Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.23 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Geschiedenis/Spanje 100 37120 219860 219078 2026-04-08T18:49:56Z Vincent Steenberg 280 bronnen verplaatst 219860 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Spanje | afbeelding = Ferdinand of Aragon, Isabella of Castile.jpg | alt = Ferdinand van Aragon en Isabella van Castilië, bijgenaamd De katholieken | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Spanje|geschiedenis van Spanje]] en (voormalige) overzeese gebieden. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Spanje/Tijdperken|Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk]] == Vorsten en leden van vorstenhuizen == *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Spanje/Vorsten|Vorsten en leden van vorstenhuizen]] == Historische figuren == *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Spanje/Historische figuren|Historische figuren]] == Delen van Spanje en autonome gemeenschappen; afzonderlijk == === Plaatsen; afzonderlijk === ;Albacete *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Spanje|‘Spanje’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Balaguer *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt ’t Leger van Termes in Catalonien den 20 dito|‘Uyt ’t Leger van Termes in Catalonien den 20 dito. [= 20 augustus 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Uyttet Leger van Termes den 9 dito|‘Uyttet Leger van Termes den 9 dito. [= 9 oktober 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Bilbao *Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Troebelen te Bilbao|‘Troebelen te Bilbao’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Cádiz *Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Londen den 18 Augusti|‘Londen den 18 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;2]. ;La Seu d'Urgell *Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Parijs den 4 julij|‘Parijs den 4 julij’, alinea 4]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. ;Olot *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/De Carlistische beweging|‘De Carlistische beweging in Catalonië en Arragon is nog niet geheel onderdrukt. […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Valencia *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 3]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Xàbia (Jabea) *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Barcelona wert geadviseert|‘Van Barcelona wert geadviseert, […]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. == Koloniale geschiedenis == Hierbij alleen bronnen vanuit de optiek der koloniserende mogendheid. Voor bronnen geschreven vanuit de gekoloniseerde mogendheid zie het desbetreffende land of gebied. ;Nieuw-Spanje *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (2)#art1|‘Wt weenen in Oostenrijck’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Onderkoninkrijk Peru *Anoniem (15 juni 1619) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/VVt Venetien den 14. dito|‘VVt Venetien den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 3]], ''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''. ;"West-Indië" *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Roomen, den 3. April. 1621|‘VVt Roomen, den 3. April. 1621’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] bb2mtzsxswfrssg3mykabk2a8l5eobp Wikisource:GUS2Wiki 4 40181 219868 219364 2026-04-08T19:17:19Z Alexis Jazz 11203 Updating gadget usage statistics from [[Special:GadgetUsage]] ([[phab:T121049]]) 219868 wikitext text/x-wiki {{#ifexist:Project:GUS2Wiki/top|{{/top}}|This page provides a historical record of [[Special:GadgetUsage]] through its page history. To get the data in CSV format, see wikitext. To customize this message or add categories, create [[/top]].}} Deze gegevens komen uit een cache die voor het laatst is bijgewerkt op 2026-04-07 om 17:28:34Z. Er {{PLURAL:5000|is maximaal één resultaat|zijn maximaal 5000 resultaten}} beschikbaar in de cache. {| class="sortable wikitable" ! Gadget !! data-sort-type="number" | Aantal gebruikers !! data-sort-type="number" | Actieve gebruikers |- |HideFundraiser || 9 || 0 |- |HotCat || 24 || 2 |- |LocalLiveClock || 4 || 1 |- |PageCleanUp || 7 || 3 |- |RTRC || 5 || 1 |- |UTCLiveClock || 2 || 0 |} * [[Speciaal:Gadgetgebruik]] * [[m:Meta:GUS2Wiki/Script|GUS2Wiki]] <!-- data in CSV format: HideFundraiser,9,0 HotCat,24,2 LocalLiveClock,4,1 PageCleanUp,7,3 RTRC,5,1 UTCLiveClock,2,0 --> jy7bk72ehs6d3m4tx1py63h8lj4mhvg Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Delen van Duitsland 100 43569 219866 219214 2026-04-08T19:08:34Z Vincent Steenberg 280 +bron 219866 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van delen van Duitsland | afbeelding = Quaternion Eagle by Jost de Negker.jpg | alt = Quaternionadelaar uit 1510 van het Heilige Roomse Rijk met de wapens van de belangrijkste Duitse vorstendommen | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van delen van Duitsland en [[w:nl:Deelstaten van Duitsland|bondslanden]]. }} == Graafschap Hanau == ;Willem I van Hessen-Kassel (1743-1821) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Frankfort den 26 January|‘Frankfort den 26 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Graafschap Rantzau == ;Christian Detlev zu Rantzau (1670-1721) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Hamburg den 19 January|‘Hamburg den 19 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Graafschap Rietberg == ;Jan III van Rietberg *Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij|‘Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij’, alinea 11]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. == Graafschap Schaumburg == *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Het Crijchsvolck vanden Coninc van Denemercken|‘Het Crijchsvolck vanden Coninc van Denemercken […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Graefschap Schouwenburgh’). == Graafschap Solms-Laubach == *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Franckfort den 23. dito|‘Wt Franckfort den 23. dito. [= 23 januari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Graafschap Sponheim == *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art1al3|‘Wt Amsterdam ix. Oct.’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art4|‘Wt Oppenheym 9. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6. *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Hanau den 9 January|‘Hanau den 9 January’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. == Groothertogdom Berg == *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand|‘Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand [= 23 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. == Hanau-Münzenberg == ;Catharina Belgica van Nassau (1578-1648) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Gravinne van Hanau’). *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Die Gravinne van Hanou|‘Die Gravinne van Hanou […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Hertogdom Gottorp == ;Frederik August van Oldenburg (1711-1785) *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Hamburg den 14 Maert|‘Hamburg den 14 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Fredrik August van Holsteyn Gottorf’). ;Hedwig Sophia van Zweden (1681-1708) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Sleswig den 11 February|‘Sleswig den 11 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoginne van Holsteyn Gottorp’). == Hertogdom Kleef == *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ceulen den 29. dito|‘Wt Ceulen den 29. dito. [= 29 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/De Clevische, ende Gulicksche Landen|‘De Clevische, ende Gulicksche Landen, ende Vorstendommen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Hertogdom Palts-Zweibrücken == === Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk === ;17e eeuw *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Vorsten en leden van vorstenhuizen === ;Frederik van Palts-Zweibrücken (1616-1661) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Johan II van Palts-Zweibrücken (1584-1635) *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. == Hertogdom Pommeren == === Historische figuren === ;Pascovius, Friedrich (1600-1670) *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Hamburgh, den 14 dito|‘Uyt Hamburgh, den 14 dito. [= 14 februari 1653]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. == Hertogdom Saksen-Coburg (1596-1633) == ;Johan Casimir van Saksen-Coburg (1564-1633) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. == Hertogdom Saksen-Coburg en Gotha == ;Lodewijk August van Saksen-Coburg en Gotha *Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214/Hertog August van Saksen Coburg Gotha|‘Hertog August van Saksen Coburg Gotha [...]’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;1]. == Hertogdom Saksen-Eisenach (1596-1638) == ;Johan Ernst van Saksen-Eisenach (1566-1638) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van Saksen-Einsenach (1666-1729) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Hertogdom Saksen-Lauenburg == ;Frans Karel van Saksen-Lauenburg (1594-1660) *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art4al3|‘Wt Lyptzich vanden 10. ditto. [= 10 september 1620]’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘Hoptman Sachsen Louenberch’). == Hertogdom Saksen-Meiningen == ;Adelheid van Saksen-Meiningen (1792-1849) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Frankfort den 27 Augustus|‘Frankfort den 27 Augustus’, alinea 2]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. Bernhard II van Saksen-Meiningen (1800-1882) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Frankfort den 27 Augustus|‘Frankfort den 27 Augustus’, alinea 2]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. == Hessen-Rheinfels == ;Karel van Hessen-Wanfried (1649-1711) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Ceulen den 2 Maert|‘Ceulen den 2 Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Carel van Hessen-Rhijnfels’) == Keurvorstendom Trier == === Vorsten === ;Lothar van Metternich (1551-1623) *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al8|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Johan Schweicthard Eerts Bisschop tot Mens, Lotharius Eerts-Bisschop tot Trier, Ferdinandus Eerts-Bisschop te Ceulen, Hans Georg, Hertoch van Saxen, Maximiliaen, Palts-Grave aenden Rhijn, Hertoch in Oueren, ende neder Beyeren, Ludwig, Lant-grave tot Hessen (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/Copia des Briefs vande Keur-Vorsten, ende Vorsten tot Mulhausen, vergadert|''Copia des Briefs vande Keur-Vorsten, ende Vorsten tot Mulhausen, vergadert aenden Cheur-Vorst Pfaltsz-Grave'', […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeuen. == Koninkrijk Hannover == *Anoniem (29 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 52/Duitschland|‘Duitschland’]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. == Mecklenburg-Schwerin == ;Christiaan Lodewijk I van Mecklenburg-Schwerin (1623-1692) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Regensburg den 20 dito|‘Regensburg den 20 dito. [= 20 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Helena van Mecklenburg-Schwerin (1814-1858) *Anoniem (8 augustus 1839) [[De Noordbrabanter/1839/Nummer 95/Het vertrek van den Hertog van Orléans|‘Parijs, den 4den Augustus. Het vertrek van den Hertog van Orléans voor de reis naar het zuiden van Frankrijk is op Vrijdag den 9den dezer bepaald. […]’]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. == Mecklenburg-Strelitz == ;Louise van Mecklenburg-Strelitz (1776-1810) *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Berlyn den 15 van Sprokkelmaand|‘Berlyn den 15 van Sprokkelmaand [= 15 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 54/Berlyn den 25 van Sprokkelmaand|‘Berlyn den 25 van Sprokkelmaand [= 25 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. == Nassau-Dietz == ;Amalia van Nassau-Dietz (1655-1695) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Princesse Aemilia’). ;Hendrik Casimir II van Nassau-Dietz (1657-1696) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘sijn Vorstelijcke Doorluchtigheyt van Nassau’). ;Johan Willem van Saksen-Einsenach (1666-1729) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Nassau-Saarbrücken == ;Lodewijk Crato van Nassau-Saarbrücken (1663-1713) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/’s Gravenhage den 4 Maert|‘’s Gravenhage den 4 Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Nedersaksische Kreis == *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Oock verstontmen van Hamburgh|‘Oock verstontmen van Hamburgh […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Oettingen-Wallerstein == ;Wolfgang IV van Oettingen-Wallerstein (1626-1708) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Adrianopolen den 29 January|‘Adrianopolen den 29 January’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Palts-Zweibrücken == ;Johan II van Palts-Zweibrücken (1584-1635) *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. == Prinsaartsbisdom Bremen == *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Hamburgh den 3 dito|‘Uyt Hamburgh den 3 dito. [= 3 september 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. == Prinsbisdom Augsburg == ;Hendrik V van Köringen (1570-1646) *Anoniem (30 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 juli (2)#art1|‘Wt Dilinghen den 13. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. == Prinsbisdom Bamberg == ;Johann Gottfried von Aschhausen (1575-1622) *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art3|‘Wt Weenen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. == Prinsbisdom Fulda == *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt Mentz den 27. April, 1621|‘VVt Mentz den 27. April, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Prinsbisdom Münster == ;17e eeuw *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Eenige Compagnie Ruyters|‘Eenige Compagnie Ruyters met een deel voet volc zijn op naer het Stift van Munster, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Onse Ruyterije|‘Onse Ruyterije […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Prinsbisdom Paderborn == *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/Wt Ceulen, den 17. April|‘Wt Ceulen, den 17. April’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. == Prinsbisdom Passau == ;17e eeuw *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 3-4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. == Pruisisch Opper-Gelre == *Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Berlyn den 23 September|‘Berlyn den 23 September’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. == Rijksstad Neurenberg == ;17e eeuw *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Furtz den 19. dito|‘Wt Furtz den 19. dito. [= 19 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Rügen (eiland) == *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Straelsont den 3 September|‘Straelsont den 3 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Sleeswijk-Holstein == ;Frederik III van Sleeswijk-Holstein-Gottorp (1597-1659) *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Die Hertoch van Holsteyn’). == Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön == ;Johan Adolf van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Plön (1634-1738) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/’s Gravenhage den 27 July|‘’s Gravenhage den 27 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Hertog van Holstein Pleun’). == Voor-Pommeren == *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Hamburgh, den 14 dito|‘Uyt Hamburgh, den 14 dito. [= 14 februari 1653]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. == Vorstendom Brunswijk-Wolfenbüttel-Bevern == ;Elisabeth Christine van Brunswijk-Bevern (1715-1797) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Berlyn den 26 January|‘Berlyn den 26 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorstendom Hohenzollern-Sigmaringen == === Vorsten en leden van vorstenhuizen === ;Eitel Frederik van Hohenzollern-Sigmaringen (1582-1625) *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art3|‘Wt Colen 9. Octobris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5 (vermeld als ‘den Graue van Hohenzoller’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de nieuwe Cardinael van Hooghenzaller’). == Vorstendom Palts-Neuburg == ;Wolfgang Willem van Palts-Neuburg (1578-1653) *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (2)#art2|‘VVt Munchen daer t’hoff van den Hertoch van Beyeren is’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als ‘Princeps Neoburgensis’). *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Augsburgh den 19. dito|‘Wt Augsburgh den 19. dito. [= 19 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. == Vorstendom Palts-Simmers == === Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk === ;17e eeuw *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Vorsten en leden van vorstenhuizen === ;Lodewijk Filips van Palts-Simmern (1602-1655) *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den Broeder van den Pals-grave’). *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. == Vorstendom Schwarzenberg == ;Joseph I van Schwarzenberg (1722-1782) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Weenen den 3 January|‘Weenen den 3 January’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. == Waldeck-Eisenberg == ;George Frederik van Waldeck-Eisenberg (1620-1692) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Vorst van Waldeck’). == Zweeds Pommeren == *Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Van de Maynstroom den 9 dito|‘Van de Maynstroom den 9 dito. [= 9 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Hamburgh, den 14 dito|‘Uyt Hamburgh, den 14 dito. [= 14 februari 1653]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. == Overige bondslanden en regio’s == * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Anhalt-Bernburg|Anhalt-Bernburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Anhalt-Dessau|Anhalt-Dessau]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Vorstendom Ansbach|Ansbach]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Baden|Baden]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Markgraafschap Baden-Baden|Baden-Baden]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Baden-Durlach|Baden-Durlach]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Beieren|Beieren]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Mark Brandenburg|Brandenburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Brunswijk-Lüneburg|Brunswijk-Lüneburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Brunswijk-Wolfenbüttel|Brunswijk-Wolfenbüttel]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hertogdom Gulik|Gulik]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hessen-Darmstadt|Hessen-Darmstadt]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hessen-Kassel|Hessen-Kassel]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hohenlohe-Weikersheim|Hohenlohe-Weikersheim]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hohenzollern-Hechingen|Hohenzollern-Hechingen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Keurvorstendom Keulen|Keulen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Keurvorstendom Mainz|Mainz]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Nassau-Siegen|Nassau-Siegen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Neder-Lausitz|Neder-Lausitz]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Oost-Friesland|Oost-Friesland]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Opper-Lausitz|Opper-Lausitz]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Opper-Palts|Opper-Palts]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Palts|Palts]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Palts-Neuburg|Palts-Neuburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Pruisen|Pruisen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Saksen|Saksen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Saksen-Altenburg|Saksen-Altenburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Saksen-Weimar|Saksen-Weimar]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Solms-Braunfels|Solms-Braunfels]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Solms-Rödelheim|Solms-Rödelheim]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Prinsbisdom Spiers|Spiers]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Waldeck-Pyrmont|Waldeck-Pyrmont]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Württemberg|Württemberg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Prinsbisdom Würzburg|Würzburg]] == Plaatsen; afzonderlijk == ;Ahrweiler *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVt Ceulen|‘VVt Ceulen’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Arwijler’). ;Altrip *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt den Palts den 27. dito|‘VVt den Palts den 27. dito. [= 27 april 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. ;Auerbach, Hessen *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt der Bergstraten, den 2. December|‘VVt der Bergstraten, den 2. December’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Bad Soden am Taunus *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art3|‘VVt Franckfort in Decembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Baruth bei Bautzen *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art1|‘Tijdinghe vvt Bohemen van des vyants Hooft-leger by Gorlits’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4 (Baruth bei Bautzen vermeld als ‘Barut’). ;Bayerbach (Rottal-Inn) *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (1)#art1al15|‘Met Brieuen wt weenen van v. Augusti’, alinea 15]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8 (vermeld als ‘Bayrbach’). ;Bensheim *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt der Bergstraten, den 2. December|‘VVt der Bergstraten, den 2. December’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Berlijn *Anoniem (22 november 1831) [[Groninger Courant/1831/Nummer 93/Berlijn den 14 November|‘Berlijn den 14 November’]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Biberach an der Riß *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art5|‘Wt Vlm van xxiij. Junij 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Bischofsheim (Maintal) *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Franckfort den 14. Martij|‘Wt Franckfort den 14. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Bisschopsheym’). ;Bischofswerda *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (2)#art4|‘VVt Dresden den 4. Sept’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Bislich *Anoniem ([augustus 1620]) ''[[Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien|Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien. Midtsgaders de Afbeeldinghe der Stadt Weesel, ende de om leggende plaetsen, daer hem onse partyen houden]]'' [nieuwsprent], Leyden: Niclaes Geelkerck. ;Bonn *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVt Ceulen|‘VVt Ceulen’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen, ende des Marquis Spinola Legher, 24. Octobris. 1620’, alinea 3-4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Braubach *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al4|‘Wt Ceulen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Braunschweig *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (1)#art4|‘Wt Ceulen van 21. ditto. [= 21 juni 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Bremen *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Hamborgh den 19 Augusti|‘Hamborgh den 19 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1]. ;Bretzenheim *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art2|‘VVt Ments van 10. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7 (vermeld als ‘Breizenheim’). ;Brounevelt (= Braunfels?) *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Franckfort den 5. Martij|‘Wt Franckfort den 5. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Franckfort den 14. Martij|‘Wt Franckfort den 14. Martij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Seckbach’). ;Büderich (Werl) *Kaiser, F. (1855) [[Album der Natuur/1855/Bovennatuurlijk Krijgsheer, Kaiser|‘Het bovennatuurlijk krijgsheer, gezien bij Büderich den 22 Januarij 1854’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;123-127. ;Buxtehude *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Hamburgh den 3 dito|‘Uyt Hamburgh den 3 dito. [= 3 september 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Darmstadt-Arheiligen *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 20. dito|‘VVt Franckfoort den 20. dito. [= 20 september 1620]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Demmin *Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Van de Maynstroom den 9 dito|‘Van de Maynstroom den 9 dito. [= 9 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (Demmin vermeld als ‘Dommin’). ;Diez-Freiendiez *Anoniem (4 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2|‘Wt den Elsz van 24. Augusti’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. ;Dillenburg *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand|‘Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand [= 23 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Dillingen an der Donau *Anoniem (20 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 juni#art3al2|‘Wt Vlm 2. Junij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. ;Dortmund *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand|‘Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand [= 23 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Durlach *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVtten Pals den 18. dito|‘VVtten Pals den 18. dito. [= 18 mei 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Tourlach’). ;Düsseldorf *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand|‘Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand [= 23 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Edingen-Neckarhausen *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/VVtte Berghstraet den 4. dito|‘VVtte Berghstraet den 4. dito. [= 4 mei 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Neckerhuysen’). *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVtten Pals den 14. dito|‘VVtten Pals den 14. dito. [= 14 mei 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Neckerhuysen’). *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVtten Pals den 18. dito|‘VVtten Pals den 18. dito. [= 18 mei 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Neckerhuysen’). ;Emmerik *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (2)#art1al6|‘Hollandsche nieuwe Tijdinghen, te weten, hoemen in Hollandt de strenge Placcaten, die tegen de Arminianen ghemaeckt sijn, soeckt in ’t werck te stellen, ende te executeren, met hun het prediken te beletten, ende de Predikanten te vanghen’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al11|‘Wt Ceulen’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (5 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 september#art1al9|‘Verhael hoe dat zijn Excellentie Marquis Spinola is over den Rhijn ghemarcheert, ende ghetrocken naer Franckfort’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Engers *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al2|‘Wt Ceulen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Ceulen den 25 dito|‘VVt Ceulen den 25 dito. [= 25 augustus 1620]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Tol Engens’). ;Enkheim (Bergen-Enkheim) *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Franckfort den 14. Martij|‘Wt Franckfort den 14. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Enckenheym’). ;Enkirch *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art1|‘Tijdinghe wt Pfalts-Grauen Lant, wt den Legher van sijn Exc. den Marquis Spinola. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3. ;Erfurt *Anoniem (5 juni 1640) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1640/Nummer 23/Wt Neurenburch den 26 dito|‘Wt Neurenburch den 26 dito. [= 26 mei 1640]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1-2] (als ‘Effort’). ;Erfurt; Karl Wilhelm Adam van Breitbach-Bürresheim (....-1770) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Frankfort den 26 January|‘Frankfort den 26 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Flamersheim *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ceulen den 29. dito|‘Wt Ceulen den 29. dito. [= 29 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Frankfurt-Bockenheim *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al7|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Frankfurt-Fechenheim *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Franckfort den 14. Martij|‘Wt Franckfort den 14. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Fechenheym’). ;Frankfurt-Hausen *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al7|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Frankfurt-Rödelheim *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Franckfort den 23. dito|‘Wt Franckfort den 23. dito. [= 23 januari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Frankfurt-Schwanheim *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al7|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Frankfurt-Seckbach *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Franckfort den 14. Martij|‘Wt Franckfort den 14. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Seckbach’). ;Friedberg (Hessen) *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Francfoort den 19 dito|‘VVt Francfoort den 19 dito. [= 19 januari 1621]’, alinea 3-4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Geldern *Anoniem (5 juni 1640) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1640/Nummer 23/Wt Dordrecht den 3 dito|‘Wt Dordrecht den 3 dito. [= 3 juni 1640]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2]. ;Gelnhausen *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Francfoort den 19 dito|‘VVt Francfoort den 19 dito. [= 19 januari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Gernsheim (Gentsheym) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. ;Greifswald *Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Van de Maynstroom den 9 dito|‘Van de Maynstroom den 9 dito. [= 9 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (Greifswald vermeld als ‘Grijpswolde’). ;Griethausen *Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Maestricht|‘Wt Maestricht’, alinea 3-6]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2] (Griethausen vermeld als ‘Griethuysen’). ;Guben *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art3|‘VVt Spemberg in der Lausnitz’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art5|‘Tijdinghe vvt Buddissin den 19 Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Gulik *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVt Ceulen|‘VVt Ceulen’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Guylich’). ;Guntersblum *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Franckfoort, den 11. October|‘VVt Franckfoort, den 11. October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Günzburg *Anoniem (20 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 juni#art3al2|‘Wt Vlm 2. Junij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art5al4|‘Wt Vlm van xxiij. Junij 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Hadamar *Anoniem (4 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2|‘Wt den Elsz van 24. Augusti’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. ;Halle (Saale) *Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Leipsigh den 6. Martij|‘Wt Leipsigh den 6. Martij’]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 september 1825) [[Leydse Courant/1825/Nummer 109/Frankfort den 8 September|‘Frankfort den 8 September’, alinea 4]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. ;Hanau *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 20. dito|‘VVt Franckfoort den 20. dito. [= 20 september 1620]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Francfoort den 19 dito|‘VVt Francfoort den 19 dito. [= 19 januari 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Havelberg *Anoniem (22 november 1831) [[Groninger Courant/1831/Nummer 93/Van den Rijn den 14 November|‘Van den Rijn den 14 November’, alinea 2]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Herrstein *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVtte Palts den 26. dito|‘VVtte Palts den 26. dito. [= 26 maart 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Harsteyn’). ;Heilbronn *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Worms den 27. dito|‘Wt Worms den 27. dito. [= 27 februari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Worms den 20. dito|‘Wt Worms den 20. dito. [= 20 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Heylbrun’). ;Ihringen *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art5|‘Wt den Elsas 3. Mey’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. ;Kastellaun *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art5|‘VVt Oppenheym den 19. Nouembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8 (Kastellaun vermeld als ‘Castelhoen’). ;Kaub *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 2. October|‘VVt Franckfoort den 2. October’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Coub’). *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al7|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’, alinea 7]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al13|13]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Kehl *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Regensburg den 29 December|‘Regensburg den 29 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Koblenz *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2|‘Wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Langenau *Anoniem (20 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 juni#art3|‘Wt Vlm 2. Junij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. ;Laubach *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Franckfort den 23. dito|‘Wt Franckfort den 23. dito. [= 23 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Lauingen *Anoniem (20 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 juni#art3al2|‘Wt Vlm 2. Junij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. ;Lausitz *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art5|‘VVt Buddissin 29. October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Leipheim *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art5al3|‘Wt Vlm van xxiij. Junij 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Lindau (Bodensee) *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Venetien den 18. dito|‘Wt Venetien den 18. dito. [= 18 november 1620]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Lingen (Ems) *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Die van Wesel|‘Die van Wesel zijn met eenich krijchs-volck noch versterckt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Linghen’). ;Lippstadt *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Lipstadt den 18 Augusti|‘Lipstadt den 18 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1]. ;Löbau *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art2|‘Wt Gorlitz’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5 (Löbau vermeld als ‘Lubau’). *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art5|‘VVt Buddissin 29. October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Lohr am Main *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt Mentz den 27. April, 1621|‘VVt Mentz den 27. April, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Lohr’). ;Lübeck; geschiedenis van de joden *Anoniem (29 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 52/Duitschland|‘Duitschland’, alinea 8]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Lüneburg *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Oock verstontmen van Hamburgh|‘Oock verstontmen van Hamburgh […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Lunenburgh’). *Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/Hamburg, den 29 November|‘Hamburg, den 29 November’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Maagdenburg *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Berlyn den 11 Maert|‘Berlyn den 11 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mainz *Anoniem (18 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 september#art1|‘Nieuvve Tijdinghe vvt den Leger by Mentz’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/De Courrier du bas Rhin|‘De Courrier du bas Rhin maakt melding van de gewelddadigheden waaraan zich de soldaten der pruisische garnizoenen in de geanexeerde landen en steden schuldig maken. […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ;Mommenheim *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art2|‘VVt Ments van 10. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7 (vermeld als ‘Momenheimb’). ;Mühlhausen (Thüringen) *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art2al2|‘Van Breslauw wt der Slesien’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Johan Schweicthard Eerts Bisschop tot Mens, Lotharius Eerts-Bisschop tot Trier, Ferdinandus Eerts-Bisschop te Ceulen, Hans Georg, Hertoch van Saxen, Maximiliaen, Palts-Grave aenden Rhijn, Hertoch in Oueren, ende neder Beyeren, Ludwig, Lant-grave tot Hessen (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/Copia des Briefs vande Keur-Vorsten, ende Vorsten tot Mulhausen, vergadert|''Copia des Briefs vande Keur-Vorsten, ende Vorsten tot Mulhausen, vergadert aenden Cheur-Vorst Pfaltsz-Grave'', […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeuen. ;München *Anoniem (20 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 197/Duitschland|‘Duitschland’, alinea 5]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Munster *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand|‘Dusseldorf den 23 van Sprokkelmaand [= 23 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Nackenheim *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art2|‘VVt Ments van 10. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7 (vermeld als ‘Nackheim’). ;Neuenhain (Bad Soden am Taunus) *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art3|‘VVt Franckfort in Decembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Neurenberg *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Furtz den 19. dito|‘Wt Furtz den 19. dito. [= 19 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Ceulen den 3. Meert|‘Wt Ceulen den 3. Meert’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Niederraden (Oberraden) *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al7|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Oberwesel *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Uyt Ceulen den 3 dito|‘Uyt Ceulen den 3 dito. [= 3 november 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. ;Osthofen *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Mentz den 18. dito|‘Wt Mentz den 18. dito. [= 18 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Oosthoven’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Worms den 27. dito|‘Wt Worms den 27. dito. [= 27 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Oosthoven’). ;Passau *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8al2|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8 (Passau vermeld als ‘Passauw’). *Anoniem (8 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 augustus#art2|‘Wt Regenspurg den 11. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Peterswörth *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art5al4|‘Wt Vlm van xxiij. Junij 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Rectz (= Rhens?) *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al4|‘Wt Ceulen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Rees *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al11|‘Wt Ceulen’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Rhede (Borken) *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Eenige Compagnie Ruyters|‘Eenige Compagnie Ruyters met een deel voet volc zijn op naer het Stift van Munster, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Renen’). ;Rheinberg *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art2|‘Wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Rockenhausen *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art5|‘VVt Oppenheym den 19. Nouembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8 (Rockenhausen vermeld als ‘Reckenhausen’). ;Saalfeld/Saale *Anoniem (5 juni 1640) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1640/Nummer 23/Wt Bremen den 30 dito|‘Wt Bremen den 30 dito. [= 30 mei 1640]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2]. ;Sandhofen *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art1al7|‘Tijdinghe wt Franckfort, Ende den lesten Augusti wt Bon 1620’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Sankt Goar *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al9|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. ;Schlüchtern *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Franckfort den 23. dito|‘Wt Franckfort den 23. dito. [= 23 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Schweinsdorf (Freital) *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Franckfort den 23. dito|‘Wt Franckfort den 23. dito. [= 23 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Simmern/Hunsrück *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al13|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’, alinea 13]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Zummeren’). ;Sinte Guwer (= Sankt Goar?) *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al5|‘Wt Ceulen’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Sinzig *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/VVt Ceulen|‘VVt Ceulen’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Sintsig’). ;Stralsund *Anoniem (6 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 54/Straalsund den 21 van sprokkelmaand|‘Straalsund den 21 van sprokkelmaand [= 21 februari 1809]’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Sulzbach (Taunus) *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 3#art3|‘VVt Franckfort in Decembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4 (Sulzbach vermeld als ‘Sultzelach’). ;Torgau *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Die van Leypsich vermelden|‘Die van Leypsich vermelden […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Traben-Trarbach *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art5|‘VVt Oppenheym den 19. Nouembris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art1|‘Tijdinghe wt Pfalts-Grauen Lant, wt den Legher van sijn Exc. den Marquis Spinola. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3. ;Varel *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Also den 17 February 1741 een vreemde Joodin vermoord gevonden is|‘Also den 17 February 1741, in de Graefl. Bentingse Heerschap Varel, een vreemde Joodin […] vermoord gevonden is […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Vendersheim *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Francfoort den 18. dito|‘VVt Francfoort den 18. dito. [= 18 februari 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Vreden *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Eenige Compagnie Ruyters|‘Eenige Compagnie Ruyters met een deel voet volc zijn op naer het Stift van Munster, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Vreen’). ;Waldsassen *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt Greslits in Bohemen|‘VVt Greslits in Bohemen’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Waltsaxen’). ;Walsdorf (Hessen) *Anoniem (4 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2|‘Wt den Elsz van 24. Augusti’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. ;Westerburg *Anoniem (4 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/4 september#art2|‘Wt den Elsz van 24. Augusti’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. ;Westhofen *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Mentz den 18. dito|‘Wt Mentz den 18. dito. [= 18 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Westhoven’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Worms den 27. dito|‘Wt Worms den 27. dito. [= 27 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘West-hoven’). ;Wetzlar *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Francfoort den 18. dito|‘VVt Francfoort den 18. dito. [= 18 februari 1621]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Francfoort den 18. April|‘VVt Francfoort den 18. April’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Wetselaer’). ;Wismar *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Cleve den 7 September|‘Cleve den 7 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Wolfebbüttel *Anoniem (16 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 juli (1)#art4|‘Wt Ceulen van 21. ditto. [= 21 juni 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Würzburg *Anoniem ([10] april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/april#art1al15|‘Wt Weenen xj. Meert 1620’, alinea 15]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-8 (Würzburg vermeld als ‘Wirtzbourgh’). ;Zittau *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (1)#art3al3|‘Wt Praghe’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7 (Zittau vermeld als ‘Sitta’). *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art5|‘Tijdinghe vvt Buddissin den 19 Nouember, 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Overige plaatsen * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Alzey|Alzey]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Augsburg|Augsburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Bacharach|Bacharach]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Bad Kreuznach|Bad Kreuznach]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Bautzen|Bautzen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Breisach am Rhein|Breisach am Rhein]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Frankenthal (Palts)|Frankenthal (Palts)]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Frankfurt am Main|Frankfurt am Main]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Görlitz|Görlitz]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hamburg|Hamburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Heidelberg|Heidelberg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Keulen|Keulen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Kirchberg (Rijnland-Palts)|Kirchberg (Rijnland-Palts)]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Ladenburg|Ladenburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Oppenheim|Oppenheim]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Philippsburg|Philippsburg]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Schenkenschanz|Schenkenschanz]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Speyer|Speyer]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Trier|Trier]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Wezel|Wezel]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Worms|Worms]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] o53ulza5e2pkd04y3hdjhfldaetgo60 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/264 104 58100 219882 194256 2026-04-09T09:20:13Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219882 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|242|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|}}</noinclude>Engeland te verbinden, òf dit door eenen grooten ijzeren koker te doen, dien de zeebodem zal dragen, is het te verwachten, dat ook eenmaal hier de verbolgen optredende bezwaren zegevierend zullen worden bestreden. Hoe stout de laatstgenoemde onderneming ons moge toeschijnen, niet minder stout is die, waarbij wij thans de aandacht wenschten te bepalen en die reeds een zeer ernstig begin van uitvoering heeft gekregen: die namelijk om de Alpen te doorboren. Hier toch geldt het strijd te voeren met het 't ijzer bespottende graniet en over mijlen afstands door rotsen heen te werken. Die strijd is begonnen en het laat zich met grond aanzien, dat men hem zegevierend zal voortzetten. De Mont-Cénis, de oude legerweg van Gallische krijgsbenden en van {{sc|hannibal}}, die in 1693 door den maarschalk {{sc|catinat}} voor ligt voertuig en gemakkelijk vervoerbaar geschut toegankelijk werd gemaakt, doch sedert geheel verviel en altijd, vooral in den winter, voor een' der moeijelijkste Alpenwegen werd gehouden, de Mont-Cénis zal als geëffend worden, dat is: worden doorboord, en door zijne ingewanden zal de spoortrein, na weinige jaren strijdens, heendringen. In Maart 1858 besloot het Sardinische parlement de doorboring van den berg, met behulp van de machines, daartoe door {{sc|sommeiler}} uitgedacht en later door {{sc|grandis}} en {{sc|grattoni}} verbeterd. De voorbereidingen, met inbegrip van den weg van Oulx naar Bardonnêche, werden spoedig genomen en in den loop van den zomer van 1861 voltooid, zoodat de machines konden beginnen te werken. Het zal den lezer, alvorens tot de beschrijving van het werk wordt overgegaan, welligt niet onaangenaam zijn, daartoe iets meer uitvoerig te worden ingeleid. Wij hebben ons bevlijtigd om hiervoor zooveel mogelijk geschikte bronnen op te sporen. Dat hierbij de ''Illustrirte Zeitung'' en {{sc|dingler}}'s ''Polytechnisches Journal'' vooral niet ongebruikt zijn gelaten, wordt alleen vermeld om anderen de moeite te sparen de lezers daarop opmerkzaam te maken. Wij hebben intusschen eenigen grond voor de meening, dat er hier aan de beschrijving die volledigheid is gegeven, welke de zaak zoo ruimschoots verdient. De belangstelling is zeker reeds van elders opgewekt, zij behoeft niet te worden ingeroepen, noch afgesmeekt. {{nop}}<noinclude></noinclude> qrnszm65hxoifgqrkys3g3oxslv9qcu Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/265 104 58101 219883 194257 2026-04-09T09:30:19Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219883 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|243}}</noinclude>De Mont-Cénis maakt een deel der zuidwestelijke Alpen uit, bekend onder den naam van Alpes Cottiae of Cottische Alpen. Deze keten sluit, met de meer zuidelijke Zee-Alpen en de meer noordelijke Grajische of Graauwe Alpen, Frankrijk van Italië af. De weg over den Mont-Cénis is de voornaamste handelsweg tusschen de genoemde rijken en loopt van Susa naar het dorp Lans-le-Bourg, beiden in Savoye gelegen. Hij is door {{sc|napoleon}} in 1805 wel niet aangelegd, maar toch berijdbaar gemaakt; op de hoogte ligt een klooster, dat in de 10de eeuw is gesticht en waarin de reizigers kosteloos herberging vinden. De besproken tunnel loopt eigenlijk niet door den Mont-Cénis, maar zuidwestelijk van dezen, door den 2949 el hoogen Col de Fréjus. Aan de Italiaansche (Piëmontesche) zijde begint hij bij het vlek Bardonnèche en aan den kant van Frankrijk, in Savoye, mondt hij uit niet ver van het stadje Modane, dat eenige honderde voeten hooger dan de groote weg ligt, die de reizigers over den Mont-Cénis naar Turin moet voeren. De bodem van den tunnel ligt 1338 el boven de oppervlakte der zee, terwijl op zijn gewelf eene gebergte-massa rust, hoofdzakelijk uit kalksteen bestaande, die op hare grootste dikte 1611 el meet. 't Is duidelijk, dat bij zulk eene uitgestrektheid niet te denken viel aan licht- of luchtkokers voor dien onderaardschen gang en dat men dientengevolge met bezwaren had te kampen, die bijna voorbeeldeloos kunnen genoemd worden. Het loon, dat zulk een arbeid wachtte, was intusschen groot genoeg om deze, in geene reeks van jaren weg te nemen, moeijelijkheden met ijver en volharding te bestrijden. De tunnel toch zou den weg tusschen de valleijen van Savoye en Piëmont bijna 1000 el doen afdalen en tusschen Londen, Parijs, Genève, Turin, Milaan, Genua en geheel Italië eene zeer gewenschte gemeenschap tot stand brengen. Den 1sten September 1857 had de aanvang van den arbeid plaats. De eerste hand werd er aan gelegd met eene pracht en plegtigheid, het gewigt van het werk volkomen waardig. De koning van Sardinie {{sc|victor emmanuel}} en prins {{sc|napoleon, de cavour, paleocapa, negri}} en andere hoog aanzienlijke personen waren daarbij tegenwoordig. Te Modane, aan den voet des bergs, was een elektrische toestel geplaatst, die door middel van twee geleiddraden in gemeenschap was<noinclude></noinclude> 5ugohvg57yab7j16ucsfyiw003p10yr Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/266 104 58102 219884 194258 2026-04-09T09:34:44Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219884 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|244|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|}}</noinclude>gebragt met de mijnen, die het buskruid bevatten, dat den eersten steen van den kolossus moest doen springen. {{sc|Victor emmanuel}} en prins {{sc|napoleon}} sloten thans beiden de geleiddraden van den elektrischen stroom en de eerste bres was door de ontploffing geschoten. Het werk, met zooveel koninklijke pracht ingewijd, nam weinige dagen daarna een' aanvang. Het is zeker niet onbelangrijk in korte trekken te zien aangewezen, op welk eene wijze het denkbeeld tot boring van den tunnel ''Victor-Emmanuel'' is gerijpt. De man, aan wien de eer toekomt van het eerst het geschiktste punt te hebben aangewezen om de Alpen te doorboren, is {{sc|medail}}, een eenvoudig bergbewoner aldaar, geen ingenieur, maar toch een zeer bekwaam en doortastend man; hij is weinige jaren geleden gestorven. Vervolgens heeft {{sc|mauss}}, een Belgisch ingenieur, door het Sardinische gouvernement met het bestuur belast van den aanleg des spoorwegs tusschen Turin en Genua, het gewigtige ontwerp met ernst in overweging genomen. Hij zwierf, geholpen door den bekwamen geoloog {{sc|sismonda}}, alle toegankelijke dalen door en leerde de juistheid inzien van de door {{sc|medail}} verschafte aanwijzingen. Rigtingslijnen en hoogten werden met naauwkeurigheid onderzocht en daarna een plan ontworpen, dat bewees, hoe men de Alpen konde overschrijden, door een' tunnel te bouwen van 12 Ned. mijlen of 2¼ uur lengte en 800 ellen lager gelegen dan de top des bergs. De tunnel zou zich regtlijnig uitstrekken, ten hoogste slechts 2 el op de 100 el hellen en aan de eene zijde te Modane, in de vallei de l'Arc, aan de andere te Bardonnèche eindigen. Men zoude in het dal van de Doire een' zeer kostbaren spoorweg van 836 Ned. mijl moeten aanleggen, en een en ander zoude eene uitgave van 35 tot 40 millioen francs vereischen, waarvan de helft tot het daarstellen van den tunnel gevorderd werd. Het door {{sc|mauss}} voorgestelde en gedeeltelijk reeds door hem beproefde werk zou uit twee deelen zijn zamengesteld: namelijk uit een stel boorwerktuigen, geschikt om door de rots te dringen, en uit eene inrigting tot overbrenging van de beweegkracht, door middel van katrollen en touwen, opdat daardoor eene snelle beweging wierd verkregen. De boorwerktuigen waren reeds beproefd geworden en<noinclude></noinclude> s6obplzhlb4msl6a5k76wdfvz77juov 219885 219884 2026-04-09T09:35:44Z DoekeHellema 16849 219885 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|244|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|}}</noinclude>gebragt met de mijnen, die het buskruid bevatten, dat den eersten steen van den kolossus moest doen springen. {{sc|Victor emmanuel}} en prins {{sc|napoleon}} sloten thans beiden de geleiddraden van den elektrischen stroom en de eerste bres was door de ontploffing geschoten. Het werk, met zooveel koninklijke pracht ingewijd, nam weinige dagen daarna een' aanvang. Het is zeker niet onbelangrijk in korte trekken te zien aangewezen, op welk eene wijze het denkbeeld tot boring van den tunnel ''Victor-Emmanuel'' is gerijpt. De man, aan wien de eer toekomt van het eerst het geschiktste punt te hebben aangewezen om de Alpen te doorboren, is {{sc|medail}}, een eenvoudig bergbewoner aldaar, geen ingenieur, maar toch een zeer bekwaam en doortastend man; hij is weinige jaren geleden gestorven. Vervolgens heeft {{sc|mauss}}, een Belgisch ingenieur, door het Sardinische gouvernement met het bestuur belast van den aanleg des spoorwegs tusschen Turin en Genua, het gewigtige ontwerp met ernst in overweging genomen. Hij zwierf, geholpen door den bekwamen geoloog {{sc|sismonda}}, alle toegankelijke dalen door en leerde de juistheid inzien van de door {{sc|medail}} verschafte aanwijzingen. Rigtingslijnen en hoogten werden met naauwkeurigheid onderzocht en daarna een plan ontworpen, dat bewees, hoe men de Alpen konde overschrijden, door een' tunnel te bouwen van 12 Ned. mijlen of 2¼ uur lengte en 800 ellen lager gelegen dan de top des bergs. De tunnel zou zich regtlijnig uitstrekken, ten hoogste slechts 2 el op de 100 el hellen en aan de eene zijde te Modane, in de vallei de l'Arc, aan de andere te Bardonnèche eindigen. Men zoude in het dal van de Doire een' zeer kostbaren spoorweg van 36 Ned. mijl moeten aanleggen, en een en ander zoude eene uitgave van 35 tot 40 millioen francs vereischen, waarvan de helft tot het daarstellen van den tunnel gevorderd werd. Het door {{sc|mauss}} voorgestelde en gedeeltelijk reeds door hem beproefde werk zou uit twee deelen zijn zamengesteld: namelijk uit een stel boorwerktuigen, geschikt om door de rots te dringen, en uit eene inrigting tot overbrenging van de beweegkracht, door middel van katrollen en touwen, opdat daardoor eene snelle beweging wierd verkregen. De boorwerktuigen waren reeds beproefd geworden en<noinclude></noinclude> g2xldn44nowprq7t9ld0dxyoxr7434f Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/267 104 58103 219886 194259 2026-04-09T09:47:11Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219886 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|245}}</noinclude>de uitkomst was bevredigend. Maar het geheele stelsel liet nog veel te wenschen over, ten aanzien van het overbrengen van kracht en de middelen, die tot luchtverversching in den onderaardschen gang moesten dienen. Korten tijd daarna kwam er een Zwitsersch ingenieur te Turin en ontwikkelde een stelsel, dat volgens hem bij de toekomstige doorboring der Alpen dienen konde. De voorsteller was de in de natuurkunde zeer bekende onderzoeker van de snelheid des geluids in vochten, {{sc|daniel colladon}}. Het systeem bestond grootendeels uit zeer ingenieuse toepassingen van bekende natuurwetten, zoowel wat de versnelling van het werk, als de regeling der temperatuur en de luchtverversching in den tunnel betrof. Volgens het rapport der commissie, zou het idée van {{sc|colladon}} minder kostbaar en zekerder zijn dan dat door {{sc|mauss}} geuit, en het scheen vooral toepasselijk op het boren van zeer lange tunnels. Verder vonden de Sardinische ingenieurs {{sc|grandis, grattone}} en {{sc|sommeiller}} een nieuw stelsel van rotsboring uit, waarin men gebruik maakte van de kracht, die door een' waterval werd ontwikkeld, ten einde de lucht zamen te drukken. Wij gaan ons thans zetten om deze belangrijke onderneming iets nader in bijzonderheden te beschrijven, hoewel het zonder uitvoerige afbeeldingen niet mogelijk is, er die klaarheid aan te geven, welke voor hem vereischt wordt, die niet met de werktuigkunde eenigzins bekend is. De doorboring is van de beide tegenovergestelde zijden des bergs begonnen, en wel, van den Italiaanschen kant, bij Bardonnèche en van de zijde van Frankrijk bij Modane. Frankrijk zal aan de onderneming de helft der kosten betalen, maar Italië zal haar alleen tot stand brengen. Op dit oogenblik is het werk aan de Italiaansche zijde reeds veel verder voortgezet dan dat aan het andere einde. Even als wilde de natuur dat reuzenwerk begunstigen, heeft zij in den afgeloopen winter eene zoo zonderlinge afwijking gemaakt in het aldaar gewoonlijk heerschende weder, dat den oudsten mensch zulk een weêrstoestand niet heugt. De weg is namelijk geheel vrij van sneeuw gebleven, terwijl hij anders gewoonlijk met sleden wordt gebruikt; de<noinclude></noinclude> 942m2rkl9dwtvr4bdk4diddtwfdvk63 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/279 104 58115 219846 216770 2026-04-08T18:13:23Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219846 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{xx-larger|STUDIËN OVER DEN OLIFANT;}} {{smaller|DOOR}} {{larger|[[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|A. W. M. van HASSELT.}}]]}}}} {{dhr|2}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{r|''"The Elephant, the Lord paramount of the forests."''<br>{{sc|Tennent.}}{{gap}}}} {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 0285.png | width = 400px | align = | alt = De ''Indische olifant'', naar {{sc|p. gervais}} | cap = {{smaller block|De ''Indische olifant'', naar {{sc|p. gervais}} <ref>De overname van deze figuur en de volgende, waaronder enkele oorspronkelijke teekeningen, heb ik, als vroeger, weder te danken aan de kundige hand van den heer Officier van gezondheid der 2de klasse {{sc|schubart}}. </ref>..}} | capalign = center}}}}<noinclude>{{smallrefs}} {{rh|{{gap|2em}}1862.||17{{gap|2em}}}}</noinclude> ss10f5zh3gkgje4ezee5mc376pm4p7n Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/263 104 58116 219881 194226 2026-04-09T09:07:48Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219881 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{xx-larger|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD;}} {{smaller|DOOR}} {{larger|[[Auteur:Pieter van der Burg|{{sc|P. van der BURG.}}]]}}}} {{dhr}} {{rule|5em}} {{dhr}} Onze eeuw mag wel buitengewoon rijk heeten in het scheppen van wegen, die over verbazende lengten zich uitstrekken, volken aan volken verbinden, ja de verst verwijderde leden van het menschengeslacht in elkanders nabuurschap voeren. Men bekleedt die wegen met metaal en tracht er eene snelheid op te bereiken, die te vergelijken is met die, waarmede de gedachte langs metalen koorden duizenden uren afstands, snel als de bliksem, doorrent. Wanneer wij het oog over de kaart der wereld laten wandelen, bemerken wij met vreugde, welk een belangrijk deel van hare oppervlakte door het uitgebreide net der spoorwegen in zijne mazen wordt opgenomen. Den menschelijken geest zien wij alzoo voortdurend triompheren over ruimte en tijd, zelfs dáár, waar wij hem onoverkomelijke hinderpalen meenen gesteld te zien. Hier moge een reusachtig gebergte zich hemelhoog als scheidsmuur tusschen volken verheffen, dáár de bruisende golven perk en paal aan de gewenschte snelheid schijnen te stellen, toch weet de mensch die bezwaren te overwinnen. Bergen zijn geslecht of doorboord, rotsen zijn gesprongen, kloven aangevuld, over de onstuimige zee wegen gelegd en boven, op en onder de vaste korst, die ons draagt, rolt alzoo de ijlende spoortrein en schijnt al die hinderpalen te bespotten. Zelfs onder het zeebed door zal men welligt na weinige jaren den stoomsleper zien heenrollen; want hoewel de plannen van {{sc|mathieu}}, van {{sc|favre}}, van {{sc|franchot}} en {{sc|tessier}}, van {{sc|payerne}}, van {{sc|thomé de gamond}}, van {{sc|chalmers}} en anderen nog niet zijn verwezenlijkt, om òf door eenen tunnel Frankrijk met<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1862.||16{{gap|2em}}}}</noinclude> 6i6ftub98vtnzy5dg52yt0k4ppnbre3 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/280 104 59499 219847 180508 2026-04-08T18:14:27Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219847 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|258|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Wanneer mij werd afgevraagd, wat mij — would be toxicoloog en araneoloog — toch heeft bewogen, om te schrijven over een zóó alledaagsch onderwerp als den olifant, — over een dier, zóó oneindig verschillende van de klasse der spinnen en zoo geheel ontbloot van vergiftige hoedanigheden,—dan komen mij tot antwoord drie gronden voor den geest. Behalve innige bewondering van God's onmetelijke schepping, van zijne levende wonderen, kleine zoowel als groote, die evenzeer in staat zijn het oog als den geest te boeijen, — zijn die bevat in één denkbeeld, ééne beschrijving en ééne klagt: Ais denkbeeld zweefde mij voor, hier als 't ware een tegenhanger te vinden voor {{sc|harting}}'s "''magt'' van het ''kleine''" in de "onmagt van het groote." Een kolos, wiens ligchaamsgewigt meermalen dat van 25, soms zelfs dat van 50 volwassen personen evenaart, magteloos te zien als een kind tegenover den ijzeren wil van den mensch; gedwee gehoorzamend aan, zelfs onwillig bedwongen door een klein haakje in diens betrekkelijk zwakke hand! Als klagt bevreemdde mij het getuigenis onlangs door {{sc|tennent}} afgelegd: "dat er nog zoo weinig met zekerheid omtrent den olifant bekend was." Kan het mogelijk zijn, na meer dan 2000 jaren van waarneming nog geene voldoende kennis van dien "zoon van den Radja", dien "vriend van de maan"<ref>Nog altijd worden de tamme olifanten in Britsch-Indië met deze en dergelijke namen, b.v. de "morgen-ster", de "granaat-appel", enz., aangeduid.</ref>, welke reeds in de oudste geschriften en overblijfselen der Indische geschiedenis en mythologie eene hoofdrol speelde;—van het grootste land-dier, dat in omvang door geen ander, in hoogte alleen door den giraffe wordt overtroffen! Als beschrijving eindelijk trof mij de waarlijk poëtische ontboezeming van {{sc|haafner}}: "Wie is u gelijk, o edel dier! wie u gelijk onder de geraasmakende burgers der wouden? Uw voorhoofd is als veen ondoordringbaar schild; uw magtige tromp als eene vernielende waterhoos! Uwe schrikkelijke slagtanden zijn als twee klippen in de verbolgene zee. Uwe stem huilt als een stormwind tusschen de kloven der bergen. Uw ligchaam is als eene graauwe rots, die zich<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> lcbwt50lqknehejnpmqi95ehq3346et 219848 219847 2026-04-08T18:15:02Z DoekeHellema 16849 219848 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|258|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Wanneer mij werd afgevraagd, wat mij — would be toxicoloog en araneoloog — toch heeft bewogen, om te schrijven over een zóó alledaagsch onderwerp als den olifant, — over een dier, zóó oneindig verschillende van de klasse der spinnen en zoo geheel ontbloot van vergiftige hoedanigheden,—dan komen mij tot antwoord drie gronden voor den geest. Behalve innige bewondering van God's onmetelijke schepping, van zijne levende wonderen, kleine zoowel als groote, die evenzeer in staat zijn het oog als den geest te boeijen, — zijn die bevat in één denkbeeld, ééne beschrijving en ééne klagt: Ais denkbeeld zweefde mij voor, hier als 't ware een tegenhanger te vinden voor {{sc|harting}}'s "''magt'' van het ''kleine''" in de "''onmagt'' van het ''groote''." Een kolos, wiens ligchaamsgewigt meermalen dat van 25, soms zelfs dat van 50 volwassen personen evenaart, magteloos te zien als een kind tegenover den ijzeren wil van den mensch; gedwee gehoorzamend aan, zelfs onwillig bedwongen door een klein haakje in diens betrekkelijk zwakke hand! Als klagt bevreemdde mij het getuigenis onlangs door {{sc|tennent}} afgelegd: "dat er nog zoo weinig met zekerheid omtrent den olifant bekend was." Kan het mogelijk zijn, na meer dan 2000 jaren van waarneming nog geene voldoende kennis van dien "zoon van den Radja", dien "vriend van de maan"<ref>Nog altijd worden de tamme olifanten in Britsch-Indië met deze en dergelijke namen, b.v. de "morgen-ster", de "granaat-appel", enz., aangeduid.</ref>, welke reeds in de oudste geschriften en overblijfselen der Indische geschiedenis en mythologie eene hoofdrol speelde;—van het grootste land-dier, dat in omvang door geen ander, in hoogte alleen door den giraffe wordt overtroffen! Als beschrijving eindelijk trof mij de waarlijk poëtische ontboezeming van {{sc|haafner}}: "Wie is u gelijk, o edel dier! wie u gelijk onder de geraasmakende burgers der wouden? Uw voorhoofd is als veen ondoordringbaar schild; uw magtige tromp als eene vernielende waterhoos! Uwe schrikkelijke slagtanden zijn als twee klippen in de verbolgene zee. Uwe stem huilt als een stormwind tusschen de kloven der bergen. Uw ligchaam is als eene graauwe rots, die zich<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> lmy2a0x1lq283jtku539l4c9y6z6f74 219849 219848 2026-04-08T18:15:39Z DoekeHellema 16849 219849 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|258|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Wanneer mij werd afgevraagd, wat mij — would be toxicoloog en araneoloog — toch heeft bewogen, om te schrijven over een zóó alledaagsch onderwerp als den olifant, — over een dier, zóó oneindig verschillende van de klasse der spinnen en zoo geheel ontbloot van vergiftige hoedanigheden,—dan komen mij tot antwoord drie gronden voor den geest. Behalve innige bewondering van God's onmetelijke schepping, van zijne levende wonderen, kleine zoowel als groote, die evenzeer in staat zijn het oog als den geest te boeijen, — zijn die bevat in één denkbeeld, ééne beschrijving en ééne klagt: Ais denkbeeld zweefde mij voor, hier als 't ware een tegenhanger te vinden voor {{sc|harting}}'s "''magt'' van het ''kleine''" in de "''onmagt'' van het ''groote''." Een kolos, wiens ligchaamsgewigt meermalen dat van 25, soms zelfs dat van 50 volwassen personen evenaart, magteloos te zien als een kind tegenover den ijzeren wil van den mensch; gedwee gehoorzamend aan, zelfs onwillig bedwongen door een klein haakje in diens betrekkelijk zwakke hand! Als klagt bevreemdde mij het getuigenis onlangs door {{sc|tennent}} afgelegd: "dat er nog zoo ''weinig'' met zekerheid omtrent den olifant bekend was." Kan het mogelijk zijn, na meer dan 2000 jaren van waarneming nog geene voldoende kennis van dien "zoon van den Radja", dien "vriend van de maan"<ref>Nog altijd worden de tamme olifanten in Britsch-Indië met deze en dergelijke namen, b.v. de "morgen-ster", de "granaat-appel", enz., aangeduid.</ref>, welke reeds in de oudste geschriften en overblijfselen der Indische geschiedenis en mythologie eene hoofdrol speelde;—van het grootste land-dier, dat in omvang door geen ander, in hoogte alleen door den giraffe wordt overtroffen! Als beschrijving eindelijk trof mij de waarlijk poëtische ontboezeming van {{sc|haafner}}: "Wie is u gelijk, o edel dier! wie u gelijk onder de geraasmakende burgers der wouden? Uw voorhoofd is als veen ondoordringbaar schild; uw magtige tromp als eene vernielende waterhoos! Uwe schrikkelijke slagtanden zijn als twee klippen in de verbolgene zee. Uwe stem huilt als een stormwind tusschen de kloven der bergen. Uw ligchaam is als eene graauwe rots, die zich<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> b5kh7vnr6awl10accpb77o5h7beplqs 219850 219849 2026-04-08T18:16:48Z DoekeHellema 16849 219850 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|258|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Wanneer mij werd afgevraagd, wat mij — would be toxicoloog en araneoloog — toch heeft bewogen, om te schrijven over een zóó alledaagsch onderwerp als den olifant, — over een dier, zóó oneindig verschillende van de klasse der spinnen en zoo geheel ontbloot van vergiftige hoedanigheden,—dan komen mij tot antwoord drie gronden voor den geest. Behalve innige bewondering van God's onmetelijke schepping, van zijne levende wonderen, kleine zoowel als groote, die evenzeer in staat zijn het oog als den geest te boeijen, — zijn die bevat in één denkbeeld, ééne beschrijving en ééne klagt: Ais denkbeeld zweefde mij voor, hier als 't ware een tegenhanger te vinden voor {{sc|harting}}'s "''magt'' van het ''kleine''" in de "''onmagt'' van het ''groote''." Een kolos, wiens ligchaamsgewigt meermalen dat van 25, soms zelfs dat van 50 volwassen personen evenaart, magteloos te zien als een kind tegenover den ijzeren wil van den mensch; gedwee gehoorzamend aan, zelfs onwillig bedwongen door een klein haakje in diens betrekkelijk zwakke hand! Als klagt bevreemdde mij het getuigenis onlangs door {{sc|tennent}} afgelegd: "dat er nog zoo ''weinig'' met zekerheid omtrent den olifant bekend was." Kan het mogelijk zijn, na meer dan 2000 jaren van waarneming nog geene voldoende kennis van dien "zoon van den Radja", dien "vriend van de maan"<ref>Nog altijd worden de tamme olifanten in Britsch-Indië met deze en dergelijke namen, b.v. de "morgen-ster", de "granaat-appel", enz., aangeduid.</ref>, welke reeds in de oudste geschriften en overblijfselen der Indische geschiedenis en mythologie eene hoofdrol speelde;—van het grootste land-dier, dat in omvang door geen ander, in hoogte alleen door den giraffe wordt overtroffen! Als beschrijving eindelijk trof mij de waarlijk poëtische ontboezeming van {{sc|haafner}}: "Wie is u gelijk, o edel dier! wie u gelijk onder de geraasmakende burgers der wouden? Uw voorhoofd is als een ondoordringbaar schild; uw magtige tromp als eene vernielende waterhoos! Uwe schrikkelijke slagtanden zijn als twee klippen in de verbolgene zee. Uwe stem huilt als een stormwind tusschen de kloven der bergen. Uw ligchaam is als eene graauwe rots, die zich<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> bpxgp46d7emjps1jtwik301vjrdih6q Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/281 104 63885 219851 207834 2026-04-08T18:23:33Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219851 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|259}}</noinclude>over de toppen van het geboomte verheft. Uw gang is statelijk, als de gang eens helds, trotsch en vol zelfvertrouwen, in het gevoel van uwe kracht!" Is {{sc|haafner}}'s beeld getrouw? {{sc|Tennent}}'s twijfel gegrond? Mijne tegenstelling juist? Ziedaar vragen, wier beantwoording ik aan de aandacht mijner geëerde lezers zelven overlaat. Mijne eigene overtuiging is thans gevestigd, doch niet dan na een herhaald bezoek der vijf levende olifanten, die zich in de beide diergaarden van ons vaderland bevinden, en niet dan na menigen strooptogt op letterkundig gebied <ref name=p259> Mijn voornaamste leiddraad was, — behalve de Zoölogische Handboeken of geschriften over dit onderwerp, van {{sc|buffon, cuvier (G. en F.)}}, {{sc|geoffroy st hilaire, gervais (p.), leunis, milne edwars, schlegel, (h.), uilkens, van der hoeven (j.), vrolik (w.)}}, —het teregt reeds beroemde werk van {{sc|james emerson tennent}}, {{sc|K. C. S., L. L. D.}}, getiteld ''Ceylon'', London, 1859, alsmede een afzonderlijk uitgekomen en vermeerderd uittreksel uit hetzelve, ''The Natural History of Ceylon'', 1861. (T. was jaren lang, sedert 1845, in eene gouvernements-betrekking op dit eiland, Van het begin zijner komst aldaar af heeft hij het zich, — in tegenoverstelling van vele schrijvers over den olifant, die hem alleen in den gevangen staat bestudeerden, — ten doel gesteld, dit dier in het wild na te gaan, en zijne eigene bevindingen te toetsen aan de mededeelingen er over van vele inlandsche olifanten-jagers. {{sc|Owen}} heeft het gedeelte van zijn werk, dat over den olifant handelt, — vol, II, van pag. 271 tot 404,—aan eene zorgvuldige revisie onderworpen). — Verder raadpleegde ik: {{sc|d. livingstone, L. L. D., Fellow o. t. Fac. o. ph. a. surg. o. Glasgow, ''Missionary Travels in South Africa'', London, 1857. (Hij reisde van de Kaap uit zoowel naar de meer bekende West — als naar de toen nog veel minder bezochte Oost-kust, en bragt in het geheel 16 jaren in het binnenland van Afrika door, alwaar hij zich thans op nieuw bevindt). — {{sc|Houel}}, ''Histoire naturelle de deux éléphants'', etc., Paris, 1803. ({{sc|H}}. maakte eene bijzondere studie van de, in 1798, door de Franschen onzen stadhouder ontnomen, en met groote moeite en kosten naar Parijs getransporteerde, Ceylonésche olifanten, eenen mannelijken en eenen vrouwelijken, die reeds veertien jaren in Holland hadden geleefd. Hij was gedurende acht weken, soms geheele dagen, bij hen, sliep zelfs meermalen in hun verblijf, of waakte bij maanlicht, niet alleen om hen goed waar te nemen, maar ook om hen in alle houdingen af te teekenen, hetgeen hem dan ook uitmuntend is gelukt). — {{sc|J. haafner}}, ''Reize te voet door het eiland Ceilon'', 1810. (Ofschoon niet bekend om zijne groote waarheidsliefde en ook hier geenszins van overdrijving vrij te spreken, komt mij toch voor, dat hetgeen {{sc|H}}. over de levenswijze van den olifant mededeelt, in het algemeen, hierop eene loffelijke uitzondering maakt). — {{sc|H. barth}}, ''Reisen und Entdeckungen in Nord u. Central Afrika'', 1857. — {{sc|J. a. wahlberg}}, ''Levensgeschiedenis en reizen in Z.O. Afrika'', in 1839 en 1854. — {{sc|Anderson}}, ''Aventures et chasses dans 'l'Afrique Australe'', 1850. — {{sc|H. schlegel}}, ''Bijdrage t.d. Gesch. v.d. Olifanten'', in Versl. en Meded. d, Kon. Akad., XIIe deel, 1ste stuk, 1861.—{{sc|Chomel}}, ''Algem. Woordenboek, in voce'' Olyphant. — {{sc|Suijker en verburg}},</ref> , waarvan ik hun thans de hoofdtrekken wensch mede te<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> pdefnhczb146ubyrbo059em70kziqo5 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/282 104 63887 219852 207835 2026-04-08T18:25:58Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219852 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|260|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>deelen. Ik geef niet meer dan ik kan, in het minst niet in den waan deze stof te hebben uitgeput of zelf niet te zullen falen. Ik koester echter de vaste overtuiging, dat, zoo al velen niet veel "nieuws" zullen vernemen, toch mijn verzamelde buit de som van kennis bij eenigen mijner lezers — even als die van mij zelven — eenigermate zal kunnen verrijken. In waarheid, ik had te voren niet gedacht, dat een zóó algemeen bekend terrein, — door de aanwezigheid dezer dieren op kermissen en in menageriën zelfs zóó populair, — toch zóóveel kon bevatten, wat nog niet door allen werd gekend. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Over geen dier is misschien meer strijd gevoerd of hebben althans meer dwaalbegrippen bestaan, en zijn door de reizigers van vroegeren tijd vooral meer verdichtselen in omloop gebragt, dan juist over den olifant. Menige vraag is aangaande hem te doen, die eerst voor korten tijd is opgelost, en op meerdere moet men nog het juiste antwoord schuldig blijven. En deze hebben niet alleen betrekking op zijne eigenschappen en gewoonten, maar ook op verscheidene zijner organen, zoo uitwendige, als vooral inwendige, over wier fijner maaksel eerst in onzen tijd eenig meerder licht begint op te gaan. {{nop}} <ref follow=p259>''Algemeene Geschiedenissen. — Tegenwoordige Staat van alle Landen en Volkeren'' (Siam, Afrika). — {{sc|J. a. dekker}}, ''Eenige bijzonderheden omtrent den olif. v. Nat. Art. Mag. te Amsterdam'', Repertorium, 3de jaarg. — ''Une Ambassade Anglaise'', p. {{sc|j. bowring}}; ''Episode d'un voyage'', p. {{sc|h. d. marcény}}; ''Voyage dans le Royaume d'Ava'', p. {{sc|h. yule}}; ''Comment on attrape les éléphans'', p. {{sc|l.d. wailly}}; ''A peep at the elephant'', in {{sc|harper}}’s Magazine; ''Reisen in Guinea'', {{sc|v. chailly}}, enz. (Alle voorkomende in onderscheidene, deels z.g. geïllustreerde, Tijdschriften). — Verder nog {{sc|ph baldaeus}}, Beschrijving van het machtige eiland Ceylon, Amsterdam, 1672; p. {{sc|e. melton's}} ''Zee- en Landreizen'', van 1660 tot 1677 ; {{sc|Ludolf}}, ''Historie van Abissiniën'', 1687 ; (welke laatste werken mijn vriend dr. {{sc|h.j. broers}} mij ter inzage gaf). — Onder de Latijnsche schrijvers der oudheid werden o.a. geraadpleegd: {{sc|plinius, appianus, aristoteles, flavius, josephus, plinius, plutarchus, sallustius, titus, livius}}. (Hierbij kan ik niet nalaten, mijn' waarden oom, mr. {{sc|evera}}, te Delft, ook hier mijn’ hoogen dank te betuigen voor de verleende hulp in het even vlijtig als het oordeelkundig verzamelen en uittrekken van een groot deel dezer, vooral der laatstgenoemde bronnen). </ref><noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> mlak4i4lp7l5k4e8wnz714nnzmipxqi Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/283 104 64417 219853 207836 2026-04-08T18:28:51Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219853 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIEN OVER DEN OLIFANT.|261}}</noinclude>Bestaat er, kan men vragen, meer dan één fossiele soort? en zijn er meer dan drie levende soorten? Komt er onder deze eene afzonderlijke ruigharige soort voor? en is er werkelijk een eigene witte olifant? Kan de olifant een 4 à 500-jarigen ouderdom bereiken en eene hoogte van 20 voeten of meer<ref>Daar de lengtematen omtrent den olifant veelal in "voeten" en onderdeelen daarvan worden opgegeven, moet ik eens vooral opmerken, dat ik er niet zal bijvoegen, of Rijnl., Eng. of Par. voeten worden bedoeld. Daar het verschil hier slechts 1, hoogstens 2 Ned. duimen bedraagt, mag dit bij een dier van dezen omvang wel worden voorbijgezien.</ref>? Is hunne huid kogel- of schotvrij? Wisselen zij nu en dan hunne slagtanden? Zijn die bij den man bovenwaarts, bij het wijfje naar beneden gerigt? Dient hunne snuit of hunne maag hun als reservoir voor drinkwater? Bestaat de eerste uit één of uit twee buizen? Is één daarvan voor het ademhalen, de andere voor het drinken bestemd? Zijn hunne voorpooten langer dan de achterste? Is de voet al dan niet met afzonderlijke teenen of hoeven voorzien, en met hoevele? Hebben zij geene kniegewrichten? Kunnen zij om die reden klimmen noch dalen, en moeten zij daarom staande slapen? Zuigen de jongen met den snuit of met den mond? Begraven zij inderdaad hunne dooden? Kunnen zij werkelijk huilen als een mensch, en is het waar, dat zij daarna hunne oogen met de oorlappen afdroogen? enz. Op alle deze vragen kan niet iedereen onmiddellijk antwoord geven zoo als het behoort (natuurlijk de geleerden uitgesloten), maar de olifant heeft toch eenige eigenschappen, die wij allen kennen. Zoo immers leerden onze ouders reeds van {{sc|buffon}}, dat hij niet alleen zoo slim is als een vos, zoo talentvol als een aap, zoo vernuftig als een bever, maar zelfs zoo knap als een schoolmeester in het verstaan van "alle talen!" En wie zou verder niet weten, dat zij sterk genoeg zijn om geheele: "wouden" te kunnen "ontwortelen," — dat zij in wraakgierigheid haast niet onderdoen voor een' Korsikaan, — dat zij in kuischheid bijna de Diana der mythologie evenaren? En toch, vreemd genoeg, men mag ook hier zonder schroom vragen: Is zelfs dit een en ander wel getrouwelijk voorgesteld? — In geenen deele; zeer veel kan zelfs op deze "algemeene kennis"<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 2isf5jz5iqtmpawkxht7c3330y3siaa Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/284 104 65094 219854 207837 2026-04-08T18:30:23Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219854 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|262|STUDIEN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>worden afgedongen. Waarheid en overdrijving vormen, — zoo als trouwens meer in de natuurlijke geschiedenis van het dierenrijk, doch hier niet het minst, — dikwijls een moeijelijk te ontwarren geheel. Vele hunner zoogenoemde "eigenschappen" heeft men bestudeerd in den gevangen staat of heeft men waargenomen door het vergrootglas der dressuur, of zelfs der verbeelding. Hunne organen heeft men langen tijd niet goed gekend, door gemis aan voldoende en herhaalde gelegenheid tot ontleedkundig onderzoek. Juist hunne grootte was hier een beletsel om gemakkelijk tot eene naauwkeurige kennis te geraken. Bij het feit hunner buitengemeen snelle ontbinding in de heete gewesten, voegde hun omvang het bezwaar van vervoer naar meer geschikte oorden of naar deskundigen in Europa. Dit is zóó waar, dat men steeds nog slechts enkele, en niet eens zeer volledige, beschrijvingen bezit van de hersenen der olifanten, van hunne zenuwen, van hunne bloedvaten. Bij hunne betrekkelijke zeldzaamheid en hun vrij langen levensduur, staat verder ook in Europa de gelegenheid tot dit onderzoek niet dan bij groote uitzondering voor de anatomen open. En hoezeer de ontleedkunde, zelfs ook bij zulk een ligchaams omvang, tot kennis noodzakelijk is, mag ons blijken uit de klassieke dwaling, waarin zij, die zich tot daartoe hadden vergenoegd met uitwendige aanschouwing, voor lange jaren, te ''Versailles'' zijn vervallen. Een jonge olifant, in de menagerie aldaar sedert vele jaren ter bezigtiging gesteld, was tot aan zijnen dood, in 1681, steeds voor een ''mannetje'' aangezien. Eerst bij het lijkonderzoek, door de leden der akademie van wetenschappen bijgewoond en door {{sc|perrault}} opgeteekend, bleek, dat men een ''wijfjes''-olifant had bezeten! Niet alle olifant-achtige dieren, die eenmaal hebben bestaan, worden nog levende aangetroffen. Talrijke fossiele, grootere en kleinere, overblijfselen getuigen, dat, in vroegere geologische perioden, vormen daarvan hebben geleefd, die thans nog slechts onder den grond of in het pool-ijs of in sommige musea bewaard worden. Hiertoe behooren in de eerste plaats de onderscheidene ''Mastodon''-soorten der tertiaire formatie, mede snuit- en slagtanden dragende gevaarten, grooter nog, althans langer, dan de eigenlijk gezegde olifanten. Met dezen maakten zij wel is waar eene paralelle reeks uit, doch<noinclude></noinclude> bymc1fe2xa0zfwmtfz8t0po673utlwz Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/285 104 65095 219855 207838 2026-04-08T18:42:35Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219855 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIEN OVER DEN OLIFANT.|263}}</noinclude>van dezen verschilden zij onder anderen door den meer tepel- of knobbelachtigen vorm der kiezen. Vóór den "zondvloed" schijnen deze dieren nagenoeg over de geheele aarde, ook over de Nieuwe Wereld, verspreid te zijn geweest. Op hen zijn, tijdens de latere quaternaire formatie, de ''Mammouth''-soorten gevolgd, ware olifanten, door sommigen in ''Elephas primigentus'', ''insignis, priscus'' en nog een aantal andere (?) soorten onderscheiden. Vele fossiele voorwerpen daarvan, enkele malen in hun geheel, worden zelfs nog heden ten dage in het diluvium of in ijsmassa's aangetroffen. Zij waren mede over de gansche aarde, ook in Noord-Amerika, in welk werelddeel de tegenwoordige olifanten niet voorkomen, — verspreid, vooral naar de pool-streken toe, doch ook verder, bijv. in Europa, van N. Rusland af tot Z. Italië toe, alsmede in ons vaderland en aangrenzende rijken. Inzonderheid echter in Siberië wordt daarvan voortdurend nog zooveel opgedolven, dat daar te lande de volks-sage zou gaan: "als konden zij het daglicht niet verdragen, en leefden zij daar tegenwoordig nog, op de wijze der mollen, onder den grond voort!" De Mammouth-soorten echter zijn alle voor goed uitgestorven, ofschoon ik moet opmerken, dat welligt kort na hen, of misschien zelfs gelijktijdig met hen, zich reeds sporen van de tegenwoordige olifanten hebben opgedaan. Volgens {{sc|cuvier}} althans vertoonen eenige Siberische Mammouth-vormen groote overeenkomst met den tegenwoordigen Indischen olifant, en werd onlangs door {{sc|anca de mangalaviti}} bekend gemaakt, dat ook in grotten op Sicilië fossiele beenderen en tanden zijn opgegraven, die tot den gewonen Afrikaanschen olifant schijnen te hebben behoord. {{dhr}}{{Lijn|5em}}{{dhr}} De thans levende olifanten werden, — vóórdat {{sc|camper, blumenbach}} en {{sc|cuvier}} dit vraagstuk tot helderheid hadden gebragt, — voornamelijk door vergelijkend onderzoek van de kroonen der kiezen, — geacht slechts één soort te vormen. Door hen echter werden zij toen in twee soorten, den ''Aziatischen'' of ''oud-Indischen'' en den ''Afrikaanschen''<noinclude></noinclude> 7n6yuj2ru70bouguxsxfhrp2b85rdcp Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/286 104 65097 219856 216609 2026-04-08T18:44:34Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219856 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|264|STUDIEN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>gesplitst. Eerst in den nieuweren tijd zijn {{sc|temminck}} en vooral {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 292a.png | width = 400px | align = | alt = Voorhoofd en oor van den Indischen olifant | cap = {{smaller block|Voorhoofd en oor van den Indischen olifant.}} | capalign = center}}}} {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 292b.png | width = 400px | align = | alt = Voorhoofd en oor van den Afrikaanschen olifant. | cap = {{smaller block|Voorhoofd en oor van den Afrikaanschen olifant.}} | capalign = center}}}} {{sc|schlegel}} tot de ontdekking geraakt van eene ware derde soort, de<noinclude></noinclude> pssfg2ku6lluijpmyri30u398avf8r8 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/287 104 65098 219857 216610 2026-04-08T18:45:53Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219857 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|265}}</noinclude>Sumatraansche (of Ceylonésche), die van den op het vasteland van Indië levenden olifant moet worden onderscheiden. Of het bij deze drie soorten zal blijven, is niet zeker; althans {{sc|schlegel}} heeft onlangs het vermoeden uitgesproken, dat, even als voor den Indischen, ook later voor den Afrikaanschen mogelijk blijken zal, dat daarvan twee of meer soorten voorkomen. Aanleiding tot deze veronderstelling vond hij niet alleen in eenig verschil in den vorm van den schedel, maar: ook in de zoo zeer uiteenloopende geographische verspreiding der olifanten van Afrika. Behalven in de vindplaats echter, worden, ter onderlinge karakterisering der reeds bekende soorten, de voornaamste onderscheidingskenmerken gevonden in: de figuren van de bovenvlakte der platen of lamellen, waaruit de kiezen bestaan; het getal der valsche ribben, der {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 293.png | width = 400px | align = | alt = Kiezen van de twee hoofd-soorten. | cap = {{smaller block|Kiezen van de twee hoofd-soorten.}} | capalign = center}}}} Kiezen van de twee hoofd-soorten. rugge- en staart-wervels; de meerdere of mindere bolheid van het voorhoofd; den grooteren of kleineren omvang van het oor; de zwakkere of sterkere ontwikkeling der slagtanden <ref>{{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62haar 0293b.png | width = 400px | align = | alt = | cap = | capalign = center}}}}</ref>. Ter loops is vroeger nog<noinclude> {{smallrefs}}</noinclude> g7zonp12klwq17w6rwvv2krrxaot71o Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/288 104 65121 219858 207840 2026-04-08T18:49:05Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219858 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|266|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>van eene vierde soort (of liever variëteit) gewag gemaakt, en wel door een onzer landgenooten op Ceylon, den heer {{sc|bres}}, door {{sc|buffon}} aangehaald, „Diep in het binnenland zou daar een ruigharige dwerg-olifant voorkomen, niet grooter dan eene koe, maar zeer schuw en ontembaar." Dit berigt staat geheel op zich zelf en schijnt geen vertrouwen te verdienen. {{sc|Tennent}} intusschen spreekt het niet bepaald tegen, doch zegt alleen, dat het "behaard" zijn eener zoodanige "caste" van olifanten niet tot eene geldige tegenwerping zou mogen worden gemaakt tegen de "mogelijkheid" dier "waarneming". Volgens zijne ervaring toch is de huid van alle olifanten in hunne jeugd, en dan vooral bij pas gevangenen, aan de schouders en op het hoofd meer of minder met wollige haren bedekt, die zij er echter òf zelve spoedig grootendeels afschaven, òf door het rossen van de huid er weldra worden afgeschuurd. Er zou ook hiermede in verband kunnen worden gebragt hun oponthoud op eene koelere streek van het eiland, alwaar de haargroei sterker ontwikkeld kan zijn, tot bescherming van de huid, overeenkomstig met de behaardheid daarvan bij den El. primigenius in het noorden van Rusland. De vindplaats der olifanten wordt door hunne soort-namen aangewezen. Tegenwoordig zijn zij oorspronkelijk in het wild slechts aan te treffen, zoo ver bekend is, in Azië en in Afrika. De eigenlijke, oud-Indische of Indiaansche leeft op het vasteland van Indie, tot op ongeveer 35° Noorder Br. in Thibet en Tartarije, doch vooral bezuiden den kreeftskeerkring en ten oosten van den Indus, in geheel Hindostan, Bengalen en het vaste land van achter-Indië, vooral in het rijk der Birmans, — Ava, Pegu, Siam, — tot in Cochin-China toe. De Sumatraansche wordt gevonden op twee Indische eilanden, t.w. op het eiland van dien naam en op Ceylon. Dit echter is er veel rijker aan dan Sumatra. Op Ceylon waren zij in vorige eeuwen (1672) zoo overvloedig, dat men, volgens {{sc|baldaeus}}, "daar te Lande niet wel kan reijzen, of men moest met zoldaten vergezelschapt zijn ende met trommels of een bekken, daar men op slaande, geluijt maakt, waarvan zij wegh loopen." Zij zijn er, — met uitzondering der kuststreken en der sterk bebouwde binnenlanden, zoo als de omtrek van Colombo, vanwaar zij geheel zijn verdreven, — nog altijd zeer algemeen, ofschoon<noinclude></noinclude> 0vx4s869qzmapz9vuc59vmqxipn44fg Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/289 104 65122 219861 207965 2026-04-08T18:50:42Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219861 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|267}}</noinclude>sterk aan het afnemen, zoo door het opruimen van de bosschen en het aanleggen van groote wegen, als door het steeds zekerder treffende schot der Engelsche jagers. Bij de zamenwerking dezer oorzaken, en inzonderheid wanneer men overweegt, dat zij sedert onheugelijke tijden vandaar naar het vasteland van Azië worden uitgevoerd, mag het wel bevreemden, dat zij op dit eiland nog op verre na niet zijn uitgestorven. Deze omstandigheid vindt alleen verklaring in de beperking van hunne slagtanden, wier veel grootere ontwikkeling zoovelen hunner makkers in Indië en vooral in Afrika, door de hooge handelswaarde daarvan, meer zonder ophouden ten verderve strekt. Ook op Sumatra wordt, om dezelfde reden, en omdat men er ze ook niet afrigt, slechts zeer weinig jagt op hen gemaakt. Komt deze of eene andere soort ook op Borneo voor? {{sc|Ritter}} en met hem eenige andere aardrijkskundigen laten hem dáár in het hooge noordwesten (Borneo proper) of ook in de binnenlanden nog steeds voortleven.... in hunne boeken, want in naturâ schijnen zij daar aan de beste natuuronderzoekers te blijven ontsnappen. Die men er gezien heeft, worden geacht er van elders te zijn ingevoerd, op gelijke wijze als zulks ook met Java en andere eilanden van den Indischen Archipel het geval is geweest of nog geschiedt<ref> Volgens {{sc|schlegel}}, is het tot hiertoe bekende geographische gebied der beide Aziatische olifant-soorten bevat in een' langwerpigen vierhoek, ingesloten door de kromme lijnen, gevormd tusschen 35° N. Br, tot 5° Z. Br. en 65° tot 165° O. L. (merid, v. Parijs).</ref>. Voor de Afrikaansche soort (of soorten), — welke tegenwoordig niet dan bij hooge uitzondering wordt getemd of afgerigt, — wordt algemeen beweerd, dat zij geheel dit werelddeel bewonen, althans in de voor hen geschikte streken, en in zooverre zij ook hier niet door de bestaande bevolking uitgeroeid of voor de toenemende landontginning teruggeweken zijn, zoo als in de omstreken van de Kaap de Goede Hoop. Overigens worden zij nagenoeg in geheel Zuid-Afrika, van omstreeks 32° Z. Br. (ten Noorden van Port Natal) af, tot aan de linie (Congo, Zanguebar, Mozambique), aangetroffen, terwijl in de noordelijke helft van dit werelddeel, Abyssinië ten Oosten, maar vooral<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> ti703a6isb7ckkdtzxlb12287f5e97l Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/290 104 65123 219863 207966 2026-04-08T18:52:08Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219863 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|268|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Senegambië en Guinea in het Westen, tot op omstreeks 17° N. Br.<ref> Dit was het meest noordelijke punt van Afrika, waar {{sc|barth}} olifanten heeft ontmoet. Te Kano, bij het meer Tsad, in Bornou, ontdekte hij het bestaan van een uitgebreide ivoor-markt.</ref> hun voorname vaderland worden genoemd. Hooger noordelijk echter zijn zij veel zeldzamer, doch wordt hunne vroegere aanwezigheid daar, vooral op te maken uit de geschiedenis van Carthago, meer dan waarschijnlijk. Niet overal evenwel leven zij er in gelijke menigte. Als bijzonder rijk aan olifanten staat het binnenland der van ouds zoo zeer befaamde "''tand-kust''" te boek; {{sc|barth}} deed het Niger-gebied, en in Bornou (centraal Afrika) het binnen-meer Tsad, {{sc|livingstone}} en {{sc|wahlberg}} deden in het Zuiden de Zambesi-rivier en het meer Ngami ten dezen eene zekere vermaardheid verkrijgen. Komt de Afrikaansche (of eene andere) soort ook op Madagaskar voor? Ter loops, en met een teeken van twijfel, vond ik dit eiland opgegeven onder de vindplaatsen van den olifant. Dit vermoeden schijnt, behalve op enkele onzekere berigten uit vorige eeuwen<ref>{{sc|Marco paolo}} o.a. beweerde, in zijne Beschrijving van Oost-Indiën, te Parijs uitgegeven in het jaar 1556, dat er "nergens ter wereld meer olifanten worden gevonden dan op Madagaskar", doch schijnt dit alleen af te leiden uit den ivoor-handel aldaar; alzoo geen vaste grondslag.</ref>, mij toe slechts te berusten op de overeenkomst in hemels-breedte met de door olifanten in Zuid-Afrika bewoonde streek. Ten overvloede heb ik, onder anderen, de "Laatste Reis" van {{sc|ida pfeiffer}} vergeleken, doch vond, in het algemeen overzigt, dat zij (bladz. 85 der Hollandsche vertaling, v. 1862) over de Fauna van Madagaskar geeft, hoegenaamd geene melding van olifanten gemaakt. Wáár men hen intusschen in de genoemde warme werelddeelen ook verspreid weet, men stelle zieh daarom niet voor, dat zij zoo bijzonder aan eene hooge ''temperatuur'' gebonden zijn, of de zonnewarmte beminnen. Integendeel, de nacht is hun lievelingstijd. De koelte en de rust der wouden, de tegenwoordigheid van het de geheele natuur verfrisschende water zijn de hoofdvoorwaarden voor de keuze van hun oorspronkelijk verblijf. Gedurende de hitte van den dag houden zij zich veeltijds op in de dikste schaduw der maagdelijke bosschen,<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> ctggqhys8ronnjtq7n1pnwb0l184b1n 219865 219863 2026-04-08T18:55:17Z DoekeHellema 16849 219865 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|268|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Senegambië en Guinea in het Westen, tot op omstreeks 17° N. Br.<ref> Dit was het meest noordelijke punt van Afrika, waar {{sc|barth}} olifanten heeft ontmoet. Te Kano, bij het meer Tsad, in Bornou, ontdekte hij het bestaan van een uitgebreide ivoor-markt.</ref> hun voorname vaderland worden genoemd. Hooger noordelijk echter zijn zij veel zeldzamer, doch wordt hunne vroegere aanwezigheid daar, vooral op te maken uit de geschiedenis van Carthago, meer dan waarschijnlijk. Niet overal evenwel leven zij er in gelijke menigte. Als bijzonder rijk aan olifanten staat het binnenland der van ouds zoo zeer befaamde "''tand-kust''" te boek; {{sc|barth}} deed het Niger-gebied, en in Bornou (centraal Afrika) het binnen-meer Tsad, {{sc|livingstone}} en {{sc|wahlberg}} deden in het Zuiden de Zambesi-rivier en het meer Ngami ten dezen eene zekere vermaardheid verkrijgen. Komt de Afrikaansche (of eene andere) soort ook op Madagaskar voor? Ter loops, en met een teeken van twijfel, vond ik dit eiland opgegeven onder de vindplaatsen van den olifant. Dit vermoeden schijnt, behalve op enkele onzekere berigten uit vorige eeuwen<ref>{{sc|Marco paolo}} o.a. beweerde, in zijne Beschrijving van Oost-Indiën, te Parijs uitgegeven in het jaar 1556, dat er "nergens ter wereld meer olifanten worden gevonden dan op Madagaskar", doch schijnt dit alleen af te leiden uit den ivoor-handel aldaar; alzoo geen vaste grondslag.</ref>, mij toe slechts te berusten op de overeenkomst in hemels-breedte met de door olifanten in Zuid-Afrika bewoonde streek. Ten overvloede heb ik, onder anderen, de "Laatste Reis" van {{sc|ida pfeiffer}} vergeleken, doch vond, in het algemeen overzigt, dat zij (bladz. 85 der Hollandsche vertaling, v. 1862) over de Fauna van Madagaskar geeft, hoegenaamd geene melding van olifanten gemaakt. Wáár men hen intusschen in de genoemde warme werelddeelen ook verspreid weet, men stelle zich daarom niet voor, dat zij zoo bijzonder aan eene hooge ''temperatuur'' gebonden zijn, of de zonnewarmte beminnen. Integendeel, de nacht is hun lievelingstijd. De koelte en de rust der wouden, de tegenwoordigheid van het de geheele natuur verfrisschende water zijn de hoofdvoorwaarden voor de keuze van hun oorspronkelijk verblijf. Gedurende de hitte van den dag houden zij zich veeltijds op in de dikste schaduw der maagdelijke bosschen,<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> sgxaxplm1jsn4fnx5was1z5glc730jm Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/291 104 65124 219878 207967 2026-04-09T08:08:44Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219878 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|269}}</noinclude>en het is in den regel eerst tegen het vallen van den avond, dat zij zich daarbuiten wagen om hunne soms verre togten af te leggen naar wateren bevattende dreven; alwaar zij, gelijk {{sc|tennent}} zich uitdrukt, gedurende den ganschen nacht plassen en spelen, tot het krieken van het eerste morgenrood, dat hen tot waarschuwing strekt om zich op nieuw te gaan verschuilen in de diepste diepten van het woud. Deze schrijver doet dan ook zeer bepaald uitkomen, dat de olifant in geenen deele groote warmte zoekt of behoeft. Inzonderheid die van Ceylon houdt zich bij voorkeur in de koele bergstreken op en leeft daar soms in kudden, op eene hoogte van 8000 voeten boven de zee, waar het zelfs meestal in den morgenstond rijpt. Ofschoon dit kolossale dier, in den zin van omvang en inhoud, te regt "een monster van stof" is geheeten, wordt de grootte der olifanten, zoo in oude als zelfs in enkele nieuwere populaire geschriften, veeltijds met overdrijving aangegeven. Ons oog, zoo weinig gewoon aan het beeld van zulke levende gevaarten, is al ligt geneigd om den reeds grooten omvang daarvan nog te overschatten, bij gemis aan voldoende punten van vergelijking. Eene hoogte van 20 voeten, meermalen aan dit dier toegeschreven, is fabelachtig, en werd zelfs niet eens door de Mastodonten bereikt. In den regel moet dit cijfer, en dan nog wel meer bepaald voor de grootere, mannelijke dieren, tot op hoogstens de helft daarvan worden terug gebragt. Zelfs de Zuid-Afrikaansche, — waaronder de grootsten zijn, — halen meestal niet meer dan 9 tot 10 voet, en de Ceylonésche zijn gemiddeld niet hooger dan 8, en bereiken niet dan zelden 9 voeten. Slechts bij eene hooge uitzondering wil men enkele individuën hebben waargenomen, die van 11 tot 12 à 13<ref>De Koning van Napels "zou" er in 1745 een van den Sultan van Turkije ten geschenke hebben ontvangen, die eene hoogte had van ruim 13 voet!</ref> voet maten, gemeten, zoo als hier overal bedoeld wordt, van de zolen der voorpooten tot op den schouder of schoft (volgens sommigen zelfs tot op het hoogste gedeelte van den kop). En eene zoodanige hoogte springt dan ook duidelijk genoeg in het oog, als men zich die bijv. verzinnelijkt door de plaatsing van twee lange menschen boven elkander. {{nop}}<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 91beradro25617wle4n5e8j1bzg43fq Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/292 104 65125 219879 207968 2026-04-09T09:03:10Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219879 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|270|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>Over hunne lengte, in de horizontale afmeting, zijn de opgaven minder juist of minder eensluidend. In de eerste plaats, omdat men daarop niet altijd even veel de aandacht heeft gevestigd, daar niet steeds op eenig soortelijk verschil ten dezen is gelet, maar ook vooral, dewijl nu eens de tromp (gelijk veeltijds), dan weder (ten onregte) ook de staart mede in berekening zijn gebragt. Op de laatste wijze metende komt {{sc|buffon}} tot eene lengte van "soms wel 25 voeten!" Ook daar waar, als bij {{sc|leunis}}, van eene hoezeer "zeldzame" lengte van 18 voet wordt gesproken, is waarschijnlijk de staart ook mede gemeten. Zonder dit aanhangsel, is eene lengte van 15 tot 16 voeten al zeer buitengewoon; althans bij den volwassen Indischen olifant, van omstreeks 9 voet hoogte, bedraagt de ligchaamslengte, — en dan nog wel van de punt der tromp tot aan den staartwortel, — niet veel minder of meer dan 18 voet. De snuit niet medegerekend, wordt de gemiddelde ligchaamslengte circa op 8 tot 9 voeten geschat. Voeg bij die lengte en de bovengezegde hoogte den breeden omvang van het plompe ligchaam en de grove pooten der olifanten, dan behoeft het niet te verwonderen, dat hunne zwaarte, of hun gewigt, zeer groot is. De volwassen Ceylonésche (Sumatraansche) olifant wordt gemiddeld bevonden van 3 à 5000 oude ponden te wegen. Met zekerheid nogtans weet men, dat dit cijfer veel hooger kan stijgen. Zoo meldt {{sc|houel}} omtrent een der ons ontvreemde en in Frankrijk gestorven Ceylonésche olifanten, dat die 6000 ponden woog. Zoo {{sc|dekker}}, van den Indischen, die te Amsterdam werd gedood, dat die de 7000 ponden haalde. En zeer onlangs las ik een Journaal-berigt over een Afrikaanschen, te Parijs overleden olifant, die 8000 ponden zwaar was, alzoo het gewigt evenarende van ruim 50 menschen! — Reeds sedert jaren heeft men in de olifanten-landen een gemakkelijk middel gevonden, om, zonder ze nog te hebben gezien, vooraf te kunnen berekenen, hoe groot een zoodanig dier moet zijn, wanneer men zich in zijne nabijheid bevindt, hetgeen voor jagers en reizigers van belang kan wezen. Zoowel op Ceylon als in Afrika is namelijk algemeen de bevestiging verkregen, dat dit, voor volwassen olifanten, op te maken is uit de afmetingen van het versche spoor, of van het indruksel hunner voetstappen in weeken kleigrond. De hoogte van het dier zal<noinclude></noinclude> 5wtsnicdw384xa6jb212ln9l8vfanqq Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/293 104 65126 219880 207969 2026-04-09T09:04:56Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219880 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|271}}</noinclude>men dan vrij naauwkeurig gelijk vinden aan 2malen den omtrek (of 6-malen de middellijn) van het spoor van den vóórvoet. Zoo mat b.v. {{sc|livingstone}} meer dan eens zulke sporen op van omstreeks 4½ voet omtrek, en bevond dan ook werkelijk, dat die hadden toebehoord aan groote olifanten van ongeveer 9 voeten hoog. Dat de olifant om zóó groot en zwaar te worden, eenen hoogen ouderdom moet bereiken, staat vast; dat hij echter 4 tot 5 eeuwen oud kan worden, — zoo als {{sc|strabo, philostratus}}<ref>P. verhaalt: "dat Ajax, één der olifanten, die tegen {{sc|alexander den groote}} streden, daarna nog 400 jaren heeft geleefd"!</ref> en enkele andere schrijvers na hen hebben beweerd, — is later door geen' enkelen geloofwaardigen natuuronderzoeker bevestigd. Wel is waar is die meening bij verscheidene Aziatische en Afrikaansche volksstammen nog altijd populair, doch op welken grond? Voornamelijk dezen, dat in de bosschen, waar zij zich in het wilde ophouden, zoo uiterst zelden, of zelfs volgens anderen nooit, lijken van olifanten of andere overblijfselen dan alleen enkele, geheel of ten deele afgebroken slagtanden worden aangetroffen. Alhoewel deze waarneming vrij algemeen zelfs door de beste reizigers en ooggetuigen bewaarheid is gevonden, geeft zij volstrekt geen afdoend bewijs voor de stelling, die hier bewezen moet worden. Vooreerst immers zullen deze bosschen zelve veeltijds wel ouder zijn dan 4 à 500 jaren, en zou men, na verloop van dien tijd, dan toch hebben moeten beginnen ook de lijken hunner bewoners aan te treffen! Maar, ten tweeden, men kan dit feit ook op andere wijzen verklaren. Of door de zamenwerking van millioenen roofinsecten<ref> Onder anderen azen de z.g. vleeschvliegen buitengewoon sterk op hunne lijken. Letterlijk een oogenblik nadat een der pas gevangen olifanten was overleden, zag {{sc|tennent}} dien, mede letterlijk, "bezaaid" met myriaden van zwarte vliegen".</ref>, duizenden roofvogels en nachtelijke roofdieren, òf wel door de mogelijkheid, dat de wilde olifant, den dood voelende naderen, de ontoegankelijkste plaatsen in het woud, òf afgelegene schuilhoeken in het hooge, onbezochte gebergte opzoekt, om daar te sterven, zoo als {{sc|tennent}} dit schijnt aan te nemen. Eene zoodanige stille afzondering vóór den dood is meermalen ook bij andere dieren waargenomen, en heeft meer grond van waarschijnlijkheid, dan eene derde hier insgelijks<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> ea4hn2uyan8t7yjmvhf7dycijyopzd5 Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Delen van Nederland 100 65714 219871 219570 2026-04-08T19:35:46Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 219871 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van delen van Nederland | afbeelding = Fragment van de Nederlandse vlag, NG-312 cropped.jpg | alt = Fragment van de Nederlandse vlag uit omstreeks 1840 met de wapens van de zeven provinciën | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van delen van Nederland en [[w:Provincies van Nederland|provincies]] }} == Friesland == *Anoniem (2 juli 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 79/Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden|‘Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden aan zyn Vriend te Amsterdam, in dato 24 Juny’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Hallema, A. (25 augustus 1917) ‘De historiografie in onze Friesche kloosters’, ''Leeuwarder Courant'', tweede blad, [p. 1]. ;Heringa Cats, Pieter (1823-1880) *Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Te Oranjewoud|‘Te Oranjewoud is overleden […]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Reeling Brouwer, Nicolaas *Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Provinciale Staten|‘Provinciale Staten’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p.&nbsp;1]. == Gelderland == ;Hasselt, Jan Hendrik van (1739-1817) *Anoniem (31 mei 1781) [[Hollandsche Historische Courant/1781/Nummer 65/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 20]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Patriottentijd *Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/Zutphen den 17 September|‘Zutphen den 17 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Groningen == *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Groningen, den 1sten Maart|‘Groningen, den 1sten Maart’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *T. (14 december 1935) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 48/Nummer 295/Menso Alting hield hier de eerste openbare Hervormde Predicatie 27 Juli 1594|‘Menso Alting hield hier de eerste openbare Hervormde Predicatie 27 Juli 1594’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', p. 29. ;Landdag, november 1690 *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Iddekinge, Jean François van (1765-1948) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Groningen, den 22 Julij|‘Groningen, den 22 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. == Heerlijkheid Lexmond, Lakerveld en Achthoven == *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Overijssel == *''Overijssels Jaarboek voor cultuur en historie'', 1949, Zwolle: Erven J.J. Tijl.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 december 1948) [[Leeuwarder Courant/Jaargang 197/Nummer 294/Zo juist verschenen....|‘Zo juist verschenen....’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;6]. ;Voorst tot Voorst, Joan Maria van (1851-1939) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. == Twente == *Anoniem (6 november 1938) [[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30310/In de schaduw van den St. Plechelmustoren|‘In de schaduw van den St. Plechelmustoren. Twente in 1608’]], ''De Tijd'', Ochtendblad, [p.&nbsp;7]. == Pruisisch Opper-Gelre == *Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Berlyn den 23 September|‘Berlyn den 23 September’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. == Utrecht == *Anoniem (10 oktober 1899) [[De Tijd/Nummer 15860/Huis ter Haar|‘Huis ter Haar’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Patriottentijd *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Utrecht den 3 April|‘Utrecht den 3 April’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Weede van Dijkveld, Everhard van (1834-1893) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. == Texel == *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Wt Texel heeft men|‘Wt Texel heeft men, […]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2]. == Zeeland == *Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. == Overige provincies en regio's == * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Holland|Holland]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Limburg|Limburg]] == Plaatsen; afzonderlijk == ;Ameide; Heerlijkheid Ameide *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Appelscha *Anoniem (12 april 1889) [[De Tijd/1889/Nummer 2688/De politie is uit Appelscha vertrokken|‘De politie is uit Appelscha vertrokken. […]’]], ''De Tijd'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Arcen *Haas, Nico de (januari 1941) ‘Sint Sebastiaan. In het land der hagelkruisen’, ''Hamer'', jrg. 1, nr. 4, p. 11-13. ;Asselt *A. (14 juli 1928) [[De Tijd/Jaargang 84/Nummer 24749/Asselt|‘Asselt’]], ''De Tijd'', vierde blad, [p.&nbsp;3-5]. *Anoniem (24 mei 1930) [[De Tijd/Jaargang 85/Nummer 25444/Avondblad/Het kerkje van Asselt in gevaar|‘Het kerkje van Asselt in gevaar’]], ''De Tijd'', Avondblad, p.&nbsp;5. *Felix Rutten en G.K. (2 juni 1932) ‘Geschiedenis van Asselt’, ''Limburger Koerier'', derde blad, [p. 1]. *Felix Rutten en G.K. (11 juni 1932) ‘Geschiedenis van Asselt’, ''Limburger Koerier'', zesde blad, [p. 1]. ;Beesel *Anoniem (19 januari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 3/Bij koninklijk besluit van 12 dezer|‘Bij koninklijk besluit van 12 dezer [...]’]], ''De Roermondenaar'', [p.&nbsp;1]. *Kr., Ger. (17 april 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 92/Nummer 90/Beesel's historische rijkdom|‘Beesel's historische rijkdom’]], ''Limburger Koerier'', derde blad, [p. 1]. ;Bergen-op-Zoom *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Blerick *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bolsward *Anoniem (23 augustus 1939) [[Leeuwarder Nieuwsblad/Nummer 9418/De Marnezijl|‘De Marnezijl’]], ''Leeuwarder Nieuwsblad'', [p.&nbsp;2]. ;Borger *Anoniem (23 augustus 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1696/Avond-editie/Te Borger|‘Te Borger is overleden de heer H. Berents, […]’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [p.&nbsp;6]. ;Born *Anoniem (10 november 1956) ‘Aloude devotie rond St Hubertus te Born’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 2. ;Breda *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art3|‘Tijdinghe van Staten Leger by Wesel’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Brielle *Anoniem ([23 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/23 november/VVt 'sGravenhaghe, den 22. dito|‘VVt ’sGravenhaghe, den 22. dito. [= 22 november 1618]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Buurmalsen; David Cornelis van Lennep (1842-1919) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij Kon. besluit|‘Bij Kon. besluit van 3 Maart is benoemd […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Cuijk *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Delft *Anoniem (1729) ''Beschryving der stadt Delft, behelzende een zeer naaukeurige en uitvoerige verhandeling van deszelfs eerste oorsprong, benaming, bevolking, aanwas, gelegenheid, prachtige en kunstige gedenkstukken en zeltzaamheden. Nevens derzelver voorregten, handvesten, previlegien, en regeeringsvormen'', Te Delft: by Reinier Boitet.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/Te Delft|‘Te Delft by Reynier Boitet is gedrukt, en in de Steeden by de Boekverkopers te bekomen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Doesburg *Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/’s Gravenhage den 23 November|‘’s Gravenhage den 23 November’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Deventer; E.R.J. Fijn van Dront *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Dinsdagmorgen werd te Deventer|‘Dinsdagmorgen werd te Deventer […] ter aarde besteld […]’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;1]. ;Dongen *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Uit Breda wordt gemeld|‘Uit Breda wordt gemeld: […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Druten *Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Tijdens de kermis|‘Tijdens de kermis te Druten […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p.&nbsp;3. ;Echt *Anoniem (3 december 1940) [[Limburger Koerier/Jaargang 95/Nummer 278/Zal de Pepinusbrug herrijzen?|‘Zal de Pepinusbrug herrijzen?’]], ''Limburger Koerier'', Tweede blad, [p. 1]. ;Edam *W.[weissman], A.W. (7 mei 1898) [[De Opmerker/Jaargang 33/Nummer 19/Edam's museum|‘Edam's museum’]], ''De Opmerker'', jaargang 33, nr. 19, p. 147-148. ;Enschede *Anoniem (9 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 98/Avondblad/Men meldt ons uit Enschede|‘Men meldt ons uit Enschede: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;2. ;Gorinchem *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/NB|‘Ofschoon de […] inhoud van twee naamlooze Brieven, geschreeven te Amsterdam […] geadresseerd aan Heeren Burgemeesteren en Raaden in de Vroedschap te Gorinchem; --- wel niet verdiend, om als een object van serieuee deliberatie, by Hun Ed. Gr. Achtb. beschouwd te worden, […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Grave *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Nimwegen den 7 September|‘Nimwegen den 7 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Grave; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Groenlo *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Die van Wesel|‘Die van Wesel zijn met eenich krijchs-volck noch versterckt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Groningen *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Groningen, den 22 Julij|‘Groningen, den 22 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/Bij de Tweede Kamer is ingekomen|‘Bij de Tweede Kamer is ingekomen een wetsontwerp […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p.&nbsp;38. *Visscher, Guus (12 april 1990) ‘Eerherstel voor Sint Otger... Boek ‘Groningen 1040’ kegelt zekerheden omver’, ''Nieuwsblad van het Noorden'', p. 19. ;Groot-Ammers *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Haarlem *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Haarlem den 4 April|‘Haarlem den 4 April’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Haarzuilens *Anoniem en C. Koppenol (1896) [[Woord en Beeld/Jaargang 1/Het Huis "De Haar"|‘Het Huis „De Haar”’]], jrg. 1, p.&nbsp;48-51. *Stuijt, Jan (26 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 26/Haarlem|‘Haarlem’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 26, p.&nbsp;122-125. ;Haelen *Schreurs, P. (15 september 1928) [[De Nieuwe Koerier/Jaargang 41/Nummer 218/Historische kroniek van Haelen en omstreken|‘Historische kroniek van Haelen en omstreken’]], ''De Nieuwe Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;1]. ;Hagestein *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Utrecht den 31 January|‘Utrecht den 31 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Hantum *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Heel *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. *Kr., Gerh. (18 maart 1933) [[Limburger Koerier/Jaargang 88/Nummer 66/Het Huis Millen op Nieuwstadt|‘Limburg. Het land van oude monumenten. Het Huis Millen op Nieuwstadt’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;13] (Heel vermeld als ‘Hethele’). ;Hei- en Boeicop; Heerlijkheid Heikoop en Boeikoop *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Helden *Kr., Gerh. (18 maart 1933) [[Limburger Koerier/Jaargang 88/Nummer 66/Het Huis Millen op Nieuwstadt|‘Limburg. Het land van oude monumenten. Het Huis Millen op Nieuwstadt’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;13]. ;Hellevoetsluis *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Aanbestedingen|‘Aanbestedingen’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Herpen; Johan van Zuijlen (1807-1890) *Anoniem (8 augustus 1867) [[De Noordbrabanter/Jaargang 39/Nummer 93/Te Herpen|‘Te Herpen bij Ravenstein […]’]], ''De Noordbrabanter'', [p.&nbsp;3]. ;Herten *Kr., Gerh. (23 mei 1931) [[Limburger Koerier/Jaargang 86/Nummer 120/Limburg, het land van oude boerderijen|‘Limburg, het land van oude boerderijen. Hoeve „Offerkamp” te Herten’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p. 1]. ;'s-Hertogenbosch *Anoniem (10 oktober 1911) [[De Tijd/Nummer 19490/Wetenschappen|‘Wetenschappen’]], ''De Tijd'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. ;'s-Hertogenbosch; Herman van Beugel (1668-1741) *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/’s Gravenhage den 16 Maert|‘’s Gravenhage den 16 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Heukelum *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/De vorige week|‘De vorige week Vrijdag avond […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ;Heusden *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art1|‘Tijdinghe van s’Hertoghenbossche 1620. int lest van December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-6. ;Hoorn *Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/Hoorn den 21 September|‘Hoorn den 21 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Hulst *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Wttet Legher van sijn Hoogheydt van Oragnien voor Hulst, den 2 November|‘Wttet Legher van sijn Hoogheydt van Oragnien voor Hulst, den 2 November’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Een ander uyt het Leger van den 3 dito|‘Een ander uyt het Leger van den 3 dito. [= 3 november 1645]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. ;IJsselmonde; Cornelis Arie Molenaar (1826-1911) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij Kon. besluit|‘Bij Kon. besluit van 3 Maart is benoemd […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Kampen *Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 10]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Kessel (Limburg) - Engelbert Jozef Willem Stox (1851-1917) *Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/De rechtbank te Roermond|‘De rechtbank te Roermond’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Langerak (Zuid-Holland) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Leeuwarden *Anoniem (2 juli 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 79/Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden|‘Brief van een lid van het Vry-Corps te Leeuwarden aan zyn Vriend te Amsterdam, in dato 24 Juny’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Leeuwarden, den 25 Julij|‘Leeuwarden, den 25 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Redactie (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Ter gedachtenisse|‘Ter gedachtenisse aan de jongstverloopene feestdagen’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Lierop *Brouns, P.N. (3 februari 1917) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 51/Nummer 18/Lierop|‘Lierop’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 51, nr. 18, p.&nbsp;246-252. ;Linne *A. (21 oktober 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 95/Suletheim, Ascalon en Curnelo|‘Suletheim, Ascalon en Curnelo’]], ''De Maasgouw'', 2e jaargang, nr. 95, p. 369. *Anoniem (2 september 1939) [[Limburger Koerier/Jaargang 94/Nummer 206/Linne, een oude parochie|‘Linne, een oude parochie’]], ''Limburger Koerier'', [p. 6]. ;Maasbree *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Gisteren morgen|‘Gisteren morgen omstreeks 3 ure […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ;Maasland; J.B. Nederveen *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De heer J. B. Nederveen|‘De heer J. B. Nederveen, […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Meerkerk; Heerlijkheid Meerkerk *Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/De Heeren Staten van Holland en Westvriesland|‘De Heeren Staten van Holland en Westvriesland, zullen […] op Dingdag den 15 Maert 1729 […] in ’s Gravenhage doen opveylen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Midwoud *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (2)#art1al10|‘Hollandsche nieuwe Tijdinghen, te weten, hoemen in Hollandt de strenge Placcaten, die tegen de Arminianen ghemaeckt sijn, soeckt in ’t werck te stellen, ende te executeren, met hun het prediken te beletten, ende de Predikanten te vanghen’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Mill; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Mill; Hermanus Verstraaten (1825-1898) *Anoniem (16 januari 1892) [[De Tijd/1892/Nummer 13520/Besluiten en benoemingen|‘Besluiten en benoemingen’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. ;Montfort (Limburg) *Kempkens, J. (1969) ‘Van een klein stadje in de schaduw van een groot kasteel’, ''roerstreek ’69'', pp. 43-47. ;Neeritter *Kr., Gerh. (7 januari 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 5/Limburg, het land van oude monumenten|‘Limburg, het land van oude monumenten’]], ''Limbirger Koerier'', derde blad, p. 6. ;Oldenzaal *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Die van Wesel|‘Die van Wesel zijn met eenich krijchs-volck noch versterckt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (17 december 1910) [[Het Centrum/Nummer 8047/Dr. Schaepman|‘Dr. Schaepman’]], Derde Blad, [p. 2]. *Anoniem (16 juli 1955) ‘Beeltenis van H. Plechelmus door mgr. Alfrink onthuld’, ''De Tijd'', p. 5. ;Oss *S.O. (3 februari 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 29/De opgravingen te Osch|‘De opgravingen te Osch’]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;3]. ;Paarlo *Kr.[ekelberg], Gerh. (31 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 257/Het Huis "Paerloo" (Midden-Limburg)|‘Het Huis „Paerloo” (Midden-Limburg)’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;11. ;Pey *Anoniem (6 juni 1981) ‘Pey, Pepijn van Herstal en de zeven voetvallen’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 17. ;Purmerend *Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Purmerende den 1 May|‘Purmerende den 1 May’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Reek; kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Rijt (Veldhoven) *Anoniem (8 augustus 1867) [[De Noordbrabanter/Jaargang 39/Nummer 93/Men schrijft ons uit Oerle|‘Men schrijft ons uit Oerle, 1 Augustus: […]’]], ''De Noordbrabanter'', [p.&nbsp;3]. ;Scheveningen *Anoniem (7 augustus 1908) [[Land en Volk/Jaargang 4/Nummer 185/Muziek/Programma's der Muziekuitvoeringen|‘Programma's der Muziekuitvoeringen’]], ''Land en Volk'', Blad A, [p.&nbsp;2]. ;Schiedam *Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Te Schiedam|‘Te Schiedam zijn in de vorige week 3 nieuwe tyfusgevallen aangegeven; […]’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Schoonhoven *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Schoonhoven den 29 January|‘Schoonhoven den 29 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Gouda den 31 January|‘Gouda den 31 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Schoterland *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Schoterland, 20 Februari|‘Schoterland, 20 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Sint Odiliënberg *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Sint Odiliënberg]] ;Sittard *Anoniem (23 juli 1928) [[Limburger Koerier/Jaargang 83/Nummer 172/Wijlen pastoor Ruyten|‘Wijlen pastoor Ruyten’]], ''Limburger Koerier'', p. 5. *Dunckel, Aug. (31 augustus 1897) [[De Maasgouw/jaargang 19/nummer 16/Chroniek van Sittard|‘Chroniek van Sittard’]], ''De Maasgouw'', 19e jaargang, nummer 16, pp. 62-64. *Krekelberh, Ger. (28 mei 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 123/Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard|‘Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard’]], tweede blad, p. 4. *Krekelberg, Ger. (4 juni 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 129/Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard|‘Swentibold en zijn beteekenis voor Sittard. II (Slot)’]], vierde Blad, p. 1. ;Slenaken *Anoniem (juli 1910) [[De Maasgouw/Jaargang 32/Nummer 7/Het klooster van Hoog-Cruts|‘Het klooster van Hoog-Cruts’]], ''De Maasgouw'', jaargang 32, nr. 7, p. 51-53. ;Sluis *Anoniem (21 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/21 april/Men verhoort dat uyt de Stadt Sluys daghelijcx gheschoten wordt|‘Men verhoort dat uyt de Stadt Sluys daghelijcx gheschoten wordt […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Susteren *Anoniem (4 maart 1930) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 13/Nummer 52/Geschiedenis v.d. voormalige stad Susteren en van de adellijke abdij St. Salvator aldaar|‘Geschiedenis v.d. voormalige stad Susteren en van de adellijke abdij St. Salvator aldaar’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p. 1]. *Anoniem (25 mei 1951) ‘Varia over Susteren’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 5. ;Stevensweert *Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Maestricht|‘Wt Maestricht’, alinea 2]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2]. *[Jansen, M.J.] (29 juli 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 83/De vestinggronden van Stevensweert|‘De vestinggronden van Stevensweert [2]’]], ''De Maasgouw'', jrg. 2, nr. 83, p.&nbsp;325-326. ;Tegelen *Pesch (28 augustus 1931) ‘Tegelen voorheen en thans’, ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1]. ;Terwisscha *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Te Oud-Appelscha|‘Te Oud-Appelscha is gister een oude zilveren munt […] gevonden. […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Uden *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Een wethouder|‘Een wethouder uit de gemeente Uden […]’]], ''Het Vaderland'' tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Velp (Noord-Braband); kroondomeinen *Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;3]. ;Vlaardingen *Anoniem (29 juli 1914) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 242/Nummer 174/De Internationale havenquaestie|‘De Internationale havenquaestie’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Vlissingen *Anoniem (8 augustus 1839) [[De Noordbrabanter/1839/Nummer 95/Men is thans druk bezig|‘’s Hertogenbosch, den 7den Augustus. Men is thans druk bezig […]’]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Vlodrop *A. (21 oktober 1880) [[De Maasgouw/Jaargang 2/Nummer 95/Suletheim, Ascalon en Curnelo|‘Suletheim, Ascalon en Curnelo’]], ''De Maasgouw'', jaargang 2, nr. 95, p. 369. *Kr., Gerh. (30 januari 1924) [[Limburger Koerier/Jaargang 79/Nummer 25/Uit Midden Limburg|‘Uit Midden Limburg. Bijdragen tot de geschiedenis van Vlodrop en omgeving. IX’]], ''Limburger Koerier'', p. 4. ;Vught; Aloisius Maria Josephus Theodorus van Rijckevorsel (1851-1925) *Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De nieuwe burgemeester van Vught|‘De nieuwe burgemeester van Vught, […]’]], ''De Maasbode'', [p.&nbsp;2]. ;Waddinxveen *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (2)#art1al2|‘Hollandsche nieuwe Tijdinghen, te weten, hoemen in Hollandt de strenge Placcaten, die tegen de Arminianen ghemaeckt sijn, soeckt in ’t werck te stellen, ende te executeren, met hun het prediken te beletten, ende de Predikanten te vanghen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Wognum *Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De Tijd meldt|‘De Tijd meldt, dat binnen een paar dagen tijds door 107 „Katholieke huisvaders van Wognum” een adres aan de Tweede Kamer is gericht […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;1]. ;Zuidland *Anoniem (26 juni 1918) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 75/Nummer 175/Avondblad/Grafsteenen|‘Grafsteenen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. ;Zuilen *Anoniem (2 april 1932) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 136/Nummer 77/Ochtendblad/Collecte Crisis-comité te Zuilen|‘Collecte Crisis-comité te Zuilen’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [1e blad], [p.&nbsp;3]. ;Zutphen *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt 's Gravenhage, den 18. dito|‘VVt ’s Gravenhage, den 18. dito. [= 18 juni 1619]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.''. ;Zwolle *Anoniem (3 augustus 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 62/Zwolle den 27 Julij|‘Zwolle den 27 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Overige plaatsen * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Amsterdam|Amsterdam]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Den Haag|Den Haag]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Gouda|Gouda]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Leiden|Leiden]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Maastricht|Maastricht]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Nijmegen|Nijmegen]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Roermond|Roermond]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Roosteren|Roosteren]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Rotterdam|Rotterdam]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Utrecht (stad)|Utrecht]] * [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Venlo|Venlo]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] [[Categorie:Geschiedenis van Nederland| ]] 3eko73t5lzsda0rjtldbexevr4kbd3n Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/325 104 71214 219843 209674 2026-04-08T18:04:11Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219843 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|303}}</noinclude>Reeds bij vroegere totale zonsverduisteringen had men dergelijke verschijnsels opgemerkt; maar toen men in 1842 op verschillende plaatsen aan den zonnerand deze op bergen gelijkende oneffenheden had waargenomen, werd de aandacht daarop meer bijzonder gevestigd. De zonsverduistering van den 28 Julij 1851 werd daarom met gespannen verwachting te gemoet gezien. De beroemdste sterrekundigen hielden zich met hare waarneming bezig en stemden overeen in de verklaring, dat zij uitstekende punten van donkerroode kleur aan den rand der zon hadden opgemerkt. De hoogte dier protuberantiën, die zelfs gedurende het korte tijdsbestek der waarneming gedurig veranderden, werd op 6000 tot 12000 mijlen geschat. Ook bij de laatste totale zonsverduistering van den 18 Julij 1861 werd hetzelfde verschijnsel waargenomen. {{sc|Le verrier}} vond, dat de zonneoppervlakte aan de randen tot eene hoogte van 7" of 8" geheel bedekt was met eene laag van roodgekleurde oneffenheden, waarvan hij de dikte zag toenemen, naarmate zij van achter de maanschijf te voorschijn kwamen. Hij hield ze voor zonnewolken, die tot den zonnedampkring behooren, voor lichtverschijnsels, die niet aan den rand der maan door terugkaatsing gevormd kunnen zijn, maar die in den doorschijnenden dampkring, waarmede het lichtomhulsel der zon omgeven is, als wolken ronddrijven. Deze uitsteeksels aan den zonnerand zouden dus bewijzen, dat de photospheer der zon ook nog met een dampkring, waarin evenals in die der aarde wolken ronddrijven, is omgeven. Men heeft zelfs gemeend in dit lichtomhulsel nog twee deelen te kunnen onderscheiden, van welke het eerste, onmiddellijk op de photospheer rustende, een rood licht en het tweede, daarop rustende, een wit licht afgeeft. Ja! dit laatste, wit licht afgevende lichtomhulsel heeft men weder in twee schalen onderscheiden, ééne, die een sterker, en ééne, die een zwakker licht afwerpt. Men heeft dit gedaan om daardoor de verschijnsels van den lichtkrans of corona te verklaren, die het zonneligchaam bij eene totale verduistering omgeeft. Men heeft ook den omvang dezer dampkringen gemeten. De rood licht afgevende dampkring heeft slechts eene breedte van 10 sekonden, dat is {{smaller|{{frac|1|200}}}} gedeelte van de middellijn der zonneschijf, terwijl de buitenste wit licht afgevende dampkring of<noinclude></noinclude> e2zb6t4ece7t7czn03hs9p656gkk9hh Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/327 104 71215 219845 209676 2026-04-08T18:11:53Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219845 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|305}}</noinclude>geene wolken zijn, maar uit dezelfde stof bestaan als de donkere vlekken. De lichter kleur van deze randen komt, volgens hem, alleen daarvan, dat zij tot aan eene zekere diepte toe van lichtstrepen dooraderd zijn, die dezelfde lichtsterkte hebben als het zonnelicht. De kleur schijnt ons graauw toe, omdat de donkere lichtstrepen voor ons gezigt bij eene zwakkere vergrooting zamenvloeijen en daarom eene graauwe kleur geven. Prof. {{sc|calandrelli}} ontdekte zelfs, dat in de donkere vlekken zich holligheden en openingen vertoonen, waar hij het zonnelicht in zijne volle sterkte zag doordringen. Volgens {{sc|secchi}} zijn de graauwe plekken niets anders dan zonnevlekken, door welke het zonnelicht in alle rigtingen heen kronkelt. Uit deze waarnemingen blijkt derhalve, dat op die plaatsen althans beneden de donkere vlakte, die men gewoon is voor de oppervlakte der zon te houden, zich een lichthaard bevinden moet, hetwelk zeker moeijelijk is overeen te brengen met de hypothese, dat de zonnevlekken niets anders zijn dan de vaste grond der zonneoppervlakte, die door scheuren in het lichtomhulsel ons zigtbaar is geworden!<ref> Wij hebben deze feiten ontleend uit eene verhandeling van {{sc|moritz hess}}, ''die Sonne und ihr Licht'', in het tijdschrift "die Natur" van 1857.</ref>. Ook is het moeijelijk in te zien, hoe deze hypothese zich laat vereenigen met de thans algemeen aangenomene theorie aangaande de vorming van wereldbollen uit de langzame afkoeling der oorspronkelijke in gloeijenden toestand verkeerende massa. Worden wij door hetgeen de geologie ons met opzigt tot de wording onzer aarde met bijna ontegensprekelijke zekerheid bewezen heeft, bijna gedwongen deze theorie aan te nemen, wij vinden daarin een voldoenden grond om van onze aarde tot eene dergelijke wording van andere wereldbollen te besluiten. Maar hoe is nu deze theorie overeen te brengen met de hypothese, dat de zon reeds een vast en afgekoeld ligchaam zou zijn, terwijl hare omhulsels nog in gloeijenden toestand verkeeren? Het laat zich wel niet denken, hoe zich daar een vaste bodem door afkoeling kan gevormd hebben, terwijl nog eene gloeijende lichtzee den geheelen bol omgeeft. Alle afkoeling moet toch noodzakelijk een aanvang nemen met de omhulsels, die een wereldligchaam als licht- of dampkring omgeven. {{nop}}<noinclude>{{smallrefs}} {{rh|{{gap|2em}}1862.||20{{gap|2em}}}}</noinclude> bnjuywcvrinexbhc5usogufkcmzig71 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/324 104 71258 219835 209673 2026-04-08T12:53:43Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219835 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|302|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>Maar behalve de zonnevlekken doen zich op de oppervlakte der zonneschijf nog een paar verschijnsels voor, die wij hier niet mogen voorbijgaan, omdat ze welligt over de natuurlijke gesteldheid der zon eenig licht kunnen verspreiden. Men heeft namelijk bij totale zonsverduisteringen opgemerkt, dat zich op het oogenblik, dat de schijf der maan die der zon geheel bedekt, zich rondom de maan een helder verlichte glorie of straalkrans, eene zoogenaamde corona, vertoont. De vraag is nu, waaraan dit lichtverschijnsel is toe te schrijven. Sommigen hebben gemeend daarin niets anders te zien dan een zonnedampkring, die van alle zijden de photospheer tot op een aanzienlijken afstand omgeeft. {{sc|Le verrier}}, die op eene kleine bergvlakte ten zuiden van Tarazona de zonsverduistering van den 18 Julij 1860 heeft waargenomen, houdt deze corona voor niets anders dan een buigingsverschijnsel, hetwelk de zonnestralen opleveren, als zij langs den rand der maan voorbijgaan en door de zich daar bevindende bergen worden teruggekaatst. Dit was reeds door {{sc|maraldi}} bij de zonsverduistering van 1724 en is in later tijd door vele sterrekundigen beweerd. De sterrekundige {{sc|secchi}} heeft zelfs deze corona kunstmatig kunnen nabootsen, door op den weg van een bundel zonnestralen, die door eene vrij groote opening in een donker vertrek vielen, een ondoorschijnend ligchaam met onregelmatig getanden omtrek te plaatsen, of door de randen der opening, die den bundel lichtstralen binnenlaat, getand te maken. Hetzelfde verschijnsel verkregen reeds vroeger {{sc|la hire}} en {{sc|de l'isle}} bij de kunstmatige nabootsing van eene zonsverduistering. Is de corona werkelijk niets anders dan een buigingsverschijnsel van het zonnelicht, dan kan zij ons betreffende de natuurlijke gesteldheid der zon geene nadere opheldering geven. Geheel anders is het met een ander opmerkelijk verschijnsel, hetwelk insgelijks bij totale zonsverduisteringen wordt waargenomen. Men ziet namelijk op het oogenblik, als de zonneschijf door de maan bedekt is, aan den rand der maan zekere onregelmatige verhevenheden, gelijk veelpuntige, uitgestrekte bergruggen of hooge, digte wolkgevaarten van roodachtige kleur. Deze uitstekende protuberantiën behooren kennelijk niet tot de maan, maar tot de zon. Zoodra de zon weder achter de maan te voorschijn komt, verdwijnen deze verschijnsels weder. {{nop}}<noinclude></noinclude> 59qysxr4cw57j9tq35p1j68uo4cg62d Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/326 104 71259 219844 209675 2026-04-08T18:05:55Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219844 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|304|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN,|}}</noinclude>dampkringen zich tot 4 graden buiten den zonnerand uitstrekken en dus achtmaal zoo breed zijn als de zonneschijf<ref> Deze theorie is ook voorgesteld door dr. {{sc|d.j. steijn parvé}}, ''over de natuurlijke gesteldheid der Zon, in het Album der Natuur'', 1853, bl. 161 en v.</ref>. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Hoewel deze theorie van verschillende licht- en luchtomhulsels, die het donkere zonneligchaam omgeven, grooten bijval bij de beroemdste sterrekundigen van onzen tijd gevonden heeft, zoo is het niet te ontkennen, dat daartegen gegronde bezwaren bestaan. Volgens deze theorie toch zou er geen onmiddellijke zamenhang bestaan tusschen het zonneligchaam en het verbazend lichtproces, hetwelk van de photospheer, die daarvan door eene atmospheer en wolkenlaag is afgescheiden, uitgaat. Dat lichtproces wordt toch volstrekt daardoor niet verklaard, dat men met {{sc|arago}} de onafgebroken opstijging van een gas van onbekende natuur uit het zonneligchaam aanneemt, hetwelk eerst, als het tot eene ontzaggelijke hoogte is opgestegen, de licht- en warmtebron zou vormen, die in de photospheer aanwezig is. De lichtbron zoude dan niet in het zonneligchaam zelf, maar alleen in den licht-oceaan gezocht moeten worden, die op een verwijderden afstand de zon omgeeft. De wolkenlaag krijgt daarbij geheel het voorkomen, alsof zij slechts dient als lichtscherm om het zonneligchaam tegen den ontzettenden licht- en warmtegraad van het lichtomhulsel te beschermen. Het heeft wel eenigzins den schijn, alsof de theorie is uitgegaan van de teleologische zucht, die voor alle dingen de bewoonbaarheid der wereldbollen trachtte te verdedigen. Met zulk eene wolkenlaag, die het vaste ligchaam der zon tegen het al te schitterend licht en de al te gloeijende vuurhitte beschermde, kon men de bewoners der zon eene geschikte verblijfplaats verschaffen, ja, hun zelfs nu en dan door de openingen in de zonneomhulsels als door een venster een uitzigt gunnen op de onmetelijke ruimte des heelals. Bovendien zijn sommige verschijnsels, aan de zon waargenomen, moeijelijk overeen te brengen met de zoo even beschrevene theorie. Reeds prof. {{sc|capocci}} had in 1827 opgemerkt, dat de graauwe vlekken<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 5qda8gu9jay1d0oaza6c4h4azthpykm Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Mark Brandenburg 100 76950 219867 219211 2026-04-08T19:10:16Z Vincent Steenberg 280 +bron 219867 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het mark&shy;graaf&shy;schap Bran&shy;den&shy;burg | afbeelding = Mark Brandenburg um 1618 auf heutige Ländergrenzen übertragen.png | alt = omvang van Brandenburg in 1618 vergeleken met de huidige grenzen | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:nl:Mark Brandenburg|markgraafschap Brandenburg]]. }} == Vorsten en leden van vorstenhuizen == ;Frederik I van Pruisen (1657-1713) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Berlyn den 22 July|‘Berlyn den 22 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Ceurvorst’). *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Brussel den 20 September|‘Brussel den 20 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Heer Keurvorst van Brandenburg’). ;Frederik Willem I van Brandenburg (1620-1688) *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Konincks-berghen den 11 Augusti|‘Konincks-berghen den 11 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Maeghdenburgh den 25 October|‘Maeghdenburgh den 25 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (30 oktober 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Zaterdageditie, nummer 44/Leypzich den 19 Octob.|‘Leypzich den 19 Octob.’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Ceurvorst van Brandenburg’). ;Georg Willem van Brandenburg (1595-1640) *Anoniem ([ca. 22 juli] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 22 juli#art1al11|‘Waerachtighe Tijdinghen wt Weenen den 29. Junio 1620’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Sophie Charlotte van Hannover (1668-1705) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Hamburg den 2 Maert|‘Hamburg den 2 Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Ceurvorſtinne van Brandenburg’) == Historische figuren == ;Danckelmann, Eberhard von (1643-1722) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Hoverbeck, Johann Dietrich von (1652-1714) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Warschau den 11 July|‘Warschau den 11 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] mxvvy2dl6gdm6v24xwvypedf3eckzi8 De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/David Teniers den jongen 0 82101 219832 213675 2026-04-08T12:31:06Z Vincent Steenberg 280 +plaat 219832 wikitext text/x-wiki <pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu" from=403 fromsection=s3 to=405 tosection=s1 header=1/> <pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1718 vol 1.djvu" from=399 to=399/> [[Categorie:Schouburg]] l7zvuvirwb9k3wi9eyrt67nxmb09zal Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/201 104 83176 219842 215262 2026-04-08T17:52:08Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219842 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|172|''Schouburgh der''|}}</noinclude>naamste beeltenissen in hunne werken doen spreken, en ’t geen ’er voorts aan ontbrak, door byvoegzels opgeheldert.<br>{{gap}}Het naaste middel om hen in dit loffelyke spoor der Persoonverbeelding na te stappen is, dat men de perzoonen die men in een Historie verbeelden wil, in zulken gestalten, en met zulke bekledingen, en byvoegselen, als hun eigen is, en toebehoort, vertoont; aangezien het de bekleedingen zyn, die een Bedelaar van een Konink doen onderkennen. Des moet een Konstoeffenaar hier acht op geven, of hy maakt zich bespottelyk voor Konstkenners.<br>{{gap}}De onderwyzingen die altoos met berispingen (als de Monniken) verzelt gaan, leeren best, doch ik wil den gemakkelyksten weg inslaan en onderwyzen door voorbeelden.<br>{{gap}}Wil men den Aartsvader Abraham (om maar een gemeen voorbeelt voor te stellen) verbeelden, daar hy zyn dienstmaagt Hagar met haren Zoon uitleit, zoo dient voor af opgemerkt dat hy is geweest een Man van jaren, achtbaar van wezen en groot van vermogen, zoodanig, dat, wanneer de vremde Koningen de vyf steden in het dal Siddin gelegen, vyandelyk aangetast, de Opperbevelhebbers met den zwaarde gedood, en onder den roof ook zyn bloetvriend Lot mee gevoert hadden, hy, gesterkt met de inboorlingen van zyn huis, hen najoeg, sloeg, en Lot met den geroofden buit uit hun handen rukte.<br>{{gap}}Ook dat de Oosterlingen welke vermogende en hoofden der volken waren, altyd prachtig met dierbare gesteenten omhangen, en met kostbare zyde bekleed gingen.<br>{{gap}}Denk niet, Schilderjeugt, dat het noodelooze<noinclude>{{rechts|klei-}}</noinclude> 2anptm8f6kpbtd0y6pev69w9zutsqar Hoofdportaal:Geschiedenis/Algerije 100 83805 219873 219484 2026-04-08T19:56:07Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219873 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Algerije | afbeelding = Chefs arabes, asset d1eMITpSBufQKFZSJaSPfKhe.tif | alt = Vier leiders van het verzet tegen de Fransen | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Algerije|geschiedenis van Algerije]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij|‘Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij’, alinea 3]], ''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''. *Anoniem (17 januari 1662) [[Ordinarise Middel-weeckse Courante/1662/Nummer 3/Vyt Livorne, den 3 dito|‘Vyt Livorne, den 3 dito. [= 2 januari 1662]’]], ''Ordinarise Middel-weeckse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Bombardement op Algiers, 1683 *Anoniem (2 september 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Donderdageditie, nummer 35/Parijs den 27 Augustus (1)|‘Parijs den 27 Augustus’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Piraterij *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Amsterdam den 29 November|‘Amsterdam den 29 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. === 18e eeuw === *Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Genua den eersten Augusty|‘Genua den eersten Augusty’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Historische figuren == ;Boumezrag, Mostéfa (''fl''. 1819-1830) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Parijs, den 21 Julij|‘Parijs, den 21 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Dey, Hussein (1764/1765-1838) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Parijs, den 21 Julij|‘Parijs, den 21 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] owtwpixcipykclwzi3r7agwzoa12axg Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/424 104 84585 219841 217766 2026-04-08T15:22:58Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219841 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|20|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>schrijver verklaart door aan te nemen, dat het gedurende den dag ontwikkelde ozon des nachts nog de planten omringt, wanneer er geen wind is (?). 4°. De planten in het vrije veld ontwikkelen meer ozon dan die in de steden gedurende den dag, hetgeen verklaard kan worden door den krachtigen groei der eersten, die ook meer koolzuur ontleden. 5°. Hieruit volgt, dat de buitenlucht in woningen te midden van tuinen, weiden en bosschen meer levenwekkend dan in de steden is. 6°. Te midden van steden en eene digte bevolking is de hoeveelheid ozon in de nachtlucht aanmerkelijker dan in de daglucht; in de nabijheid van planten vermindert het eerste en wel des te meer naar gelang de planten talrijker dan de menschen zijn, zoodat in het vrije veld de betrekkelijke hoeveelheid van het ozon in de daglucht met het aantal planten toe en die in de nachtlucht afneemt. 7°. Het binnenste der bloemkroonen ontwikkelt geen geozoniseerde zuurstof. 8°. In de woonkamers is de zuurstof gewoonlijk in den niet geozoniseerden toestand. (''Compt. rend''., LV, p. 731). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Bloedzuigers in warme bronnen''' — {{sc|Diesing}} beschrijft twee nieuwe soorten van bloedzuigers, welke door prof. {{sc|schmidl}} in twee warme bronnen in Hongarije gevonden zijn. De temperatuur van het water bedraagt in de eene 26°,5 C., in de andere 26°. Beide soorten behooren tot het geslacht ''Aulastomum'', waarvan tot hiertoe slechts twee soorten, de eene in Middel-Europa, de andere in Noord-Amerika levende, bekend waren. Hij heeft de nieuwe soorten ''A. Schmidli'' en ''A. Wedli'' genoemd. Opmerking verdient nog, dat in de bron, waar laatstgenoemde gevonden is, ook de schoone ''Nymphaea thermalis'' groeit, die, naar beweerd wordt, anders alleen in den Nijl voorkomt. (''Sitzungsber. d. K. Wien. Akad.'', Bd. XLV, 1ste Abth., p. 481). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ontwikkeling der Pycnogoniden of Zeespinnen.''' — {{sc|Hodge}} had gelegenheid deze waar te nemen aan ''Phosichilidium coccineum''. De embryones vormen zich in de eijeren, die bevestigd zijn aan de pooten der moeder. Zij komen er uit onder de gedaante van kleine larven met twee bovenkaken en slechts vier pooten en gelijken meer op onvolkomen Acari dan op dieren uit de groep der Pycnogoniden. De larve begeeft zich vervolgens in de ligchaamsholte eener ''Coryne'' en dringt door in een der zijdelingsche knoppen. Daar houdt zij eenigen tijd haar verblijf, om zich verder te ontwikkelen. Zij ondergaat daarin eene eerste vervelling, waarbij zij hare pooten geheel verliest. Bij eene volgende vervelling komen<noinclude></noinclude> ke2w31604zegl0ha5mg94whej7txh49 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/423 104 84586 219840 217767 2026-04-08T15:20:21Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219840 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|19}}</noinclude>'''Snelheid van een kanonskogel.''' — De grootste bereikte snelheid van eenen kanonskogel in het begin zijner baan, geschoten uit een Armstrong's kanon, bedraagt 2010 voeten in eene seconde, d.i. ongeveer de dubbele snelheid van het geluid. (''Polyt. Journ''., CLXVI, p. 154), {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Periodiciteit der vulkanische uitbarstingen.''' — Dr. {{sc|e. kluge}} leidt uit eene vergelijking der tijden, waarop 1297 uitbarstingen van vulkanen hebben plaats gegrepen, af, dat het jaargetijde daarop eenen grooten invloed heeft. Hij bevond namelijk, dat in het Noordelijk halfrond gedurende het zomer-halfjaar (Maart tot Augustus) 314 en in het winter halfjaar 267 uitbarstingen hadden plaats gehad. In het Zuidelijk halfrond bedroeg het aantal voor het zomerhalfjaar (September tot Februarij) 129, voor het winter-halfjaar 77. Deze verschillen worden nog grooter, wanneer men zich tot de koude en gematigde luchtstreken bepaalt. De uitbarstingen tusschen 46° en 70° N.B. bedroegen gedurende den zomer 65, gedurende den winter 26. In Chili komen op 28 zomer-, slechts 2 winter-uitbarstingen. Uit een en ander besluit K., dat de invloed der warmte op het smelten van sneeuw en ijs en op de vorming van regen, bij het ontstaan van vulkanische uitbarstingen werkzaam is, hetgeen hij meent dat ook nog daardoor wordt bevestigd, dat de sterkste uitbarstingen in den Indischen Archipel kort na den regentijd of gedurende dezen plaats grijpen. Het spreekt van zelf, dat deze beschouwingswijze dan verder den schrijver leidt tot het verwerpen der hypothese, volgens welke de vulkanen slechts openingen zouden zijn voor eenen algemeenen diep liggenden vuurhaard. Hij meent integendeel, dat de meeste uitbarstingen geheel lokale verschijnselen zijn. (''Neue Jahrb. f. Miner''. etc., 1862, H. 5, p. 582). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ozon-uitademing der planten.''' — De heer {{sc|c. kosmann}} heeft eene reeks van onderzoekingen verrigt over het ozon-gehalte der lucht in de al of niet nabijheid van planten, en besluit daaruit het volgende: 1°. De planten ontwikkelen uit hare bladeren en overige groene deelen geozoniseerde zuurstof. 2°. De aldus gedurende den dag ontwikkelde hoeveelheid ozon is grooter dan die aanwezig is in de omgevende lucht. 3°. Gedurende den nacht wordt dit verschil nul voor het geval dat de planten ver uiteen staan, maar staan zij digt opeen gehoopt, dan bevat de lucht in haren onmiddellijken omtrek meer ozon dan de dampkring, hetgeen de<noinclude></noinclude> 0ikimd4hy8rroi6iampnbv6jw7d9mpv Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/422 104 84587 219839 217768 2026-04-08T15:17:55Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219839 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|18|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>Door 34 per mille als het normale cijfer te beschouwen, kan men de verschillen beter doen uitkomen. Zoo bedroegen deze: voor het gemiddelde zoutgehalte van den Atlantischen Oceaan + 1,77, van de Stille zee op de hoogte van Californié + 1,22, van dezelfde bij Japan + 0,43, van de Indische zee + 0,13. De Atlantische zee, welker verdamping het grootste aantal van rivieren voedt, is dus ook het zoutst. Het maximum van zoutgehalte, 37,908 of + 2,9, werd gevonden in de Atlantische zee, tegenover de kust van de Sahara. De Atlantische zee kan voorts in vijf streken worden verdeeld, die elk een verschillend zoutgehalte hebben, t.w.: {| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |De Noord-poolstreek {{gap|5em}}||+ 1,56 |- |{{ditto|De}} noordelijke gematigde streek{{gap|1em}}||+ 1,95 |- |{{ditto|De}} {{ditto|noordelijke}} keerkringsstreek||+ 2,17 |- |{{ditto|De}} zuidelijke {{ditto|keerkringsstreek}}||+ 2,47 |- |{{ditto|De}} {{ditto|zuidelijke}} gematigde streek||+ 1,04 |- |{{ditto|De}} zuidelijke poolstreek||- 5,44 |- |} Het tropische gedeelte van den Atlantischen oceaan is dus het zoutst en het zoutgehalte neemt naar de polen toe allengs af. De noordelijke Atlantische zee is echter rijker aan zout dan de zuidelijke. Slechts een gedeelte van het tusschen de keerkringen verdampte water keert naar het land en de zee als regen terug; een grooter gedeelte wordt in de poolstreken tot sneeuw en is verdigt en keert weder terug, hetzij als water- of als ijsstroomen. Het zoutgehalte van het water van den golfstroom is verschillend op verschillende punten. Het wordt gewijzigd door de verdamping en door den invloed der groote Zuid- en Noord-Amerikaansche rivieren, die zich in de zee uitstorten. F. meent zelfs, dat het zeer waarschijnlijk is, dat deze rivieren medewerken om den golfstroom zijne eigenaardige rigting te geven. In eenige gevallen, bepaaldelijk in de Atlantische zee, vond F., dat het zoutgehalte met de diepte iets vermindert. Water, verkregen uit eene diepte van 11000 voet, op 12° 36' N.B. en 25° 35' W.L., had 1 duizendste minder zoutgehalte dan het warme water der oppervlakte. In de Indische en Stille zee was daarentegen het diepere water iets rijker aan zout. Vijfentwintig verschillende elementen, namelijk O, H, Cl, Br, I, Fl, S, P, C, N, Si, Fe, Mn, Mg, Ca, Sr, Ba, Na, Ka, Ag, Cu, Pb, Zn, Co, Ni, zijn in het zeewater of in de ligchamen van daarin levende dieren of planten gevonden. De betrekkelijke hoeveelheid dezer stoffen, hoewel nagenoeg standvastig dezelfde, ondergaat echter eenige kleine veranderingen, die het gevolg zijn van het bij voorkeur opnemen van eenige daarvan door dieren, welke de zee bewonen. (''Forhandl. v. d. Skandinaviske Naturforskeres'', VIII Möde. Kjöbenh. 1861). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 4wzp1mm2nin4jte1l3luju3os3bi02p Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/421 104 84588 219838 217769 2026-04-08T15:13:07Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219838 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''De planeet Mars.''' — Dat de oppervlakte der planeet Mars, evenals die onzer aarde, uit vast land, zee en aan de poolstreken uit sneeuw of ijs bestaat, is reeds lang, op grond van hetgeen de waarneming dier planeet leert, door de sterrekundigen vermoed geworden. Dit vermoeden is bijna tot zekerheid verheven door {{sc|secchi}}, bij eene vergelijking van eene in 1858 met groote zorg vervaardigde teekening dezer planeet met het voorkomen, dat dezelfde planeet thans aanbiedt. In 1858 had hij tamelijk groote verschillen gevonden met vroegere afbeeldingen, door {{sc|mädler}} en anderen vervaardigd. Het voornaamste verschil bestond in de poolvlekken, die toen breed en zamengesteld waren, terwijl thans die, welke zigtbaar is, tot het kleine kringetje verminderd is, dat vroeger ook {{sc|mädler}} waarnam. Sedert 1858 zijn de groote witte viekken verdwenen en hare plaats is ingenomen door roos-kleurige vlakten, waarin blaauwe strepen of kanalen loopen. Men kan derhalve moeijelijk twijfelen, of de poolvlekken zijn sneeuw-ophoopingen of wolken, die zich verdigten gedurende het wintersaizoen van Mars en die thans, nu de zuidpool der planeet zich in haren zomer bevindt, verdwenen of gesmolten zijn. Het steeds op dezelfde plaats blijven der blaauwe strepen schijnt te bewijzen, dat deze zeeën en de rooskleurige vlakten vastelanden zijn. (''Compt. rendus'', LV, p. 751). Wij stippen hier nog aan, dat ook de hoogleeraar {{sc|kaiser}} in de vergadering der Kon. Akademie van den 27 Dec. j.l. een verslag heeft gegeven van eene reeks van waarnemingen over dezelfde planeet en bij deze gelegenheid eenige afbeeldingen daarvan, die op verschillende tijdstippen vervaardigd zijn, toonde, welke wij hopen dat eerlang in de werken der Akademie zullen gepubliceerd worden. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Zoutgehalte van de zee.'''—In den loop der laatste twintig jaren heeft {{sc|forchhammer}} meer dan tweehonderd volledige analyses van zeewater, verzameld op allerlei punten van den oceaan, gedaan. Eenige zijner hoofdresultaten zijn de volgende: Het gemiddelde zoutgehalte van den oceaan is 34,304 op 100 deelen water.<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1863.}}||{{smaller|3}}{{gap}}}}</noinclude> i40hkmj2li8d7f4aj7bc7ahta7mun6t Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/420 104 84589 219837 217770 2026-04-08T15:10:22Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219837 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|16|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>3°. De waterdamp in de lucht neemt zeer snel af met het toenemen der hoogte, zoodat op eene hoogte van 8 kilometers en daarboven de lucht bijna volkomen droog is. 4°. Tot op eene hoogte van 4,8 kilometers kunnen alle waarnemingen door iedereen met gemak worden gedaan. Op eene van omstreeks 6,4 kilometers worden zij, door den ongewonen toestand, waarin de waarnemer bij zoo verminderde luchtdrukking geraakt, zeer moeijelijk, en op 8 kilometers is er groote kracht van den wil noodig om eene enkele waarneming te doen. ledereen, die gezond is en zich zelven meester, kan eene hoogte van 5 kilometers bereiken in een luchtballon, zonder hinder. Niemand, die aan eene long- of hartziekte lijdt, mag hooger gaan. Dit alles, het moet hierbij nadrukkelijk worden opgemerkt, is alleen toepasselijk, wanneer men, zooals G., door een ervaren aëronaut wordt vergezeld, zoodat men zich met het besturen van den ballon, het rijzen en dalen enz. volstrekt niet bezig heeft te houden. {{sc|Coxwell}} had reeds meer dan 400 luchtreizen gedaan. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nog eens de snelheid des geluids.''' — Prof. {{sc|bosscha}} heeft in een brief, geplaatst in de ''Cosmos'' van 14 Nov. l.l., welk nommer ons bij het schrijven van het hierover medegedeelde op bl. 7 van dit ''Bijblad'' nog niet ter hand gekomen was, ook van zijne zijde doen opmerken, hoe volkomen de beide methoden van {{sc|faye}} en van {{sc|koenig}} overeenkomen met de door hem voor vele jaren reeds beschrevene. Bovendien toont hij hierbij aan, op welke wijze de eerste dier beide methoden zou kunnen worden gebezigd om, de snelheid des geluids gegeven zijnde, de wetten der inductie-stroomen te bestuderen en zelfs hunne sterkte op gegeven oogenblikken te bepalen. Tot ons leedwezen moeten wij ons hier tot de vermelding van dit feit en eene verwijzing naar de aangegeven bron bepalen, daar deze zaak ons te belangrijk voorkomt om door eene al te korte beschrijving misschien onduidelijk te worden voorgesteld. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Zwavel-waterstofgas en bromium.''' — Als eene ''"curieuse expérience de cours"'' vermeldt de ''Cosmos'' van 5 December l.l. het in aanraking brengen van enkele druppels bromium met zwavel-waterstofgas. Zoodra de waterstof de zwavel heeft losgelaten om zich met bromium te verbinden, zal men zien, dat het gas het dubbel der ruimte inneemt, die het vroeger besloeg. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> 5rwga4a5qqybcj97rxlqorme58ujrz7 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/419 104 84590 219836 217771 2026-04-08T15:07:39Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219836 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|15}}</noinclude>pisbuisjes in 't algemeen aanneemt, dat zij uit de glomeruli met bloedserum worden gevuld, welks eiwitachtige stoffen door het epithelium achtereenvolgens weder opgenomen worden. De opene kanalen, d.i. die, welke men tot nu toe alleen kende, beginnen in de bastzelfstandigheid met een net; zij zouden de wezentlijke pisbestanddeelen afscheiden; daarvoor pleit, dat zij de zitplaats van infarctus van piszuur zijn. Men vindt deze waarnemingen, met vele afbeeldingen opgehelderd, in het Xde deel van de ''Abhandlungen der Konigl. Gesellschaft der Wissenschaften zu Göttingen'', en zij zijn ook voor eenige weken uitgegeven onder den titel: ''Zur Anatomie der Niere''. Het is niet waarschijnlijk, dat zij zonder eenige bedenking aanstonds zullen worden aangenomen. Eenige tegenwerpingen heeft {{sc|henle}} zelf reeds aangeduid. Men weet, dat bij vele gewervelde dieren de capsels der glomeruli zeer goed gevuld zijn geworden door inspuitingen van den ureter, en dergelijke praeparaten van {{sc|hyrtl}} en anderen zijn in veler handen. Men moet dus aannemen, dat het weefsel der nieren bij zoogdieren van dat der overige gewervelde dieren verschilt. Het ware daarom te wenschen geweest, dat {{sc|henle}} zelf zijn onderzoek ook tot andere dierklassen had uitgestrekt, waarin hij zegt verhinderd te zijn geweest door het uitgebreide handboek over de menschelijke ontleedkunde, waaraan hij zijne werkzaamheid hoofdzakelijk moet toewijden. In ieder geval is echter de ontdekking van vroeger voorbijgeziene fijne buisjes in het nierenweefsel eene niet onbelangrijke bijzonderheid in de kennis van deelen, waaromtrent men al ligtelijk meenen zou, dat, na de laatste nasporingen, geene nieuwe ontdekkingen meer konden worden gemaakt. ''Dies diem docet.'' {{r|[[Auteur:Jan van der Hoeven|{{sc|J. v. d. H.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Glaishers luchtvaarten.''' — Reeds boven, bl. 4, was er sprake voornamelijk van eenige physiologische uitwerkselen, door {{sc|glaisher}} en zijn medgezel {{sc|coxwell}} daarbij ondervonden. Wij geven hier het overzigt van de voornaamste algemeene uitkomsten zijner acht luchtreizen, zooals die vermeld zijn in het ''Report of proceedings of the British association, Practical mechanics Journal'', CLXXVII, bl. 244 en volgende. Eerst zij nog opgemerkt, dat de grootste daarbij bereikte hoogte was die van 26,177 Eng. voeten of bijna 7958 meters, 1°. De temperatuur van de lucht boven de oppervlakte der aarde neemt niet gelijkmatig af naardat de hoogte toeneemt. Eene juistere kennis van de wet dezer vermindering is dus noodig, voor men haren invloed op de straalbreking enz. genoegzaam zal kunnen bepalen. 2°. Een aneroïde barometer kan, als hij goed gemaakt is, de drukking der lucht tot op omstreeks 5 Eng. duimen aangeven met eene juistheid, die zeker in de eerste en waarschijnlijk ook in de tweede decimaal (van Eng. duimen) vertrouwen verdient. {{nop}}<noinclude></noinclude> rf8lmj57d9kyjmuy240z9h04cxixndp Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/418 104 84591 219834 217772 2026-04-08T12:38:59Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219834 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|14|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>zeer heilzaam wezen kan, waarbij men zich herinnere, welke de toestand der longen bij de gedoode konijnen was. (''Compt. rend''., Tom. LV, pag. 771). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Hersenen van apen en mikrocephalen.''' — Prof. {{sc|r. wagner}} heeft dit jaar eene verhandeling hierover uitgegeven (''Vorstudien zu einer wissenschaftlichen Morphologie und Physiologie des Gehirns als Seelen-Organ''. 2 ''Abhandlung: Ueber den Hirnbau der Mikrocephalen mit vergleichender Rücksicht auf dem Bau des Gehirns der normalen Menschen und der Quadrumanen''. Gött. 1862, 4°), waarin hij aantoont, dat bij de schijnbaar den apentypus aanbiedende mikrocephalen de menschelijke typus der hersenen volkomen bewaard blijft en de voornaamste bij hen aanwezige hersendefecten (in de achterste kwabben der groote hersenen) lijnregt in tegenspraak zijn met den typus der anthropoide apen, bij wie juist die achterste kwabben zeer sterk uitgedrukt en bijzonder ontwikkeld zijn. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''De fijnere anatomie der nieren''' is onlangs door {{sc|j. henle}} op nieuw onderzocht, en hij is daardoor tot uitkomsten gebragt, welke met de thans heerschende en algemeen aangenomen voorstellingen in tegenspraak zijn. Hetgeen men dienaangaande wist, komt hoofdzakelijk hierop neder, dat de kanaaltjes, die op de nier-papillen eindigen, in de lengte uitstralen, zich gaffelvormig verdeelen en vervolgens in de bast-zelfstandigheid in gekronkelde buisjes overgaan. De in de bast-zelfstandigheid liggende, kleine klompjes (''glomeruli, s. corpora Malpighiana''), door bloedvaten, die vele slingeringen of lissen vormen, zamengesteld, hangen, volgens de ontdekkingen van {{sc|bowman}}, in hulsels, welke de blaasvormige, blinde uiteinden der gekronkelde afscheidende buisjes zouden zijn. Volgens de onderzoekingen van {{sc|henle}} bestaan er echter nog blinde buisjes in de nieren, die veel talrijker dan de andere, reeds bekende kanalen zijn; zij onderscheiden zich van deze laatste door een dik, korrelig epithelium en een zeer naauw lumen. Opspuitingen uit den ureter in varkens- en paardennieren drongen niet in de hulsels der glomeruli en evenmin in deze fijne, met korrelig epithelium bekleede buisjes. {{sc|Henle}} besluit daaruit, dat de hulsels der glomeruli niet door de uiteinden der ''tubuli urinarii'', maar door die van de, door hem ontdekte, fijnere buisjes gevormd worden. Er zou dus tweeërlei klierweefsel in de nieren aanwezig zijn. Bij maceratie van, op de vermelde wijze geïnjiceerde, nieren, zag hij nu en dan de niet opgevulde kanalen, maar nooit de opgespoten kanaaltjes zich in eene capsula van een' ''glomerulus'' uitzetten. Hij houdt de blinde buisjes, die hij ontdekte, voor deelen, die tot de water-afscheiding dienen; van hen moet gelden, wat {{sc|bowman}} van de<noinclude></noinclude> hzdjktto3krmvb4nef82myt197zh1dk Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/417 104 84592 219833 217773 2026-04-08T12:35:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219833 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|13}}</noinclude>ondergaan. Zijne waarnemingen betreffen vooral het vinden van overblijfselen van menschelijke kunstvlijt in lagen met zeeschelpen, die zich thans 20 tot 30 voet boven het peil der vloedhoogte verheffen. Onder die overblijfselen komen er voor, die eenen duidelijk romeinschen oorsprong hebben (''l'Institut'' 1862, p. 363). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Verre geographische verbreiding van wieren.''' — Uit een overzigt door {{sc|montagne}} en {{sc|millardet}} gegeven van de soorten van wieren, die groeijen op de zuidwestkust van het eiland Bourbon, blijkt, dat daaronder ook behoort ''Fucus serratus'', eene soort, die langs de kust van Europa (ook van ons vaderland) desgelijks groeit. Hetzelfde geldt van ''Cladophora ovoidea''. Deze soorten hebben derhalve een buitengewoon ver uitgestrekt gebied, dat zich uitstrekt van de noordelijke gematigde luchtstreek tot in de keerkringen (''Compt. rendus'', LV, p. 633). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Algemeene physiologische werking der emetine.''' — De heer {{sc|g. pecholier}} heeft daaromtrent meer dan vijftig proeven genomen op konijnen, (welke dieren niet braken) en op kikvorschen, die hij 't zij ipecacuanha, 't zij emetine (het eenige werkzame beginsel der ipecacuanha) deed inzwelgen. De uitkomsten zijner proefnemingen zijn de volgende. De emetine veroorzaakt 1° eene aanmerkelijke vermindering in het aantal en de energie der hart- en polsslagen; 2° eene even aanmerkelijke vermindering in het aantal der ademhalingen, terwijl de longen der gedoode dieren (konijnen) bleek en bloedeloos waren; 3° eene verlaging (van 1° — 3°) van de temperatuur der mondholte, terwijl die van het rectum dezelfde bleef of zelfs klom; 4° gestadige pogingen tot braken, hyperaemie der maag en van het bovenste gedeelte des darmkanaals, verdwijnen van de glucose der lever; 5° vermindering van de werkzaamheid der zenuwstelsels: collapsus, paralyse der gevoelszenuwen, terwijl de werking der beweegzenuwen en de zamentrekbaarheid der spieren wel verminderden, maar toch gedeeltelijkk bleven bestaan. Deze feiten werden geconstateerd op door emetine vergiftigde en dan onthoofde kikvorschen. Knijpen der huid had geene reflexbewegingen ten gevolge, maar een galvanische stroom, op de lendenzenuwen en de spieren inwerkende, veroorzaakte contractiën in de spieren der achterste ledematen, die echter zwakker waren dan zij bij niet vergiftigde dieren werden waargenomen. — Uit dit alles besluit P., dat de emetine eene deprimerende en contrastimulerende werking uitoefent en dat zij, zoo men hier op de analogie bij den mensch kan afgaan, vooral bij vele pneumoniën<noinclude></noinclude> tiqw9ifb8xojmcpmfma43j4xqklxmjx Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/416 104 84593 219831 217774 2026-04-08T12:30:27Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219831 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|12|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>niet minder dan tien tot dertien houtringen ontstaan, heeft de heer {{sc|hetet}} eenige proeven genomen. Hij nam een gedeelte der schors weg en deed daarop eene insnijding tot op het merg, zoodat al de houtlagen tot op het merg verwijderd waren. Toen omgaf hij den tak met een glazen buis, van boven en van onderen geluteerd, om de uitdrooging te beletten. Na eenige maanden had zich over de geheele oppervlakte der wond een nieuwe schors en daaronder houtbundels gevormd. H. besluit daaruit, dat bij dien boom de vorming van nieuw weefsel derhalve niet beperkt is tot de buitenste teeltlaag, maar dat ook de binnenste lagen en zelfs het merg nog in staat zijn nieuw houtweefsel en schors voort te brengen. (''Ann. d. Sc. nat., Bot''., XVI, No. 4, p. 318). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nymphaea grandiflora.''' — Van deze plant, uit oostelijk Nieuw-Holland, welker bloemen schoon hemelsblaauw en nog merkelijk grooter dan die der ''Victoria regia'' zijn, zijn onlangs eenige exemplaren naar Engeland overgebragt. Men mag verwachten, dat zij nog grooter opzien zal maken {{SIC|ban|dan}} de Victoria, en daar zij uit een minder warm klimaat dan deze komt, zoo is het waarschijnlijk, dat zij althans in zuidelijk midden-Europa tot eene in de open lucht groeijende waterplant zal worden. (''Bonplandia'' 1862, p. 249 en 284). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Voetafdruksels van Iguanodon.''' — In de vergadering der ''Geological Society'' van 2 April 1862 gaf de heer {{sc|tyler}} eene beschrijving van het afdruksel van eenen voet met drie vingers, lang 21 E. duimen (93 centim.) en breed 9¼ duim (24 centim.), hetwelk onlangs bij eenen waterval te Eastcliff is blootgelegd geworden. Hij toonde tevens een daarvan vervaardigd afgietsel en deed opmerken, hoezeer dit geleek op de afbeelding van de beenderen van den voet van den Iguanodon door {{sc|owen}} gegeven. Hij herinnerde voorts, dat reeds in 1846 Dr. {{Sc|harwood}} dergelijke afdruksels in de rots bij Hastings aan den Iguanodon had toegeschreven, en wees aan, door een eerst onlangs verrigte doorsnede der kust van Hastings, dat de voetafdruksels gevonden worden in minstens twee lagen van het Wealden-terrein, waarvan de eene 100 voet onder de andere gelegen is (''l' Institut'' 1862, p. 363). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Rijzing van Schotland.''' — In de vergadering van 19 Maart derzelfde Society, deelde de heer {{sc|archibald geikie}} eenige waarnemingen mede, waaruit hij besluit, dat het middengedeelte van Schotland sedert de eerste eeuw onzer jaartelling eene rijzing van 25 voet boven het tegenwoordig zeevlak heeft<noinclude></noinclude> 1linvvdwalcxraid0fyxgruli63wruw Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/414 104 84594 219829 217811 2026-04-08T12:20:09Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219829 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|10|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>bevestigt derhalve het andere, en men mag aannemen, dat de pyramiden ruim 5000 jaren oud zijn (''l'Institut'', 1862, p. 377). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Snelheid der voortplanting van aardschuddingen.''' — Sedert eenige jaren houdt zich de heer {{sc|robert mallet}}, daartoe aangespoord door de ''Royal Society'' en door de ''British Association'', bezig met het bepalen der snelheid, waarmede zich de beweging, voortgebragt door het ontploffen eener mijn, in den bodem voortplant, vooral ook met het doel om de uitkomsten van dit onderzoek dienstbaar te maken ter verklaring van sommige verschijnselen bij aardbevingen. Hij bedient zich daarbij van eenen seismoskoop (een werktuig, waaraan elke medegedeelde schudding door beweging eener kwikzilveroppervlakte zigtbaar wordt), eenen chronograaph, waardoor de tijd tot op {{smaller|{{frac|7|1000}}}} eener seconde gemeten wordt, en eenen galvanischen toestel, waardoor de ruim een E. mijl van den waarnemer verwijderde mijn op een gegeven oogenblik door een enkelen druk met de hand ontstoken wordt. Uit zijne proeven blijkt, dat de snelheid, waarmede zich de schudding voortplant, gewijzigd wordt door twee omstandigheden, namelijk 1° door den aard van den bodem, en 2° door de hoegrootheid van den eersten schok, met andere woorden: door de hoeveelheid buskruid, die tot het laten springen van de mijn is aangewend. Wat het eerste aanbelangt, zoo bevond hij, dat bij ladingen der mijn met 2000 tot 4000 E. ponden buskruid, de snelheid bedroeg in: {| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |nat zand||_825 voet per seconde |- |rotsen uit kwarts en schiefer bestaande||1089 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |onzamenhangenden graniet||1306 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |vasten graniet|| 1663 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |} De gemiddelde snelheid in eenen gemengden bodem bedraagt diensvolgens 1220 v. per seconde, hetgeen ongeveer overeenstemt met de uitkomsten door {{sc|nöggerath}} en door {{sc|schmidt}} verkregen bij de aardbevingen aan den Rhijn en in Hongarije, alsmede bij de groote aardbeving in Napels van 1857. Het tweede resultaat, dat namelijk de snelheid der voortplanting toeneemt met de hoegrootheid van den eersten schok, leidt M. af uit zijne laatstgenomen proeven in een terrein, welks rotsige bodem uit schiefer en kwarts bestaat. Bij het gebruik van verschillende hoeveelheden buskruid vond hij namelijk de volgende snelheden: {| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |2100 ℔ buskruid||1089 voet per seconde |- |2600 {{ditto|℔}}{{ditto|buskruid}}||1199 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |3200 {{ditto|℔}}{{ditto|buskruid}}||1016 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |4400 {{ditto|℔}}{{ditto|buskruid}}||1130 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |6200 {{ditto|℔}}{{ditto|buskruid}}||1334 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |12000 {{ditto|℔}}{{ditto|buskruid}}||1373 {{ditto|voet}}{{ditto|per}}{{ditto|seconde}} |- |}<noinclude></noinclude> erzfe4co0hgcxy54p5dki7ohy9d6ksn Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/415 104 84595 219830 217776 2026-04-08T12:23:22Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219830 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|11}}</noinclude>Bij de beide laatste zeer sterke ontploffingen nam hij tevens waar, dat de aankomst van de groote, zich zeer duidelijk in den seismoskoop openbarende beweging voorafgegaan werd door snel toenemende sidderingen, even als die welke ook bij natuurlijke aardbevingen aan den eigenlijken schok voorafgaan (''Philos. Magaz''. 1862, Sept. p. 230). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Vormingswijze der koraaleilanden.''' — In eenen brief, voorgelezen door {{sc|quatrefages}} in de vergadering der Fransche akademie van 16 Nov. j.l. komt de heer {{sc|v. de rochas}} op tegen de theorie van {{Sc|darwin}} ter verklaring der vormingswijze van de koraaleilanden. Volgens deze wordt de doven vloedhoogte verheven wal gevormd door koraal, dat door de zee opgeworpen is, terwijl onderwijl de geheele bodem eene allengsche daling ondergaat. De heer R. nu zegt, dat bij zijne onderzoekingen, die zich uitgestrekt hebben over vele koraaleilanden in de stille Zuidzee, van den Paumoutou-archipel tot aan dien der Louisianen, het hem gebleken is, dat de koralen, die den wal zamenstellen, volstrekt geen blijken dragen van door de zee losgerukt en opgeworpen te zijn, daar zij nog zamenhangende massa's vormen, die geen spoor van rolling vertoonen. Hij besluit daaruit, dat, wel verre dat de bodem zoude dalen, de vorming der koraaleilanden slechts verklaard kan worden door eene opheffing boven het waterpas der zee, derhalve door eene rijzing van den bodem. Ten bewijze daarvan beroept hij zich ook op de onderzeesche koraalriffen, die zich volgens hem nog in denzelfden toestand zouden bevinden, waarin zij door vroegere zeevaarders gezien zijn, zonder dat zich ergens daarop een wal gevormd heeft. Deze laatste grond is voorzeker zwak. Wat de eerste aangaat, zoo zal alleen een nader en meer in bijzonderheden tredend onderzoek kunnen beslissen, in hoeverre deze regt geeft de theorie van {{sc|darwin}}, die overigens zoo volkomen rekenschap van de verschijnselen geeft, te verwerpen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Groei der dicotyledone boomen.''' — Gelijk men weet, vormt zich in ons klimaat jaarlijks een nieuwe houtring uit de teeltlaag, die het jongst gevormde hout omgeeft. Eenige in de warme luchtstreek groeijende boomen vormen echter jaarlijks meer dan eenen, door parenchymateus weefsel gescheiden houtring. Op zulk eenen boom, ''Pircunia dioica'', bij welken in den loop van een jaar<noinclude></noinclude> 1blnwmkbyf14vd140ob9257z4ik5yfg Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/413 104 84596 219828 217777 2026-04-08T12:15:15Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219828 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Ouderdom der Egyptische pyramiden op astronomische gronden.''' — {{sc|Mahmoudbey}}, directeur van het observatorium te Cairo, heeft op last van den onderkoning van Egypte de rigting der pyramiden nader bepaald. Tevens heeft hij daaraan nog andere metingen gedaan, en de verkregen uitkomsten hebben hem aanleiding gegeven tot eene hypothese, welke, de pyramiden in verband brengende met de eeredienst der oude Egyptenaren, kan strekken ter berekening van den ouderdom dezer reusachtige gedenkteekenen. Hij vond vooreerst het reeds door anderen opgemerkte, dat namelijk twee der zijden van elke pyramide in de rigting N.-Z., de twee andere, loodregt daarop, O.-W. gelegen zijn, volkomen bevestigd. De grootste der pyramiden is aan zijn grondvlak 231,1 meters breed en even zoo lang; hare hoogte bedraagt 146,5 meter. Daaruit berekent M., dat de hellingshoek van elk zijvlak op het grondvlak of op den horizon 51° 45' bedraagt. Bij de overige pyramiden nu is deze hoek 53° 12', 52° 13', 52° 13', 52° 13', 51° 11', 52° 23'. Uit deze overeenstemming besluit M., dat aan den hoek opzettelijk eene bepaalde waarde is gegeven van omstreeks 52½ graad. Uit andere overwegingen, — waarin wij hem echter niet kunnen volgen, — leidt M. het besluit af, dat de pyramiden gewijd waren aan den god Sothis, denzelfden, dien de Grieken Sirius hebben genoemd, en die, volgens de godsdienstleer der Egyptenaren, het regterambt over de dooden uitoefende. M. veronderstelt nu, dat de pyramiden zoo gebouwd waren, dat, wanneer de ster, die den naam van dien god draagt, zijn culminatiepunt bereikte, zijne stralen juist loodregt vielen op de zuidvlakte der pyramide. Met inachtneming der praecessie, van de eigene beweging van Sirius en van de breedte der plaats, berekende M. nu het tijdstip, waarop Sirius deze stelling aan den hemel innam, en vond daarvoor 3303 jaren vóór het begin der Christelijke tijdrekening. Hij doet opmerken, dat dit resultaat overeenkomt met dat, hetwelk {{sc|bunsen}} uit zijne geschied- en oudheidkundige onderzoekingen heeft afgeleid. Volgens dezen namelijk zouden de pyramiden in de 34ste eeuw voor Christus gebouwd zijn. Het eene resultaat<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1863.}}||{{smaller|2}}{{gap}}}}</noinclude> nmihk4r4g6e5ptkir10nyxmd26w0ksc Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/412 104 84597 219827 217778 2026-04-08T12:09:12Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219827 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|8|ALBUM DER NATUUR. — WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>'''Nieuwe maximum- en minimum thermometer.''' — {{sc|Le verrier}} heeft in dezelfde zitting der akademie, waarin het bovenstaande is verhandeld geworden, eene beschrijving medegedeeld van eene nieuwe inrigting des maximum- en minimum thermometers, uitgevonden door den heer {{sc|barbier}}. Deze inrigting is gegrond op die van den gewonen minimum-thermometer, die, zooals men weet, zich van een gewonen spiritus-thermometer slechts onderscheidt door eene horizontale positie van de buis bij het gebruik en de plaatsing in het vocht van een kleinen index, een staafje van émail met een klein knopje, dat, als het vocht krimpt, door de capillair-aantrekking gedwongen wordt het niet te verlaten, omdat het knopje naar de oppervlakte van het vocht toegekeerd is. Men stelle zich nu zulk een thermometer voor, waarvan de vochtkolom door een luchtbelletje van 2 à 3 m.m. lang in twee deelen is gescheiden en met twee indices van den gewonen vorm, de eene in de vochtkolom zelve op de gewone wijze geplaatst, de andere in het door het luchtbelletje daarvan gescheiden vochtkolommetje en met het knopje naar den eersten toegekeerd. Daalt nu deze thermometer (de woorden: dalen en rijzen, hoewel bij eene horizontale buis niet meer in letterlijken zin bruikbaar, mogen hier toch hetzelfde als bij eenen vertikalen thermometer beteekenen), dan wordt de eerstgenoemde index in die daling als gewoonlijk medegevoerd, terwijl de tweede liggen blijft, ook zelfs wanneer het vocht daarbij hem geheel verlaat. Bij het rijzen daarentegen blijft de eerste als gewoonlijk liggen, terwijl de tweede, met het knopje stuitende tegen wat men de binnenste oppervlakte van het korte vochtkolommetje zou kunnen noemen, daardoor medegevoerd wordt en dus in de rijzing deelt. De eerste index is dus die der minima, de tweede die der maxima. Om de aanwijzingen van zulk eenen thermometer juist te doen zijn, komt het blijkbaar slechts daarop aan, dat het luchtbelletje steeds dezelfde lengte behoude. Referent gelooft, dat dit alleen dan het geval zal kunnen zijn als de thermometer veel langer is dan anders zou behoeven of, beter, als de buis aan het einde eene verwijding heeft. Evenzeer meent hij, dat de door den uitvinder aangegeven wijze van den thermometer na eene waarneming weder tot eene volgende geschikt te maken door het verplaatsen der indices met behulp van verwarmen en vertikaal houden des thermometers, met voordeel zal kunnen vervangen worden door eene met behulp van een klein magneetje, als men de indices maakt van ijzer, met émail omkleed. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> mdgchann1eahp8o47ckwd0a6890n9be Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/411 104 84598 219826 217779 2026-04-08T12:06:04Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219826 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|7}}</noinclude>metalen in behoorlijke verhouding met kwik verbonden, of zouden, wat misschien juister is, niet de verbindingen van andere metalen, in behoorlijke verhouding met kwik ''gemengd'', dergelijke amalgamen kunnen opleveren? {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Meting van de snelheid des geluids door proefnemingen op kleine afstanden.''' — De heer {{sc|faye}} heeft (''Comptes rendus'' 15 October 1862. LV, bl. 603) aan de ''Académie des Sciences'' te Parijs een werktuig aangeboden, dat uitgevonden en vervaardigd is door den bekenden instrumentmaker {{sc|koenig}} aldaar, en dat veroorlooft de snelheid des geluids te meten door proefnemingen, die des noods geene grootere ruimte dan van een veertigtal ellen lengte vereischen. Dit werktuig bestaat voornamelijk uit een zelfwerkenden stroombreker, die zoo geregeld is (op eene wijze, wier uiteenzetting ons hier te ver zou voeren, en waaromtrent wij dus naar de aangegevene bron moeten verwijzen), dat hij naauwkeurig tien malen in eene seconde den stroom verbreekt en weder doorgaan doet. Verbindt men met dezen en een geschikten elektromotor twee kleine elektromagneten, wier beweegbaar sluitstuk als het losgelaten wordt tegen een metalen plaatje in eenen klankbodem tikt, dan zal men die tikken, als de beide toestelletjes nevens elkaar geplaatst zijn, volkomen gelijktijdig hooren. Dit zal evenwel niet meer het geval zijn, zoodra het eene van beide verder dan het andere van het oor des waarnemers is verwijderd, tenzij dit verschil in afstand gelijk is aan of een veelvoud van dien, welke het geluid in 0,1 seconde doorloopt. Door het meten van den afstand of de afstanden dus, waarop men dit zamentreffen weder hoort, kan de snelheid des geluids gemeten worden op eene gemakkelijke en naar het schijnt voor groote naauwkeurigheid vatbare wijze. {{sc|Faye}} deed hierbij opmerken, dat deze metingswijze van {{sc|koenig}} niet dezelfde is als die, welke hij voor korten tijd aan de akademie had medegedeeld en waarbij hij voorstelde gebruik te maken van het periodisch zamentreffen der slagen van twee niet gelijkgaande seconden-tellers. 't Is opmerkelijk, dat beide methoden, én die van {{sc|faye}} én die van {{sc|koenig}}, reeds voor negen jaren ({{sc|poggendorfs}} ''Annalen'', XCII, S. 485 ''u. f''., uit de ''Algemeene Konst- en Letterbode'' 1853, no. 51), met groote uitvoerigheid en volkomen naauwkeurig zijn beschreven door onzen landgenoot Prof. {{sc|bosscha}}, thans te Breda. Slechts {{sc|koenig}} mag, indien hij, wat niet waarschijnlijk is, dit opstel gekend heeft, gezegd worden {{sc|busscha}}'s methode — doch slechts in de uitvoering en niet in beginsel — te hebben verbeterd door het invoeren van zijnen zelfwerkenden rheotoom op 0,1 seconde. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> ccylkm10ueeduup6vc70ksre886atte Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/410 104 84599 219825 217780 2026-04-08T12:02:06Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 219825 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|6|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>Deze toestand duurde ongeveer vier uren; eindelijk werd de loop zijner denkbeelden trager, de deken naderde zijn ligchaam, de afstanden verminderden, de zenuwachtige beweging hield op, en alles keerde tot den gewonen toestand terug, zonder dat er iets nableef dan eene zekere droogheid der lippen. (''Compt. rend''., Tom LV, pag. 617). De werking der haschish heeft alzoo weinig overeenkomst met die der alcoholica, der opiaten en der narcotica in het algemeen, 't meest welligt met die der aetherisatie, waarbij althans eenigen steeds die zelfde vermeerdering van afstanden, dat ver afwijken van alles waarnemen, voor zij hun bewustzijn verliezen. {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Misvormde schedels.''' — Eenigen tijd geleden vond men in Engeland, te Wroxeter, zekere misvormde schedels, die tot allerlei gissingen aanleiding gaven. Dr. {{sc|henry johnson}}, van Shrewsbury, heeft bevonden, dat de aarde, waaruit zij waren opgedolven, zuur was, en deed eene proef door een versch been eene maand lang te bewaren in met koolzuur bezwangerd water, na welken tijd hij bevond, dat het buigzaam was geworden. De misvorming dier schedels was, zoo besluit hij, dus niet aangeboren, maar ontstaan na de begraving, ten gevolge van de verweeking der beenderen in de aarde, en onder den invloed van de drukking van den boven de beenderen gelegen bodem. Had die drukking plaats gegrepen na het verdwijnen der dierlijke stof uit de beenderen, dan zouden zij gebroken, niet verbogen zijn geworden. (''The Intellectual Observer'', Nov. 1862, pag. 309). {{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|D.L.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Mikroskopisch schrift in druk gebragt.''' — Op pag. 92 van het bijblad des vorigen jaargangs spraken wij van het mikroskopisch schrift van den heer {{sc|webb}} te Londen. Het is dezen thans gelukt om niet slechts op glas, maar ook op koperen plaatjes dit schrift voort te brengen en daarvan afdrukken te maken. Het vinden van een geschikte drukinkt daartoe was de voornaamste moeijelijkheid. Hij levert photographische adreskaartjes, waarop met het bloote oog niets en door eene loupe slechts een klein vlekje zigtbaar is. Onder het mikroskoop bij geringe vergrooting zijn echter naam en woonplaats duidelijk daarop leesbaar. {{sc|Webb}} verzekert, dat enkele letters daarop niet grooter zijn dan een halfmillioenste van een (Eng.) duim. Is hiermede de oppervlakte, die zij beslaan, en dus een vierkante duim bedoeld, dan is deze weinig meer dan een achthonderdste van eene vierk. nederl. streep. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Cadmium-amalgama.''' — De meeste amalgamen zijn broos, maar Dr. Wood vermeldt in ''Chemical News'', dat een amalgama van gelijke deelen kwik en cadmium kneedbaar en als 't ware deegachtig is. Zouden niet een aantal andere<noinclude></noinclude> jyfud4qqhayz7if2ws0hzwt6u5t7ifi Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/866 104 85694 219869 219644 2026-04-08T19:31:49Z Havang(nl) 4330 219869 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{x-larger|INHOUD}}<br>{{smaller|''maakt geen deel uit van het oorswpronkelijke werk)''}}}} {{c|EERSTE DEEL.<br> De ROMAN VAN BOUDEWIJN VAN SEBORGH.}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ Vooraf|Informatie vooraf]]|{{pli|1|6}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG I|ZANG I]]|{{pli|1|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG II|ZANG II]]|{{pli|33|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG III|ZANG III]]|{{pli|63|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG IV|ZANG IV]]|{{pli|99|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG V|ZANG V]]|{{pli|123|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG VI|ZANG VI]]|{{pli|151|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG VII|ZANG VII]]|{{pli|177|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG VIII|ZANG VIII]]|{{pli|203|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG IX|ZANG IX]]|{{pli|239|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG X|ZANG X]]|{{pli|267|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XI|ZANG XI]]|{{pli|305|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XII|ZANG XII]]|{{pli|329|22}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XIII|ZANG XIII]]|{{pli|357|22}}}} {{c|TWEEDE DEEL.<br>HET VERVOLG VAN BOUDEWIJN VAN SEBORGH. of<br>DE ROMAN VAN DE BASTAARD VAN BOUILLON.}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XIV|ZANG XIV]]|{{pli|1|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XV|ZANG XV]]|{{pli|45|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XVI|ZANG XVI]]|{{pli|89|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XVII|ZANG XVII]]|{{pli|125|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XVIII|ZANG XVIII]]|{{pli|157|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XIX|ZANG XIX]]|{{pli|185|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XX|ZANG XX]]|{{pli|221|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXI|ZANG XXI]]|{{pli|251|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXII|ZANG XXII]]|{{pli|275|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXIII|ZANG XXIII]]|{{pli|311|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXIV|ZANG XXIV]]|{{pli|341|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXV|ZANG XXV]]|{{pli|393|416}}}} {{dotlist||[[Boudewijn van Seborgh/ZANG XXVI|ZANG XXVI]]|{{pli|447|416}}}}<noinclude></noinclude> o5wojenjl5b5fp3hzabi5ymg5h4x9t6 Hoofdportaal:Geschiedenis/Spanje/Historische figuren 100 85747 219859 2026-04-08T18:49:43Z Vincent Steenberg 280 begin 219859 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Spanje; historische figuren | afbeelding = Eight famous Spaniards.jpg | alt = acht beroemde Spanjaarden | beschrijving = Bronnen bij historische figuren bij de geschiedenis van Spanje. }} == 17e eeuw == ;Agurto, Francisco Antonio de (1640-1702) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Brussel den 26 November|‘Brussel den 26 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Aliognits, Markies van *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Marquis van Aliognits’). ;Alvares Pereira Colon y Portugal, Nuno, hertog van Veragua (1570-1622) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Verguas’). ;Álvarez de Toledo y Beaumont, Antonio I (1568-1639) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;5 (vermeld als ‘den Hertoch van Alve’). ;Avellaneda y Haro, García de (1584-1670) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Napels, den 10 Ianuary 1654|‘Wt Napels, den 10 Ianuary 1654’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1] (als ‘onsen Vice-roy’). ;Benavides Carrillo y Toledo, Ana Antonia Francisca María Josefa Augustina de (1653-1707) *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Genua den 20 Augusti|‘Genua den 20 Augusti’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoginne van Ossuna’). ;Borja y Valesco, Gaspar de (1580-1645) *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./19 juni 1619/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. (als ‘Cardinael Burgia’). *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den Cardinael Borgia’). *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art1al2|‘wt Roomen. Vanden xxvj. Junij. 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3 (vermeld als ‘Den nieuwen Vice Roy’). *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Venetien, den 7. August. 1620|‘VVt Venetien, den 7. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Cardenael, Vice Koninck tot Napels’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art2|‘Wt Genua den 1. Ianuarij 1621’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621|‘VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘{{SIC|Cardinaei|Cardinael}} Borgia’). ;Calderón, Rodrigo, graaf van Oliva *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./15 mei 1619/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 juni 1619) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/VVt Venetien den 14. dito|‘VVt Venetien den 14. dito. [= 14 mei 1619]’]], ''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''. ;Castel Rodrigo, Francisco de (1610-1675) *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Antwerpen den 4 November|‘Antwerpen den 4 November’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Cerda, Antonio de la, hertog van Medinaceli (1607-1671) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Medina Celi’). ;Dávila y Osorio, Antonio Pedro Sancho (ca. 1615-1689) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Fernández de Castro, Pedro Antonio (1632-1672) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Cartagena den 14 Mey|‘Cartagena den 14 Mey’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Vice-Roy van Peru’). ;Fernández de Córdoba, Gonzalo (1585-1635) *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt den Palts den 27. dito|‘VVt den Palts den 27. dito. [= 27 april 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Don di Cordoua’). ;Fernández de Portocarrero, Luis Manuel (1635-1709) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Gómez de Sandoval, Cristóbal, 1e hertog van Uceda (1581-1624) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Vzeda’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Hertogh van Zea, des Hertoch van Lerma Sone’). ;Gómez de Silva Mendoza y de la Cerda, Ruy (1585-1626) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Pastrana’). ;Guzmán y Carafa, Aniello de (ca. 1641-1677) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Brussel den 30 dito|‘Brussel den 30 dito. [= 30 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Guzmán y Gonzaga, Juan Pérez de (''fl''. 1658-1671) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Cartagena den 14 Mey|‘Cartagena den 14 Mey’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;López de Ayala y Valesco, Antonio, graaf van Fuensalida (....-1709) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Milaen den 6 September|‘Milaen den 6 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘onse Gouverneur’). ;Marradas, Balthasar (1560-1638) *Anoniem ([ca. 22 juli] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 22 juli#art1al14|‘Waerachtighe Tijdinghen uut Weenen den 29. Junio 1620’, alinea 14]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (1)#art2al2|‘Extract vvt sekeren Brieff tot Lintz, gheschreuen den 28. deſer. [= 28 augustus 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6 (vermeld als ‘den Heere Balthasar’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al3|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art1al2|‘Wt den Beyerschen Velt-legher vanden xiiij. September Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3 (vermeld als ‘Don Baltasar’). *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art4al4|‘Wt Spier van 8. October’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem ([ca. 23] oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 23 oktober#art1al2|‘Wt Weenen den 7. Octobris’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al8|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10.’, alinea 8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (15 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8al2|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8 (vermeld als ‘Don Balthasar’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 3. dito|‘Wt Weenen den 3. dito [= 3 februari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘Don Balthazar’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Prage, den 9. dito|‘VVt Prage, den 9. dito. [= 9 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘Don Balthasar’). *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Brin in Moravien den 1, Februarij|‘Wt Brin in Moravien den 1, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Don Balthazar’). ;Mendoza de la Vega y Luna, Juan Hurtado (1555-1624) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Hertoghe Del Infantado’). ;Moscoso Osorio, Lope de (1555-1636) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Grave van Altamira’). ;Perez de Baron, Jan Bapt. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art2|‘Wt Oppenheym 7. Octobris’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 oktober#art4al6|‘Wt den Marquis Spinola Legher tot Oppenheym van 6. October’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art4|‘Wt Oppenheym 9. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6. ;Pérez de Vivero, Alfonso, 3e graaf van Fuensaldaña (1603-1661) *Anoniem (6 maart 1653) [[Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen/1653/Nummer 10#art2al6|‘Vyt s’ Graven-Hage den 6. Martij 1653’, alinea 6]], ''Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen'', p.&nbsp;5-7 (vermeld als ‘de Graef van Fuensaldagne’). *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Antwerpen, den 19 dito|‘Wt Antwerpen, den 19 dito. [= 19 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2] (als ‘Den Grave van Fuensaldaigne’). *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Milanen den 9 Augusti|‘Milanen den 9 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Den Graeve van Fuensaldagne’). ;Pignatelli y Colonna, Héctor de, hertog van Monteleón (1574-1622) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6. ;Sanchez-Garrido Pardo, Francisco (1598-1679) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Luxenburgh den 12 dito|‘Wt Luxenburgh den 12 dito. [= 12 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Francisco Zainchez de Pardo’). ;Sandoval, Gómez de, hertog van Lerma *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./15 mei 1619/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 juni 1619) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/VVt Venetien den 14. dito|‘VVt Venetien den 14. dito. [= 14 mei 1619]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Sarmiento de Ajeuña, Diego, 1e graaf van Gondomar (1567-1626) *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Spinola, Ambrogio (1569-1630) *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art2al9|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van den 9 December’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Spinola, Paolo, 3e markies van Los Balbases (1628-1699) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Suárez de Figueroa, Gómez (1587-1634) *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art1|‘Uut Venetien 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4 (vermeld als ‘den selven Gouverneur van Milanen’). *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘deselve [van Milaan] Gouverneur’). ;Téllez-Girón, Gaspar, 5e hertog van Osuna (1625-1694) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Milaen den 2 September|‘Milaen den 2 September’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Téllez-Girón, Pedro (1574-1624) *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./19 juni 1619/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. (vermeld als ‘de Vice Coninck van Napels’). *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Hertogh’). *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art1|‘wt Roomen. Vanden xxvj. Junij. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3 (vermeld als ‘den Duca Dossuna’). ;Téllez-Girón y Enriquez de Ribera, Juan, 4e hertog van Osuna (1597-1656) *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art2al5|‘Wt Weenen in Oostenrijck 18. Januarij 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (als ‘Den Vice Roy van Napels Sone’). ;Teves y Tello de Guzmán, Gaspar de (1608-1673) *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Parijs den 29 October (2)|‘Parijs den 29 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Spaenschen Ambassadeur’). ;Toledo Osorio, Pedro de, markies van Villafranca (1546-1627) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘Den Marquis van Villa Franca’). ;Valesco y Valesco, Luis de (1559-1625) *Anoniem ([augustus 1620]) ''[[Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien|Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien. Midtsgaders de Afbeeldinghe der Stadt Weesel, ende de om leggende plaetsen, daer hem onse partyen houden]]'' [nieuwsprent], Leyden: Niclaes Geelkerck (als ‘D. Lowijs de Valasco’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt VVesel den 24. Augustus. 1620|‘VVt VVesel den 24. Augustus. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Lowijs de Velasco’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al9|‘Wt Ceulen’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (5 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 september#art1al9|‘Verhael hoe dat zijn Excellentie Marquis Spinola is over den Rhijn ghemarcheert, ende ghetrocken naer Franckfort’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art2|‘Wt Ceulen’,]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’, alinea 2 en 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louys de Valasco’). *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art2|‘1620. den 3. Nouember wt Legher van den Marquis Spinola by Creutsenach int Bosch’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6 (vermeld als ‘Don Loys’). *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 2-3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louijs de Valasco’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2al4|‘Tijdinghe vvt Ceulen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louijs de Valasco’). *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louys de Velasco’). *Anoniem (27 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 oktober#art1al10|‘Tydinge vvt den Legher van zijn Ex. Marquis Spinola, tot Oppenheym den xv. October. 1620’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-13 (vermeld als ‘Don Loys’). *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al23|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 23]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Ceulen, den 20. April|‘Wt Ceulen, den 20. April’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Lowijs de Velasco’). ;Vélez de Guevara, Iñigo (1566-1644), 7e graaf van Oñate (1566-1644) *Anoniem (26 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art1al7|‘Met Brieuen wt weenen van x. Augusti’, alinea 7]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art1al6|6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7 (vermeld als ‘den Spaenschen Ambassadeur’). ;Vélez de Guevara, Iñigo (1597-1658), 8e graaf van Oñate *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Romen den 28 dito|‘Wt Romen den 28 dito. [= 28 januari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Genua, den 25 dito|‘Wt Genua, den 25 dito. [= 25 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Den Grave Ognato’). ;Verdugo, Guillermo de (1578-1629) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al3|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al9|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14. ;Zapata y Cisneros, Antonio (1550-1635) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621|‘VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘Cardinael Zappata’). ;Zúñiga y Pacheco, Diego de, hertog van Peñaranda (ca. 1590-1626) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Peneranda’). == 18e eeuw == ;Alberoni, Giulio (1664-1752) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 23 January|‘’s Gravenhage den 23 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Barceló, Antonio (1717-1797) *Anoniem (31 mei 1781) [[Hollandsche Historische Courant/1781/Nummer 65/Spanjen|‘Spanjen’, alinea 2]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Cueva y Benavides, Isidoro de la (1652-1723) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Gent den 14 February|‘Gent den 14 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Marquis Bedmar’). ;Portocarrero, Cristóbal Gregorio, 5e graaf van Montijo (1693-1763) *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Parys den 13 Maert|‘Parys den 13 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Verzuso Beretti Landi, Lorenzo (ca. 1654-1725) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 24 January|‘’s Gravenhage den 24 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Marquis Beretti Landi’). == 19e eeuw == ;Aguado, Alejandro María, 1e markies van Marismas del Guadalquivir (1784-1842) *Anoniem (3 augustus 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 62/Madrid, den 15 Julij|‘Madrid, den 15 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Alcántara Álvarez de Toledo, Pedro de, 13e hertog van de Infantado (1768-1841) *Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Parijs den 27 November|‘Parijs den 27 November’, alinea 5-10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bermúdez de Castro y Díez, Manuel (1811-1870) *Anoniem (18 januari 1867) [[Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Rotterdam 17 Januarij|‘Rotterdam 17 Januarij’, alinea 3]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Cabrera, Ramón (1806-1877) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Spanje|‘Spanje’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Castelar, Emilio (1832-1899) *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Spanje|‘Spanje’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Forcadell, Domingo (1798-1866) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Spanje|‘Spanje’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Moncusí, Juan Oliva (1855-1879) *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Uit Madrid|‘Uit Madrid wordt bericht, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Pizarro Ramírez, Luis Antonio (1788-1855) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 3]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Navas’). ;Rodil y Campillo, José Ramón (1789-1853) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Sarsfield, Pedro (....-1837) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Groot-Britannie|‘Groot-Britannie’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Torrijos y Uriarte, José María de (1791-1831) *Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/Parijs, den 24 December|‘Parijs, den 24 December’, alinea 6]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Zavala y de la Puente, Juan de (1804-1879) *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Spanje|‘Spanje’, alinea 6]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Zumalacárregui, Tomás de (1788-1835) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 2]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Zumala’). == 20e eeuw == ;Franco, Ramón (1896-1938) *Anoniem (4 januari 1931) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 104/Nummer 33721/Majoor Franco te Parijs|‘Majoor Franco te Parijs’]], ''Algemeen Handelsblad'', [eerste blad], [p.&nbsp;1]. ;García Prieto, Manuel (1859-1938) *Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/De Spaansche minister van buitenlandsche zaken|‘De Spaansche minister van buitenlandsche zaken […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. ;García-Alas García-Argüelles, Leopoldo (1883-1937) *Anoniem (1 februari 1937) [[Het Vaderland/Jaargang 68/1 februari 1937/Avondblad/Leopoldo Alas ter dood veroordeeld|‘Leopoldo Alas ter dood veroordeeld. De rector der Universiteit van Oviedo’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 5jxk392uk7v14v83a5hi3wrh1vm0o16 219864 219859 2026-04-08T18:53:45Z Vincent Steenberg 280 219864 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Spanje; historische figuren | afbeelding = Eight famous Spaniards.jpg | alt = acht beroemde Spanjaarden | beschrijving = Bronnen bij historische figuren bij de geschiedenis van Spanje. }} == 17e eeuw == ;Agurto, Francisco Antonio de (1640-1702) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Brussel den 26 November|‘Brussel den 26 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Heer Marquis de Gastanaga’). ;Aliognits, Markies van *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Marquis van Aliognits’). ;Alvares Pereira Colon y Portugal, Nuno, hertog van Veragua (1570-1622) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Verguas’). ;Álvarez de Toledo y Beaumont, Antonio I (1568-1639) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;5 (vermeld als ‘den Hertoch van Alve’). ;Avellaneda y Haro, García de (1584-1670) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Napels, den 10 Ianuary 1654|‘Wt Napels, den 10 Ianuary 1654’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1] (als ‘onsen Vice-roy’). ;Benavides Carrillo y Toledo, Ana Antonia Francisca María Josefa Augustina de (1653-1707) *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Genua den 20 Augusti|‘Genua den 20 Augusti’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoginne van Ossuna’). ;Borja y Valesco, Gaspar de (1580-1645) *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./19 juni 1619/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. (als ‘Cardinael Burgia’). *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den Cardinael Borgia’). *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art1al2|‘wt Roomen. Vanden xxvj. Junij. 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3 (vermeld als ‘Den nieuwen Vice Roy’). *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Venetien, den 7. August. 1620|‘VVt Venetien, den 7. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Cardenael, Vice Koninck tot Napels’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art2|‘Wt Genua den 1. Ianuarij 1621’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621|‘VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘{{SIC|Cardinaei|Cardinael}} Borgia’). ;Calderón, Rodrigo, graaf van Oliva *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./15 mei 1619/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 juni 1619) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/VVt Venetien den 14. dito|‘VVt Venetien den 14. dito. [= 14 mei 1619]’]], ''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''. ;Castel Rodrigo, Francisco de (1610-1675) *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Antwerpen den 4 November|‘Antwerpen den 4 November’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Cerda, Antonio de la, hertog van Medinaceli (1607-1671) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Medina Celi’). ;Dávila y Osorio, Antonio Pedro Sancho (ca. 1615-1689) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Fernández de Castro, Pedro Antonio (1632-1672) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Cartagena den 14 Mey|‘Cartagena den 14 Mey’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Vice-Roy van Peru’). ;Fernández de Córdoba, Gonzalo (1585-1635) *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt den Palts den 27. dito|‘VVt den Palts den 27. dito. [= 27 april 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (als ‘Don di Cordoua’). ;Fernández de Portocarrero, Luis Manuel (1635-1709) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Gómez de Sandoval, Cristóbal, 1e hertog van Uceda (1581-1624) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Vzeda’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Hertogh van Zea, des Hertoch van Lerma Sone’). ;Gómez de Silva Mendoza y de la Cerda, Ruy (1585-1626) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Pastrana’). ;Guzmán y Carafa, Aniello de (ca. 1641-1677) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Brussel den 30 dito|‘Brussel den 30 dito. [= 30 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Guzmán y Gonzaga, Juan Pérez de (''fl''. 1658-1671) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Cartagena den 14 Mey|‘Cartagena den 14 Mey’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;López de Ayala y Valesco, Antonio, graaf van Fuensalida (....-1709) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Milaen den 6 September|‘Milaen den 6 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘onse Gouverneur’). ;Marradas, Balthasar (1560-1638) *Anoniem ([ca. 22 juli] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 22 juli#art1al14|‘Waerachtighe Tijdinghen uut Weenen den 29. Junio 1620’, alinea 14]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (1)#art2al2|‘Extract vvt sekeren Brieff tot Lintz, gheschreuen den 28. deſer. [= 28 augustus 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6 (vermeld als ‘den Heere Balthasar’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al3|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art1al2|‘Wt den Beyerschen Velt-legher vanden xiiij. September Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-3 (vermeld als ‘Don Baltasar’). *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art4al4|‘Wt Spier van 8. October’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem ([ca. 23] oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 23 oktober#art1al2|‘Wt Weenen den 7. Octobris’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al8|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10.’, alinea 8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (15 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8al2|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8 (vermeld als ‘Don Balthasar’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 3. dito|‘Wt Weenen den 3. dito [= 3 februari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘Don Balthazar’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Prage, den 9. dito|‘VVt Prage, den 9. dito. [= 9 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘Don Balthasar’). *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Brin in Moravien den 1, Februarij|‘Wt Brin in Moravien den 1, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Don Balthazar’). ;Mendoza de la Vega y Luna, Juan Hurtado (1555-1624) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Hertoghe Del Infantado’). ;Moscoso Osorio, Lope de (1555-1636) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4 (vermeld als ‘Grave van Altamira’). ;Perez de Baron, Jan Bapt. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art2|‘Wt Oppenheym 7. Octobris’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 oktober#art4al6|‘Wt den Marquis Spinola Legher tot Oppenheym van 6. October’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art4|‘Wt Oppenheym 9. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6. ;Pérez de Vivero, Alfonso, 3e graaf van Fuensaldaña (1603-1661) *Anoniem (6 maart 1653) [[Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen/1653/Nummer 10#art2al6|‘Vyt s’ Graven-Hage den 6. Martij 1653’, alinea 6]], ''Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen'', p.&nbsp;5-7 (vermeld als ‘de Graef van Fuensaldagne’). *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Antwerpen, den 19 dito|‘Wt Antwerpen, den 19 dito. [= 19 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;2] (als ‘Den Grave van Fuensaldaigne’). *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Milanen den 9 Augusti|‘Milanen den 9 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Den Graeve van Fuensaldagne’). ;Pignatelli y Colonna, Héctor de, hertog van Monteleón (1574-1622) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6. ;Sanchez-Garrido Pardo, Francisco (1598-1679) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Luxenburgh den 12 dito|‘Wt Luxenburgh den 12 dito. [= 12 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Francisco Zainchez de Pardo’). ;Sandoval, Gómez de, hertog van Lerma *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./15 mei 1619/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 juni 1619) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/VVt Venetien den 14. dito|‘VVt Venetien den 14. dito. [= 14 mei 1619]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. ;Sarmiento de Ajeuña, Diego, 1e graaf van Gondomar (1567-1626) *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Spinola, Ambrogio (1569-1630) *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (3)#art2al9|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van den 9 December’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Spinola, Paolo, 3e markies van Los Balbases (1628-1699) *Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Madrid den 3 Januarij|‘Madrid den 3 Januarij’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Suárez de Figueroa, Gómez (1587-1634) *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (1)#art1|‘Uut Venetien 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4 (vermeld als ‘den selven Gouverneur van Milanen’). *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘deselve [van Milaan] Gouverneur’). ;Téllez-Girón, Gaspar, 5e hertog van Osuna (1625-1694) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Milaen den 2 September|‘Milaen den 2 September’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Téllez-Girón, Pedro (1574-1624) *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./19 juni 1619/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. (vermeld als ‘de Vice Coninck van Napels’). *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Hertogh’). *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art1|‘wt Roomen. Vanden xxvj. Junij. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3 (vermeld als ‘den Duca Dossuna’). ;Téllez-Girón y Enriquez de Ribera, Juan, 4e hertog van Osuna (1597-1656) *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art2al5|‘Wt Weenen in Oostenrijck 18. Januarij 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (als ‘Den Vice Roy van Napels Sone’). ;Teves y Tello de Guzmán, Gaspar de (1608-1673) *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Parijs den 29 October (2)|‘Parijs den 29 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Spaenschen Ambassadeur’). ;Toledo Osorio, Pedro de, markies van Villafranca (1546-1627) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘Den Marquis van Villa Franca’). ;Valesco y Valesco, Luis de (1559-1625) *Anoniem ([augustus 1620]) ''[[Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien|Eygentlicke afbeeldinge van het Legher Ed. H. M. Heeren Staten ende sijn Princelijcke Exelentie, met alle ghelegentheydt van dien. Midtsgaders de Afbeeldinghe der Stadt Weesel, ende de om leggende plaetsen, daer hem onse partyen houden]]'' [nieuwsprent], Leyden: Niclaes Geelkerck (als ‘D. Lowijs de Valasco’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt VVesel den 24. Augustus. 1620|‘VVt VVesel den 24. Augustus. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Lowijs de Velasco’). *Anoniem (28 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 augustus#art2al9|‘Wt Ceulen’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (5 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 september#art1al9|‘Verhael hoe dat zijn Excellentie Marquis Spinola is over den Rhijn ghemarcheert, ende ghetrocken naer Franckfort’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem ([ca. 8 september 1620]) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 8 september#art2|‘Wt Ceulen’,]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.|‘VVt des Prince van Orang. Veltleger, den 16 Septem.’, alinea 2 en 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louys de Valasco’). *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art2|‘1620. den 3. Nouember wt Legher van den Marquis Spinola by Creutsenach int Bosch’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6 (vermeld als ‘Don Loys’). *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 2-3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louijs de Valasco’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (1)#art1|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art2al4|‘Tijdinghe vvt Ceulen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louijs de Valasco’). *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Louys de Velasco’). *Anoniem (27 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 oktober#art1al10|‘Tydinge vvt den Legher van zijn Ex. Marquis Spinola, tot Oppenheym den xv. October. 1620’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-13 (vermeld als ‘Don Loys’). *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al23|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 23]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Ceulen, den 20. April|‘Wt Ceulen, den 20. April’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (als ‘Don Lowijs de Velasco’). ;Vélez de Guevara, Iñigo (1566-1644), 7e graaf van Oñate (1566-1644) *Anoniem (26 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art1al7|‘Met Brieuen wt weenen van x. Augusti’, alinea 7]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art1al6|6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7 (vermeld als ‘den Spaenschen Ambassadeur’). ;Vélez de Guevara, Iñigo (1597-1658), 8e graaf van Oñate *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Romen den 28 dito|‘Wt Romen den 28 dito. [= 28 januari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Genua, den 25 dito|‘Wt Genua, den 25 dito. [= 25 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Den Grave Ognato’). ;Verdugo, Guillermo de (1578-1629) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al3|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al9|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14. ;Zapata y Cisneros, Antonio (1550-1635) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621|‘VVt Roomen den 2. Ianuarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘Cardinael Zappata’). ;Zúñiga y Pacheco, Diego de, hertog van Peñaranda (ca. 1590-1626) *Anoniem ([ca. 17 april] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 17 april#art1|‘Verhael vande Solemniteyt gehouden tot Madril in Spagnien, den 2 Februarij 1620. int geuen vanden Cardinaels Hoedt aen hare Hoocheyt, Don Fernando, den tweeden Sone des Catholijcken Conincx van Spagnien, &c.’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7, met name p.&nbsp;6 (vermeld als ‘den Hertoch van Peneranda’). == 18e eeuw == ;Alberoni, Giulio (1664-1752) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 23 January|‘’s Gravenhage den 23 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Barceló, Antonio (1717-1797) *Anoniem (31 mei 1781) [[Hollandsche Historische Courant/1781/Nummer 65/Spanjen|‘Spanjen’, alinea 2]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Cueva y Benavides, Isidoro de la (1652-1723) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Gent den 14 February|‘Gent den 14 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Marquis Bedmar’). ;Portocarrero, Cristóbal Gregorio, 5e graaf van Montijo (1693-1763) *Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Parys den 13 Maert|‘Parys den 13 Maert’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Verzuso Beretti Landi, Lorenzo (ca. 1654-1725) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 24 January|‘’s Gravenhage den 24 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Marquis Beretti Landi’). == 19e eeuw == ;Aguado, Alejandro María, 1e markies van Marismas del Guadalquivir (1784-1842) *Anoniem (3 augustus 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 62/Madrid, den 15 Julij|‘Madrid, den 15 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Alcántara Álvarez de Toledo, Pedro de, 13e hertog van de Infantado (1768-1841) *Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Parijs den 27 November|‘Parijs den 27 November’, alinea 5-10]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bermúdez de Castro y Díez, Manuel (1811-1870) *Anoniem (18 januari 1867) [[Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Rotterdam 17 Januarij|‘Rotterdam 17 Januarij’, alinea 3]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Cabrera, Ramón (1806-1877) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Spanje|‘Spanje’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Castelar, Emilio (1832-1899) *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Spanje|‘Spanje’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Forcadell, Domingo (1798-1866) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Spanje|‘Spanje’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Moncusí, Juan Oliva (1855-1879) *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Uit Madrid|‘Uit Madrid wordt bericht, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Pizarro Ramírez, Luis Antonio (1788-1855) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 3]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Navas’). ;Rodil y Campillo, José Ramón (1789-1853) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Sarsfield, Pedro (....-1837) *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Groot-Britannie|‘Groot-Britannie’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Torrijos y Uriarte, José María de (1791-1831) *Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/Parijs, den 24 December|‘Parijs, den 24 December’, alinea 6]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Zavala y de la Puente, Juan de (1804-1879) *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Spanje|‘Spanje’, alinea 6]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Zumalacárregui, Tomás de (1788-1835) *Anoniem (1 september 1834) [[Utrechtsche Courant/1834/Nummer 105/Parijs den 27 Augustus|‘Parijs den 27 Augustus’, alinea 2]], ''Utrechtsche Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Zumala’). == 20e eeuw == ;Franco, Ramón (1896-1938) *Anoniem (4 januari 1931) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 104/Nummer 33721/Majoor Franco te Parijs|‘Majoor Franco te Parijs’]], ''Algemeen Handelsblad'', [eerste blad], [p.&nbsp;1]. ;García Prieto, Manuel (1859-1938) *Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/De Spaansche minister van buitenlandsche zaken|‘De Spaansche minister van buitenlandsche zaken […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. ;García-Alas García-Argüelles, Leopoldo (1883-1937) *Anoniem (1 februari 1937) [[Het Vaderland/Jaargang 68/1 februari 1937/Avondblad/Leopoldo Alas ter dood veroordeeld|‘Leopoldo Alas ter dood veroordeeld. De rector der Universiteit van Oviedo’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] rd0u78pfsir520gwigt0nob9e659mzd Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November 0 85748 219862 2026-04-08T18:52:07Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219862 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘’s Gravenhage den 28 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s5" tosection="s5"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] ji7jk46037jp7lzb6hls7lxorttwlgk Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Roosteren 100 85749 219870 2026-04-08T19:35:28Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219870 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Roosteren | afbeelding = Zonder titel PK-F-K.0257, PK-F-K.0256.jpg | alt = de Maasbrug bij Roosteren omstreeks 1935 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van [[w:Roosteren (Limburg)|Roosteren]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Anoniem (7 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 132/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren’]], ''De Maasgouw'', jaargang 3, nr. 132, p. 517-519. *Anoniem (14 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 133/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren. II’]], ''De Maasgouw'', 3e jaargang, nummer 133, pp. 521-522. *J., M. (21 juli 1881) [[De Maasgouw/Jaargang 3/Nummer 134/Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren|‘Geschiedkundige Aanteekeningen over het dorp Roosteren’]], ''De Maasgouw'', jrg. 3, nr. 134, p. 525-526. == Historische figuren == ;Beckers, H. *Anoniem (19 januari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 3/Bij koninklijk besluit van 12 dezer|‘Bij koninklijk besluit van 12 dezer [...]’]], ''De Roermondenaar'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] lj3szhkj74w5b2fq57ao7wcfvjhxuv5 Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Amsterdam den 29 November 0 85750 219872 2026-04-08T19:54:21Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219872 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Amsterdam den 29 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s6" tosection="s6"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] b4f4o6l0xhpi8ignzwbu2fie5ugfmka Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 29 November 0 85751 219874 2026-04-09T07:46:54Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219874 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘’s Gravenhage den 29 November’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s7" tosection="s7"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] i2ertnoqxx82hqe9z0zdsl259yzqnww Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Wert bekent gemaekt 0 85752 219875 2026-04-09T07:50:35Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219875 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Wert bekent gemaekt, dat d’Executeurs van den Testamente van wijl. d’Ed. Hr. Hendrik van Alkemade van Berkenrode […] van mening zijn […] op den 12 December. 1690, publijckelijk te verkopen […] [advertentie]’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s8" tosection="s8"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] 104smlbtlbbe3ge266xvhvns3wcq4ru Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/D'Erfgenamen van wijl. A. Isaaksz. vander Beek 0 85753 219876 2026-04-09T07:55:20Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219876 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘D'Erfgenamen van wijl: A. Isaaksz. vander Beek, in sijn leven Boekdrucker en Boekverkoper tot Hoorn, praesenteren, uyt’er hant te verkopen […] [advertentie]’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s9" tosection="s9"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] 1ioysrjynlhkslrmrry3bq5rbh989ev Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Den 30 November 0 85754 219877 2026-04-09T07:59:23Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219877 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Den 30 November sullen tot Rotterdam ten huyse van P. vander Slaart, Boekverkoper […] verkocht werden […] [advertentie]’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s10" tosection="s10"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] 3vb6f185fbz25ksalendc52cwtqf650 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/26 104 85755 219887 2026-04-09T10:12:27Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '<poem> Verraad, verdrink, zo vals was zijn geloof, Sinds God kwam, de welwillende Vader, In de Maagd Maria, waar Hij negen maanden verbleef, Zal er nooit meer een verraderskind geboren worden, Dat zoveel kwaad bedacht, noch meer koningen verraadde,{{FLR|100}} Zoals hij verraadde, zo haat hij nu alle recht: Maar uiteindelijk zal God, de soevereine Koning, hem straffen. {{gap}}Want al wie kwaad doet, de schrift der wetten Getuigt en… 219887 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem> Verraad, verdrink, zo vals was zijn geloof, Sinds God kwam, de welwillende Vader, In de Maagd Maria, waar Hij negen maanden verbleef, Zal er nooit meer een verraderskind geboren worden, Dat zoveel kwaad bedacht, noch meer koningen verraadde,{{FLR|100}} Zoals hij verraadde, zo haat hij nu alle recht: Maar uiteindelijk zal God, de soevereine Koning, hem straffen. {{gap}}Want al wie kwaad doet, de schrift der wetten Getuigt en bevestigt ons, we weten het en het is waar, Dat hij in dit leven of in het volgende groot leed zal ondervinden. En wanneer een slechte verrader in deze wereld zijn recht heeft gekregen, Als hij het vrijwillig aanvaardt, is God zo genadig Dat Hij zijn ziel tweeduizendmaal verlicht. Maar er zijn er wel een paar, meer dan twee of drie, Die beter weten wat groot geld of zware florijnen zijn{{FLR|110}} Dan dat ze degene eren die het lijden ondergingen, Om ons te redden, aan de kruisboom. Zondaars, want let op, nu en vroeger! Jullie zullen nooit gekend zijn, tenzij God jullie erkent. {{gap}}Heer, deze Gaufrois, die hertog van Friesland was, Was zo'n dappere man en van zo'n groot aanzien, Dat tot aan Pisa niemand wreder was dan hij. Waar de koning, die Niemaye in zijn macht had, verbleef: Hij had in zijn land een volk dat veel waarde had; Toen hield hij zich niet aan de belofte van de Waldenzen.{{FLR|120}} Hij werd door de zijnen gehaat; ik weet niet op welke wijze koning Ernous hem in dienst hield, die hem veel vrijheid gaf. Hij maakte hem tot zijn seneschalk; in zijn handen legde hij zijn hele erfgoed dat hij bezat tot aan Falise. Maar die gemene Gaufrois, van wie ik u vertel, had zijn liefde op koningin Rose gericht, omdat zij zo mooi was en van zeer hoge afkomst; want mooier dan zij was er niemand tot aan Farise. Die Gaufrois hield van haar uit kwade begeerte; Maar de edele koningin was zo verstandig,{{FLR|130}} </poem><noinclude>_____________ {{iwpage|fr}}</noinclude> 20rr31x29p8bjv528a5umaq2etgkr07