onveranderd blijft volharden? Het heeft niet ontbroken aan sterrekundigen, die gemeend hebben veranderingen op de oppervlakte der maan te bespeuren. {{sc|Herschel}} verhaalt, dat hij den 19 April 1787 op de donkere zijde der maan deze vulkanen in volle werking gezien heeft. De werkelijke middel lijn van het vulkanisch licht werd door hem geschat op 5000 Ned. ellen. {{sc|HeveLius}} geloofde, dat de vlek Aristarchus een nog brandende vulkaan was, om de meerdere lichtsterkte, die van dat punt afstraalt. {{sc|Schröter}} vond in 1788 een krater bij de vlek Hevelius, die volgens zijne overtuiging slechts sedert korten tijd op die plaats ontstaan: was. Op eene andere plaats meende hij een bergtop opgemerkt te hebben, die gedurende zijne waarnemingen kennelijk van gedaante veranderde. Maar daartegenover staat, dat {{sc|beer}} en {{sc|maedler}}, die acht jaren lang de oppervlakte der maan met de meeste volharding en naauwkeurigheid en, met de beste kijkers voorzien, onderzocht hebben, verklaren, dat zij nooit eenig spoor van verandering op de oppervlakte der maan ontdekt en ook niets gezien hebben, wat aan nog in werking zijnde vulkanen, aan bliksemstralen, noorderlicht of schemering kan doen denken. {{nop}}<noinclude></noinclude> 4mlovfed2f776z9zqd9qt10m9pmqz3t Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/381 104 85733 219753 2026-04-07T16:39:12Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219753 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|365}}</noinclude>Men wordt dan wel gedwongen om de weinige en zeldzame waarnemingen van veranderingen op het maanligchaam, door sommige sterrekundigen ons medegedeeld, aan eene gezigtsdwaling of eenige andere oorzaak toe te schrijven. De maan biedt ons het schouwspel aan van een uitgebreid veld, dat zich onder hevige vulkanische werking heeft gevormd, hetwelk in alle rigtingen nog bezaaid is met uitgebrande en uitgedoofde vulkanen. Die hoogten en laagten, de kloven en spleten, de steile spitsen en diepe afgronden, die wij op de maan opmerken, leggen nog de getuigenis af van de vreeselijke stuiptrekkingen, waaraan eens onze satelliet ten prooi is geweest. Maar alle leven, alle eigene beweging is sedert lang op de maan opgehouden. Stellen wij ons voor, dat in het maanligchaam alle reactie van binnen uit tegen zijne oppervlakte ophield, totdat het eindelijk volkomen afgekoeld en verstijfd was, dan moest daarvan ook het natuurlijk gevolg zijn, dat de zelfstandige omwenteling om hare eigen as van lieverlede verminderde en ten laatste in eene schommeling overging, waarvan wij nog de flaauwe sporen waarnemen. Zij moest dan de aarde altijd dezelfde zijde toekeeren. De van ons afgekeerde zijde der maan ligt voor altijd buiten het bereik onzer waarnemingen. Wat wij van de Jupiter-manen weten, die in dezelfde verhouding tot hare hoofdplaneet geplaatst zijn, doet ons denken, dat ook het voor ons onbekende gedeelte van den maanbol over 't algemeen in dezelfde natuurlijke gesteldheid zal verkeeren als het aan ons toegekeerde deel. Met grond kan men echter aannemen, dat de ons toegekeerde zijde der maan minder digt, losser en met meer holligheden en spleten doorkliefd is, dan de van ons afgekeerde zijde. Want in den tijd toen de eigene aswenteling der maan ophield, moest de gloeijende kern, die nog in haar was overgebleven, de aan onze aarde toegekeerde zijde opheffen, uitzetten en hier en daar doorbreken. Terwijl de ons toegekeerde zijde verbazende hoogten en diepten vertoont, zal waarschijnlijk het van ons afgekeerde halfrond meer het aanzien hebben van eene met zacht hellende hoogten en laagten golvende vlakte. Zoo wij ons met onze optische instrumenten op de planeet Venus konden verplaatsen, zouden wij in staat zijn het maanligchaam van<noinclude></noinclude> kxhm3y7c9d45wfukxxfdcpizdwv8aly Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/382 104 85734 219754 2026-04-07T16:42:29Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 219754 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|364|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>alle zijden waar te nemen en dus aan onze maankaart eene volledigheid te geven, die zij nu voor de aardbewoners nimmer bereiken kan. De vraag naar de bewoonbaarheid van het maanligchaam achten wij niet noodig na het aangevoerde nog opzettelijk te behandelen. Deze vraag ligt eigenlijk geheel buiten het gebied der sterrekundige wetenschap. Maar voor iederen aandachtigen lezer zal het gemakkelijk vallen uit hetgeen wij betreffende de natuurlijke gesteldheid van dit en van andere hemelligchamen gezegd hebben op te maken, dat de maan althans niet bewoonbaar kan zijn voor wezens zoo georganiseerd als de levende schepselen op onze aarde. Het leven, zoo als. wij het op onze planeet opmerken, kan nergens dan daar alleen bestaan. Wel heeft de sterrekundige {{sc|gruithuisen}} te Munchen in 1821 in eene streek midden op de maan eene reeks van wel aangelegde vesting werken meenen te zien, en daaruit het gevolg afgeleid, dat zij door gelijksoortige wezens als onze aarde bewoond was, maar wat hij zag, is gebleken niets anders te zijn dan die eigenaardige formatiën, die men overal op de maan aantreft. Maar zullen dan van al die hemelligchamen, die met ons tot het zonnestelsel behooren, alleen onze aarde bewoond en bevolkt en alle anderen ledige, van alle leven verstokene werelden zijn? De sterrekunde beantwoordt wel die vraag niet, maar als wij aannemen, dat er ook andere levensvormen denkbaar zijn, dan die wij op onze aarde waarnemen, dan blijft althans de mogelijkheid bestaan, dat ook op andere hemelbollen in andere levensvormen de heerlijkheid en magt des Scheppers geopenbaard en ook tevens erkend en bewonderd wordt. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} {{c|{{larger|MARS.}}}} {{dhr}} Wij gaan nu over tot die planeten, wier loopbanen niet binnen de loopbaan der aarde, maar daar buiten gelegen zijn en die daarom buitenplaneten genoemd worden. De eerste, die wij in deze rigting ontmoeten, is de planeet Mars. De gemiddelde afstand, waarop deze planeet van de zon verwijderd is, bedraagt ruim 31½ millioen mijlen. Maar daar hare loopbaan eenen<noinclude></noinclude> 4rykme8rz46jzab08xnbb9wbstztw97 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/383 104 85735 219755 2026-04-07T16:46:05Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 219755 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|365}}</noinclude>zeer elliptischen vorm heeft, zoo kan zij in hare baan de zon tot 28 millioen mijlen naderen, maar zich ook tot ruim 34 millioen mijlen van haar verwijderen. Als de aarde tusschen de zon en Mars geplaatst is en dit tijdstip zamenvalt met den tijd, waarop de aarde het verst van de zon verwijderd en Mars het digtst tot haar genaderd is, hetwelk eens om de vijftien jaren gebeurt, dan kan de aarde haar tot 7 millioenen mijlen naderen, terwijl dan ook weder op andere tijden, als de zon tusschen de aarde en Mars in staat en beide het verst van de zon verwijderd zijn, de afstand tusschen die beide hemelligchamen tot bijna 55 millioen mijlen kan klimmen. Van hier komt het, dat er zulk een in het oog loopend verschil in de schijnbare grootte en helderheid van deze planeet wordt opgemerkt; want terwijl dit hemelligchaam ons op den versten afstand slechts eene schijf van 3°.3 middellijn doet zien, vertoont zij zich in haren naasten stand bij de aarde als eene schijf van 23°.5 en bij gemiddelden afstand als eene van 8°.9 middellijn. Wij hebben de betrekkelijk schijnbare grootte in nevensgaande figuur voorgesteld, waar voor elke sekonde ééne Nederl. streep genomen is. {{image missing}} Fig. 3. Daar Mars dus aanmerkelijk verder dan de aarde van de licht- en warmtebron verwijderd is, zoo bedraagt de gemiddelde intensiteit van zonnelicht en warmte, zoo wij die op de aarde gelijk 1 stellen, niet meer dan 0.43, dus nog iets minder dan de helft van het licht en de warmte, die onze aarde van de zon ontvangt. Mars is aanzienlijk kleiner dan de aarde. Haar middellijn bedraagt slechts 892 Geogr. mijlen en bij gevolg is haar inhoud 014, dat is ongeveer een zevende gedeelte van die onzer aarde. Daar hare massa ook weinig minder dan het zevende gedeelte van die onzer aarde is, zoo volgt daaruit, dat de digtheid der stof, waaruit zij bestaat, nagenoeg met die onzer aarde overeenkomt. Stellen wij de digtheid der<noinclude></noinclude> 13tq8w11gfagigdo8fk6mwaupkq7kgk Pagina:Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf/2 104 85736 219759 2026-04-07T17:36:45Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219759 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><section begin="s1"/>zijn ten profijte van de Kroon van Vranckrijck. Maendag laetstleden ontstont aldaer een groot Allarm over de Lye, vermits eenige hondert Spaenssche de Ratelaers ende Waeckers by de Keel grepen en verhinderden gerucht te maecken: De Fransse, het gewaer wordende, trocken uyt ende namen twee a drie der onse gevangen. Alle de Spaenssche Bureaux, die binnen Cortrijck zijn, hebben ordre, promptelijck te vertrecken; want de Franssche willen haer niet dulden ende vreesen voor heymelijcke Correspondentie, die tot haer nadeel soude strecken. Verscheyde hooge Officiers, daer onder Luytenants Generael ende Brigadiers, komen uyt Vranckrijck derwaerts. Men seght, dat de Vyanden een Fort in het gesicht van Nieupoort dreygen te maken, om die Plaets te benauwen; oock dat den Mareschal de Luxemburgh in Vlaenderen dagelijcks verwacht wert ende voorheeft, een groote Macht t’samen te trecken, ende dat Monsr. de Bouflers tot Lessen staet te komen; dan alles onseker. <section end="s1"/> <section begin="s2"/>{{gap}}Zierickzee den 25 November. Achtien van onse Visschers Hoeckers Booten, den 21 uytgevaren, zijn den 22 onder een groote Party Franssche Wijnen vervallen, hebben wel omtrent 300 Oxhoofden gevist ende men deselve gisteren ende heden publijck verkocht. <section end="s2"/> <section begin="s3"/>{{gap}}Gent den 26 November. Voorleden Donderdagh vertrock een Engelsch Regiment; soo dat wy nu maer drie in hebben: op den selven dagh arriveerden eenige Dragonders. Den Partyganger Teerlingh heeft voor drie dagen tusschen dese Stadt ende Audenaerden gesworven, ende de Wagens, die met Linnen naer Audenaerde te Marckt gingen, geattacqueert, genomen en na Cortrijck gevoert; van daer moeten wy diergelijcke Rescontres meer verwachten. Onse Dragonders hebben een uur buyten dese Stadt voorleden Vrydagh eenige Boeren de Lijwaten, die sy herwaerts te Marckt brachten, van de Schouders gehaelt ende zijn daer mede doorgegaen. <section end="s3"/> <section begin="s4"/>{{gap}}Brussel den 26 November. Voorleden Donderdag verscheen een Vyandelijcke Party van 40 Voetknechten van het Guarnisoen van Maubeuge in het Somen-Bosch; spande 8 Paerden de Karren, derwaerts gereden, om Hout te hacken, ende sleepte ettelijcke Karreluyden en ander Lantvolck met haer; dan heeftse, siende, dat het arme Menschen zijn, weder gerelaxeert. Den Heer Franquin, Raedsheer en Vice-Cancelier van Brabant, storf tusschen Vrydag en Saturdag ’s nachts seer subit. Van ochtent was sijn Excellentie, den Heer Marquis de Gastanaga, van verscheyde Heeren van het Hof geaccompagneert, in de Kerck van Ste. Gudule en assisteerde in den Dienst, welcke gedaen wiert tot het eyndigen van d’Octave der publijcke Gebeden, ingestelt, om de Hulp van den Hemel voor de Christelijcke Wapenen tegen de Turcken en voor de Conservatie van dese Provintien tegen d’Insultes van de Fransse t’imploreren. Men prepareert een groot Convoy Munitien en Vouragen, het geen men na Nivelle sal stuuren; want door de Marschen en Contra-Marschen van de Legers in de voorleden Velttocht zijn alle de Levensmiddelen omtrent die Plaets geconsumeert. Men begint het fortificeren van ettelijcke Casteelen en Posten; en hoopt, de Vyanden door dat middel te beletten, Executien in de Quartieren, tot noch toe de Contributien niet onderworpen geweest, te werck te stellen; Den Grave van Valsassines, welcke volgens ordre van sijn Excellentie die Posten heeft wesen visiteren, heeft geordonneert, een Linie na de kant van Merchtem en Assche te trecken; aen den eygensten Oort sal men Baracken en Stallingen maken en door Militie de Passagien laten bewaren. De Fransse setten het fortificeren van Thuin met grooten ernst voort; en men adviseert uyt dat Gewest, dat den Hertogh van Maine of een ander voornaem Generael in de kleyne Stad Fosse, aen geen sijde de Sambre en oock in het Prinsdom van Luyck, legt ense mede sal laten verstercken, hoewel noch geen aenvang daer van gemaeckt is. In alle de Fransse Frontieren op de Sambre en Maes grimmelt het van Soldaten; en de Vyanden geven nu voor, dat sy, so haest de Koude en ’t vriesend’ We’er het versamelen van een Armee en de Wegen het overvoeren van Artillery konnen gedogen, een considerabele Entreprise by der hant sullen vatten: de tijt sal de sekerheyt ontdecken. <section end="s4"/> <section begin="s5"/>{{gap}}’s Gravenhage den 28 November. Volgens de laetste Brieven had sijn Vorstelijcke Doorluchtigheyt van Nassau, Erf Stadthouder van Vrieslant, &c., de voorleden Weeck tot Groeningen den Lantdag noch bygewoont, soude gisteren tot Leeuwaerden reverteren ende met den Prince van Saxen-Eyssenach, welckers Huwelijck men geloofde, dat met de Princesse Æmilia op aenstaende Maendagh gecelebreert stont te werden, tot Orangie Wout gaen aboucheren; invoegen het onseecker wiert, wat dagh sijne Vorstelijcke Doorluchtigheyt herwaerts soude vertrecken. Ondertusschen spreeckt men, als of eenige Heeren extraordinaris Gedeputeerden soo van Vrieslant, als andere Provintien, in het kort wel herwaerts mochten komen. De Heeren Gecommitteerden van de Admiraliteyten continuëren hare Deliberatien ende Besoignes over het afdoen van de Zee Saecken met haer Hoogh Mogende Gedeputeerden. De Heeren Bewinthebbers van de Oost-Indische Compagnie, seght men, dat tegen den eersten December herwaerts beschreven souden zijn. Dese middagh hebben haer Ed. Groot Mogende haer Vergaderingh ende Sessie gecontinueert. Den Heer Danckelman, Requestmeester van den Ceurvorst van Brandenburgh, sal noch ettelijcke dagen verblijven ende van eenige Ministers de Visites ontfangen. Sommige Officieren hebben ordre, naer hare Guarnisoenen te vertrecken. Den Vorst van Waldeck is noch tot Maestricht. Van daeg zijn de Gevangens van Rotterdam by het Hof op de Voor-Poorte geëxamineert. <section end="s5"/> <section begin="s6"/>{{gap}}Amsterdam den 29 November. Met Brieven van den 3 deser van Algiers, over Marseille gekomen, heeft men advys, dat in dat Roofnest opgebracht zijn twee Schepen; als, de St. Pieter, Schipper Carsten Smit zijnde een Deen, van Schans ter Neye met 1100 Vaten Teer naer Lissabon gedestineert ende omtrent 8 Mijlen van die Stadt genomen, ende het Schip Sardam, Schipper Adriaen Cornelisz. Speck, van hier met Stuck-Goederen in het Geselschap van Schipper Pieter Reyne benoordelijck om naer Canarien vertrocken; doch men meent, dit laetste Schip genaemt te wesen de Salm ende tot Sardam t’huys te hooren. Het Schip het Raedhuys van Jhesp, Schipper Jan Balck, is in seventhien dagen van St. Hubes in Tessel gearriveert; Het komt met Schipper Cornelis Sluys ende noch een Portugeesch Schip, beyde van Lissabon vertrecken, geseylt ende is van haer al kort by de Portugeessche Kust afgeraeckt: De Portugeesch, de St. Francisco genaemt, Schipper Manuel Miranda, verstaet men, mede reets binnen te zijn ende tydingh te brengen, dat tot Lissabon door Storm ingelopen was het Schip de St. Bento, Schipper Manuel Parere di Silva, naer Viana gedestineert; oock, dat eenige Hollantsche Schepen soo tot Lissabon, als St. Hubes, van het daer verwachte Convoy gearriveert zijn; van het selve siet men netter bericht van de voornoemde Hollantse Schipper, soo dra hy opkomt, te gemoet. Tot Duynkercken is een Rotterdamsch Galjoot opgebracht; ende een Haring-Buys, door een Kaper genomen geweest, doch door de op zijnde Maets weder afgelopen, in het Vlie gekomen. Volgens bericht van een Lootsman, van der Schellingh gearriveert, was voor het Vlie een Scheepje geweest, tegen het welcke de Lootsen riepen, of het binnen gelootst wilde wesen? dat het antwoorde van Ja; doch dat, de Loots-Galjoot by ’t selve komende, een met een bloote Zabel in de Hant gereet stont; dat de Loots afdeynsde; dat vervolgens meerder Franssche voor den dagh quamen, ende dat men bevonden heeft, het te wesen het Scheepje van Schipper Tamme Aemse, van Wyburgh komende ende het geen door de Kapers kort te vooren vermeestert moet zijn. <section end="s6"/> <section begin="s7"/>{{gap}}’s Gravenhage den 29 November. Na dat de Heeren Gecommitteerden van de Admiraliteyten desen morgen met haer Hoog Mogende Gedeputeerden in Besoignes waren geweest, hebben deselve vervolgens oock met de Heeren haer Ed: Groot Mog: Gecommitteerden een Conferentie over de Zee-Saken gehouden, ende zijn de Heeren Staten van Hollant ende West-Vrieslant daer op vergadert ende op het afgaen deses noch te samen. Van ochtent is Madame de Gravinne van Soissons gearriveert omme eenigen tijt haer Residentie alhier te houden. Veele Officieren zijn bereyts op de ontfange ordre naer hare Guarnisoenen vertrocken. Sijn Excellentie, den Generael ende Grave van Hoorn, blijft noch indispoost. Den Brandenburghschen intendant van de Marine, den Heer Raulé, is van Cleef mede gereverteert. Men verneemt, dat den Spaenssen Envoyé, Colomma, een Memorie aen haer Hoog Mogende, rakende het transport van eenige particuliere Saken, gepresenteert heeft. Sommige Compagnien Paerden van ’t Regiment van den Baron de Heyde of Ittersum, voor eenige dagen uytgetrocken, zijn weder hier binnen gekomen. <section end="s7"/> <section begin="s8"/>{{gap}}Wert bekent gemaekt, dat d’Executeurs van den Testamente van wijl. d’Ed. Hr. Hendrik van Alkemade van Berkenrode, in sijn Eds. leven Hr. van Berkenrode en de groote Linden, &c., van mening zijn, ten overstaen van 2 Heeren Commissarissen uyt den Ed. Hove van Hollant, daer toe gecommitteert in de Castelenye van den selven Hove op den 12 December. 1690, publijckelijk te verkopen d’Ambachts-Heerlijkheyt van Berckenrode, met Ambachts-Recht en gevolge van dien, met de Thienden; mitsgaders ’t Slot of Huyse aldaer, met de Huysen aen de Heere-Wegh, en alle de Landen, Gronden, Boomgaerden, Plantagien en alle Houtgewas, opgaende Boomen en Elst, daer op staende, met de Vijvers en Wateren en alles, wat daer aen dependeert; als mede d’Ambachts Heerlijkheyt van de groote Linden, schuyns over de Stad Dordrecht leggende, met ’t Ambachts-Recht en gevolge van dien, met Visseryen soo binnen, als buyten, Dijcks en de Landeryen, by den gemelten Ed. Hr. van Berkenrode, so als de selve by sijn Edt. beseten zijn geweest, by de Voorwaerden en particuliere Biljetten, daer van t’affigeren, nader uyt te drucken en te specificeren. De Figuratie-Kaerte der voorsz. Heerlijkheyt van Berkenrode, Huysen en Landen; als mede de Conditien en Voorwaerden van dien, sullen gesien konnen werden by den Procureur Mr. Jacob van Ravesteyn in den Hage, en by den Secretaris van Berckenrode, Jacob Bronsvelt, binnen de Stad Haerlem; en wijders de voorsz. Voorwaerden alleen binnen de Stad Amsterdam, ten huyse van Hendrick de Schepper, Makelaer aldaer; binnen Leyden by den Notaris Lambert van Swieten, en binnen de voorsz. heerlijkheyt van de groote Linden, ten huyse van de Schout der selver plaetse N. Palinck; en voorts op sodanige plaetsen, als nader by Notificatie sal werden bekent gemaeckt. <section end="s8"/> <section begin="s9"/>{{gap}}D'Erfgenamen van wijl: A. Isaaksz. vander Beek, in sijn leven Boekdrucker en Boekverkoper tot Hoorn, præsenteren, uyt’er hant te verkopen een Huys en Gront des Aertrijcks van dien, daer de Neringe van Boekdrucken en Boekverkopen lange Jaren in gedaen is, met een Kamer daer achter, die men apart verhuren kan, en een goede Plaets daer onder, daer de Druckerye in gedaen wert; staende en gelegen op het oude Noort aen de West-zijde by de Kercksteeg; mitsgaders de Druckerye; bestaende in 2 Druck-Perssen en verscheyde sorteringen van Letteren; als mede de Boeckwinckel, soo als die by de voornoemde vander Beeck is gebruyckt geweest. Ymant, gading hebbende, om het selve in het geheel of ten deele te kopen, addressere sig tot Hoorn aen de voornoemde Erfgenamen, die een yder goede onderrechtinge sullen doen. <section end="s9"/> <section begin="s10"/>{{gap}}Den 30 November sullen tot Rotterdam ten huyse van P. vander Slaart, Boekverkoper by de Hoenderbrug, verkocht werden de nagelatene Boecken van wijlen de Heer B.A.P.; bestaende in alderley Faculteyten en Talen: ook is by den voornoemden vander Slaart gedrukt en uytgegeven: De verbeteringe der Gedachten omtrent Waerheyt en Valsheyt, of ware Logica, leerende, hoe elk alle dingen in klaerheyt sal begrijpen, in sekerheyt oordeelen en met geluck onthouden, &c.; door Dr. Petrus à Balen, 2 Voll. In Octavo. <section end="s10"/> <section begin="s11"/>{{gap}} {{gap}}Den 16 December, ’s morgens ten 9 uuren, sal men tot Leyden op d’oude Hoogewoert in de van outs vermaerde Parsserye de Roos publijk verkopen 11 extraordinaire welgeconditioneerde Beugel-, Ancker en Sack-Laken-Perssen; waer van ’t meerendeel voorsien is met Ysere Lataernen en Sluytboomen; mitsgaders noch 9 schoone Heete Saey Perssen, met eenige Papieren en verdere Gereetschappen, tot de Persserye behoorende: Sullende mede ten selven dage des Avonts by publijcque Opveylinge verkocht werden het Huys ende Erve, waer in de vermaerde Persserye lange Jaren gedaen is ende alsnoch gedaen wert. Die ondertusschen de Conditien van de Verkoping ofte nader onderrechtinge begeert, addressere sig aen de Notarissen Swanenburg of Chingelshouck, tot Leyden. <section end="s11"/> <section begin="s12"/>{{lijn}} {{c|{{larger|Gedruckt tot Haerlem, by {{sp|ABRAHAM CASTELEY}}N, Stads Drukker, op de Marckt, in de Blye Druck. Den 30 November. 1690.}}}} <section end="s12"/><noinclude></noinclude> kvdsmblon6gzxhnpfj8qajcab4gr4lk Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Zierickzee den 25 November 0 85737 219760 2026-04-07T17:39:41Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219760 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Zierickzee den 25 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s2" tosection="s2"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] gzfmmbx4mfj0ynio283z5ibdjvj6ad7 Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690 14 85738 219761 2026-04-07T17:39:57Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219761 wikitext text/x-wiki [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant]] kq43wqonzlnai9dn5kmyqfjz4qcydur Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Gent den 26 November 0 85739 219762 2026-04-07T17:40:54Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219762 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Gent den 26 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s3" tosection="s3"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] 3fblxbdn4n0etjiecp8mjhmhz8mhowa De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek 0 85740 219764 2026-04-07T18:05:02Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219764 wikitext text/x-wiki <pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=197 to=200 exclude=198 fromsection=s2 tosection=s1 header=1/> [[Categorie:Schouburg]] 3mpjpwdisrus3aydin26hqnzw5ln6z6 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/24 104 85741 219771 2026-04-07T18:28:16Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '<poem> Die de slang doodde met het scherpe zwaard. Op de berg van de Tigris, over de bruisende zee. Deze Ernous nam de vrouw over wie ik u (nu) vertel, Die zes broers had, die strijders waren; Maar ze stierven jong, dat vinden wij al lezend.30 En toen zij dood waren, werd Rose, over wie ik u zing, Vrouwe van Nijmegen en draagster van de kroon; zo werd Ernous koning, wat kwam door opvolging. Daarom hebben sommigen op hun beurt gelu… 219771 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> Die de slang doodde met het scherpe zwaard. Op de berg van de Tigris, over de bruisende zee. Deze Ernous nam de vrouw over wie ik u (nu) vertel, Die zes broers had, die strijders waren; Maar ze stierven jong, dat vinden wij al lezend.30 En toen zij dood waren, werd Rose, over wie ik u zing, Vrouwe van Nijmegen en draagster van de kroon; zo werd Ernous koning, wat kwam door opvolging. Daarom hebben sommigen op hun beurt geluk Die in hun afkomst een rijke koopman hebben. Wanneer ze zoveel hebben verzameld, door voortdurend te sparen Komen ze te sterven, waarover ze bedroefd zijn. En het bezit komt vaak in handen van een onbenul, Die het verdrinkt, verkwist en er grote sier mee maakt. {{gap}}Deze koningin Rose, waarvan ik melding maak,40 Was vrouwe van Nijmegen; tot koning maakte zij haar heer. Zij was de tante van Ydain (Ida), stralend van gezicht, En die was de moeder van Godfried van Bouillon. Uit deze Rose is een erfgenaam van grote faam voortgekomen, Boudewijn van Seborgh, die het hart van een leeuw had. Over deze Boudewijn heb ik mijn lied gemaakt; En over zijn drie mooie broers zal ik u berichten. Alle vier waren zij koning en heersten over een edel rijk: Esmerés, de oudste, hield Nijmegen in zijn naam; En Glorians hield Cyprus als zijn rechtmatig deel;50 Alisandres Schotland, hij had een overvloed aan eer; Boudewijn de jongste, die het hart van een edelman had, Deze was koning, gekroond in de tempel van Salomo, En hij hield het hele land in bezit tot aan Kapernaüm: Nooit heeft iemand die dapperder was dan hij een maliënkolder gedragen. Hij vond het bloed van onze Heer, samen met de leeuw Die het zeven jaar lang bewaakte, vlak bij een struik, In de buurt van Abilant, een stad van naam, Zoals u zult horen in dit edele lied. {{gap}}Luistert nu naar mij, ridder en baron,60 </poem><noinclude>______________ {{iwpage|fr}}</noinclude> r6z0w2ocltkguaxerptd3p7f4j4vyyb 219820 219771 2026-04-08T10:27:07Z Havang(nl) 4330 219820 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> Die de slang doodde met het scherpe zwaard. Op de berg van de Tigris, over de bruisende zee. Deze Ernous nam de vrouw over wie ik u (nu) vertel, Die zes broers had, die strijders waren; Maar ze stierven jong, dat vinden wij al lezend.{{FLR|30}} En toen zij dood waren, werd Rose, over wie ik u zing, Vrouwe van Nijmegen en draagster van de kroon; zo werd Ernous koning, wat kwam door opvolging. Daarom hebben sommigen op hun beurt geluk Die in hun afkomst een rijke koopman hebben. Wanneer ze zoveel hebben verzameld, door voortdurend te sparen Komen ze te sterven, waarover ze bedroefd zijn. En het bezit komt vaak in handen van een onbenul, Die het verdrinkt, verkwist en er grote sier mee maakt. {{gap}}Deze koningin Rose, waarvan ik melding maak,{{FLR|40}} Was vrouwe van Nijmegen; tot koning maakte zij haar heer. Zij was de tante van Ydain (Ida), stralend van gezicht, En die was de moeder van Godfried van Bouillon. Uit deze Rose is een erfgenaam van grote faam voortgekomen, Boudewijn van Seborgh, die het hart van een leeuw had. Over deze Boudewijn heb ik mijn lied gemaakt; En over zijn drie mooie broers zal ik u berichten. Alle vier waren zij koning en heersten over een edel rijk: Esmerés, de oudste, hield Nijmegen in zijn naam; En Glorians hield Cyprus als zijn rechtmatig deel;{{FLR|50}} Alisandres Schotland, hij had een overvloed aan eer; Boudewijn de jongste, die het hart van een edelman had, Deze was koning, gekroond in de tempel van Salomo, En hij hield het hele land in bezit tot aan Kapernaüm: Nooit heeft iemand die dapperder was dan hij een maliënkolder gedragen. Hij vond het bloed van onze Heer, samen met de leeuw Die het zeven jaar lang bewaakte, vlak bij een struik, In de buurt van Abilant, een stad van naam, Zoals u zult horen in dit edele lied. {{gap}}Luistert nu naar mij, ridder en baron,{{FLR|60}} </poem><noinclude>______________ {{iwpage|fr}}</noinclude> m1n44dt3z15ug10zxy0yg8e69fclrvf Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg 100 85742 219774 2026-04-07T18:30:14Z Vincent Steenberg 280 begin 219774 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jan van Huchtenburg | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar, tapijtontwerper en kunsthandelaar [[w:nl:Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Johan van Hugtenburgh|“Johan van Hugtenburgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p.&nbsp;250-151. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1878 [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1886 *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. === Musea === ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;37, cat.nrs. 150-151. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;36, cat.nrs. 147-148. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;71, cat.nr. 152. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 5aiaz5bu2gdwwdmk9lkoqm133zz0l89 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II) 100 85743 219799 2026-04-07T19:28:54Z Vincent Steenberg 280 begin 219799 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = David Teniers (II) | afbeelding = Portrait of David Teniers.jpg | alt = Portret van David Teniers door Philip Fruytiers, 1655 | beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:David Teniers II|David Teniers (II)]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/David Teniers den jongen|“David Teniers den jongen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;345-347. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ==== Veilingen ==== ;1837 *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1905 *''Catalogue des tableaux anciens formant la collection de Monsieur L. Bloch à Vienne'', Frederik Muller, Amsterdam, 14 november 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;1919 *''Antiquités et objets d'art'', Frederik Muller, Amsterdam, 20-27 mei 1919.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;1927 *''Collections I. Riesner et autres provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 19 november 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 november 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/25 november 1927/Avondblad/Bij de veiling van de kunstverzameling Riesner in de Galerie Fievez te Brussel|‘Bij de veiling van de kunstverzameling Riesner [...]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2. *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Mauritshuis, Den Haag ;Mauritshuis *Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p.&nbsp;7]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;69-70, cat.nrs. 298-303. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;68, cat.nrs. 309-312. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;137-139, cat.nrs. 304-307. === Tentoonstellingen === ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1927 * [tentoonstelling van Vlaamse en Belgische kunst], Boedapest, 12 mei 1927-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 mei 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 124/Avondblad/Vlaamsche en Belgische kunst te Boedapest|‘Vlaamsche en Belgische kunst te Boedapest’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. ;1933 *''Muziek en dans in beeld'', Muziekhistorisch Museum Scheurleer, Den Haag, 1933, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Muziek en dans in beeld|‘Muziek en dans in beeld. Tentoonstelling in Museum Scheurleer’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;1935 *''Tentoonstelling van kunstwerken uit Antwerpsche verzamelingen. Catalogus'', Stedelijke Feestzaal, Antwerpen, 20 april-19 mei en 10 augustus-22 september 1935.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 april 1935) [[De Tijd/Jaargang 90/Nummer 28131/Avondblad/Kunsttentoonstelling te Antwerpen|‘Kunsttentoonstelling te Antwerpen’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] o1g6toxphsr79ct180i3lcraddydrag Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Brussel den 26 November 0 85744 219801 2026-04-07T19:52:38Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219801 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Brussel den 26 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s4" tosection="s4"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] c57w3p0066sjbr84k7wd3qgqoywr9wz Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/25 104 85745 219816 2026-04-08T10:20:08Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '<poem> En dames en jonkvrouwen en jonge dansers; Luistert naar deze mooie woorden, in mooie zin vervat, Hofelijk en verrukkelijk en op nobele wijze: Want wie zou er geen gevoel of inzicht in hebben, Hoe men moet liefhebben, in het juiste seizoen, En de liefde tot het einde toe in stand moet houden, Hoe men moet liefhebben en de gave van de liefde moet zoeken, Door wie geliefden in een zware gevangenis leven; Maar dat hij de moed h… 219816 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> En dames en jonkvrouwen en jonge dansers; Luistert naar deze mooie woorden, in mooie zin vervat, Hofelijk en verrukkelijk en op nobele wijze: Want wie zou er geen gevoel of inzicht in hebben, Hoe men moet liefhebben, in het juiste seizoen, En de liefde tot het einde toe in stand moet houden, Hoe men moet liefhebben en de gave van de liefde moet zoeken, Door wie geliefden in een zware gevangenis leven; Maar dat hij de moed heeft om te leren: ik weet niet of het lukt, Als hij aandacht schenkt aan mijn woorden en mijn lied hoort,70 Zal er nooit een uur zijn dat beter is dan dit. Maar geen mensen gaan zowel naar de preek en kunnen er bij thuiskomst geen woord van nazeggen; En de meesten vallen in slaap, met hun hand op hun kin. Zo slapen sommigen zo diep in het klooster, zonder het gebed te horen, Dat ze bij terugkomst thuis niet kunnen slapen. Toch is slapen beter dan denken aan verraad. {{gap}}Heer, luistert nu, ter wille van God en zijn kruis, Hier volgt een mooi lied met mooie, hoffelijke woorden: Het gaat over de edele Baudouin, die later koning werd, Van de heilige stad die Godfried veroverde. Nu zal ik u vertellen, als mijn stem u bereikt, Hoe Baudouin regeerde, koning van Nimagen. Hij werd grootgebracht in Sebourc, het kasteel van Magin, waaraan hij zijn naam ontleende, want hij was zeker rechtschapen: 30 bastaarden had hij, die allemaal tegelijk leefden; Ze waren allemaal ridders en verrichtten vele heldendaden in Saraceens land en in het Franse rijk. Over Baudouin zal ik vertellen, die zeer edel en rechtschapen was, Hoe hij in Sebourc kwam, waar hij lange tijd verbleef.90 Nu begint het verhaal, zoals u het nog nooit zult horen: Koning Hernous van Biauvais, die de landen bezat Van het grote Nimagen, waar vele hoge muren staan, Was in zijn paleis; bij hem was Gaufrois Die heer was van Friesland: maar hij was zo slecht, </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> ftcseyqcj0atbwy68cnygsnigdggbpw 219817 219816 2026-04-08T10:21:59Z Havang(nl) 4330 219817 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> En dames en jonkvrouwen en jonge dansers; Luistert naar deze mooie woorden, in mooie zin vervat, Hofelijk en verrukkelijk en op nobele wijze: Want wie zou er geen gevoel of inzicht in hebben, Hoe men moet liefhebben, in het juiste seizoen, En de liefde tot het einde toe in stand moet houden, Hoe men moet liefhebben en de gave van de liefde moet zoeken, Door wie geliefden in een zware gevangenis leven; Maar dat hij de moed heeft om te leren: ik weet niet of het lukt, Als hij aandacht schenkt aan mijn woorden en mijn lied hoort,70 Zal er nooit een uur zijn dat beter is dan dit. Maar geen mensen gaan zowel naar de preek en kunnen er bij thuiskomst geen woord van nazeggen; En de meesten vallen in slaap, met hun hand op hun kin. Zo slapen sommigen zo diep in het klooster, zonder het gebed te horen, Dat ze bij terugkomst thuis niet kunnen slapen. Toch is slapen beter dan denken aan verraad. {{gap}}Heer, luistert nu, ter wille van God en zijn kruis, Hier volgt een mooi lied met mooie, hoffelijke woorden: Het gaat over de edele Baudouin, die later koning werd,80 Van de heilige stad die Godfried veroverde. Nu zal ik u vertellen, als mijn stem u bereikt, Hoe Baudouin regeerde, koning van Nimagen. Hij werd grootgebracht in Sebourc, het kasteel van Magin, waaraan hij zijn naam ontleende, want hij was zeker rechtschapen: 30 bastaarden had hij, die allemaal tegelijk leefden; Ze waren allemaal ridders en verrichtten vele heldendaden in Saraceens land en in het Franse rijk. Over Baudouin zal ik vertellen, die zeer edel en rechtschapen was, Hoe hij in Sebourc kwam, waar hij lange tijd verbleef.90 Nu begint het verhaal, zoals u het nog nooit zult horen: Koning Hernous van Biauvais, die de landen bezat Van het grote Nimagen, waar vele hoge muren staan, Was in zijn paleis; bij hem was Gaufrois Die heer was van Friesland: maar hij was zo slecht, </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> 6nqg9jtzdx038w55g94q8c36lnufbxl 219821 219817 2026-04-08T10:31:57Z Havang(nl) 4330 219821 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> En dames en jonkvrouwen en jonge dansers; Luistert naar deze mooie woorden, in mooie zin vervat, Hofelijk en verrukkelijk en op nobele wijze: Want wie zou er geen gevoel of inzicht in hebben, Hoe men moet liefhebben, in het juiste seizoen, En de liefde tot het einde toe in stand moet houden, Hoe men moet liefhebben en de gave van de liefde moet zoeken, Door wie geliefden in een zware gevangenis leven; Maar dat hij de moed heeft om te leren: ik weet niet of het lukt, Als hij aandacht schenkt aan mijn woorden en mijn lied hoort,{{FLR|70}} Zal er nooit een uur zijn dat beter is dan dit. Maar geen mensen gaan zowel naar de preek en kunnen er bij thuiskomst geen woord van nazeggen; En de meesten vallen in slaap, met hun hand op hun kin. Zo slapen sommigen zo diep in het klooster, zonder het gebed te horen, Dat ze bij terugkomst thuis niet kunnen slapen. Toch is slapen beter dan denken aan verraad. {{gap}}Heer, luistert nu, ter wille van God en zijn kruis, Hier volgt een mooi lied met mooie, hoffelijke woorden: Het gaat over de edele Baudouin, die later koning werd,{{FLR|80}} Van de heilige stad die Godfried veroverde. Nu zal ik u vertellen, als mijn stem u bereikt, Hoe Baudouin regeerde, koning van Nimagen. Hij werd grootgebracht in Sebourc, het kasteel van Magin, waaraan hij zijn naam ontleende, want hij was zeker rechtschapen: 30 bastaarden had hij, die allemaal tegelijk leefden; Ze waren allemaal ridders en verrichtten vele heldendaden in Saraceens land en in het Franse rijk. Over Baudouin zal ik vertellen, die zeer edel en rechtschapen was, Hoe hij in Sebourc kwam, waar hij lange tijd verbleef.{{FLR|90}} {{em}}Nu begint het verhaal, zoals u het maanden niet zult horen: Koning Hernous van Biauvais, die de landen bezat Van het grote Nimagen, waar vele hoge muren staan, Was in zijn paleis; bij hem was Gaufrois Die heer was van Friesland: maar hij was zo slecht, </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> eev80nv69jlvi5je6uwc7xgpn2vzxqz Sjabloon:FLR 10 85746 219818 2026-04-08T10:24:00Z Havang(nl) 4330 #REDIRECT[[Sjabloon:Float right]] 219818 wikitext text/x-wiki #REDIRECT[[Sjabloon:Float right]] 9oxnlc8hy85g95qjtexqetm7ok76g4l