Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.2
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Hoofdportaal:Geschiedenis/Frankrijk
100
36385
221167
213512
2026-05-14T19:42:56Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
221167
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Geschiedenis van Frankrijk
| afbeelding = Prise de la Bastille IMG 2250.jpg
| alt = bestorming van de Bastille op 14 juli 1789
| beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Frankrijk|geschiedenis van Frankrijk]] en (voormalige) overzeese gebieden.
}}
== Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk ==
*[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Frankrijk/Tijdperken|Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk]]
== Vorsten en leden van vorstenhuizen ==
*[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Frankrijk/Vorsten|Vorsten en leden van vorstenhuizen]]
== Historische figuren ==
*[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Frankrijk/Historische figuren|Historische figuren]]
== Delen van Frankrijk en departementen; afzonderlijk ==
=== Béarn ===
*Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art4|‘VVt Parijs den 18. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
*Anoniem ([ca. 16 december] 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 16 december|Verhael hoe den Coninck van Vrancrijck in Bearn, den geluckigen voortganck heeft gedaen 1620. Alwaer hy wederom de Catholijcke Apostolijcke Roomsche Religie heeft inghestelt, ende de Hughenotten Regeerders ende Gouverneurs heeft afghesedt, ende de Catholijcken in Possessie ghestelt, op den seluen dach als de Hughenotten, oft Calvinisten, ouer vijftich jaren daer eerst begost hadden t’selue in te nemen]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeuen.
*Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10#art2|‘Tijdinghe wt Vranckrijck, in Parijs’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 4-8.
=== Corsica ===
*Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Milaan den 29 July|‘Milaan den 29 July’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p. 2].
;Paoli, Pasquale (1725-1807)
*Anoniem (6 oktober 1769) [[Opregte Groninger Courant/1769/Nummer 80/Londen den 26 September|‘Londen den 26 September’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p. 1].
=== Elzas-Lotharingen ===
*Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/De Fransche protestanten|‘De Fransche protestanten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 9.
;Zabern-affaire
*Anoniem (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/Na Zabern|‘Na Zabern’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p. 1].
=== Frans Vlaanderen ===
*Anoniem (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/De zaak-Lemire|‘De zaak-Lemire’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p. 1].
=== Hertogdom Lotharingen ===
;Charles-Henri de Lorraine-Vaudémont (1649-1723)
*Anoniem (30 oktober 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Zaterdageditie, nummer 44/Gent den 27 October|‘Gent den 27 October’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p. 2] (vermeld als ‘den Prince van Vaudemont’).
;Frans II van Lotharingen (1572-1632)
*Anoniem (30 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 juli (2)#art1|‘Wt Dilinghen den 13. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-7 (vermeld als ‘den Sone vanden Hertoch van Vaudemont’).
*Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art2al2|‘Tydinge vvt Ceulen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7 (vermeld als ‘Monsieur de Vaudemont van Loreynen’).
;Hendrik II van Lotharingen
*Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November#totheyldelbergh|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''.
*Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1al15|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’, alinea 15]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-6.
;Karel IV van Lotharingen (1604-1675)
*Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Sint Truyen den 16 dito|‘Wt Sint Truyen den 16 dito. [= 16 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2] (als ‘den Hertogh van Lotteringen’).
*Anoniem (6 maart 1653) [[Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen/1653/Nummer 10#art2al6|‘Vyt s’ Graven-Hage den 6. Martij 1653’, alinea 6]], ''Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen'', p. 5-7 (vermeld als ‘Den Hertoch van Lorrainen’).
*Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Van den Rhijnstroom, den 16 dito|‘Van den Rhijnstroom, den 16 dito. [= 16 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p. 2].
=== Markgraafschap Baden-Rodemachern ===
;Herman Fortunatus van Baden-Rodemachern (1595-1665)
*Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3al3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 5-6.
=== Normandië ===
*Anoniem (8 maart 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 11/Wt Parijs den 26 dito|‘Wt Parijs den 26 dito. [= 26 februari 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghsche Courante'', [p. 2].
=== Prinsbisdom Straatsburg ===
*Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art5al4|‘Wt den ouer Elsasz van 20. Mey’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 6-7.
;Willem Egon van Fürstenberg (1619-1688), bisschop van Straatsburg
*Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Ceulen den 19 November|‘Ceulen den 19 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p. 2].
=== Prinsbisdom Toul ===
*Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Metz den 28. Februarij|‘Wt Metz den 28. Februarij’]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p. 1].
=== Vrijgraafschap Bourgondië ===
*Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/Brussel den 30 dito|‘Brussel den 30 dito. [= 30 januari 1670]’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p. 2].
=== Overige departementen en regio’s ===
*[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Italië/Hertogdom Savoye|Savoye]]
=== Plaatsen; afzonderlijk ===
;Ardres
*Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art3|‘Wt Parijs den 7. Ianuarij 1621’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 5-6.
;Arras
*Anoniem (11 mei 1916) [[De Avondpost/1916/Nummer 9512/Avond-editie/Het ondergrondsche leven in Atrecht|‘Het ondergrondsche leven in Atrecht’]], ''De Avondpost'', Avond-editie, p. A2.
;Benfeld
*Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Straesburg den 3 September|‘Straesburg den 3 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p. 1].
;Besançon
*Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art1|‘VVt Dole in Bourgoigne, 8. Octobris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-4.
*Anoniem (27 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 oktober#art2|‘Tijdinghe wt Besanzon’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 13-14.
;Dambach-la Ville
*Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Straesburgh den 2 September|‘Straesburgh den 2 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p. 1].
;Duinkerke
*Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Douvren den 11 Augustus|‘Douvren den 11 Augustus’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p. 2].
;Épinal
*Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Mouson den 11 dito|‘Wt Mouson den 11 dito. [= 11 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 1-2] (als ‘Espinael’).
;Finistère
*Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Brest, 24 Juli|‘Brest, 24 Juli’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p. 1].
;Fleurbaix
*Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Rijssel, den 15 dito|‘Wt Rijssel, den 15 dito. [= 15 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p. 2].
;Haguenau
*Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Straesburg den 3 September|‘Straesburg den 3 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p. 1] (vermeld als ‘Hagenau’).
;La Rochelle
*Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Seker schip comende van Rochel|‘Seker schip comende van Rochel brengt tijdinghe dat […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10#art2al11|‘Tijdinghe wt Vranckrijck, in Parijs’, alinea 11]] en [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 10#art2al16|16]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 4-8.
*Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Van Parijs verstaetmen|‘Van Parijs verstaetmen […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/De Gereformeerden|‘De Gereformeerden hebben in Vranckrijck een Generalen Vasten-dach inghestelt, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Vranckrijck|‘Wt Vranckrijck werdt gheschreven, […]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2].
*Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Die van Rochelle brenghen mede|‘Die van Rochelle brenghen mede, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
;Le Folgoët
*Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Landerneau, 24 juli|‘Landerneau, 24 juli’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p. 1].
;Le Havre
*Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Vranckrijck|‘Wt Vranckrijck werdt gheschreven, […]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2] (Le Havre vermeld als ‘Habel de grace’).
;Lyon; opstand van de zijdewerkers in Lyon, 1831
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/Parijs, den 26 November|‘Parijs, den 26 November’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/Rijssel, den 29 November|‘Rijssel, den 29 November, 4 ure’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/Parijs, den 12 December|‘Parijs, den 12 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/Parijs, den 19 December|‘Parijs, den 19 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Marseille
*Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art2|‘Wt Venetien den xxvj. Junij 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-5 (Marseille vermeld als ‘Marsilia’).
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De stad Marseille|‘De stad Marseille heeft den ingenieur Talabot […] toegestaan tot het bouwen van een dok aan de haven van Joliette. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Marseille; economische geschiedenis
*Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Parys den 12 February|‘Parys den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p. 1].
;Metz
*Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt Ceulen, den 11. May|‘VVt Ceulen, den 11. May’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.''
;Mouzon (Ardennes)
*Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt Reims in Champaigne den 3 October|‘Uyt Reims in Champaigne den 3 October’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p. 2].
*Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt Sint Omer den 9 dito|‘Uyt Sint Omer den 9 dito. [= 9 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p. 2].
*Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt Lutzenborg den 10 dito|‘Uyt Lutzenborg den 10 dito. [= 10 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p. 2].
*Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt het quartier te Vendy op de Aine den 11 dito|‘Uyt het quartier te Vendy op de Aine den 11 dito. [= 11 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p. 2].
*Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/Uyt Antwerpen den 13 dito|‘Uyt Antwerpen den 13 dito. [= 13 oktober 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p. 2].
;Mulhouse
*Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art5|‘Wt den ouer Elsasz van 20. Mey’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 6-7.
;Nice
*Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 5]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Parijs
*Anoniem (18 februari 1814) [[Nederlandsche Staatscourant/1814/Nummer 41/Uit de engelsche dagbladen|‘Uit de engelsche dagbladen, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
*Anoniem (2 november 1815) [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Heden|‘Heden, is een Pruisisch legerkorps […] de hoofdstad doorgetrokken’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 augustus 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 62/Parijs, den 26 Julij|‘Parijs, den 26 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
*Anoniem (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Te Parijs|‘Te Parijs opende de President Felix Faure de nieuwe rue Reaumur. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
;Pau
*Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art4|‘VVt Parijs den 18. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
*Anoniem ([ca. 16 december] 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 16 december|Verhael hoe den Coninck van Vrancrijck in Bearn, den geluckigen voortganck heeft gedaen 1620. Alwaer hy wederom de Catholijcke Apostolijcke Roomsche Religie heeft inghestelt, ende de Hughenotten Regeerders ende Gouverneurs heeft afghesedt, ende de Catholijcken in Possessie ghestelt, op den seluen dach als de Hughenotten, oft Calvinisten, ouer vijftich jaren daer eerst begost hadden t’selue in te nemen]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeuen.
;Ploudaniel
*Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Landerneau, 24 juli|‘Landerneau, 24 juli’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p. 1].
;Porte-Vecchio
*Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Genua den 10 December|‘Genua den 10 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p. 1].
;Quimper
*Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Parijs, 24 Juli (2)|‘Parijs, 24 Juli [2]’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p. 1].
;Rijssel
*Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Rijssel, den 15 dito|‘Wt Rijssel, den 15 dito. [= 15 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p. 2].
;Saint-Denis
*Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 6]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Saint-Jean-de-Luz
*Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''] (als ‘S. Jan de Lour’).
;Saint-Venant
*Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Antwerpen den 23 Augusti|‘Antwerpen den 23 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p. 2].
;Sainte-Menehould
*Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Vranckrijck|‘Wt Vranckrijck werdt gheschreven, […]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2] (Georges de Brancas vermeld als ‘S. Menehond’).
;Soissons
*Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 2]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Stenay
*Anoniem (8 maart 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 11/Wt Mommede den 28 dito|‘Wt Mommede den 28 dito. [= 28 februari 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghsche Courante'', [p. 2].
;Stotzheim
*Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Straesburgh den 2 September|‘Straesburgh den 2 September’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p. 1] (vermeld als ‘Stotsheym’).
;Straatsburg
*Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art5|‘Wt den ouer Elsasz van 20. Mey’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 6-7.
*Anoniem ([ca. 11 augustus] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 11 augustus#art2|‘Wt den Elsas van xxvij. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7.
*Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art2|‘Tydinge vvt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7.
*Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (2)#art4|‘VVt den ouer Elsasz van 1. December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
*Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 6#art2al6|‘VVt Monicken in Beyeren 3. Ianuarij’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 4-5.
*Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art4|‘Tijdinghe wt weenen’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 5-7.
*Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art6|‘Wt het Lant van den Elsasz’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 5-7.
*Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Francfoort den 19 dito|‘VVt Francfoort den 19 dito. [= 19 januari 1621]’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2].
*Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Ceulen den 3. Meert|‘Wt Ceulen den 3. Meert’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Straetsburg den 14 November|‘Straetsburg den 14 November’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p. 2].
;Toulon
*Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Naar aanleiding van het bezoek van het Russische eskader te Toulon|‘Naar aanleiding van het bezoek van het Russische eskader te Toulon […]’]], ''Arnhemsche Courant'', Bijvoegsel, [p. 1].
;Tours
*Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/Oock verstaetmen|‘Oock verstaetmen datter te Tours twaelf persoonen ghehanghen waren […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
;Valenciennes
*Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Antwerpen den 23 Augusti|‘Antwerpen den 23 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p. 2].
== Koloniale geschiedenis ==
Hierbij alleen geschiedschrijving vanuit de optiek der koloniserende mogendheid. Voor geschiedschrijving vanuit de gekoloniseerde mogendheid zie het desbetreffende land of gebied.
;Algerije
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De Moniteur|‘De Moniteur bevat een rapport van den minister van oorlog aan den Keizer, […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Dahomey
*Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Parijs, 20 Dec.|‘Parijs, 20 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Berlijn, 27 Dec.|‘Berlijn, 27 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 3].
;Frans-Algerije
*Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Parijs, den 21 Julij|‘Parijs, den 21 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Algiers, 24 April (1)|‘Algiers, 24 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Algiers, 24 April (2)|‘Algiers, 24 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Frans protectoraat van Tunesië
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Bona, 24 April|‘Bona, 24 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Londen, 25 April|‘Londen, 25 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Saint-Dominique (Haïti)
*Anoniem (12 september 1825) [[Leydse Courant/1825/Nummer 109/Parys den 8 September|‘Parys den 8 September’, alinea 2]], ''Leydse Courant'', [p. 2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen]]
5sgnq4b31vknogmtpinmodgjuy7l84s
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/35
104
81545
221160
220985
2026-05-14T19:02:36Z
Vincent Steenberg
280
afb. vervangen
221160
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}}
[[Bestand:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2 plate B black and white.jpg|center|500px]]
{{rechts|B. 19.|2em}}
{{dhr}}<noinclude></noinclude>
m635twv7ybyfj42ikpi6c4eltmskwe0
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/140
104
85167
221146
218698
2026-05-14T12:44:59Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221146
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|122|LEVEN IN DE DIEPTE DER ZEE.|}}</noinclude>Het is zonder twijfel te vergeefs, dat wij trachten eene scherpe grensscheiding te trekken tusschen de twee bewerktuigde rijken, en de oudere meening, dat de laagst bewerktuigde voorwerpen voldoende als planten en dieren te onderscheiden zijn, is niet houdbaar. Verdere onderzoekingen zullen welligt duidelijker de trapsgewijze overgangen aantoonen, door welke de kenmerken van dieren en planten in elkander versmelten; maar zoo de ademhaling het dier in staat stelt om de zuurstof der lucht te assimileren, en de ijzerzouten, in de maag gebragt, den weg tot in het bloed kunnen vinden, dan vindt men den eersten schakel der overeenkomst in dit opzigt reeds bij de hoogste vormen van het dierlijk leven <ref>Zoo is het ook verkeerd, gelijk echter veel gedaan is, om aan de zouten, die het voedsel der hoogere dieren en van den mensch bevat en bevatten moet, den naam van ''voedingstoffen'' te ontzeggen. {{r|{{sc|L}}.{{gap|6em}}}}</ref>.
De geologische belangrijkheid van {{sc|wallich}}'s onderzoekingen is zeer groot, daar men nu zekere aardlagen niet kan beschouwen als gevormd te zijn in ondiepe zeeën, alleen daarom, omdat zij de overblijfselen van dieren bevatten, die wij gewoon zijn aan slechts matige diepten te verbinden. En de biologische beschouwing van zijne resultaten zijn niet minder belangrijk en leerzaam. Redeneren wij ''a priori'', dan zou het schijnen, dat, indien gedurende lange tijdperken een aan de kust levende soort van dier, zoo hoog georganiseerd als de zeester, geacclimateerd was geworden voor veel grootere diepten, de drukking, de duisternis en de verschillende voorwaarden der ademhaling een invloed zouden hebben moeten uitoefenen, die zich in veranderingen van vorm en zamenstel hadden moeten openbaren. Doch de door {{sc|wallich}} gevondene voorwerpen vertoonden van zoo iets niets. Leefden de ''Ophiocomae'' uit de diepe zee, die tot dezelfde soort behooren als die aan de kust, zelve vroeger in ondieper water en zijn zij vrijwillig of onvrijwillig naar de diepte verhuisd? Of zijn zij de echte kinderen van den afgrond der zee, de regtstreeksche afstammelingen van vaderen, wier verplaatsing dagteekent van het tijdperk toen wijzigingen van de hoogte van den bodem en van de verdeeling van land en water eene verandering in hunne woonplaats te weeg bragten? De<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
aui0zl00k1iitr3bpexxknumazw3v1r
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/141
104
85168
221147
218699
2026-05-14T12:47:09Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221147
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||LEVEN IN DE DIEPTE DER ZEE.|123}}</noinclude>''Ophiocoma granulata'' is een goed voorbeeld van de standvastigheid van type, niettegenstaande het verschil van omstandigheden. Dit dier leeft van de grenzen van den noordpoolcirkel tot de Britsche kusten op eene diepte van 10 tot eene van 1260 vademen, en in elke van deze uitersten of der tusschenliggende diepten plant het zich voort.
De planten schijnen zulk eene vatbaarheid tot schikking naar veranderde omstandigheden niet te bezitten. Dr. {{sc|wallich}} ontmoette geene eigenlijke algen beneden 300 vademen, en uit groote diepten haalde hij slechts fragmenten van diatomeën op in een toestand, zoo verschillende van dien, waarop men ze in ondieper water aantreft, dat het duidelijk bleek, dat het plantenleven op eene in vergelijking van het dierlijk leven geringer diepte ophoudt. Deze verzekering van dr. {{sc|wallich}} moge wat te stellig schijnen, maar indien het bevonden wordt, dat er streken in de diepte der zee zijn, waar, om zoo te zeggen, elk dier zijne eigene plant is, dan zullen er nieuwe geheimen betreffende de groote verborgenheden van de organisatie en het leven ontsluijerd worden.
De hoofdresultaten van dr. {{sc|wallich}} zijn de volgende:
1. De voorwaarden, die op groote diepten aanwezig zijn, ofschoon verschillende van die nabij de oppervlakte der zee, zijn niet onbestaanbaar met leven.
2. Het voorkomen van dezelfde diersoorten in ondiep water en op groote diepten bewijst (in de veronderstelling dat de leer van afstammings-middelpunten voor elke soort gegrond is), dat zij den overgang van den eenen toestand tot den anderen zonder nadeel hebben doorgestaan.
3. Er is in de voorwaarden, die op groote diepten heerschen, niets, dat het onmogelijk zou maken, dat dieren, die 't zij oorspronkelijk, 't zij door acclimatisatie geschikt zijn om onder haren invloed te leven, ook geschikt zouden worden om te leven in ondiep water, mits de overgang zeer trapsgewijze zij, — en daarom is het mogelijk, dat soorten, die nu ondiep water bewonen, in vroegere tijdperken de bewoners van groote diepten geweest zijn.
4, Aan den eenen kant maken de voorwaarden, die nabij de oppervlakte der zee heerschen, het mogelijk, dat organismen na hun dood in grootere diepten nederzinken, mits elk gedeelte van hun zamenstel voor water doordringbaar is. Aan den anderen kant zijn de<noinclude></noinclude>
82i3frrsq0cpti91q0ifglf8qu60ncp
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/142
104
85169
221148
218700
2026-05-14T12:47:54Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221148
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|124|LEVEN IN DE DIEPTE DER ZEE.|}}</noinclude>voorwaarden op groote diepten van dien aard, dat het onmogelijk is, dat nog levende dieren zich uit haar naar de oppervlakte zouden kunnen begeven of dat na hun dood hunne overblijfselen in ondiep water zouden kunnen bezinken.
5. De ontdekking van ook slechts ééne enkele soort, die normaal op groote diepten leeft, waarborgt ons, dat ook de diepe zee hare fauna bezit, en dat zij die ook in de vroegere tijdperken der aarde bezeten heeft. Derhalve kunnen verscheidene fossilen bevattende lagen, die tot dusverre beschouwd worden als in betrekkelijk ondiep water afgezet, op groote diepten bezonken zijn.
::(Naar ''The Intellectual Observer'', X, 1862.)
{{r|[[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|L.}}]]{{gap|4em}}}}
{{dhr}}
{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude>
dvlz5is9rf8u7epg2f4dluf7m0t0f36
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/243
104
85303
221149
218975
2026-05-14T12:50:24Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221149
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{larger|'''IETS OVER HET WATER.'''
WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET;}}
{{smaller|door}}
{{sc|M. van LISSA}}.}}
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
{{r|{{smaller|''Aus manchen Samenkorn das ein Vogel hintrug, erwuhs mit</br>
der Zeit ein Wad von Böhmen, eine neue Schöpfung.</br>
{{sc|Herder}}{{gap|6em}}}}.}}
Alvorens tot de behandeling van zijn onderwerp over te gaan, gevoelt de schrijver dezer schets zich gedrongen, de welwillende toegevendheid zijner lezers in te roepen voor de vele leemten, die zijnen arbeid gewis aankleven; maar al te zeer is hij overtuigd, hoe zwak zijne krachten zijn voor zulk eene veelomvattende taak, en gewis had hij zich daaraan niet gewaagd, wanneer hij niet, gedachtig aan het hierboven geplaatste motto, de hoop voedde, door zijn werk misschien aanleiding te geven, dat ook anderen en beteren hunne talenten aan dit waarlijk schoone en grootsche onderwerp wijden zullen.
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
In het opschrift van deze verhandeling hebben wij reeds de hoofddeelen doen kennen, die wenschen te splitsen; daarvan zullen wij echter de eerste en tweede kortheids- en duidelijkheidshalve vaak ineen moeten smelten, terwijl het derde nagenoeg geheel op zich zelf zal kunnen behandeld worden.
In scheikundigen zin sprekende, bestaat water uit één volume-deel zuurstof met twee volume-deelen waterstof verbonden; d.i. uit twee gasvormige enkelvoudige ligchamen, die als zoodanig elk afzonderlijk kunnen worden daargesteld, en dan, onder zekere omstandigheden en in de juiste verhouding te zamen komende, water vormen, terwijl omgekeerd water op verschillende wijze in deze beide zamenstellende gassen kan worden ontleed.
{{nop}}<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||15{{gap|2em}}}}</noinclude>
nh76dkdk98pha3o3tgo67rn34c8rb5c
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/245
104
85305
221150
218977
2026-05-14T12:53:10Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221150
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR MET IS, EN WAT HET DOET.|227}}</noinclude>bevat; — en dat dit zoo zijn moet, zal ons van zelf duidelijk worden, als wij in breede trekken eene schets geven van de natuurlijke geschiedenis van het water.
Uit de eerste leerboeken der aardrijkskunde weten wij reeds, dat de oppervlakte der aarde bestaat uit land en water; — dat het water tot het land staat ongeveer als 27: 10, en dat de grootste watermassa zee genoemd wordt. De zee nu is de onuitputtelijke vergaarbak waaruit alle water komt en waartoe alle wateren terug keeren; uit de zee ontstaan de waterstroomen, die de aarde doorloopen om er zich tot meren en moerassen te verzamelen of de gronden te besproeijen; de onmetelijke uitwaseming, waartoe zij aanleiding geeft en die door de zon en de winden wordt aangewakkerd, — brengt de wolken voort, welke die winden weder in alle rigtingen verspreiden, die zich in regen uitstorten, de aarde doorzijpelen, kleine waterstroomen in de diepte der aardkorst vormen, onderaardsche meren daarstellen, bronnen voeden, fonteinen doen springen, zich tot vlieten en beeken vereenigen, rivieren doen ontstaan en, door eenen noodzakelijken kringloop, als stroomen tot den oceaan wederkeeren.
Wij willen in geene nadere geographische beschouwing van dit onderwerp treden. Genoeg dat wij thans overtuigd zullen zijn, dat het onmogelijk is op de aardoppervlakte scheikundig zuiver water aan te treffen; immers zelfs het regenwater, dat als het ware door een destillatie-proces is daargesteld, dat dus wel met het kunstmatig gedestilleerde water moest overeenkomen in zuiverheid, heeft, vóór het op de aarde aankomt, reeds verschillende luchtvormige bestanddeelen opgenomen; het bevat gemiddeld 0,04 van zijn volume aan lucht ({{smaller|{{frac|3|5}}}} zuurstof en {{smaller|{{frac|2|3}}}} stikstof, dus niet eenvoudig aanhangende dampkringslucht) en is vaak ook verontreinigd door zeer geringe hoeveelheden ammonia, door stof of vuil of kleine diertjes somtijds nog door bijzondere plaatselijke of toevallige bijmengselen. Langs daken en goten wordt dit regenwater dan in de regenbakken geleid; het vindt dan eerst steenen of andere oppervlakten van grootere of kleinere uitgebreidheid, waarlangs het moet loopen, alvorens de bak te bereiken. Dat die oppervlakten invloed kunnen uitoefenen, wie zal het betwijfelen? en wie kent niet bij name de schadelijke<noinclude></noinclude>
8kjlt3r81b7hhcmstyn6vzksunz2pfl
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/246
104
85306
221152
218978
2026-05-14T13:02:27Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221152
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|228|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>gevolgen b.v. van looden daken of van de meer algemeen voorkomende looden pijpen? Bijna ieder zal uit zijne naaste omgeving een waar of verdacht geval van zoogenaamde loodvergiftiging, daardoor veroorzaakt, kunnen aanwijzen, en enkele dier gevallen zijn van algemeene bekendheid. Zoo b.v. dat der vorstelijke familie {{sc|orleans}} te Claremont, in welk geval het water later bleek ruim 0,01 wigtje metallisch lood per Ned. kan te bevatten; voorts de bekende daadzaak, dat het regenwater te Amsterdam dikwijls met lood is bezwangerd, enz
Maar al ontmoet het regenwater gedurende zijn geheelen loop niet dan ''steenen'' daken en kanalen, dan nog is het verontreinigd door medegevoerde stof en schuurt het kleine fragmenten van die oppervlakten af, waardoor dan ook water uit regenbakken altijd zouten bevat. Bij al deze schadelijke omstandigheden komen nu nog de onzuiverheden van den bak zelven en het is dus wel niet te verwonderen, dat regenwater dikwijls, alvorens tot gebruik geschikt te zijn, door kunstmiddelen moet gefiltreerd worden.
Van het wolkenwater, dat niet kunstmatig opgevangen wordt, blijft een deel aanvankelijk op de hooge bergen als sneeuw en ijs aan de oppervlakte; een ander deel dringt onmiddellijk den grond in om deels tot voedsel te strekken voor de planten, deels door den mensch in daartoe ingerigte vergaarplaatsen uit de omliggende gronden te worden verzameld als welwater, deels volgt het zijn eigen, straks nader door ons te beschrijven weg.
Dat, hetwelk onmiddelijk opgenomen wordt door de plantenwereld, vinden wij terug in de laatste afdeeling van onze schets. Het meer bepaaldelijk zoo genoemde welwater, dat tot huishoudelijk gebruik van het meeste gewigt is, heeft op zijnen loop door de aardkorst weer meerdere stoffen opgenomen dan het regenwater reeds bevat, natuurlijk verschillende naar den aard der doorgeloopen terreinen; en het spreekt dus wel van zelf, dat wij in dat welwater de meeste afwijkingen zullen aantreffen. In het algemeen is bet, in scheikundigen zin, het onzuiverste, en de eigendommelijke smaak, die er eigen aan is, is altijd van vreemde, daarin opgeloste stoffen afhankelijk. Welwater bevat vele zouten en behoort dan ook tot de zoogenaamde ''harde wateren'', dat wil zeggen zulke wateren, die niet geschikt zijn tot waschwater,<noinclude></noinclude>
tdrkdzqvuga6qo4sew90vosdrkwz2j4
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/253
104
85334
221158
219056
2026-05-14T13:27:18Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221158
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|235}}</noinclude>die stilstaande plassen moeten een water bevatten, dat in de hoogste mate verontreinigd is, en de beteekenis, in onze taal aan het woord ''poel'' toegekend, doet genoegzaam het volksoordeel daarover kennen. — Wat dat water is, met andere woorden, wat het bevat, kan voor ons van betrekkelijk minder belang geacht worden; bruikbaar is het in geen geval, en het is meer uitsluitend in zijnen nadeeligen invloed, in zijne miasmatische besmettelijkheid, dat wij het moeten nagaan; en dan is de zamenstelling van weinig of geen belang, want nog is het der wetenschap niet gelukt het schrikbeeld miasme feitelijk daar te stellen, en meestal is het onmogelijk, in bepaald bedorven en sterk verontreinigd water een bestanddeel aan te wijzen, dat als het eigenlijk schadelijke beginsel moet worden beschouwd.
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
Wanneer wij een oogenblik ons herinneren, wat in de voorgaande bladzijden over de verschillende watersoorten is gezegd; hoevele oorzaken van verontreiniging wij hebben leeren kennen, van dat het water als regen uit de wolken nederstroomt, totdat het langs kortere of langere wegen, met weinige of talrijke stations, als ik die vergelijking hier bezigen mag, de groote rivieren heeft bereikt; hoe wij gezien hebben, dat die rivieren op haren loop nog steeds nieuwe bijmengsels opnemen, — als wij ons herinneren de opgave van de bestanddeelen, die in ééne rivier (de Rijn) voorkomen, — en wij nemen dan in aanmerking, dat de zee de groote vergaarbak is van ''alle'' rivieren, dan kunnen wij ligtelijk ons voorstellen, dat het zeewater al zeer onzuiver moet zijn, zelfs zoo het al niet, onafhankelijk van dien toevoer, nog eigenaardige bijmengsels uit zich zelf bezat. Gewis is die toevoer van betrekkelijk geringen invloed te achten bij de enorme watermassa, die de zee daarstelt, en ware dit zoo niet, wij zouden nog geheel andere analysen van zeewater vinden, dan wij nu bezitten<ref>.Dat de watermassa uit de rivieren toch ook nog vrij aanzienlijk is, moge blijken uit de berekening, dat het water uit de stroomen, die Frankrijk bezit, voldoende zou zijn om dat geheele land met eene waterlaag van 20 Ned. duimen dikte te bedekken.</ref>. Wij laten hier en paar daarvan volgen:<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
b651ap01tuswn85jswc2sb765anin41
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/251
104
85335
221156
219057
2026-05-14T13:18:17Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221156
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|233}}</noinclude>geschonken vocht aanvankelijk in zich opneemt en bewaart, doch ledig begint te loopen, zoodra dat vocht eene zekere hoogte heeft bereikt.
{{Img float
| style =
| above =
| file = Albumdernatuur63 257.png
| width = 270px
| align = left
| alt = Fig. 5
| cap = {{fine block|Schematische voorstelling eener tusschenpoozende bron.}}
| capalign = center}} De nevensstaande figuur moge zulks ophelderen. Zij A eene verzameling van water, door het kanaal B gevoed, dan zal de hevel C D E, waardoor A met de buitenlucht in gemeenschap staat, niet gaan loopen, zoolang, het water beneden het niveau F biijft, gelijkstaande met den top van den hevel; doch heeft het eenmaal die hoogte bereikt, dan zal, volgens de bekende wetten, de hevel blijven loopen, totdat de waterspiegel in A zoo ver is gedaald, dat de opening B vrij komt, om dan op nieuw te beginnen te vloeijen, zoodra door nieuwen toevoer het niveau F weder is bereikt of overschreden.
Wij mogen het wel- en bronwater niet verlaten, zonder met een enkel woord melding te maken van de zoogenaamde minerale bronnen, die, wat de theorie van haar ontstaan betreft, geheel en al met de evengenoemde overeenkomen, doch daarvan verschillen door sommige zelfstandigheden, die zij op haren loop hebben opgenomen. Het behoort niet tot dezen arbeid in wijdloopige beschouwingen over minerale bronnen te treden; wij willen er slechts op wijzen, dat sommige wel onuitputtelijk mogen genoemd worden, daar zij jaarlijks duizende en duizende kannen waters opleveren; dat sommige de vreemdste bestanddeelen bevatten en daardoor met vrucht tot technisch of medisch gebruik worden aangewend; en dat vele eenen betrekkelijk hoogen warmtegraad bezitten, die niet altijd juist van vulkanischen oorsprong behoeft te zijn, maar veeleer een bewijs is voor den diepen oorsprong der bron: immers neemt de warmte der aardkorst, bij het naar beneden gaan, aanzienlijk toe, en zou water, dat op 3000 ellen beneden de oppervlakte zijn reservoir had, dáár het kookpunt bereikt hebben. Voor het overige komen wij ook op deze bronnen in het verdere gedeelte dezer schets terug.{{nop}}<noinclude></noinclude>
t13uzdil8hb7r1qiwhrmlv3dl2ixodo
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/249
104
85336
221154
219058
2026-05-14T13:10:27Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221154
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|231}}</noinclude>nu het verzamelde water verder en verder, totdat het ergens eene opwaarts gaande ader ontmoet, waardoor het, onder den invloed zijner eigen drukking, opstijgt, om dan in het rotsachtig terrein eene min of meer komvormige uitholing te vinden en daarin zijnen loop te besluiten.
Nemen wij daarentegen aan, dat de plaats waar het water den grond indringt, aanmerkelijk hoger ligt dan die waar het water te voorschijn komt, dan zal het niet eenvoudig als eene stilstaande bron zich verzamelen, maar, volgens de bekende hydrostatische wet, dat water in vaten, die gemeenschap met elkander hebben, zich tot hetzelfde peil tracht te verheffen, onder de drukking der hoogere kolom met kracht te voorschijn springen; eene kracht, die meer of minder groot zal zijn, naarmate van het verschil in hoogte der beide kolommen, in verband met de verschillende tegenstanden, die de vochtzuil op haren weg had te over winnen.
{{Img float
| style =
| above =
| file = Albumdernatuur63 255.png
| width = 200px
| align = left
| alt = Fig. 3
| cap = {{fine block|}}
| capalign = center}} Graphisch kunnen wij ons de zaak eenvoudig voorstellen, als wij de buis A B C D als den weg der watermassa beschouwen. Vele fonteinen in tuinen of buitenplaatsen of op kleinere schaal in aquaria en bloemenmanden worden op die wijze kunstmatig daargesteld. In het groot zien wij deze eigenschap toegepast bij het boren der zoogenaamde Artesische bronnen, waarbij men eigenlijk niets anders doet, dan dat men, door eene loodregte pijp in den grond te maken, tracht eene uitlozings-opening op zulk een onderaardsch water-kanaal aan te brengen, ter plaatse waar men dit water wenscht te gebruiken. Dat men hierbij niet op losse gronden te werk gaat, maar de hulp der geologie inroept om althans bij benadering te kunnen berekenen, of men al dan niet kans heeft op eene gegevene plaats en op bereikbare diepte zulk eene waterader te vinden, spreekt wel van zelf. Hoe rijk overigens de aardkorst met zulke aderen is doorsneden, kan blijken uit de omstandigheid, dat bij het boren eener Artesische put te Dieppe<noinclude></noinclude>
nuyrmagv0zytmqalx10qzna97t4kraj
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/252
104
85339
221157
219061
2026-05-14T13:22:15Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221157
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|23|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>Het rivierwater komt, zoo als trouwens was te voorzien, vrij wel in bestanddeelen met het welwater overeen. Rivieren toch ontstaan òf op de bergen uit de sneenw- en ijsmassa's, die zich daar bevinden (zoo als b.v. de Rijn grootendeels zijn water krijgt uit den Rheinwald-Gletscher, aan den voet van den Muschelhorn) en dan zullen zij, op haren loop, alligt dezelfde zouten en verontreinigingen ontmoeten als het welwater in zijnen onderaardschen loop — òf wel zij ontstaan al dadelijk uit bronnen, die door zulken onderaardschen toevoer worden gevoed, zoo als b.v. de Donau. Dat dan ook dit rivierwater nog al tamelijk onzuiver kan zijn, zien wij dadelijk, als wij het in een glas beschouwen, aan de vuile kleur, dikwijls minder aangenamen smaak en reuk, en het spoedig vallen van een sterk bezinksel. De volgende opgave eener analyse wan water uit den Rijn, op ongeveer de helft van zijnen loop geschept, zal dit bevestigen. Op 100 Ned. kannen water vond {{sc|deville}}:
{| style="margin: 1em auto 1em auto;"
|-
|Silicium||4,889
|-
|Aluminium||0,25
|-
|IJzer-oxide||0,58
|-
|Koolzure kalk|| 13,66
|-
|Koolzure magnesia||0,5
|-
|Zwavelzure kalk||1,47
|-
|Zwavelzure soda||1,35
|-
|Chloor-sodium (keukenzout)||0,2
|-
|Salpeteraure potasch (salpeter)||0,38
|-
|{{gap|5em}}Totaal||23,17 wigtjes
|-
|}
Wij kunnen ons, voor ons doel, tot dit weinige over het rivierwater bepalen, Doch, alvorens nu over te gaan tot de beschouwing van het zeewater, moeten wij nog met een enkel woord melding maken van de zoogenaamde stilstaande wateren, poelen, slooten en moerassen, die toch ook voor een aanzienlijk gedeelte tot de rivieren terug komen om daarmede naar hunne algemeene verzamelplaats te worden gevoerd.
Op plantaardigen bodem stilstaande, rustende op eene grondlaag, van rottende, aardachtige stoffen, vaak de brandpunten der besproeijings-kanalen en door deze met een aanmerkelijk gehalte van organische stoffen belast, zonder geregelde uitloozing, het graf van myriaden infusorien, insekten en grootere dieren, die daarin het tijdstip hunner geheele ontbinding tijdelijk afwachten, kan het wel niet anders, of<noinclude></noinclude>
s0x762n4ba93r7h2xj6bdqs9tkteu9z
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/254
104
85340
221159
219062
2026-05-14T13:30:06Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221159
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|238|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>{{c|{{Img float
| style =
| above =
| file = Albumdernatuur63 260.png
| width = 400px
| align =
| alt = tabel
| cap = {{fine block|}}
| capalign = center}}}}<ref>{{sc|G.j. mulder}}, ''Verhandeling over de wateren en de lucht der stad Amsterdam en der aangrenzende deelen van ons Vaderland'', 1827.</ref><ref>{{sc|michel lévy}}, ''Traité de hygiène publique et privée'', 1857.</ref>
Wanneer wij na deze opgaven vergelijken met die van het Rijnwater, dan valt het ons al dadelijk op, dat wij nagenoeg dezelfde bestanddeelen er in aantreffen, doch in verschillende hoeveelheid; het meest in het oog loopend verschil is gelegen in het keukenzout, dat bij het zeewater bovenaan staat, en alleen ongeveer {{smaller|{{frac|2|3}}}} der vaste bestanddeelen oplevert, terwijl het in het rivierwater geheel onder aan de reeks staat en slechts voor {{smaller|{{frac|1|115}}}} in de verhouding komt. Uit die omstandigheid zien wij dan ook al dadelijk den naam van ''zout water'', aan zeewater algemeen gegeven, gebillijkt; hoewel, strikt genomen, keukenzout in bijna alle waters voorkomt, trouwens veeltijds slechts tot één millioenste gedeelte.
Dat groote zoutgehalte maakt dan ook het zeewater ten eenen male ongeschikt voor drank of voor huishoudelijk gebruik, en slechts in den laatsten tijd is men er toe gekomen om, ten behoeve der schepelingen, het zeewater door destillatie tot drinken geschikt te maken; dat overgehaalde water moet dan echter nog, alvorens te kunnen worden gebruikt, met lucht en zouten worden voorzien; — gedestilleerd water toch is zwaar en moeijelijk te verteren en veroorzaakt<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
a3oju81z20xhodyf3xm10hq1oe3q3av
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/250
104
85341
221155
219063
2026-05-14T13:14:35Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221155
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|232|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>zeven verschillende waterleidingen op verschillende hoogten werden
{{c|{{Img float
| style =
| above =
| file = Albumdernatuur63 256.png
| width = 400px
| align =
| alt = Fig. 4
| cap = {{fine block|Schematische voorstelling van de theorie der Artesische bronnen. AA. Waterader. BB. Geboorde pijp.}}
| capalign = center}}}}
ontmoet, totdat men eindelijk, op ongeveer 1000 voeten diepte, eene aantrof, die onder genoegzame drukking stond om het water tot boven den grond op te spuiten. En hoe geheel onafhankelijk van elkander deze onderaardsche waterleidingen verloopen, kan daaruit worden opgemaakt, dat in de stad Paderborn op korten afstand bij elkander 130 bronnen voorkomen, welker water in temperatuur niet onaanzienlijk onderling verschilt, dus van verschillende diepten moet afkomen<ref>Dr. {{sc|f.c. krecke}}, ''Beginselen der Alg. Natuurk, Aardrijkskunde.'' 1845.</ref>.
De tusschenpoozende, intermitterende of periodieke bronnen vinden hare verklaring alweder geheel in de natuurkunde. Vooreerst zijn er, wier waterstand eenvoudig afhankelijk is van den stand der zee. Voorbeelden daarvan vindt men te Brest, te Cadix en onder anderen in ons, land te Breskens, waar het zoogenaamde Spanjaards-putje (eene gemetselde welput achter de duinen) regelmatig met vloed en eb op en nedergaat. Andere beantwoorden duidelijk aan de hoeveelheid regen, die op zekere op eenigen afstand gelegene plaatsen valt. Nog andere staan in verband met vulkanen, zo als de Geijser op IJsland. Eindelijk kunnen sommige tusschenpoozende bronnen hare verklaring vinden in de theorie van den Tantalus-beker, een werktuig uit de physique amusante genoegzaam bekend als een glas, dat het daarin<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
f7s6k1ifr7wa31r4oij6udi6equlgff
Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/248
104
85342
221153
219064
2026-05-14T13:07:12Z
WeeJeeVee
2844
/* Proefgelezen */
221153
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|230|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>der aarde ontstaan, en daar als eenvoudige of als intermitterende bronnen of als fonteinen voorkomen.
Het regenwater, dat de aardkorst heeft doorzijpeld, vindt namelijk in de diepere lagen dier korst kanalen of gangen, waardoor het zich vrij beweegt, totdat het zich op de eene of andere plaats, op mindere of meerdere diepte, tot eene groote massa verzamelt; volgens de wetten der waterweegkunde (hydrostatica) zullen die massa's nu, of dadelijk aan de oppervlakte te voorschijn treden, daar dan eene eenvoudige bron daarstellende, of zij vormen door de hoogere drukking, waaronder zij bij haar verschijnen aan de aardoppervlakte staan, springende bronnen of fonteinen, —òf wel zij geven ons, altijd onder den invloed derzelfde wetten, de vreemde verschijnselen der tusschenpoozende bronnen. Het zij ons vergund eenige oogenblikken bij de behandeling dier verschillende vormen stil te staan en hunne wijze van ontstaan nader aan te toonen.
Verbeelden wij ons eene doorsnede der aardkorst voor ons te hebben
{{c|{{Img float
| style =
| above =
| file = Albumdernatuur63 254.png
| width = 400px
| align =
| alt = Fig. 2
| cap = {{fine block|Schematische voorstelling eener doorsnede van de aardkorst. A. Bouwbare aarde. B. Rotsachtig terrein. C. Onderaardsch waterkanaal. D. Bron.}}
| capalign = center}}}}
welker bovenste laag gedeeltelijk uit bouwbare aarde, gedeeltelijk uit rotsen is zamengesteld; de regen, op die bouwaarde nedervallende, wordt gedeeltelijk daarin teruggehouden en verbruikt, maar voor een niet onaanzienlijk gedeelte doordringt hij die om in de kanalen, vaak door de verschillende lagen, welke die korst daarstellen, gevormd, zich tot eene grootere massa te verzamelen. Door die kanalen vloeit<noinclude></noinclude>
2yeqp7c179oqk5fs3w2cho4jq9250hk
Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/134
104
86240
221145
2026-05-14T12:37:30Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
221145
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />64</noinclude><poem><ref follow=Wrang>''Klass.'' II bl. 1 n{{sup|o}}. 3 merkt op, dat het eigenlijk wordt gebezigd van iets dat den mond samenwringt of samentrekt, en v. d. overdrachtelijk voor ''akelig, wreed'' ook wel (III bl. 15 n{{sup|o}}. 8) ''zuur, stuursch''. Verg. ''Uitlegkundig Woordenboek op Hooft'' in voce.</ref>
Dat ic u soe langen niet en sach.
{{gap|5em}}{{sp|Haer lief}}.
Laet ons gaen drinken een goet gelach,
{{sup|45}}Mijn uutvercoren minnekijn,
Wi selen noch tavont met vrouden sijn
Lichteleec. Nu comt hier naer!
{{gap|5em}}_______
{{gap|5em}}{{sp|Lippijn}}
.
O wi, here, es dat waer?
Bi gode, ic hebs ghenoech gesien,
{{sup|50}}Want si leet metten bloeten knien
Eude hi esser tusschen gecropen;
Bi der doot ons heren, hi esser in geslopen,
Siet, met deser hoeren, ende geeft<ref>''Ende gheeft'' namelijk ''si''. Zie op ''Esm.'' vs. 243.</ref>mi te verstane
Dat si te messen pleght te gane,
{{sup|55}}Ende leet ende droeyit<ref>''Droeylt'' d. i. van ''drollen:'' K{{asc|IL.}} ''facetum et laetum se exhibere'', dus ''pret maken'', van het oude ''drol'' d. i. ''vroolijke snaak'', waarover verg. {{asc|KIL.}}, niet van ''druylen'' d. i. ''suggredi, latenter sice clam ire'' dus ''sluipen'', waarvan ''druiloor''.</ref> met enen anderen man
Ende maect van mi enen pol her Jan<ref>''Pol her Jan'' hierbij teekent {{asc|HOFFMANN}} ''Hor. Belg.'' VI bl. 217 aan:
»und macht aus mir einen Hurenwirrh, Herrn Jan, der also anderen sein Weib preisgiebt — vielleicht eine sprichwörtliche Redensart:" ''pol'' zou dan zooveel zeggen als ''boel'' en ''Jan'' »ein gewöhnlicher Name, der in vielen Redensarten angebracht wird," als Jan en alle man, Jan Rap'' en dergelijke; {{asc|VERWIJS}} ''Bloeml. Gloss.'' vermoedt, dat de uitdrukking aan de eene of andere klucht is ontleend en tot een spreekwoord geworden, waarvan de zin ons
is ontgaan. Ik geloof geen van beide, immers ook het Fransch noemt ''Jean: celui à qui sa femme fait porter des cornes'', evenals ''Jeannin'', waarbij {{asc|LITTRÉ}} in voce het volgende versje aanhaalt:
::::Ci-git maître Antoine Guillin,
::::Qui de trois femmes fut Jeannin;
::::Et, si la mort ne l'eût grippé,
::::Sans cesse Jeannin eût été.
Verg. almede {{asc|DU CANGE}}'s ''Glossarium'' in voce ''Joannes'', ofschoon men naar den mij onbekenden oorsprong der zegswijze ook daar vruchteloos zal zoeken.</ref>.
Si seet, si gheet int vleeschuus:
Bi sente Jan, ic sal haer dit abuus
</poem><noinclude></noinclude>
1oe5t0n69zqaqdxvbd3cs67wafmu1pc
Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/135
104
86241
221151
2026-05-14T12:56:44Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
221151
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />65</noinclude><poem>
Noch tavont tongoede<ref>''Tongoede: ongoed:'' K{{asc|IL.}} ''slecht, verkeerd: tongoede maken'' vertaalt hij door ''inutile reddere, adimere usum'' d. i. ''verijdelen, nutteloos maken''. ''L. Sp.'' I 6 vs. 9:
::::En dade des ynghels (d. i. onzes beschermengels) hoede,
::::Hi (d. i. de duivel) maecte ons tongoede
::::Lijf ende ziel, enz. enz.
Lippijn zegt, dat hij nog denzelfden avond een einde zal maken aan de fopperij, d. i. zijne vrouw haar gedrag zal betaald zetten, zooals {{asc|VERWIJS}}
''Bloeml. Gloss.'' vertaalt.</ref> maken.
{{sup|60}}Canic an enen stoc gheraken,
Ic sal haer touwen<ref>''Touwen'' d. i. ''slaan. De huit met slagen touwen'' heeft {{asc|VONDEL}} ''Batav. Gebr.'' vs. 466, verg. {{asc|HUYD.}} ''Proeve'' I bl. 282 vlgg. en ''Floris Gloss.'' in voce.</ref> soe haer vel,
Dat haer rouwen sal dit spel,
Dat si met hem heeft bedreven.
{{gap|4em}}{{sp|De comer}}e<ref>''Comere'' d. i. ''petemoei'', het Fransche ''commère'', vs. 148 uitgedrukt door ''ghevadere'', verg. {{asc|V. VLOTEN}} ''Het Nederlandsche Kluchtspel'' bl. 18.</ref>.
Wat, Lippijn! god moet u goeden dach geven.
{{sup|65}}Hoe steet met u? hoe sidi te ghemake<ref>''Te gemake: ghemac'' d. i. ''rust'', ''Carel'' vs. 572:
::::In late niemen met ''ghemake''
::::Den riken no den armen;
v. w. ''ghemakelike'' d. i. ''rustig, Floris'' vs. 2017:
::::Si traken ter herberghen ende bleven den nacht
::::''Ghemakelike'' metten goeden man;
verder: ''met ghemake laten'' d. i. ''in vrede laten'', ook ''missum facere: te ghemake doen'' d. i. ''laten uitrusten; tuwen ghemake'' d. i. ''tot uwen dienst; te ghemake sijn'' d. i. ''tevreden zijn; vrede ende ghemac, vreugde ende ghemac,'' en derg.<br>''Te ghemake'' d. i. ''in zijn schik;'' de vraag zal dus beteekenen: ''hoe zijt gij te moede? hoe zijt gij gemutst?'' Verg. de ''Gloss.'' van ''Rijmb., Limb.'' en ''St. Christ.''</ref>?
{{gap|5em}}{{sp|Lippijn}}.
Ey, Trise! ic woude mi therte brake
Van groten rouwe die ic drive.
Ic en hadt nemmermeer minen wive
Betrout<ref name=Betrout>''Betrout'' d. i. ''verdacht van betrouwen'' d. i. ''vertrouwen'' in goede en slechte beteekenis, ongeveer als ons ''achter iemand zoeken. M. Lp.'' IV vs. 1636:
::::Dat eerste is, lichtelic te ''betruwen (verdenken)''
::::Dat vrouwen draghen in den sin;
I vs. 816:</ref>, dat si mi heeft ghedaen.
</poem><noinclude></noinclude>
a4i57snfm491v7gpn0wcboqygopno9j
Index:Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf
106
86242
221161
2026-05-14T19:13:39Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221161
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=tijdschrift
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Nederlandsche Staatscourant
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1815
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=pdf
|Afbeelding=1
|Voortgang=C
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=1 />
|Opmerkingen=Zie [[:Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
9uojpc3iqguk0cjbslsuwc6s77e9awi
Pagina:Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf/2
104
86243
221162
2026-05-14T19:14:46Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
221162
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><section begin="s1"/>der behoeften van den dienst, door den Koning worden geregeld, zonder dat echter de kompagnien van de eerste klasse 160 man mogen te boven gaan, de officieren er onder begrepen.
<br>{{gap}}„4. De eerste kosten en jaarlijksche uitgaven zullen gevonden worden uit de fondsen, die ter beschikking van den minister van binnenlandsche zaken, voor den dienst van zijn departement, gesteld zijn.”
<br>{{gap}}De vergadering is ten vijf uren gestoten en geadjourneerd tot morgen op den middag.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}— De voorname kooplieden dezer stad zijn, heden, in eene volle vergadering bijeen geweest, om eenen president van de regtbank van koophandel te benoemen, en hebben de heer ''Gaspard Got'' bij meerderheid van stemmen verkozen.
{{rechts|(''Moniteur''.)|4em}}
<section end="s2"/>
<section begin="s3"/>{{gap}}Heden, is een Pruisisch legerkorps van 10 a 12,000 man, uit het departement Seine en Oise komende, de hoofdstad doorgetrokken.
<section end="s3"/>
<section begin="s4"/>{{gap}}— Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, en onze verspreide rijkdommen verzamelen: men zal dan waarschijnlijk bevinden, dat wij nog, na Italie, het land van Europa zijn, hetwelk het best bedeeld is. Zoo vindt men in den faubourg Saint-Jacques, achter in een’ tuin, dien de liefhebbers der oudheden nog niet kennen, twee stukken van Egyptische oudheid, welke genoegzaam zouden zijn om den roem van meer dan één Europeesch museum uit te maken.
<br>{{gap}}Dit zijn twee deksels, of liever twee helften van grafzerken, die zeer goed bewaard zijn, het eene van steen en het andere van basalt, beide zeer fraai gewerkt. Zij werden in 1631 naar Frankrijk overgebragt, door de zorg van den beroemden ''Fouquet'', die toen zeer jong moet geweest zijn. Men besteedde zestig dagen om dezelve, op den rug van kameelen, uit de vlakte van Thebe naar Kairo te voeren: van daar zijn zij den Nijl afgezakt om te Alexandrie ingescheept en naar Marseille gebragt te worden. Pater ''Kircher'' begaf zich opzettelijk derwaarts, om dezelve te onderzoeken, gelijk hij zulks in zijnen ''Oedipus Egyptiaeus'' zegt.
<br>{{gap}}''Fouquet'' deed deze twee deksels in zijne tuinen van Saint-Mandé plaatsen; van daar gingen zij, in 1680, naar het kasteel van Ussé in Tourraine, alwaar zij het voorste gedeelte van een terras versierden, van waar de heer ''Calabre'', laatste eigenaar van dat kasteel, dezelve, in 1807, naar Parys deed vervoeren.
<br>{{gap}}De steenen of marmeren graf-zerken waren het derde bedeksel van de kostbare mummien, die reeds in eene dubbelde houten kist besloten waren. Zij hebben, zoo wel als die kisten, den vorm van een ingewonden lijk, waarvan slechts het aangezigt ongedekt is. Een breede band hangt van de borst tot op de voeten, even als de scapulier der monnikken. Op dezen band zijn de hieroglyphen en inscriptien in gewone letters gegraveerd. Op eene der graf-zerken, welke de heer ''de Chalabre'' bezit, heeft men de zinnebeelden van het priesterschap en op de andere die van het koningschap meenen te erkennen. Deze laatste, welke van basalt is, is zeer opmerkenswaardig, niet alleen door de buitengewone volkomenheid van het polystwerk, en de netheid der gegraveerde hieroglyphen, maar ook door den aard en de fraaije uitvoering van het {{SIC|beeldhouwerk|beeldhouwwerk}}. Het is, buiten twijfel, een der fraaiste werken van de Egyptische kunst. Ondertusschen is door eene, ik weet niet welke, noodlottigheid, die zoo dikmaals met de gedenkstukken van het oude Egypte als met die van ons Frankrijk plaats heeft gehad, deze zerk onvoltooid gebleven; zoo schijnen ten minste de sporen van een’ arbeid, die beneden aan het beeld, ter linker zijde van den scapulier, begonnen is, aan te toonen. De nadere grafzerk is minder fraaij bewerkt en levert slechts flaauwe sporen van opschriften en hieroglyphen op. De heer ''de Chalabre'' maakt het zich tot een vermaak, om deze beide kostbare gedenkstukken der oudheid aan de liefhebbers te laten zien; men behoeft zich daartoe slechts ten zijnen huize, in de straat de la Santé, n{{sup|o}}. 7, bij het Val-de-Grace, aan te melden.
{{rechts|(''Journal des Débats''.)|4em}}
<section end="s4"/>
<section begin="s5"/>{{gap}}De maire van Groslai, nabij Montmorenci, spoort ons aan, om de welbedachte maatregelen bekend te maken, door middel van welke de luitenant-kolonel ''Wieling'', welke het bevel voert over het 17{{sup|de}} bataillon Nederlandsche landmilitie, sterk 800 man, en sints drie maanden in dit dorp gekantonneerd, zijne soldaten heeft weten in toom te houden. Dezen, natuurlijker wijze, gretig zijnde naar eene vrucht, welke in hun land niet algemeen is, wachtten den tijd van de rijpheid der druiven niet af om zich op dezelve te vergasten, en begonnen in de wijngaarden verwoesting aan te rigten. De genooemde luitenant-kolonel verbood aan dezelve buiten het dorp te gaan, en deed bij elk der uitgangen van hetzelve schildwachten plaatsen. Hij voegde daarenboven Nederlandsche korporaals bij de patrouille, welke de nationale garde in de wijnbergen zond. Door dit middel heeft hij zijne soldaten voor ziekte bewaard, en aan de inwoners eenen oogst behouden, welke hunne laatste en eenigste toevlugt was.
{{rechts|(''Journal de Paris''.)|4em}}
<section end="s5"/>
<section begin="s6"/>{{c|{{sp|BINNENLANDSCHE BERIGTE}}N.}}
<section end="s6"/>
<section begin="s7"/>{{c|{{sc|{{sp|Brusse}}l}}, ''den'' 29 ''October''.}}
{{gap}}De harddraverijen, die, dit jaar, onder bescherming van Z. K. H. den Prins van Oranje, te Spa hebben plaats gehad, zijn zeer luisterrijk geweest en hebben den ouden glans van die beroemde plaats weder te binnen gebragt. Eene groote menigte vreemdelingen en inwoners hadden zich derwaarts begeven; die wedloopen hebben twee dagen geduurd; het weder was gunstig. De in het land gefokte paarden draafden den eersten dag en de eigenaars verwierven zeer fraaije prijzen. De tweede dag was toegewijd aan het draven van vreemde paarden; er zijn vele weddingschappen gedaan, welke een vrij juist denkbeeld van de zoo vermaarde harddraverijen in Engeland gaven. Die dagen werden tevens door onderscheiden spelen en door wedloopen te voet van vrouwen en mannen vervrolijkt.
{{rechts|(''Journal de la Balgique''.)|4em}}
<section end="s7"/>
<section begin="s8"/>{{gap}}Z. K. H. de Kroonprins, die voor zijne wond, in den gedenkwaardigen veldslag van Waterloo bekomen, van de wateren van Spa de gelukkigste gevolgen heeft ondervonden, zal binnen kort die aangename verblijfplaats verlaten.
<section end="s8"/>
<section begin="s9"/>{{gap}}— Het regement Schotsche infanterie, hetwelk, uit Nieuwpoort, in deze stad werd verwacht, is, gisteren, gearriveerd. Er is geen onzer stadgenooten, die deze dappere en regtschapen militairen niet met vreugde heeft wedergezien.
<section end="s9"/>
<section begin="s10"/>{{gap}}Er zijn sommige weinig bekende daadzaken, doch die niet genoeg kunnen vermeld worden. De fraaije en uitgestrekte porcelein-fabrijk van Doornik, wier voortbrengselen zoo zeer bekend zijn, was, door eene reeks van ongelukken, op het punt van genoodzaakt te zijn om een gedeelte van dezelve te moeten sluiten, toen de directie daarvan zich tot Z. M. wendde. Z. M. deed, met de goedheid, waarmede Hoogstdezelve alle harten wint, voor den dienst van Hoogstdeszelfs huis, eene bestelling, welke het voortzetten der werkzaamheden gedurende verscheiden maanden verzekert, en de fabrijk was gered.
{{rechts|(''L’Oracle''.)|4em}}
<section end="s10"/>
<section begin="s11"/>{{c|''Particuliere correspondentie''.}}
{{gap}}De maarschalk ''Soult'', voormalig minister van oorlog, onder ''Lodewijk XVIII'', in het departement de la Lozère gearresteerd zijnde, is, op ’s Konings bevel, in vrijheid gesteld.
<br>{{gap}}De zaak van den heer ''Lavalette'', voormalig postmeester, beschuldigd van de terugkomst van ''Buonaparte'' te hebben bevorderd, zal voor de aanstaande assises worden gebragt, werwaarts die zaak is gerenvoijeerd.
{{rechts|(''Le Surveillant''.)|4em}}
<section end="s11"/>
<section begin="s12"/>{{gap}}De bijzondere berigten, welke wij van tijd tot tijd uit de naburige Fransche departementen ontvangen, zijn zeer bedroevend. Er gaat bijna geen dag om, of er hebben onaangename tooneelen plaats. In de departementen van de Maas en der Ardennes, worden de troepen der Bondgenooten, zoo dra zij zich bij kleine detachementen vertoonen, beleedigd. In onderscheiden dorpen hebben zich de inwoners met geweld tegen de levering van levensmiddelen verzet, zoo dat er verscheiden malen twist uit voortgesproten is, die men door de wapenen heeft moeten beslissen, hetgeen, zoo als men gemakkelijk kon voorzien, nootlottige gevolgen voor die dorpen gehad heeft. In den loop van de afgeloopen week, zijn verscheiden landlieden uit die departementen opgeligt en naar Luxemburg gevoerd, alwaar zij thans de beslissing van hun lot afwachten. Men beschouwt over het algemeen de afgedankte militairen, de gefedereerden en de douaniers als de voornaamste aanstokers dier onlusten.
<section end="s12"/>
<section begin="s13"/>{{c|’s {{sc|{{sp|Hertogenbosc}}h}}, ''den'' 29 ''October''.}}
{{gap}}Laatstleden vrijdag, zijn alhier binnenkomen circa 200 man Hanoveranen, veelal uit de hospitalen in onze zuidelijke provincien, ten einde zich naar hun vaderland te begeven. Zij waren meestal zwaar gewond en tot verderen dienst voor alsnog onbekwaam; er bevonden zich onder dezelve zeer velen, welke zeer zware amputatien hadden ondergaan, alsmede een aantal vrouwen, wier mannen in de moorddadige gevechten van den 16{{sup|den}}, 17{{sup|den}} en 18{{sup|den}} junij ll., zijn gesneuveld of aan hunne bekomen wonden overleden.
<section end="s13"/>
<section begin="s14"/>{{c|’s {{sc|{{sp|Gravenhag}}e}}, ''den'' 1 ''November''.}}
{{gap}}Gaarne ruimen wij hier eene plaats in, om onder de bijdragen, sedert het ontstaan van den laatsten kortstondigen maar geweldigen oorlog tegen ''Napoléon Buonaparte'' door verschillende gemeenten in ons vaderland zoo edelmoediglijk gedaan, met lof melding te maken van die, door welke het naburig dorp Rijswijk, ofschoon almede door den ongunstigen loop der tijden zeer aanmerkelijk hebbende geleden, deszelfs ijver, trouw en mededeelzaamheid, op de uitstekendste wijze heeft aan den dag gelegd, bestaande gezegde bijdrage in niet minder dan omtrent vier duizend ellen verband-linnen, vier en een half ponden scheurlinnen, een en tachtig ponden pluksel, twaalf nieuwe hemden, twaalf blaauwe slaapmutsen en over de acht honderd guldens in kontanten.
<section end="s14"/>
<section begin="s15"/>{{c|{{larger|{{sp|ADVERTENTIE}}N.}}}}
<section end="s15"/>
<section begin="s16"/>{{c|''DEPARTEMENT VAN BINNENLANDSCHE ZAKEN''.}}
{{gap}}⁂ De Commissie van Landbouw in Zeeland brengt, hiermede, ter kennis van allen, die eenige verzoeken of voordragten mogten willen doen, of hierbij eenigzins belang hebben, dat zij hare gewone vergadering zal houden in de abtdij te Middelburg, op woensdag den 15{{sup|den}} november 1815 en volgende dagen, des voormiddags ten 10 uren.
<br>{{gap}}Middelburg, den 4{{sup|den}} october 1815.
{{rechts|''Op last der voornoemde commissie'',<br>{{sc|J. H. {{sp|Lieber}}t}}, ''Secretaris''.{{gap|2em}}|4em}}
<section end="s16"/>
<section begin="s17"/>{{gap}}⁂ De commissie van geneeskundig onderzoek en toeverzigt der provincie Noord-Braband, zal haar gewone najaars-vergadering houden, te ’s Bosch, op den 8{{sup|sten}} der maand november 1815, des namiddags ten drie uren.
{{rechts|''De President der Commissie voornoemd'',<br>{{sc|J. B. {{sp|Goyart}}s}}.{{gap|2em}}|4em}}
<section end="s17"/>
<section begin="s18"/>{{c|''{{sp|DEPARTEMENT VAN OORLO}}G.''}}
{{gap}}⁂ De Staatsraad, Intendant-Generaal van de administratie van oorlog, brengt, bij deze, ter kennisse van de belanghebbenden, dat de stalen der stoffen, waarvan de aanbesteding, bij advertentie van den 21{{sup|sten}} dezer, is geannonceerd, ''niet van dien dag af, tot den'' 15''{{sup|den}} november'', maar van den 5{{sup|den}}, tot en met den 20{{sup|sten}} dier maand, ten burele van expeditie van de generale intendance der administratie van oorlog, zullen te zien zijn; en wordt gevolgelijk de dag der opening der biljetten van inschrijving, ''op den'' 21''{{sup|sten}} november aanstaande'', bepaald.
<br>{{gap}}’s Gravenhage, den 27{{sup|sten}} october 1815.
{{rechts|{{sc|{{sp|Pieper}}s}}.|4em}}
<section end="s18"/>
<section begin="s19"/>{{c|DERDE OF ZUIDELIJKE DIRECTIE VAN FORTIFICATIEN.}}
{{c|{{fine|{{sp|PUBLIEKE BESTEDIN}}G.}}}}
{{gap}}Ingevolge autorisatie van Z. Exc., den Secretaris van Staat, Commissaris-Generaal voor het departement van Oorlog, van den 9{{sup|den}} februarij 1815, n{{sup|o}}. 51, zal, onder nadere approbatie van Z. Exc. den Intendant-Generaal voor de administratie van Oorlog, door den Kolonel-Directeur der fortificatien, ''E. G. van der Plaat'', of, bij absentie, door den eersten Kapitein-ingenieur ''J. D. Pasteur'', publiek, aan den minsteischenden worden besteed:<section end="s19"/><noinclude></noinclude>
q6g2k055jemk53supipjikx0qmgzhjd
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/De voorname kooplieden
0
86244
221163
2026-05-14T19:17:29Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221163
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘De voorname kooplieden dezer stad […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staatscourant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s2" tosection="s2"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
4mc7s3iaq68gif8hzbjblfpl031o30e
Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815
14
86245
221164
2026-05-14T19:17:43Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221164
wikitext
text/x-wiki
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant]]
fkydeqq9uj4b0h4qvbv89tfhrwik34w
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Heden
0
86246
221165
2026-05-14T19:18:56Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221165
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Heden, is een Pruisisch legerkorps […] de hoofdstad doorgetrokken’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staatscourant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s3" tosection="s3"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
me1mxljhl4fl95pvccg7y1rmx94ezbv
221166
221165
2026-05-14T19:22:22Z
Vincent Steenberg
280
221166
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Heden, is een Pruisisch legerkorps […] de hoofdstad doorgetrokken’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s3" tosection="s3"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
onu08w45lwc5q8b5bpnh8v638bryj4j
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft
0
86247
221168
2026-05-14T19:45:23Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221168
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s4" tosection="s4"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
72stsp5appq0la8opozi4g0x3o7t1z6
221169
221168
2026-05-14T19:47:08Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft de pagina [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft]] hernoemd naar [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft]] zonder een doorverwijzing achter te laten: +nr
221168
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s4" tosection="s4"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
72stsp5appq0la8opozi4g0x3o7t1z6
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/De maire van Groslai
0
86248
221170
2026-05-14T19:50:23Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221170
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘De maire van Groslai, nabij Montmorenci, spoort ons aan, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s5" tosection="s5"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
d7kemgucz4195pgve6ea2wu946byk5h
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Brussel, den 29 October
0
86249
221171
2026-05-14T19:53:59Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221171
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Brussel, den 29 October’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s7" tosection="s7"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
jurp7r5zi66pe763b13k6fpl5hinmqq
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Z. K. H. de Kroonprins
0
86250
221172
2026-05-14T19:56:35Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221172
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Z. K. H. de Kroonprins, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s8" tosection="s8"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
hnhqz8rhnbsluoeveimem5lvhbbi888
Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Het regement Schotsche infanterie
0
86251
221173
2026-05-15T07:19:56Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
221173
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Het regement Schotsche infanterie, hetwelk, uit Nieuwpoort, in deze stad werd verwacht, is, gisteren, gearriveerd. […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Nederlandsche Staats-Courant'', donderdag 2 november 1815, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Nederlandsche Staatscourant 1815 no 260.pdf" from="2" to="2" fromsection="s9" tosection="s9"/>
[[Categorie:Nederlandsche Staatscourant, 1815]]
i9xieo54y6rjpw1ynvf767kd9sdjhxf