Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.46.0-wmf.24 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/827 104 29649 220181 104427 2026-04-19T16:00:22Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220181 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|11}}</noinclude>voorwerp niet dan met de grootste moeite kunnen worden waargenomen. — Ter beproeving der grenzen van scherpte en fijnheid, waarvoor deze methode vatbaar is, bezigde {{asc|Pokorny}} onlangs eenige mikroskopische plantaardige voorwerpen, als dunne doorsneden van het merg van ''Helianthus annuus'', van het hout van ''Abies excelsa'', van den stengel van ''Sorghum cernuum'', van die van ''Clematis orientalis'' enz., en liet daarvan afdrukken vervaardigen op het gewone geglansd papier, dat tot visitekaartjes gebezigd wordt, daar elke andere papiersoort daartoe veel te ruw is. Wanneer men deze afdrukken, die te vinden zijn in de ''Sitzungberichte der Kais. Akad''. 1856, Bd. XXI H. I, bij eene 20—30 malige of zelfs nog sterkere vergrooting beschouwt, dan herkent men daarin met verwondering de met het bloote oog volstrekt onzigtbare cellen en vaten, schier op gelijke wijze als of men het voorwerp zelf bij eene gelijke vergrooting beschouwde. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen}}'''Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen.''' Over dit onderwerp heeft {{asc|Ludwig Brehm}} onlangs in de ''Algemeine Deutsche Naturhistorische Zeitung'' (''Bd''. II ''S''. 401) eene bijdrage geleverd, waarvan wij hier een uittreksel mededeelen. Met betrekking tot de vogelen, meent Dr. {{asc|Thienemann}} de soorten ''naar de eijeren'' te moeten bepalen, zoodat die vogelen tot verschillende soorten zouden behooren, die verschillende eijeren leggen. Maar een aantal zeer zeker van elkander verschillende vogelsoorten leggen eijeren, die de beste ornitholoog niet van elkander zal weten te onderscheiden, b.v. ''Corvus corone, Cornix'' en ''Frugilegus'', verschillende meezen, ''Certhia brachydactyla'' en ''Parus cristatus, Archibuteo, Buteo'' en ''Milvus, Ibis religiosa'' en ''Platalea leucorodia''. Zulk eene bepaling van het begrip soort kan derhalve van geen dienst zijn, ofschoon het niet te ontkennen is, dat bij de bepaling van sommige soorten de eijeren niet veronachtzaamd moeten worden.\ Anderen willen, dat ''bij de bepaling der soorten het geraamte tot rigtsnoer dienen moet''. Doch ook dit is niet voldoende. Immers is er tusschen de geraamten van sommige dieren, die door ieder soortelijk van elkander onderscheiden geacht worden, zulk een uiterst gering verschil, dat men vaak verschillen van meer belang aantreft bij individuën van dezelfde soort. Zoo is het b.v. gelegen met het geraamte van den hond en van den wolf, van de verschillende soorten van het geslacht ''equus'', en evenzeer met het grootste aantal vogelsoorten die tot een en hetzelfde geslacht behooren. {{nop}}<noinclude></noinclude> p1txohd3w5tr3t2giuf12j6aqaa7occ Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/830 104 29652 220182 104431 2026-04-19T16:11:04Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220182 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|14|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>opvatting begunstigt. Een enkel op zich zelf staand feit, zoo als dat van ''Corvus corone'' en ''C. cornix'', bewijst niets, dan dat er óf op de genoemde stelling enkele, zeer zeldzame uitzonderingen kunnen bestaan, óf dat die ornithologen gelijk hebben, die de beide genoemde vogelen tot ééne soort brengen. En het moet ieder in het oog vallen, dat die zelfde stelling, niet omver geworpen, gelijk {{asc|Brehm}} bedoelt, maar bevestigd wordt door het algemeene feit, dat in den vrijen toestand alleen de tot dezelfde ''ondersoort'' behoorende vogelen met elkander paren. Immers, is dit waar van de ''subspecies'', dan moet het ''à fortiori'' nog meer waar zijn van de species. {{r|D.L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Eene den 1 Mei 1856 in China in de lucht verschenen en de zon verduisterende zelfstandigheid}}'''Eene den 1 Mei 1856 in China in de lucht verschenen en de zon verduisterende zelfstandigheid.''' — Eene proeve hiervan, door {{asc|Hanbury}} te Londen aan {{asc|Ehrenberg}} te Berlijn gezonden, welke proeve door den broeder des eersten te Shanghai verzameld was, bestaat naar het oordeel van {{asc|Ehrenberg}} uit loutere ''populierwol met hare vele kleine zaadjes''. Daar in den begeleidenden brief gemeld werd, dat er ''vuil'' bijgemengd was, zoo kan dat vuil, hetwelk veronachtzaamd is geworden, een dier aardachtige meteoren geweest zijn, die in China beroemd zijn en wier belangrijkheid die van het populierzaad verre overtreft. (''Monatsber. der K. Pr. Akad. der W. in Berlin, Juli'' 1856.) {{r|D.L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Het Borium. Eene nieuwe soort van diamant}}'''Het Borium. Eene nieuwe soort van diamant.''' De beide bekende uitvinders, of laat ons liever zeggen eerste bereiders, van het Aluminium, {{asc|Wöhler}} te Göttingen en {{asc|St. Claire Deville}} te Parijs, hebben zich op nieuw voor de wetenschap verdienstelijk gemaakt; niet slechts door haar met eenige nieuwe en belangrijke feiten te verrijken, maar bovendien ook door het voorbeeld, dat zij gegeven hebben van twee geleerden, waarvan de een eene ontdekking des anderen had aangevuld en uitgebreid, en die desniettegenstaande zich later vereenigen om gezamenlijk nieuwe onderzoekingen te verrigten. {{sc|Wöhler}} is naar Parijs gekomen om met {{asc|Deville}} eene omvangrijke studie ten einde te brengen over het Borium. Deze grondstof, het eerst door {{asc|Davy}} en later in grootere hoeveelheid door {{asc|Gay Lussac}} en {{asc|Thénard}} uit het boraxzuur afgescheiden, was tot heden slechts bekend als een bronskleurig poeder zonder metaalglans. Werd dit gegloeid in eene ruimte, die luchtledig was of gevuld met gazen welke<noinclude></noinclude> kp5u0ervdx7og2zebtseyedmibctrun Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/832 104 29654 220183 104435 2026-04-19T16:25:30Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220183 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|16|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>uren in eene witgloeihitte. Na de bekoeling de kroes stuk slaande vindt men daarin twee lagen, de eene glasachtig, uit boraxzuur en alumina bestaande, de andere metaalglanzend, bestaande uit aluminium met kleine borium kristallen doorzaaid. Eene oplossing van soda lost van dit laatste het aluminium op en laat het borium over. Het graphietvormig borium wordt het gemakkelijkst in eenigzins aanmerkelijke hoeveelheid verkregen door fluoboras kalicus in de gloeihitte te behandelen met aluminium. Als het daardoor verkregen alliage van Borium en dit metaal met koningswater behandeld wordt, dan scheidt zich het graphietvormig borium af, terwijl het aluminium opgelost wordt. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Warmte, enkel door spiercontractie opgewekt}}'''Warmte, enkel door spiercontractie opgewekt.''' In eene der laatste zittingen van de ''Académie des sciences'' heeft {{asc|Matteucci}} de aandacht op nieuw gevestigd op eene vroegere mededeeling over de warmte, door spiercontractie opgewekt, voornamelijk op eene eenvoudige wijze om dit verschijnsel waar te nemen en voor anderen zigtbaar ie maken. In plaats van, zoo als vroeger, vijf geprepareerde kikvorschen in een fleschje rondom den bol van eenen thermometer te hangen, neemt hij nu slechts één zoodanig preparaat en brengt in de spiermassa van elk der beide dijen het puntig uiteinde van een thermoëlektrisch element, bismuth en antimonium; de beide elementen zijn onderling en met eenen dikdradigen rheoskoop (galvanometer) verbonden. Brengt men een der pooten mechanisch in beweging, dan ziet men wel veelal eenige kleine afwijking van de naald des rheoskoops; maar dan naar deze, en dan weder naar gene zijde, dus dan eens als een gevolg van verwarming en dan weder van verkoeling. Laat men echter gedurende eenige seconden een afgebroken electrischen stroom door de spier gaan, die daardoor in heftige contractiën geraakt, dan verkrijgt men steeds eene verwarmingsafwijking in den rheoskoop, die tot 25 à 30° gaan kan. Hoewel wij op de belangrijkheid van het bovenvermelde verschijnsel niets willen afdingen, komt het ons toch voor dat men, bij de beoordeeling en theoretische beduiding daarvan, bedacht zal dienen te zijn op sommige gelijksoortige verschijnselen, reeds veel vroeger aan andere, zelfs plantaardige zelfstandigheden waargenomen. Het is b.v. reeds lang bekend, — en men behoeft geenen thermoskoop, maar slechts het fijne gevoel der lippen, om dit waar te nemen — dat eene reep caoutschouc, plotseling sterk uitgerekt en dus tot transversale contractie gedrongen, eene merkbare warmte ontwikkelt. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{lijn|5em}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 4166xr0tknnzn7dyvf9mmv0g59tohz4 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/833 104 29655 220185 104437 2026-04-19T16:52:56Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220185 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{anker|Electrische proeven in een vochtigen Dampkring}}'''Electrische proeven in een vochtigen Dampkring.''' — Onder alle proefnemingen behooren de elektrische zeker tot degenen, die zeer veel zorg en kennis vereischen in hem die ze in het werk stelt: vooral wanneer dit geschiedt bij demonstratien voor een eenigzins talrijk gehoor. Men moge.... maar het zal wel onnoodig zijn daarover hier in 't breede uit te wijden. Het tegenwoordige artikel toch is vooral bestemd voor hen, die verpligt zijn of zich van tijd tot tijd geroepen gevoelen, om "voordragten met proeven" te houden, en voor dezen zoude eene optelling geheel overbodig zijn van al de moeijelijkheden, bezwaren en teleurstellingen, die men bij bovengenoemde proefnemingen dikwijls te verduren heeft. De voornaamste daarvan ligt, zooals iedereen weet, in den dampkring van het vertrek waarin men arbeidt. Is dit uitsluitend tot zoodanig doel bestemd, dan ''kan'' men het er naar inrigten en, b.v. door een geschikt systeem van ventilatie met warme lucht, die moeijelijkheid voorkomen. Maar is dit niet het geval, dan moet men met vuurkolen en allerlei andere middelen van verwarming zich behelpen en verkrijgt veelal met veel moeite eene slechts ten halve voldoende uitkomst. Ik heb voor eenigen tijd een paar toestelletjes vervaardigd, bestemd om, bij de demonstratie van de eerste beginselen der elektriciteitsleer, den goeden uitslag der proefnemingen geheel onafhankelijk te maken van uiterlijke invloeden. Het is mij waarschijnlijk dat zij, voor wie dit artikel bestemd is, met eenige belangstelling van die toestelletjes kennis zullen nemen, en ik zal ze dus hier afbeelden en beschrijven. Mogt het mij blijken dat ik mij in die verwachting niet heb bedrogen, dan zal ik mij daardoor aangespoord gevoelen, om in het vervolg in dit bijblad nog andere toestellen van nieuwe of gewijzigde inrigtingen te beschrijven, die mij toeschijnen vooral voor demonstratie eenige voordeelen te bezitten. Deze bevinden zich genoegzaam allen in Teylers Museum alhier. De lezer moge in die beschrijvingen daarom eene hulde zien aan HH. Directeuren van Teylers Stichting en aan den heer Directeur van Teylers museum, die, door hunne zorg om de ter uitbreiding van dit reeds zoo rijke museum noodige toestellen zooveel maar immer mogelijk binnenslands te doen vervaardigen, den nederlandschen werktuigmaker in staat stellen en aanmoedigen om van tijd<noinclude></noinclude> belyuspr7wymvytwdfj5q0pe8nox40j Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/838 104 29659 220186 104466 2026-04-19T17:08:55Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220186 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|22|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>{{anker|Kleine Planeten}}'''Kleine Planeten.''' — Het getal der bekende kleine planeten tusschen Mars en Jupiter bedraagt thans twee en veertig. Daarvan zijn er in het laatstverloopen jaar vijf ontdekt, namelijk Leda, Laetitia, Harmonia, Daphne en Isis, door de HH. {{asc|Chacornac, Goldschmidt}} en {{asc|Pogson}}. In een geschrift, onlangs te Berlijn verschenen, van {{asc|K. Bruhns}}, getiteld: ''De Planetis minoribus inter Martem et Jovem circa solem versantibus'', vindt men eene zamentelling van alles, wat tot dusverre over deze kleine planeten is bekend geworden. Uit de daarin medegedeelde tafels blijkt, dat Flora het naast bij de zon staat, met eene halve groote as van 2,201 en eenen sideralen omloopstijd van 1193 dagen, terwijl deze getallen voor de verst van de zon verwijderde, Euphrosina, 3,156 en 2048 bedragen. Daar sommige dezer hemelligchamen eene zeer excentrische loopbaan hebben is hunne lichtsterkte ook zeer verschillend. Het grootst is dit verschil bij Polymnia; {{asc|Bruhns}} schat hare lichtsterkte op 9,78 in het perihelium en 0,24 in het aphelium, de lichtsterkte op middelbaren afstand van de zon als eenheid aangenomen zijnde. Hij doet echter opmerken, dat de lichtsterkte niet regelmatig af- en toeneemt, hetgeen doet vermoeden, dat deze ook afhankelijk is van de meerdere of mindere hoeveelheid licht, welke, gedurende de draaijing der planeet om hare as, van onderscheiden gedeelten harer oppervlakte wordt teruggekaatst. Vesta heeft de grootste lichtsterkte, zij kan als van de 6,{{sup|de}} 5 grootte beschouwd worden; de geringste lichtsterkte bezitten Leucothea en Atalanta, die onder de sterren van de 12{{sup|de}}, 5 grootte worden gerangschikt. Wat de grootte dezer planeten aangaat, zoo is het tot hiertoe eene vergeefsche poging geweest om deze door regtstreeksche meting te bepalen, daar hun doormeter beneden 1" blijft; {{asc|Bruhns}} heeft echter getracht die grootte bij benadering uit hunne lichtsterkte te berekenen. Hij vindt dan dat Vesta de grootste middellijn heeft, namelijk van 49,4 geogr. mijlen; die van Ceres zoude nagenoeg even groot zijn, t.w. 49,2 mijlen, die van Pallas 37,2; van Juno 24,3, van Laetitia 23,3 enz.; de kleinste zijn Leucothea en Atalanta, met middellijnen van slechts 5,4 en 4,4 mijlen. Alle deze kleine planeten, te zamen genomen, zouden, indien de uitkomsten dezer berekeningen juist zijn, eenen bol vormen van niet meer dan 76 mijlen in middellijn, dat is een zesde gedeelte van die van onze maan, terwijl er 130.000 van deze kleine planeten zouden gevorderd worden, om eenen bol te evenaren zoo groot als die van de planeet Mars. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> a1hczknq42fhfhpxylljxmwqcem6fk7 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/839 104 29662 220187 104468 2026-04-19T17:17:22Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220187 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|23}}</noinclude>{{anker|Onderzeesche bosschen langs de kust van westelijk Frankrijk}}'''Onderzeesche bosschen langs de kust van westelijk Frankrijk.''' — Het is bekend dat er zich zoowel in Engeland aan de overzijde van het kanaal, als langs de kust van Denemarken, van Oost-Friesland en van ons vaderland talrijke overblijfselen bevinden van ondergezonken bosschen. {{sc|Durocher}} (''Compt. rendus'' XVIII p. 1071) heeft thans aangetoond, dat hetzelfde verschijnsel zich nog veel zuidelijker uitbreidt. Van den mond der Seine tot aan dien der Loire heeft hij een groot aantal dier onderzeesche bosschen ontdekt, die allen op eene meer of min duidelijke wijze getuigen voor eene daling des bodems van geheel westelijk Europa in een tijdperk, dat, in geologischen zin, van betrekkelijk jonge dagteekening is. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Ontdekking van phosphorus}}'''Ontdekking van phosphorus.''' — {{sc|L. dusart}} heeft in de groene smaragdkleur, welke de phosphorus vertoont, wanneer deze te midden van waterstofgas brandt, een nieuw middel gevonden, om uiterst geringe hoeveelheden van deze stof, hetzij in den zuiveren of in den gebonden toestand te ontdekken. Men kan deze eigenschap op de volgende wijze aantoonen. In eene lange glazen buis, die aan haar eene uiteinde uitgetrokken is, wordt een zeer klein stukje phosphorus tusschen twee proppen van asbest geplaatst; men laat er zuiver waterstofgas doorstrijken en steekt het aan. Dadelijk bespeurt men aan de opening de smaragdkleur, die echter weldra door de te groote warmte der buis verdwijnt. Laat men de vlam tegen een aarden of porseleinen schoteltje stuiten, dan verschijnt de groene kleur weder, ten gevolge der verkoeling, om wederom te verdwijnen, wanneer het schoteltje warm wordt. Men kan de groene kleur echter aanhoudend maken door aan den toestel eene V vormige buis te voegen en het ondereinde daarvan even onder de oppervlakte van kwikzilver te dompelen. Door deze aanraking met het kwikzilver wordt de buis gestadig koel gehouden en het aangestoken gas brandt dan met eene vlam, die inwendig smaragdkleurig is, terwijl het buitenste gedeelte bleek blaauw is. Een toestel van een liter inhoud met 1 milligram phosphorus en in staat om in een uur gemiddeld 10 liters gas te ontwikkelen, heeft 15 liters gas geleverd, dat de groene kleur zeer duidelijk vertoonde. (''Coupt rendus'' XLIII p. 1126). {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Centraal vaatbundelstelsel bij Umbelliferae}}'''Centraal vaatbundelstelsel bij Umbelliferae.''' — Bij de reeds bekende gevallen van verspreid staande vaatbundels in het merg van dicotyledonen-stengels zijn onlangs eenige nieuwe gevoegd. Dr. {{sc|Jochmann}} (''De Umbelliferarum''<noinclude></noinclude> cawos1zgl56t4wzdexb8q07wgnzr1ca Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/840 104 29669 220188 104470 2026-04-19T17:45:01Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220188 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|24|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>''evolutione et structura nonnula. Diss. inaug''. Vratislav. 1854) had reeds hetzelfde bij eene ''Umbellifera'' namelijk ''Silaus pratensis'' {{asc|Bess}}. waargenomen. {{sc|Reichardt}} (''Sitzungsber. d. Wiener Akad''. 1856 XXI p. 133) beschreef later het maaksel van verscheidene andere Umbelliferen-stengels, welke hetzelfde vertoonen. Bij ''Silaus'' vond hij 13, bij ''Peucedanum Oreoselinum'' 20, bij ''Opoponax Chironium'' {{asc|Koch}} 27, en bij eene niet nader bepaalde soort, door {{asc|Kotschy}} uit den Taurus medegebragt, niet minder dan 82 zulke centrale vaatbundels. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Reusachtige knol}}'''Reusachtige knol.''' — Onder den naam van ''Inhame gigante'' wordt te ''Valença'' in de provincie van Rio-Janeiro een voedselgewas gebruikt, dat reusachtig groote knollen levert. In de zitting der Fransche Akademie van 17 November 1856 (''Compt. rend''. XLIII p. 938) bood {{asc|Moquin Tandon}} een zoodanigen knol aan, die eene lengte van 2,51 el, eenen omtrek van 0,89 el en een gewigt van 86 Ned. ponden had, er bijvoegende, dat de heer {{asc|Pacheco}}, die dezen knol had overgezonden, hem gemeld had, dat er zulke knollen van 3 tot 4 el lengte voorkomen. Het is echter nog onzeker, of deze knol werkelijk afkomstig is van eene tot de ''Dioscoreae'' behoorende plant, dan wel van eene soort uit de familie der ''Aroideae''. {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> iiomo7l0ekz85tsk1516tel19qeaike Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/841 104 29670 220189 104471 2026-04-19T17:56:37Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220189 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD,}}}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{anker|Nieuw Alkaloid in Conium maculatum}}'''Nieuw Alkaloid in''' ''Conium maculatum''. — {{sc|Wertheim}} heeft in de bloemen van ''Conium maculatum'' een kristalvormig alkaloid ontdekt, waaraan hij den naam van Conydrine heeft gegeven. Deze benaming is ontleend aan de zamenstelling. De formule voor het nieuwe alkaloid is C{{sup|16}}H{{sup|17}}NO{{sup|2}}; die van de Coniine C{{sup|16}}H{{sup|15}}N. Het verschil tusschen beiden is dus 2O + 2H. Het was daarom waarschijnlijk, dat men de Conydrine in Coniine zoude kunnen veranderen door behandeling met wateronttrekkende stoffen. Werkelijk is dit dan ook aan {{asc|Wertheim}} gelukt door middel van watervrij phosphorzuur in eene waterstofatmosfeer. — Uit 280 kilogrammen versche bloemen verkreeg {{asc|Wertheim}} 17 grammen zuivere kristallen. Uit de door hem met de beide alkaloiden op dieren vergelijkenderwijze genomen proeven, blijkt dat de Conydrine in veel geringeren graad vergiftig werkt dan de Coniine, ofschoon de daardoor te weeg gebragte verschijnselen aantoonden, dat de algemeene werking op het dierlijk organisme overeenkomt, zoodat zelfs {{asc|Wertheim}} vermoedt, dat de Conydrine in het organisme eene langzame omzetting in Coniine en water ondergaat en alleen daardoor eenen giftigen invloed uitoefent. (''Sitzungsber. d. Kair. Akad. d. Wiss''. XXII, p. 113). {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Desoria, het diertje van de zwarte sneeuw}}''Desoria,'' '''het diertje van de zwarte sneeuw.''' — In Januarij 1856 werd, bij een zuidenwind, de sneeuwvlakte in het kanton Zürich en in Graauw-Bunderland, hier en daar met digte zwermen van kleine levende diertjes bedekt, en wel zoodanig, dat de sneeuw daardoor eene zwarte kleur aannam. Naar het onderzoek van Dr. {{asc|J. Papon}} is het diertje, hetwelk vooral op vrije woudvlakten en weiden, achter drooge muren werd aangetroffen, eene ''Desoria'', met een langen springstaart. {{sc|Papon}} houdt dit diertje voor nieuw en noemt het ''D. nivalis''. {{sc|C. Vogt}} daarentegen voegt het met de ''Desoria viatica Nicolabes'' zamen. (Verg. {{sc|Froriep's}} ''Notizen'' u.s.w. 1857, S. 24). {{r|{{sc|A. Cn.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|De dierkunde der oude Grieken en Romeinen}}'''De dierkunde der oude Grieken en Romeinen.''' — Onder den titel van: ''Zoölogie der alten Griechen und Römer, deutsch in Auszugen aus deren Schriften '', (Götha 1856) heeft onlangs Dr. {{asc|H. O. Lenz}}, te Schnepfenthal, —<noinclude></noinclude> 3mt9xa6y02yuz769dny3l84seieyno5 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/842 104 29671 220190 104472 2026-04-19T18:15:55Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220190 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|26|ALBUM DER NATUUR. |}}</noinclude>bekend door onderscheidene geschriften op het gebied der natuurlijke geschiedenis, een werk uitgegeven, hetwelk de aandacht van alle bevorderaars van klassieke studiën schijnt te verdienen. De schrijver geeft alles, in hoogduitsche vertaling, wat in de oude klassieke letterkunde over de dieren voorkomt, en meent, dat zijn werk niet alleen door hen zal worden gebruikt, die tot den stand der geleerden behooren, maar ook door alle vrienden van natuurlijke geschiedenis. Bij ieder dier heeft hij de schrijvers, die daarvan gewag maken, in eene ''chronologische volgorde'' aangevoerd. Bij de meer belangrijke dieren zijn, als daartoe voldoende bouwstoffen voorhanden waren, de mededeelingen dan ook meer uitgebreid. {{sc|Lenz}} heeft de dieren laten volgen naar het stelsel, dat hij in zijne ''"Naturgeschichte"'' heeft gebezigd. De schrijvers, wier beschrijvingen of berigten hij doet kennen, zijn de volgende: {{asc|Herodotus, Xenophon, Aristoteles, Cato, Nikander, Varro, Cicero, Gratius, Virgilius, Diodorus, Siculus, Columella, Strabo, Plinius}} de oude en de jonge, {{asc|Plutarchus, Arrianus, Pausanias, Appianus, Aelianus, Athenaeus, Nemesianus, Palladius.}} {{r|{{sc|A. Cn.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Over den zamenhang der katalytische verschijnselen met de Allotropie}}'''Over den zamenhang der katalytische verschijnselen met de Allotropie.''' Onder dezen titel heeft de Hoogleeraar {{asc|Schönbein}} te Bazel in ''Poggendorff's Annalen der Physik und Chemie'', 1857, N°. 1, eene hoogst opmerkenswaardige verhandeling in het licht gezonden. Hij vat daarin alles te zamen, wat hem in den loop zijner veelvuldige onderzoekingen gebleken is eenig licht over het tot nog toe volkomen raadselachtig verschijnsel der katalyse te kunnen verspreiden, en komt daardoor tot eene uitkomst, die haar wel is waar niet dadelijk verklaart, maar die toch de mogelijkheid van zulk eene verklaring doet vooruitzien en ons eene belangrijke schrede nader daaraan brengt. Men noemt toch eene reeks van natuurverschijnselen verklaard, zoodra het gelukt is, het verband te vinden tusschen die verschijnselen onderling, en vooral, wanneer wij hunnen zamenhang kunnen aantoonen met eene andere, schijnbaar daarvan verschillende reeks. Van dit alles nu bestond tot nog toe niets voor de katalyse. Er viel nog aan geene poging te denken om hare verschijnselen terug te voeren tot de werking van eenige bekende natuurkracht; want het onderling verband dier verschijnselen bestond nog slechts uiterlijk en in naam, zoo zelfs, dat voor een aantal daarvan — men denke slechts aan de gisting – het nog onzeker is of men ze geheel, of ten deele, of in het geheel niet aan wat men katalyse noemt moet toeschrijven. {{sc|Schönbein}} nu<noinclude></noinclude> kus5qsz0b0mhoa55jt48mjsur2araql Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/845 104 29674 220191 104475 2026-04-19T18:45:51Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220191 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|29}}</noinclude>ben, gaat {{asc|Schönbein}} verder en beschouwt de verrotting, de vorming van salpeterzuur bij sommige organische processen en eindelijk ook de gisting. Het is ons onmogelijk hem hierin te volgen, zonder of aan zijne redeneringen en feiten weinig regt te doen, of in eene ongepaste wijdloopigheid te vervallen. Het bovenstaande zal dan ook, zoo wij hopen, genoeg zijn om {{asc|Schönbein's}} merkwaardig stuk eenigermate te kenschetsen en dus onze lezers tot de studie daarvan op te wekken. Zij, die eenig belang stellen in scheikundige onderwerpen, zullen daarin zeker veel voldoening vinden. Ja, misschien zal het sommigen van hen wel gaan als ons, en zullen zij na de lezing voor een oogenblik wel droomen van de nabijheid eens tijdstips, waarop de allotropie den weg zal gaan..... van het phlogiston der vorige eeuw, met den ''status nascens'', de katalyse, en wat niet al, in haar gevolg; het tijdstip der ontdekking van een nieuw element, dat door zijne verbinding met sommige andere een aantal, nu ook zoogenaamde elementen, en door zijne verschillende atomeverhoudingen daarin de verschillende allotropische toestanden voortbrengt, dat...., maar voor droomen is hier althans geene plaats. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Over de optische eigenschappen van doorzigtige ligchamen onder den invloed des magneets}}'''Over de optische eigenschappen van doorzigtige ligchamen onder den invloed des magneets''' vindt men in de ''Comptes Rendus'', en daaruit in het boven aangegeven nommer van ''Poggendorff's Annalen'' eene reeks van metingen van {{asc|Verdet}}. Het blijkt daaruit, ten eersten — en dit tegen de meening van {{asc|De la Rive}}, volgens welken de grootte der afwijkingshoek van het polarisatie-vlak, bij verschillende zelfstandigheden, onder denzelfden magnetischen invloed, met den brekingsaanwijzer dier zelfstandigheden toeneemt, — dat er geen merkbaar verband tusschen beide grootheden bestaat, en ten tweede dat het antagonisme, dat men tusschen verschillende ligchamen in hunne rigting tegenover de polen eens magneets waarneemt en waardoor zij zich magnetisch of diamagnetisch vertoonen, ook in de werking van zulke ligchamen op de lichtstralen duidelijker en overtuigender kan aangetoond worden, dan dit tot nog toe naar de waarnemingen van {{asc|E. Bequerel}} en anderen mogelijk was. Door oplossing van eene sterk magnetische zelfstandigheid, ijzerchlorid bijv., in eene vloeistof, die voor zich geene zeer sterke werking op den gepolariseerden lichtstraal onder den invloed des magneets uitoefent, zooals alkohol of aether, heeft {{asc|Verdet}} een ligchaam verkregen dat onder dezelfde omstandigheden het polarisatievlak links draait, waarin andere, diamagnetische zelfstandigheden dit regts doen, en omgekeerd. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 29nhnk6zxlx0rovbisl5bulppimt609 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/846 104 29675 220192 104484 2026-04-19T18:57:19Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220192 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|30|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>{{anker|Elektrische overvoering van vloeistoffen door poreuse middenschotten}}'''Elektrische overvoering van vloeistoffen door poreuse middenschotten.''' Hetzelfde nommer van het bovengenoemde tijdschrift bevat ook nog het eerste gedeelte van een hoogst belangrijk opstel van {{asc|Bunsen}} en {{asc|Roscoe}} over Photometrie, waarover wij, zoodra het geheel tot ons is gekomen, berigten zullen, verder de 30e reeks der Elektrische onderzoekingen van {{asc|Faraday}}, die voor geen afzonderlijk berigt vatbaar is, wegens den innigen zamenhang tusschen de daarin behandelde en vroegere onderzoekingen, en eindelijk de beschrijving en de uitkomsten van eenige proefnemingen aangaande het aan het hoofd van dit artikel genoemde onderwerp, in Teilers Laboratorium gedaan door den Hoogl. {{asc|J. G. S. van Breda}} en den berigtgever. Zij betreffen voornamelijk de vraag: of men het bekende verschijnsel, dat de vloeistof in een vat, hetwelk door een poreusen wand in tweeën is gescheiden, door eenen elektrischen stroom rondom de eene, positive, electrode aan het dalen en rondom de andere aan het stijgen gebragt, en dus van de eene afdeeling naar de andere overgevoerd wordt, op het voetspoor van sommige natuurkundigen en vooral van {{asc|Wiedeman}}, als eene zuiver mechanische werking van dien stroom mag beschouwen, waarbij het tusschenschot zich geheel lijdelijk zou gedragen en alleen dienen om het terugvloeijen van het door de elektriciteit overgevoerde vocht te beletten. De uitkomst dier proefnemingen toont aan, dat er van zulk eene regtstreeksche mechanische werking des elektrischen strooms op vloeistoffen tot nog toe geen spoor is te vinden geweest. Zelfs blijft dit negative resultaat ook dan nog in volle kracht, als men door aanwending van een bewegelijk tusschenschot, geheel onder dezelfde omstandigheden arbeidt, waaronder gewoonlijk de overvoering wordt waargenomen. Zou dus die overvoering eene nevenwerking zijn van de elektrolyse? Dit denkbeeld wordt tegengesproken door het bekende feit, dat verdund zwavelzuur, een vele malen beter elektrolyt dan gedestilleerd water, door denzelfden stroom veel minder, in plaats van beter dan dit, overgebragt wordt; maar aan den anderen kant weder eenigzins waarschijnlijk gemaakt door hetgeen de bovengenoemde onderzoekers aan het slot van hun opstel vermelden, dat namelijk eenige voorloopige proefnemingen, die zij evenwel nog niet als afgesloten beschouwen, hun doen gelooven dat kwikzilver, een door den stroom niet ontleedbare vloeistof, door dezen ook niet door poreuse tusschenschotten wordt heengevoerd. {{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|De schelpen der Acephalen}}'''De schelpen der Acephalen''' bestaan, gelijk mikroskopische onderzoekingen, bepaaldelijk die van {{asc|Carpenter}} en {{asc|Bowerbank}} bewezen hebben, minstens uit twee lagen, wier fijner zamenstel zeer verschilt. Prof. {{asc|J. Schlossberger}}<noinclude></noinclude> hd2whnmkr2dl7vvp82bblhqrzedz38x Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/849 104 29677 220196 104543 2026-04-19T19:53:33Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220196 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{anker|Die Blasenbandwürmer}}'''Die Blasenbandwürmer''' ''und ihre Entwicklung. — Zugleich ein Beitrag zur kenntniss der Cysticercusleber, Von'' {{asc|Rud. Leuckart}}, ''Doctor der Medicin und Chirurgie, o. ö. Professor der Zoologie und vergl. Anatomie an der Universität zu Giessen u.s.w. Mit'' 3 ''lithogr. Tafeln. Giessen'' 1856. 4°. Het is misschien niet onnoodig de lezers van het Album der Natuur op de onderzoekingen van {{asc|Leuckart}} met weinige woorden opmerkzaam te maken. Terwijl in de laatste jaren de dierkunde groote uitbreiding verkreeg, zijn het vooral de lagere dierklassen die het meest werden nagespoord. Doch in geene afdeeling van het dierenrijk zijn veelligt de nieuwe onderzoekingen van grooter gevolgen geweest dan in die der wormen, welke parasitisch in andere dieren leven. In het laatste tiental jaren zijn zoo vele punten in helderder licht gesteld, zoo vele wezenlijke ontdekkingen gemaakt, dat de kennis der ingewandswormen eene geheel nieuwe gedaante verkregen heeft. In dit opzigt is misschien de afdeeling der zeenetels of kwallen de eenige, die daarmede eenigermate een gelijk lot heeft gehad, terwijl in de overige klassen van het dierenrijk de laatste onderzoekingen, hoe belangrijk ook, overigens slechts verbeteringen, uitbreiding of beperking van het reeds gekende hebben aangebragt. Als een voorbeeld van hetgeen wij hier in het algemeen van de ingewandswormen opmerkten, moeten wij bovenal de ''blaaswormen'' noemen. Nog voor tien jaren rekende men deze dieren tot eene afzonderlijke orde der ingewandswormen te behooren. Wel had men de reeds voor meer dan negentig jaren door {{asc|Pallas}} opgemerkte gelijkvormigheid tusschen den kop van een bandworm (''taenia'') en dien van een blaasworm van het varken, die min of meer in vergetelheid scheen te geraken, op nieuw in het licht gesteld; maar dat blaaswormen niets anders waren dan ontwikkelingstoestanden van sommige soorten van bandwormen, waagde men niet te gissen. Het is thans door de onderzoekingen van {{asc|Von Siebold}} en {{asc|Küchenmeister}}, van {{asc|Stein}} en {{asc|Van Beneden}} en ook van onzen Schr. tot eene gestaafde ervaring, tot eene ontwijfelbare zaak geworden. Wie van den veranderden toestand, waarin de Dierkunde in dit opzigt verkeert, een helder inzigt wil hebben, vergelijke slechts het geschrift van {{asc|F. S. Leuckart}}, den oom van onzen Sch. (''Versuch einer naturgemasser Eintheilung der Helminthen''. Hei-<noinclude></noinclude> mh9gctseuipha67dd0t70bpea0o4nee Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/848 104 29678 220193 104542 2026-04-19T19:10:19Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220193 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|32|ALBUM DER NATUUR. WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|}}</noinclude>grondstof der tweekleppige schelpen zou overeenkomen of identisch zijn met de Chitine der Insekten en Crustaceën (''Froriep's Notizen'', 1857 Nr. 9). {{r|D.L.{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Bliksem en donder}}'''Bliksem en donder''' komen steeds te gelijk voor, gelijk {{asc|Raillard}} heeft aangetoond (''Comptes rend''. T. {{asc|XLIII}} p. 816). Wel is waar ziet men soms bij nacht bliksem zonder donder te hooren, gelijk men ook bij dag donder hoort zonder bliksem te zien, maar dit is gemakkelijk te verklaren. Elke bliksem is altijd van eene en dezelfde soort. De zoogenaamde ''kogelvormige'', die nu en dan onder onweêrswolken zijn waargenomen, en volgens eenige natuurkundigen eene (twijfelachtige) verwantschap met geözoniseerde zuurstof zouden bezitten, behooren even zoo weinig tot de kategorie des bliksems, als de dwaallichten, vuurkogels en andere lichtende verhevelingen. Bij het weerlichten geschiedt de ontlading beneden den horizon (zoodat het zelfs plaats kan hebben bij eenen voor den waarnemer volkomen helderen hemel), of achter eene wolk- of regenbedekking. Is deze bedekking niet digt genoeg, dan vertoont zich de vonkstraal als eene niet scherp begrensde gekleurde streep van licht. In waarheid is echter iedere bliksemstraal een scherp begrensde, meer of minder breede lichtdraad, gelijk wij die kunnen waarnemen bij het overspringen van een elektrischen vonk. De sterkte van het geluid is geëvenredigd aan de grootte van den overspringenden vonk. Er kunnen gevallen voorkomen, waar (bepaaldelijk in den nacht) de afstand van de plaats der ontlading nabij genoeg is voor den indruk des lichts, maar te ver verwijderd voor de waarneming van het geluid, in welke rigting ook; het omgekeerde kan bij dag plaats grijpen. Men heeft het weerlichten in verband willen brengen met het elektrisch licht in het luchtledige; maar men moet hierbij indachtig zijn, dat de digtheid der lucht op de hoogte der onweêrswolken nooit zóó gering is, als in de luchtledige of met zeer verdunde lucht gevulde toestellen, door welke de elektriciteit zonder eenig gedruisch heen gaat. Bovendien volgen in de zonder twijfel op aanmerkelijke hoogte zeer verdunde lucht, de bliksemstralen elkander snel op, daar de slagwijdte omgekeerd evenredig is aan de digtheid der lucht, en zijn zij daarom in die tot verwekking en voortplanting van het geluid minder geschikte luchtlagen, reeds op zich zelf van geringere sterkte. {{r|D.L.|4em}} {{dhr}} {{lijn|5em}} {{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 0nv6tnp4oxezb2wlqs0pzh3hzprsm5p Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/850 104 29679 220197 104544 2026-04-20T07:40:10Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220197 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|34|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>delberg, 1827, 8°.) of dat van {{asc|Tschudi}} (''die Blasenwürmer. Ein monographischer Versuch.'' Freiburg, 1837, 4°.) met het werk, waarvan wij den titel aan het hoofd dezer aankondiging opgaven. Het is als ware men in eene andere wereld verplaatst, en als lag er eene eeuw tusschen geschriften, die elkander in minder dan dertig of twintig jaren zijn opgevolgd. De blaasworm van de lever der muizen (''Cysticercus fasciolaris'') wordt in het darmkanaal van de kat tot eene taenia (''Taenia crassicollis''), en de lintworm van den mensch (''Taenia solium'') heeft eerst als blaasworm in de spieren van het zwijn geleefd. De met ontwikkelde eijeren voorziene leden van een' bandworm geven, in het darmkanaal van een zwijn overgebragt, weder aanleiding tot het ontstaan van blaaswormen. Blaaswormen komen bij plantetende dieren, knaagdieren en herkaauwende dieren voor; de volkomene vormen, de bandwormen (''Taeniae''), bij vleeschetende dieren (honden, katten) en bij den omnivoren mensch. De veelkop-blaasworm, die de draaiziekte bij de schapen veroorzaakt, ontstaat uit een' bandworm, die in de darmbuis van den herdershond leeft. Met bijzondere uitvoerigheid heeft de Schr. de ontwikkelingsgeschiedenis nagegaan van ''Taenia serrata'', die bij jagthonden voorkomt, en als ''Cysticercus pisiformis'' in de lever en de longen van hazen en konijnen leeft. De embryonen van den bandworm doorboren het darmkanaal, en gaan met het bloed der poortader in de lever over, waar zij zich na vier dagen als knobbeltjes of puntjes vertoonen. — Duidelijke afbeeldingen versieren dit werk, hetgeen in de boekverzameling van elken wetenschappelijken geneeskundige evenzeer als in die van elken beoefenaar der dierkunde eene plaats verdient. {{r|{{sc|J. v.d. H.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Eene nieuwe suikersoort uit de vruchten van Phaseolus vulgaris}}'''Eene nieuwe suikersoort uit de vruchten van''' ''Phaseolus vulgaris''. — Toen Dr. {{asc|H. Vohl}} het suikergehalte in eenige versche moesgroenten wilde onderzoeken, bevond hij, dat het sap der onrijpe snijboonen na voleindigde gisting zijnen zoeten smaak niet verloren had, en hij vermoedde daarom, dat daarin mannite bevat was. Door verzadiging van het uitgegiste sap met krijt en soda, uitdamping en uittrekking van de overblijvende massa met wijngeest, verkreeg hij eene kristallinische zelfstandigheid, die zich uit de wijngeestoplossing afzette en, na een herhaald kristalliseren, uiterlijk veel overeenkomst met mannite vertoonde. Echter onderscheidt zich deze suikersoort daarvan, zoowel door eenige eigenschappen als door de zamenstelling, om welke reden V. haar ''phaseomannite'' heeft genoemd. De tafelvormige kristallen zijn gemakkelijk oplosbaar in water en in verdunden<noinclude></noinclude> g2erfa0rmr1rev7dai6ha3b5ch1mza9 Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/851 104 29681 220198 104545 2026-04-20T07:51:06Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +ankers 220198 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|35}}</noinclude>alkohol, maar volstrekt niet in absoluten alkohol noch in aether. De oplossing geeft met zwavelzuur-koperoxyde en potaschloog een lazuurblaauw vocht, waaruit zich, zelfs na koking, geen koperoxydul neêrslaat. Zonder zwartwording wordt de stof in geconcentreerd zwavelzuur opgelost, desgelijks in koud geconcentreerd zoutzuur. Met salpeterzuur verwarmd geeft zij oxalzuur. Bij 100° C verliezen de kristallen 16,5 pCt. water, en bestaan dan uit: {{block center| {{gap|6em}}berekend.</br> C 41,0476..... 41,042. </br> H _6,8649..... 6,840. </br> O 58,0876..... 52,118.}} beantwoordende aan de formule C{{sup|21}} H{{sup|21}} O{{sup|20}}. Inwendig gebruikt werkt de phaseomannite tamelijk sterk purgerend. De snijboonen bevatten haar in de grootste hoeveelheid, wanneer de zaden nog weinig ontwikkeld zijn; met de vorming van het amylum daarin verdwijnt de phaseomannite. (''Journ. f. prakt. Chemie.'' LXVIII, pag. 299.) {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Uitkoking van het kwikzilver in de barometerbuis}}'''Uitkoking van het kwikzilver in de barometerbuis.''' Ten einde deze bewerking gemakkelijker en zekerder te maken, beveelt de Heer {{asc|Taupenot}} aan, haar te verrigten in het luchtledige. Tot dat doel wordt het opene einde van de nagenoeg met kwikzilver gevulde buis, door middel van een caoutchoucbuis, verbonden met de luchtpomp. Op den weg der verbinding wordt echter een eenigzins ruim vat gesteld, ten einde te verhinderen, dat, indien de buis door eenig toeval brak, het kwikzilver in de opening van de luchtpomp mogt geraken. Daar het kwikzilver bij eene 90° C lagere temperatuur in het luchtledige kookt, zoo behoeft de aangewende warmte bij de bewerking merkelijk geringer te zijn, en bovendien worden op die wijze de laatste luchtbolletjes, die aan de wanden kleven, op eene veel volkomener wijze verwijderd, dan bij de uitkoking op de gewone wijze. (''Ann. de Chim. et de Phys''. 1857, pag. 71.) {{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}} {{anker|Homogeniteit van oplossingen}}'''Homogeniteit van oplossingen.''' Dr. {{asc|Adolf Lieben}} heeft onlangs, op uitnoodiging van Prof. {{asc|Bunsen}}, eenige nieuwe onderzoekingen in het werk gesteld ter beantwoording der vraag: of de deeltjes eener zich in eene oplossing bevindende stof, die op zich zelve specifiek zwaarder is dan het vocht, ook na een geruim tijdsverloop eenigermate nederdalen, zoodat<noinclude></noinclude> 85iqbvf1rovx2lwt4u19sk7xown0b1s Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/905 104 29725 220194 106975 2026-04-19T19:41:55Z Vincent Steenberg 280 /* Gevalideerd */ +anker 220194 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}}} {{lijn|5em}} {{dhr}} {{anker|Over den invloed van het Noorderlicht op de magnetische storingen te Point-Barrow, aan de oevers der Noordpoolzee}}'''Over den invloed van het Noorderlicht op de magnetische storingen te Point-Barrow, aan de oevers der Noordpoolzee.''' — In de jongste vergadering der ''British Association'' deelde {{asc|Sabine}} eenige uitkomsten mede der waarnemingen verrigt door den kapitein {{asc|Maguire}} en de officieren van zijn schip, de Plower, gedurende den tijd van zeventien maanden, dien zij, in de jaren 1852—1854, opgesloten in het ijs doorbragten bij Point-Barrow, dat de noordelijkste spits is van dat gedeelte van het Amerikaansche vasteland, hetwelk zich bevindt tusschen de Behring-straat en de rivier Mackenzie. Hun observatorium, geplaatst op het zand van den oever, die zich nergens meer dan twee Ned. ellen boven de zee verheft, was zamengesteld uit blokken ijs, die overdekt waren met zeehondenvellen. Het was daar, dat zij zich den langen tijd hunner gevangenschap op eene voor de wetenschap nuttige wijze kortten, door in weerwil der gestrenge koude, die dikwerf 40° C bereikte, zonder tusschenpoozen van uur tot uur den gang der magneetnaald en andere verzellende verschijnselen op te teekenen. Met voorbijgang der uitkomsten van de eigenlijke magnetische waarnemingen, ofschoon deze merkwaardig genoeg zijn, vooral wanneer zij vergeleken worden met die, welke verkregen zijn te Toronto, bepalen wij ons hier tot hetgeen {{asc|Sabine}} mededeelt aangaande het Noorderlicht en zijnen invloed op de magneetnaald. Uit de verrigte uurwaarnemingen is gebleken, dat van 11 uur 's morgens tot 3 uur 's namiddags er nimmer sporen van noorderlicht gezien zijn, maar het getal der noorderlichten neemt geregeld toe van het laatstgenoemde uur tot 1 uur 's nachts, om dan weder te verminderen tot 11 uur 's morgens. De talrijkheid der verschijningen van het noorderlicht is zoo groot, dat gedurende zes maanden, namelijk in December, Januarij en Februarij der beide jaren, het noorderlicht is waargenomen op zes dagen van de zeven. Het uur van den dag, waarop het noorderlicht zich nimmer vertoont, beantwoordt aan het minimum van de westelijke storing in den gang der magneetnaald, terwijl het maximum voor beiden op hetzelfde uur valt, namelijk ten 1 ure 's nachts. Kapitein {{asc|Maguire}}, die mede in de vergadering tegenwoordig was, voegde aan het door {{asc|Sabine}} gezegde nog eenige woorden toe, over de schoonheid<noinclude></noinclude> jqz6q63u5pbvnze3l4fbts95w3j5tb6 Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Meteorologie 100 43724 220195 201833 2026-04-19T19:45:39Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 220195 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Meteorologie | afbeelding = 20150114 1610 059 radzyn stacja hydrologiczna imgw a.jpg | alt = Weerhut in Radzyń (Polen) | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Meteorologie|meteorologie]]. }} == Algemeen == ;Weergeschiedenis Duitsland *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Franckfort den 16, Februarij|‘Wt Franckfort den 16, Februarij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Weergeschiedenis Europa *Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Weerkundige waarnemingen|‘Weerkundige waarnemingen. (Medegedeeld door het Koninklijk Nederlandsch Meteorologisch Instituut. Overzigt van de weêrsgesteldheid in Europa. 12 October 1881’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p.&nbsp;1]. ;Weergeschiedenis Finland *Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/Petersburg, den 15 November|‘Petersburg, den 15 November’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Weergeschiedenis Frankrijk *Anoniem (18 januari 1867) [[Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Parijs 16 Januarij|‘Parijs 16 Januarij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (20 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 197/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 9]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Weergeschiedenis Italië *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Napels den 8 January|‘Napels den 8 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Weergeschiedenis Nederland *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Rotterdam den 16 January|‘Rotterdam den 16 January’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (5 februari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 16/Te Nijmegen|‘Te Nijmegen […]’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Uit Meppel|‘Uit Meppel meldt men ons van 30 Nov.: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De meteorologische waarnemingen in Nederland|‘De meteorologische waarnemingen in Nederland over 1885 bevatten o. a. […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (19 juli 1929) [[De Indische Courant/Jaargang 8/Nummer 252/De hitte in Nederland|‘De hitte in Nederland’]], ''De Indische Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Weergeschiedenis Portugal *Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/In Portugal|‘In Portugal heerscht […] buitengewoon strenge koude. […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p.&nbsp;13. ;Weergeschiedenis Rusland *Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/Petersburg, den 15 November|‘Petersburg, den 15 November’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Weergeschiedenis Zwitserland *Anoniem (29 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 52/Van de grenzen, 23 Junij|‘Van de grenzen, 23 Junij’, alinea 2]], ''Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. == Meteorologische instituten == == Meteorologische instrumenten == *Anoniem (27 juni 1911) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 84/Nummer 26652/Avondblad/Tegelijk met het station voor vonkentelegrafie bij Green Harbour op Spitsbergen zal een meteorologisch station gevestigd worden|‘Tegelijk met het station voor vonkentelegrafie bij Green Harbour op Spitsbergen zal een meteorologisch station gevestigd worden, […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;7. *Jonge Valentijn, De (1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 3/De meteorograaf van Pater Secchi|‘De Meteorograaf van Pater Secchi’]], ''De Katholieke Illustratie'', p.&nbsp;22-23. ;Barometer *Logeman, W.M. (1854) [[Album der Natuur/1854/Weerglazen, Logeman|‘Weêrglazen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;22-32. == Atmosfeer == ;Luchtdruk *Hg. (1852) [[Album der Natuur/1852/Koken Aardappelen, Harting|‘Eene les in het koken van Aardappelen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;116-122. ;Fata morgana (luchtspiegeling) *Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Gemengd Buitenl. Nieuws|‘Gemengd Buitenl. Nieuws’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Poollicht *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Over den invloed van het Noorderlicht op de magnetische storingen te Point-Barrow, aan de oevers der Noordpoolzee|‘Over den invloed van het Noorderlicht op de magnetische storingen te Point-Barrow, aan de oevers der Noordpoolzee’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;89-90. ;Stratosfeer *Anoniem (13 mei 1938) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 111/Nummer 36383/Avondblad/Stratosfeertocht in Polen|‘Stratosfeertocht in Polen’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;15. == Overige onderwerpen == Hierbij o.a.: Onweer, regen, wind, wolken. ;Hagel *Harting, P. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hagel, Harting|‘De hagel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;33-58. ;Halo (lichteffect) *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Wels den 23. dito|‘Wt Wels den 23. dito. [= 23 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Nevel *Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/Uit Italië (2)|‘Uit Italië’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Onweer *Anoniem (23 juli 1748) [[Hollandsche Historische Courant/1748/Nummer 88/Edenburg den 11 Juli|‘Edenburg den 11 Juli’]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Gisteren|‘Gisteren barstte boven Amsterdam een onweersbui los, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Vóór eenige dagen|‘Vóór eenige dagen […] ging een jongmensch gedurende een onweder met eene onaangestoken lantaarn den weg van het fransche dorp Richelondière langs. […]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Bliksem en donder|‘Bliksem en donder’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;32. *Eyk, J.A. van (1857) [[Album der Natuur/1857/Onweder|‘Onweder’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;193-214. *Ln. (1856) [[Album der Natuur/1856/Geluid bij onweder|‘Het geluid bij het onweder’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;262-265. ;Orkanen *Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Uit Meppel|‘Uit Meppel meldt men ons van 30 Nov.: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Op de kust van Texas|‘Op de kust van Texas […]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Hg. (1852) [[Album der Natuur/1852/Een Orkaan in de West-Indiën, Harting|‘Een orkaan in de West-Indiën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;87-95. ;Regen *Hg. (1854) [[Album der Natuur/1854/Regenachtigste plek op aarde, Harting|‘De regenachtigste plek der Aarde’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;96. ;Regenboog *Giltay, K.M. (1855) [[Album der Natuur/1855/Regenboog, Giltay|‘Over den regenboog en eenige verwante verschijnselen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;193-204. *Gleuns, Jr., W. (1856) [[Album der Natuur/1856/Merkwaardige regenbogen|‘Merkwaardige regenbogen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;75-83. ;Sneeuw *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/De sneeuw|‘De sneeuw’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (3 februari 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 29/Stadsnieuws|‘Stadsnieuws’, alinea 8]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;3]. ;Sneeuwstormen *Anoniem (3 februari 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 29/New-York, 1 Febr.|‘New-York, 1 Febr.’]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (3 februari 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 29/New-York, 2 Febr.|‘New-York, 2 Febr.’]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;3]. ;Stormen *Anoniem (12 augustus 1929) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 86/Nummer 222/Avondblad/Storm op de Zuid-Amerikaansche Westkust|‘Storm op de Zuid-Amerikaansche Westkust’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;2. *Krecke, F.W.C. (1854) [[Album der Natuur/1854/Stormen, Krecke|‘De wet der stormen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;65-91. ;Storm van 15 november 1683 *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Hamburg den 16 November|‘Hamburg den 16 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Amsterdam den 21 November (2)|‘Amsterdam den 21 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Amsterdam den 22 November (1)|‘Amsterdam den 22 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Haerlem den 22 November|‘Haerlem den 22 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Daer wert vermist een Jongman|‘Daer wert vermist een Jongman, genaemt Jacob de la Mine, […] [advertentie]’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Wind *Anoniem (1853) [[Album der Natuur/1853/Windverschijnsel|‘Merkwaardig windverschijnsel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;383. *Krecke, F.W.C. (1852) [[Album der Natuur/1852/De Luchtstroomen, Krecke|‘De luchtstroomen. Eene schets van het ontstaan en de verbreiding der winden op de oppervlakte der Aarde’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;193-208. == Weervoorspelling == [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] invr44l5cxo4syry92w1bqff5hzk8nw Hoofdportaal:Natuurwetenschappen/Dierkunde 100 51474 220184 220166 2026-04-19T16:45:47Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 220184 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Dierkunde | afbeelding = Common clownfish curves dnsmpl.jpg | alt = Twee driebandanemoonvissen zoeken beschutting in een zeeanemoon | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Zoölogie|dierkunde]]. }} == Algemeen == === Dierenbescherming; algemeen === Hierbij ook: Bedreigde diersoorten, vivisectie *Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/De min. van binnenl. zaken|‘De min. van binnenl. zaken heeft aan het door de Haagsche Vereen. tot bescherming van dieren gedaan verzoek betreffende de proeven op levende dieren reeds voldaan, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;1]. ;Nederlandsche Bond tot Bestrijding der Vivisectie *Anoniem (23 maart 1905) [[De Noord Brabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/De alg. vergadering|‘De alg. vergadering van den Nederl. Bond tot bestrijding der vivisectie, […]’]], ''De Noord Brabanter'', [p.&nbsp;2]. ;Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Rotterdam, 21 Februari|‘Rotterdam, 21 Februari’, alinea 2]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. === Zoölogische verzamelingen === *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Zoölogisch Museum|‘Zoölogisch Museum. Verzameling Europeesche vlinders’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. === Dierenterminologie === ;Soort *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen|‘Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;11-14. == Dierkunde; Algemeen == === Dierentuinen === *Anoniem (2 september 1904) [[De Tijd/Nummer 17335/Kasteel "de Haar"|‘Kasteel „de Haar”’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;5]. ;Diergaarde Blijdorp, Rotterdam *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Het bestuur der Rotterdamsche Diergaarde|‘Het bestuur der Rotterdamsche Diergaarde […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/De leeuwin|‘De leeuwin in de diergaarde te Rotterdam […]’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 april 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24408/Ochtendblad/Rotterdamsche Diergaarde|‘Rotterdamsche Diergaarde’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, [p.&nbsp;2]. ;Haagse Dierebntuin *Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Uit goede bron vernemen wij|‘Uit goede bron vernemen wij […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Ménagerie du Jardin des Plantes, Parijs *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Kraamvisite bij een aap|‘Eene kraamvisite bij een aap’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;72-73. === Overige onderwerpen === *Lubach, D. (1854) [[Album der Natuur/1854/Dierlijke Volkomenheid, Lubach|‘Dierlijke volkomenheid en hare verschillende trappen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;355-381. ;Diergaarde Pezon, Limoges *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Frankrijk/Ontzettende worsteling|‘Ontzettende worsteling’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. == Dierenanatomie en -fysiologie == Hierbij o.a.: Camouflage bij dieren *Ln. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Warmte, enkel door spiercontractie opgewekt|‘Warmte, enkel door spiercontractie opgewekt’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;16. ;Bioluminescentie *Harting, P. (1852) [[Album der Natuur/1852/Het lichten van Dieren, Harting|‘Het lichten van dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;225-250. ;Maagdelijke voortplanting *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Parthenogenesis bij dieren|‘Parthenogenesis bij dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;1-3. == Dierensociologie en -ecologie == *D.L. (1856) [[Album der Natuur/1856/Dierengevechten|‘Dierengevechten’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;294-297. == Dierengeografie en -typen == === Algemeen === *Kampen, P.N. van (1929) ''De geographische verspreiding der dieren (zoölogische geographie)'', Amsterdam: Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. === Fauna van Nederland; algemeen === === Fauna van andere landen en streken; algemeen === *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Fransche Fauna|‘Fransche Fauna’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;70-71. == Ongewervelde dieren == === Weekdieren === Hierbij ook: Schelpen ;Schelpdieren; algemeen *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Zeespinners|‘Iets over zeespinners’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;348-352. ;Crassostrea virginica *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Arend gevangen door oester, Harting|‘Een Arend gevangen door een oester’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;192. ;Paalworm *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Borende schelpdieren|‘De borende schelpdieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;289-315. ;Bijzondere onderwerpen *Harting, P. (1857) [[Album der Natuur/1857/Oorsprong der parelen|‘De oorsprong der Parelen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;120-128. *Macgowan, D.J., Hoeven, J. van der (1857) [[Album der Natuur/1857/Parelen in China|‘Over parelen en het maken van parelen in China’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;244-256. === Wormen === *Phelsum, M. van (1762) ''Historia physiologica Arscaridum'', Leovardiae: Apud Wigerum Wigeri.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Te Leeuwarden|‘Te Leeuwarden by W. Wigeri word thans uitgegeven. […] [advertentie]’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. *Phelsum, M. van (1769) ''Historia Ascaridum Pathalogica'', Leovardiae: Apud Wigerum Wigeri.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Te Leeuwarden|‘Te Leeuwarden by W. Wigeri word thans uitgegeven. […] [advertentie]’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;2]. === Insecten === ==== Algemeen ==== *Lubach, D. (1857) [[Album der Natuur/1857/Insekten die metaal doorboren|‘Over insekten die metaal doorboren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;376-379. *Merian, Maria Sibylla ([1705]) ''[[Merian - Metamorphosis (1705)|Metamorphosis insectorum Surinamensium]]'', Amsterdam: [s.n.]. ==== Bijen ==== *Hoeven, J. van der (1853) [[Album der Natuur/1853/Leeftijd der bijen, van der Hoeven|‘Iets over den leeftijd der bijen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;375-381. *v.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Bijen|‘De bijen verstaan elkander’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;380-381. ==== Mieren ==== *v.H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Mieren in Zuid-Amerika, van Hasselt|‘De mieren in Zuid-Amerika’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;92-93. *Ver Huell, Q.M.R. (1854) [[Album der Natuur/1854/Nog iets over Mieren van Zuid-Amerika, Ver Huell|‘Nog iets over de mieren van Zuid-Amerika’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;179-184. ==== Vlinders en rupsen ==== *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Zoölogisch Museum|‘Zoölogisch Museum. Verzameling Europeesche vlinders’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Ver Huell, Q.M.R. (1853) [[Album der Natuur/1853/Hagel, Harting|‘Over een verschijnsel bij sommige vlindersoorten waargenomen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;59-62. ;Springboonmot (Cydia deshaisiana) *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Amerika/Dansende gewassen|‘Dansende gewassen’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. ==== Kevers ==== ;Balroller *Hg. (1856) [[Album der Natuur/1856/Balroller|‘De Balroller’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;152. ;Elater *Hoeven, J. van der (1855) [[Album der Natuur/1855/Lichten Zuid-Amerikaanse springkever, Van der Hoeven|‘Eenige woorden over het lichten van een Zuid-Amerikaanschen springkever’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;205-211. ;Spinnende waterkevers *Mulder, Claas (1855) [[Album der Natuur/1855/Spinnende Watertorren, Mulder|‘Spinnende Watertorren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;33-56. ==== Overige insecten ==== ;Bedwantsen *Anoniem (6 april 1787) [[Leydse Courant/1787/Nummer 42/By Johannes van Leen|‘By Johannes van Leen, Schilder op de Varken Markt te Dordrecht, is te bekomen […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Spinnen *Hasselt, A.W.M. van (1857) [[Album der Natuur/1857/Spinnen|‘Natuurhistorische schets der Spinnen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;1-23 en 65-82. ;Waterjuffers *Hg. (1854) [[Album der Natuur/1854/Verhuizing waterjuffers, Harting|‘Verhuizing van waterjuffers’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;384-385. == Gewervelde dieren == === Algemeen === *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Hermaphroditische werveldieren|‘Hermaphroditische werveldieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;6. *Harting, P. (1856) [[Album der Natuur/1856/Staart der gewervelden|‘De staart der gewervelde dieren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;299-330. === Vissen === ==== Algemeen ==== *Hasselt, A.W.M. van (1855) [[Album der Natuur/1855/Vissen, van Hasselt|‘Natuurhistorische schets der visschen, en van hunne beteekenis voor den mensch’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;97-122 en 161-188. *Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Bloedsomloopstelsel bij de visschen|‘Bloedsomloopstelsel bij de visschen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;79. *Müller, Johannes (1857) ‘Ueber die Fische, welche Töne von sich geben und die Entstehung dieser Töne. (Nach einem in der Akademie der Wissenschaften zu Berlin am 10. Januar 1856 gehaltenen Vortrag.)’, ''Archiv für Anatomie, Physiologie und wissenschaftliche Medicin, in Verbindung mit mehreren Gelehrten'', 1857, p.&nbsp;249-279.<br>Aankondigingen en recensies: **J.v.d.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Joh. Müller|‘Joh. Müller, Ueber die Fische, welche Töne von sich geben und die Entstehung dieser Töne. (Nach einem in der Akademie der Wissenschaften zu Berlin am 10. Januar 1856 gehaltenen Vortrag.) Archiv für Anatomie und Physiol. 1857’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;76-79. ==== Vissensoorten; afzonderlijk ==== ;Astroblepus cyclopus *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Vulkanisch visje|‘Een vulkanisch vischje’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;87-94. ;Baars *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Baars|‘Eenige bijzonderheden over den Baars’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;181-191. ;Europese meerval *Lubach, D. (1852) [[Album der Natuur/1852/De Europeesche Meerval, Lubach|‘De Europeesche meerval’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;209-213. ;Goudvis *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Goudvisch|‘Iets over den goudvisch’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;321-333. ;Haring *Hoeven, J. van der (1852) [[Album der Natuur/1852/Haring, Van der Hoeven|‘De Haring en de Haringvangst. Eene schets’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;161-175. ;Karper *Winkler, T.V. (1857) [[Album der Natuur/1857/Karper|‘De karper’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;275-287. ;Malapterurus electricus *Bilharz, Theodor (1857) ''Das elektrische Organ des Zitterwelses, anatomisch beschrieben'', Leipzig: Verlag von Wilhelm Engelmann.<br>Aankondigingen en recensies: **Hg. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Dr. Theodor Bilharz|‘Dr. Theodor Bilharz. Das elektrische Organ des Zitterwelses, anatomisch beschrieben. Leipzig, fol. 1857’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;76-79. ;Pietermannen *Winkler, T.C. (1857) [[Album der Natuur/1857/Pieterman|‘Iets over den Pieterman’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, p.&nbsp;24-32. === Amfibieën en reptielen === *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Verstijvings-verschijnselen bij reptilien|‘Verstijvings-verschijnselen bij reptilien’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;5. *Hasselt, A.W.M. van (1852) [[Album der Natuur/1852/Natuur-historische schets Giftslangen, van Hasselt|‘Natuur-historische schets der Slangen, in het bijzonder der Giftslangen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;65-86, 97-115. ;Ratelslang *D.L. (1854) [[Album der Natuur/1854/Betooverend vermogen Ratelslang, Lubach|‘Het betooverend vermogen der ratelslang’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;109-112. ;Trachycephalus typhonius *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Boom-Kikvorsch Guyana, van Hasselt|‘De groote boom-kikvorsch van Guyana’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;31-32. === Vogels; algemeen === *Daalder Dz., J. (1910) ''[[Vogelkiekjes]]'', Amsterdam: W. Versluys. *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen|‘Over de bepaling van het begrip van soort, vooral der Vogelen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;11-14. ==== Vogels van Nederland; algemeen ==== Hierbij ook: Vogels van afzonderlijke streken. *Keulemans, J.G. (1869-1876) ''[[Onze vogels in huis en tuin]]'', Leyden: P.W.M. Trap. ==== Vogels van andere landen en streken; algemeen ==== ;Kaapverdië *Keulemans, J.G. (1866) [[Keulemans - Vogels van de Kaap-Verdische Eilanden (1866)|‘Opmerkingen over de vogels van de Kaap-Verdische Eilanden en van Prins-Eiland (Ilhado Principe) in de bogt van Guinea gelegen’]], ''Nederlandsch Tijdschrift voor de Dierkunde'', deel 3, p.&nbsp;363-401. ;Nieuw-Zeeland *Hoeven, J. van der (1853) [[Album der Natuur/1853/Vogels zonder Vleugels van Nieuw-Zeeland, van der Hoeven|‘Over vogels zonder vleugels van Nieuw-Zeeland’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;1-18. ;West-Afrika *Hartlaub, G. (1857) ''System der Ornithologie West-Afrika's'', Bremen: C. Schünemann.<br>Aankondigingen en recensies: **D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Eenige ornithologische opmerkingen|‘Eenige ornithologische opmerkingen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;74-75. === Vogelsoorten - Vogels; afzonderlijk === ;Amerikaanse ekster (Pica hudsonia) *Anoniem (15 maart 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 75/Ochtendblad/Het optreden van een nieuwe voedingswijze bij de Amerikaansche Ekster|‘Het optreden van een nieuwe voedingswijze bij de Amerikaansche Ekster’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;3. ;Amerikaanse zeearend *Hg. (1855) [[Album der Natuur/1855/Arend gevangen door oester, Harting|‘Een Arend gevangen door een oester’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;192. ;Dinornis† *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Dodo† *D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;255. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. *Vrolik, W. (1853) [[Album der Natuur/1853/Over den Dodo of Dronte, Vrolik|‘Over den Dodo of Dronte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;177-186. ;Kasuarissen *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Kiwi’s *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Kolibries *v.H. (1855) [[Album der Natuur/1855/Kolibri, van Hasselt|‘De Kolibri’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;93-94. ;Lammergier *J.C.d.L. (1854) [[Album der Natuur/1854/Lammergier|‘De Lammergier’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;313-322. ;Notenkraker *W.V. (1853) [[Album der Natuur/1853/Notenkraker vormt voorraadschuur, Vrolik|‘Beschrijving der wijze waarop de notenkraker zich eene voorraadschuur vormt’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;384. ;Olifantsvogel *W.V. (1855) [[Album der Natuur/1855/Iets over den Epyornis, Vrolik|‘Iets over den Epyornis’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;57-58. ;Oranje rotshaan *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Het Kliphoen of de Dansvogel, van Hasselt|‘Het kliphoen of de dansvogel’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;382-383. ;Orpheuswinterkoning *v.H. (1853) [[Album der Natuur/1853/Muziekvogel Guyana, van Hasselt|‘De muziek-vogel van Guyana’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;256. ;Rhea (geslacht) *Hg. (1852) [[Album der Natuur/1852/Struisvogel, Harting|‘De struisvogel en zijne eijeren’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;320. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. ;Struisvogels *Anoniem (1852) [[Album der Natuur/1852/Arabische overlevering|‘Eene Arabische overlevering’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;191. *Schlegel, H. (1854) [[Album der Natuur/1854/Struisachtige Vogels, Schlegel|‘Over de struisachtige vogels, (Struthiones)’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;323-351. === Zoogdieren === ==== Walvisachtigen - Zeeroofdieren ==== Hierbij ook: dolfijnen *Cl.M. (1854) [[Album der Natuur/1854/Walrussen, Mulder|‘Talrijkheid van walrussen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;63-64. *Hoeven, J. van der (1856) [[Album der Natuur/1856/Walvisachtigen en dolfijnen in het bijzonder|‘Over walvischachtige dieren in ’t algemeen en dolfijnen in het bijzonder’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;371-391. ==== Hoefdieren ==== *Müller, Karl (1856) [[Album der Natuur/1856/Giraffe|‘De Giraffe’]], ''Album der Natuur'', jrg. 5, p.&nbsp;393-400. ;Megaloceros giganteus † *D.L. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden|‘Beenderen van het Reuzenhert, tegelijk met overblijfselen van menschelijke kunstvlijt gevonden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;90-91. ==== Knaagdieren - Haasachtigen ==== ;Muis *Cl.M. (1855) [[Album der Natuur/1855/Muizen, Mulder|‘Verscheidenheden van muizen; teekeningen van de Van Veen’s’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p.&nbsp;190-191. ==== Aapachtigen ==== ;Mensapen, primaten *Vrolik, W. (1854) [[Album der Natuur/1854/Anthropomorphen, Vrolik|‘De Anthropomorphen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;113-146. ==== Roofdieren ==== ;Berberleeuw† *Jong van Rodenburgh, [C.M.] de (1854) [[Album der Natuur/1854/Leeuwen Noord-Afrika, van Rodenburgh|‘De leeuwen in Noord-Afrika. Eene schets naar het leven’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;259-273. ;Wolven *Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Uit Italië|‘Uit Italië’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Rumenië|‘Uit Rumenië’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. ==== Overige zoogdieren ==== Hierbij o.a.: Buideldieren, insecteneters ;Drievingerige luiaard *Lubach, D. (1852) [[Album der Natuur/1852/Een wanklank in de harmonie der schepping, Lubach|‘Een wanklank in de harmonie der schepping’]], ''Album der Natuur'', jrg. 1, p.&nbsp;257-269. ===== Insecteneters ===== ;Mollen *Anoniem ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/De mol|‘De mol’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;8. ;Reuzenmiereneters *Owen, Richard (1857) ‘On the Anatomy of the great Ant-eater (Myrmecophaga jubata)’, ''Transactions of the Zoological Society of Londen, jrg. 4, p.&nbsp;117 ''sqq''.<br>Aankondigingen en recensies: **J.v.d.H. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Owen|‘Owen. On the Anatomy of the great Ant-eater (Myrmecophaga jubata) Transact. of the Zoolog. Society. Vol. IV, p. 117 en vervolg’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p.&nbsp;73-74. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal natuurwetenschappen]] gwyqmqrniwpogd1i32mb0ern4ja7p5h