Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.46.0-wmf.24
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/864
104
29689
220225
104598
2026-04-21T19:41:31Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +anker
220225
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|48|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>de verklaring der elektrische verschijnselen betere, meer rationeele namen en zegswijzen in te voeren, dan de tot nu toe algemeen gebezigde van elektrische stroom, enz. Zonder deze toch, en de wanbegrippen die zij helpen verbreiden en bestendigen, zou het onzes inziens onmogelijk zijn dat in den boezem van eene zoo aanzienlijke wetenschappelijke vereeniging, als de fransche ''Académie des sciences'', woorden als de bovenstaande waren te hoor en geweest.
{{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Mangaanmetaal}}'''Mangaanmetaal.''' — In dezelfde zitting der Parysche Akademie heeft {{asc|Dumas}} zuiver mangaanmetaal vertoond, door den heer {{asc|Brunner}} te Bern verkregen op dezelfde wijze, als waarop reeds zoovele andere metalen door {{asc|Deville}} en {{asc|Wöhler}} in zamenhangende blokken of kristallen zijn verkregen, door de herleiding namelijk met behulp van sodium. Het zoo verkregen mangaan is bros en harder dan gehard staal, het snijdt glas als diamant en bezit een hoogen glans. Hoewel in minerale zuren oplosbaar, slaat het niet aan in vochtige lucht, zijn smeltpunt is niet zeer hoog. 't Zij in massa, 't zij in poedervorm, vertoont het in ''het geheel geene magnetische werking''.
In eene volgende zitting heeft {{asc|Deville}} de redenen ontwikkeld, die hem de mogelijkheid doen onderstellen dat het door {{asc|Brunner}} aangeboden mangaan niet geheel zuiver, maar koolhoudend zij. Hij heeft dit doen vergezeld gaan van eene algemeene beschouwing over de voor- en nadeelen der verschillende herleidingswijzen van dergelijke metalen. Wij kunnen hem hier daarin niet volgen en stippen dus slechts twee algemeen belangrijke feiten aan, die hij in den loop dier beschouwing mededeelt. Zij betreffen het kobalt en het nikkel. Het eerste, zegt hij, is zeker het taaist van alle bekende metalen, daar een kobaltdraad bijna het dubbel kan dragen van het gewigt, waardoor een ijzerdraad van dezelfde doorsnede breken zou. Het nikkel bezit deze belangrijke eigenschap in slechts weinig geringere mate, en het zou mij niet verwonderen, als zij spoedig in de industrie eene voordeelige aanwending vonden; vooral daar men in Engeland het laatstgenoemde metaal reeds tot zoo lagen prijs kan bekomen. Dr. Percy heeft mij te Londen zeer zuiver nikkel vertoond, dat hij bij tonnen te gelijk doet vervaardigen en dat tegen 6 francs het Engelsche pond (ongeveer ƒ 6 het kilogram) afgeleverd wordt.
{{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{lijn|5em}}
{{dhr|2}}<noinclude></noinclude>
ln5vyvvjjicdwnsxzrc2s8rckuppfxq
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/865
104
29690
220226
104599
2026-04-21T19:51:07Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +ankers
220226
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{larger|WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.}}}}
{{lijn|5em}}
{{dhr}}
{{anker|Alkoholische gisting}}'''Alkoholische gisting.''' — Het is aan {{asc|Berthelot}} gelukt de alkoholische gisting te doen ontstaan in eenige stoffen, (glycerine, mannite, dulcine en sorbine), die, hoewel in physische eigenschappen en scheikundige zamenstelling naderende tot de ware suikerachtige stoffen (rietsuiker, druivensuiker of glucose, melitose), zich toch daarvan tot hiertoe schenen te onderscheiden door het gemis der eigenschap van door gisting alkohol en koolzuur te vormen. {{sc|Berthelot}} heeft bevonden, dat zulk eene gisting in eerstgenoemde stoffen kan worden opgewekt door verschillende stikstofhoudende dierlijke zelfstandigheden, zoo als caseine, gelatine enz., onder tegenwoordigheid van koolzuren kalk, of eene andere basis, welker werking alleen bestaat in het neutraliseren van de gelijktijdig gevormde zuren, namelijk azijnzuur, melkzuur en boterzuur. Bovendien heeft er bij deze gisting steeds eene ontwikkeling van hydrogenium plaats.
{{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Nieuw chloruretum silicii en oxydum silicii}}'''Nieuw chloruretum silicii en oxydum silicii.''' — {{sc|Wöhler}} en {{asc|Buff}} hebben door gloeijing van silicium in een stroom van droog chloorwaterstofzuur eene nieuwe verbinding van chlor en silicium daargesteld. Zij is een rookend, zeer beweeglijk vocht, dat vlugtiger is dan het reeds bekende chlorsilicium S.Cl{{sup|3}}. In water gebragt, vormt zich daaruit chlorwaterstofzuur en een nieuw oxyd van silicium. Dit laatste is eene witte zelfstandigheid, die een weinig oplosbaar in water en zeer oplosbaar in alkaliën is, zelfs in ammoniak, waarbij zich hydrogenium ontwikkelt, terwijl het in kiezelzuur overgaat. Aan de lucht verwarmd, ontbrandt het, waarbij het een sterk wit licht verspreidt en hydrogenium vrij wordt, dat ontvlamt. W. en B. houden zich thans onledig met de zamenstelling dezer beide verbindingen te onderzoeken (''Compt. rendus'' XLIV, p. 834).
{{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Het Zodiakaal licht}}'''Het Zodiakaal licht.''' — Bij de verschillende hypothesen aangaande den aard van dit raadselachtig verschijnsel is onlangs eene nieuwe gevoegd. {{sc|G. jones}} leidt namelijk uit eene groote reeks van waarnemingen, gedaan<noinclude></noinclude>
igvqubajnirt9nr3851hvzxbhoet082
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/866
104
29692
220227
104620
2026-04-22T07:00:56Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +ankers
220227
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|50|ALBUM DER NATUUR. |}}</noinclude>aan boord van het Noord-Amerikaansche fregat ''Mississippi'', op deszelfs kruistogt in de Stille zee, het besluit af, dat het zodiakaal licht een ring van nevelachtige stof is, waarvan niet de zon maar de aarde het middelpunt is (''United States Japan Expedition'', Vol. III. Washington, 1856 en in ''Americ. Journ. f. Science and Arts'', 1857, March p. 161).
Op grond van latere waarnemingen, te Quito verrigt (Z. ''Americ. Journ.'' l.c., p. 285), vermoedt hij ook, dat deze nevelachtige stof niet enkel het licht terugkaatst, maar zelf lichtend is.
{{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Fossile overblijfselen van een reusachtig kruipend dier, gevonden in den Keuper te Liestal bij Bazel}}'''Fossile overblijfselen van een reusachtig kruipend dier, gevonden in den Keuper te Liestal bij Bazel.''' — Deze overblijfselen werden door {{asc|Gressly}} ontdekt. Een voorloopig verslag daarover gaf de hoogleeraar {{asc|Rutimeyer}} in de laatste vergadering der Zwitsersche natuuronderzoekers te Basel. Een nader, omstandiger berigt van denzelfden is te vinden in het ''Neues Jahrb. f. Mineralogie., Geognosie'' etc. 1857, p. 140. Daaruit blijkt, dat een aantal beenderen bij elkander gevonden zijn, in eenen toestand, die het vermoeden wettigt, dat zij aan een en hetzelfde individu hebben behoord. De gevonden beenderen waren: 1°. het hoofd van een dijebeen, in grootte met dat van den olifant overeenkomende, 2°. een stuk van een opperarmbeen, dat aan zijn dikste einde 13 R. duimen in omvang heeft, 3°. een phalanx, die zich door zijnen massiven vorm van die der meeste Reptilien onderscheidt en slechts herinnert aan die van Pachypoden, 4°. een nagelphalank van 3½ d. lengte, 5°. een enkele goed bewaarde wervel van 2 d. hoogte en dikte, en verscheidene wervelstukken, 6°. een beenige schub van ruitvormige gedaante en 3—4 duim diameter, welke bewijst dat het dier met beenige schilden bedekt is geweest. Uit eene zorgvuldige vergelijking met de overblijfselen van andere voorwereldlijke reptilien, besluit R. dat dit dier tot de groep der Pachypoden behoort. Voorloopig had hij er den naam aan gegeven van ''Gresslyosaurus ingens''. Later is echter gebleken, dat het tot het geslacht ''Belodon'' behoort, waarvan reeds eene soort, ''Belodon Plieningeri'' in verschillende streken van Wurtemberg gevonden is.
{{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Réactief op suiker}}'''Réactief op suiker.''' Ter ontdekking van druivensuiker is onlangs door {{asc|Böttger}} een nieuw réactief aanbevolen, hetwelk, bij de onzekerheid die<noinclude></noinclude>
ecrxpql6z3wdfttuet5mrkwjyh5o6qr
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/862
104
29712
220220
104596
2026-04-21T13:57:07Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +anker
220220
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh|46|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>lurus van den Nyl (''Melapterurus electricus'') behoort. In de stroomen aan de westkust van Afrika komen daarmede verwante elektrische soorten voor, met name in Oud-Kalubar de ''Melapterurus beninensis''. Ten opzigte van de elektrische kracht van dezen visch wordt het navolgende voorbeeld medegedeeld: "Een missionaris in Creen-Town had een tammen reiger jong opgefokt. Deze bekwam eens voor het eerst in zijn leven eenige levende visschen, waaronder een kleinen Melapterurus. De vogel verslond dien visch, maar had dien naauwelijks binnen, of hij uitte een luid geschreeuw en viel achterover. De vogel kwam intusschen weder bij, maar kon er nooit weder toe worden gebragt, om een' Melapterurus aan te raken. De missionaris berigt ook, dat de inlanders hunne zieke kinderen met de elektriciteit van dezen visch plegen te genezen (althans te behandelen)."
{{r|{{sc|A. Cn.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Photographische mikroskoop-voorwerpen}}'''Photographische mikroskoop-voorwerpen.''' — Bij eene mededeeling aan de ''Societé française de photographie'' heeft de bekende Instrumentmaker {{asc|J. Bubosq}} te Parys verklaard, dat het onmogelijk is om van voorwerpen, die minder dan eenige millimeters middellijn hebben, door een photo-elektrisch mikroskoop op een scherm een beeld te doen werpen, groot genoeg en tegelijk van genoegzame lichtsterkte, om door een eenigzins talrijk auditorium behoorlijk te kunnen gezien worden. Deze verklaring van iemand, die waarlijk geen belang kan hebben in de verkleining der magt van het electrisch beeld-mikroskoop, zou ons kunnen verwonderen, indien zij niet als inleiding diende tot de beschrijving van een middel, waardoor het hem gelukt is om van zeer kleine, echt mikroskopische voorwerpen zulke voor een talrijk gehoor volkomen zigtbare afbeeldingen te verkrijgen. De photographie is hem daartoe behulpzaam geweest. Het 300 maal vergroote beeld van bloedbolletjes is door hem op glas gephotographieerd, tegelijk met dat van een op glas verdeelden mikrometer. Van de zoo verkregen negative beelden heeft hij, evenzeer op glas, positive verkregen en deze in het mikroskoop geplaatst, om daarvan een nogmaals ruim 30 malen vergroote afbeelding op een scherm te verkrijgen. Het hierbij gebezigd mikroskoop heeft twee nevens elkaâr geplaatste lenzenstelsels. Plaatst men voor het eene het voorwerp en voor het andere den mikrometer, dan kan men, door de optische assen van beiden eenigzins te doen convergeren, de beide beelden elkander doen bedekken, waardoor dadelijk de ware grootte der voorwerpen met genoegzame juistheid door elken toeschouwer kan geschat worden. Bovendien veroorloven deze twee lenzenstelsels om van een<noinclude></noinclude>
ay3bet4zw8t7uwh1blbezn1kcvmavie
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/863
104
29713
220224
104597
2026-04-21T19:29:12Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +anker
220224
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|47}}</noinclude>zelfde voorwerp twee stereoskopische afbeeldingen nevens elkaâr op het scherm te werpen, die, in het oog van den toeschouwer tot dekking gebragt, hem dat voorwerp ''en relief'' doen zien.
{{r|{{sc|Ln.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Chineesche bliksemafleiders}}'''Chineesche bliksemafleiders.''' — Alle chineesche torens, van de eenvoudigste, geheel houten, tot de prachtige van Nanking en van ''Toeng sjang foe'', zegt de heer {{asc|Marchal}} van Lunéville in eene mededeeling aan de fransche Akademie, zijn aan den top voorzien van een houten stang, in een ijzeren bol met een spits eindigende, Aan dezen bol zijn ijzeren ketens vastgemaakt, die naar de hoeken van den toren loopen; op welken afstand van den grond deze ketens gewoonlijk eindigen, wordt niet vermeld. Negen ijzeren kransen of hoepels, boven elkaâr geplaatst, verbinden de ketens onderling. Volgens den heer {{asc|Marchal}} zouden deze ijzeren toevoegsels, des te opmerkelijker daar de Chineezen weinig gebruik maken van ijzer bij het bouwen, tot niets anders dan tot bliksemafleiders kunnen bestemd zijn. Hij heeft zulk een toren dan ook eenmaal door den bliksem zien treffen, zonder dat hij daardoor in het minste werd gedeerd.
Wij willen de mogelijkheid, dat deze inrigtingen tot bliksemafleiders zijn bestemd en zelfs dat zij als zoodanig goede dienst doen, geenszins ontkennen, hoewel wij, om hare werking als zoodanig te kunnen verklaren, nog vele nadere toelichtingen zouden noodig hebben aangaande den bovengenoemden afstand en andere afmetingen, en vooral ook aangaande de materialen waaruit die torens zijn gebouwd. De wijze evenwel, waarop de heer {{asc|Babinet}}, bij het indienen der bovenstaande mededeeling aan de Akademie, van de afleidende werking dier inrigtingen heeft gepoogd rekenschap te geven, komt ons volstrekt strijdig voor met alle gezonde begrippen aangaande de elektriciteit, zonder dat één bekend verschijnsel die in de verte zoude ondersteunen, "De ijzeren bol" — wij vertalen zijne woorden zoo letterlijk, als mogelijk is — "de ijzeren bol ontvangt de ontlading; de ketens verdeelen die onderling en geven aan elken elektrischen vloed eene regtlijnige rigting, die hij bij het verlaten der ketens, ''volgens de algemeene wet der inertie'', behoudt; de ontladingen zullen dus den grond raken op eenen genoegzamen afstand van den voet des torens, om dien niet te beschadigen."
Wij onthouden ons van alle aanmerkingen op deze fraaije verklaring, en zouden haar zelfs niet hebben aangehaald, indien zij ons niet voorkwam een bewijs te behelzen voor de noodzakelijkheid, om eindelijk eens voor<noinclude></noinclude>
qyg6l1gk397aop2y74jrieflkc4vsru
Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/909
104
29773
220222
106994
2026-04-21T18:30:55Z
Vincent Steenberg
280
/* Gevalideerd */ +anker
220222
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" />{{rh||WETENSCHAPPELIJK BIJBLAD.|93}}</noinclude>gebleven, totdat voor korten tijd {{asc|Bunsen}} en {{asc|Roscoe}} aan de ''Royal Society'' te Londen (in de zitting van 15 Januarij 1857) berigt gaven van eene reeks van onderzoekingen over hetzelfde onderwerp en tevens van de verbeteringen door hen in de methode van {{asc|Draper}} aangebragt. Zij hebben inzonderheid ook opmerkzaam gemaakt op de verschillende voorzorgen die genomen moeten worden om tot juiste, vergelijkbare uitkomsten te geraken. Onder anderen bevonden zij, dat een zeer gering verschil in het gasmengsel voldoende is om de snelheid der verbinding zeer te vertragen: eene overmaat van {{smaller|{{frac|3|1000}}}} waterstofgas verminderde de werking van 100 op 38; {{smaller|{{frac|10|1000}}}} chloor in overmaat deed de werking van 100 op 60 dalen. Vreemde gassen oefenen eenen nog sterker vertragenden invloed uit; eene bijvoeging van {{smaller|{{frac|5|1000}}}} zuurstofgas vermindert de werking van 100 tot 4,7.
Nieuwlings is {{asc|Draper}} (''Phil. Magaz''. 1857 Sept. p. 161) mede op dat onderwerp teruggekomen en heeft bij die gelegenheid in eene oplossing van ''peroxalas ferri'' eene nieuwe stof aangewezen, die voor zulke bepalingen geschikt is. Deze oplossing kan namelijk jaren lang onveranderd in het duister gehouden worden, maar zoodra licht daarop valt, begint zich daaruit koolzuur te ontwikkelen, waarvan de hoeveelheid gemeten of gewogen worden kan, onder bijvoeging van de vooraf bepaalde hoeveelheid die in het vocht opgelost blijft.
Deze nieuwe methode, ofschoon minder gevoelig dan de eerste, verdient welligt juist daarom in die gevallen, waar niet een oogenblikkelijke maar een eenigzins langduriger invloed des lichts moet gemeten worden, de voorkeur.
{{r|{{sc|Hg.}}{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{anker|Oorzaak van het relief, dat het beeld in de Chambre Obscure op matglas vertoont}}'''Oorzaak van het relief, dat het beeld in de Chambre Obscure op matglas vertoont.''' — {{sc|Claudet}} heeft voor korten tijd eene verklaring gegeven van het feit, dat het beeld van eenig voorwerp zich op het matglas der chambre obscure zoo ligchamelijk, zoo stereoscopisch voordoet. Hij vindt deze ten eerste daarin, dat de verschillende deelen eener lens, wier grootte niet veel minder is dan die van het beeld dat men daardoor verkrijgt, zoo als dit bij de photographie meestal het geval is, niet gerekend kunnen worden te zamen slechts één beeld te doen ontstaan, maar eigenlijk eene reeks van elkander slechts gedeeltelijk bedekkende beelden. Worden deze nu op papier opgevangen, dan ziet men met de beide oogen hetzelfde beeldencomplex, dat slechts daarom door ons voor één beeld wordt gehouden, omdat de verschillende beelden, waaruit het bestaat, slechts weinig van elkaar in ligging verschillen en bovendien niet alle even scherp kunnen zijn. Zoo<noinclude></noinclude>
gkvrgg2bvhrpo9subo6mzkutwo8gibo
Album der Natuur/1855/Stereoskoop, van der Burg
0
33314
220221
109527
2026-04-21T18:12:09Z
Vincent Steenberg
280
hoeft niet met hoofdletter
220221
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = De stereoskoop
| Schrijver = Pieter van der Burg
| Vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| wikidata =
| Jaar = 1855
| Opmerkingen = ''De stereoskoop'' werd gepubliceerd in ''[[Album der Natuur]]'' ([[Album der Natuur/1855|vierde jaargang (1855)]], pp. [[Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/539|129]]–146. Dit werk is in het publieke domein.
}}
<pages index="Album der Natuur 1854 en 1855.djvu" from=539 to=556 />
{{lijn|5em|align=left}}
{{smallrefs}}
{{DEFAULTSORT:Stereoskoop, Burg van der}}
[[Categorie:Album der Natuur 1855]]
t18l6ksllz963u91h7yv81nck3murwp
Hoofdportaal:Beeldende kunst
100
38725
220223
122590
2026-04-21T18:34:19Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
220223
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox hoofdportaal
| afbeelding = P art.png
| informatie = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:nl:Beeldende kunst|beeldende kunst]]. [[Hoofdportaal:Overzicht van alle hoofdportalen|Overzicht van alle hoofdportalen]]
}}
== Architectuur ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur|Architectuur]]
== Beeldhouwkunst ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst|Beeldhouwkunst]]
== Schilderkunst ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst|Schilderkunst]]
== Tekenkunst ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Tekenkunst|Tekenkunst]]
== De praktijk van het schilderen en tekenen ==
=== Anatomietekenen - Figuurtekenen ===
* Petrus Camper (1770) ''[[Petrus Camper/Berigt van den zaaklyken inhoud van twee lessen|Berigt van den zaaklyken inhoud van twee lessen]]'', Amsterdam: A. van der Kroe ''et al''.
=== Schrijf- en letterkunst ===
Hierbij ook: Handletteren, kalligrafie
*Anoniem (31 januari 1882) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 216/Nummer 26/De calligraaf Bunzel, uit Praag|‘De calligraaf Bunzel, uit Praag, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 146.
;Gabriëls, Jean (1843-1917), kalligraaf
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Die het geluk heeft|‘Die het geluk heeft een geschreven en geïllustreerden foliant uit vroegere eeuwen te bezitten, kan zich beroemen op een schat, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
*Anoniem en Red. Architectura (30 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 5/Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma's voor het Gen. Limburg|‘Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma’s voor het Gen. „Limburg.” Provinciaal genootschap voor geschiedk. wetenschappen, taal en kunst’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 5, p. 30.
;Grevenstuk, Antoine, kalligraaf
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1889 no 2823 p 2 advertisement Kunstschrift en penteekeningen.jpg|thumb|Advertentie in ''Het Nieuws van den Dag'', 31 januari 1889]]
*Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Kegelen|‘Kegelen’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p. 2].
== Grafische kunst ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Grafische kunst|Grafische kunst]]
== Fotografie ==
=== Algemeen ===
==== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ====
*Anoniem (22 oktober 1987) ‘Expositie’, ''De Telegraaf'', p. T 17.
=== Geschiedenis ===
*Eijk, J.A. van (1855) [[Album der Natuur/1855/Lichtbeelden, van Eijk|‘Lichtbeelden’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p. 212-224.
==== Fotografen; afzonderlijk ====
;Heijden, Johannes Leonardus van der (1856-1937)
*Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/De heer M. van Dam deelt ons mede|‘De heer M. van Dam, vertegenwoordiger der firma C. J. Boele, Nieuwe Heerengracnt 1, deelt ons mede, […]’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p. 2].
[[Bestand:Bataviaasch Nieuwsblad vol 001 no 244 advertisement Photographisch Atelier Herrmann & Co.jpg|thumb|Advertentie in het ''Bataviaasch Nieuwsblad'', 21 september 1886]]
;Herrmann & Co. (''fl''. 1886)
;Wegner & Muttu (''fl''. 1862-1917)
*Anoniem (8 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 19/Door de welwillende medewerking van de Firma Wegner en Mottu te Amsterdam worden bij haar verkrijgbaar gesteld|‘Door de welwillende medewerking van de Firma Wegner en Mottu te Amsterdam worden bij haar tegen zeer matigen prijs verkrijgbaar gesteld […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 19, p. 100.
=== Geschiedenis volgens genres en motieven ===
==== Portretfotografie - Kinderfotografie ====
[[Bestand:Bataviaasch Nieuwsblad vol 001 no 244 advertisement Photographisch Atelier Herrmann & Co.jpg|thumb|Advertentie in het ''Bataviaasch Nieuwsblad'', 21 september 1886]]
=== Onderdelen van de fotografische techniek ===
==== Opnametechniek ====
==== Overige onderdelen van de fotografische techniek ====
;Onderzeefotografie
*Anoniem ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/Het wonder der photographie|‘Het wonder der photographie’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p. 8.
=== Bijzondere technieken in de fotografie ===
==== Microfotografie - Macrofotografie ====
;Microfotografie
*Ln. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Photographische mikroskoop-voorwerpen|‘Photographische mikroskoop-voorwerpen’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p. 46-47.
*Ln. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Mikroskopische Photographiën|‘Mikroskopische Photographiën’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p. 70.
==== Stereofotografie ====
*Burg, P. van der (1855) [[Album der Natuur/1855/Stereoskoop, van der Burg|‘De stereoskoop’]], ''Album der Natuur'', jrg. 4, p. 129-146.
==== Overige bijzondere technieken ====
;Camera obscura
*Ln. (1857) [[Album der Natuur/1857/Wetenschappelijk Bijblad#Oorzaak van het relief, dat het beeld in de Chambre Obscure op matglas vertoont|‘Oorzaak van het relief, dat het beeld in de Chambre Obscure op matglas vertoont’]], ''Album der Natuur'', jrg. 6, wetenschappelijk bijblad, p. 93-94.
== Kunstnijverheid ==
* [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Kunstnijverheid|Kunstnijverheid]]
{{hoofdportalen}}
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen]]
9qpscfdfyqbors8lmrvaymzlwc2qv5r
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/458
104
84547
220219
217708
2026-04-21T12:44:41Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
220219
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|54|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>2°. Vaste ligchamen vertoonen denzelfden graad van diactinisme, ook als zij door warmte vloeibaar gemaakt of in water opgelost zijn of ook als zij in gasvormigen toestand zijn overgegaan. Dit gaat door én voor zeer én voor weinig diactinische zelfstandigheden.
Als stoffen, die na dampkringslucht en eenige andere gassen het meest diactinisch zijn, mogen genoemd worden: kwarts, ijs zoowel als zuiver water, witte vloeispaath en, hoewel misschien iets minder, klipzout. Dan volgen verschillende zwavelzure zouten, die van baryt, van kalk en magnesia zoowel als van de alkalien. De carbonaten der alkalien en van de alkalische aarden, alsmede de phosphaten, arseniaten en boraten daarvan, zijn alle vrij diactinisch, terwijl verzadigde oplossingen van phosphor- en arsenigzuur niet te min eene merkbare opslorping vertoonden. De chloor- en broomverbindingen der alkali-metalen en aardmetalen zijn vrij diactinisch, minder de iodverbindingen.
Al de organische zuren en hunne verbindingen, die {{sc|miller}} beproefde, vertoonden eene zeer merkbare opslorping. Het is echter moeijelijk ze geheel zuiver te verkrijgen.
Onder de anorganische zouten zijn het die van salpeterzuur, welke de duidelijkste opslorping vertoonen. In alle proefnemingen daarmede werden de meest breekbare stralen zoo volkomen door eene oplossing van het een of ander nitraat opgeslorpt, dat het spectrum daardoor tot minder dan een zesde der gewone lengte werd teruggebragt.
Van een achttiental vloeistoffen, die {{sc|miller}} beproefde, zijn er slechts twee vrij wel (''tolerably'') diactinisch, namelijk water en absolute alkohol, welke laatste evenwel toch reeds duidelijk opslorpt. *t Minst diactinisch zijn terchloride en oxychloride van phosphorus, die, hoewel volkomen doorschijnend en kleurloos, toch alle chemisch werkende stralen opslorpen.
Onder de gassen vertoonden zuurstof, waterstof, stikstof, koolzuur en kooloxydgas geene merkbare opslorping. Die van oliemakend gas, stikstofoxyde, cyan- en chloorwaterstof is gering, maar toch duidelijk. Veel sterker is die van koolgas, misschien door de dampen van benzol en andere zware koolwaterstoffen, die het bevat, deze toch, met dampkringlucht in eene buis van ongeveer zes palmen lang gemengd, vertoonden eene nog sterkere opslorping dan koolgas, dat in diezelfde buis toch reeds in staat was om de breekbaarste helft van het spectrum geheel "af te snijden."
De tweede helft van {{sc|miller's}} verhandeling, waarin de elektrische spectra van verschillende metalen besproken worden, is nog minder geschikt om in een kort uittreksel te worden zamengedrongen, dan de eerste. Wij moeten hiervoor dus naar de aangegeven bron verwijzen en stippen alleen hier nog<noinclude></noinclude>
liks8rv29qb34wjuejeh8047p19egr6
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/456
104
84549
220218
217753
2026-04-21T12:41:26Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
220218
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|52|ALBUM DER NATUUR.|}}</noinclude>'''Zamenstelling der schelp en des deksels van Helix pomatia.''' — De heer {{sc|b. wicke}} te Göttingen heeft in de ''Ann. d. Chem. u. Pharm''. CXXV, p. 78 de uitkomsten bekend gemaakt van eenige door hem verrigte analysen van vischbeenderen, eijerschalen en van de schelp en den deksel van de wijnbergslak. Wij deelen hier alleen die betreffende laatstgenoemde mede om het in het oogvallend verschil in zamenstelling der beide deelen, niet alleen, wat de hoeveelheid organische, maar vooral wat de hoeveelheid der phosphorzure zouten betreft.
{| style="margin: 1em auto 1em auto;"
|-
|||Schelp{{gap}}||Deksel
|{{ts|ar}}| ||
|-
|Koolzure kalk||96,07||86,75
|-
|Koolzure magnesia|| 0,98||0,96
|-
|Phosphorzure aarden{{gap}}||||5,36
|-
|Phosporzure ijzeroxyd||0,85||0,16
|-
|Kiezelzuur||1,15||0,35
|-
|Organische stof||0,95||6,42
|-
|||100,00||100,00
|}
{{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
'''Nieuwe phase in de geschiedenis van het ozon.''' — Onder den titel ''Untersuchungen über den Sauerstoff'' (Hannover) is door den hoogleeraar {{sc|g. meissner}} te Göttingen zeer onlangs een hoogstmerkwaardig boek uitgegeven. Het bevat eene reeks van onderzoekingen over het ozon, waarvan de hoofdresultaten de volgende zijn.
1°. Ozon en antozon (de beide reeds vroeger door {{sc|schonbein}} onderscheidene vormen, waaronder de actieve zuurstof optreden kan) ontstaan uit de gewone zuurstof door elektrische ''influentie'' en zijn niet anders dan de van elkander afgescheiden moleculen der gewone neutrale zuurstof, het ozon met eene negatieve, het antozon met eene positieve elektrische lading voorzien.
2°. De overheerschende eigenschap van het ozon is die van zich met een groot aantal oxydeerbare ligchamen te kunnen verbinden, ten gevolge waarvan het in de natuur in den regel even snel weder verdwijnt als het ontstaat.
Het antozon is gekenmerkt door de eigenschap van zich met water chemisch te kunnen verbinden tot HO<sup>{{smaller|2}}</sup> Het bezit die eigenschap echter slechts dan wanneer het met het maximum van positieve elektriciteit geladen is. Is die lading door geleiding enz. verminderd, dan openbaart zich die verwantschap in het vermogen om waterdamp tot blaasjes te condenseren en wolken of nevels te vormen.
3°. Het vermogen om water onder den vorm van nevels of wolken te<noinclude></noinclude>
4bsy2lyfnbrobu9yfevercnqg0e1zsa
Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/116
104
85827
220228
2026-04-22T07:35:55Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
220228
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem>
{{Gap|5em}}{{sp|Robbrecht}}.
Och edel vrouwe, dat sal u gescien.
Waer sidi, Esmoreyt, neve mijn?
{{gap|4em}}{{sp|De jonghelinc}}.
Ic ben hier, bi Apolijn,
O Mamet ende Mahoen,
{{sup|750}}Lieve vader, hoghe baroen,
Die moet u gheven goeden dach<ref>''Goeden dach gheven'' is in wenschen zeer gewoon. ''Goeden dach'' komt met ''goet gheval'' d. i. ''voorspoed'' vrij wel overeen.</ref>
Ende oec mijnder moeder die ic noit en<ref>''Noit en'' d. i. ''ne jamais''.</ref> sach
Meer dan nu te deser tijt.
Ic ben al mijnder droefheid quijt<ref>''Quijt'' d. i. ''bevrijd van''. In ons ''kwijtschelden'', oudtijds: ''quite scelden''
d. i. ''vrij spreken'' komt de beteekenis goed uit, het Mnl. had nog ''quite worden; quite zijn; quite maken; quite laten'' en ''quiten. Quijt'' werd gecon-
strueerd met den tweeden nval.</ref>
{{sup|755}}Die ic in mijn herte ontfinc.
Doen ic vernam dat ic een vondelinc
Was, doen waert ie die droefste man
Die nie ter werelt lijf ghewan<ref>''Ghewan'' van ''ghewinnen'' d. i. ''winnen, verkrijgen'', hetzelfde als ''ontfaen'', zie vs. 469.</ref>,
Maer het es mi al ten besten vergaen.
{{gap|1em}}{{sp|De kersten coninc, sijn vader}}.
{{sup|760}}O Esmoreit, doet mi nu verstaen
Ende segt mi, waer hebdi ghewoent?
{{gap|4em}}{{sp|De jonghelinc}}.
Met enen coninc die es ghecroent
Te Damast, her vader mijn.
Hi es een edel Sarrasijn,
{{sup|765}}Die vant mi in sinen bogaert,
Ende hi heeft een dochter van hoger aert
Die mi soe blidelije ontfine:
Doen mi haer vader die coninc
Vant, doen wert si mijn moeder
{{sup|770}}Ende hielt mi op als haren broeder,
Daer iexse ewelije om minnen moet:
</poem><noinclude></noinclude>
stoe2s8faznjm88xite0xq219712zr3
220229
220228
2026-04-22T07:36:13Z
Havang(nl)
4330
220229
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem>
{{Gap|5em}}{{sp|Robbrecht}}.
Och edel vrouwe, dat sal u gescien.
Waer sidi, Esmoreyt, neve mijn?
{{gap|4em}}{{sp|De jonghelinc}}.
Ic ben hier, bi Apolijn,
O Mamet ende Mahoen,
{{sup|750}}Lieve vader, hoghe baroen,
Die moet u gheven goeden dach<ref>''Goeden dach gheven'' is in wenschen zeer gewoon. ''Goeden dach'' komt met ''goet gheval'' d. i. ''voorspoed'' vrij wel overeen.</ref>
Ende oec mijnder moeder die ic noit en<ref>''Noit en'' d. i. ''ne jamais''.</ref> sach
Meer dan nu te deser tijt.
Ic ben al mijnder droefheid quijt<ref>''Quijt'' d. i. ''bevrijd van''. In ons ''kwijtschelden'', oudtijds: ''quite scelden''
d. i. ''vrij spreken'' komt de beteekenis goed uit, het Mnl. had nog ''quite worden; quite zijn; quite maken; quite laten'' en ''quiten. Quijt'' werd gecon-
strueerd met den tweeden nval.</ref>
{{sup|755}}Die ic in mijn herte ontfinc.
Doen ic vernam dat ic een vondelinc
Was, doen waert ie die droefste man
Die nie ter werelt lijf ghewan<ref>''Ghewan'' van ''ghewinnen'' d. i. ''winnen, verkrijgen'', hetzelfde als ''ontfaen'', zie vs. 469.</ref>,
Maer het es mi al ten besten vergaen.
{{gap|1em}}{{sp|De kersten coninc, sijn vader}}.
{{sup|760}}O Esmoreit, doet mi nu verstaen
Ende segt mi, waer hebdi ghewoent?
{{gap|4em}}{{sp|De jonghelinc}}.
Met enen coninc die es ghecroent
Te Damast, her vader mijn.
Hi es een edel Sarrasijn,
{{sup|765}}Die vant mi in sinen bogaert,
Ende hi heeft een dochter van hoger aert
Die mi soe blidelije ontfine:
Doen mi haer vader die coninc
Vant, doen wert si mijn moeder
{{sup|770}}Ende hielt mi op als haren broeder,
Daer iexse ewelije om minnen moet:
</poem><noinclude></noinclude>
qw5cjcqrpviqr0e6ie69l1o4rkjln7z
Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/117
104
85828
220230
2026-04-22T07:50:31Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
220230
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><poem>
Die heeft mi al ghemaeet vroet,
Hoe dat mi haer vader vant
Ende dat ic lach in desen bant,
{{sup|775}}Doen haer vader mi haer brachte.
{{gap|5em}}{{sp|De vrouwe}}.
Dits die bant die ic selve wrachte,
Esmoreit, wel scoene man.
Ic setter uws vader wapen an<ref>''Setten an'' is het actief van hetgeen vs. 596 wordt gezegd: ''staen an''.</ref>,
Men macht noch sien in drie paertien<ref>''Paertien'' d. i. ''deelen'', hier, van een geslachtswapen gezegd, ''kwartieren'' van ''paertie'', zie boven op vs. 194.</ref>,
{{sup|780}}Ende oec die wapen van Hongherien,
Om dat ghi daer uut sijt gheboren<ref>Verg. vs. 190 vigg. en vs. 664 vlgg. over de famille.</ref>;
Soe haddie u soe uut vercoren,
Dat icken maecte tuwer eren,
Dat<ref>''Dat'' staat voor ''iets wat''.</ref> mi ter droefheit moeste verkeren,
{{sup|785}}Esmoreit, doen ic u verloes<ref>''Verloes'' d. i. ''verloor.''</ref>.
Ie bidde gode, die sijn cruce coes,
Dat hijt hem te recht wille vergheven,
Die mi anedede dat bitter leven.
Daer ie soe langhe in hebbe ghesijn.
{{gap|4em}}{{sp|De jonghelinc}}.
{{sup|790}}O lieve moeder, bi Apolijn,
En was nie ondaet noch moert<ref>''Ondact noch moert''. In ''ondaet'' en ''ondadich'' heeft ''on'' niet de ''ontkennende'' kracht, maar geeft — om de woorden van {{asc|BRILL}} te spreken — » te kennen, dat bet door het stamwoord aangeduide ding of voorwerp van zijne natuur ontaard of in het algemeen ''ongeschikt'' en ''onbehagelijk'' is, evenals in ''ondier, onmensch, onkruid, ontijd, onweder''."</ref>
Si en moeten comen voert<ref>''Comen voert'' d. i. ''aan het licht komen''.</ref>,
Ende indinde werden si gheloent.
{{gap|5em}}{{sp|Robbrecht}}.
Bi den here die was ghecroent
{{sup|795}}Met eenre croenen van dorijn<ref name=dorijn>''Van dorijn'' of ''dorenijn'', gelijk de oude lezing luidt d. i. ''doernen. Yn''</ref>,
</poem><noinclude></noinclude>
c1k6t0qe1vie6dh5m4bdssonwmowrzc
Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/118
104
85829
220231
2026-04-22T08:04:55Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
220231
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><ref follow=dorijn>''(iin)'' is de oude uitgang der stoffelijke bijv. nmw. als ''silverijn (van zilver); ivorijn (van ivoor); sidijn (van zijde); wullijn (van wol); guldijn (van goud); ijserijn (van ijzer),'' die geregeld werden verbogen als elk ander adjectief. Eerst sedert een vijftig jaren zijn zij onverbuigbaar om reden dat allengs de uitspraak de helder klinkende vocaal van ''ijn'', hetgeen bij zooveel achtervoegsels en uitgangen is geschied en trouwens nog dagelijks geschiedt, tot eene toonlooze ''e'' heeft verzwakt. Verg. daarover {{asc|TE WINKEL}}
Taalgids I bl. 49 vlgg.</ref><poem>
Esmoreit neve mijn,
Wistict wie dat hadde ghedaen,
Die doot soude hi daer omme ontfaen,
Ofte hi ontsoncke mi in die eerde<ref>''Ofte hi ontsoncke mi in die eerde'' d. i. volgens {{asc|SERRURE}}'s vertaling :
''à moins que la terre ne vînt à l'engloutir.''</ref>;
{{sup|800}}Ic soudene seker met minen sweerde
Doeden ofte nemen dlijf<ref>''Doeden ofte nemen dlijf'', tautologisch als ''sterven ende leven niet; roepen lude ende niet stille; lude zingen ende ho; vroet ende wijs sijn; al
heymelike niet openbare'' enz. enz.</ref>.
Ay mi, oft<ref>''Oft'' d. i. ''indien''.</ref> ic den keytijf
Wiste die u den lachter dede,
Hi en soude mi niet in kerstenhede
{{sup|805}}Ontsitten<ref>''Ontsitten'' d. i. ''ontkomen''. Evenals de afgeleide ww. ''ontrinnen ontloopen; ontsterven afsterven, ontgaan vrijkomen; ontvaren'' of ''ontliden ontgaan; ontflien ontvlieden: ontclemmen ontklimmen; ontlopen ontsnappen; ontriden ontvluchten; ontscieten ontkomen; ontvechten ontworstelen; ontkeren ontkomen'' beteekenen, dus zooveel te kennen geven als zich buiten iemands
bereik stellen op de wijze door het stamwoord van de afleiding aangegeven: zoo zal ''ontsitten'' eigenlijk moeten beduiden zich ''door zitten vrijwaren tegen''
(gelijk ''ontsculen'' of ''ontbliven: zich vrijwaren door zich schuil te houden'' of ''door te blijven''), en in uitgebreideren zin ''ontkomen, ontgaan. Ontsitten'' lezen we ''Limb.'' II vs. 956 :
{{gap|4em}}Maer si behoeven te hebben el
{{gap|4em}}Dan taelmanne, selen si mi ''ontsitten'';
IX vs. 340:
{{gap|4em}}Mi heeft wonder hoe ons sal
{{gap|4em}}Die stad ''ontsitten'' an onsen danc.</ref>, hi ware seker doot.
{{gap|5em}}{{sp|De vrouwe}}.
Nu willen wi leven<ref name=leven>''Leven''. H{{asc|OFFMANN}} is geneigd tot verandering van zijne lezing ''loven'' in ''leven'' (zie ''Vanden Winter ende vanden Somer'' vs. 391, alwaar in vroude leven), en inderdaad, dat heeft geen bezwaar wat aangaat den tekst van het Handschrift, want daaruit kan men het eene even goed lezen als het</ref> in vrouden groet
</poem><noinclude></noinclude>
eos4tr3b8ia4hqb9ojedfb12yu01m38