Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.23 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Algemeen/Bibliografie 100 55636 219888 211977 2026-04-09T14:30:34Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 219888 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Bibliografie | afbeelding = Print-NWBib.jpg | alt = Delen van de Nordrhein-Westfälischen Bibliographie | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige [[w:Bibliografie|bibliografische werken]]. }} == Algemene bibliografieën == *De Potter, F. (1893-[1902]) ''Vlaamsche bibliografie. Lijst der boeken, vlug- en tijdschriften, muziekwerken, kaarten, platen en tabellen, in België van 1830 tot 1890 verschenen'', Gent: Siffer.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Een belangrijk bibliografisch werk|‘Door de Koninklijke Vlaamsche Academie voor taal- en letterkunde wordt de uitgave voorbereid van een belangrijk bibliografisch werk, […]’]], ''Arnhemsche Courant'', Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. === Bibliografieën van periodieken en overige seriële publicaties === *Anoniem (19 april 1858) [[De Oostpost/Jaargang 6/Nummer 31/De dagbladpers in Nederland|‘De dagbladpers in Nederland’]], ''De Oostpost'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Parsons, Henry S. (red.; 1929) ''A check list of foreign newspapers in the Library of Congress'', Washington: U.S. Govt. Print. Off.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (12 augustus 1929) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 86/Nummer 222/Avondblad/Buitenlandsche couranten in de Library of Congress|‘Buitenlandsche couranten in de Library of Congress. Een nieuwe nauwkeurige catalogus. Nederlandsche bladen blijken bij uitstek goed vertegenwoordigd te zijn’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;2. == Tijdschriftenrepertoria == *''Repertorium op de Nederlandsche tijdschriften'' (1914-1921).<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (12 december 1913) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/1913/Nummer 292/Kunst en Letteren|‘Kunst en Letteren’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. == Algemene boekhandels- en antiquariaatscatalogi == Hierbij ook: Catalogi van boekenveilingen ;1667 *''Catalogus, Van verscheyde treffelijcke uytnemende Boecken Naergelaten van zaliger Pieter Saenredam'', Robbert Tinneken, Haarlem, 20 april 1667. ;1668 *''Catalogus van een menighte treffelijcke Boecken naergelaten by wijlen Frans Koerten'', Jacob Lescailje, Amsterdam, 11 september 1668. ;1670 *[''Catalogus van medische, chirurgische en chemische boeken''], Hendrick en Dirck Boom, De Keizerskroon, Amsterdam, 7 februari 1670.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Op aenstaende Vrydagh|‘Op aenstaende Vrydagh, zijnde den 7 Februarij, sullen tot Amsterdam […] in de Keysers Kroon, verkocht werden […] [advertentie]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *[''Catalogus van Nederduitse en Franse boeken nagelaten door Jacobus van der Poel''], Johannes van Someren, Amsterdam, 10 februari 1670.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/t’Amsterdam|‘t’Amsterdam, sullen op Maendagh den 10 Februarij 1670 verkocht werden […] [advertentie]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1673 *''Catalogus van heerlijke, uytmuntende en raare boeken, in allerhande faculteyten en talen'', Hendrick en Dirck Boom, Amsterdam, [1673]. ;1676 *''Catalogus van de overgeschooten boecken van Joannis van Ravesteyn, boeckverkooper tot Amsterdam, in sijn laetste auctie gehouden'' […], 1676. ;1678 *''Catalogus Van verscheide treffelijke en wel geconditioneerde Boeken, Bestaande meest in Nederduytse, zoo Theologise als Historiale, waar van men Verkoop-dag sal houden ten huyse van de Weduwe van Zalr. Jan Pyl'', van der Vluym, Rotterdam, 1678. ;1680 *''Catalogus van verscheide schoone Neederduitse (soo theologise als historise, en andere) boeken, naargelaaten van Jaques van de Gaamerslag. Dewelke verkogt sullen werden ten huise van Jacobus Moukee'', Leiden, [1680]. ;1681 *''Catalogus van verscheyde curieuse, meest nederduytsche en fransche boeken in alderhande faculteyten'', Someren, Amsterdam, 11 maart 1681. *''Catalogus van verscheyde raare en voortreffelijcke hoog en nederduytse boeken naargelaten by wijlen Cornelis Didersz'' […], Jansz., Amsterdam, 12 mei 1681. ;1690 *''Catalogus omnis generis utilium librorum'', Pieter van der Slaart, Rotterdam, 30 november 1690.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Den 30 November|‘Den 30 November sullen tot Rotterdam ten huyse van P. vander Slaart, Boekverkoper […] verkocht werden […] [advertentie]’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1698 *''Catalogus Variorum Et Insignium Latinorum, Gallicorum, & Belgicorum Librorum, Nec non cimeliorum quorundam, & numismatum, tum antiquorum, tum recentiorum, ex auro, aere, atque argento: item speculorum, horologiorum duorumque armariorum, quae, conchis cochleisque &c. rarissimis referta, supersunt è supellectile D. C. Speelman, Equitis, Baronetti, &c. Eorum auctio habebitur in vico vulgo de Houttuin, naast de Stad Ter Veer. op Dingsdag den 29 Julii'', Petrus vander Slaart, Rotterdam, 29 juli 1698.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Pieter vander Slaert|‘Pieter vander Slaert, Boekverkoper tot Rotterdam, sal op Dingsdag den 29 July 1698 en volgende dagen verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1700 *[''Bibliotheek van de Heer en Mr. Pieter Coene, in sijn Leven Secretaris van de Societeyt van ’s Gravenhage, &c.; bestaende in fraeye en welgeconditioneerde Boecken, in de Rechten, als andere, en in allerley Talen''], Abraham Trovel, Den Haag, 8 maart 1700.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Op Maendag, den 8 Maert|‘Op Maendag, den 8 Maert, sal in ’s Gravenhage […] verkocht werden de Bibliotheek van de Heer en Mr. Pieter Coene, […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *[''Verscheyde treffelijcke en welgeconditioneerde Nederduytse Boecken, nagelaten by Allard Velde, in sijn Leven Schoolmeester tot Amsterdam''], Hendrick en Wed. Dirck Boom, Amsterdam, 16 maart 1700.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Dingsdag, den 16 Maert|‘Dingsdag, den 16 Maert, […] sullen tot Amsterdam in de Boeckwinckel van Hendrick ende Wed: Dirck Boom verkocht werden verscheyde […] Boecken, nagelaten by Allard Velde, […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *[''Bibliotheeck van Hieronimus de Klerck, in sijn Leven Medicinæ Doctor tot Haerlem''], Princen-Hof, Haarlem, 22 maart 1700.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Maendag, den 22 Maert|‘Maendag, den 22 Maert, sal tot Haerlem […] verkocht werden de Bibliotheeck van Hieronimus de Klerck, […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1729 *''Bibliotheca anonymiana, Publicè pluris licitantibus distrahenda per Adrianum Moetjens'' […], Groote Zaal van ’t Hof, Den Haag, 22 november 1728 ''sqq''. (verplaatst naar 7 februari 1729).<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 januari 1729) [[’s Gravenhaegse Courant/1729/Nummer 10/Adriaen Moetjens|‘Adriaen Moetjens, Boekverkoper in ’s Gravenhage, zal op den 7 February aenstaende verkopen, […] [advertentie]’]], ''’s Gravenhaegse Maendaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1730 *[een uytmentende verzameling van voortteffelyke Nederduytse Boeken, waer van de meeste zyn op groot papier, en alle zeer welgeconditioneert, nagelaten by wylen P. Rutgers, waer agter komt een Appendix meede vam een party curieuse Nederduytse Boeken, nagelaten by wylen J. de Penyn], Johannes Oosterwyk, Amsterdam, 10 januari 1730, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Op aenstaende Dingsdag|‘Op aenstaende Dingsdag den 10 January, zal men t’Amsterdam in de Boekwinkel van Johannes Oosterwyk op den Dam verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1733 *[een fraeye verzameling van zeer welgeconditioneerde Nederduytse Boeken; bestaende voornamentlyk in Godgeleerde en Historische], Stadsherberg, Purmerend, 25-26 augustus 1733, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Den 25 en 26 Augusty|‘Den 25 en 26 Augusty, zal te Purmerent in de stads Herberg verkogt werden, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *[een extra fraye Verzameling Nederduytse Boeken, waer in, nevens veele voorname Historien en Reysbeschryvingen, uitblinkt, een heerlyke Nederduitsche Atlas yan Blaeuw, met de Stedeboeken der XVII. Nederl. Provintien &c.; nagelaren door den Hr. Joan van Sevenhuysen, oud Directeur Generael van de Noord en Zuydkust van Africa], Gerrit de Broen, Amsterdam, 4 september 1733, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Gerrit de Broen|‘Gerrit de Broen Boekverkoper tot Amsterdam […] zal op Vrydag den 4 September verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1741 *[de nagelatene Bibliotheek van wylen den Wel Ed. Gestr. Heer Mr. Jan Scott, in zyn Wel Ed. Gestr. leven President en Stadhouder van de Leenen in den Souverainen Rade en Leenhove van Braband en Lande van Overmaze], F. Boucquet, Den Haag, 20 maart 1741, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Aenstaende Maendag|‘Aenstaende Maendag den 20 Maert, zal F. Boucquet Boekverkoper in ’s Hage, op de Groote Zael van ’t Hof verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *[Bibliotheek van Adriaen Halling, bestaende in een aenzienlyk getal welgeconditioneerde Boeken in alle Faculteyten en Taelen, dog meest Theologici, Juridici en Miscellanei], Joannes van Braam, Dordrecht, 14 april 1741.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Op Maendag den 14 April|‘Op Maendag den 14 April en volgende dagen, zal te Dordregt door Joannes van Braam, ten huyze van wylen […] Adriaen Halling […] verkoft werden […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus librorum præstantium quos collegit Vir Nobilissimus Theodorus Huygens, Toparcha in Honcoop, Civitatis Amstelædamensis Scabinus & Senator &c. &c.'' […], V. en J. Posthumus, Amsterdam, 2 mei 1741 ''sqq''.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 maart 1741) [[Amsterdamsche Courant/1741/Nummer 33/Dingsdag den 2 May|‘Dingsdag den 2 May en volgende dagen, zal men […] verkopen, een schoone verzameling van Boeken, […] Nagelaten door den […] Heer Mr. Theodorus Huyghens, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1758 *[''Twee Verzamelingen van Latynsche, Fransche, Engelsche, dog meest Nederduitsche Godgeleerde, Medicynsche, Natuurkundige, Historische, Poëtische en andere Boeken''], P. Schouten, Amsterdam, 9 mei 1758 ''sqq''.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Op Dingsdag den 9 May (1)|‘Op Dingsdag den 9 May en volgende, zullen ten huize van P. Schouten verkogt worden: […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Bibliotheca Selecta quam collegit, dum viveret, Vir Amplissimus, Excellentissimus, Celeberrimus Everardus Otto I.U.D. Reip. Brem. Syndicus Primarius & Cancellariae Director sive Apparatus insignis Librorum Iuridicorum, Historicorum, Antiquariorum, Auctorum Gr. & Lat. Philologicorum, Theologicorum &c. praeter varia maximi pretii Corpora, Opera, Thesauros, in universum nitidissime compactorum Auctionis lege distrahendus in Auditorio Iuridico per Casp. Frese Auctionarium, ad d. I Maii & seq. 1758'', Casp. Frese, Bremen, 1 mei 1758 (verplaatst naar 5 juni 1758) ''sqq''.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Op Maandag den 5 Juny 1758|‘Op Maandag den 5 Juny 1758, en volgende dagen, zal binnen Bremen aan de Meestbiedende verkogt werden, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1771 *''Catalogus Van een extra Keurlyke Verzameling Van Nederduitsche Godgeleerde, Historische, Poetische (waar onder veele op Groot Papier) Toneelspellen, Natuurkundige en andere Boeken. Waar onder Capitaale Werken, met beste Plaatdrukken, 't meeste in nette ribbe banden gebonden, en alles zeer wel geconditioneerd. Nagelaten door de Heer Aldert Pronk. Dewelke Verkogt zullen worden, op Dingsdag den 19 February 1771. en volgende Dagen, op het Stads Zyde Wind-Huys, op de Cingel, naast de Doelen, 's Morgens ten half Tien en 's Nademiddags ten 3 uuren precies. Des Zaturdag en Maandag voor de Verkoping zyn de Boeken te zien. t'Amsterdam, By Johannes Sluyter, op den Dam. en Cesar Noel Guerin, op de Heeregragt. Boekverkoopers. Alwaar de Catalogus te bekomen is'', Stads Zyde Wind-Huys, Amsterdam, 19 februari 1771 ''sqq.''<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Op Dingsdag, den 19 February, 1771|‘Op Dingsdag, den 19 February, 1771, en volgende dagen, zal men t’Amsterdam […] verkoopen: […] [advertentie]’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1786 *''Catalogue d’une madnifique collection de livres. Choisis, curieux et rares, en toutes sortes de facultez et langues, tant anciens que modernes'', N. van Daalen en M. Wetters, Den Haag, 2 oktober 1786 ''sqq''.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/N. van Daalen en M. Wetters|‘N. van Daalen en M. Wetters, Boekverkoopers in ’s Hage, zullen op Maandag den 2 October 1786 en volgende dagen publiek verkoopen […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;3]. *[''Catalogus van een verzameling boeken en rariteiten nagelaten door de Heer Mr. P.V.D.C. en J.V.D., med. doctor''], J.J. Thyssens, Leiden, 11-14 oktober 1786.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 september 1786) [[Leydse Courant/1786/Nummer 115/J. J. Thyssens, Boekverkooper te Leyden|‘J. J. Thyssens, Boekverkooper te Leyden, zal op den 11 October en drie volgende dagen, verkoopen […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;1787 *''Veilingcatalogus, boeken van Nicolaus Barkey'', N. van Daalen en C. Plaat, Den Haag, 10-16 april 1787.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/Op Dingsdag den 10 April aanstaande|‘Op Dingsdag den 10 April aanstaande en volgende dagen, zal door N. van Dalen en C. Plaat, ten Huize van den Hooggeleerde Heere N. Barkey […] in ’s Hage, publiek verkogt worden […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1824 *[''Catalogus van Latijnse, Franse, Hoog- en Nederduitse boeken''], C.C. Krom, Gouda, 19-20 november 1824.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/De Notaris C. C. Krom|‘De Notaris C. C. Krom […] zal […] in het openbaar, om contant geld, aan het Huis wijk Q, n.o 60, op de Westhaven, te Gouda, doen verkoopen: […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;1825 *''Catalogue des livres précieux et d’une condition unique, délaisséz par feu Monsieur Joan Raye, seigneur de Breukelerwaard, à Amsterdam'', les frères van Cleef, B. Scheurleer, Den Haag, 28 maart 1825 ''sqq''.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (10 februari 1825) [[Nederlandsche Staatscourant/1825/Nummer 35/Dezer dagen is alhier uitgegeven|‘Dezer dagen is alhier uitgegeven […] de catalogus der kostbare en zeldzaam alzóó voorkomende boeken, nagelaten door wijlen den hoog welgeboren heer Joan Raije van Breukelerwaard, […]’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p.&nbsp;4]. ;1828 *[''Catalogus van vijf uitmuntende verzamelingen van boeken, in alle vakken van geleerdheid, enz., al hetwelk zal worden verkocht op Dingsdag, Woensdag en Donderdag den 23, 24 en 25sten September, en Zaturdag den 27sten dito, 1828, door J. Proost, ten zijnen verkoop-plaatse bij de Put, no. 247, te Leeuwarden, ten overstaan van een der Heeren Notarissen, uit de associatie tot de boelgoederen aldaar''], J. Proost, Leeuwarden, 23-27 september 1828.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (15 september 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 218/Departement van Binnenlandsche Zaken|‘Departement van Binnenlandsche Zaken [advertentie]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3-4]. ;1854 *''Catalogue d’une bibliothèque superbe de theologie catholique, d’histoire, et littérature et d’une collection précieuse de livrer d’estampes'' […] ''Délaissé par feu le Très-Révérend M. A. van Steenwijk, Curé à Amsterdam'', les Frères van Cleef et Frederik Muller, Amsterdam, 4-19 mei 1854.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/In de eerste helft van Mei|‘In de eerste helft van Mei zal, binnen Amsterdam, de Bibliotheek van zaliger Pastoor M. A. van Steenwijk, door de boekhandelaren Gebrs. van Cleef en Frederik Muller in veiling worden gebragt. […]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2-3]. ;1861 *''Auction catalogue, books of Guglielmo Libri'', S. Leigh Sotheby & John Wilkinson, Londen, 25 april-8 mei 1861.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (5 augustus 1861) [[Algemeen Handelsblad/Nummer 9242/Zondags-Editie/Nieuwe catalogus der boekverzameling van den heer Libri|‘Nieuwe catalogus der boekverzameling van den heer Libri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Zondags-editie, [p.&nbsp;3-4]. ;1876 *''Catalogue de livres et de manuscrits. I. Catalogue de la bibliothèque de Mr. S. Alofsen'', J. L. Beijers, Utrecht, 9 juni 1876, e.v.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 mei 1876) [[Het Nieuws van den Dag/1876/Nummer 1909/De even kostbare als belangrijke bibliotheek|‘De even kostbare als belangrijke bibliotheek van onzen voormaligen stadgenoot, den Heer S. Alofsen, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', [p.&nbsp;2]. ;1905 *''Bibliothèque chev. Gust. van Havre d’Anvers'', Frederik Muller & Cie, Amsterdam, 11-15 december 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (15 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24651/Avondblad/Veiling bibliotheek-Van Havre|‘Veiling bibliotheek-Van Havre’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;1921 *Anoniem (1921) ''Extrait du catalogue de livres Russes et Français'', Paris: Povolozky & Cie.<br>Aankondigingen en opbrengst: **[Theo van Doesburg] (juni [eigenlijk mei] 1921) [[De Stijl/Jaargang 4/Nummer 5/Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi|‘Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi’]], ''De Stijl'', jrg. 4, nr. 5, p.&nbsp;79-80. *Anoniem (1921) ''Schriften-Verzeichnis. Frühjahr 1921'', Berlin Halensee: Der Malik Verlag.<br>Aankondigingen en opbrengst: **[Theo van Doesburg] (juni [eigenlijk mei] 1921) [[De Stijl/Jaargang 4/Nummer 5/Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi|‘Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi’]], ''De Stijl'', jrg. 4, nr. 5, p.&nbsp;79-80. ;1927 *''Veilingcatalogus, boeken van Maatschappij tot Nut van het Algemeen, Afd. Amsterdam'', G.Th. Bom & Zn., Amsterdam, 26-29 september 1927.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Boekenveiling|‘Boekenveiling. Bibliotheek der afd. Amsterdam van het „Nut”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1936 *''Bibliotheken - Bibliothèques M. le Dr. J. F. M. Sterck, Aerdenhout (2e partie) et le feu M. J. P. Lissone, Haarlem'', Internationaal Antiquariaat, Amsterdam, 9-12 november 1936. **Anoniem (7 november 1936) [[De Telegraaf/Jaargang 44/Nummer 16601/Avondblad/Veilingen te Amsterdam|‘Veilingen te Amsterdam’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Vijfde Blad, p.&nbsp;9. *''Boekenveilingcatalogus, 24 November 1936'', Antiquariaat W. M. Mensing & Zn, Amsterdam.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (7 november 1936) [[De Telegraaf/Jaargang 44/Nummer 16601/Avondblad/Veilingen te Amsterdam|‘Veilingen te Amsterdam’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Vijfde Blad, p.&nbsp;9. == Algemene catalogi van bibliotheken, boekententoonstellingen enz. == === Bibliotheken === *Leeuwen, J. van (1854) ''Nieuwe catalogus der Provinciale Bibliotheek van Friesland. Tweede gedeelte. Regtsgeleerdheid, kunsten en wetenschappen, fraaije letteren en geschiedenis'', Leeuwarden: L. Schierbeek.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/Leeuwarden, den 18 Mei|‘Leeuwarden, den 18 Mei’, alinea 3-5]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. === Boekententoonstellingen === ;1924 *''Het oude boek'', Kunsthandel Everts, Rotterdam, 18 oktober-7 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Everts|‘Kunsthandel Everts’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;1934 *''Verluchte manuscripten'', Kunsthandel Santee Landweer, Amsterdam, juli-8 augustus 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Verluchte manuscripten|‘Verluchte manuscripten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. == Bijzondere catalogi van uitgevers, bibliotheken, boekententoonstellingen enz. == === Wijsbegeerte === === Godsdienst === *Pettigrew, Thomas Joseph (1827-1839) ''Bibliotheca Sussexiana. A descriptive catalogue, accompanied by historical and biographical notices, the manuscripts and printed books contained in The Library of His Royal Highness the Duke of Sussex, K.G., D.C.L. &c. &c. &c. &c.'', London: Longman and Co., Payne and Foss, Harding and Co., H. Bohn, Glasgow: Smith and Son.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (31 december 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 157/Bibliotheca Sussexiana|‘Bibliotheca Sussexiana. Bibliotheek van Z. K. H. den Hertog van Sussex’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;3-4]. [[Categorie:Hoofdportaal algemeen]] [[de:Bibliographien]] j4qggpfwbvzkp4baif9yaomrpormoeu Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/268 104 58104 219889 194260 2026-04-09T15:48:47Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219889 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|246|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|}}</noinclude>diligences volvoerden hunnen togt van Susa naar Lans-le-Bourg, evenals in den zomer; ongetwijfeld tot groot gerief der reizigers, die hunne verwondering niet lieten uitblijven over de goedkoope wijze, waarop zij een' weg aflegden, waarvan men zooveel avontuurlijks vertelt. Indien men naar Bardonnèche wil rijden, moet men dit met eigen rijtuig doen of de diligence afwachten, die door Oulx naar Briançon rijdt. Van Susa naar Oulx heeft men 4 uren noodig; de weg, die voortdurend stijgt, leidt door het fraaije maar zeer naauwe dal van de Dora-Riparia, dat men ook door den spoorweg wil doen doorsnijden, die reeds met staken is afgebakend. Van Oulx naar Bardonnèche zal men langs den spoorweg slechts 1½ uur noodig hebben. Bardonnèche is een arm, klein dorp, en ligt 2000 el boven de oppervlakte der zee in een verrukkelijk dal, omringd van heuvelen en bergen van de meest phantastische vormen. Dit eenzame oord heeft, door de grootsche onderneming, leven en bedrijvigheid gekregen, en al spoedig is de nieuwe kolonie van arbeiders, ingenieurs enz. er toe overgegaan om de woningen te verbeteren, nieuwe bij te bouwen en maatregelen te nemen, ten einde zoowel voor hunne behoeften als voor die der reeds talrijk toestroomende reizigers behoorlijk te zorgen. Men vindt er dan ook reeds twee tamelijk goed ingerigte herbergen, voorzien van eene behoorlijke tafel, waarop de beroemde vruchten van den Dora prijken. Wanneer men het dal van Bardonnèche betreedt en zich regts wendt, ontwaart men tusschen de heuvelen eene smalle kloof, in wier midden zich eene beek van de witte rotsen naar beneden slingert, om zich al spoedig in den Dora te ontlasten. Aan den uitgang dier kloof ziet men op een groot veld de gebouwen opgerigt, die tot de uitvoering van den tunnel noodzakelijk zijn. Men vindt er vooreerst een trotsch gebouw of paleis, omringd door een' sierlijk aangelegden tuin, waarin de bureaux der ingenieurs, hunne woningen en die van de directie gevonden worden; verder een hospitaal, een gebouw voor de arbeiders, de machinenfabrijk, smederijen, een gebouw voor de zamenpersing der lucht, waarvan zoo straks nader zal worden gesproken, en een bij het groote waterbekken. De machinenfabrijk, die, zooals al de werkplaatsen, door de kracht<noinclude></noinclude> nqisqfhetsyuil1p42e44u79yq1u1j7 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/269 104 58105 219890 194261 2026-04-09T15:51:35Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219890 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|247}}</noinclude>des afstroomenden waters, dat is, door zamengeperste lucht gedreven wordt, is zeer opmerkenswaardig. Men vindt er een model van de boormachines, dat op verzoek van de reizenden in werking wordt gesteld, en tegen een groot granietblok beukt. Wil men zich niet in den tunnel wagen, dan kan men daar zijne nieuwsgierigheid voldoende bevredigen. Ongeveer 10 minuten van de machinenfabrijk, aan de linkerzijde van den genoemden uitgang der kloof, ziet men den ingang van den tunnel, waarnaast een huis ligt, dat voor de gereedschappen der arbeiders is bestemd, en waarin de bezoeker, ook bij het koudste weder, zijnen mantel kan afleggen, daar binnen in den onderaardschen gang eene temperatuur van 22 tot 24 graden {{sc|celsius}} of 71 tot 75 gr. {{sc|fahrenheit}} heerscht. De toegang is echter voor iedereen verboden, die niet van een ministeriëel verlof is voorzien, of niet namens de directie zich aanmeldt; bovendien kan men slechts onder geleide van een' ingenieur naar binnen treden. Men ontwaart dan daar drie paar ijzeren spoorregels, die naar binnen leiden en tot vervoer der uitgebroken steenen dienen. Het werk wordt dag en nacht voortgezet, terwijl de arbeiders, in drie ploegen, elk van 68 man, verdeeld, elkander om de 8 uur aflossen. De tunnel is ongeveer 18 voet hoog, en in twee verdiepingen afgedeeld; in de onderste werkt men met de boormachines door zamengeperste lucht gedreven, in de bovenste volgens de oude methode der mijnwerkers, door beitelen met de hand. Op den achtsten Maart was men 2000 el in den berg gedrongen, zonder eenig ongeluk onder de arbeiders te hebben gehad. De tunnel heeft dus een zesde gedeelte van zijne geheele lengte, zijnde 12000 el of 2¼ uur, bereikt. Onder het groote gewelf bouwt men ook een kanaal van 5 voet hoogte, tot afvoer van het water, opdat men ook zelfs bij een' onverwachten zeer grooten toevoer daarvan niets te duchten hebbe. Aan de linkerzijde des tunnels loopt eene wijde buis, die de zamengedrukte lucht, uit het genoemde gebouw, waarin de zamendrukkingstoestel ligt, aanvoert. Wanneer men eene kraan opent, stroomt de lucht met zulk een geweld en in zulk eene massa uit de buis, dat de daardoor opgewekte kunstmatige wind in staat is om den rook, die door het tweemaal daags ontspringen van het buskruid ontstaat, in eene<noinclude></noinclude> 55ml9gg6ho2gq6dr459bhg9fhzmf0fx Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/270 104 58106 219891 216608 2026-04-09T15:53:16Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219891 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|248|DE STOUTSTE ONDERNEMING VAN ONZEN TIJD.|}}</noinclude>enkele minuut weg te blazen. Er is ook nog eene waterleiding voorhanden voor den aanvoer van het water, dat bij den arbeid wordt {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 276.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 1 | cap = | capalign = center}}}} gevorderd, De boormachines van {{sc|sommeiller}} bestaan vooreerst uit een' liggenden cilinder A B van 6 ned. duimen wijdte (zie fig. 1), waarin zich een zuiger C door de zamengeperste lucht 200 maal in de minuut heen en weder beweegt, over eene lengte van 2 palm. De zuigerstang gaat aan beide einden D en E door de cylinderdeksels heen. Aan de dikste stang D wordt de beitel of boor bevestigd; deze laatste heeft eene lengte van 5 tot 20 palmen en moet gedurig verwisseld worden; want hoewel de beitels van zeer goed staal zijn vervaardigd, worden zij voortdurend door afbrokkeling vernield, en niettegenstaande er slechts 8 gelijk in werking zijn, gebruikt men toch gemiddeld elken dag 150 stuks. Zij werken niet alleen stootend, zooals de lezer al ligtelijk uit den heen en weêrgang des zuigers C zou kunnen afleiden, maar ook, onder een vreeselijk geknars op den harden steen, draaijend. Die draaijende beweging wordt aan het andere einde E van de zuigerstang bewerkt door eene mechanische inrigting, die te zamengesteld is om haar hier uit elkander te zetten. Dat draaijen geschiedt intusschen niet snel: na 16 heen en wedergangen van den zuiger of stooten van den beitel is deze laatste onderwijl slechts eenmaal rondgedraaid. De beweging van den zuiger geschiedt op de volgende wijze: de opening ''a'' is verbonden door eene sterke gom-elastieke buis met de genoemde luchtgeleidbuis, die in den tunnel ligt. Ten gevolge van het openen eener kraan, treedt dus de zamengeperste lucht in de lucht kast G H. Hoewel die kast bij ''c'', ''d'' en ''n'' openingen heeft, door welke de lucht in den cylinder A B kan treden, is haar dit in den afgebeelden stand slechts bij ''n'' mogelijk, omdat de andere openingen door een bakje ''m'' gesloten zijn. Zij zijn dat evenwel niet op dezelfde<noinclude></noinclude> f7zvv1zhys36ahfnqrxo2k85rxiubu2 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/294 104 65129 219898 207970 2026-04-09T20:56:09Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219898 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|272|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>toepasselijke verklaring, volgens welke dit feit in verband zou staan met de "gewoonte" der olifanten om hunne overledene betrekkingen zelve "te begraven." Deze hypothese toch is zonder eenig nadenken gesteld. Welke werkzaamheden, welke kunststukken zelfs door den olifant kunnen worden verrigt, — tot de "gravende" diersoorten behoort hij niet. Zijne organen stellen hem daartoe niet in staat; hoogstens zouden zij, die van slagtanden zijn voorzien, den grond ordeloos kunnen omwoelen. En al lieten die hem toe een kuil te graven, diep en ruim genoeg om een gevaarte te bevatten van 3 tot 8000 ponden, zoo zou hij al ligt een graf hebben gedolven, waaruit hij zich zelven niet zou weten te verlossen. Maar bovendien, noch in den wilden, noch in den getemden staat, heeft de ervaring eenig bewijs voor dit ambt van "doodgraver" aan het licht gebragt. In elk geval bewijst het besproken onderwerp niets voor of tegen den buitengewoon langen levensduur der olifanten. Omtrent hunnen ouderdom toch is tegenwoordig vrij algemeen onder de zaakkundigen aangenomen, dat zoowel de gewone, alsmede zelfs de mogelijke leeftijd dezer dieren niet zoo bijzonder veel hooger stijgt dan soms bij den mensch. Hoe vreemd dit ook klinken moge, tegenover de overdrijving, waaraan wij ten dezen van onze jeugd af gewoon zijn, werd deze stelling van {{sc|schlegel, tennent}} en anderen, althans voor Ceylon, vrij voldoende bevestigd. Op dit eiland leven de oudste, tamme olifanten in den regel niet langer dan 70 jaren! Dat zij er, even als de mensch, 100 jaren oud kunnen worden, daarvan heeft laatstgenoemde zelf een' levenden getuige gezien. Een bewijs van meer bespiegelenden aard voor de waarschijnlijkheid van dien levensduur, als normale grootheid, meent {{sc|everard home}} te mogen trekken uit de vergelijking van den leeftijd, op welken bij hen en andere plantenetende dieren de gewone tanden en kiezen geheel zijn afgesleten<ref> Men vindt eene mededeeling daarover in {{sc|harper's}} ''New monthly Magazine'', 1860, March, no. 118.</ref>. Dit geschiedt, naar zijne opgaaf, bij het schaap en het hert tusschen het 10de tot het 15de levensjaar, bij het runderengeslacht tegen het 20ste jaar, bij het paard omstreeks de 40 tot 50 jaren (?), terwijl daarentegen bij de 100-jarige olifanten de kiezen (natuurlijk de laatstgewisselde, zie daarover nader) nog bruikbaar<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 38oi33nr3rgcahglouqj0ndibrqazad Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/295 104 65130 219899 207971 2026-04-09T20:59:48Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 219899 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|273}}</noinclude>voorhanden zouden zijn. — Een meer wetenschappelijk en zekerder uitgangspunt tot eene dergelijke berekening is dat, 't welk door {{sc|flourens}} is bekend gemaakt. Het berust op de volkomene verbeening der uiteinden van de lange beenderen. Deze verbeening, welke de eindpaal van den groei aanduidt, grijpt bij den mensch omstreeks het 20ste, bij den olifant omtrent het 30ste levensjaar plaats. Uit eene vergelijking nu dezer tijden met dien bij andere dieren (het paard 5, den hond 2 jaren), is hem deze physiologische wet gebleken: dat vijfmalen dit volwassen tijdperk overeenkomt met het (gemiddelde) maximum van aller levensduur, d.i. alzoo 10 jaren voor den hond, 25 voor het paard, 100 voor den mensch, 150 voor den olifant. En inderdaad omtrent de mogelijkheid van het maximum van dien termijn bestaan voor den olifant enkele vrij geloofwaardige berigten, inzonderheid weder uit Ceylon. {{sc|tavenier}}, onder anderen, vermeldt er een van 180 jaren, volgens opgaaf van een' cornac, wiens vader, grootvader en overgrootvader, evenals hij, denzelfden olifant hadden opgepast. {{sc|Robertson}} geeft een tweede, authentiek genoemd, voorbeeld van een olifant, die eerst aan de Portugezen had toebehoord, van hen in het jaar 1656 door de Hollanders was afgenomen, en eindelijk in 1799 uit onze handen in die van de Engelschen was overgegaan. Stelt men, dat dit individu in het Portugesche tijdvak nog slechts 10 jaren telde, dan moet het onder zijne laatste meesters ruim 150 jaren oud zijn geweest. Deze en dergelijke zoo hoog bejaarde olifanten mag men evenwel veilig tot de hooge uitzonderingen brengen, evenals dergelijke cijfers, die (als curiosa) omtrent den ouderdom van sommige menschen<ref> Een tal van opgaven daaromtrent uit den vroegeren en lateren tijd daarlatende, herinner ik aan eene der jongste mededeelingen uit Amerika (Washington). Zij betreft drie hoogbejaarde menschen aldaar, en nog wel uit een en dezelfde familie, hetgeen trouwens meer plaats vindt. Het geldt een' zoon, die 128 jaren was geworden, een vader van 182 en eene grootmoeder van 148 jaar! Zie ''Archiv. Belg. de méd.'', ete. Janvier, 1862. Ofschoon dit een goed Tijdschrift is, kan ik voor de geloofwaardigheid dier getallen (ze zijn van verdachten oorsprong) niet instaan.</ref> zijn te boek zijn gesteld. Mogten deze opgaven nu al worden aangenomen voor den getemden olifant, voor zijn gevangen staat, — werpt misschien iemand hier tegen, — zij behoeven daarom nog geenszins te gelden voor dit dier in het wild, in de vrije natuur levende. "Welligt kan het<noinclude>{{smallrefs}} {{rh|{{gap|2em}}1862.||18{{gap|2em}}}}</noinclude> e5xtbxuemvm61mdajua2cukcnsp3y51 219900 219899 2026-04-09T21:00:17Z DoekeHellema 16849 219900 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|273}}</noinclude>voorhanden zouden zijn. — Een meer wetenschappelijk en zekerder uitgangspunt tot eene dergelijke berekening is dat, 't welk door {{sc|flourens}} is bekend gemaakt. Het berust op de volkomene verbeening der uiteinden van de lange beenderen. Deze verbeening, welke de eindpaal van den groei aanduidt, grijpt bij den mensch omstreeks het 20ste, bij den olifant omtrent het 30ste levensjaar plaats. Uit eene vergelijking nu dezer tijden met dien bij andere dieren (het paard 5, den hond 2 jaren), is hem deze physiologische wet gebleken: dat vijfmalen dit volwassen tijdperk overeenkomt met het (gemiddelde) maximum van aller levensduur, d.i. alzoo 10 jaren voor den hond, 25 voor het paard, 100 voor den mensch, 150 voor den olifant. En inderdaad omtrent de mogelijkheid van het maximum van dien termijn bestaan voor den olifant enkele vrij geloofwaardige berigten, inzonderheid weder uit Ceylon. {{sc|tavenier}}, onder anderen, vermeldt er een van 180 jaren, volgens opgaaf van een' cornac, wiens vader, grootvader en overgrootvader, evenals hij, denzelfden olifant hadden opgepast. {{sc|Robertson}} geeft een tweede, authentiek genoemd, voorbeeld van een olifant, die eerst aan de Portugezen had toebehoord, van hen in het jaar 1656 door de Hollanders was afgenomen, en eindelijk in 1799 uit onze handen in die van de Engelschen was overgegaan. Stelt men, dat dit individu in het Portugesche tijdvak nog slechts 10 jaren telde, dan moet het onder zijne laatste meesters ruim 150 jaren oud zijn geweest. Deze en dergelijke zoo hoog bejaarde olifanten mag men evenwel veilig tot de hooge uitzonderingen brengen, evenals dergelijke cijfers, die (als curiosa) omtrent den ouderdom van sommige menschen<ref> Een tal van opgaven daaromtrent uit den vroegeren en lateren tijd daarlatende, herinner ik aan eene der jongste mededeelingen uit Amerika (Washington). Zij betreft drie hoogbejaarde menschen aldaar, en nog wel uit een en dezelfde familie, hetgeen trouwens meer plaats vindt. Het geldt een' zoon, die 128 jaren was geworden, een vader van 182 en eene grootmoeder van 148 jaar! Zie ''Archiv. Belg. de méd.'', etc. Janvier, 1862. Ofschoon dit een goed Tijdschrift is, kan ik voor de geloofwaardigheid dier getallen (ze zijn van verdachten oorsprong) niet instaan.</ref> zijn te boek zijn gesteld. Mogten deze opgaven nu al worden aangenomen voor den getemden olifant, voor zijn gevangen staat, — werpt misschien iemand hier tegen, — zij behoeven daarom nog geenszins te gelden voor dit dier in het wild, in de vrije natuur levende. "Welligt kan het<noinclude>{{smallrefs}} {{rh|{{gap|2em}}1862.||18{{gap|2em}}}}</noinclude> j4zynyvj3gh72xf5cgadc8iseciufqp Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/202 104 83177 219892 215263 2026-04-09T18:21:49Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219892 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|173}}</noinclude>kleinigheden zyn die ik u tot een last wil opdringen. Gy kontze met zulken naam doopen als gy wilt. <poem> ''Het geeft aan uw Tafreel een ongemeen sieraad'', ''Als gy naau acht op all’ die kleinigheden slaat''. </poem> {{gap}}En gy zult by d’uitkomst bevinden dat zy wezentlyk behooren tot de Persoonverbeelding die voor al in een Historische verbeelding in acht moet genomen werden. Hoor wat Horatius door zyn vertaalder omtrent dit stuk aan de Dichters belast, ’t geen wy met weinig verandering op de Schilders toepasen. <poem>''Daar by is ’t noodig, dat een Schilder volge, ’t geen'' ''Aan yder is bekent van Helden, in geschichten'' ''Befaamt, en alles, dat hy daar wil by verdichten'', ''Wel overeenstemm’ met de reden van zyn’ held''. ''Wanneer ge op uw Paneel den Vorst Achilles stelt'', ''Verbeeld hem dapper, onverbidlyk, straf, verbolgen''; ''Hy weig’re wetten, recht, en redenen te volgen'', ''En laate, al ’t geen hem raakt, afstuiten op zyn kling''. ''Medéa toon’ zig wreed van aard, door geenig ding'' ''Omzetlyk. Ino moet tot schreyen zyn genegen''; ''Orestes droef te moe''..........</poem> En wat verder, <poem>''Zoo let, dat uwe Konst elk voorstelle in dien schyn'', ''Gelyk de menschen in natuure, en jaaren zyn''.</poem> Denk ook niet by u zelve: niemant zal op zulke dingen zoo naau acht geven: nog laat het spreekwoort: ''Alle Konstminnaars zyn geen kenners'',<noinclude>{{rechts|u}}</noinclude> q6fgpechk24m8f9lnz1ux5onyz3ocre Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Den 16 December 0 85756 219893 2026-04-09T18:30:39Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219893 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Den 16 December […] sal men tot Leyden […] publijk verkopen […] [advertentie]’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', 30 november 1690, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Opregte Haarlemsche Courant 1690 Thursday ed no 48.pdf" from=2 to=2 fromsection="s11" tosection="s11"/> [[Categorie:Opregte Haarlemsche Courant, 1690]] j2cosxkb6m7gho07rdyz47zd9w2vx2y Index:De Tijd vol 094 no 30658 Kultuur en literatuur.pdf 106 85757 219894 2026-04-09T19:19:22Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219894 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=De Tijd |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=pdf |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=10 /> |Opmerkingen=[[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30658/Kultuur en literatuur]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 23qz4vufznss5ytlzzkle0q9c2rzm1k Pagina:De Tijd vol 094 no 30658 Kultuur en literatuur.pdf/1 104 85758 219895 2026-04-09T19:20:08Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 219895 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|KULTUUR EN LITERATUUR}}}} {{lijn|2em}} {{c|{{x-larger|''In de Maasgouw vóór 1200''}}}} {{gap}}Drs. Jef Notermans, van wien een tiental literair-historische schetsen gebundeld zijn, heeft eenigen tijd geleden een beknopte studie gepubliceerd<ref>Kultuur en Literatuur in de Maasgouw vóór 1200. Leuven. N.V. De Vlaamsche Drukkerij.</ref> welke gelden mag als een bijdrage tot de geschiedenis der oud-Nederlandsche letterkunde. Hij heeft hiermede zooals prof. dr. Gessler getuigt in zijn inleiding: „.... een nieuwe, heldere fakkel ontstoken, met behulp van veel andere lichten, om ons te leiden op den weg, die ons tot het verste verleden terugvoert....”. <br>{{gap}}Notermans heeft zijn gecomprimeerd overzicht in vijf tijdvakken verdeeld. In het eerste, dat den oertijd of de vóór-Romeinsche periode behandelt, en dat hij den naam Diepe Duisternis schenkt, vorscht hij aan de hand van enkele algemeenheden, die ons omtrent dat tijdperk door de cultuur-historische wetenschap zijn nader gebracht, doch ook door het logische voorstellingsvermogen, naar het bestaan van een Dichting, die zonder twijfel aanwezig was, vermoedelijk in strijd-, liefdes-, offer, feest-, dansliederen en andere...., doch waarvan ons niets gespaard is gebleven. En waarvan prof. Andreas Heusler uitroept: „Denn es war eine buchlose Kunst!” <br>{{gap}}Een volgend tijdvak, het Romeinsch-Germaansche, ontsluiert reeds de gissingen en schenkt ze vasteren, historischen vorm en evenzeer als in ’t voorgaande oertijdperk resumeert hij overtuigd, dat er derhalve een theogonische, ’n godsdienstige dichtkunst bestond. „Eine gemeinmenschliche Gelegenheitspoesie wird man den Germanen nicht absprechen wollen!” (Prof. Schneider). Waaronder ook ressorteeren: offerverzen, hymnen en gebeden om zegen tot de goden, orakel-spreuken, klaagliederen bij ’t overschot van een krijger, waarin zijn lof verkondigd werd. Van dit alles zijn door een bestaansoverlevering nog vele dingen blijven hangen. In dien tijd nu worden vele van deze volksuitingen geromaniseerd door den groeienden invloed der Romeinsche Kultuur en de Romeinsche taal, die nu de voertaal wordt, waarvan ons, blijkens verscheidene historische vondsten, een buitengewoon bewijsmateriaal, in de Maasgouw bij uitstek gevonden, door lieden als J. Habets, Dr. Goossens, Prof. Holwerda, R. de Mayere en vooral ook Dr. Beckers in Zuidlimburg geleverd wordt. <br>{{gap}}De oriënteering in dezen nog onbepaalden chaos treedt in gedurende het derde tijdvak, namelijk het Merovingische. De literair-historische waarnemers vinden nu reeds voldoende stof voorhanden. Faramond, in 418 door de Franken tot opperhoofd gekozen, ontwerpt de Salische wetten, ’t oudste Latijnsche rechtsdocument met woorden en kleine zinnetjes in de taal onzer voorzaten. Van de allergrootste beteekenis was de bekeering van Chlodovech of Clovis, den beroemdste der Merovingische vorsten, waarvan men inderdaad met Kurth kan zeggen: „Son importance est donc absolument hors pair dans les dates historiques.” Voor de literatuur, de wending die zij sinds deze bekeering nemen zal, was het derhalve ook van een onschatbare beteekenis. De Merovingische vorsten nu stelden de dichtkunst zeer op prijs. Wij weten dit van Chilperik (+ 584) en eveneens uit het verzoek van Chlodovech aan Theodorik om zangers voor zijn hof. Uit de verzen van den zesde-eeuwschen Venantius Fortunatus rijst het kultuurbeeld der Merovingers duidelijk voor ons op. <br>{{gap}}Rond deze jaren nu leven we in den tijd van het '''Heldenlied.''' De Stamsage der Merovingen kan tot deze beschouwd worden. Ook bisschop Hildegar (9e eeuw) maakt melding van Merovingische geschiedzangen in de volkstaal. Maastricht was evenals Metz een Merovingische Hofstad, in de 6e eeuw reeds werd te Maastricht munt geslagen, en de namen van verschillende muntmeesters zijn bekend. Aan het hof, de palts der Austrasische vorsten te Maastricht, was eveneens een bisschoppelijke school verbonden. Monulfus die in de tweede helft van de zesde eeuw een basiliek bouwde boven het graf van Sint Servaas stond in goede betrekkingen met deze vorsten. Uit documenten blijkt evenzeer dat Maastricht destijds (649—653) een boekerij bezat. <br>{{gap}}De schrijver wijst op verschillende liederen die destijds zijn ontstaan, terwijl hij nog bijzonder de aandacht vraagt voor het oude Frankische Vizioenenboek uit de 7e eeuw, waarmede een nieuw licht werd geworpen op de letterkundige bedrijvigheid in de zuidelijke Maasgouw en ’t bestaan van een oud-Nederlandsche literatuur grooter geloofwaardigheid krijgt. Uit een en ander durft Notermans te besluiten aan het einde van dit rijke tijdperk dat men redenen in overvloed heeft om aan te nemen dat de Maasgouw de bakermat is van Neerlands literatuur. (Dr. Stracke S.J. heeft in een van zijn studies gewezen op de H. Aldegunda (plm. 630—684) die zoo ver we weten de eerste Nederlandsche vrouw is die in haar moedertaal een boek schreef). <br>{{gap}}Het Karolingische Tijdvak dat hierop volgt is de dageraad van de Maasgouwsche dichtkunst. Definitief gaat de volkstaal over het Latijn zegevieren. Het is de tijd der rondtrekkende zangers. Talrijke namen van geleerden en poëeten die Karel reeds vanaf 781 rond zich vergaard had zijn ons bekend. Veel oorspronkelijke en uit het Latijn vertaalde literaire producten zijn ons nog gebleven. <br>{{gap}}Dat de erotische poëzie reeds volop in zwang was bewijst wel het feit dat aan de jeugd bij het biechten gaan gevraagd werd: „Cantasti carmina diabolica super mortuos?” Zelfs werd tegen de wufte dichtkunst een verbodsbepaling voor de kloosters geschreven in 789: „Abatissae nullatenus winileodos scribere vel mittere praesumant”. Dit beteekent dus dat de abdissen dienen te waken, dat er geen vriendschaps- of minneliederen geschreven of verzonden worden. <br>{{gap}}De volkszangen ook vieren in deze gewesten een hoogen bloei, en zoodra de volkstaal geheel vrij zal zijn bloeit in de XIIe eeuw voorgoed het Epos op. De hoogbloei voltrekt zich in de Xe tot en met de XIIe eeuw. Te Luik vooral vormt zich dan een brandpunt van beschaving, welke in nauw verband staat met de Maastrichtsche Kultuuruitingen in denzelfden tijd. Van de vele producten uit ’t Limburgsche gewest noemen wij de bekende geschiedenis van „Floris van Blanchefloer” in een dialect bewerkt, dat wellicht oorspronkelijk Limburgsch is geweest volgens den schrijver. Veel trekkende zangers heeft dit gewest in dien tijd gekend. Van Mierlo heeft zijn bladzijden geschreven over deze liederen, ergens vinden wij: „.... En zoo was b.v. de heilige Gerlach, de edele boeteling en heremijt te Houtem, tusschen Maastricht en Valkenburg, omstreeks 1170, den 5en Januari pas overleden, of onze speellieden, bedreven in de kunst om de menschen te behagen, en steeds op zoek naar nieuwe stof, trokken met het verhaal van zijn wonderbaar leven en van zijn heiligen dood deze landen af....” <br>{{gap}}Tot besluit behandelt Jef Notermans nog het Tooneel, dat zich voornamelijk uit den kerkdienst ontwikkelde. <br>{{gap}}Deze beknopte studie is aangevuld met een tamelijk uitgebreide literatuurlijst over de in deze tijdvakken behandelde onderwerpen. {{rechts|F.|2em}} {{lijn|6em|align=left}} {{references}} {{lijn|5em}}<noinclude></noinclude> dyw56a9rgf2a5bb7q0ts7bqxs1jybhn De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30658/Kultuur en literatuur 0 85759 219896 2026-04-09T19:22:29Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219896 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Kultuur en literatuur in de Maasgouw vóór 1200’ | Schrijver = |Override_schrijver = F. | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit ''De Tijd'', zondag 4 juni 1939, Ochtendblad, [p.&nbsp;10]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="De Tijd vol 094 no 30658 Kultuur en literatuur.pdf" from=1 to=1/> [[Categorie:De Tijd, Jaargang 094]] oyltjhy26b0kdxgwzv8302cinpo68p9 Categorie:De Tijd, Jaargang 094 14 85760 219897 2026-04-09T19:22:52Z Vincent Steenberg 280 nieuw 219897 wikitext text/x-wiki [[Categorie:De Tijd]] 66hzurs2y1gxwjkuhyuk1v08vgb3cgb