Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.24 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/886 104 29642 220179 106857 2026-04-19T11:32:48Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220179 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|70|ALBUM DER NATUUR|}}</noinclude>{{anker|Mikroskopische Photographiën}}'''Mikroskopische Photographiën'''. Naar eene mededeeling in het photographisch tijdschrift ''la Lumière'' berigten wij het volgende aangaande twee photographiën, die in het bezit zijn van Sir {{asc|David Brewster}}, bij wien zij door den redacteur van dat tijdschrift zijn gezien. Men verbeelde zich een graauw vlekje op een glasplaatje niet grooter dan een der gewone letters, waarmede dit gedrukt is. Brengt men dit onder een 50 à 100 maal vergrootenden mikroskoop, dan ziet men dat dit vlekje eene afbeelding is, op photographisch Collodion, van eene groep van ''zeven personen'', die dan even duidelijk en met even groote ronding der vormen zigtbaar worden, als in de beste photographie van gewone afmetingen. Eene andere photographie, zoo mogelijk nog kleiner, is de kopij van eene inscriptie op een monument aan de nagedachtenis van {{asc|William Sturgeon}}, die onder het mikroskoop even duidelijk leesbaar is als op het origineel. Deze verbazende photographiën zijn vervaardigd door den heer {{asc|Dancer}}, te Manchester. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Fransche Fauna}}'''Fransche Fauna'''. Prins {{asc|Charles Lucien Bonaparte}} en de heer {{asc|Victor Meunier}} hebben in deze maand het prospectus uitgegeven van eene nieuwe ''Faune française'' in 24 deelen in 8°., geïllustreerd met een groot aantal houtsneden en gekleurde gravuren. Zij klagen in dat prospectus op eenigzins bitteren toon er over, dat de officieele vertegenwoordigers der natuurlijke historie in Frankrijk er zich zoo weinig aan laten gelegen liggen om de studie van de natuurvoortbrengselen des vaderlands te bevorderen en gemakkelijk te maken. "Frankrijk", zeggen zij, "bezit nergens eene verzameling welke uitsluitend gewijd is aan die soorten, die zijn zoölogischen rijkdom uitmaken, waar de geleerde, de vreemdeling, de Franschman, met één oogopslag het geheel en de bijzonderheden van onze fauna kunnen omvatten. Men schijnt geheel niet gedacht te hebben aan het wetenschappelijk nut en het vaderlandsche karakter van eene uitsluitend fransche verzameling. Het Museum heeft galerijen voor elke der afdeelingen van het dierenrijk; maar er zijn er geene, waar vaderlandlievende handen zich beijverd hebben om de voortbrengselen van onzen bodem te vereenigen." — "Niet alle plaatselijke inlichtingen", dus lezen wij verder, "die in eene fransche fauna moeten worden verzameld, zijn in boeken bevat. In de departementale verzamelingen en in hetgeen eene menigte waarnemers te weten zijn gekomen, zijn rijke bronnen van onderrigt voorhanden. Deze<noinclude></noinclude> 85vqzmlyh5xii8ayz2aor6c16dfersh Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/895 104 29701 220164 106887 2026-04-19T08:44:37Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220164 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|79}}</noinclude>daarbinnen bevatte inhoud der plaat bestaat uit eene weeke, glasheldere grondmassa, waarin talrijke fijne korreltjes en grootere kernen verstrooid liggen. Het zenuwsteeltje, dat in het middenpunt der plaat, in eene kleine uitholing, is ingeplant, is eene onmiddelijke voortzetting van een der takjes, waarin zich de primitiefbuis der elektrische zenuw splitst; de plaat wordt door {{sc|b}}. gehouden voor eene uitbreiding van den ascylinder, dat is, voor eene peripherische ophooping van grijze zenuwzelfstandigheid, die men schier een peripherisch centraalorgaan zoude kunnen noemen. Hierdoor wordt de geringe massa van de slechts een enkele primitiefbuis bevattende elektrische zenuw verklaarbaar; daar namelijk iedere plaat een centraalorgaan is, zoo heeft de zenuw niets te doen, dan het bevel tot werking over te brengen. B. besluit zijn werk met eene vergelijking der uitkomsten van zijn onderzoek aan ''Silurus electricus'' met die, welke {{asc|Valentin, Savi, Wagner}} en {{asc|Pacini}}, betreffende de elektrische organen van ''Gymnotus electricus'', ''Torpedo ocellata'' en ''T. marmorata'' hebben bekend gemaakt. Hij leidt daaruit af, dat vermoedelijk ook bij deze visschen eene dergelijke zenuweindiging bestaat, alhoewel zij tot hiertoe niet is aangewezen. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Bloedsomloopstelsel bij de visschen}}'''Bloedsomloopstelsel bij de visschen.''' In eene der jongste zittingen van de Keizerlijke Academie te Weenen, deelde {{asc|Hyrtl}} de uitkomsten van een onderzoek mede, dat op nieuw doet zien, dat er tusschen de klassen der visschen en der reptiliën geen scherpe grenslijn kan getrokken worden. Hij had van onzen onvermoeiden landgenoot {{asc|Bleeker}} te Batavia exemplaren ontvangen van ''Monopterus'' en ''Amphipnous'', nog in genoegzaam goeden staat om de opspuiting der vaten te veroorloven. Daardoor ontdekte hij bij deze visschen eene vaatverdeeling, die aanduidt, dat het hart niet, gelijk bij andere visschen, zuiver aderlijk is, maar dat het slagaderlijk en aderlijk bloed beide ontvangt. De ''arteria branchialis'' geeft namelijk takken af aan de weeke deelen van den kop, en het slagaderlijk bloed der kieuwen en dat van den merkwaardigen ademhalingszak bij ''Amphipnous'' keert niet terug naar de ''aorta'', maar naar het hart zelf. De verdeeling van de ''arteria branchialis'' is klaarblijkelijk gelijk aan die bij ''Amphiuma'', zoodat de genoemde vischgeslachten een overgang tot de ''Reptilia dipnoa'' daarstellen. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Geleidingsvermogen van koperdraad voor den elektrischen stroom}}'''Geleidingsvermogen van koperdraad voor den elektrischen stroom.''' Bij het meten der wederstanden in verschillende koperen geleiddraden voor telegrafen vond prof. {{asc|W. Thomson}} het volgende:<noinclude></noinclude> a3lx5xl01lxf0goyagp36ote3c90iti Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/896 104 29702 220162 106888 2026-04-19T08:28:57Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ typo 220162 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|80|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>"1°. Er bestaat, terwijl de draden uit dezelfde fabriek in dit opzigt vrij wel overeenkomen, een zeer aanmerkelijk verschil in het geleidingsvermogen van draden van gelijke dikte, uit verschillende fabrieken afkomstig. Een draad van {{smaller|{{frac|1|21}}}} Eng. duim (1,2 m. m.) middellijn, met guttapercha bedekt in water gedompeld, kon meer telegrafisch werk doen dan een uit eene andere fabriek afkomstige draad van {{smaller|{{frac|1|16}}}} Eng. duim (bijna 1,6 mm.) diameter, die bovendien nog veel dikker met guttapercha bekleed was." "2°. Dit verschil kon niet toegeschreven worden aan eene verschillende behandeling bij het omkleeden. De hoogste graad van broosheid, dien men door rekking aan den draad kon geven, en zoo ook die, welke voortgebragt werd door het plat te hameren, konden den wederstand niet meer dan ½ pct. verhoogen. Eene vergelijking van draden uit dezelfde fabriek in verschillenden toestand, sommige geheel onbekleed en blank, sommige door gloeijing met eene oxydlaag bedekt, andere met guttapercha of caoutschouc bekleed, toonden voor die allen, bij gelijke lengte en dikte, geen merkbaar verschil." Bij het bekende zeer groote verschil in de isolatie door guttapercha, naarmate deze met meer of minder zorg van water is bevrijd, zou het ons niet verwonderen als het voordeel van het onder 1° aangevoerde dunnere draad, voor een deel althans, moest toegeschreven worden aan eene betere hoedanigheid van het omkleedsel. Wat daarvan aan den draad zelven moet geweten worden, zal wel in een grooter of geringer ijzergehalte van het koper zijn grond vinden. Het is toch bekend dat koper, met een ijzergehalte van naauwelijks 0,2 pct., een verschil in wederstand van wel 25 pct. met zuiver galvanoplastisch koper oplevert. {{r|{{sc|Ln}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> ts7p1n3xu3f2hsgkg6q7ke9glvsi0ob 220163 220162 2026-04-19T08:32:30Z Vincent Steenberg 280 220163 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|80|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>"1°. Er bestaat, terwijl de draden uit dezelfde fabriek in dit opzigt vrij wel overeenkomen, een zeer aanmerkelijk verschil in het geleidingsvermogen van draden van gelijke dikte, uit verschillende fabrieken afkomstig. Een draad van {{smaller|{{frac|1|21}}}} Eng. duim (1,2 m. m.) middellijn, met guttapercha bedekt in water gedompeld, kon meer telegrafisch werk doen dan een uit eene andere fabriek afkomstige draad van {{smaller|{{frac|1|16}}}} Eng. duim (bijna 1,6 mm.) diameter, die bovendien nog veel dikker met guttapercha bekleed was." "2°. Dit verschil kon niet toegeschreven worden aan eene verschillende behandeling bij het omkleeden. De hoogste graad van broosheid, dien men door rekking aan den draad kon geven, en zoo ook die, welke voortgebragt werd door het plat te hameren, konden den wederstand niet meer dan ½ pct. verhoogen. Eene vergelijking van draden uit dezelfde fabriek in verschillenden toestand, sommige geheel onbekleed en blank, sommige door gloeijing met eene oxydlaag bedekt, andere met guttapercha of caoutschouc bekleed, toonden voor die allen, bij gelijke lengte en dikte, geen merkbaar verschil." Bij het bekende zeer groote verschil in de isolatie door guttapercha, naarmate deze met meer of minder zorg van water is bevrijd, zou het ons niet verwonderen als het voordeel van het onder 1° aangevoerde dunnere draad, voor een deel althans, moest toegeschreven worden aan eene betere hoedanigheid van het omkleedsel. Wat daarvan aan den draad zelven moet geweten worden, zal wel in een grooter of geringer ijzergehalte van het koper zijn grond vinden. Het is toch bekend dat koper, met een ijzergehalte van naauwelijks 0,2 pct., een verschil in wederstand van wel 25 pct. met zuiver galvanoplastisch koper oplevert. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 8hb821zd97ur1r09kcdleqfeb8zdlqb Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/906 104 29754 220165 106976 2026-04-19T09:17:49Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220165 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|90|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>en den luisterrijken glans van dit licht in die hooge noordelijke breedten. Men ziet het tegen den avond in het noorden beginnen; allengs breidt het zich als een prachtige boog uit, die den geheelen hemel omvat en nabij het zenith in schitterende kroonen schijnt te eindigen, die niet zelden allerlei kleuren vertoonen. Het noorderlicht breidt zich dan van lieverlede een weinig meer naar het zuiden uit, en verdwijnt eindelijk gedurende de morgenuren in deze streek des hemels. Zoo schoon en heerlijk is dit schouwspel, dat het scheepsvolk en de officieren dikwerf uren lang, bij eene temperatuur van 40° onder nul, buiten bleven om er in bewondering naar te staren. Gedurende het verschijnsel nam hij niet die geweldige bewegingen van de magneetnaald waar, welke door anderen beschreven zijn, maar de oostelijke storing van de dagelijksche variatie scheen hem toe gelijktijdig te zijn met de verschijning van het noorderlicht in het noorden, terwijl de westelijke storing ontstaat wanneer het noorderlicht naar het zuiden overgaat. Nog maakte {{asc|Maguire}} gewag van een ander merkwaardig verschijnsel, dat het gevolg is van het trouwens ook reeds door anderen waargenomen verschil tusschen de temperatuur der lucht en die van het water in dat gedeelte der poolzee. Op ongeveer een mijl afstand van het schip was de zee nog open, ofschoon bedekt met drijfijs, waarvan de schollen zich tot heuvels op een stapelden; nog iets verder was de zee geheel vrij van ijs en had het water eene temperatuur van —2° C., terwijl die der lucht —40° C. bedroeg. Dit had ten gevolge dat uit het water gestadig eene ontzettende hoeveelheid damp opsteeg, zoodat de zee zich vertoonde als een ketel met kokend water. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden}}'''Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden.''' De heer {{asc|A. von Morlot}} gaf aan de ''K. K. Geologische Reichsanstalt'' te Weenen van die ontdekking berigt (Junij 1857). Men is haar verschuldigd aan de heeren {{asc|Jahn}} en {{asc|Ullmann}}, die haar kortelijk medegedeeld hebben in een uitvoerig werk: ''Die Pfahlbau-Altenthümer von Moosseedorf im Kanton Bern''. Het kleine meer was in 1856 gedeeltelijk drooggemaakt. Men vond daarbij aan het benedeneinde des meers eene vlakte, van ongeveer 70 voet lengte langs den oever en 50 voet breedte, welke min of meer digt bezet was met palen van eiken-, esschen-, berken- en dennenhout, die door twee veenlagen heen tot in den mergelachtigen bodem des meers waren ingedreven. Eene veenbedding van 3 tot 4 voet dikte bestaat van boven geheel uit plantaardige bestanddeelen;<noinclude></noinclude> 0zmg6jtwgpwdqhe83ob8y6r99qf2zv1 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/884 104 29771 220180 104639 2026-04-19T11:50:55Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ 220180 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|68|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>analysen, geene of naauwelijks merkbare sporen van stikstof hadden opgeleverd. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Recompositie van elektrolytisch knalgas door de elektroden}}'''Recompositie van elektrolytisch knalgas door de elektroden.''' Het uit de theorie der gasbatterij van {{asc|Grove}} à priori af te leiden en reeds voor jaren door {{asc|Jakobi}} waargenomen feit, dat de elektroden, die tot de ontleding van water door den elektrischen stroom hebben gediend, als zij daarna in het ontwikkelde knalgas gedompeld blijven, eene langzame hereeniging van het H. en O. bewerken, is, naar luid van den ''Cosmos'', dezer dagen door den Heer {{asc|Bertin}} te Besançon "ontdekt" geworden. De voor de theorie belangrijkste bijzonderheid van het verschijnsel, dat namelijk die hereeniging het snelst geschiedt, wanneer de elektroden niet meer met de batterij maar wel onderling geleidend verbonden zijn, wordt door den Franschen onderzoeker niet vermeld, maar daarentegen geeft hij zulke verbazende voorbeelden van de snelheid waarmede hij, ook terwijl de elektroden nog met eene batterij van 30 à 50 elementen<ref>Welke soort is niet opgegeven en ook volstrekt geene stroomsterkte genoteerd.</ref> verbonden waren, de hereeniging zag plaats grijpen, dat men gedwongen is aan te nemen, óf dat eene tot nog toe gansch onbekende omstandigheid op zijne proeven invloed heeft gehad, die het van belang zou zijn op te sporen, óf dat hij, misschien door een gebrek in zijn voltameter misleid, verkeerd gezien heeft. Bovendien vermeldt hij, dat als, bij het gebruik van eene batterij van ten minste 40 elementen, het vocht bij den voortgang der ontleding tot beneden de oppervlakte der elektroden was gedaald, de hereeniging plotseling, ''avec explosion'', plaats greep. De beschrijving dezer proefnemingen, zoo als zij in den ''Cosmos'' voorkomt, is een voorbeeld van oppervlakkigheid en onvolledigheid; maar het laatste feit vooral is toch belangrijk genoeg om tot een nader onderzoek op te wekken. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|De elektrische vonk}}'''De elektrische vonk.''' Eene reeks van onderzoekingen van de elektrische vonk en de andere elektrische lichtverschijnselen in gewone en verdunde lucht, met behulp van prismata en verschillende gekleurde middenstoffen, heeft {{asc|Dove}} tot de volgende slotsommen geleid: "Een door verwarming in gloeijing gerakende draad vertoont zich eerst rood, dan oranje en eindelijk wit. Die opeenvolging van kleuren is dezelfde<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> jm5pd49wqv8s1k1tdda8lo2dd4b4x4b Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/887 104 29779 220178 106858 2026-04-19T11:20:36Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220178 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|71}}</noinclude>laatste, ver van groote steden, in vertrouwde gemeenschap met de natuur levende, elk jaar door het periodisch terugkeeren der jaargetijden dezelfde tooneelen, dezelfde verhuizende of blijvende diersoorten voor zich ziende optreden, hebben daardoor de dieren leeren kennen, die eigen zijn aan de streken, welke zij bewonen, en scheppen er behagen in om deze in al de tijdperken van hun leven waartenemen. De plattelandsbewoner, de jager en de visscher, wanneer zij met een geest van waarneming begaafd zijn, zijn rijk aan notiën, die in de boeken ontbreken. De meesten echter van hen denken er niet aan om hunne opmerkingen aan het publiek mede te deelen. Verscheidene hunner aanwijzingen zouden trouwens niet de stof kunnen opleveren voor een werk ''ex professo'', en zouden op eene nuttige wijze eene plaats innemen in een werk als het onze; daarom noodigen wij hen uit om zich met ons in betrekking te willen stellen en om de feiten mede te deelen, die zij in de gelegenheid zijn geweest om aangaande de fauna van hunne omgeving te verzamelen." (''Cosmos'', 10 ''juillet'' 1857, p. 32). {{r|D. L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Werking van een aanhoudenden elektrischen stroom op den nervus sympathicus}}'''Werking van een aanhoudenden elektrischen stroom op den nervus sympathicus.''' Wij vinden in de ''Nuovo cimento'' een kort verslag van eenige proeven, gedaan door den graaf {{asc|Filippo Linate}}, ten einde de werking van een aanhoudenden elektrischen stroom op den nervus sympathicus in het licht te stellen. De batterij door den proefnemer gebezigd was eene van {{asc|Daniel}} van acht elementen; de positive elektrode had gemeenschap met het epigastrium, de negative met den rug. Wij zullen ons bepalen bij het opgeven der slotsommen. Wanneer de aanhoudende stroom gedurende eenigen tijd op een gezond man, van middelbaren leeftijd en gewone krachten, zóó wordt aangewend, dat hij op de gezamenlijke zenuwen van den nervus sympathicus werkt, dan heeft hij tot gevolg: 1°. een krachtiger en sneller bloedsomloop, waarbij het getal der slagen van den pols ongeveer met een zevende vermeerderd wordt: 2°. eene verhooging van de werkzaamheid der ademhalingsverrigtingen met ongeveer een zevende: 3°. vermeerdering in de urine van de gewone hoeveelheid ureum met een vierde ongeveer, van het acidum uricum met ten minste een derde, en van de zouten met anorganische bases met het dubbele; 4°. verhooging van de werkzaamheid der verrigtingen van maag en darmen, en eene meer gemakkelijke assimilatie des voedsels. De aanhoudende stroom zou dus inderdaad als een krachtig opwekkingsmiddel werken. (''Cosmos'', 17 ''juillet'' 1857, ''p''. 63). {{r|D. L.{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 6qsny0klrrcurhqa1u4azrwgg5muszl Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/888 104 29780 220177 106859 2026-04-19T11:06:08Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220177 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|72|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}</noinclude>{{anker|De Bloedbeek}}'''De Bloedbeek''' (''Rio de Sangre'') vliet uit eene grot van trachytsteen digt bij Choluteca in Centraal-Amerika. (''Compt. rendus'' T. XLIII, 680). Waar zij te voorschijn komt is de vloeistof werkelijk ''bloedrood'', reukeloos, genoegzaam zonder smaak en 2,75 digt. Eenige schreden van de grot begint die vloeistof zich te ontbinden, ten gevolge van de hitte des klimaats, riekt dan naar vleesch dat in rotting begint over te gaan, en laat een gas ontsnappen, waarin koolzuur de overhand heeft. Hier verzamelen zich de gieren en andere vleeschetende dieren en nemen de vloeistof in groote hoeveelheden tot zich. Deze stremt door zuren en wordt weder vloeibaar met alkaliën. Verdampt wordende begint zij bij 80° C te stremmen, zwelt dan op en vormt eene sponsachtige, zwartachtig-roode massa. Bij overhaling in geslotene vaten gedraagt zij zich als de dierlijke zelfstandigheden, laat eene poreuze, tot poeder wrijfbare, stikstofhoudende kool terug, en levert eene empyreumatische, slecht riekende olie. — De waarnemingen van den heer {{asc|Rossignon}} leiden tot het besluit, dat deze vloeistof hare kleur en overige eigenschappen verschuldigd is aan eene overgroote menigte infusiediertjes. — Ook de beken der stad Guatémala bevatten, volgens R, myriaden van wormvormige, zeer lange, gedeeltelijk met het bloote oog zigtbare infusiediertjes, die zich met buitengewone snelheid bewegen. Wanneer het water, waarin zij leven, stilstaat, dan houdt hunne beweging op, zij verrotten, het water wordt roodachtig gekleurd en begint te stinken, en de vogelen die van aas leven, verzamelen er zich weldra om heen. {{r|D. L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Om visschen, kruipende dieren enz. te bewaren}}'''Om visschen, kruipende dieren enz. te bewaren''' gaat Prof. {{asc|Hellmann}}, te Gotha op eene wijze te werk, die trouwens reeds vroeger aangeprezen, maar nog weinig aangewend schijnt te zijn. Hij doet ze in eene oplossingvan zoutzuur zinkoxyde in water. Deze oplossing is niet alleen veel geschikter ter bewaring der kleuren van de daarin gedompelde dieren dan alkohol, maar zij is ook buiten alle verhouding goedkooper. (''Allgem. deutsche Natur-hist. Zeitung'' II Bd. S. 489). {{r|D. L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 7shaec579xkrt7wlbwbr733a8h8hrdr Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/889 104 29781 220176 106860 2026-04-19T10:38:10Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220176 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{anker|Owen}}'''Owen.''' ''On the Anatomy of the great Ant-eater (Myrmecophaga jubata) Transact. of the Zoolog. Society.'' Vol. IV, p. 117 en vervolg. Onder de tandelooze dieren, die in de warme gewesten onzer aarde te huis behooren, is het geslacht der miereneters een der belangrijkste. Zij leven alle in Zuid-Amerika in de bosschen, en voeden zich met insekten, vooral met mieren en witte mieren, wier nesten zij met hunne groote nagels omwroeten. Van de grootste soort (''Myrmecophaga jubata'' L.) bestond tot nog toe geene ontleedkundige beschrijving, die thans door den beroemden {{asc|Owen}} is ondernomen, en waarvan het eerste gedeelte in het vierde deel der Verhandelingen van het zoologisch Genootschap vervat is. In de diergaarde van dat genootschap was een voorwerp dezer soort, na er slechts eenige maanden geleefd te hebben, gestorven, hetgeen tot dit onderzoek aanleiding gaf. Het dier was, zonder den staart, 4 voet 7 duim lang; de lengte van den staart bedroeg 33 duim. De zeer smal uitloopende kop was 14 duim lang. De huid heeft eenige gelijkheid met die der pachydermen; zij is over den nek en op den rug 3 lijn dik. Aan den hals is de huid met elastiek bindweefsel aan de onderliggende spieren gehecht. Er zijn hier eenige bundels van huidspieren. Aan den buik is eene breede laag van huidspiervezels aanwezig, waardoor de eigenlijke buikspieren bedekt worden. De spieren van den kop en van de tong worden naauwkeurig beschreven. Van de binnenzijde van het bovenstuk des borstbeens (''manubrium sterni'') ontstaat eene spier, wier ander uiteinde zich aan de onderkaak vasthecht (''musculus sternomaxillaris''); deze spier schijnt als eene ontwikkeling van een gedeelte van den ''musculus sternocleidomastoideus'' beschouwd te moeten worden. Het is aan de werking van dit paar spieren, dat de eigenaardige beweging van het hoofd bij den miereneter vooral moet worden toegeschreven, wanneer hij zich tot slapen schikt, waarbij hij den kop tusschen de voorpooten voorwaarts buigt en tegen de borst aandrukt. Het tongbeen ligt ver naar achteren. De ''musculus stylo-hyoideus'' hecht zich, na een schuinschen loop van vijf duim naar achteren en naar beneden, aan de hoornen van het tongbeen, en trekt dus de tong naar voren, in welke werking hij met den ''musculus geniohyoideus'' zamenstemt. De terugtrekking van het tongbeen wordt door de ''musculi sterno-thyreoidei'' en door de ''thyreohyoidei'' (schijnbaar de vervolgen van de vorige)<noinclude></noinclude> 2d5qim9p1wz43yz0jzbzu1ts0y9f84l Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/890 104 29782 220169 106863 2026-04-19T10:17:06Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220169 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|74|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>bewerkt. Er is geen afzondelijke ''musculus sterno-hyoideus''; hetgeen daaraan beantwoordt schijnt het sternale gedeelte van den ''musculus sternoglossus'' te zijn. De lange, dunne tong, die zeer ver kan worden uitgestoken, is door een glad en glinsterend ''epithelium'' bedekt; behalve twee platte ''papillæ vallatae'' op den rug van de tong, nagenoeg 2 duim vóór het uiteinde van het frenulum, worden er geene tepeltjes op de tong bespeurd. De spierachtige zelfstandigheid van de tong wordt gevormd door het tong-gedeelte van de ''musculi sternoglossi'', door de ''musculi genioglossi'' en door de eigene tongspieren. De buikingewanden worden hier in hunne ligging en uitwendigen vorm slechts voorloopig beschreven. Het slijmvlies van den mond vormt eene soort van keelzak aan den grond der tong. De geheele lengte van het darmkanaal was 34 voet [de verhouding tusschen deze lengte en die van den romp is nagenoeg gelijk aan 8,7:1]. De dunne darmen vertoonen geene vlokjes (''villi'') voor het bloote oog; het onderste gedeelte van de dunne darmen (het grootste gedeelte van het ''ileum'') heeft eene doorloopende, overlangsche, vrij breede plooi, aan de zijde, die tegenover de aanhechting van het darmscheil ligt. Een blinde darm ontbreekt; het ''colon'' verwijdt zich plotseling; hier verdikt zich de spierrok eenigermate; eenige vlakke, dwarsche plooijen worden aan den aanvang van het ''colon'' opgemerkt, maar in de vaatrijkheid of in de overige structuur van het slijmvlies wordt geene verandering bespeurd. Bijzonder merkwaardig zijn de speekselklieren, wier afscheiding de tong met een kleverig vocht bedekt. De onderkaaksklieren vormen eene zestien duim lange massa, die van achteren één is, door de vergroeijing van de twee zijdelingsche deelen. Dit vereenigde gedeelte is twee duim dik; de zijdelingsche deelen strekken zich van het schoudergewricht tot voor den hoek der kaak uit. Onderscheidene speekselkanalen vormen aan weêrszijde op 9 of 10 duim afstands van het voorste uiteinde eene verwijding; eerst later gaat uit die verwijdingen eene enkele uitvoerende buis aan elke zijde. Ook de andere speekselklieren zijn aanwezig. De ''parotiden'' zijn klein, maar onderscheiden zich door eene zeer enge en daarbij merkwaardig lange uitvoerende buis (van ½ lijn diameter en 11 duim lengte). {{r|{{sc|J. v.d. H.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Eenige ornithologische opmerkingen}}'''Eenige ornithologische opmerkingen''' ''uit'' Dr. {{asc|G. Hartlaub's}} ''System der Ornithologie West-Afrika's'' (Bremen 1857) mogen hier eene plaats vinden. De koekoek van West-Afrika (''Cuculus gabonensis'') legt, evenals de Europeesche (''C. canorus'') zijne eijeren in de nesten van andere vogelen. Een reiziger merkte op, dat een dergelijke koekoek drie eijeren legde in<noinclude></noinclude> easp0st3d5agzyfior8j544l69g3a9k Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/891 104 29783 220168 113431 2026-04-19T10:02:08Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220168 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|75}}</noinclude>nesten van drie verschillende vogelsoorten, namelijk in die van ''Oriolus nigripennis, Xylobucco scolopaceus'' en ''Ixos ashanteus''. Uren lang wacht het koekoekwijfje in de nabijheid van het uitgekozen nest op het oogenblik dat dit door het broeijende wijfje verlaten wordt. Snel verbrijzelt en verslindt zij dan het daarin liggende ei, en haast zich dan om haar eigen ei, dat dikwijls reeds eenige uren lang in de nabijheid gelegen heeft, er voor in de plaats te leggen. Behalve sommige Valken, zijn het vooral de koekoekachtige vogelen, het meest echter ''Glareola'', door welke de sprinkhanen 't hevigst vervolgd en verdelgd worden. ''G. praticola'' zag {{asc|Jules Verreaux}} in ontelbare menigte in Zuid-Afrika de sprinkhanenzwermen volgen; in de vlugt verslindt de vogel snel het groote insekt, welks vertering zoo spoedig plaats heeft, dat na hoogstens 10 minuten het door het naauwe darmkanaal als uitgeperste dier als volkomene epidermis uit den anus wordt geloosd. Tallooze massa's van zulke insekten kunnen alzoo in ongeloofelijk korten tijd vernield worden. Een Afrikaansche Wurger (''Collurio Smithii''), wiens hoofdvoedsel uit insekten bestaat, versmaadt echter noch reptilen, noch kleine vogels, welke beide hij veelmalen, nadat hij zijn honger gestild heeft, aan een dorren tak pleegt op te hangen. Dit geschiedt op eene zeer kunstige wijze, door middel van een fijn, elastisch plantje, dat aan de prooi wordt vastgemaakt, en welks andere einde de vogel zeer vast aan den tak weet te hechten. Hetzelfde instinct is aan ''Lanius collaris'' eigen, gelijk {{asc|Verreaux}} dikwijls gelegenheid had waar te nemen. De "Fiskaal" verstaat er zich op, om kleine vogeltjes en reptilen op te hangen, en wel zoo, dat de knoop altijd den hals van het slagtoffer zamensnoert. {{r|D. L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Joh. Müller}}'''Joh. Müller,''' ''Ueber die Fische, welche Töne von sich geben und die Entstehung dieser Töne. (Nach einem in der Akademie der Wissenschaften zu Berlin am'' 10. ''Januar'' 1856 ''gehaltenen Vortrag.'') ''Archiv für Anatomie und Physiol''. 1857. "De visschen zijn stom, d.i. zij hebben geene stem, want noch longen, noch luchtpijp of strottenhoofd worden bij hen gevonden." Dat zijn de woorden van {{asc|Aristoteles}} (''De Animal. Hist''. Lib. IV, c. 6), wiens opmerkingen over de levens-eigenschappen en het maaksel der dieren dikwerf meer vertrouwen verdienen dan de beschrijving der nieuweren. {{sc|Aristoteles}} voegt er echter bij, dat sommige visschen geluiden voortbrengen, en hij geeft de<noinclude></noinclude> 6dnzzcrlht6mso1fvhr2pwyuangv94y Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/892 104 29784 220167 106884 2026-04-19T09:42:45Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220167 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|76|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>namen van eenige zoodanige visschen op. Deze namen zijn gedeeltelijk aan deze geluiden ontleend. Zoo is het ook met de hedendaagsche namen van sommige visschen gesteld, waaronder ik slechts de knorhanen (''Triglae''), die aan onze kusten gevangen worden, behoef te vermelden. {{sc|Joh. müller}}, de beroemde physioloog, niet minder groot vergelijkend ontleedkundige en dierkundige, heeft in een klein maar zeer geleerd opstel de berigten der ouden over deze geluidgevende visschen verzameld; vervolgens eene stelselmatige lijst van visschen gegeven, bij welke volgens oudere en nieuwere schrijvers geluiden zijn opgemerkt, en eindelijk eenige waarnemingen medegedeeld omtrent de geluiden van sommige visschen. Men moet hierbij wel onderscheiden of het geluid onder water, of alleen wanneer de visch uit het water gehaald is, voortgebragt wordt. Met den mond kan een visch in de lucht smakken. Geluiden, die onder water waargenomen worden, kunnen niet door de lucht worden voortgebragt, tenzij de zwemblaas eene uitvoerende, wijde buis heeft, waaruit de lucht kan ontsnappen. Maar de meeste geluidgevende visschen hebben een gesloten luchtblaas, zooals ''Sciœna'' en ''Trigla''. Het geluid moet dus door de beweging van harde deelen, door een kraken of een knarsend geluid van eene geleding, b.v. van het kieuwdeksel of, zooals bij ''Synodontis'', van eene groote, stekelvormige straal worden voortgebragt. De meening van {{asc|Valenciennes}}, die het tegendeel beweerde, wordt hier op eene stellige wijze door {{asc|Müller}} bestreden. Het onderzoek is nog niet afgeloopen. Wanneer latere uitkomsten tot onze kennis komen, zullen wij ze aan onze lezers mededeelen. {{r|{{sc|J. v.d. H.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Dr. Theodor Bilharz}}'''Dr. Theodor Bilharz.''' ''Das elektrische Organ des Zitterwelses, anatomisch beschrieben''. Leipzig, fol. 1857. De in weêrwil van talrijke nasporingen, door {{asc|Geoffroy St. Hilaire, Valenciennes, Peters, Valentin, Aavi, Wagner, Pacini}}, nog steeds in verscheidene opzigten raadselachtige organen, waardoor sommige visschen het vermogen bezitten om elektrieke schokken te geven, hebben eenen nieuwen en grondigen onderzoeker gevonden in Dr. {{asc|Bilharz}}, die door zijn voortdurend verblijf in Egypte eene uitmuntende gelegenheid had een dezer visschen, namelijk den in den Nijl en andere Afrikaansche rivieren levenden ''Silurus electricus'' {{sc|l}}. (''Malapterurus electricus'' {{sc|lacep}}.) in verschen toestand en in genoegzaam aantal te verkrijgen, om het moeijelijke onderzoek van het maaksel des elektrischen orgaans met de vereischte zorg en naauwkeurigheid te verrigten. De uitkomsten van dit<noinclude></noinclude> k963fyar6kwpia49t9ylxjtkrbpdg9e Index:Album der Natuur 1862.djvu 106 50626 220175 217593 2026-04-19T10:30:48Z WeeJeeVee 2844 klaar 220175 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=[[Album der Natuur]], [[Album der Natuur/1862|11e jaargang, 1862]] en het [[Album der Natuur/1862/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk Bijblad van 1862]] |Ondertitel= |Deel= |Auteur=various |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=9 |Voortgang=T |Delen=[[Index:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu|1852/3]], [[Index:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu|1854/5]], [[Index:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu|1856/7]], [[Index:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu|1858/9]], [[Index:Album der Natuur 1860.djvu|1860]], [[Index:Album der Natuur 1861.djvu|1861]], [[Index:Album der Natuur 1862.djvu|1862]], [[Index:Album der Natuur 1863.djvu|1863]], |Pagina's=;{{x-larger|11e jaargang, 1862}} Voorwerk 1862<br /><pagelist from=7 to=19 7="Fr.t." 8="-" 9="T1862" 10="dr." 11to18="Inh" 19="-" /> W.M. Logeman - Kleuren </br><pagelist from=20 to=44 20= "Afb" 21="1" /> R. - Ontdekkingsreis</br><pagelist from=45 to=52 45="25"/> G. F. van Limborgh van der Meersch - Het zilver </br><pagelist from=53 to= 73 53=33/> A.T. Reitsma - Amerikaansch Polynesië</br><pagelist from=74 to=79 74=54/> Ln - Beweegwerktuigen</br><pagelist from=80 to=81 80=60/> v. H. Weymouthspijn</br><pagelist from=82 to=82 82=62/> Hg. - Regen</br><pagelist from=83 to=83 83=63/> Hg. - Goud onder Philadelphia</br><pagelist from=84 to=84 84=64/> G. F. van Limborgh van der Meersch - Het zilver </br><pagelist from=85 to=99 85=65/> v d Hoeven - Taal en Taalkennis</br><pagelist from=100 to=114 100=80/> Harting - Honingdauw</br><pagelist from=115 to=115 115=95/> Hg. - Tastbare wederlegging</br><pagelist from=116 to=116 116=96/> T. C. Winkler - Beenderenholen</br><pagelist from=117 to=140 117=97/> H.C. van Hall - Manna en Lerp</br><pagelist from=141 to=147 141=121/> HvH. - Reuzenbloem</br><pagelist from=148 to=148 148=128/> D. Lubach - Ouderdom menselijk geslacht</br><pagelist from=149 to=177 149=129/> A. T. Reitsma - Noordpoolzee</br><pagelist from=178 to=180 178=158/> C. A. J. A. Oudemans - Victoria regia</br><pagelist from=181 to=212 181=161 211="-" 212="Afb" /> v. H. - Sprinkhanen</br><pagelist from=213 to=214 213=191/> D. Grothe - Engelse kolenmijnen</br><pagelist from=215 to=228 215=193/> F. W. van Eeden - Het Landschap</br><pagelist from=229 to=243 229=207/> W.r. - Lopende visch</br><pagelist from=244 to=245 244=222/> v. H. - Iets over Sequoia</br><pagelist from=246 to=246 246=224/> F. W. van Eeden - Het Landschap (vervolg)</br><pagelist from=247 to=262 247=225/> P. van der Burg - Stoutste onderneming</br><pagelist from=263 to=278 263=241/> A.W.M. van Hasselt - Den Olifant</br><pagelist from=279 to=299 279=257/> D. Bierens de Haan - Hemellichamen</br><pagelist from=300 to=306 300=278/> Harting. - Oost-Indische vissen</br><pagelist from=307 to=308 307=285/> Hg. - Schedel van von Humboldt</br><pagelist from=309 to=309 309=287/> v. H. - Plantentuin op Mauritius</br><pagelist from=310 to=310 310=288/> A.T. Reitsma - Gesteldheid der ligchamen van ons zonnestelsel</br><pagelist from=311 to=339 311=289/> v. H. - Losbarsten van bloemen</br><pagelist from=340 to=341 340=318/> v. H. - Zwarte beuk</br><pagelist from=342 to=342 342=320/> A.W.M. van Hasselt - Den Olifant</br><pagelist from=343 to=369 343=321/> R. - Uitbarsting Vesuvius</br><pagelist from=370 to=372 370=348/> v. H. - Kersen</br><pagelist from=373 to=374 373=351/> A.W.M. van Hasselt - Den Olifant (vervolg en slot)</br><pagelist from=375 to=403 375=353/> R. - Zigeuners in Egypte</br><pagelist from=404 to=406 404=382 /> ; {{larger|Wetenschappelijk Bijblad}} <pagelist from=407 to=502 407="1" /> <pagelist from=503 to=508 503="-" 504="-" 505="-" 506="-" 507="-" 508="-" /> |Opmerkingen={{c|{{xxx-larger|'''[[Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/9|Inhoud 1862]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1500px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/11}} {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/12}} </div> {{dhr|3}} {{c|{{xx-larger|'''[[Album der Natuur/1862/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk bijblad 1862]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1200px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/15}} {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/16}} {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/17}} {{Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/18}} |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer=<references /> }} 4ua7ezl0rvr7gmq3kj7pcog31xojiqi Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Dierkunde 100 51474 220166 157428 2026-04-19T09:19:45Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 220166 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Dierkunde | afbeelding = Common clownfish curves dnsmpl.jpg | alt = Twee driebandanemoonvissen zoeken beschutting in een zeeanemoon | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Zoölogie|dierkunde]]. }} == Algemeen == === Dierenbescherming; algemeen === Hierbij ook: Bedreigde diersoorten, vivisectie *Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/De min. van binnenl. zaken|‘De min. van binnenl. zaken heeft aan het door de Haagsche Vereen. tot bescherming van dieren gedaan verzoek betreffende de proeven op levende dieren reeds voldaan, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;Nederlandsche Bond tot Bestrijding der Vivisectie *Anoniem (23 maart 1905) [[De Noord Brabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/De alg. vergadering|‘De alg. vergadering van den Nederl. Bond tot bestrijding der vivisectie, […]’]], ''De Noord Brabanter'', [p.&nbsp;2]. ;Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Rotterdam, 21 Februari|‘Rotterdam, 21 Februari’, alinea 2]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. === Zoölogische verzamelingen === *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Zoölogisch Museum|‘Zoölogisch Museum. Verzameling Europeesche vlinders’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. == Dierkunde; Algemeen == === Dierentuinen === *Anoniem (2 september 1904) [[De Tijd/Nummer 17335/Kasteel "de Haar"|‘Kasteel „de Haar”’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;5]. ;Diergaarde Blijdorp, Rotterdam *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Het bestuur der Rotterdamsche Diergaarde|‘Het bestuur der Rotterdamsche Diergaarde […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/De leeuwin|‘De leeuwin in de diergaarde te Rotterdam […]’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 april 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24408/Ochtendblad/Rotterdamsche Diergaarde|‘Rotterdamsche Diergaarde’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, [p.&nbsp;2]. ;Haagse Dierebntuin *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Uit goede bron vernemen wij|‘Uit goede bron vernemen wij […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Ménagerie du Jardin des Plantes, Parijs *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Kraamvisite bij een aap|‘Eene kraamvisite bij een aap’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;72-73. === Overige onderwerpen === *Lubach, D. (1854) [[Album der Natuur/1854/Dierlijke Volkomenheid, Lubach|‘Dierlijke volkomenheid en hare verschillende trappen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;355-381. ;Diergaarde Pezon, Limoges *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Frankrijk/Ontzettende worsteling|‘Ontzettende worsteling’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. == Dierenanatomie en -fysiologie == Hierbij o.a.: Camouflage bij dieren ;Bioluminescentie *Harting, P. (1852) [[Album der Natuur/1852/Het lichten van Dieren, Harting|‘Het lichten van dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;225-250. ;Maagdelijke voortplanting *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Parthenogenesis bij dieren|‘Parthenogenesis bij dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;1-3. == Dierensociologie en -ecologie == *D.L. (1856) [[Album der Natuur/1856/Dierengevechten|‘Dierengevechten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;294-297. == Dierengeografie en -typen == === Algemeen === *Kampen, P.N. van (1929) ''De geographische verspreiding der dieren (zoölogische geographie)'', Amsterdam: Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. == Ongewervelde dieren == === Weekdieren === Hierbij ook: Schelpen ;Schelpdieren; algemeen *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Zeespinners|‘Iets over zeespinners’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;348-352. ;Crassostrea virginica *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Arend gevangen door oester, Harting|‘Een Arend gevangen door een oester’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;192. ;Paalworm *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Borende schelpdieren|‘De borende schelpdieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;289-315. ;Bijzondere onderwerpen *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Oorsprong der parelen|‘De oorsprong der Parelen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;120-128. *Macgowan, D.J., Hoeven, J. van der (1857) [[Album der Natuur/1857/Parelen in China|‘Over parelen en het maken van parelen in China’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;244-256. === Wormen === *Phelsum, M. van (1762) ''Historia physiologica Arscaridum'', Leovardiae: Apud Wigerum Wigeri.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Te Leeuwarden|‘Te Leeuwarden by W. Wigeri word thans uitgegeven. […] [advertentie]’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. *Phelsum, M. van (1769) ''Historia Ascaridum Pathalogica'', Leovardiae: Apud Wigerum Wigeri.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Te Leeuwarden|‘Te Leeuwarden by W. Wigeri word thans uitgegeven. […] [advertentie]’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. === Insecten === ==== Algemeen ==== *Lubach, D. (1857) [[Album der Natuur/1857/Insekten die metaal doorboren|‘Over insekten die metaal doorboren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;376-379. *Merian, Maria Sibylla ([1705]) ''[[Merian - Metamorphosis (1705)|Metamorphosis insectorum Surinamensium]]'', Amsterdam: [s.n.]. ==== Bijen ==== *Hoeven, J. van der (1853) [[Album der Natuur/1853/Leeftijd der bijen, van der Hoeven|‘Iets over den leeftijd der bijen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;375-381. *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Bijen|‘De bijen verstaan elkander’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;380-381. ==== Mieren ==== *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Mieren in Zuid-Amerika, van Hasselt|‘De mieren in Zuid-Amerika’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;92-93. *Ver Huell, Q.M.R. (1854) [[Album der Natuur/1854/Nog iets over Mieren van Zuid-Amerika, Ver Huell|‘Nog iets over de mieren van Zuid-Amerika’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;179-184. ==== Vlinders en rupsen ==== *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Zoölogisch Museum|‘Zoölogisch Museum. Verzameling Europeesche vlinders’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Ver Huell, Q.M.R. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hagel, Harting|‘Over een verschijnsel bij sommige vlindersoorten waargenomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;59-62. ;Springboonmot (Cydia deshaisiana) *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Amerika/Dansende gewassen|‘Dansende gewassen’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. ==== Kevers ==== ;Balroller *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Balroller|‘De Balroller’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;152. ;Elater *Hoeven, J. van der (1855) [[Album der Natuur/1855/Lichten Zuid-Amerikaanse springkever, Van der Hoeven|‘Eenige woorden over het lichten van een Zuid-Amerikaanschen springkever’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;205-211. ;Spinnende waterkevers *Mulder, Claas (1855) [[Album der Natuur/1855/Spinnende Watertorren, Mulder|‘Spinnende Watertorren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;33-56. ==== Overige insecten ==== ;Bedwantsen *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/By Johannes van Leen|‘By Johannes van Leen, Schilder op de Varken Markt te Dordrecht, is te bekomen […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Spinnen *Hasselt, A.W.M. van (1857) [[Album der Natuur/1857/Spinnen|‘Natuurhistorische schets der Spinnen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;1-23 en 65-82. ;Waterjuffers *Hg. (1854) [[Album der Natuur/1854/Verhuizing waterjuffers, Harting|‘Verhuizing van waterjuffers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;384-385. == Gewervelde dieren == === Algemeen === *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Hermaphroditische werveldieren|‘Hermaphroditische werveldieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;6. *Harting, P. (1856) [[Album der Natuur/1856/Staart der gewervelden|‘De staart der gewervelde dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;299-330. === Vissen === ==== Algemeen ==== *Hasselt, A.W.M. van (1855) [[Album der Natuur/1855/Vissen, van Hasselt|‘Natuurhistorische schets der visschen, en van hunne beteekenis voor den mensch’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;97-122 en 161-188. *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Bloedsomloopstelsel bij de visschen|‘Bloedsomloopstelsel bij de visschen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;79. ==== Vissensoorten; afzonderlijk ==== ;Astroblepus cyclopus *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Vulkanisch visje|‘Een vulkanisch vischje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;87-94. ;Baars *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Baars|‘Eenige bijzonderheden over den Baars’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;181-191. ;Europese meerval *Lubach, D. (1852) [[Album der Natuur/1852/De Europeesche Meerval, Lubach|‘De Europeesche meerval’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;209-213. ;Goudvis *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Goudvisch|‘Iets over den goudvisch’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;321-333. ;Haring *Hoeven, J. van der (1852) [[Album der Natuur/1852/Haring, Van der Hoeven|‘De Haring en de Haringvangst. Eene schets’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;161-175. ;Karper *Winkler, T.V. (1857) [[Album der Natuur/1857/Karper|‘De karper’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;275-287. ;Pietermannen *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Pieterman|‘Iets over den Pieterman’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;24-32. === Amfibieën en reptielen === *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Verstijvings-verschijnselen bij reptilien|‘Verstijvings-verschijnselen bij reptilien’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;5. *Hasselt, A.W.M. van (1852) [[Album der Natuur/1852/Natuur-historische schets Giftslangen, van Hasselt|‘Natuur-historische schets der Slangen, in het bijzonder der Giftslangen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;65-86, 97-115. ;Ratelslang *D.L. (1854) [[Album der Natuur/1854/Betooverend vermogen Ratelslang, Lubach|‘Het betooverend vermogen der ratelslang’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;109-112. ;Trachycephalus typhonius *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Boom-Kikvorsch Guyana, van Hasselt|‘De groote boom-kikvorsch van Guyana’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;31-32. === Vogels; algemeen === *Daalder Dz., J. (1910) ''[[Vogelkiekjes]]'', Amsterdam: W. Versluys. ==== Vogels van Nederland; algemeen ==== Hierbij ook: Vogels van afzonderlijke streken. *Keulemans, J.G. (1869-1876) ''[[Onze vogels in huis en tuin]]'', Leyden: P.W.M. Trap. ==== Vogels van andere landen en streken; algemeen ==== ;Kaapverdië *Keulemans, J.G. (1866) [[Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866)|‘Opmerkingen over de vogels van de Kaap-Verdische Eilanden en van Prins-Eiland (Ilhado Principe) in de bogt van Guinea gelegen’]], ''Nederlandsch Tijdschrift voor de Dierkunde'', deel 3, p.&nbsp;363-401. ;Nieuw-Zeeland *Hoeven, J. van der (1853) [[Album der Natuur/1853/Vogels zonder Vleugels van Nieuw-Zeeland, van der Hoeven|‘Over vogels zonder vleugels van Nieuw-Zeeland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;1-18. === Vogelsoorten - Vogels; afzonderlijk === ;Amerikaanse ekster (Pica hudsonia) *Anoniem (15 maart 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 75/Ochtendblad/Het optreden van een nieuwe voedingswijze bij de Amerikaansche Ekster|‘Het optreden van een nieuwe voedingswijze bij de Amerikaansche Ekster’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;3. ;Amerikaanse zeearend *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Arend gevangen door oester, Harting|‘Een Arend gevangen door een oester’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;192. ;Dinornis† *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Dodo† *D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;255. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. *Vrolik, W. (1853) [[Album der Natuur/1853/Over den Dodo of Dronte, Vrolik|‘Over den Dodo of Dronte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;177-186. ;Kasuarissen *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Kiwi’s *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Kolibries *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Kolibri, van Hasselt|‘De Kolibri’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;93-94. ;Lammergier *J.C.d.L. (1854) [[Album der Natuur/1854/Lammergier|‘De Lammergier’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;313-322. ;Notenkraker *W.V. (1853) [[Album der Natuur/1853/Notenkraker vormt voorraadschuur, Vrolik|‘Beschrijving der wijze waarop de notenkraker zich eene voorraadschuur vormt’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;384. ;Olifantsvogel *W.V. (1855) [[Album der Natuur/1855/Iets over den Epyornis, Vrolik|‘Iets over den Epyornis’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;57-58. ;Oranje rotshaan *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Het Kliphoen of de Dansvogel, van Hasselt|‘Het kliphoen of de dansvogel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;382-383. ;Orpheuswinterkoning *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Muziekvogel Guyana, van Hasselt|‘De muziek-vogel van Guyana’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;256. ;Rhea (geslacht) *Hg. (1852) [[Album der Natuur/1852/Struisvogel, Harting|‘De struisvogel en zijne eijeren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;320. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Struisvogels *Anoniem (1852) [[Album der Natuur/1852/Arabische overlevering|‘Eene Arabische overlevering’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;191. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. === Zoogdieren === ==== Walvisachtigen - Zeeroofdieren ==== Hierbij ook: dolfijnen *Cl.M. (1854) [[Album der Natuur/1854/Walrussen, Mulder|‘Talrijkheid van walrussen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;63-64. *Hoeven, J. van der (1856) [[Album der Natuur/1856/Walvisachtigen en dolfijnen in het bijzonder|‘Over walvischachtige dieren in ’t algemeen en dolfijnen in het bijzonder’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;371-391. ==== Hoefdieren ==== *Müller, Karl (1856) [[Album der Natuur/1856/Giraffe|‘De Giraffe’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;393-400. ;Megaloceros giganteus † *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden|‘Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;90-91. ==== Knaagdieren - Haasachtigen ==== ;Muis *Cl.M. (1855) [[Album der Natuur/1855/Muizen, Mulder|‘Verscheidenheden van muizen; teekeningen van de Van Veen’s’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;190-191. ==== Aapachtigen ==== ;Mensapen, primaten *Vrolik, W. (1854) [[Album der Natuur/1854/Anthropomorphen, Vrolik|‘De Anthropomorphen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;113-146. ==== Roofdieren ==== ;Berberleeuw† *Jong van Rodenburgh, [C.M.] de (1854) [[Album der Natuur/1854/Leeuwen Noord-Afrika, van Rodenburgh|‘De leeuwen in Noord-Afrika. Eene schets naar het leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;259-273. ;Wolven *Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Uit Italië|‘Uit Italië’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Rumenië|‘Uit Rumenië’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. ==== Overige zoogdieren ==== Hierbij o.a.: Buideldieren, insecteneters ;Drievingerige luiaard *Lubach, D. (1852) [[Album der Natuur/1852/Een wanklank in de harmonie der schepping, Lubach|‘Een wanklank in de harmonie der schepping’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;257-269. ;Insecteneters *Anoniem ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/De mol|‘De mol’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;8. [[Categorie:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] 4rjab8g2octgdyp1bpq0ghb7qdw4nyz Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/400 104 80181 220159 216622 2026-04-19T07:51:36Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 220159 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|378|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>vuurwapenen. In lange of korte dagreizen, naderen zij, meer en meer, het hun wachtende lot. Steeds kleiner wordt de om hen getrokken {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 406.png | width = 400px | align = | alt = Eene olifantenkraal vanuit de lucht | cap = {{smaller block|Eene olifantenkraal, van uit de hoogte gezien (naar {{sc|tennent}}).}} | capalign = center}}}} cordon, die in Indië soms mede door een groot aantal van tamme drijfolifanten is zamengesteld, en in den nacht omsluit hen een cirkelboog van flambouwen, voetzoekers, vuurpijlen en ander vuurwerk. Genoegzaam gevorderd, vermenigvuldigt zich eensklaps het geweld achter hen, waar nu tevens alles in vuur wordt gezet, uitgenomen de kraal fuik zelve. Deze blijft, als een verraderlijk toevlugtsoord, alleen nog in diepe duisternis gehuld. De indruk door dit een en ander, en niet het minst door de steeds luider wordende teekenen van het aannaderen van den verwilderden troep, beangstigt bij vele toeschouwers, — hoe veilig ook geplaatst, — het van verwachting kloppende hart. "Je n'oublierai jamais" — schrijft {{sc|de waillij}} — "l'étrange et'sáuvage beauté de ce tumultueux moment! Les éléphans sauvages arrivèrent comme la foudre, arrachant, renversant, écrasant tout devant eux, trompettant ou rugissant de toutes leurs forces. La lune commencait à briller, et sous épais ombrage on entrevoyait en bas un amas mouvant et indescriptible de créatures informes et gigantesques; etc" Zoodra nu eerst de geleider, soms nog door lok-olifanten voorafgegaan, de fuik is ingetreden, volgt een grooter of kleiner deel der kudde, somtijds deze in haar geheel, van 30 tot 100(?) stuks op eens, en stort zich binnen de eigenlijke afperking der kraal. Op een gegeven signaal,<noinclude></noinclude> oozaq4x7lsdia3vxneuudh3x9twujyo Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/402 104 80182 220161 216623 2026-04-19T07:53:07Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 220161 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|380|STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|}}</noinclude>onmiddellijk (bij het optillen van een been), dan eens bij wijze van lazzo geslingerd, alle vier pooten met strikken te omgeven. In het eerst worden de uiteinden der koorden slechts uit de verte om een boomstam geslagen, dan, na terugtreden van het dier, meer en meer ingekort, {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 408.png | width = 400px | align = | alt = Een gebonden wilde olifant | cap = {{smaller block|Een gebonden wilde olifant (naar {{sc|tennent}}).}} | capalign = center}}}} en zoodra zij voldoende zijn aangehaald om den olifant te bevestigen, staken zij hun moeitevollen en natuurlijk vaak mislukkenden arbeid van dien eersten dag. Slechts even buiten het bereik van hun overwonneling slaan zij hun nachtleger, — eene eenvoudige loof hut, — op en leggen vóór hetzelve een groot wachtvuur aan, zoodanig dat de olifant door het gezigt en den rook<ref> Dit herinnert mij aan eene wijze, waarop de Indianen van Guyana hunne pas gevangen, onhandelbare apen temmen, namelijk door hen op te hangen in den rook!</ref> daarvan zooveel mogelijk wordt gekweld. Eerst nadat deze zich een paar dagen in onbeschrijfelijke pogingen ter zijner bevrijding heeft uitgeput, brengen zij hem rijkelijk water en zijne lievelingsvruchten aan. Het duurt evenwel soms weken, eer hij voldoende getemd wordt geacht, om de reis uit de bergstreek der<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 4xhcupfcb9haxngo7ilkcdvlhugo8ec Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/401 104 80183 220160 216564 2026-04-19T07:52:30Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 220160 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|379}}</noinclude>worden de val- of slagboomen neêrgelaten, en te gelijker tijd plotseling de onmiddellijke nabijheid dezer omheining door stroomen van licht en gejoel omringd. Herhaaldelijk wagen de stoutsten en sterksten uit den hoop, na van hunne eerste verbazing te zijn bekomen, soms verwoede aanvallen op de palissaden. Slaagt men niet hen van deze pogingen af te brengen, — waartoe vooral het slaan of dreigen met lange en wit geschilderde staken, voor welke zij zeer bevreesd zijn, dienstig blijkt te zijn, — dan ziet men zich genoodzaakt, één of twee der belhamels, à bout portant, neer te schieten; een maatregel, die tevens de overgeblevenen tot afschrik schijnt te strekken. De reeds binnen zijnde of thans ingelaten tamme olifanten, deelen regts en links trompslagen uit of dringen dezen of genen der gevangenen tusschen zich in. Nu gaan de daarin het meest befaamde inlanders over, hen, één voor één, de pooten eerst met touwen, daarna met kettingen te boeijen en aan zware boomstammen vast te maken. Die dezen soms gevaarlijken arbeid op zich nemen, zijn te voet; zij verschuilen zich onder de gedresseerde olifanten, en aangevallen wordende vlugten zij tusschen de palissaden door, naar buiten. Vreemd is, dat, — naar men leest, — nooit aanvallen geschieden op de berijders der getemde olifanten, die binnen de omheinde ruimte zijn, zelfs niet, al wagen deze zich tot onder het bereik der vijandelijke trompen. Eene tweede wijze eindelijk — en deze is vooral niet minder bewonderingswaardig, hoewel niet zoo schitterend, — wordt mede op Ceylon gevolgd, om den olifant levend magtig te worden. Het is eigen aan enkele casten van olifant-jagers aldaar, die deze vangst, zonder kunstmatige voorbereiding, doch als het ware uit de losse hand durven ondernemen. Enkele malen slechts geholpen door een lokwijfje, meermalen alleen door eenige honden, om de aandacht van den olifant af te leiden, gaan deze jagers, slechts met hun tweeën, er op los. Zij zijn geheel gehuld in groen-bebladerde takken en eenvoudig gewapend met lange, stevige koorden of riemen van buffelleêr. Beurtelings weet een van dit moedig jager-paar, nu één hunner van voren, dan weder de ander van achteren, de oplettendheid van het door hen opgezochte dier tot zich te trekken. Dit oogenblik maken zij zich, mede om beurten, ten nutte, ten einde het, nu eens<noinclude></noinclude> fp4ozv3lh0qjp67i1tx043l5yfjck21 Pagina:Album der Natuur 1862.djvu/399 104 80185 220158 216621 2026-04-18T19:17:29Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 220158 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OLIFANT.|377}}</noinclude>die thans<ref>Eene wijziging is, dat men soms de uiteinden zoo smal maakt, dat de olifant zich daarin niet kan omkeeren.</ref> nog wordt ingerigt, — bestaat uit eene digte palissade ring van boomstammen, onderling verbonden door vlechtwerk van touw, rotting en vooral van dikke, doch buigzame slingerplant-stengels. {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur62 405.png | width = 400px | align = | alt = Eene olifantenkraal op Ceylon | cap = {{smaller block|Eene olifantenkraal op Ceylon (naar {{sc|baldaeus}}).}} | capalign = center}}}} Tusschen de stammen zijn ruimten, die wel een mensch, maar geenszins een olifant doorlaten. Bij den ingang van het allengs naauwer en naauwer toeloopende eindperk kan eene sluiting door zware, dwars neer te laten balken worden aangebragt. Vooral de wijd uiteenloopende vleugels worden zoo natuurlijk mogelijk gemaskeerd door groene takken of rijswerk. Het geheel is zeer goed te vergelijken met eene visch-fuik; insgelijks met eene eendenkooi, "waarin de elefanten, zegt {{sc|baldaeus}}, dan verleijdt werden, gelijckerwijze de Hollantsche entvogels." Reeds lang te voren worden zij uit de verste verte aangedreven en omsingeld door soms een 1000 tot 2000tal inlandsche drijvers<ref>In Siam wil een der ambassadeurs van Frankrijk, — de ridder {{sc|chaumont}}, — voor een paar honderd jaren een dergelijke drijfjagt hebben bijgewoond: " waarbij bij de 47,000 mannen in de bosschen of op de bergen een kring (NB.) in 't vierkant hadden geslagen van 26 mijlen in 't lang"!</ref> . Al naauwer en naauwer ingesloten, vorderen zij in de rigting der wijde vleugels van de kraal. Aan alle zijden zijn ze omgeven van een nu eens zwijgend dan weer zich verheffend rumoer. Dit wordt gevormd uit de vermenging van gillende en schreeuwende menschenstemmen met het geraas der cimbalen en Turksche bekkens en met het tusschenpoozend geknal der<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> kuanlidk65a7g3mwz1pvmts994wwb8y Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/449 104 84556 220174 217718 2026-04-19T10:30:12Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 220174 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|45}}</noinclude>'''Opslorping van zuurstof door kool.''' — In eene mededeeling aan de ''Royal Society'' te Londen, in hare zitting van 24 Jan. 1863, komt de heer {{sc|angus smith}} aangaande dit onderwerp tot de volgende uitkomsten: 1°. De kool slorpt bij gewonen warmtegraad zuurstof op uit mengsels van deze met stikstof en met waterstof. 2°. Deze opslorping duurt gedurende ten minste eene maand voort, hoewel de grootste hoeveelheid gas opgenomen wordt in weinige uren of zelfs in eenige seconden, al naar de hoedanigheid der kool. 3°. Waterstof, stikstof of koolzuur worden in dienzelfden tijd niet opgeslorpt. <ref>Dit zal hier waarschijnlijk moeten beteekenen, dat, wanneer men kool in aanraking brengt met mengsels van een deze gassen en zuurstof, zij alleen de laatste opslorpt.</ref> 4°. De hoeveelheid van het opgenomen gas schijnt ook van de digtheid van dit laatste afhankelijk te zijn, maar niet daarvan alleen, en zonder op eenige eenvoudige wijze daarmede zamen te hangen. 5°. Als men de opgeslorpte zuurstof door verwarming uit de kool tracht te verwijderen, dan vormt deze reeds koolzuur op eene temperatuur van 100° C. of daar beneden. 6° De verschillende koolsoorten hebben een zeer onderscheiden opslorpings-vermogen, voor zuurstof is dat van dierlijke kool veel grooter dan van houtskool. 7°. Kool, die stikstof of waterstof heeft opgeslorpt, met een ander gas in eene afgesloten ruimte in aanraking gebragt, laat het opgeslorpte gas vrij worden, maar neemt daarentegen van het andere gas zooveel meer op, dat de spankracht van het gasmengsel daardoor spoedig om 20 m.m. kwik verminderd wordt. 8°. Water verjaagt kwikzilver uit de poriën van kool met eene verbazende snelheid. {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Een nieuwe en zeer gevoelige differentiaal-thermometer.''' — {{sc|Joule}} (''Proceedings of the Litterary and philosophical Society of Manchester'', Maart 1863, en daaruit ''Philosophical Magazine'', April 1863, bl. 320) zegt hieromtrent het volgende: Voor eenige jaren merkte ik de storende werking op van luchtstroomen op de rigting van zeer bewegelijk opgehangen magneetnaalden en uitte ik daarbij het denkbeeld, dat deze misschien eens een zeer gevoelig herkenningsmiddel voor temperatuur-verschillen zou kunnen opleveren. Ik heb dezer dagen dit denkbeeld in praktijk gebragt en daarbij uitkomsten verkregen, die mijne verwachting overtroffen. Een glazen buis van twee voet (61 centimeters) lang en 4 duim (ruim 10 c.m.) in middellijn was in de lengte in twee helften verdeeld door een zwart gemaakt middenschot van karton, dat boven en beneden eene ruimte van een duim (2,5 c.m.) openliet. In de bovenruimte is een klein stukje van eene gemagnetiseerde naainaald zeer bewegelijk {{r|[[Auteur:Wilhelmus Martinus Logeman|{{sc|Ln.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> j4vad1ue1tj0motnt4em63jnc6a3ae4 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/448 104 84557 220173 217719 2026-04-19T10:27:39Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 220173 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|44|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>voegt er eene opmerking bij, die wel de aandacht verdient. Het meest in het oog loopend verschil tusschen ''Archaeopteryx'' en de vogels van het tertiaire en van het hedendaagsche tijdperk is het aanzienlijk getal (20) van vrije staartwervels, terwijl daarentegen het bekken en heiligbeen weinig ontwikkeld zijn. Dit nu herinnert den embryonalen toestand der tegenwoordig levende vogels. Een jonge struisvogel heeft 18 tot 20 staartwervels. Eerst gedurende de verdere ontwikkeling worden eenige der voorste staartwervels tot bestanddeelen van het bekken-heiligbeen. Zoo zoude derhalve ''Archacopteryx'' den embryonalen vorm van latere vogels voorstellen, evenals dit reeds opgemerkt is ten aanzien van vele andere, in vroegere tijdperken geleefd hebbende dieren, waarin men vormen terug vindt, welke bij hedendaagsche dieren slechts voorbijgaande gedurende het vruchtleven bestaan. {{sc|Owen}} vergelijkt de verandering in het maaksel van den staart, die hier wordt waargenomen, met eene dergelijke verandering in den staart der visschen, die, aanvankelijk alle heterocerk, later ook homocerk zijn, geworden. Nog stippen wij hier aan, dat in ''The Intellectual Observer'', December 1862, eene afbeelding van dit fossiel door {{sc|woodward}} is gegeven. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Een nieuwe Chlamydophorus.''' — Van dit merkwaardige zoogdierengeslacht, waarvan tot dusverre slechts eene enkele, in Chili te huis behoorende soort bekend was, heeft onlangs {{sc|burmeister}}, thans Directeur van het museum te Buenos Aires, eene tweede soort beschreven, die leeft aan den voet der Cordillera's in Bolivia, maar ook aldaar uiterst zeldzaam is, zoodat het zelfs aan de inwoners onbekend was, ofschoon deze het geluid, dat het dier in zijn onderaardsche verblijf maakt en dat gelijkt op het geschreeuw van een pas geboren kind, dikwijls gehoord hadden. In uitwendige gedaante gelijkt de nieuwe soort, die {{sc|burmeister}} ''Ch. retusus'' noemt, zeer op den reeds bekenden ''Ch. truncatus'', doch zij is ongeveer de helft grooter dan deze, en verschilt er voorts van door de beharing, die uit kort, eenigzins kroes wolhaar bestaat, hetwelk aan de buitenzijde der voorpooten geheel ontbreekt. Een gewigtig verschil is vooral, dat het pantser, hetwelk bij ''Ch. truncatus'' vrij langs de zijden des ligchaams afhangt, bij ''Ch. retusus'' vast aan de huid zit, zonder spoor van vrijen rand. Ook gaan de pantsers van den kop en van den romp niet, zooals bij ''Ch. truncatus'', onafgebroken in elkander over, maar het eerste is van het laatste duidelijk gescheiden en eenigzins anders van maaksel. Voor eene nadere beschrijving van dit zonderlinge dier verwijzen wij naar het oorspronkelijke geschrift, dat onlangs in de ''Abhandlungen der Naturforschende Gesellschaft zu Halle'', Bd. VII, verschenen is. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> f64voxq1f1hc43qw59akzmmot8hu58t Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/447 104 84559 220172 217722 2026-04-19T10:25:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 220172 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|43}}</noinclude>De zeefauna van het oudste palaeozoische tijdperk was derhalve, — zoo besluit de schrijver, welligt ietwat voorbarig, — specifiek identisch over de geheele aardoppervlakte. De jongere palaeozoische vormingen worden mede in Australie vertegenwoordigd, zoowel door zeevormen, zooals verscheidene ''Productus''-soorten, als door eene ''Lepidodendron''-soort, welke niet alleen in Victoria, maar ook in eenige der steenkolenlagen van New-South-Wales voorkomt. Andere steenkolenlagen van New-South-Wales en desgelijks van van Diemens-land behooren tot de mesozoische periode. Daarin worden alle planten, die, zooals ''Calamites, Lepidodendron, Sigillaria'' enz., de oudste steenkolenflora kenmerken, gemist, maar treden daarentegen verschillende soorten van Cycadeën (''Zamites'') op. Ook de in de nabijheid daarvan voorkomende Belemniten, Pentacriniten en andere overblijfselen van zee-dieren behooren tot hetzelfde tijdperk. Ook de lagen van het tertiaire tijdvak zijn door {{sc|M'coy}} als ver over Australie verbreid aangewezen. Zij zijn gekenmerkt door eene dicotyledonen-flora, die geheel verschilt van de mesozoische, en door reusachtige diervormen, welke, even als elders, de voorloopers geweest zijn van de nu nog in Australie levende vormen. Bovendien is dat werelddeel, evenals de overige, gedurende het tertiaire tijdperk, voor een groot deel door de zee overdekt geweest, gelijk de talrijke in zee afgezette lagen getuigen, die, blijkens de daarin bevatte fossilen, tot dat tijdperk behooren. (''Ann. and Magaz. of Nat. Hist''. 1862, p. 137). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Nog iets over Archaeopteryx.''' — Reeds herhaaldelijk (z. ''Wet. Bijblad'' 1862, bl. 33 en 83) hebben wij gewag gemaakt van de merkwaardige vondst van een fossil, dat een waren middelvorm tusschen vogels en reptilien daarstelt, zoodat het al naar gelang men aan dit of dat kenmerk een grooter gewigt toekent, onder een dezer beide klassen kan gerangschikt worden. Dit verkondigt zich reeds in de namen, welke dit zonderlinge schepsel ontvangen heeft. {{sc|V. meijer}} noemde het ''Archaeopteryx lithographicus'', {{sc|wagner}} ''Gryphosaurus'', welken geslachtsnaam {{sc|owen}} aanvankelijk verwisselde met ''Griphornis''; later echter nam hij dien door {{sc|v. meijer}} gegeven weder aan, alleen met verandering van de soortbenaming in ''macrurus''. {{sc|Owen}} heeft namelijk gelegenheid gehad dit fossil aan een nader onderzoek te onderwerpen, nadat het was aangekocht voor de palaeontologische verzameling van het Britsche museum en hij heeft daarvan verslag gegeven in eene Vergadering der Royal Society (z. ''Ann. a. Magaz. of Nat. Hist''. 1863, Februarij, p. 122). Door dit verslag wordt de vroeger gegeven beschrijving in de hoofdpunten geheel bevestigd, doch {{sc|owen}}<noinclude></noinclude> knhgnvjesfgi0evsww4lthujdxtocgc Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/446 104 84560 220171 217723 2026-04-19T10:22:28Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 220171 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|42|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>heerscht, die ook met grootere diepten, tot op 2000 vademen, niet meer afneemt. In den Griekschen archipel vond hij deze minimum-temperatuur reeds op 100 vademen. Zij bedraagt aldaar 54° tot 55° F. In het meer oostelijk en westelijk gelegen gedeelte der Middellandsche zee, namelijk bij Egypte, bij Creta, tusschen Malta en Tripoli enz., is de minimum-temperatuur in verschillende jaargetijden, dus geheel onafhankelijk van de warmte van het zeewater nabij de oppervlakte, 59° tot 62°. In de Atlantische en andere oceanen wordt de minimum-temperatuur eerst op veel grootere diepten bereikt en bedraagt daar tot 39°, doch dit heeft geen invloed op het water der Middellandsche zee, daar de straat van Gibraltar eene diepte van slechts 200 vademen heeft, en het koudere, diepere water van den Atlantischen oceaan daardoor wordt buitengesloten. (''Peterm. Geogr. Mittheil''. 1862, XI, p. 431). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Omzetting van cinchonine in eene met chinine isomerische basis.''' — {{sc|Strecker}} bewerkstelligt dit door cinchonine eerst met bromium te behandelen en vervolgens de verkregen verbinding met eene alkoholische oplossing van potasch te koken. Er scheidden zich kristallen af, die volkomen de zamenstelling van chinine hadden, maar er in scheikundige reactien van verschilden. Ook is de oplossing in zuren niet fluorescerend. Met chinidine stemt de verkregen basis mede niet overeen. S. noemt haar ''oxycinchonine''. (''Ann. d. Chem. u. Pharm''. CXXIII, p. 379). {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Ontwikkeling van het organische leven in Australie.''' — In den laatsten tijd is van meer dan eene zijde de meening uitgesproken, dat Australie het oudste land der aarde zoude zijn. Men grondde zich hierbij vooral daarop, dat de tegenwoordige fauna van dit werelddeel in vele punten overeenstemt met die tijdens de jura-periode in Europa. {{sc|M'coy}}, thans hoogleeraar aan de universileit te Melbourne en directeur van het nationale museum van Victoria, heeft onlangs het onhoudbare dezer stelling aangetoond en bewezen, dat in dit werelddeel alle perioden van de oudste tot de jongste evenzeer vertegenwoordigd zijn als in Europa en Amerika. Opmerking verdient de door hem aangewezen overeenkomst tusschen een aantal fossilen uit het palaeozoische tijdperk met dergelijke in Europa. Zoo geldt dit van een aantal ondersilurische Graptolithen, behoorende tot de geslachten ''Diplograpsus, Cladograpsus, Didymograpsus'' en ''Monograpsus. Hymenocaris Salteri'' komt evenzeer hij Melbourne, als in Wales in Engeland voor; ''Phacops longicaudatus'' van Broadhurst-Creek in Victoria is dezelfde als de soort in de Wenlock-platen van Engeland, en ''Orthoceras bullatum'' wordt evenzeer te Melbourne als in de Ludlow-rotsen van Wales gevonden. {{nop}}<noinclude></noinclude> nd6i315o5z0m1luroa0xbz0560dvwi3 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/445 104 84561 220170 217724 2026-04-19T10:19:33Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 220170 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{C|{{x-larger|{{sp|WETENSCHAPPELIJK BIJBLA}}D.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}} '''Satellietten van Sirius.''' — Voor eenigen tijd (''Wet. Bijblad'' 1862, p. 49) gaven wij berigt van de ontdekking van {{sc|clark}}, dat Sirius eene dubbelster is. In de zitting der Fransche Akademie van 9 Maart j.l. werd nu een brief van {{sc|goldschmidt}} gelezen, waarin deze meldt, dat Sirius vergezeld wordt niet door een enkel, maar door een half dozijn satellieten en derhalve het middelpunt van een geheel stelsel zoude zijn. Hij heeft deze ontdekking gedaan met eenen kijker, waarvan het objectief eene middellijn van slechts zesenveertig lijnen heeft. Hoewel het nu waar moge zijn, dat een scherp oog, gewoon, gelijk dat van {{sc|goldschmidt}}, die reeds zoovele kleine planeten ontdekt heeft, aan het waarnemen van zeer kleine lichtstippen aan den hemel, voorzeker door eenen kleinen kijker meer ziet dan een minder geoefende door eenen veel grooteren, zoo schijnt het echter raadzaam de bevestiging dezer ontdekking ook door andere waarnemers af te wachten, alvorens haar voor goed aan te nemen. {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Oorzaak der stratificatie van het elektrisch licht.''' — Van dit raadselachtig verschijnsel geeft {{sc|reitlinger}} eene verklaring, die zich in de eerste plaats grondt op eene vroegere waarneming van {{sc|v. ettinghausen}}, dat namelijk de verschillend lichtende gedeelten ook een geheel verschillend spectrum geven. R. heeft dit punt nader onderzocht en leidt uit zijne waarnemingen af, dat, zoodra in eene {{sc|geissler}}sche huis het gestratificeerde licht ontstaat, dit een gevolg is van eene ontleding en laagsgewijze scheiding in twee gassen, die elk voor zich bij den doorgang der elektriciteit lichtend worden, maar op eene verschillende wijze. De proefnemingen, waaruit R. tot deze gevolgtrekking besluit, vindt men in de ''Sitzungsber. d. Kais. Akad''. XLII, p. 15, {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}} '''Temperatuur van de Middellandsche zee.''' — Kapitein {{sc|t. spratt}} deelt in het ''Nautical Magazine'' de uitkomsten eener reeks van waarnemingen mede aangaande de temperatuur van het water der Middellandsche zee op verschillende diepten, waaruit blijkt, dat op 100 tot 300 vademen eene standvastige temperatuur<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1863.}}||{{smaller|6}}{{gap}}}}</noinclude> 8x8bb33svkamj0a6ph5b086j5lonhob Hoofdportaal:Filosofie/Geschiedenis 100 84632 220157 217825 2026-04-18T13:28:33Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 220157 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de filosofie | afbeelding = The School of Athens by Raffaello Sanzio da Urbino in Vatican Last.jpg | alt = De school van Athene door Rafaël | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van de filosofie|geschiedenis van de filosofie]] }} == Algemeen == *Anoniem (10 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 10/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen|‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', p.&nbsp;5-8. *Anoniem (12 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 12/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen|‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', p.&nbsp;6-8. *Anoniem (14 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 14/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen|‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', p.&nbsp;6-8. *Anoniem (15 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 15/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen|‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', p.&nbsp;6-8. *Anoniem (21 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 21/Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen|‘Vlugge blik over verscheidene omwentelingen in de wijsbegeerte voorgevallen’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', p.&nbsp;6-8. *Brucker, Jacob (1774) ''Eerste Beginselen van de Historie der Wysbegeerte. Uitgegeeven door den Heer Jacob Brucker, zynde een kort begrip van zyn groot Werk. In het Nederduitsch vertaelt, en met Aenmerkingen vermeerdert, door wylen den Eerw. Heer A. de Stoppelaar, in zyn Wel Erw. Leven waerdig Euangeliedienaer in den Ouden-Bosch. Eerste en Tweede Stuk'', Te Utrecht: G. en A. van Paddenburg.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/By G. T. en A. van Paddenburg|‘By G. T. en A. van Paddenburg, word uitgegeeven en is alom te bekomen: […] verkoopen: […] [advertentie]’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Hoekstra, T. (1921-1934) ''Geschiedenis der philosophie'', Kampen: Kok.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (29 juni 1935) [[De Nederlander/Jaargang 42/Nummer 12815/Van de boekentafel|‘Van de boekentafel’]], ''De Nederlander'', p.&nbsp;2. *Jansen, W. ([1919-1923]) ''Geschiedenis der wijsbegeerte'', Zutphen: Thieme.<br>Aankondigingen en recensies: **Protagoras (25 juli 1920) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 124/Nummer 203/Wijsgeerige Kroniek|‘Wijsgeerige Kroniek’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. [[Bestand:Nieuwe Rotterdamsche Courant 1854 no 167 advertisement De Wijsbegeerte.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', 19 juni 1854]] *Vitringa, A.J. (1854) ''De wijsbegeerte voorgesteld in hare ontwikkeling. Eene geschiedenis der filozofie'', Arnhem: D.A. Thieme. == Afzonderlijke stelsels en richtingen van de Westerse filosofie == ;Materialisme *Anoniem (6 januari 1881) [[De Standaard/Jaargang 10/Nummer 2697/Te Brussel|‘Te Brussel zal een nieuw blad verschijnen getiteld la Belgique athée […]’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. ;Positivisme [[Bestand:Opregte Haarlemsche Courant 1872 no 235 ad Nieuwe oplossing voor een oud vraagstuk.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Opregte Zaturdagsche Haarlemsche Courant'', 5 oktober 1872]] *L’Ange Huet, J. (1872) ''Nieuwe oplossing van een oud vraagstuk. De methode van het positivisme toegepast op het begrip van oorzaak-en-gevolg'', Leiden: S.C. van Doesburgh. == Klassieke oudheid == === Algemeen === ;Eleaten *Vrijlandt, P. (30 mei 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 149/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. I’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;2-3. *Vrijlandt, P. (6 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 155/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. II’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;4-5. *Vrijlandt, P. (13 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 162/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. III’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. *Vrijlandt, P. (20 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 169/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. IV’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. *Vrijlandt, P. (27 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 176/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. V’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. ;Stoa *Anoniem (3 februari 1807) [[Koninklijke Courant/1807/Nummer 29/Over de Stoïsche Wijsbegeerte en die van Aristippus|‘Over de Stoïsche Wijsbegeerte en die van Aristippus’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;4]. === Werken over filosofen === ;Apollonius van Tyana (2-98 n.Chr.) *Anoniem (28 februari 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 49/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Appollonius van Thyanes’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (1 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 50/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Appollonius van Thyanes. (Eerste vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (2 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 51/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Appollonius van Thyanes. (Tweede vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (3 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 52/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Appollonius van Thyanes. (Derde vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 54/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Appollonius van Thyanes. (Vierde vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (7 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 55/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Apollonius van Thyanes. (Vijfde vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (9 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 57/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Apollonius van Thyanes. (Zesde vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (11 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 59/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Apollonius van Thyanes. (Zevende vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. *Anoniem (14 maart 1809) [[Koninklijke Courant/1809/Nummer 61/Geschiedenis|‘Geschiedenis. Schets van het leven van Apollonius van Thyanes. (Achtste en laatste vervolg.)’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;2-3]. ;Aristippos van Cyrene (ca. 435-ca. 355 v.Chr.) *Anoniem (3 februari 1807) [[Koninklijke Courant/1807/Nummer 29/Over de Stoïsche Wijsbegeerte en die van Aristippus|‘Over de Stoïsche Wijsbegeerte en die van Aristippus’]], ''Koninklijke Courant'', [p.&nbsp;4]. ;Melissus van Samos (ca. 500-na 442 v.C.) *Vrijlandt, P. (27 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 176/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. V’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. ;Parmenides (''fl''. ca. 475 v.C.) *Vrijlandt, P. (13 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 162/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. III’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. *Vrijlandt, P. (20 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 169/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. IV’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. ;Xenophanes (560-ca. 478 v.C.) *Vrijlandt, P. (6 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 155/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. II’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;4-5. ;Zeno van Elea (ca. 490-ca. 430 v.C.) *Vrijlandt, P. (20 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 169/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. IV’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. *Vrijlandt, P. (27 juni 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 176/Avondblad/De Metaphysica der Eleaten|‘De Metaphysica der Eleaten. V’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, gewijd aan de Letterkunde, p.&nbsp;3-5. === Werken van filosofen === *Plato (1925) [[Plato's verdediging van Socrates en Crito|''Plato's verdediging van Socrates en Crito'' [tweede druk]]], Zutphen: W.J. Thieme & Cie. == Middeleeuwen == == Nieuwere filosofie tot Kant == === Bronnen over filosofen; afzonderlijk === ;Descartes, René (1596-1650) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Parijs den 12 September|‘Parijs den 12 September’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. *A.D. (1683) ''Cartesiaanse reden-konst: met het onderscheid tussen de Cartesiaanse en Schoolse philosophie: beneffens eene verhandeling van de ziele der beesten'', […], Tot Amsterdam: Jan ten Hoorn.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 september 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Donderdageditie, nummer 35/t’Amsterdam by Jan ten Hoorn|‘t’Amsterdam by Jan ten Hoorn, Boeckverkoper over ’t Oude Heeren Logement, werd uytgegeven: […] [advertentie]’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Baillet, [Adrien] (1700) ''’t Leven van den Heer Descartes, behelzende de historie van zyne Wysbegeerte, en zyne andere Werken: Gelyk ook ’t geen hem ’t aanmerkelykst geduurende den loop van zyn leven is wedervaren'', Tot Amsterdam: By Willem de Coup.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/t’Amsterdam|‘t’Amsterdam by Willem de Coup, Boekverkoper op ’t Rokin, aen de Valbrug, is gedrukt en word uytgegeven, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. **Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Tot Amsterdam|‘Tot Amsterdam by Willem de Coup, Boekverkoper op ’t Rockin aen de Val-Brug, is gedruckt en wert uytgegeven: […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Erasmus, Desiderius (1466-1536) *Houbraken, Arnoud (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Desiderius Erasmus|"Desiderius Erasmus"]], in: Arnoud Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;17-21. ;Regius, Henricus (1598-1679) *T.B. (20 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 197/Cartesianen in Utrecht|‘Cartesianen in Utrecht. III. Henricus Regius’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Reneri, Hendricus (1593-1639) *T.B. (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Cartesianen in Utrecht|‘Cartesianen in Utrecht. II. Henricus Renerius’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Spinoza, Benedictus de (1632-1677) *Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Spinoza|‘Spinoza’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Koninklijke Akademie van Wetenschappen|‘Koninklijke Akademie van Wetenschappen. Afdeeling Letterkunde. Vergadering op Maandag 10 October 1881’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (13 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35448/Societas Spinozana|‘Societas Spinozana. God-schepping-onsterfelijkheid’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. *Bayle, [Pierre], [Isaac] Jacquelot (1698) ''Het leven van B. de Spinoza, met eenige Aanteekeningen over zyn Bedryf, Schriften, en Gevoelens:'' […] ''nevens een kort betoog van de Waarheit der Christelyken Godsdienstes; En twee verhandelingen, I. Van de Ziel. II. Van Godts Wezentlykheid''. […], T’Utr.: By François Halma, Willem vande Water.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/t’Utrecht|‘t’Utrecht by François Halma en Wilhem van de Water, Boekverkopers, is gedrukt en werd uytgegeven […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Thomasius, Christian (1655-1728) *K. (13 maart 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 21/Berigten wegens Christ. Thomasius|‘Berigten wegens Christ. Thomasius’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Velthuysen, Lambert van (1622-1685) *T.B. (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Cartesianen in Utrecht|‘Cartesianen in Utrecht. I. Lambertus Velthuysen’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. === Werken van filosofen === *Des-Cartes, Renatus (1690) ''Principia Philosophiæ: of beginselen der wysbegeerte. Een werk, bequaam voor des zelfs naerstige betrachter, om door klare gronden tot de hoogste trap van Wijsheit en Wetenschap, die van ’t menschelijk verstant bereikt kan worden, op te klimmen, en tot ware oorzaken der uitwerking aller stoffelijke dingen te geraken. Als mede een nette Verhandeling vande verhevelingen, neffens dat van ’t licht: En ’t voornaamste der zinnen'', t’Amsterdam: by Jan ten Hoorn.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/t’Amsterdam, by Jan ten Hoorn|‘t’Amsterdam, by Jan ten Hoorn, Boek­ver­ko­per over ’t oude Heeren Logement, is gedrukt en werd uytgegeven, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Des-Cartes, Renatus (1690) ''Meditationes de prima philosophiæ: of bedenkingen van d’eerste wysbegeerte: In de welken Gods wezentlykheit, en d’onderscheiding der menschelijke ziel van ’t lighaam betoogt worden. Beneffens verscheidene Tegenwerpingen van enige geleerde mannen, en de Beantwoordingen van de zelve Schryver daar op. Brief aan d’E. Vader Dinet, Opperste Toeziender der Jezuiten in Vrankrijk, als ook de regulen vande bestieringe des verstants: Beneffens een Onderzoek der Waarheit, door ’t Naturelyk Licht. Als mede Les Passions de l’Ame, of de lydingen vande ziel'', t’Amsterdam: by Jan ten Hoorn.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/t’Amsterdam, by Jan ten Hoorn|‘t’Amsterdam, by Jan ten Hoorn, Boek­ver­ko­per over ’t oude Heeren Logement, is gedrukt en werd uytgegeven, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Pascal, Blaise (1927) ''De gedachten van Pascal'', Delft: Meinema.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Spinoza, Baruch (1600-1700) [[Korte Verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand|''Korte Verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand'' [manuscript]]], Den Haag, Koninklijke Bibliotheek (KB 75 G 15). *[Vair, Guillaume du] (1684) ''Stoische philosophie ontrent het leven'' […] ''en een kort vertoogh van de gronden van een goed leven'' […], t’Amsterdam: By Abraham Schuurman.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/t’Amsterdam, by Abraham Schuurman|‘t’Amsterdam, by Abraham Schuurman, Boeckverkoper over de Nieuwe Kerck, is gedruckt: […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Voltaire ([1766]) ''De niets weetende filosoof of de laatste woorden van de heere A.... de Voltaire'', Te Amsterdam: By P. Doorewaart, en Jacobus Kok. Boekv.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/De niets wetende filosoof|‘De niets wetende filosoof of de laatste woorden van den heer A.... de Voltaire, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. == Van Kant tot ca. 1900 == <!--- vanaf Kant ---> === Bronnen over filosofen; afzonderlijk === ;Bonald, Louis de (1754-1840) *Anoniem (5 december 1840) [[De Noordbrabanter/1840/Nummer 146/Parijs, 1 December|‘Parijs, 1 December’]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Comte, Auguste (1798-1857) [[Bestand:Opregte Haarlemsche Courant 1866 no 234 ad De methode der positieve filosofie.jpg|thumb|right|Advertentie uit de ''Opregte Haarlemsche Courant'', 4 oktober 1866]] *L’Ange Huet, J. (1866) ''De methode der positieve filosofie volgens Auguste Comte'', Leiden: S.C. van Doesburgh. ;Cousin, Victor (1792-1867) *Anoniem (18 januari 1867) [[Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Victor Cousin|‘Victor Cousin’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (13 maart 1867) [[De West-Indiër/1867/Nummer 21/Frankrijk|‘Frankrijk heeft in Victor Cousin […] een zijner grootste literarische celiebriteiten verloren. […]’]], ''De West-Indiër'', [p.&nbsp;1-2]. ;Feuerbach, Ludwig (1804-1872) *Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Duitschland|‘Duitschland’, alinea 4]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Fichte, Johann Gottlieb (1762-1814) *Anoniem (18 februari 1814) [[Nederlandsche Staatscourant/1814/Nummer 41/Berlyn, den 5 Februarij|‘Berlyn, den 5 Februarij’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p.&nbsp;3]. ;Hegel, Georg Wilhelm Friedrich (1770-1831) *Anoniem (22 november 1831) [[Groninger Courant/1831/Nummer 93/Berlijn den 14 November|‘Berlijn den 14 November’, alinea 5]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Kant, Immanuel (1724-1804) *Chamberlain, Houston Stewart (1905) ''Immanuel Kant. Die Persönlichkeit als Einführung in das Werk'', München: F. Bruckmann.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Het langverwachte boek|‘Het langverwachte boek van Houston Steward Chamberlain […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde Blad, p.&nbsp;11. ;Mendelssohn, Moses (1729-1786) *Anoniem (26 juli 1929) [[Centraal blad voor Israëlieten in Nederland/Jaargang 45/Nummer 21/Mozes Mendelssohn|‘Mozes Mendelssohn’]], ''Centraal blad voor Israëlieten in Nederland'', De Joodsche Illustratie, p.&nbsp;4-5. ;Mill, John Stuart (1806-1873) *Blind, Karl (23 juli 1873) [[Sumatra-Courant/Jaargang 14/Nummer 59/John Stuart Mill|‘John Stuart Mill’]], ''Sumatra-Courant'', [p.&nbsp;4]. *Blind, Karl (2 augustus 1873) [[Sumatra-Courant/Jaargang 14/Nummer 62/John Stuart Mill|‘John Stuart Mill’]], ''Sumatra-Courant'', [p.&nbsp;4]. ;Nietzsche, Friedrich (1844-1900) *Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De Duitsche philoloog Nietzsche|‘De Duitsche philoloog Nietzsche, […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. [[Bestand:Bredasche Courant vol 144 no 241 ad Boeken voor denkende menschen.jpg|thumb|Advertentie uit ''De Bredasche Courant'', 18 oktober 1934]] Wolf, Herman (1934) ''Nietzsche als religieuze persoonlijkheid'', Leiden: Sijthoff. ;Opzoomer, Cornelis Willem (1821-1892) *Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Op filosofisch terrein|‘Op filosofisch terrein is een warme strijd uitgebarsten tusschen dr. Spruyt […] en de professoren Opzoomer en v. d. Wijck, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;Schopenhauer, Arthur (1788-1860) *Anoniem (18 november 1880) [[Java-bode/Jaargang 28/Nummer 273/Eigenaardigheden van Schopenhauer|‘Eigenaardigheden van Schopenhauer’]], ''Java-bode'', [p.&nbsp;4]. ;Spruyt, Cornelis Bellaar (1842-1901) *Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Op filosofisch terrein|‘Op filosofisch terrein is een warme strijd uitgebarsten tusschen dr. Spruyt […] en de professoren Opzoomer en v. d. Wijck, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;Wijck, Bernard van der (1836-1925) *Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Op filosofisch terrein|‘Op filosofisch terrein is een warme strijd uitgebarsten tusschen dr. Spruyt […] en de professoren Opzoomer en v. d. Wijck, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. === Werken van filosofen === *Gottsched, Joh. Christ. (1769) ''Inleiding tot de Redekunde of Logica'', Groningen: L. Huisingh.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/By L. Huisingh|‘By L. Huisingh Boekverkoper aan de Brede Markt is gedrukt en word uitgegeven; […] [advertentie]’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. *Kant, Immanuel, [[Kritiek van de zuivere rede]] *Hegel, Georg Wilhelm Friedrich, [[Hegel/Fenomenologie van de geest|Fenomenologie van de geest]] *Marx, Karl, [[Stellingen over Feuerbach]] *Mill, John Stuart (1873) ''Autobiography'', London: Longmans, Green, Reader, and Dyer.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/John Stuart Mill’s auto-biographie|‘John Stuart Mill’s auto-biographie’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. **Anoniem (24 januari 1874) [[Bataviaasch Handelsblad/Jaargang 17/Nummer 20/John Stuart Mill|‘John Stuart Mill’]], ''Bataviaasch Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. [[Bestand:De Telegraaf vol 004 no 1388 Avond-editie ad Schopenhauer.jpg|thumb|Advertentie uit ''De Telegraaf'', 19 oktober 1896]] *Schopenhauer, Arthur (1893) ''De vier hoeksteenen der wereld en haar bouwmeester'', ’s-Gravenhage: Kiehl. == Ca. 1900-heden == === Bronnen over filosofen; afzonderlijk === ;Bolland, Gerard (1854-1922) *Anoniem (26 maart 1896) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/1896/Nummer 73/Gelijk de Staatscourant van gisteren meldde|‘Gelijk de Staatscourant van gisteren meldde is te Leiden tot hoogleeraar in de wijsbegeerte […] benoemd de heer G. J. P. J. Bolland, […]’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Wijck, Bernard van der (1836-1925) *Ritter, P.H. (1904) ''Prof. Dr. Jhr. B. H. C. K. van der Wyck'', Haarlem: Tjeenk Willem.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Prof. dr. jhr. B. H. C. K. v. d. Wyck|‘Prof. dr. jhr. B. H. C. K. v. d. Wyck’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;1]. === Werken van filosofen === *Brugmans, H.J.F.W. (1927) ''Om het waarheidsprobleem'', Groningen: Wolters.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Lavelle, Louis (1955) ''De l’intimité spirituelle'', Paris: Aubier.<br>Aankondigingen en recensies: **Bernard Delfgaauw (21 april 1956) ‘Philosophie de l’Esprit (gegrondvest door Lavelle en Le Senne) deed metafysica herleven. Sterke beïnvloeding door Franse wijsbegeerte’, ''Het Parool'', p.&nbsp;15. *Le Senne, René (1955) ''La découverte de Dieu'', Paris: Aubier.<br>Aankondigingen en recensies: **Bernard Delfgaauw (21 april 1956) ‘Philosophie de l’Esprit (gegrondvest door Lavelle en Le Senne) deed metafysica herleven. Sterke beïnvloeding door Franse wijsbegeerte’, ''Het Parool'', p.&nbsp;15. *Peters, J. (1957) ''Metaphysica. Een systematisch overzicht'', Utrecht/Antwerpen: Spectrum.<br>Aankondigingen en recensies: **Ferd. Sassen (13 april 1957) ‘Prof. Peters’ metaphysica. Een zijnsleer van deze tijd, geïnspireerd door St.-Thomas’, ''De Maasbode'', p.&nbsp;3. [[Bestand:Algemeen Handelsblad vol 102 no 33156 Avondblad ad Tweeërlei Subjectiviteit.jpg|thumb|Advertentie in het ''Algemeen Handelsblad'', 14 juni 1929]] *Poortman, J.J. (1929) ''Tweeërlei subjectiviteit. Ontwerp eener "centrale philosophie"'', Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 april 1929) [[De Nederlander/Jaargang 36/Nummer 10928/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''De Nederlander'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. **Th.P. (7 mei 1929) [[De Tijd/Jaargang 84/Nummer 24997/Een centrale philosophie|‘Een „centrale philosophie”’]], ''De Tijd'', derde blad, p.&nbsp;10. **Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. **Ferd. Sassen (24 juli 1929) ‘Wijsbegeerte’, ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (2 november 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33297/Avondblad/Nieuwe boeken|‘Nieuwe boeken van de Amsterdamsche Openbare Leeszaal en Bibliotheek’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, bijvoegsel, p.&nbsp;7. *Woltjer, J. (1931) ''Verzamelde redevoeringen en verhandelingen'', Amsterdam: Dagblad en Drukkerij De Standaard.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 november 1931) [[De Telegraaf/Jaargang 39/Nummer 14809/Avondblad/Over boeken|‘Over boeken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, vierde blad, p.&nbsp;13. === Overige afzonderlijke stelsels === ;Calvinistische filosofie *Spier, J.M. (1938) ''Inleiding in de wijsbegeerte der wetsidee'', Enschede: Uitg. „PPE”.<br>Aankondigingen en recensies: **Dr. D.L. (17 januari 1939) [[Nieuwe Utrechtsche Courant/Jaargang 11/Nummer 3517/Inleiding in de Wijsbegeerte der Wetsidee|‘Inleiding in de Wijsbegeerte der Wetsidee. Een boek voor ons niet-wetenschappelijk gevormde Christelijk volksdeel’]], ''Nieuwe Utrechtsche Courant'', eerste blad, p.&nbsp;3. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal filosofie]] rwii3xutj5hlv9f0301dsaql6dpq9k9 Index:Algemeen Handelsblad vol 102 no 33297 Avondblad NIEUWE BOEKEN.djvu 106 85824 220154 2026-04-18T12:55:16Z Vincent Steenberg 280 nieuw 220154 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Algemeen Handelsblad |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1929 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1="bijvoegsel, 7" /> |Opmerkingen=[[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33297/Avondblad/Nieuwe boeken]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 5m03fzegamhdo9ao3wt4ejml2acy31w Pagina:Algemeen Handelsblad vol 102 no 33297 Avondblad NIEUWE BOEKEN.djvu/1 104 85825 220155 2026-04-18T12:55:45Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 220155 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|'''NIEUWE BOEKEN.'''}}}} {{c|{{larger|'''VAN DE AMSTERDAMSCHE OPENBARE LEESZAAL EN BIBLIOTHEEK.'''}}}} {{lijn|5em}} {{gap}}{{larger|Christ, The, of the English road. By two wayfarers.}} {{gap}}Hoe het Christendom de ontwikkeling van het Engelsche volkskarakter heeft beïnvloed wordt in groote lijnen aangegeven in dit vriendelijk blijmoedig gestemd boekje. {{gap}}{{larger|Poortman, J. J., Tweeërlei subjectiviteit. Ontwerp eener „centrale philosophie”.}} {{gap}}Deze metafysisch gerichte kennistheorie neemt haar uitgangspunt in de tegenstelling tusschen het „infra-subject”, d.i. het „slechts subjectieve” van onze persoonlijke meeningen en het „supra-subject”, naar Kants ontdekking grondslag van de noodzakelijke algemeenheid en exactheid van onze kennis. {{gap}}{{larger|Heymans, G., Inleiding tot de speciale psychologie.}} {{gap}}De schrijver, een der grondleggers van dezen tak van wetenschap, waaronder hij het onderzoek van de eigenschappen van de individueele menschen en van menschengroepen verstaat, behandelt voor studeerenden en leeken met wetenschappelijke belangetelling eerst de verschillen in de enkele psychische functies, dan de complexe psychologische typen (volgens de tegenstellingen emotioneel-niet emotioneel, actief-niet actief, primair-secondair); vervolgens de geslachten, leeftijden en sociale groepen, eindelijk de vorming der karakters.<noinclude></noinclude> gpu9afuv0lbgkzib6xhcfcr6y1ll01p Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33297/Avondblad/Nieuwe boeken 0 85826 220156 2026-04-18T12:57:20Z Vincent Steenberg 280 nieuw 220156 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Nieuwe boeken van de Amsterdamsche Openbare Leeszaal en Bibliotheek’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 2 november 1929, Avondblad, bijvoegsel, p.&nbsp;7. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Algemeen Handelsblad vol 102 no 33297 Avondblad NIEUWE BOEKEN.djvu" from="1" to="1"/> [[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 102]] ntmtqa7ogcflsjerxxurpwwfr0pl288